Geen carnaval in Buisdorp

 


Radio West, 11 november 2007, 21.00 – 23.00 uur

Samenstelling, teksten, muziekkeuze, presentatie: Martin de Jong
Esmeralda en mama Bimba: Esther Lammers
Straatmuzikant Jannesz: Jan Hut
Straatmuzikant Hannesz, Vader Balthazar, Guus van P., Hannesz, Ricardo Bion, Arthur Nageldraaier, professor Bomba, Desiderius van der Verwellevel, Lode Lamoer, Eppie, burgemeester Noten: Hans Ruitenberg

EERSTE UUR
Intro Paul Waayers
Mrs. Miller – I’ve Got A Tiger By The Tail
Introductie eerste uur
Julie London – Black Coffee
Vader Balthazar
Laura Love – Wayfaring Stranger
Tobcrimineel Guus van P.
Marcy D’Arcy & The Prodigal Sons – Black Is The Colour
Op het bureau
Buisdorper dorpsmuzikanten Hannesz en Jannesz – Freight Train
Ricardo Bion
Elvis Presley – If You Don’t Come Back
Voordelig begraven
Duke Ellington – Caravan

TWEEDE UUR
Introductie tweede uur
Straatnieuws
The Oystercatchers – The Wilderness
Professor Bomba en Mama Bimba
Tom Jones – Sixteen Tons
Weer op het bureau
Buisdorper dorpsmuzikanten Hannesz en Jannesz – Six O’Clock
Stotterstand-upper
Frank Zappa – Sleep Dirt
De schrijfindustrie
Ella Fitzgerald – I Could Write A Book
Kladatzen met Eppie
Frank Sinatra & Sammy Davis, Jr – Me And My Shadow
Burgemeester Noten
Harry Nilsson – Perfect Day

EERSTE UUR
Paul Waayers:
Iedere zondagavond tussen negen en elf hangt er een brandlucht in de studio van Radio West. De oorzaak: Hot Talk, een programma dat zich verbaal beweegt tussen waakvlam en uitslaande brand. Hot Talk: eigenzinnige radio, gemaakt door gastpresentators. Achter de Hot Talkmicrofoon zit de radiopyromaan van deze week. En dat is… op veler verzoek, nou ja, op zijn eigen verzoek: Martin de Jong, met zijn trouwe kompanen Esther Lammers en Hans Ruitenberg. Twee uur lang aangrijpende berichten uit Buisdorp, land- en lotgenoten. Het is vandaag de elfde van de elfde, het carnavalsseizoen is geopend. In het hele land wordt er gehost, maar niet in Buisdorp, u hoorde het zojuist in het nieuws. Wat is er in Buisdorp aan de hand?

[Muziek: Mrs. Miller – I’ve Got A Tiger By The Tail]

INTRODUCTIE EERSTE UUR
Presentator:
Mrs. Miller, ze was een giller en ze zong I’ve Got A Tiger By The Tail… Ik moet ineens denken aan de uitzending van een paar weken geleden, de special over Dierendag in Buisdorp. Hoofdgast was de directeur van het Tweedehands Dierenpark in Bokkerzwaag, en die had voor de gezelligheid een Bengaalse tijger meegenomen. Er zijn toen bepaalde dingen gebeurd die naar de mening van de samenstellers van dit programma absoluut niet door de beugel konden. Het leek wel Saving Private Ryan. Ik kan er verder niets over zeggen, want we zijn nog verwikkeld in een rechtszaak die is aangespannen door de nabestaanden van onze toenmalige technicus. We denken uiteraard dagelijks aan hem, ook omdat de bloedspatten aan de wand nog altijd niet overgeschilderd zijn.
Over tot de orde van het programma. We proberen er altijd een zo gunstig mogelijke uitzending van te maken, maar dat zal dit keer niet meevallen. U hebt het in het nieuws gehoord: burgemeester Noten heeft verordonneerd dat Buisdorp voortaan een carnavalvrije gemeente zal zijn, en dat omstreden plan is zowaar overgenomen door de randgemeenten Bokkerzwaag, Vrouwezeeghe, Zeevenslooten en Grooterwaal.
Buisdorp was al een kernwapenvrije gemeente en is nu dus ook carnavalvrij. Ik denk dat veel Buisdorpenaren nog liever kernwapens in hun gemeente zouden hebben dan geen carnaval. Wij hebben door het burgemeestersbesluit onze plannen voor de uitzending in duigen zien vallen, die zou namelijk grotendeels in het teken staan van de elfde van de elfde, met in het tweede uur een weergaloze carnavalsconference van Arie Wietzen. We krijgen de kans de burgervader om tekst en uitleg te vragen, want hij is in het eerste uur te gast. De afspraak daarvoor maakten we vorige week, we wilden met de burgemeester van gedachten wisselen over het nieuwe verkeerscirculatieplan van Buisdorp, dat bedoeld is om de luchtvervuiling tegen te gaan, maar dat er voorlopig alleen nog maar voor gezorgd heeft dat door de verhitte gemoederen het gat in de ozonlaag boven Buisdorp als sneeuw voor de zon aan het verdwijnen is.
Aan het begin van het tweede uur een andere aanzienlijke gast: een dame van vijfenzeventig jaar die nog volop in het leven staat. En niet alleen staat, ook zit: zij is de oudste hoer van Buisdorp. Tante Verlepta, wie kent haar niet. Ook al zit de rest niet meer exact waar het veertig jaar geleden zat, haar hart heeft ze nog altijd op de juiste plaats zitten: studenten en houders van een Buisdorppas half geld, vijfenzestigplussers dubbel geld, daar heeft ze meer werk aan.
En dan natuurlijk, zoals elke week, het inmiddels legendarische belspelletje, dat gesponsord wordt door de Buisdorpse soepfabriek Busofa. Tegenover mij zit Esmeralda, business unit manager van de business unit regionale betrekkingen van Busofa. Esmeralda, hoeveel zit er momenteel in kas?

Esmeralda:
Er zit 18.000 euro in kas. Het woord is al zeventien weken niet geraden.

Presentator:
Het zou mooi zijn als het woord vanavond eindelijk geraden werd. Het woord dat u moet raden is Hemoglobine. Kom, mensen, dat kan toch niet moeilijk zijn. Mochten er vragen zijn over het te raden woord, dan kunt u die vragen mailen naar info@buisdorp.com. Als u het woord Hemoglobine geraden denkt te hebben, dan kunt u ons voor een luttel bedrag per minuut opbellen. Het Commissariaat van de Media doet daar niet lullig over, en met de fiscus gooien we het zoals gewoonlijk wel op een akkoordje. Ik zou zeggen: laat de hersens het werk doen. Hemoglobine is het woord dat u moet raden.
We hebben er zin in, we zijn er klaar voor. Er zijn hapjes, er zijn drankjes, er is voor elk wat wils. De meeste gasten zijn nog onderweg, een enkeling is al gearriveerd. Laat ik eerst maar eens wat inschenken. Esmeralda?

 Esmeralda:
Koffie, graag.

Presentator:
Alles erop en eraan?

Esmeralda:
Ja, maar geen melk en suiker.

Presentator:
Dan wordt het voor Esmeralda een zwarte koffie. Al om halfvijf vanmiddag legde hij hier in de kantine met zijn bolknak een verschrikkelijk rookgordijn: vader Balthazar, de bisschop van Buisdorp. Wat mag ik u inschenken, eerwaarde eminentie?

Vader Balthazar:
Een zwarte koffie, alstublieft, mijn zoon.

Presentator:
Professor Bomba?

Professor Bomba:
Professor Bomba scherpt zijn geest altijd met zwarte koffie, grote meneer Martin van de radio.

Mama Bimba:
Kwaak!

Presentator:
En waar geeft u moeder de voorkeur aan? Ik kon haar niet goed verstaan.

Professor Bomba:
Mama Bimba drinkt vele koppen zwarte koffie, grote meneer Martin van de radio. Dat brengt haar dichter bij gene zijde.

Presentator:
Fijn. Dan beginnen we met zwarte koffie.

[Muziek: Julie London – Black Coffee]

VADER BALTHAZAR
Presentator:
Julie London, Black Coffee. De kop is eraf, de koffie zit erin, de kopjes kunnen afgewassen worden.

Vader Balthazar:
Wil ik dan afdrogen?

Presentator:
Nee, nee, ik zei dat maar bij wijze van bruggetje van de muziek naar het gesprek. Vader Balthazar, de bisschop van Buisdorp, eerwaarde eminentie, het is een grote eer om u opnieuw in de studio te hebben.

Vader Balthazar:
Vader Balthazar komt graag onder de mensen.

Presentator:
Hoe maakt u het?

Vader Balthazar:
We sukkelen wat met het oude lichaam. Ik heb suiker, dus ik mag geen peper en zout hebben.

Presentator:
Ach jee. U was hier in december vorig jaar, ik zie dat u behoorlijk afgevallen bent.

Vader Balthazar:
Vader Balthazar weegt nog maar 138 kilo.

Presentator:
Tsjonge. U bent nog wel katholiek?

Vader Balthazar:
Dat gaat gewoon door, door dik en dun. In voor- en tegenspoed, door roeien en ruiten. Bij opbod en afslag. In kannen en kruiken, in zak en as. Van haver tot gort.

Presentator:
Mooi zo. Dan nu met uw welnemen een luchtig onderwerp.

Vader Balthazar:
Gaarne.

Presentator:
Aanstaande zaterdag is het groot feest, dan vieren we het vijftigjarig bestaan van de Buisdorpse leprakolonie, waar u een halve eeuw geleden de grondlegger van was. Hoeveel leprozen telt Buisdorp momenteel?

Vader Balthazar:
Momenteel zijn het er nul, mijn zoon.

Presentator:
Dat is waarschijnlijk wel anders geweest.

Vader Balthazar:
Neu, dat is geensdeels het geval. In Buisdorp hebben we de afgelopen vijftig jaar geen leprozen gehad. En gelukkig maar.

Presentator:
Vanwaar dan die leprakolonie?

Vader Balthazar:
Welaan, in mijn jonge jaren heb ik missiewerk gedaan in Afrika. Daar waren diverse leprakolonies waar we van die leprozen katholieke leprozen probeerden te maken. Dat lukte aardig. Toen ik teruggekeerd was in Buisdorp dacht ik: dat wil ik hier ook gaan doen. Mooi werk.

Presentator:
De leprakolonie werd door u in 1957 gesticht. Bevond die zich toen op dezelfde plek als nu?

Vader Balthazar:
Jawel, we hadden de beschikking gekregen over de toenmalige rooms-katholieke kinderboerderij. Die smerige beesten hebben we eruit gejaagd, zodat we wel tachtig leprozen tegelijk konden opvangen.

Presentator:
Maar die kwamen niet.

Vader Balthazar:
Laten we daar de Heer dankbaar voor zijn. Lepra is een onprettig ongemak, dat wens je niemand toe, katholiek of andersdenkend.

Presentator:
Ik meen me te herinneren dat er een jaar of wat geleden stemmen opgingen om de Buisdorpse leprakolonie open te stellen voor asielzoekers.

Vader Balthazar:
Ja, maar daar wouwen wij niet aan beginnen, hè? Nou ja, tenzij het asielzoekers met lepra zijn, die zijn natuurlijk meer dan welkom. Maar goed, waarom zou iemand met lepra asiel zoeken?

Presentator:
Dat is ook weer waar. Even iets anders, ik moet het er toch over hebben. We waren een uitzending over carnaval van plan, burgemeester Noten heeft zojuist onze plannen getorpedeerd. Heeft u zich ooit aan het carnaval overgegeven?

Vader Balthazar:
O ja, dat was altijd reuze gezellig. Ik weet nog goed, dan hadden we een optocht, dan zat ik op zo’n wagen met paarden ervoor en dan reden van Buisdorp naar Bokkerzwaag en weer terug. En dan ging ik als bisschop verkleed.

Presentator:
Maar u bent toch bisschop?

 Vader Balthazar:
Dat is heden ten dage zo, maar indertijd was vader Balthazar nog broeder Balthazar, een heel gewoon paterke. Was altijd geweldig, de carnaval. Ik zat als bisschop verkleed op de bok, met achter me op de kar al die leprozen.

Presentator:
Waren er dan wel leprozen?

Vader Balthazar:
Nee, die waren er niet. Maar we hadden achtenveertig monniken in de leprakolonie werken, en met de carnaval verkleedden die zich dan als leprozen. Erg leuk, veel gelachen. Weet u, sowieso was er altijd veel humor in de leprakolonie. Dat moest wel, je zat de ganse dag tot over je oren in het leprozenleed. Zonder humor zouwen we niet op de been gebleven zijn. Ik herinner me nog een grapje. Wil ik u dat grapje vertellen?

Presentator:
Doet u maar.

Vader Balthazar:
Het is een oud grapje dat speelt in de woestijn. Er is een man aan het wandelen.

Presentator:
In de woestijn.

Vader Balthazar:
Ja. En die man lopen en lopen, en als hij heel lang gelopen heeft wordt hij moe, hè? En dan ziet-ie een boom en denkt: ik ga maar even bij die boom zitten. Dus hij gaat bij die boom zitten, op de grond. Nou, daar zit-ie dan, nietwaar?

Presentator:
In de woestijn.

Vader Balthazar:
Op de grond, onder een boom. Welaan, hij zit daar zo een tijdje en op een gegeven moment valt er wat chips op z’n schoot. Hij had al een tijd niet kunnen eten, hij heeft honger, dus hij eet die chips op, smaakt lekker. Er valt nog meer chips, die eet-ie ook op. Maar op een gegeven moment denkt-ie: waar komt die chips eigenlijk vandaan, begrijpt u wel?

Presentator:
Ja.

Vader Balthazar:
Nou, dus hij kijkt eens naar boven om te zien waar die chips vandaan was komen vallen. Zit er in de boom een melaatse op z’n hoofd te krabben!

Presentator:
Da’s een goeie. Het carnaval gaat niet door, luisteraars, maar dankzij vader Balthazar hebben we toch even kunnen lachen.

Vader Balthazar:
Lachen is de beste medicijn, dat zegt mijn vrouw ook altijd.

Presentator:
Uw vrouw?

Vader Balthazar:
Mijn huishoudster.

Presentator:
Op die manier. Eerwaarde eminentie, u zei het aan het begin van het gesprek al, u heeft suiker.

Vader Balthazar:
Ik mag absoluut geen peper en zout hebben.

Presentator:
En u bent halverwege de tachtig. We wensen u toe dat u in goede gezondheid… Nou ja, dat zit er helaas niet in. Maar we hopen natuurlijk dat u nog lang in ons midden zult blijven. Desondanks: u bent bijna aan het einde van de reis.

Vader Balthazar:
Nee, mijn zoon: aan het begin van de reis! Als de Heer me nodig heeft dan hijs ik de zeilen en licht het anker. Dan gaat de grote reis beginnen. Voor de Heer zijn we allemaal gelijk, en is vader Balthazar geen bisschop maar gewoon een arme reizende vreemdeling.

[Muziek: Laura Love – Wayfaring Stranger]

TOBCRIMINEEL GUUS VAN P.
Presentator:
Laura Love, Wayfaring Stranger, prachtig. Wat gaan we doen… U begrijpt dat we moeten improviseren sinds we hoorden dat het onderdeel Carnaval door toedoen van burgemeester Noten is komen te vervallen. De burgemeester had er eigenlijk al moeten zijn. En dat geldt ook voor de befaamde Buisdorpse amuseur Arie Wietzen, die in het tweede uur zijn weergaloze carnavalsconference zou houden. Esmeralda is er wel. Zij is niet alleen business unit manager van de business unit regionale betrekkingen van de Buisdorpse soepfabriek Busofa, zij is ook de verloofde van Arie. Esmeralda, waar is Arie?

Esmeralda:
Nou, we kwamen samen naar de studio, maar toen we het parkeerterrein opreden hoorden we in het nieuws dat het carnaval niet doorging. Toen had Arie meteen geen zin meer. Ik ben uitgestapt, hij is kwaad naar huis gereden. Hij belde me net op, hij ligt met diarree in bed.

Presentator:
Volgens mij kan je met diarree beter op de wc zitten dan in bed liggen. Wens hem maar beterschap. Zelf zou hij vanwege die diarree waarschijnlijk zeggen: scheterbap, want hij is en blijft een raskomiek. Goed. We hebben wat tijd over, ik kan u alvast de luistercijfers van deze uitzending geven. Tegenwoordig zijn die cijfers razendsnel bekend. Ik zeg het er maar bij: het gaat om voorlopige cijfers, het is mogelijk dat er gaandeweg mensen afhaken die speciaal hebben ingeschakeld voor twee uur carnavalsberichtgeving. Nogmaals: onze welgemeende excuses aan alle luisteraars die op dit moment met een boerenkiel aan in de startblokken staan voor de polonaise. Die polonaise gaat niet door. De luistercijfers dan. Momenteel wordt er geluisterd door: Tieka, Betty, Ellen, Caroline, Coen en Tobias, Joep en Miranda, de familie Albers, Mary, Koos en kinderen, J.G. Verdriet, Mop en Hilbert, Dirk en Egbert, leden en donateurs van de stichting Ongeboren Vrucht Buisdorp, mr. Wijnand Dommes de Gil en eega, K.L. van Waal (bestuursvoorzitter en enig lid van de Buisdorpse Oranjecarnavalsvereniging De Maximalen), Babs en Selma en hun poezen Knorretje Panda en Voske, leerlingen van groep 4 van het Graaf Dorus V College, de weduwe Flut en echtgenoot, de volledige avondploeg van de afdeling Spoedeisende Hulp van het Strumasteunpunt in Grooterwaal, Mien de Pletter en Johan Zwerfhout jr., en ook broeder Diederik, broeder IJsbrand, broeder Zebedeus en broeder Priscilla van de Buisdorpse Leprakolonie. Die broeders kent u zeker wel, vader Balthazar?

Vader Balthazar:
Ja, mijn zoon, die kent vader Balthazar van haver tot gort. Door dik en dun. In voor- en tegenspoed. Bij…

Presentator:
Ho maar. Esmeralda, hoe het staat met ons belspelletje? Is er veel gebeld?

Esmeralda:
Er zijn al vijftig telefoontjes geweest, maar niemand heeft het woord Hemoglobine geraden. Er is nu 20.000 euro in kas.

Guus van P.:
Waar heb je die kas leggen?

Presentator:
Dat zullen we maar niet zeggen, luisteraars, ha ha ha. Pardon, neem me niet kwalijk, ik wil niet oneerbiedig zijn jegens onze volgende gast. We zijn gekomen bij een onderdeel dat we uitdrukkelijk uit het persbericht hebben gehouden, en wel om veiligheidsredenen.

Guus van P.:
Bloedlink als ze het zouwen weten.

Presentator:
Inderdaad. Hier in de studio zit namelijk de Buisdorpse topcrimineel Guus van P. Dat is niet uw echte naam.

Guus van P.:
Nee, eigenlijk heet ik Gerrit van J.

Presentator:
En ondanks dat het voor de radio is bent u vermomd.

Guus van P.:
Door de radio kennen ze me niet herkennen, maar wat dach je van die camera daar?

Presentator:
Vandaar deze vrij bizarre pruik.

Guus van P.:
Au!

Presentator:
De snor is wel echt.

Guus van P.:
Die gaat er vanavond weer af.

Presentator:
Het waait momenteel flink, bent u niet bang dat die pruik van uw hoofd waait als u straks naar buiten gaat?

Guus van P.:
Het is maar twee stappen naar de vluchtwagen. Maar mocht de pruik van me harses waaien dan kennen ze nog niet zien wie of dat ik ben, want ik heb voor de zekerheid m’n kop helemaal kaalgeschoren. En van de week laat ik een paar tatoeages op m’n boze bolletje zetten. Van nakende meiden.

Presentator:
U vreest voor uw veiligheid.

Guus van P.:
Ik heb vijanden in de bovenwereld, in de onderwereld en bij mij thuis in de portiek. Met name dat gespuis van tweehoog.

Presentator:
Ik moet bekennen dat ik niet veel verstand heb van het milieu waarin topcriminelen zich bewegen. Ik kijk soms naar een uitzending van politieke partijen, maar daar is ook alles mee gezegd. U bent uiteraard niet als topcrimineel begonnen. Vertelt u eens, hoe begon voor u het criminele leven?

Guus van P.:
Dat zal eind jaren vijftig geweest zijn. Ik was een gassie van een jaar of dertien. Kerstbomen rauzen.

Presentator:
Aan de kerstbomenjacht deed ik ook mee, toen ik zo oud was.

Guus van P.:
Maar waarschijnlijk niet op eerste kerstdag.

Presentator:
U ging op eerste kerstdag op kerstbomenjacht?

Guus van P.:
Zeker weten. Bij mensen de voordeur ingetrapt en de boom met ballen en al naar buiten gesleept. Of er weeskinderen in huis waren of niet.

Presentator:
Dat is inderdaad niet mis. Slaan we een jaar of tien over, dan bent u in de twintig en als crimineel waarschijnlijk op uw hoogtepunt.

Guus van P.:
Het was een hectische tijd. De ene week zat ik in de bak, de andere week was ik op vrije voeten. Dan ging ik kraken zetten, net zo lang tot ik er weer gloeiend bij was.

Presentator:
Geweld gepleegd?

Guus van P.:
Ach, ik gaf iemand wel eens een ram voor z’n raap. Zo’n puist waar ze bewusteloos van tegen de grond keilden. Maar dat was nog het eerlijke handwerk, hè? Je gebruikte hooguit een ploertendoder of een loden pijp. Niet zoals het tegenwoordig gaat, met doorladers en pompgeweren, en iemand bij het minste of geringste koud maken. Dat deed je als fatsoenlijk crimineel in mijn tijd niet. Dat druist in tegen de beroepseer, zal ik maar zeggen. Kijk, het ken altijd gebeuren dat je iemand een mes in z’n lijer mot jagen, maar dan heptie d’r ook om gevraagd, laat dat duidelijk zijn.

Presentator:
U bent nu in de zestig, maar nog altijd als topcrimineel actief.

Guus van P.:
Nou en of. Ik heb onderlaatst nog een gewapende overval gepleegd op de automatiek van het Buisdorps Patathuis.

Presentator:
Waar bestond de buit uit, als ik vragen mag?

Guus van P.:
Vijf kroketten, een bamischijf, een bereklauw, een broodje ei en een bal gehak met ui. Heb ik achtermekaar in m’n muil geschoven. De dader legt zoals ze dan zeggen op het kerkhof.

Presentator:
Een overval op een automatiek met als buit etenswaren uit de frituur. Als ik dat zo hoor kan ik me haast niet voorstellen dat u een topcrimineel bent.

Guus van P.:
O nee? Man, ik leg de hele dag te tobben. Stel je voor dat de vluchtwagen niet wil starten. Stel je voor dat de plunjezak in enen uitscheurt. Begrijp je wel?

Presentator:
U bent dus een topcrimineel met een b.

Guus van P.:
Juist. En ken ik nou een plaatje anvragen voor me wijf?

Presentator:
Een plaatje aanvragen? Nee, dat gaat niet. We hebben een strak schema, alles ligt van minuut tot minuut vast.

Guus van P.:
Dus een plaatje anvragen dat ken niet.

Presentator:
Nee, dat ken… dat kan echt niet.

Guus van P.:
Weet je wat wel ken? Dat ik zonder verdoving die rotkop van je romp ruk. Of dat ik met m’n blote handen je dikke darm uit je reet trek. Zeg het maar.

Presentator:
Eh… Nou, zegt u het maar. Wat mogen we voor u draaien?

Guus van P.:
Niet voor mijn, voor me wijf. Mien.

Presentator:
Voor mevrouw Mien van P.

Guus van P.:
Me wijf heet gewoon Van J. Me wijf is geen crimineel. Nou ja, Mien is wel een crimineel wijf… Doet maar een romantisch plaatje, daar houdt ze wel van. Ik kruip zo meteen via dat tuimelraam de studio uit en dan zet ik in de vluchtwagen de radio an, en als ik dan geen romantische muziek hoort dan rij ik zo de studio binnen en dan trek ik alsnog die rotkop van je romp.

Presentator:
Of dat andere. Fijn, dank voor uw komst, Buisdorpse tobcrimineel Guus van P. En dan nu een romantisch plaatje voor mevrouw Mien van J., speciaal aangevraagd door haar eh…

Guus van P.:
Door d’r vrijer.

Presentator:
Speciaal aangevraagd door haar vrijer, de heer Guus van P.

[Muziek: Marcy D’Arcy & The Prodigal Sons – Black Is The Colour]

OP HET BUREAU
Presentator:
Black Is The Colour, door Marcy D’Arcy & The Prodigal Sons. Een bijzonder romantisch lied, aangevraagd door de Buisdorpse tobcrimineel Guus van P., voor zijn nog betere helft mevrouw Mien van J., anders zou er wat zwaaien. We hadden dat nummer eigenlijk niet hoeven draaien, want ik kreeg van de regie door dat Guus van P. zojuist door de gemeentepolitie van Buisdorp is klemgereden en onderweg is naar het bureau. Daar heb ik zelf ook een keer gezeten.
Op een novemberdonderdag te omstreeks 23.00 uur keerde ik, nadat ik in een Leids grand café vier espresso’s gedronken had, terug in mijn woon- en verblijfplaats. Op mijn adres aangekomen moest ik constateren dat alle voordedeurse parkeerplaatsen ingenomen waren, zodat ik mij genoodzaakt zag mijn automobiel in een naburige zijstraat onder te brengen.
Ik sliep die nacht niet lekker: in de betreffende zijstraat was een cafetaria gevestigd waar jongeren vaak tot ver na middernacht lamlendig bier lurkten. Als het geld of het bier of beide op waren en ze maar weer gingen, lieten ze in de zijstraat een spoor van baldadigheid achter. Antennes van auto’s werden omgetrokken, lak werd bekrast – je mag het jongeren op weg naar volwassenheid niet aanrekenen, maar het zal je auto maar zijn.
De volgende dag reed ik mijn ongemolesteerd gebleven auto naar een veiliger parkeerhaven, die ik vanachter het raam in de gaten kon houden. Twee dagen nadien stond er een wasbeurt op het programma. Ik sponsde losjes de rechterhelft van het dak af, de rechterhelft van de voorruit, de rechterzijruiten en de achterruit, en wilde verdergaan met de linkerhelft van het dak, en zag toen dat de linkerbuitenspiegel was gemold. En die van de auto ervoor ook! En die van de volgende ook!
Daar sta je dan met je emmer water. De spiegels hingen erbij als geknakte vogelvleugels. Het was halfelf. De andere belaagde auto’s, van wie waren ze? De ene was een oude Lada, de andere een oude Volvo. Ik nam de nog halfvolle emmer op en liep naar het dichtstbijzijnde portiek en belde op goed geluk aan. Er werd niet opengedaan – waarschijnlijk had men na een blik door het deurraampje geconcludeerd dat ik een Jehovah’s getuige was die met zijn emmertje huis aan huis kwam dopen.
Ik belde het nieuwe politiebureau aan de Slachthuislaan. Voorheen had het corps zich moeten behelpen met een keetachtig onderkomen dat op zondag niet bemand werd, zodat meestal op die dag het bushokje ertegenover door passerende voetballiefhebbers van het glas ontdaan werd. De agent die ik aan de lijn kreeg zei dat ik maar langs moest komen om aangifte te doen.
Het nieuwe gebouw had automatisch openschuivende toegangsdeuren. Ernaast hingen opsporingsbiljetten, in de hal stond een frisdrankautomaat.
De deur achter de balie ging open. Een tevoorschijn komende ongeüniformeerde man vroeg of hij mij kon helpen.
‘Ik kom aangifte doen,’ zei ik gewichtig.
‘Er komt zo iemand bij u. Neemt u maar plaats.’
Na een paar minuten ging de deur opnieuw open, ditmaal verscheen er een man in uniform. Hij was vrij fors van postuur en intimiderend van oogopslag. Ik volgde hem naar een kamertje. Het bevatte behalve een klein bureau en twee stoelen een grote verrijdbare kapstok. De agent moest zich in bochten wringen om te kunnen plaatsnemen. Toen ik dat tegenover hem gedaan had kon de deur niet meer dicht.
‘Kent u de daders?’ was de eerste vraag na mijn mededeling dat mijn linkerbuitenspiegel het doelwit was geweest van baldadigers. Nee, dat genoegen had ik niet.
De agent had een computer voor zich staan. Ik geloof dat hij het niet geweldig leuk vond om met een computer te moeten werken – het kon ook gewoon zo zijn dat hij helemaal niets geweldig leuk vond, ook mij niet.
Toen hij drie vragen gesteld had voelde ik me als een verdachte die op het punt staat door te slaan, en gaf op zijn volgende vragen afwisselend antwoord met een behoedzaam ‘Jazeker’, ‘Inderdaad’, ‘Dat zou ik u niet precies kunnen zeggen’ en ‘Daar staat mij op dit moment niets van bij.’
Stel je voor dat de eigenaren van de beide andere auto’s straks ook aangifte kwamen doen, en dat mijn verklaring op essentiële punten van de hunne afweek, en dat ik dan in dit kamertje moest terugkomen, en dat de deur dan wel dicht kon maar niet meer openging!
De agent draaide de monitor naar mij toe, opdat ik kon controleren of hij mijn aangifte correct had weergegeven. Ja hoor, vakwerk.
‘Dan ga ik het hiernaast even printen.’
Na gemanoeuvreer met de verrijdbare kapstok, het leek wel stijldansen, konden we het kamertje verlaten. De agent verdween door de deur achter de balie.
In de hal bevonden zich een man en een vrouw van allebei een jaar of vijftig. Vooral de man was laaiend, niet alleen omdat ze hier al tien minuten hadden moeten wachten zonder geholpen te worden. Hij had de auto tegenover de kerk geparkeerd en na het kerkbezoek opengebroken aangetroffen: radio eruit, jas eruit. En geen mens die het alarm had horen afgaan.
Het is dat ze net uit de kerk kwamen – ik kon aan de man zien dat hij graag hartgrondig gevloekt had. Op klaarlichte dag, op zondag nota bene, je auto opengebroken terwijl er weer geen politie te bekennen was. Terwijl er zelfs op dit politiebureau geen politie te bekennen was! Was het geen schande?
Ik vind ook altijd alles een schande. Dit bijvoorbeeld: op de balie lag open en bloot, voor iedereen grijpbaar, een map met autopapieren!
‘Moet u eens kijken,’ zei ik tegen de man, terwijl ik demonstratief in de papieren bladerde. ‘Is toch niet te geloven. De politie laat persoonlijke autopapieren rondslingeren die iedereen zomaar in kan zien!’
‘Die papieren zijn van mij,’ zei de man.
De deur achter de balie ging weer open. De agent verzocht om geduld.
‘Er is iets mis met de printer.’
Nadat er zeker vijf minuten verstreken waren mocht ik het kamertje weer in om de verklaring te ondertekenen.
‘Heeft u een pen bij u?’ vroeg de agent, half klem tussen bureau en verrijdbare kapstok. ‘Nee? Dan haal ik er wel een.’
Ik las intussen het proces-verbaal. Het zag er heel behoorlijk uit, de weergave van mijn woorden: ‘Ik zag dat de scherven van de vernielde spiegel aan de andere zijde van de geparkeerde auto’s (op het fietspad) was gegooit.’
Het proces-verbaal besloot met: ‘Aan niemand was het recht of toestemming gegeven voor het plegen van dit delict.’
Om zich niet nog een keer naar binnen te hoeven wringen reikte de agent me vanuit de deuropening een pen aan. Ik tekende en verliet het bureau. De daders zijn nooit gepakt, wel droomde ik in de week na de aangifte dat mijn auto gestolen was, en dat ik mij, toen ik daarvoor op het bureau kwam, helemaal moest uitkleden!

[Muziek: Buisdorper Dorpsmuzikanten Hannesz en Jannesz – Freight Train]

RICARDO BION
Presentator:
Hannesz en Jannesz, de Buisdorper Dorpsmuzikanten, met Freight Train, live vanuit de studio. Zoals u wellicht weet beginnen aanstaande zaterdag de regionale straatmuziekdagen, die duren van 17 november tot en met 3 april. Ongetwijfeld komt u Hannesz en Jannesz bij u in de straat tegen, ze maken een tournee langs Buisdorp, Bokkerzwaag, Zeevenslooten, Vrouwezeeghe en Grooterwaal. Esmeralda, hoe staat het met het belspelletje? Is het woord Hemoglobine nou al geraden?

Esmeralda:
Bijna. Er hebben in de laatste tien minuten twaalf mensen gebeld. En eentje heeft het bijna geraden, die zei Hemo… En toen was waarschijnlijk het beltegoed op.

Presentator:
We moeten streng zijn, het hele woord moet geraden worden, anders zou het te makkelijk zijn. Blijft u vooral bellen, het woord dat u moet raden is Hemoglobine. Voor de volgende gast aan het woord komt moet ik melding maken van een ontwikkeling die de uitzending volledig in de soep dreigt te laten lopen, nadat die eerder al grotendeels in het water was gevallen. Dat hebben we andermaal te danken aan burgemeester Noten, die niet alleen roet in het eten gooide met betrekking tot onze carnavalsonderwerpen, maar die bovendien zojuist heeft laten weten dat hij vertraagd is en pas aan het einde van het tweede uur in de studio kan zijn. Dringende zaken de gemeente betreffende zijn daar de oorzaak van, zo drukte hij het uit. We gaan maar gewoon verder.
Eerder dit jaar was de Buisdorpse socioloog Ricardo Bion bij ons te gast. Hij gaf bij die gelegenheid toelichting op het onderzoek dat hij gedaan had naar cohabiteren in Buisdorp. Cohabiteren is de wetenschappelijke term voor neuken, het komt op hetzelfde neer: op en neer dus, u weet wel. En anders kijkt u het maar na op Wikipedia. Geen idee wat de uitkomst van dat onderzoek naar het cohabiteren ook al weer was, maar wie erin geïnteresseerd is kan het volledige onderzoeksrapport als pms-bestand downloaden van www.buisdorp.com. Ricardo Bion is vanavond aanwezig om een nieuw onderzoek te presenteren, een onderzoek naar de taakverdeling tussen man en vrouw in een gezin.

Ricardo Bion:
Een Buisdorps gezin.

Presentator:
Uiteraard. Ik geef u enkele cijfers uit Ricardo’s onderzoek: in 81% van de relaties neemt 78% van de volwassen mannen in 84% van de gevallen slechts 22% van de huishoudelijke taken op zich, in gezinnen waarvan 100% van de vrouwen zich in ten minste 94% van de situaties door hooguit 51% van de aanwezige kinderen laat assisteren (21%) of deels assisteren (33%) bij het verrichten van ten hoogste 41% van de genoemde huishoudelijke taken. Daarbij niet meegerekend zijn de huishoudelijke taken die de facto buitenshuis (17%) gedaan moeten (98%) of mogen (2%) worden, zoals boodschappen doen (99,7%) en het bezoeken van de wasserette (0,3%). Om en nabij de 95% van de betreffende vrouwen (55%) en moeders (45%) is voor 150% van mening dat in dezen hun partner in gebreke blijft en de handen (2) meer zou moet laten wapperen. Ricardo Bion, dat zijn cijfers die er niet om liegen. Het kan haast niet anders, of in veel Buisdorpse gezinnen zijn conflictsituaties aan de orde van de dag.

Ricardo Bion:
Dat kan je wel zeggen. Als bovendien de druiven zuur zijn is het in die gezinnen kwaad kersen eten.

Presentator:
Licht dat eens toe.

Ricardo Bion:
Nou, neem het bereiden van de avondmaaltijd, waar in de eenentwintigste eeuw de meeste werkende vrouwen nog altijd voor opdraaien. Als de man ongenegen is die zorgtaak op zich te nemen, als hij zogezegd zijn eigen boontjes niet wil doppen, dan zijn in veel huishoudens de rapen gaar en dan zit per saldo het hele gezin met de gebakken peren.

Presentator:
Of juist niet. Wacht, ik krijg net weer iets door de regie aangereikt…

Ricardo Bion:
Als we het hebben over een ideale gezinssituatie…

Presentator:
Hou nou even je snater. Wat is dit voor bericht… Over rapen die gaar zijn gesproken. Dames en heren, tante Verlepta, de oudste hoer van Buisdorp, laat weten dat zij helaas niet naar de studio kan komen. Dit in verband met een klant. De zaken gaan kennelijk voor het meisje.

Ricardo Bion:
In een ideale gezinssituatie, waarin de taken tot ieders tevredenheid verdeeld zijn, is er veel minder kans op…

Presentator:
Man, wat kan mij dat nou verrotten. Ja, sorry hoor, maar ik heb er ineens helemaal geen zin meer in. Klotezooi. Ik zal blij zijn als ik straks in m’n nest lig. Het programma is compleet naar de haaien. Het script kan ik net zo goed wegmieteren. We lullen gewoon de tijd vol met kletspraat, wat kan ons het schelen. Heb je misschien een hobby of zo, dat we het daar over hebben?

Ricardo Bion:
Mijn grootste hobby is vliegen.

Presentator:
Ah, kijk, dat zal de luisteraars interesseren. Vlieg je zelf, met een zweefvliegtuig of zo? Lijkt me doodeng, vooral het landen, als dat überhaupt al lukt. Waar vlieg je zoal naartoe? Ik moet ineens denken aan Pietje Bell gaat vliegen.

Ricardo Bion:
Nee, ik bedoel vliegen en insecten. Dat is mijn grootste hobby.

Presentator:
Vliegen en insecten. Daar weet je veel van.

Ricardo Bion:
Van vliegen en insecten weet ik bijna alles wat er te weten is.

Presentator:
Zo. Hoeveel van die beesten zijn er?

Ricardo Bion:
Er zijn op aarde ongeveer tienduizend miljoen soorten vliegen.

Presentator:
Per dag.

Ricardo Bion:
Per dag?

Presentator:
Dus eendagsvliegen meegerekend. Dat er zeg maar de volgende dag weer nieuwe eendagsvliegen in omloop komen.

Ricardo Bion:
Ja ja.

Presentator:
En zo’n getal dat je noemde van wat was ’t…

Ricardo Bion:
Tienduizend miljoen.

Presentator:
Is dat alleen vliegen of ook insecten?

Ricardo Bion:
Dat wisselt.

Presentator:
Dus vliegen en insecten hebben net als mensen melktanden.

Ricardo Bion:
Dat zou ik thuis moeten opzoeken.

Presentator:
Daar hebben we nu niets aan. Heb je misschien nog een andere hobby waar we de luisteraar mee in extase kunnen brengen?

Ricardo Bion:
Mijn op een na grootste hobby is opera. Ik zit in een operakoor. Zal ik eens wat laten horen?

[Muziek: Elvis Presley – If You Don’t Come Back]

VOORDELIG BEGRAVEN
Presentator:
Elvis, If You Don’t Come Back, opgenomen op 21 juli 1973 in de legendarische Stax Studios in Memphis, Tennessee. Het is tijd geworden voor de consumentenrubriek – nee, ik geef u eerst de uitslag van het Dyslexiedictee van oktober, dat nog geschreven is door Jan Wolkers. Het is gewonnen door Herbert Viraal uit Zeevenslooten: hij maakte de meeste fouten. Het waren er zoveel dat hij aan de leiding gaat bij de verkiezing van Dyslecticus van het jaar. In het Dyslexiedictee van oktober maakte Herbert onnoemelijk veel fouten. Ik geef u enkele van zijn vondsten: ‘scheepsmagnaat’ zette hij op papier als ‘schaapsmagneet’, ‘Windows 98’ werd bij hem ‘Windhoos ach en wee’, de uitdrukking ‘in gepeins verzonken’ schreef hij als ‘in gepenis verzonken’, van ‘naaigaren’ maakte hij ‘gaar naaien’ – nog pikant ook. Veel lof had de jury voor het door Herbert in zijn dyslectische onnozelheid gecreëerde ‘stoma altijd’ – ‘stoma altijd’, dat is wat hij bakte van het dyslexiedicteewoord ‘stoommaaltijd’. Werkelijk een dyslectische topprestatie, als je erin slaagt van ‘stoommaaltijd’ ‘stoma altijd’ te maken. Hulde, Herbert Viraal uit Zeevenslooten! Dan nu onze wekelijkse consumentenrubriek, waarin we tips geven op het gebied van voordelig consumeren. Voor het geval dat u die uitzending heeft gemist: vorige week hadden we het over melk. Sommige mensen kopen ten onrechte halfvolle of zelfs magere melk. Veel voordeliger is het om volle melk te kopen, en die naar behoefte aan te lengen met water, dan heb je ook halfvolle of magere melk, maar tegen een veel lagere prijs. Vanavond gaan we het hebben over voordelig begraven, en we doen dat met Arthur Nageldraaier.

Arthur Nageldraaier:
Welkom.

Presentator:
Nee, dat moet ik zeggen.

Arthur Nageldraaier:
Neem me niet kwalijk.

Presentator:
Arthur, welkom!

Arthur Nageldraaier:
Insgelijks.

Presentator:
Voordelig begraven in Buisdorp – eerst even over begraven in z’n algemeenheid. Gaan er veel Buisdorpenaren dood?

Arthur Nageldraaier:
Op den duur gaan ze allemaal dood.

Presentator:
Aha. Het lijkt me dat het onderwerp Voordelig begraven dan alle luisteraars moet aanspreken. Goed. Arthur, wat kost gemiddeld een begrafenis?

Arthur Nageldraaier:
Bij een onvoordelige begrafenis moet men rekenen op zo’n zesduizend euro aan diverse kosten. Transport van het overschot per lijkwagen naar de aula, het vervoer van nabestaanden per limousine naar dezelfde locatie, de aansluitende teraardebestelling c.q. crematie. En dan natuurlijk de afsluitende slappe koffie en kleffe cake. Dat kan gigantisch in de papieren lopen.

Presentator:
Maar dat hoeft niet.

Arthur Nageldraaier:
Welnee. Het enige waar nabestaanden mee te maken hebben zijn de bepalingen in de Wet op de lijkbezorging. Een overschot moet binnen zoveel tijd hetzij begraven hetzij gecremeerd zijn. Logisch ook, want voor je er erg in hebt komt het vlees los van de botten, het lekt aan alle kanten, en dat gaat ook nog eens gepaard met een onvoorstelbare stank. Maar voor de rest is men in praktisch alles vrij.

Presentator:
Toch moet een overschot vervoerd worden naar de begraafplaats, het crematorium.

Arthur Nageldraaier:
Inderdaad, maar de Wet op de lijkbezorging rept met geen woord over de wijze waarop dat transport dient te geschieden. Men kan ook met eigen vervoer komen.

Presentator:
Ja, de nabestaanden. Maar het lijk toch niet?

Arthur Nageldraaier:
O jawel.

Presentator:
Hoe moet ik me dat voorstellen? Zo’n lijk is stijf, dat zet je niet huppekee op de achterbank.

Arthur Nageldraaier:
Dat is een misverstand. De rigor mortis, de lijkverstijving waar het overschot mee te maken krijgt, verdwijnt na een paar dagen weer. Je kunt een overledene makkelijker dubbelvouwen dan iemand die nog leeft. Dus ja, zet ’t lijk gewoon naast de bestuurder, zou ik zeggen, kost niks. Er is altijd wel iemand die een auto met een open dak heeft. Of stel dat iemand komt te overlijden tijdens het carnaval.

Presentator:
Dat gaat niet door.

Arthur Nageldraaier:
Nee goed, ik bedoel het hypothetisch. Wel, dan kun je overwegen de stoet met rouwenden te laten aansluiten bij een carnavalsoptocht. Zet de overledene een gek hoedje op, het hoeft niet met alle geweld plechtig. De Wet op de lijkbezorging wijdt daar geen bepalingen aan, al denken veel mensen dat.

Presentator:
Goed, dus op de kostenpost Vervoer kan flink bezuinigd worden. Zijn er verder nog dingen waar je op kunt bezuinigen? Rouwkaarten, misschien?

Arthur Nageldraaier:
Ja natuurlijk, weggegooid geld. Rouwkaarten zijn niet meer van deze tijd. Je kunt toch ook een sms’je sturen?

Presentator:
Noem nog eens wat.

Arthur Nageldraaier:
Het huren van de aula. Nergens in de Wet op de lijkbezorging wordt ook maar gesuggereerd dat zo’n plechtigheid zich in een aula dient te voltrekken. Je kunt zonder dat dat kosten met zich meebrengt een uitvaartplechtigheid in de open lucht houden, op het terrein van de begraafplaats. Je staat daar met z’n allen om het lijk heen – een kist is trouwens een kostenpost die wat mij betreft geschrapt kan worden – en dan houdt iemand een praatje. En vervolgens draag je het lijk met een mannetje of wat naar het graf of geeft het af bij het crematorium. Het delven van een graf is ook iets wat de nabestaanden zelf voor hun rekening kunnen nemen, dat hoeft volgens de Wet op de lijkbezorging niet per se door een bevoegde grafdelver gedaan te worden. Er is altijd wel iemand in de familie te vinden die een beetje met een schep overweg kan.

Presentator:
De slappe koffie en de kleffe cake.

Arthur Nageldraaier:
Zelfde laken een pak. Mensen gaan toch ook picknicken? Ik zou zeggen, zorg zelf voor wat broodjes, voor een thermosfles koffie. Het hoeft allemaal heus niet veel te kosten.

Presentator:
Geen zesduizend euro.

Arthur Nageldraaier:
Welnee. Ik denk dat je met vijftig euro een heel eind komt.

Presentator:
Nou, dat lijkt me goed nieuws voor de luisteraars. Dank je wel, Arthur Nageldraaier, en tot volgende week.

Arthur Nageldraaier:
Graag gedaan. O, zou ik misschien een plaatje mogen aanvragen?

Presentator:
Uiteraard.

Arthur Nageldraaier:
Ik zou graag Latijns-Amerikaanse muziek horen, kan dat? Maar dan echt authentieke Latijns-Amerikaanse muziek.

Duke Ellington:
We have a request for some real genuine authentic Latin American music. Now this will not be a mambo, a cha cha… cha, a rhumba, a merengue-ita. This will be a genuine original synthetic hybrid. Sam Woodyard! A little slow… You know, this is authentic. Listen to this.

[Muziek: Duke Ellington – Caravan]

TWEEDE UUR
INTRODUCTIE TWEEDE UUR
Presentator:
Welkom terug bij deze speciale aflevering over carnaval in Buisdorp, die niet gewijd is aan het carnaval in Buisdorp, omdat zoals u in het nieuws van negen uur hoorde burgemeester Noten heeft besloten dat het carnaval geen doorgang zal vinden. Wij hopen hem daarover later in dit uur aan de tand te voelen. Nu ander belangrijk nieuws, het straatnieuws. Aan de telefoon is straatnieuwsverkoper Robert Donkers.

STRAATNIEUWS
[Geïmproviseerd interview]

Presentator:
Tot zover het straatnieuws. Tot zover ook de straat en zelfs de stad: we verlaten de regio, we verlaten het land, we verlaten het werelddeel en we begeven ons voor een paar minuten in de wildernis.

[Muziek: The Oystercatchers – The Wilderness]

PROFESSOR BOMBA EN MAMA BIMBA
Presentator:
The Wilderness, van The Oystercatchers. Prachtig gezongen door Suzanne Barbieri. Zij werd begeleid door onder anderen haar echtgenoot Richard Barbieri en door Steve Jansen en Mick Karn, alle drie voorheen van de groep Japan. Professor Bomba, het grote Afrikaanse medium, welkom in de uitzending. De wildernis zal voor u geen onbekend gebied zijn.

Professor Bomba:
Nee, grote meneer Martin van de radio. De wildernis is het domein van de geesten in het donkere Afrika waar professor Bomba vandaan komt.

Mama Bimba:
Kraai!

Presentator:
Daar is ook uw moeder weer, mama Bimba, ze zit als gewoonlijk bij u op schoot. In de negentig, maar nog altijd in uw nabijheid.

Professor Bomba:
Mama Bimba is altijd bij professor Bomba.

Mama Bimba:
Fuut!

Presentator:
Ze maakt vogelgeluiden.

Professor Bomba:
Mama Bimba is net terug van een geestelijke reis door het dodenrijk, grote meneer Martin van de radio. Ze is gisteravond teruggekeerd, op de vleugels van de raaf des doods.

Mama Bimba:
Kraai!

Presentator:
Die raaf klonk als een kraai. Uw moeder was weer even dood?

Professor Bomba:
Nee, mama Bimba heeft een geest die zich graag begeeft tussen de geesten in het rijk van de dood. Maar ze komt telkens weer terug bij professor Bomba om onder de levenden te verkeren.

Presentator:
Dat is prettig, dan heeft u dus niet te maken met begrafeniskosten.

Professor Bomba:
Nee, grote meneer Martin van de radio. Maar ooit komt er een dag dat mama Bimba voorgoed uitvliegt, en dan wordt zij gehaald door de raaf des doods.

Mama Bimba:
Kwaak!

Presentator:
Of een eend. Ik heb wel eens iets gelezen over de eend des bederfs, bestaat die echt?

Professor Bomba:
Jawel, die bestaat.

Presentator:
En de roodborst van de moeraskoorts?

Professor Bomba:
Die bestaat ook.

Presentator:
En de pinguïn der ontbinding?

Professor Bomba:
Alles bestaat, grote meneer Martin van de radio.

Presentator:
Behalve dan het carnaval, dat gaat in Buisdorp niet door. Bent u bekend met carnaval?

Professor Bomba:
Carnaval in Afrika, dat is het feest van de geesten van gestorvenen die drie dagen en nachten lang bezit nemen van de levenden. Zij richten een gruwelijk dansfeest aan. Geschiedt dat in uw Buisdorp ook?

Presentator:
Min of meer. Vrij gruwelijk, althans. Het is soms net Saving Private Ryan.

Mama Bimba:
Huuu!

Presentator:
Wat u zegt. Professor Bomba, de wildernis waar ik het zojuist over had – daar bent u in opgegroeid.

Professor Bomba:
De wildernis is de bakermat van de geweldige gaven van professor Bomba. Daar komt zijn enorme geestkracht vandaan.

Presentator:
Kunt u een voorbeeld geven van die enorme geestkracht?

Professor Bomba:
Zeker kan ik dat, grote meneer Martin van de radio. Die geestkracht is zo onuitputtelijk enorm, dat professor Bomba jarenlang als de sterkste man van de wildernis bekendstond.

Mama Bimba:
Kras!

Presentator:
Dat is zeker kras.

Professor Bomba:
Rustig maar mama Bimba, uw geest mag vannacht weer een paar uur vliegen op de vleugels van de raaf des doods.

Mama Bimba:
Kraai!

Presentator:
Voordat we met mama Bimba in een ornithologische discussie belanden – kunt u, professor Bomba, nog wat vertellen over de tijd dat u bekendstond als de sterkste man van de wildernis?

Professor Bomba:
Zeer zeker, grote meneer Martin van de radio. Professor Bomba vocht met luipaarden en olifanten, met slangen en krokodillen. Professor Bomba was in zijn jonge jaren zo sterk, dat hij met gemak zichzelf kon optillen.

Presentator:
Toe maar. En tegenwoordig?

Professor Bomba:
Tegenwoordig is dat veel minder. Het maximale gewicht dat professor Bomba momenteel kan tillen is zestien ton.

Presentator:
Zestien ton?

Professor Bomba:
Zestien ton.

[Muziek: Tom Jones – Sixteen Tons]

WEER OP HET BUREAU
Presentator:
Sixteen Tons, vooral bekend van Tennessee Ernie Ford, maar zoals u hoorde kon Tom Jones er ook wat van. Zijn versie werd opgenomen op 16 januari 1967. De single kwam op 24 maart van dat jaar de Engelse hitlijst binnen, bereikte de derde plaats en hield 49 weken stand. Het nummer stond op de elpee Green, Green Grass Of Home, die op 24 maart 1967 uitkwam, op dezelfde dag dus als de single. Ik ga daar zo gedetailleerd op in omdat ik bang ben dat we qua tijd in grote problemen gaan komen. Burgemeester Noten is er nog niet, we moeten maar afwachten of hij wel komt, en voor de geannuleerde carnavalsconference van Arie Wietzen hadden we twintig minuten uitgetrokken. Esmeralda, hoe is het momenteel met Arie? Heb je nog wat van hem gehoord?

Esmeralda:
Ja, hij belde net. Hij drinkt slappe thee en hij eet kaneelbeschuit. Hij wilde weten hoe het staat met z’n honorarium. Krijgt hij dat gewoon?

Presentator:
We werken volgens het principe no cure, no pay.

Esmeralda:
Dus ik kan zeggen dat hij betaald wordt als hij weer beter is.

Presentator:
Kan je doen. Eens kijken, wat is wijsheid… Laat ik een samenvatting van het voorafgaande geven, voor de luisteraars die later of helemaal niet hebben ingeschakeld. We begonnen de uitzending met een interview met vader Balthazar, de bisschop van Buisdorp.

Vader Balthazar:
Zeker, mijn zoon. Wat wilde je weten van vader Balthazar?

Presentator:
Nee, ik zeg alleen maar dat ik u geïnterviewd heb, ik ga u niet nog een keer interviewen.

Vader Balthazar:
Ach, dat haddet ge best mogen doen, hoor.

Presentator:
Ja, maar dat doe ik dus niet. Daarna kwam de Buisdorpse tobcrimineel Guus van P. aan het woord. Zoals ik eerder al zei is die naderhand door de gemeentepolitie van Buisdorp in de kraag gevat en overgebracht naar het bureau… Had ik trouwens al verteld dat ik zelf ook een keer op het bureau heb gezeten?

Vader Balthazar:
Dat staat vader Balthazar nog helder voor de geest. Gelukkig bent ge op tijd tot inkeer gekomen, mijn zoon.

Presentator:
Nou, het gekke is, ik heb nog een keer op het bureau gezeten. Dat was helemaal een rare geschiedenis.
Vijf jaar geleden bestond er nog geen legitimatieplicht, maar als je in je auto stapte moest je wel een rijbewijs bij je hebben. Het mijne bewaarde ik tezamen met verwante documenten in een mapje. Die ochtend moest ik wat in dat mapje stoppen of er wat uit halen, en ontdekte zo dat het rijbewijs en de papieren er niet in zaten. Dan zaten ze hoogstwaarschijnlijk ergens anders in, redeneerde ik. Ik doorzocht een paar jaszakken: niets. Ik doorzocht diverse broekzakken: niets. Rijbewijs en autopapieren weg! Ik zou aangifte moeten gaan doen, maar eerst naar mijn werk – met de auto slechts 1400 meter, hopelijk was er geen verkeerscontrole.
Op elk kantoor werkt wel een bijzonder figuur, bij ons wemelde het ervan. Zo was er iemand die aan de monitor van zijn pc een antenne had bevestigd, waarmee hij beoogde de buitenaardse beschavingen die achter hem aan zaten op een dwaalspoor te brengen. Een veelvuldig verwarde vrouw op leeftijd bracht haar vrije tijd door op een volkstuin, waar zij bezeten bezig was met het uit de grond stampen van druiven en het tot bloei brengen van botanische buitenissigheden. Ook werkte er bij ons een briljante zonderling. Hij deed het simpelste werk dat er bestond, maar kon dankzij zijn sublieme brein in de avonduren een universitaire opleiding volgen. Zijn afstudeerscriptie werd door de professoren helaas als onvoldoende beoordeeld: ze stuurden hem op een aanvullende buitenlandse stage. Tijdens een meer dan barre herfst was de collega met een speciaal daarvoor aangeschafte gammele camper naar Duitsland gereden, en had in die camper op het parkeerterrein van de universiteit overnacht, waarbij hij om warm te blijven de motor liet draaien.
Inderdaad, een merkwaardig verhaal, maar we raakten er op den duur aan gewend dat hij merkwaardige verhalen vertelde. Hij leed aan een ernstige rugkwaal en zou een levensbedreigende operatie moeten ondergaan. Er was landelijk maar één chirurg te vinden die zoiets aandurfde. Een uitzichtloze situatie – totdat de collega op een dag vertelde dat een ‘kraker’ hem in enkele handomdraaien van de kwaal verlost had.
Sindsdien had hij alleen nog veel last van de pen die er in een van zijn tenen zat. Die pen maakte dat het lopen hem zwaar viel. We keken er dus wel een beetje van op toen hij aankondigde dat hij in opdracht van een museum een reis naar een verre onherbergzame streek ging ondernemen, waar hij voor een fotoreportage met tachtig kilo bepakking te voet vele tientallen kilometers ging afleggen, zich voedend met wat er uit de grond gegroeid kwam.
Op een gegeven moment kreeg iemand genoeg van de wilde verhalen en belde het museum op. Daar bleek men onze wereldreizende collega niet te kennen. Een ziekelijk fantast dus, maar toen ik zonder rijbewijs en autopapieren op het werk arriveerde was dat nog niet concernbreed bekend.
‘M’n rijbewijs en m’n autopapieren zijn foetsie,’ zei ik bij de koffieautomaat tegen de fantast.
‘Dat is niet zo best,’ zei de fantast. ‘Dan moet je een nieuw kentekenbewijs aanvragen. En een nieuwe kentekenplaat. Voordat je auto weer de weg op mag moet-ie gekeurd worden. In Veendam.’
Veendam? Hoe kreeg ik mijn auto in Veendam als-ie de weg niet op mocht? Laten slepen? Totaal gedesillusioneerd reed ik in de pauze naar huis, en keerde daar voor de zekerheid alle jas- en broekzakken binnenstebuiten. Er zat niets anders op: ik moest aangifte gaan doen van vermissing. De auto kon ik wel afschrijven. Hij was minder waard dan slepen naar Veendam zou kosten, nog afgezien van de herkeuring.
Op het politiebureau werd ik naar een kamertje gebracht waar een politieagente me meelevend aanhoorde, waarna zij via de computer een enorm formulier begon in te vullen. Ik zat zeker een halfuur bij haar in dat kamertje.
‘Een nieuw rijbewijs is een dure grap,’ zei ik. ‘En dan ook nog m’n auto laten herkeuren.’
‘Hoe bedoelt u?’ zei de agente.
‘Voordat-ie de weg weer op kan. Vanwege de nieuwe kentekenplaten. Helemaal naar Veendam laten slepen.’
‘Welnee, u haalt gewoon bij het postkantoor een formulier voor aanvraag van een kentekenbewijs, dat is alles.’
Bij het postkantoor viste ik het formulier uit het rek, bij het stadsdeelkantoor nam ik een aanvraagformulier voor een nieuw rijbewijs mee. Wanneer had ik het rijbewijs en de autopapieren voor het laatst in handen gehad? vroeg ik me op de terugweg af. Het antwoord schoot me meteen te binnen: toen ik naar Engeland geweest was, een paar maanden geleden. Ik parkeerde ’s morgens vroeg op Zestienhoven, nam het vliegtuig naar Londen, vloog ’s avonds terug en reed weer naar huis. Het rijbewijs en de autopapieren had ik in mijn rugzak opgeborgen. En daar zaten ze nog steeds – evenals het paspoort, waarvan ik nog niet eens gemerkt had dat ik het kwijt was.
De volgende ochtend liep ik met gebogen hoofd naar het politiebureau om de aangifte ongedaan te maken. God weet hoeveel man ze op de zaak hadden gezet. Ik ging naar binnen met het voorgevoel dat ik dit keer aanmerkelijk langer dan een halfuur in dat kamertje zou moeten zitten.

[Muziek: Buisdorper Dorpsmuzikanten Hannesz en Jannesz – Six O’Clock]

STOTTERSTAND-UPPER
Presentator:
Het is 22.21 uur, u hoorde Six O’Clock van Hannesz en Jannesz, de Buisdorper Dorpsmuzikanten, voor de tweede keer live vanuit de studio. Ik overdrijf niet als ik zeg dat zij een van de meest gerenommeerde straatmuziekcombo’s uit de regio zijn. U hoorde Hannesz zingen, Jannesz speelde tegelijkertijd gitaar en bas. Zoals in het eerste uur al gezegd: u komt Hannesz en Jannesz ongetwijfeld tegen tijdens de regionale straatmuziekdagen, die duren van 17 november tot en met 3 april. Hetzij in Bokkerzwaag, hetzij in Zeevenslooten, hetzij in Vrouwezeeghe, hetzij in Grooterwaal.
U bent natuurlijk net zo benieuwd als ik hoe het staat met het belspelletje. Er was meen ik 20.000 euro in kas. Esmeralda, is het woord Hemoglobine al geraden?

Esmeralda:
Dat zou kunnen.

Presentator:
Hoe bedoel je?

Esmeralda:
Ik heb Arie de hele tijd aan de telefoon gehad, er kon niemand tussen komen.

Presentator:
Wat had Arie allemaal te vertellen, dan?

Esmeralda:
Waar alles ligt, voor zijn begrafenis. De begrafenispolis en zo. Hij heeft niet alleen diarree, hij geeft ook over. Hij loopt aan alle kanten leeg. Hij zei dat zijn hoofd het niet meer doet.

Presentator:
Laten we hopen dat we niet ook nog moeten meemaken dat Arie tijdens de uitzending komt te overlijden. We werden in het eerste uur geïnformeerd over de mogelijkheden van voordelig begraven, dat is dan weer een geluk bij een mogelijk ongeluk. Goed, Arie is van de lijn, u kunt weer bellen als u denkt dat u het woord Hemoglobine geraden hebt. Verder met de uitzending. Het begint hier een zooitje te worden met briefjes van de regie, ik ben eerlijk gezegd de draad een beetje kwijt. Er heeft iemand plaatsgenomen, die zal ik waarschijnlijk moeten interviewen. Wie bent u?

Desiderius van der Verwellevel:
Desiderius van der Verwellevel.

Presentator:
En u bent hier in welke hoedanigheid?

Desiderius van der Verwellevel:
Ik ben stotterstand-upper.

Presentator:
O ja, ik heb u hier liggen, qua aantekeningen. Desiderius van der Verwellevel. U treedt op als stotterende stand-upper.

Desiderius van der Verwellevel:
Ik kan wel zeggen: met aanzienlijk succes.

Presentator:
Wat voor programma brengt u?

Desiderius van der Verwellevel:
Het geijkte stand-uprepertoire. Dat gaat van keiharde schoonmoedergrappen tot dijenkletsers op het gebied van afnemend seksueel vermogen bij mannen van middelbare leeftijd. Viagra, menopauze, aambeien, de hele reut. Een vrij onafzienbaar spectrum van items waarbij geen doelgroep veilig is voor mijn in azijn gedrenkte scherpe tong.

Presentator:
En het gaat om een avondvullend programma.

Desiderius van der Verwellevel:
Daar draait het minimaal op uit. Ik heb voor een uur tekst, maar door het stotteren wil het wel eens drie, vier uur worden. Bij andere stand-uppers lopen ze de zaal uit als het gebodene te grof is, bij mij omdat ze de laatste bus moeten halen.

Presentator:
Hoe bent u op het idee gekomen om als stotterstand-upper het theater in te gaan?

Desiderius van der Verwellevel:
Als kind werd ik enorm gepest omdat ik stotterde. Achteraf zeg je: daar had je je niks van moeten aantrekken, daar had je boven moeten staan. Maar vergeet niet dat pesten diepe wonden kan slaan bij een kind. Je kunt je als stotteraar niet verweren. Je kunt niks terugzeggen, want je stottert. Als je wat terugzegt dan lachen ze nog harder. Enfin, die wonden helen niet, die blijven vers. Ik dacht op een gegeven moment: ik ga het theater in. Geef ze een koekje van eigen deeg. Want als het publiek lacht ga ik nog erger stotteren.

Presentator:
U stottert dus nog steeds?

Desiderius van der Verwellevel:
Ik stotter gigantisch.

Presentator:
Maar we zitten nu al een tijdje te praten en u hebt nog niet een keer gestotterd!

Desiderius van der Verwellevel:
Dat is het gekke: ik stotter alleen als ik tegenover een groep mensen sta. Vroeger waren het de kinderen op het schoolplein die om me heen stonden, dan kwam ik met geen mogelijkheid uit mijn woorden. En tegenwoordig is het als ik voor een volle zaal sta. Hoe meer publiek er is, hoe langer de voorstelling duurt.

Presentator:
En als u met mij praat heeft u geen last van stotteren.

Desiderius van der Verwellevel:
Absoluut niet. Als het gesprek een-op-een is stotter ik niet.

Presentator:
Het maakt u ook niet uit dat er duizenden mensen naar ons gesprek luisteren.

Desiderius van der Verwellevel:
Ddddddd… Ddddddd… Ddddddd…

[Muziek: Frank Zappa – Sleep Dirt]

DE SCHRIJFINDUSTRIE
Presentator:
Sleep Dirt, Frank Zappa op gitaar. De andere gitarist die u hoorde was James ‘Bird legs’ Youman – hij was degene wiens vingers aan het eind vastliepen, anders had het nummer ongetwijfeld nog een paar minuten langer geduurd. Er gaat niet vaak wat fout, maar als er een keer wat fout gaat, gaat ook alles fout. Esmeralda, nog wat van Arie gehoord?

Esmeralda:
Hij is aan het opknappen. Het waren zenuwen. Plus diarree en braken. Zijn hoofd doet het weer een beetje.

Presentator:
Mooi zo. Ik hoop dat je ook goed nieuws hebt over het belspelletje. Is het woord Hemoglobine nou al geraden?

Esmeralda:
Nee, nog steeds niet. Er wordt flink gebeld, maar Hemoglobine is nog niet geraden.

Presentator:
Ik begin er zo langzamerhand genoeg van de krijgen. Weet je wat, laten we een ander woord nemen, misschien wordt dat wel geraden. Eens kijken… O, ja iets wat we allemaal hebben: Desoxyribonucleïnezuur. Het nieuwe woord dat u moet raden is Desoxyribonucleïnezuur. Het is ook bekend onder de afkorting DNA, maar DNA is voor de meeste luisteraars vermoedelijk te moeilijk om te raden. Kom op, dames en heren, er zit 20.000 euro in kas, het geld moet er vanavond uit gaan. Als u denkt het woord Desoxyribonucleïnezuur geraden te hebben, belt u dan alstublieft. Verder maar met de uitzending. We gaan het hebben over literatuur, en dat doen we met de documentairemaker Lode Lamoer. Welkom, Lode.

Lode Lamoer:
Dank je.

Presentator:
We kennen je allemaal als de man achter de documentairereeks over de Buisdorpse seksindustrie, waarvan momenteel het vijfde seizoen loopt.

Lode Lamoer:
Klopt. We zijn vijf jaar geleden begonnen met een portret van de toen zeventigjarige tante Verlepta, ook toen al de oudste hoer van Buisdorp. Daarna zijn we gewoon maar doorgegaan met draaien.

Presentator:
Altijd maar draaien. Ik verbaas mij er eerlijk gezegd over dat er kennelijk zoveel belangstelling bestaat voor de Buisdorpse seksindustrie. Ik bedoel, iedereen heeft zijn bestaan eraan te danken dat zijn biologische vader zijn biologische moeder bevrucht heeft, dus zo bijzonder is seks nou ook weer niet.

Lode Lamoer:
Daar wordt verschillend over gedacht. Maar je hebt gelijk, er is meer in het leven dan seks alleen, en daarom gaan we komende zaterdag van start met een serie over de schrijfindustrie. Ik ben er erg enthousiast over, maar het is natuurlijk afwachten of er net zoveel belangstelling voor zal zijn als voor onze reeks over de seksindustrie.

Presentator:
Hoezo?

Lode Lamoer:
Als je het vergelijkt met seks is schrijven een bezigheid waar zich maar een kleine groep mee bezighoudt. In die zin is schrijven uitzonderlijker dan je voortplanten of het ontplooien van activiteiten die daarmee in verband staan.

Presentator:
Over dat soort activiteiten zijn we dankzij je programma’s over de Buisdorpse seksindustrie een hoop wijzer geworden. De schrijfindustrie – wat wordt dat voor een serie?

Lode Lamoer:
Het wordt iets geweldigs. Schrijvers vertellen openhartig hoe ze ertoe gekomen zijn te gaan schrijven, net zoals mensen die in de seksindustrie werken over hun persoonlijke ervaringen vertellen. Wanneer ze er voor het eerst openlijk voor uitkwamen dat ze schreven, wat hun ouders ervan vonden. Hoe de omgeving reageerde. Of ze er geen moeite mee hebben om zich te prostitueren… sorry, zichzelf in een interview bloot te geven. Hoe de verhouding van de schrijver is met zijn pooier, ik bedoel zijn uitgever. We hebben al drie afleveringen ingeblikt.

Presentator:
Wat kunnen we verwachten?

Lode Lamoer:
Er zit in elk geval één emotionerende uitzending bij. We vertrokken op 19 oktober ’s morgens vroeg van Buisdorp naar Texel om Jan Wolkers te interviewen, op de veerpont hoorden we dat we te laat waren.

Presentator:
Toen konden jullie weer terug.

Lode Lamoer:
Geen sprake van. Jan zou gewild hebben…

Presentator:
Dat hij niet was overleden.

Lode Lamoer:
Dat ook. Maar hij was tijdens de telefonische voorgesprekken zo enthousiast, dat we dachten: we hebben die voorgesprekken op band staan, we schieten er een paar sfeerbeelden bij en dan hebben we een programma. We hebben de hele middag in de tuin gefilmd.

Presentator:
De beroemde achtertuin van Jan Wolkers.

Lode Lamoer:
Nee, dat is het unieke: we mochten van Karina in de voortuin filmen. Daar had nog nooit iemand toestemming voor gekregen. Wat daar aan beesten te zien is! Waren aan komen lopen of vliegen of zwemmen. Werden door Jan liefdevol opgevangen en verzorgd.

Presentator:
Als het om dieren ging stond Wolkers op Texel bekend als een soort vader Theresa. Wat kwam je in die voortuin allemaal tegen?

Lode Lamoer:
Er liep een Bengaalse tijger rond.

Presentator:
Dat zijn linke beesten.

Lode Lamoer:
Nee hoor, Jan had net zo lang tegen dat beest lopen lullen tot-ie helemaal tam was. Volkomen suf zelfs. Wat nog meer… Een walgvogel, een doodshoofdvlinder, een hond met een blauwe tong, een tillenbeest, langpootmuggen, wespen, een muis met een trauma die gifsla at, een raaf…

Presentator:
Een raaf… Denkt u wat ik denk, professor Bomba?

Professor Bomba:
Zeker, grote meneer Martin van de radio. Dat was de raaf des doods.

Presentator:
Dat moet haast wel. Nou, dat zal me een uitzending worden. Wat staat de kijkers nog meer te wachten?

Lode Lamoer:
We zijn ook bij Harry Mulisch wezen filmen, die had geen idee!

Presentator:
Dat hij gefilmd werd.

Lode Lamoer:
Nee, ik bedoel dat hij geen idee had. We weten allemaal: Harry Mulisch, dat is idee zus, idee zo, elke dag weer een ander idee. Het ene idee nog mesjokkener dan het andere. Decennialang kon hij ongebreideld zijn ideeën spuien. Maar toen wij bij hem waren had hij geen idee. Nou, dat is bij mijn weten in nog geen enkele documentaire over Harry Mulisch vertoond.

Presentator:
Je zei het al, je serie over de schrijfindustrie gaat zaterdag van start. Betekent dat dat er een einde gekomen is aan de serie over de Buisdorpse seksindustrie?

Lode Lamoer:
Nee, die gaat gewoon door. We hebben voortaan op zaterdagavond twee uur achter elkaar, seksindustrie én schrijfindustrie.

Presentator:
Wat kunnen we zaterdag verwachten?

Lode Lamoer:
Zaterdag hebben we een portret van Hella Haasse.

Presentator:
Ah!

Lode Lamoer:
Je kent haar?

Presentator:
Ja, natuurlijk, de grande dame… Ze wordt volgend jaar negentig. Is ze nog wel te porren voor zo’n programma?

Lode Lamoer:
We hebben een paar voorgesprekken gehad, want we hadden zelf ook onze twijfels. Je zult het in de documentaire zien: ze hangt aanvankelijk maar een beetje onderuit in haar stoel, half te dutten. Veel geeuwen en mummelen. Je weet als interviewer niet of het wel tot haar doordringt wat je vraagt. Maar dan gaan op een gegeven moment die kleren uit!

Presentator:
Dus bij u kleden ook de schrijvers zich uit?

Lode Lamoer:
Schrijvers? Ik wist niet dat Hella Haasse schreef.

[Muziek: Ella Fitzgerald – I Could Write A Book]

KLADATZEN MET EPPIE
Presentator:
I Could Write A Book, van Richard Rodgers en Lorenz Hart, gezongen door Ella Fitzgerald, een versie die te vinden is op Ella Fitzgerald Sings The Rodgers And Hart Song Book. Ik kan nog wel even doorgaan met het voordragen van dat soort achtergrondinformatie, maar dan haken ook de laatste luisteraars af. Oké, de situatie is zoals ie is, we zitten met een ruim overschot aan tijd. Wat doe je in zo’n geval? Dan laat je een oproepgast aan het woord.

Eppie:
Ben ik dat?

Presentator:
Ja, Eppie, dat ben jij.

Eppie:
Nou zeg, ik zit hier elke week te wachten en te wachten tot ik ook eens een keer mag.

Presentator:
Je bent in december vorig jaar in de uitzending geweest, weet je nog? Toen was je niet goed bij je hoofd.

Eppie:
Dat ben ik nog steeds niet.

Presentator:
Zo mag ik het horen. Je had het toen over je grote hobby: schoenen verzamelen.

Eppie:
Dat is m’n hobby niet meer, vind ik niks meer aan.

Presentator:
Koos je daarna andere hobby?

Eppie:
Ja, hoor. Ik had er eerst twee. Ik begon met piano studeren. Maar dat is heel moeilijk, poeh nou en of. Er zijn zoveel piano’s, ik kan er niet meer dan drie onthouden. Mijn andere nieuwe hobby is kladatzen.

Presentator:
Kladatzen. Wat is dat?

Eppie:
Dat is mijn nieuwe hobby.

Presentator:
Ik bedoel: hoe doe je dat?

Eppie:
Nou, dan neem je donkerbruine klei die nooit hard wordt en daar maak je dan bijvoorbeeld een paardendrol van of een drol van een zeekoe, en daar ga je dan mee kladatzen.

Presentator:
In je eentje.

Eppie:
Ja, je kan moeilijk met z’n tweeën gaan kladatzen!

Presentator:
Doe je dat vaak, kladatzen?

Eppie:
Als ik ’s morgens opsta ga ik meteen kladatzen. Tot het ontbijt. Dan is er ontbijt. Daarna ga ik weer kladatzen. Tot het middageten. Dan is er middageten. Daarna ga ik weer kladatzen. Tot het avondeten. Dan is er avondeten. Daarna ga ik weer…

Presentator:
Kladatzen.

Eppie:
Hoe weet jij dat?

Presentator:
Was een gok.

Eppie:
Je neus is ook een gok.

Presentator:
Ja. Wat vind je nog meer leuk, behalve kladatzen?

Eppie:
Soms wil ik niet kladatzen. Dan ga ik hardlopen. Ik kan keihard hardlopen, joh. Zo!

Presentator:
Hoe hard loop je dan?

Eppie:
Nou laatst was ik gaan hollen, en toen kwam ik thuis en na tien minuten was mijn schaduw er pas.

[Muziek: Frank Sinatra & Sammy Davis, Jr – Me And My Shadow]

BURGEMEESTER NOTEN
Presentator:
U hoorde het, Frank Sinatra heeft ondanks het dringende verzoek van Sammy Davis, Jr geen zin om het lied nog een keer te zingen. We hadden erop gerekend dat het nummer vier minuten zou duren, dat wordt dus weer een minuut improviseren. Laat ik om die tijd te doden voorlezen wat er zojuist van de telex kwam. Dat betreft een waarschuwing voor de inwoners van Bokkerzwaag, inzonderheid de vrouwen onder hen. Sinds een aantal maanden wordt er op de televisie reclame gemaakt voor vaginale zeep voor vrouwen. Dat product heeft hier in de regio geleid tot een stormloop op drogist en parfumerie. Het wordt ook door mannen gekocht, want het is een ideaal Valentijns- en moederdagcadeau. Volgens het telexbericht heeft die vaginale zeep in de gemeente Bokkerzwaag geleid tot uitwassen. Dat lijkt me ook de bedoeling van vaginale zeep, dat je de boel flink uitwast. O wacht, er wordt met uitwassen wat anders bedoeld. Het schijnt namelijk zo te zijn dat veel vrouwen in Bokkerzwaag zo’n stuk zeep integraal bij zichzelf naar binnen schuiven en het daar laten zitten tot het niet meer schuimt. Het is al meerdere keren voorgekomen dat –

Burgemeester Noten:
Daar ben ik dan!

Presentator:
Burgemeester Noten! Fijn dat u de studio hebt weten te vinden. Ik zag er al van komen dat ik de resterende tijd zou moeten vullen met een verhandeling over vaginale zeep.

Burgemeester Noten:
Dat is nu dus niet meer nodig. Ik moet u overigens de hartelijke groeten overbrengen van mevrouw tante Verlepta.

Presentator:
De oudste hoer van Buisdorp.

Burgemeester Noten:
Een oudere dame die inderdaad het oudste beroep van Buisdorp uitoefent.

Presentator:
U kwam haar tegen.

Burgemeester Noten:
Weet u, als burgemeester beweeg je je in alle lagen van de bevolking.

Presentator:
En vanavond heeft u zich in tante Verlepta bewogen. Gezellig. Goed, ter zake. U was uitgenodigd vanwege het verkeerscirculatieplan, maar ik wilde eerst een prangender kwestie aanroeren, die de gemoederen de afgelopen twee uur behoorlijk in beroering heeft gebracht.

Burgemeester Noten:
Ga uw gang.

Presentator:
Laat ik u een aantal citaten voorleggen, als dat mag.

Burgemeester Noten:
Dat mag.

Presentator:
Daar gaan we: ‘Bij ons staat op de keukendeur, het is niet altijd rozengeur.’ ‘Tante heeft een olifant, die slaapt in haar ledikant.’ ‘Geef mij de liefde en de gein, pak jij de poen met het chagrijn.’ ‘Mien waar is mijn feestneus, Mien waar is mijn neus?’ ‘Uche uche uche, het stikt hier van de muggen.’ ‘Wat heb je gedaan, Daan, en waar kom je vandaan?’ ‘Tsjing boem, daar heb je de fanfare.’ ‘Vader Abraham had zeven zonen, zeven zonen had vader Abraham.’ ‘Oh Sjaan, geef mij de levertraan eens aan.’ En dan blaas ik ook nog even op deze toeter [toeter]. Als u die citaten en die toeter hoort, waar denkt u dan aan?

Burgemeester Noten:
Aan het carnaval, natuurlijk. Dat was gemakkelijk te raden. U moet niet vergeten, in de periode van carnaval, als Buisdorp is omgedoopt in Bruisdorp, leg ik het burgemeestersambt tijdelijk neer ten faveure van de locoburgemeester, en treed ik in de functie van Prins Carnaval. Dat doe ik al ruim tien jaar, en met veel plezier.

Presentator:
Maar… Waarom moesten we dan in het journaal van negen uur horen dat u Buisdorp heeft uitgeroepen tot carnavalvrije gemeente?

Burgemeester Noten:
U zult begrijpen dat ik die beslissing niet zomaar heb genomen. Ik heb de voors en tegens afgewogen, en kwam tot de conclusie dat mij geen andere weg restte.

Presentator:
Dat moet u dan maar eens aan de luisteraars uitleggen.

Burgemeester Noten:
Welnu, ik ben onlangs onder doktersbehandeling geweest in verband met een lichte hernia. Er is operatief het een en ander aan de rug versleuteld, maar daarmee was de kous helaas niet af. Er wacht mij een periode van zeker vier maanden intensieve fysiotherapie. Dat betekent in concreto dat ik tijdens het carnaval niet voorop kan lopen in de polonaise. Dat is unfair jegens de Buisdorpenaren die mij als het boegbeeld van het carnaval beschouwen, en daarom heb ik moeten besluiten dat het hele feest niet doorgaat.

Presentator:
Zou de locoburgemeester u niet kunnen vervangen?

Burgemeester Noten:
Nee, die is helaas niet van katholieken huize.

Presentator:
De locoburgemeester kan geen Prins Carnaval zijn omdat hij niet katholiek is.

Vader Balthazar:
Ik ben wel katholiek.

Presentator:
Ja, dat weten we nou wel, vader Balthazar. Dames en heren: de bisschop van Buisdorp is zwaar katholiek, hoort zegt het voort. Burgemeester, ik kan alleen maar zeggen dat ik hoop dat u nog van gedachten zult veranderen. En met mij ongetwijfeld vele anderen. Dan het onderwerp waar u voor gekomen bent: het verkeerscirculatieplan. Er is onlangs een desbetreffend plan gepresenteerd.

Burgemeester Noten:
Inderdaad. Het moet er eindelijk maar eens van komen dat we wat doen aan de bedroevende kwaliteit van de lucht in en boven de Buisdorpse binnenstad. De uitstoot van koolstofmonoxide baart het college ernstige zorgen.

Presentator:
Een dergelijk plan zou iedere rechtgeaarde Buisdorpenaar toejuichen, maar je hoort steeds vaker zeggen dat het verkeerscirculatieplan juist leidt tot een toename van de uitstoot van koolstofmonoxide.

Burgemeester Noten:
Dat geluid heb ik gehoord, ja.

Presentator:
Kijk, momenteel is het zo: als ik Buisdorp per auto wil verlaten, dan rijd ik de Buisstraat uit, ga rechtsaf, twee keer links en nog een keer rechts, en zit op die manier binnen vijf minuten op de A4711 naar Bokkerzwaag. Maar als dat verkeerscirculatieplan doorgang vindt dan wordt de Buisstraat afgesloten voor alle motorverkeer. Dan moet je aan het begin van de Buisstraat rechts de brug over, een slinger maken over twee grachten, door vier smalle eenrichtingsstraten met verkeersdrempels, door de Dieptetunnel, over een brug die drie keer per uur twintig minuten lang open is om doorgang te verlenen aan vrachtboten en plezierjachten, dan vier kilometer ringweg over, en ten slotte komt men via de industriewijk Nijpendaal en een zestal woonerven aan de kop van de Buisstraat uit. Dat is als de stoplichten tegenzitten vijf kwartier langzaam rijden, stoppen en weer optrekken. Het Buisdorps Milieucentrum heeft becijferd dat de uitstoot van koolstofmonoxide daardoor met 50.000% zal stijgen.

Burgemeester Noten:
Dat mag zo wezen, maar u moet wel bedenken dat bij die stijging van 50.000% de lucht in en boven de Buisstraat als koolstofmonoxidevrij kan worden aangemerkt. Maar ik neem de kritiek natuurlijk ter harte, want een burgemeester heeft te allen tijde de vinger aan de pols van de tijdgeest. Ik heb daarom persoonlijk een alternatief plan ontwikkeld.

Presentator:
O god.

Burgemeester Noten:
Je bent als burgemeester een bruggenbouwer, en om tegemoet te komen aan de wensen van alle betrokkenen, heb ik besloten vergunning te verlenen voor de bouw van een brug die geheel Buisdorp zal overspannen. De lucht boven Buisdorp wordt daarbij volledig gezuiverd, want die brug wordt gigantisch hoog.

Presentator:
Je kunt niet beter dan op een hoogtepunt stoppen. Burgemeester, dank voor uw komst. Dank ook aan de overige aanwezigen. Het woord Desoxyribonucleïnezuur is nog niet geraden, als u denkt het woord Desoxyribonucleïnezuur geraden te hebben, dan kunt u nog tot een uur na deze uitzending bellen, of anders uw oplossing mailen naar info@buisdorp.com. Het zit erop, afgezien van de column van Julius Pasgeld. De afgelopen twee uur zijn te wijten aan Martin de Jong: samenstelling, teksten, muziekkeuze en presentatie; Esther Lammers: Esmeralda en Mama Bimba; Jan Hut: straatmuzikant Jannesz; Hans Ruitenberg: straatmuzikant Hannesz, en hij nam bovendien alle overige stemmen voor zijn rekening. Ruggensteun was er van technicus Ed Blonk en van supervisor Paul Waayers. We eindigen met Harry Nilsson, en dat is zoals hij zelf zingt a perfect way to end a perfect day…

[Muziek: Harry Nilsson – Perfect Day]

© Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.