Hyperintertekstualiteit DMW

Hyperintertekstualiteit is een van de ingewikkeldste woorden die ik ken en ik heb het nog zelf bedacht ook. Het is bijna net zo’n ingewikkeld woord als desoxyribonucleïnezuur (dat heb ik dan weer niet zelf bedacht), dat zo’n ingewikkeld woord is dat het meestal wordt afgekort tot DNA. (Misschien zou dat voor hyperintertekstualiteit ook een goed idee zijn, het afkorten tot HIT.)

Als je het woord in stukjes hakt is hyperintertekstualiteit eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld. Hyper wil zeggen: heel erg. Als je hypernerveus bent, ben je heel erg nerveus, en als je hyperventileert ventileer je heel erg. Inter is ook een makkie, dat betekent tussen. Intermissie betekent bijvoorbeeld: tussen twee missies. Tekstualiteit ten slotte heeft met teksten te maken. Hyperintertekstualiteit wil dus zeggen: ‘heel erg tussen teksten’. En in dit geval gaat het erom dat wat in De mafste week tot nu toe staat soms te maken heeft met wat er in andere boeken over Buisdorp staat.

Zo komen de personages Liesanna (en haar ouders), Tirra, Timio, Kiers en Brenda ook voor in De mooiste dag tot nu toe, net als de leraren van hun middelbare school. Leraar Nederlands Fons Eldebroed heeft een hoofdrol in Tijd voor stampij.

In de roman Soep gaat het vooral over de soepfabriek Busofa, die eigendom is van Liesanna’s vader en haar oom Wijnand Xavier Dommes de Gil. Die oom is ook politicus en over de campagne die hij als fractieleider van het Volksdemocratisch Landsbelang bij de gemeenteraadsverkiezingen voert kan je lezen in Berichten uit Buisdorp.

Het jubileumfeest van de middelbare school waar Liesanna op zit wordt beschreven in Sabbatical.

Enzovoorts.

© Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.