|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
prethistorie
Hij kon er niets aan doen, maar hij kon niet van haar afblijven. Als ze op haar etage of zijn kamer waren en hij stond achter haar, dan sloeg hij automatisch zijn armen om haar heen en drukte haar tegen zich aan, zijn gezicht over haar schouder tegen het hare.
*
‘Ik kom klaar!’ ‘Ik héb je gewaarschuwd.’
*
‘Er was vanmiddag op de redactie niet veel te doen,’ zei hij, ‘dus ik heb maar even een waanzinnig standje bedacht. Zullen we het meteen uitproberen? Het kan het supplement op de Kamasoetra worden.’ ‘Nou, dat lijkt me wel wat,’ zei ze. ‘Kom maar op, ik ben benieuwd.’ ‘Ik trek eerst alles uit, dat praat wat makkelijker.’ ‘Als het maar niet bij praten blijft. En vergeet straks niet ook iets aan te trekken als je klaar voor onderwater bent. Moet ik ook alles uittrekken?’ ‘Even denken wat het beste is... Weet je wat, hou je sokjes maar aan.’ ‘Je zegt het maar.’ ‘Ziezo. Hup, plat op je rug en snel. Als je je linkerbeen een beetje zo houdt... Lukt dat, denk je?’ ‘Zo, bedoel je? Je boft dat ik op ballet heb gezeten toen ik twaalf was. Als je me toen gekend had!’ ‘Dan zou ik nu nog in de gevangenis gezeten hebben.’ ‘Denk ik ook. En ik in de cel ernaast. Is dit het? Moet ik zo blijven liggen?’ ‘Je linkerbeen nog een klein ietsje... Zo ja. Ja! Dat is ’m! Dan kom ik er zo schuin overheen. Beetje naar me toe komen met je toverdoos, anders red ik het niet zonder verlengstuk. En dan je rechterbeen een tikkie optrekken.’ ‘Is het niet makkelijker als ik ze gewoon allebei in m’n nek leg?’ ‘Dat doen we een andere keer. Eerst dit proberen. Tanden op elkaar... Huppekee, hij zit erin!’ ‘En dit wordt het supplement op de Kamasoetra, zei je?’ ‘We zijn er bijna. Heel voorzichtig met je hand hier onderdoor, en dan pak je van onderen... Au! Ik zei toch voorzichtig! Oké. Even twee tellen op adem komen. Kan-ie weer? Dan leg ik nou m’n enkel tegen je oor. Gaat ’t nog? Je bent zo stil.’ ‘Ik begin kramp te krijgen.’ ‘Dat is nieuwigheid. We doen na afloop wel een paar stretchoefeningen, hebben we morgen geen spierpijn. Geen last van die enkel? Dan pak ik je nou met m’n linker... nee, met m’n rechterhand hier beet. Yes! En? Wat vind je?’ ‘Ik vind niks. Wat moet ik vinden? Wat is nou eigenlijk precies de bedoeling?’ ‘Hoe zat het ook alweer? Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. Dat is de basis. En dan gewoon maar in driekwartsmaat, had ik gedacht.’ ‘Ga je gang, ik kan geen kant op.’ ‘Raar, ik ook niet. Geen beweging in te krijgen. O jee. M’n harkje zit klem in je flamoestuintje.’ ‘Het supplement op de Kamasoetra! Uitgevonden door de bekende standjesgoeroe Rama Lama Ding Dong. Jij weet ze ook wel te bedenken, hè? Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden! Volgens mij heb je een paar steken laten vallen. Pas maar op dat je geheime wapen niet afbreekt.’ ‘Wat gek dat het niet gaat. Ik geloof dat ik de werktekening hier en daar moet herzien.’ ‘Werktekening? Heb je een werktekening gemaakt?’ ‘Wat dacht je dan? Dat ik maar een beetje flauwekul loop te maken? Ik heb zelfs op de buitenlandredactie in een Nederlands-Indiaas woordenboek de benaming voor dit standje opgezocht.’ ‘De benaming! Hoe wou je deze verschutting noemen? De padvindersknoop?’ ‘In het India zouden ze het de Ya bada badu noemen.’ ‘De hoe?’ ‘De Ya bada badu. De holbewoner. Wacht, ik geloof dat als ik een klein tikkie opzij hang... Mooi, hij is eruit, dat scheelt weer een emmer water. Zullen we dan maar gewoon doen dat ik van de brandweer was?’ ‘O god, de brandweer is weer uitgerukt.’ ‘Dat dacht je maar. Mond open, ogen dicht!’
*
‘Ik kom klaar!’ ‘Aan mij zal het niet liggen.’
*
Waar Evert geen aanleg voor had was wachten. Niets zo verschrikkelijk om door te komen als de tijd die er aan een ontmoeting voorafging. Ze kwam nooit te laat, hij altijd te vroeg. Hij was de eerste dagen bang dat ze niet zou komen opdagen. Als ze op zijn kamer hadden afgesproken, holde hij na zijn werk naar huis. Vaak kocht hij onderweg een bos bloemen, die het hollen niet altijd doorstond. Hij rende zonder op of om te kijken, en de bos bloemen kwam daarbij in aanraking met lantaarnpalen, raamkozijnen, glazenwassersladders en overstekend wild, zodat hij haar soms glunderend een bos stelen aanbood. Eenmaal liep hij op die manier meneer Dibbes bijna omver, wat hem op een venijnig ‘Reuzelkakker!’ kwam te staan. Wanneer ze in een restaurant hadden afgesproken, arriveerde hij daar minstens een halfuur te vroeg. Hij zat aan een tafeltje nagel te bijten en de kaart te spellen. Als zij, keurig op tijd, eindelijk opdook, was hij van de spanning zijn eetlust praktisch kwijt. Terwijl zij de kaart bestudeerde, bekeek hij haar door kaarslicht beschenen gezicht. Hij kreeg nog steeds een wee gevoel in zijn maag als hij haar zag, hoewel zijn liefde voor haar al vijf dagen hartstochtelijk beantwoord werd en een samenzijn dus de gewoonste zaak van de wereld hoorde te zijn. Nadat er begroetingskussen waren uitgewisseld duurde het minuten voordat hij iets samenhangends kon uitbrengen. Ze hoefde maar naar hem te glimlachen of hij smolt van geluk. Het was verschrikkelijk, maar het was geweldig.
*
‘Ik kom klaar!’ ‘Als ik het niet dacht.’
*
‘Eigenlijk is het raar gelopen,’ zei ze. Ze lagen in zijn bed: een napraatje na het naspel. ‘Het ene moment ben je op Aster verliefd, het volgende moment op mij.’ ‘Op Aster verliefd? Hoe kom je daar nou bij?’ Wat was dat voor walgelijke onzin? Dat had Toker ook beweerd, herinnerde hij zich. ‘Dat vertelde ze me een tijdje terug,’ zei ze. ‘Je hebt een keer geprobeerd haar te kussen.’ ‘Ik Aster kussen? Niet zolang ik bij m’n volle verstand ben. Stel je voor, dan zou ik ook uit m’n bek zijn gaan stinken. Ze is niet goed wijs.’ ‘Een beetje raar is ze wel,’ beaamde Jardina. ‘Nooit wat van gemerkt dat ze uit haar bek stinkt.’ ‘Bij wijze van spreken, bedoel ik,’ zei Evert. ‘Vergeet niet, zonder Aster hadden we elkaar niet ontmoet.’ Dat was inderdaad een verzachtende omstandigheid. ‘Hoe komt ze erbij dat ik verliefd op haar was? Ik ben alleen op jou verliefd. Vandaag op de kop af vijf weken, en dat is al zenuwslopend genoeg. Toen ik hier kwam wonen zei Aster dat Toker verliefd op haar was. En meneer Mortifa had haar ook al raar aangekeken. Die meid is niet helemaal tof. Maar hoe zit het? We hebben het steeds over mijn verliefdheid, laten we het eens over jou hebben. Ik ben toch zeker wel je grote liefde, hè? Zeg maar ja, dan praten we er niet meer over.’ ‘Mijn grote liefde? Die leerde ik vorig jaar kennen. Toen ging ik een paar keer per week bij m’n tante in Den Haag op bezoek.’ ‘Had ze het moeilijk?’ ‘Behoorlijk. Ze had haar enkel gebroken. Ik deed boodschappen voor haar, en onderweg kwam ik vaak een gozer tegen die zo glazig naar me keek, dat ik mijn lachen niet kon inhouden. Het ontging hem waarschijnlijk dat ik om hem lachte en niet naar hem. Hij kwam me een keer achterna en vroeg of-ie m’n boodschappentas kon dragen of zoiets.’ ‘Godsamme. Weet je wat, daar ga ik een verhaal over schrijven. Toen ik nog eenzijdig verliefd op je was ging er zoveel in me om, daar staat je verstand bij stil. Met die opgekropte emoties moet ik wat zien te doen. De gozer die achter je aan zat, daar zit een verhaal in. En in dat verhaal verwerk ik dan de gevoelens die ik voor jou had toen ik je op afstand bewonderde. M’n dagboek uit die tijd is te verschrikkelijk voor woorden, maar er zitten waarschijnlijk bruikbare passages tussen.’ ‘Hoe gaat het eigenlijk met de literaire porno?’ ‘Bijna af. Je mag het lezen als het helemaal af is.’ ‘Eerst kostte het je zoveel moeite.’ ‘Dat was a) omdat ik vanwege de verlammende verliefdheid nergens meer toe in staat was en b) omdat ik er geen goede vorm voor kon bedenken. Maar toen ik er eenmaal een vorm voor bedacht had ging het tomeloos. Komt natuurlijk ook doordat jij m’n muze bent.’ ‘Dat verhaal gaat toch niet over mij, hè?’ ‘Hooguit tussen de regels door. Maar dat valt geen mens op. Alles wat ik van nu af aan schrijf gaat over jou, zelfs als het helemaal niet over jou gaat.’
*
‘Ik kom klaar!’ ‘Heb je nou je zin?’
*
Zij hield gelukkig net zo van voorspel als hij; dat stompzinnige gepomp kon hem gestolen worden. Onvermoeibaar kuste en streelde hij haar. Van boven naar beneden, van voor naar achter en van links naar rechts. Als hij onderweg een plekje tegenkwam dat uitermate erogeen was, dan bleef hij daar extra lang hangen. Hij hield ervan overal aan te zitten (vooral aan haar pannensponsje) en daarbij zijn ogen goed de kost te geven. Als het om seksualiteit ging, was het met name het lichamelijke aspect dat hem bekoorde. Heel merkwaardig, maar zo zat hij nu eenmaal in elkaar. En als ze dan eindelijk gingen slapen, kroop hij zo dicht mogelijk tegen haar aan en probeerde hij het zo te versieren dat haar hand tussen zijn benen gevangen zat.
*
‘Ik kom klaar!’ ‘Ja, zeg het maar in je eigen woorden.’
*
‘Vanavond kan ik niet blijven slapen,’ zei ze. ‘Dat meen je niet,’ zei hij. ‘Ik heb maandag een tentamen en ik heb er haast niets aan gedaan. Ik moet nog twee boeken lezen!’ ‘Maar als ik je vannacht niet naast me voel...’ Hij slikte. ‘Dan weet ik me geen raad! Als ik je niet hoor ademhalen...’ ‘Meen je dat?’ ‘Van de week werd ik ’s nachts wakker en toen heb ik zeker een kwartier naar je liggen kijken. Je bent zo mooi als je slaapt. Ik kreeg tranen in m’n ogen, omdat ik zo stapel op je ben.’ ‘Je bent een onverbeterlijke romanticus.’ ‘Kan zijn. Maar het wordt een verschrikkelijke nacht, als ik alleen moet slapen. Kan ik niet bij jou logeren? Desnoods met mijn handen boven de dekens, als het voor een goede zaak is.’ ‘Laten we dat nou maar niet doen. Dan weet ik precies hoe het gaat. Ik moet echt als een waanzinnige voor dat tentamen gaan leren.’ ‘En als we het voor de verandering nou eens alleen op z’n hondjes deden? Dan kan je er wat mij betreft rustig een studieboek bij lezen. Met mij kan je alle kanten op.’ ‘Goed idee. Leg Ricardo’s laptop maar op m’n rug, dan kan je intussen een roman schrijven. Nee, dat gaat dus niet door. Ik sta morgenochtend vroeg op, want ik wil proberen voor tienen bij m’n ouders te zijn. Die heb ik al een tijd niet gezien. Zal ik ze over ons vertellen?’ ‘Heeft dat nog zin als ik de nacht alleen heb doorgebracht? Best kans dat ik morgenochtend al weggekwijnd ben. Omdat ik je niet kon zien, kon horen, kon voelen, kon ruiken. Nou ja, ik zal me erbij moeten neerleggen. Maar schrijf dan tenminste je naam op mijn handpalm. En laat wat lingerie voor me achter om mijn gezicht in te begraven. Liefst met vingerafdrukken, als het niet te lastig is.’ ‘Behalve een romanticus ben je ook een verschrikkelijk smerig mannetje, wist je dat?’ ‘Dat is juist mijn charme.’
© Copyright content, design & graphics Martin de Jong, Den Haag. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||