Home  Zoute
 griotten
 
Dodelijk
verliefd
Berichten uit
Buisdorp
Soep Afgrijselijke
jeugd
Livia Werk in
wording
 
Mail eventueel
Weblog
Soms gestelde vragen
Publicaties
Schrijverspost
Literatuurpleinplek
Gastenboek

   

 

even langskomen
 

(Het is de laatste zaterdag van april, kwart voor tien: een zonovergoten lentemorgen. Jardina is naar haar ouders gefietst. Ze wonen in een redelijk riant huis aan de rand van Buisdorp, in de wijk Overmoer. Als hun dochter arriveert zitten de heer en mevrouw Bion in de keuken aan het ontbijt. Pa en ma hebben allebei een ochtendjas aan. Meneer Bion leest het Buisdorps Nieuwsblad. Jardina heeft haar fiets in het schuurtje gezet en komt via de keukendeur binnen.)

 

Moeder: ‘Wat een verrassing! Eet je een boterham mee?’

Jardina: ‘Doe alleen maar een kopje thee, mam. Hoi, pa!’

Vader:  ‘Dag meis. Hoe kom jij zo vroeg op? Of staat m’n horloge stil?’

Jardina: ‘Ik ben wel vaker vroeg op. Hoezo?’

Vader: ‘Nou, ik had eigenlijk een heel andere voorstelling van het studentenleven. Toen je nog hier woonde was jouw ontbijt op zaterdag meestal onze lunch.’

Moeder: ‘Hoe gaat het met je studie?’

Vader:  ‘Denk je dit jaar je propedeuse te halen, of moet ik nog een jaar langer kromliggen?’

Jardina: ‘Het gaat toevallig best wel goed.’

Vader:  ‘Dan moet er inderdaad toeval in het spel zijn.’

Moeder: ‘Waarom zien we je de laatste tijd zo weinig?’

Vader: ‘Omdat ik haar geld gireer.’

Moeder: ‘Een beetje minder kan ook wel.’

Jardina: ‘Ik heb het gewoon onwijs druk met van alles. Zal ik toch maar een croissantje nemen?’

Moeder: ‘Tuurlijk, kind. Ze staan ervoor. Hè, ik dacht dat je dat wel afgeleerd zou hebben, dat in de boter en de hagelslag dopen.’

Vader: ‘En waar heeft onze dochter het zo druk mee? Toch niet met de studie?’

Jardina: ‘Ook. En wat dacht je van Ricardo’s etage schoonhouden? Stofzuigen, stof afnemen. En ga zo maar door.’

Vader: ‘En ga zo maar door. Zeg, het komt toch niet van het fietsen dat je ineens een kleur krijgt?’

Moeder: ‘Nou je het zegt. Je gaat ons toch niet vertellen dat je alweer verliefd bent?’

Jardina: ‘Dat ben ik wel. Daar kwam ik eigenlijk voor. Om het te zeggen.’

Vader: ‘Niet te geloven dat je dat twee minuten voor je hebt kunnen houden!’

Moeder: ‘Plaag dat kind toch niet zo. Vertel op, Jar!’

Jardina: ‘Nou, ik heb dus weer een vriend.’

Vader: ‘Het is nog wederzijds ook.’

Jardina: ‘Al een week.’

Moeder: ‘Hoe heet-ie?’

Jardina: ‘Evert.’

Vader: ‘Studeert hij ook Nederlands?’

Jardina: ‘Hij studeert helemaal niet. Hij is redacteur bij het Buisdorps Nieuwsblad. Hij doet de jeugdpagina. En hij schrijft.’

Moeder: ‘Meid, wat leuk voor je!’

Vader: ‘Wat schrijft hij?’

Jardina: ‘Hij is bezig met literaire p... Met een literair project.’

Vader: ‘Als het maar niet van die modieuze flauwekul is. Ik lees de recensies weleens. Het lijkt wel of jonge schrijvers alleen over het studentenwereldje kunnen schrijven. Omdat ze daar toevallig in zitten of gezeten hebben. Filosofische flauwekul omdat ze filosofie gestudeerd hebben. Totaal geen fantasie. Drinken en met zichzelf overhoop liggen, iets anders heeft de held niet te doen. Behalve dan met de een na de ander in bed kruipen.’

Moeder: ‘Ik wil niks zeggen, maar jij liep vroeger met Jan Wolkers weg. Die kon er ook wat van.’

Vader: ‘Dat is heel wat anders. Die man verdient een standbeeld. Wolkers schreef alleen over seks als het functioneel was, als hij niet anders kon. Je denkt toch zeker niet dat hij het leuk vond om over seks te schrijven? Hij is geboren met gereformeerde genen! Trouwens, we zijn Jan Wolkers veel dank verschuldigd.’

Moeder: ‘Dat is waar.’

Jardina: ‘Hoezo?’

Vader: ‘Als Jan Wolkers er niet geweest was, was jij er misschien ook niet geweest.’

Moeder: ‘Hebben we je dat nooit verteld? Toen we vijf jaar getrouwd waren gingen we twee weken kamperen. Ricardo logeerde bij oma. Het werd twee weken regen. Gelukkig hadden we een paar boeken meegenomen. Je vader las dat verhaal – hoe heette dat?’

Vader: ‘Kunstfruit.’

Moeder: ‘En daar raakte hij in een romantische bui van, zal ik maar zeggen.’

Vader: ‘Van het een kwam het ander, en toen schijn ik jou verwekt te hebben. Je moeder wist zeker dat het die keer raak was, en daar leg ik me maar bij neer.’

Jardina: ‘Echt waar? En dat hoor ik nou pas. Dat verhaal ga ik meteen lezen!’

Vader: ‘Maar dan liever niet als dat vriendje in de buurt is. Ik heb geen zin om al opa te worden.’

Moeder: ‘Hoe ziet-ie eruit? Is ’t een knappe jongen?’

Jardina: ‘Gaat wel.’

Vader: ‘Klein gebrek geen bezwaar. Je gaat vooruit, je begint de zaken wat realistischer te zien. Vroeger zag je elk puisterig baasje dat je mee naar huis nam voor een aanstaand Mister Universe aan.’

Jardina: ‘Gaan we weer lollig doen?’

Moeder: ‘Woont hij ook in Buisdorp?’

Jardina: ‘Hij heeft een kamer boven café Den Olden Buys, net als Aster. Bij Aster heb ik hem voor het eerst gezien.’

Vader: ‘Aster? Kennen we die?’

Jardina: ‘Ze studeert ook Nederlands.’

Vader: ‘Sloeg de vlam meteen in de pan?’

Jardina: ‘Nee, het heeft nog wel even geduurd. Op Asters verjaardag – nou ja, dat is een ingewikkeld verhaal.’

Vader: ‘Toen je hier nog bivakkeerde maakten we zulke ontwikkelingen van dichtbij mee. Dat mis ik wel een beetje. Als ik aan al dat prille liefdesverdriet denk. Eerst Harry, die had geloof ik nog nooit met mes en vork gegeten. Daarna kwam Kees een paar keer over de vloer. Vergeleken met Kees viel Harry eigenlijk best mee.’

Moeder: ‘Ik vraag me nog steeds af of Kees die armband indertijd niet in z’n zak gestoken heeft.’

Vader: ‘Kan niet anders. Wat wil je, met zo’n laag voorhoofd. En z’n ogen stonden ook te dicht bij elkaar.’

Jardina: ‘Hou es even lekker op, zeg.’

Vader: ‘En herinner je je Pim nog?’

Moeder: ‘Ondanks alles was Pim best een aardige jongen.’

Vader: ‘Om de een of andere reden hield hij het een hele zomer met haar uit. En ik geloof dat daarna Nicky uit het niets verscheen. Tegen ons zei hij geen stom woord, maar hij zat wel de hele tijd met Jar te smoezen. Even denken, hebben we ze nou allemaal gehad? Nee wacht, hoe heette die ene ook alweer?’

Jardina: ‘Had je nog iemand de grond in willen stampen?’

Vader: ‘Ja, kom, je weet wel: die met die bril en dat rooie haar.’

Jardina: ‘Karel.’

Moeder: ‘Ach jee, Karel.’

Vader: ‘Karel mocht ik wel. Kon verdomd goed schaken. Waarom werd dat eigenlijk niks?’

Jardina: ‘Hij zag meer in Elsje.’

Vader: ‘O ja! Wat een drama! Tranen! Ik hoor je nog boven tegen die arme jongen tekeergaan. Hij stilletjes de trap afkomen en ons beleefd gedag zeggen en weg was-ie. En jij een gat in de deur van je kamer getrapt. Ik geloof dat je twee dagen niet wilde eten!’

Moeder: ‘Het was toch ook naar voor dat kind, dat Karel haar dumpte.’

Vader: ‘Verschrikkelijk, ja. Geïmplodeerd ego! Maar hoe zit het, krijgen we die Evert nog te zien?’

Moeder: ‘Je moet ’m een keer meenemen.’

Jardina: ‘Jullie kunnen toch ook bij mij langskomen? Sinds ik op Ricardo’s etage zit zijn jullie pas twee keer wezen kijken.’

Moeder: ‘Kan ook, wat je wilt.’

Vader: ‘Zullen we dan gelijk wat afspreken, voordat het met Evert weer uit is? Nee, gaat niet. M’n agenda ligt op de zaak.’

Jardina: ‘Wat is dat nou voor onzin! Agenda! Even langskomen, daar hoeft toch geen officiële afspraak voor gemaakt te worden? Is toch veel leuker om ineens onaangekondigd voor de deur te staan?’

 

Terug naar begin

 

© Copyright content, design & graphics Martin de Jong, Den Haag.
Alle rechten voorbehouden.