Op 1 januari 2006 ging er op mijn weblog een rubriek van start die telkens aldus begon: ‘Een dagelijkse Real Life Blog over het schrijven van de roman Sabbatical’ waarna (inclusief datum) nog 138 woorden volgden (150 in totaal dus). Niet elke dag viel er wat over het schrijven te melden, daarom kon het op den duur overal (en zelfs nergens) over gaan. De rubriek bleef tot in 2012 bestaan. Er zijn dan ook 2226 overwegend humoristische tekstjes van 138 woorden (inclusief datum) gelezen worden.

01-01-06. De hele maand januari heb ik vrij – te kort om te spreken van een sabbatical maar hopelijk lang genoeg om de basis te leggen voor een roman: schema maken, aantekeningen uitwerken, eerste (handschrift)versie. Sabbatical wordt een roman in drie delen. Het eerste deel speelt tijdens een schoolreünie die de held met tegenzin bijwoont, het middendeel is een flashback, het laatste deel volgt op het eerste. Popmuziek speelt een belangrijke rol. Sabbatical gaat vooraf aan de roman Livia, waarvan het eerste hoofdstuk te lezen is op www.buisdorp.com. Daarna volgt Monarcratie, dat alleen nog in mijn hoofd bestaat. Omdat het vandaag 1 januari is en er veel tijd gaat zitten in het uitwisselen van de ‘beste’ wensen (wat zijn ‘beste’ wensen eigenlijk? zouden er ook ‘betere’ wensen bestaan die iets minder ‘goed’ zijn?) wil ik het hierbij laten. Insgelijks!
 

02-01-06. Om op nieuwjaarsdag iets gedaan te hebben maakte ik alvast een werkschema: een indeling van de tijd, waaraan ik me de komende maand zal proberen te houden. (Er gaat niets boven discipline.) Er loopt tot 1 februari geen wekker af en daarom heb ik me voorgenomen de dag te beginnen met uitslapen. Op maandag en donderdag eerst naar de supermarkt en vervolgens sporten, op dinsdag en zondag niet naar de supermarkt maar wel sporten. En waar het om gaat: dagelijks van ongeveer 13.00 tot 17.00 schrijven, gevolgd door voedselinname en een rustmoment, waarna van zeg 18.30 tot 22.00 schrijven. (Dat is niet gigantisch lang, maar als je met de vulpen schrijft treedt er sneller vermoeidheid op dan wanneer je een toetsenbord gebruikt.) Daarna zo’n twee uur aan het weblog werken en als dagafsluiting nog een uurtje lezen.
 

03-01-06. Er is nog lang geen sprake van een schrijfritme. ’s Morgens om kwart over elf wakker worden, zo halftwaalf ontbijtkoffie drinken annex mail controleren – voor mijn gevoel is de dag dan alweer bijna om. Werken aan Sabbatical doe ik niet met een schone lei: vorig jaar heb ik op 23 en 24 juli in totaal maar liefst 1 uur en 40 minuten aan het eerste hoofdstuk gewerkt en zes pagina’s handschrift geproduceerd. Ik hield er daarna niet mee op uit gebrek aan inspiratie maar omdat er andersoortige schrijverij tussendoor gefietst kwam die voorrang had: een essay over Remco Campert, een script voor een Hot Talkuitzending en weblogteksten. Vandaag zien of ik wijs kan worden uit de destijdse aantekeningen: een schrift waarin ik deels onbegrijpelijke invallen heb genoteerd als ‘vrouwen praten in bioscoop’ en ‘brief vertaald leraar Duits’.
 

04-01-06. Dinsdag zou het gaan gebeuren, maar er kwam niets van terecht: druk druk en druk. Ik was dit jaar nog niet zo vroeg opgestaan (tien uur). Na een redelijk gezond ontbijt (Senseo dark roast en twee sneetjes Sallands zonnepit met komkommer) naar de sportschool, waar de receptioniste me net als maandag een gunstig 2006 wilde wensen, zelfs toen ik zei dat we dat intieme moment al gehad hadden. Het was kwart voor twaalf toen ik weer thuis was. Nog een Senseo (cafeïnevrij) en toen aan de slag: een jubileumboek over Rowwen Hèze bespreken. Vervolgens de kou weer in: bespreking posten, naar het postkantoor om postzegels te kopen, naar de poelier om een gegrilde kiprollade te kopen en naar de schoenmaker om veters te kopen. Vervolgens een halve gegrilde kiprollade gegeten – enfin, daarna uitbuikend een Jack Nicholsonbiografie uitgelezen.
 

05-01-06. Toen ik de Jack Nicholsonbiografie uit had ging ik meteen verder in een Gregory Peckbiografie, in plaats van te gaan schrijven. Zo kan ik het wel blijven uitstellen, er liggen nog veel biografieën ongelezen op de planken: Robert De Niro, Lauren Bacall, Anthony Perkins, Lucille Ball, Billy Wilder, Frank Capra, James Whale, W.C. Fields, Robert Mitchum – om het tot de filmwereld te beperken. Langzaam maar onzeker gaan de bezigheden richting schrijven. Ik heb bijvoorbeeld mijn bureau al opgeruimd om het schrijven überhaupt mogelijk te maken. En ik bekeek een plastic mapje met kladblokblaadjes waar ik invallen op genoteerd had. Bij alles wist ik meteen wat ik destijds bedoeld had maar anderen zullen zich afvragen waar ik heen wilde met uitdrukkingen en begrippen als: ‘paard suikerklontje geven,’ ‘kwallijer,’ ‘Combastino’ en ‘Kilfer.’ Ik had alleen moeite met mijn handschrift.
 

06-01-06. Eindelijk op gang gekomen en mezelf kennende ben ik over een paar dagen niet meer tegen te houden. Een eerste versie schrijf ik nog altijd met de vulpen in een A4-schrift (merk Atoma, een Vlaamse firma: ‘The original since 1948’). Zo’n eerste versie lijkt vergeleken met het eindresultaat nergens naar maar is een nuttige basis. Voor de tweede versie zet ik de pc aan. Al overtypende breng ik verbeteringen aan, voeg ik dingen toe en schrap ik overbodigheden. Ik had vorig jaar al een aantal pagina’s Sabbatical in handschrift geschreven. Het zou niet meegevallen zijn om verder te gaan waar ik gebleven was en daarom besloot ik het geschrevene eerst over te typen. Daardoor raakte ik weer in het verhaal en was het me duidelijk welke kant het op moest gaan. En nu mag de vulpen weer.
 

07-01-06. Voordat je aan een boek begint denk je na over de structuur. Niet alleen de inhoud en de synopsis houden je bezig, ook zaken als: ik-vorm versus hij-vorm, tegenwoordige tijd of voltooide tijd et cetera enzovoort. In dit geval heb ik gekozen voor de ik-vorm. De gebeurtenissen worden door de ogen van hoofdpersoon Tom Veers gezien en door hem gekleurd – dat komt me beter uit dan de afstandelijker hij-vorm. Omdat het lange middendeel een flashback is, is de verleiding groot om voor het eerste en chronologisch daarop aansluitende derde deel de tegenwoordige tijd te gebruiken maar die is minder plausibel dan de verleden tijd. Het is aannemelijker dat een romanfiguur terugkijkt op gebeurtenissen dan dat hij rechtstreeks verslag doet van wat er op dat moment gebeurt – dus niet ‘Ik neem een biertje’ maar ‘Ik nam een biertje.’ 
 

08-01-06. Het was wonderlijk, hoe moeiteloos ik op 6 januari verder ging waar ik op 24 juli gebleven was. Maar zo gaat het als je het verhaal in je hoofd hebt zitten. Het gebeurt ook wel dat me wat te binnen schiet en dat ik het opschrijf om het niet te vergeten. In plaats van het te vergeten raak ik het papiertje kwijt. Na verloop van tijd komt het papiertje weer boven water en daarop staat dan exact wat ik gelukkig onthouden had. Het schrijven ging zo vlot, dat ik mezelf een vrije zaterdag gunde. Ik reed naar Amsterdam om twee cd’s op te halen en bij Waterstone’s kortingsbonnen te verzilveren. En om een boterkoek te kopen. Daar kwam op de terugweg nog een Chinese afhaalmaaltijd bij. Je moet jezelf af en toe een cadeautje geven, als schrijver.
 

09-01-06. De eerste versie van het eerste van drie hoofdstukken is voltooid: 4979 woorden. (Het eerste hoofdstuk is een soort ouverture, de andere zullen langer zijn.) Het schrijven ging vlot, maar zoals meestal zal er flink geschaafd moeten worden voordat het resultaat naar wens is. Origineel zijn valt niet mee. Op de reünie wordt er opgetreden door een herenigd schoolbandje. Na de pauze brengen ze funk- en soulrepertoire en daarom wilde ik ze de Funkateers noemen. Bestond die naam al? Op Google het woord ingetikt, en jawel, Funkateers bestond. Dat gold ook voor Funkmeisters, Motherfunkers en nog een paar namen. Ik kwam vervolgens op Funkathletics, maar dat beviel me om de een of andere reden niet. Uiteindelijk vond ik een naam voor de groep – maar die noem ik niet, anders staat-ie straks net als de andere op Google.
 

10-01-06. Als je schrijft moeten de omstandigheden optimaal zijn: prettige stoel, stevig bureau, aangename temperatuur – en bovendien stimulerende klanken. Toen ik aan Zoute griotten werkte draaide ik veel James Brown, op andere momenten Miles Davis of John Coltrane (de Prestige- en Atlantic-opnamen). Momenteel is het Mozart – ik had de Complete Mozart Editon-delen die ik bezit al gedraaid (String QuintetsPiano Quintet, Quartets, Trios etc. – String Trios And DuosQuintets, Quartets etc.) voordat ik besefte dat 2006 een Mozartjaar is. Ik ga dus gewoon maar door met The Late Sting Quartets (Alban Berg Quartett), The Symphonies vol. VI & VII (Christopher Hogwood), The Piano Concertos (Malcolm Bilson), The Piano Sonatas (Glenn Gould), Don Giovanni, 5 Violinkonzerte (Gidon Kremer) en de resterende cd’s die ik heb: van Eine kleine Nachtmusik via het Flute and Harp Concerto tot aan het Requiem.
 

11-01-06. Ben nog steeds bezig met schaven aan het eerste hoofdstuk, dat momenteel 5341 woorden telt. Het is bij het nalezen soms ontmoedigend om de fouten te zien die je de vorige keer niet in de gaten had gehad. Een bijvoeglijk naamwoord dat je kort na elkaar twee keer gebruikt had. Tikfouten die je al veel eerder in de gaten had moeten hebben. Een grap die bij nader inzien te flauw is, een grap die eigenlijk best wel wat flauwer mag zijn. Een dialoog die aan duidelijkheid wint door nog een keer aan te geven wie het woord voert (‘zei hij/zij’). En had ik wel de juiste namen gekozen? Met de achternamen zat het wel goed (Veers, Van Ol, Moriaan, Banko) maar er waren alledaagse voornamen bij die kennissen ook hebben en die ik dus maar vervangen heb.
 

12-01-06. Ook woensdag voornamelijk met het eerste hoofdstuk bezig geweest. Het telt nu 5435 woorden, het gevolg van niet alleen toevoegen maar ook van schrappen. Voorts gedurig gedubd: moest ik na het min of meer voltooien van het eerste hoofdstuk verdergaan met het tweede hoofdstuk? Dat is een lange flashback waarin de gebeurtenissen die uitmonden in het eerste hoofdstuk beschreven worden. Ik vond het bij nader nadenken beter om door te gaan met het derde hoofdstuk, dat chronologisch op het eerste aansluit. Ik had al er al de nodige aantekeningen voor gemaakt en had het verhaalverloop ook in mijn hoofd zitten maar zal toch wel even bezig zijn met de synopsis, vermoed ik. De donderdag is daar een goede dag voor, na het sporten. Woensdag had de concentratie ernstig te lijden van de gearriveerde voorlopige aanslag over 2006.
 

13-01-06. ‘Wat ik allemaal heb meegemaakt, daar kan je een boek over schrijven.’ Dat zegt mens weleens. Wat ze meegemaakt hebben is narigheid zoals die besproken wordt bij Oprah en Dr. Phil en daar hoort die narigheid ook thuis. Ik heb nog nooit wat meegemaakt – zelfs niet op het gebied van narigheid – waarvan ik dacht: daar moet ik wat mee doen, of: daar kan ik wat mee doen. (Behalve in een kort komisch verhaal.) Zelfs niet als derden vonden dat ik er wat mee moest doen. Schrijven is wat anders dan het op papier zetten van wat je overkomen is, de leuke dingen of de minder leuke dingen. Zelfs als je geweldig goed kunt schrijven, leidt het hooguit tot een geromantiseerd dagboek of een documentaire of een minderwaardige vorm van zelfjournalistiek. (Ik kom binnenkort op deze kwestie terug.)
 

14-01-06. Ik heb nu definitief besloten na het eerste hoofdstuk verder te gaan met het derde. Vrijdag de dertiende ging ik verlaat van start, ik werd om tien voor twaalf wakker – en dan nog alleen omdat een timmerman bezig was om bij de buren een nieuwe drempel aan te brengen, wat gepaard ging met het rumoerig wegzagen van de oude. Ik zat om twaalf uur aan de ontbijtkoffie, controleerde de mail, at twee boterhammen met komkommer en toen was er alweer een herhaling van The Persuaders op tv (in Nederland De versierders geheten, in België De speelvogels). Maar ik dwaal af. Na een bord babi pangang met kerriesaus een poosje in een biografie van Gregory Peck gelezen en toen pas (19.30) aan de slag. (Nee, geklets: ook ’s middags van 13.05 tot 14.20 aan het eerste hoofdstuk gewerkt.)
 

15-01-06. Vrijdag om middernacht verdergegaan in de biografie van Gregory Peck en die las zo lekker dat ik er tot een uur of halfdrie in bleef lezen. Vooruit, maar eens gaan pitten. Maar mijn inwendige klok kon het slaapritme niet meer bijbenen, zodat ik meer dan een uur bij kennis bleef. Uiteindelijk onder zeil geraakt – zaterdag pas tegen twaalven eruit. Het was de moeite niet meer er een gevulde schrijfdag van te maken, en daarom de Peckbiografie uitgelezen en voor een aanstaande jarige een cassettebandje met mooie muziek opgenomen en macaroni bereid. Pas om vijf over halftien ’s avonds in actie gekomen en begonnen aan het derde hoofdstuk. Tot kwart voor twaalf bezig geweest en in die tijd negen pagina’s handschrift voltooid (A4-formaat) – omdat ik alleen maar hoefde te noteren wat er al tijden in mijn hoofd zat.
 

16-01-06. Toen ik zaterdagavond aan het schrijven was had ik muziek opstaan, evenals de buren. Bij hen was het geen Mozart maar house die dwars door het fagotconcert heen bonkte. Na het schrijven ging ik verder met lezen: de autobiografie van Gene Wilder (die al 72 bleek te zijn!). Mozart bewaarde ik voor zondag maar het belendende housegebonk ging door. Tot halfdrie. De naburige muziekliefhebbers gingen vroeger naar houseparty’s, tegenwoordig houden ze die thuis. Als het halftwee ’s nachts geworden is en het lezen over het leven van Gene Wilder door beukmuziek gehinderd wordt sta je op het punt de politie te bellen maar tegelijk denk je: als ik dat doe zul je zien dat het opgehouden is voordat de politie er is. Zondag pas ’s avonds gaan schrijven. De handschriftproductie van zaterdag overgetypt en verbeterd: 3138 woorden.
 

17-01-06. De derde vrije week, het schrijven vordert gestaag. Ik was zondagavond in de autobiografie van Lauren Bacall begonnen, waarin ik tot twee uur ’s nachts bleef lezen. Dan sta je de volgende ochtend niet om zes uur op, en als je naar de supermarkt geweest bent is het ineens middag, en als je van fitness komt al halfdrie en tijd voor een bord zilvervliesrijst met twee gebakken eieren eroverheen (eigen recept). Ik had een freelance klusje in de bus gekregen waar ik een poosje mee zoet was en pas om vijf voor zeven was er gelegenheid voor schrijverij. Het eerste hoofdstuk en wat er tot nu toe van het derde op de harde schijf staat doorgenomen en hier en daar veranderingen aangebracht. Het eerste telt nu 5688 woorden, het derde 3126, maar dat worden er minimaal 7000.
 

18-01-06. Het eerste hoofdstuk gaat over een schoolreünie waar hoofdpersonage Tom Veers (aanvankelijk met tegenzin) naartoe gaat. Is het leuk om klasgenoten terug te zien als ze van middelbare leeftijd geworden zijn? Dat je zelf ouder wordt heb je niet in de gaten als je dagelijks in de scheerspiegel kijkt. Maar na 25 jaar lijken de anderen in hun ouders veranderd te zijn. In hoofdstuk drie, waar ik momenteel aan werk, komt de popgroep Mud ter sprake, die in de jaren zeventig hits had met onder meer Tiger Feet en Lonely This Christmas. Om achter nadere informatie over Mud te komen ging ik eens op internet kijken. Op een fansite vond ik biografietjes van Les Gray en zijn makkers. Naast de foto van de babyface die de drummer geweest was stond een recente foto: ernstig afgetakeld oud baasje. 
 

19-01-06. Nog even over autobiografisch versus verzonnen. Eigen belevenissen tot een roman omwerken vind ik een beetje gemakzuchtig. Maar een verhaal van A tot Z verzinnen is ook niks voor mij. Volledig vrij zijn om te schrijven wat je wilt? Dat is zoiets als een schilderij zonder lijst (met een oneindig groot doek) of een muziekstuk zonder begin- of slotakkoord. Ik geef de voorkeur aan een combinatie van verzinsel en belevenis (waarbij ik belevenis ruim interpreteer, het kan ook gaan om iets wat een ander overkomen is). Ik bedenk een verhaal en tijdens het schrijven schieten me gebeurtenissen te binnen die ik aan de fictie toevoeg en die daarin op hun plaats vallen. In Sabbatical gebeurt dat tot nu toe vrij vaak. Ik goochel met feit en fictie, net zolang tot ik half vergeten ben wat wat is.
 

20-01-06. Ik schreef dit al op 19 januari, vanaf vijf over halfzes. Het was tot dan toe een schrijfloze dag geweest en dat moest het bij wijze van uitzondering ook maar blijven: een dagsabbatical bij het schrijven van Sabbatical. Ik had afleidingsverschijnselen: mijn sinds 2 december in behandeling zijnde dvd-speler was genezen verklaard. Voordat ik ’m ging ophalen de videorecorder weggebracht: was eind december gerepareerd maar de klacht was ondanks de afdracht van 78,90 euro niet verholpen. Toen ik me bij de BCC-balie meldde voor de dvd-speler was de baliedame aan de telefoon. Ze sprak mijn antwoordapparaat in, ik hoorde haar zeggen dat de dvd-speler afgehaald kon worden. En daar was ik al. Thuis had zich een berg onbekeken dvd’s opgehoopt. Vanmorgen vroeg (halfelf) wakker van deurbel: pakketbezorger bracht Collected Novels Volume Two van Paul Auster... Time out!
 

21-01-06. De time out is nog niet voorbij en verliep tot nu toe aldus: donderdagmiddag de originele Japanse Godzillafilm (uit 1954) gezien, ’s avonds The Music of Chance (van Paul Auster) gelezen en bij wijze van nachtfilm naar The Missionary (van en met Michael Palin) gekeken. Vrijdagmiddag The Grudge en de klassieker Billy Liar gezien en aansluitend Leviathan (Paul Auster) gelezen. Maar het schrijven staat niet stil: zoals een baby in de moederbuik groeit, zo groeit een roman in het hoofd van een schrijver, zelfs als hij aan het lezen is. Ik las Leviathan en tegelijkertijd bedacht ik de voorlaatste scène van Sabbatical (die daar niets mee te maken heeft), inclusief dialoogfragmenten. Vandaag moet ik zien dat ik voor het middaguur ontwaakt ben, want er dient naburig een verjaardagsgebakje gegeten te worden. Het zal waarschijnlijk mijn ontbijt zijn.
 

22-01-06. De time out gaat zijn vierde en laatste dag in. Zaterdag ondoenlijk vroeg opgestaan (tien uur) en driekwartier later bij jarige Esther aan de koffie en het ontbijtgebak.’s Middags naar Red Rock West gekeken (met Nicolas Cage en Dennis Hopper), ’s avonds Mr Vertigo (van Paul Auster) gelezen, waarna een nachtfilm. Ik wil vandaag Ben-Hur en/of Il Casanova gaan zien, maar het kan ook geen van beide worden want ik verander nu eenmaal vaak van gedachten. Het schrijven gaat intussen bijna ongemerkt door, in mijn hoofd. Het is prettig dat het brein zo werkt: wat je ook aan het doen bent, de ideeën blijven komen. Daarom heeft het ook geen zin aan je bureau te gaan zitten wachten op invallen. Daar zit je pas als ze er zijn en dan komen er terwijl je schrijft vanzelf meer.
 

23-01-06. De laatste time out-dag was een filmfestivalletje. Zaterdagnacht naar Edward Scissorhands gekeken, zondag al om halfelf wakend, dus een zee van kijktijd. ’s Middags Ben-Hur gezien, waarna ik ook nog de bijgevoegde stomme versie uit 1925 had kunnen bekijken maar een kleine zes uur van dat soort toestanden vond ik wat overdreven. Een andere keer. Meteen doorgegaan met Il Casanova van Federico Fellini – wat een film, wat een muziek. Ik zag ’m in 1976 in de bioscoop, vond korte tijd later de soundtrack van Nino Rota in de bibliotheek. Elk filmbeeld een meesterlijk schilderij – dat is nog eens wat anders dan die nieuwe Casanovafilm. Om in Italiaanse sfeer te blijven het kijken vervolgd met Brutti, Sporchi e Cattivi en tot slot als nachtfilm een Visconti. Maandag voert het schrijven weer de boventoon. De time out is over.
 

24-01-06. De time out werd min of meer noodgedwongen geprolongeerd. Zondagavond geen puf meer voor een Viscontifilm en al om middernacht gaan slapen. De biologische klok had daar geen oren naar, zodat ik om twee uur nog wakker lag. Maandagochtend eerst gewekt door de vuilnisophalers, die hun werk niet geruisloos deden. Nog een paar keer wakker geworden en uiteindelijk om halfeen opgestaan. Na de aankoop van cd’s met de complete symfonieën van Tchaikovsky en met de vioolsonates van Beethoven en een uurtje sporten was de dag al in een vergevorderd stadium geraakt. Naar de stomme versie van Ben-Hur gekeken, die in 1925 4 miljoen dollar kostte en dat is er nog aan af te zien. Prachtig. Daarna een recentere film: Das Testament des Dr. Mabuse (1933), gevolgd door Die 1000 Augen des Dr. Mabuse (1960), met Gert Fröbe.
 

25-01-06. Als je maar bijtijds opstaat dan kan je nog wat van je dag maken. Ik was de nacht ingegaan met twee uur aan Ben-Hurdocumentaires (inclusief een screentest van Leslie Nielsen voor de rol van Messala). Omdat ik al om halfdrie was gaan slapen stond ik dinsdag al om vijf over twaalf op. Ontbeten, gaan sporten (na het zien van twee Ben-Hurverfilmingen in twee dagen tijd ging het roeien me extra goed af), boodschappen gedaan en naar Girl with a Pearl Earring gekeken. (Zou het slot anders gedaan hebben: zelfde uitzoomende beeld van het schilderij, maar dan een lang ononderbroken tracking shot: je ziet dat het schilderij in het Mauritshuis hangt, camera de zaal uit, naar buiten en daar eigentijdse mensen in de rij staand voor een Vermeertentoonstelling.) Enfin. ’s Avonds aan het eerste en derde hoofdstuk geschaafd.
 

26-01-06. De dinsdagnachtfilm was het meesterwerk M – Eine Stadt Sucht Einen Mörder (1931, van Fritz Lang) met een fenomenale Peter Lorre, die daarna gestrikt werd voor The Man Who Knew Too Much van Alfred Hitchcock. Woensdag wegens ernstig uitslapen slechts enkele zinnen geschreven maar het waren de juiste en mezelf daarom getrakteerd op bekijking van een paar dvd’s. Eerst de docutopper Ramses, daarna 24 Hour Party People (met Steve Googan). Na het avondsporten een Visconti: Ossessione (1943) met Clara Calamai en Massimo Girotti, de Italiaanse verfilming van The Postman Always Rings Twice – even indrukwekkend als de eerste Amerikaanse versie (1946) met Lana Turner en John Garfield. De aanvangsuren van de nacht waren voor Sophia Loren en Marcello Mastroianni in Una Giornata Particulare – dat wordt het ook, want vanavond ga ik in de Heineken Music Hall Deep Purple zien!
 

27-01-06. Eerst dit. Woensdagavond kwart voor twaalf de net ingeschonken Senseo neergezet en op de openknop van de dvd-speler gedrukt. Lade schoof open en duwde kop Senso voor zich uit – over mijn bed heen. Complete hete Senseo in matras! Van schrik pas om kwart voor vier gaan slapen. Donderdagmiddag bij fitness eerste poging roeirace gedaan. Twee kilometer geroeid in 10 minuut 29, kan sneller (want ik had al 40 minuten gefietst en gehold). Vond dat ik rust verdiend had en ging een Visconti kijken in plaats van te gaan schrijven. De avond was voor Deep Purple en ik voelde me weer helemaal 1972. Space Truckin’, Highway Star, Lazy, Smoke on the Water – bekend van de loeimooie dubbelelpee Made in Japan. Het luide geluid was voelbaar. De toetsenist verwerkte Tulpen uit Amsterdam in zijn solo! Vandaag 250ste verjaardag Mozart.
 

28-01-06. Rossaar! Dat is geen strijdkreet of een wanhopige aanroeping van het Opperwezen, maar de naam van een leraar. Voor het eerste hoofdstuk (de schoolreünie) had ik namen bedacht voor leerkrachten en schoolleiders – Banko, Van Ol, Koegelstamm, Ruweluin, Combastino, DuPleur, Herps, Radeer – maar het schoot me een paar dagen geleden te binnen dat ik nog geen naam had voor de leraar Engels. Gelukkig had ik binnen de kortste keren een passende naam. Maar ik lag lui dvd te kijken en was te lamlendig om de naam te noteren. Toen ik de volgende dag weer even lamlendig dvd lag te kijken dacht ik: hoe was die naam ook alweer? Ah, ik wist het weer. En schreef de naam uit gemakzucht niet op. Maar vrijdagmiddag kon ik er niet meer opkomen. En dus verzon ik een nieuwe. Rossaar. Niet vergeten.
 

29-01-06. Zo verlummel je je tijd, zo gaat het ineens als de brandweer. Zaterdagavond eindelijk verder gaan schrijven, en tussen 20.00 en 22.15 uur 8½ pagina’s A4-formaat gevuld. Ik verwacht dat ik zondagavond de handschriftversie van het derde hoofdstuk af heb (maar dan moeten de mouwen wel opgestroopt blijven). Wat er dan in handschrift staat is natuurlijk nog ondermaats: het is eigenlijk een omvangrijke synopsis – voordat het naar wens is moet er veel geschaafd, geschrapt en aangevuld worden. Overigens heeft mijn manier van schrijven wel wat weg van de bezigheden van een kok die op zoek is naar ingrediënten die bij de maaltijd passen. Ik speur naar dingen die in het verhaal op hun plaats zijn, specerijen die het verteerbaarder maken. Zo is Deep Purple er ineens in terechtgekomen, evenals de televisieserie Please Sir! uit de jaren zeventig.

30-01-06. De mouwen hoefden niet eens lang opgestroopt te blijven, ik schreef zondag binnen anderhalf uur de laatste (5½) pagina’s van het laatste hoofdstuk (in handschrift). Maar ik hou mezelf niet voor de gek, het is nog niet eens een halffabricaat, er wacht nog een hoop verbeterwerk. Dat gebeurt gedeeltelijk in één moeite door bij het overtypen en is voor de rest een kwestie van gedurig turen op de tekst en hopelijk beseffen wat er (nog) niet aan deugt. De begrafenisscène, bijvoorbeeld, moet nog opgeleukt worden. Misschien dat ik een paar passages in een andere volgorde zet. Het was in elk geval een vruchtbare dag, dat moet het vandaag weer worden. Ik was de zaterdagnacht ingegaan met het weer eens zien van Amélie, er zit een deuntje in dat ik volgens mij van een Tatifilm ken. Maar welke?
 

31-01-06. Op 1 februari loopt om 06.10 uur mijn wekker af en moet ik weer naar het werk. Dat zal wennen zijn – in de voorbije weken ging ik om drie uur, halfvier slapen en stond om twaalf uur, kwart over twaalf op. Maar waar het om gaat is dat ik de eerste versie van het derde hoofdstuk op de harde schijf heb staan. ‘Je hebt ’m weer flink uit je broek laten hangen,’ zeiden we op school en het werden dan ook 8736 woorden. De komende tijd zien waar er verbeteringen moeten worden aangebracht. Tijdens het schrijven naar symfonieën van Tchaikovsky geluisterd en ook naar de recente cd-aanwinst met Kindertotenlieder en andere Lieder van Mahler, onder Leonard Bernstein. Ook nog tijd gehad voor een Sonnevelddubbel-dvd, met mooie liedjes als Margootje, Het dorp en Lieveling en het vrolijke Gerrit.
 

01-02-06. Dit schreef ik dinsdagavond rond 20.00 uur en plakte ik vanmorgen omstreeks 06.20 uur op deze plek. Het uitslaapleven is gedaan, althans voor een dag (daarna weer vrij tot en met zondag). Het lukte me niet om maandagnacht voor 04.00 uur in slaap te komen, maar vreemd genoeg werd ik ’s morgens al om 08.30 uur wakker en ging er toen maar uit. Om 09.25 uur bij de sportschool, waar ik gapend mijn conditie op peil hield. Toen ik een paar uur later in de tram zat was het dankzij een cassettebandje vol Deep Purple dat ik uit mijn ogen bleef kijken. Ik was onderweg naar de matineevoorstelling van Match Point, van Woody Allen. De eerste driekwartier vond ik nogal tegenvallen. Maar de volgende vijf kwartier waren fantastisch. ’s Avonds het eerste en derde hoofdstuk verder gefatsoeneerd.
 

02-02-06. Nadat ik de tekst op het scherm verschillende keren aandachtig en zorgvuldig bekeken had dacht ik dat die wel in orde was, en printte de beide hoofdstukken. 12-punts Times New Roman, prettig om de 14.683 woorden zo op 28 geprinte pagina’s te lezen. Maar ook een beetje ontluisterend want ondanks mijn aandachtige en zorgvuldige beturing van het beeldscherm bracht ik op de print zowat tachtig verbeteringen aan. Een enkele stilistische verbetering, maar ook de banale correctie van een onbenullig foutje. Zouden er schrijvers zijn die alleen op de pc werken? Gerard Reve liet zijn handschrift overtypen, Dostojevsky dicteerde zijn laatste werken. Als je je woorden in een andere vorm (print in plaats van scherm) onder ogen krijgt blijkt er het een en ander aan te schorten. En het was pas de eerste keer dat ik ze doorlas.
 

03-02-06. Het werd een thuiswerkdag: teksten corrigeren bij beluistering van strijkkwartetten en werken voor piano en orkest van Béla Bartók (1881-1945). Dat was pas aan het begin van de avond het geval: na ontwaking gaan sporten, toen Leiden bezocht en op de terugweg naar de auto een ontbijtkroket getrokken. Bij de luxeaankopen zaten cd’s van Cesaria Evora (Miss Perfumado), Bob Dylan (Time out of Mind) en Deep Purple (Burn en In Concert with the London Symphony Orchestra), dvd’s (La Mala Educación, La Meglio Gioventù 1 + 2 en Mad Dogs and Englishmen) en slechts één boek: Mozart in zijn brieven – de dag ervoor al de nieuwe Stephen King (The Cell) en de baksteen met de Annie Mols- en Onkruidromans van Louis Paul Boon gekocht. Wat Sabbatical betreft: misschien dat ik vandaag of morgen het eerste hoofdstuk online zet.

04-02-06. De vrijdag stond grotendeels in het teken van een correctieklus, ditmaal met als arbeidsvitaminen diverse werken van Debussy en de recente aanwinsten van Cesaria Evora en Bob Dylan. Raar: naar Dylan had ik sinds Street-Legal en At Budokan (ik had hem in die tijd in het Feyenoord Stadion gezien, met Clapton in het voorprogramma) nauwelijks geluisterd. Op Time out of Mind heeft hij een heel andere stem dan ik gewend was. Dieper, rijper, bluesier. Mooi. Hele cd mooi. En dat voor 8 euro. Pas ’s avonds aan Sabbatical toegekomen. De print van het eerste hoofdstuk nog eens kritisch doorgenomen en hier en daar verbeterd. Moet je mee uitkijken: je bedenkt een mooier bijvoeglijk naamwoord en was vergeten dat je dat drie alinea’s terug al gebruikt had. Ik heb een voorlopige versie als blog geplaatst, lees zelf maar.
 

05-02-06. Na twee dagen thuiswerken had ik wel wat uitrusting verdiend, vond ik zelf, en daarom naar La Meglio Gioventù gekeken. Dat waren twee dvd’s van drie uur elk en zoiets is wat te gortig voor een ononderbroken bekijking en daarom na de eerste dvd een klein uur aan Sabbatical gewijd: de op de print van het derde hoofdstuk aangebrachte handschriftverbeteringen in het bestand verwerkt en een te binnen geschoten uitdrukking uit de schooltijd aan het eerste hoofdstuk toegevoegd – en aan de voorlopige versie daarvan hiernaast op dit weblog. Het dvd-kijken vervolgd met Mad Dogs and Englishmen. Na het zien van La Mala Educación weer verder met het magistrale epos La Meglio Gioventù. (In een scène die in 1983 speelt klinkt een fragment van Who wants to live Forever, maar dat nummer nam Queen jaren later pas op.)
 

06-02-06. La Meglio Gioventù duurde zes uur. Toen ik eraan begon dacht ik: godsamme, zes uur. Vijf uur verder dacht ik: nog maar een uur! Een dvd die uren langer had mogen duren. En, surprise surprise, ineens klonk Sodade van Cesaria Evora, staat op haar cd Miss Perfumado, die ik op dezelfde dag kocht als de dvd. Zondag mezelf in acht genomen: ik moet vandaag bloed doneren en omdat ik vijf keer per week sport is mijn ijzergehalte soms te laag. Dat krijg je weer op peil door niet te sporten en door appelstroop en spinazie in je op te nemen. Een hardlooploze zondag dus maar wel via de koptelefoon naar In Concert with the London Symphony Orchestra van Deep Purple geluisterd en Hart van De Dijk besproken, een studie van Thomas Verbogt over 25 jaar De Dijk.
 

07-02-06. Mevrouw Krenning stopt na vele jaren met haar muziekwinkel en dat betekent 30% korting op het assortiment. Ik kocht eerder al voor een prikkie Beethoven, Mahler, Queen, Satie en Tchaikovsky. Daar kwam bij: dubbelaar van Freek (9,52 euro), verzamelaar van Cornelis Vreeswijk (5,25) en een liedjesverzameling van Wim Sonneveld (3,49). Vrolijkheid aan de balie, mevrouw Krenning (een Waterman) besprak met twee dames elkaars sterrenbeelden. ‘Ik ben Tweelingen!’ stelde ik mezelf voor. ‘Daar kan ik altijd goed mee opschieten,’ zei mevrouw Krenning. ‘Maar ik moet toch betalen,’ zei ik. En mevrouw Krenning had schaterende pret. Het herzien van het eerste Sabbaticalhoofdstuk is in het stadium van pietlutten gekomen. Tom laat zijn ‘autosleutels’ vallen. Maar je hebt toch maar één autosleutel? Laat hij dus zijn ‘autosleutel’ vallen? Nee, hij heeft meer sleutels bij zich. Ik veranderde ‘autosleutels’ in ‘sleutelbos’.
 

08-02-06. Ik herinner me dat ik hard moest lachen toen ik ergens las dat iemand een reisbeurs had weten los te peuteren om in een ver land research te gaan doen voor een roman die hij in dat land wilde laten spelen. Degenen die zo’n reisbeurs toekennen weten kennelijk niet dat je via het internet alle mogelijke informatie over elk land kunt krijgen – misschien denken ze dat je er geweest moet zijn om erover te kunnen meepraten. Zou ik in aanmerking komen voor een reisbeurs naar Buisdorp? Die gemeente zit in mijn hoofd, daar heb ik geen reisbeurs voor nodig. Maar research is soms onvermijdelijk. Daarom maandagavond naar Poltergeist gekeken. In het eerste hoofdstuk herinnert Tom zich dat er in die film een indiaans kerkhof onder het zwembad ligt. Ik moest controleren of dat zo was – en jawel.
 

09-02-06. Een anekdote. Toen het met Zoute griotten in de richting ging van uitgeven ging, kwam mijn redacteur van Amsterdam naar Den Haag gereisd. Dat vond ik aardig van haar. Ze arriveerde tegen het eind van de ochtend, we gingen naar Kijkduin voor een lunch. We spraken we over van alles, behalve Zouten griotten. Vervolgens bij mij thuis verder gekletst en koffiegedronken. Bij haar vertrek overhandigde ze me het manuscript waar ze opmerkingen bij had die ik maar moest bekijken. Nadat ik dat gedaan had stuurde ik het manuscript weer in en ze kwam nog een keer langs. Weer erg gezellig, het weer niet over Zoute griotten gehad. Later vernam ik dat ze het bij de uitgeverij niet naar haar zin had en er zelfs vertrok zonder uitzicht op een andere baan. De bezoekjes waren vrije dagen geweest.
 

10-02-06. Nog een anekdote. Ik had het manuscript van Zoute griotten ingeleverd, de redacteur plaatste er een hoop verstandige kanttekeningen bij. Ik las braaf haar commentaar, was het er soms niet mee eens maar na een nachtje slapen meestal toch wel. Zo had ik geschreven dat Jardina en Evert van de nieuwe snelle aidstest gebruikmaakten, waarna ze het zonder condoom gingen doen. ‘Die snelle test bestaat toch niet!’ schreef de redacteur bestraffend in de kantlijn. Daar had ze gelijk in, dus ik schrapte de passage. Een paar maanden nadat Zoute griotten in de winkel was gelegd kwam er een snelle aidstest op de markt. Ik had gewoon koppig moeten zijn. Niet alleen omdat je er donder op kon zeggen dat die snelle test er kwam, ook omdat in de romanwerkelijkheid alles moet kunnen, als de schrijver het wil.
 

11-02-06. Vrijdag geen schrijfdag maar een reisdag: ik moest in Utrecht een redactievergadering meemaken. Voordien in de Domstad een rondje langs belangwekkende winkels gemaakt. Ik vond een beschaafd geprijsde collectors edition van Le Fabuleux Destin D’Amélie Poulain (onlangs nog de reguliere versie gezien), met director’s commentary (hopelijk niet in het Frans, daarin ben ik hopeloos). Voor de gezelligheid ook de soundtrack gekocht. Bovendien de dvd’s Parade (laatste Tati), Melissa and Melinda (voorlaatste Woody Allen) en Runaway Jury (Cusack! Hackman! Hoffman!). En om ook wat te lezen te hebben: de nieuwe Val McDermid (The Grave Tattoo) en een Patricia Highsmithbaksteentje van 724 pagina’s: The Selected Stories. Op de heen- en de terugweg zat het muzikale genie Harry Nilsson in de walkman. Wordt er nog wel voldoende naar hem geluisterd? Luister er eens naar: zoveel moois, zoveel ontroerends, zoveel vrolijks.
 

12-02-06. Na een reisdag een leesdag. Ik verwende mezelf met de nieuwe Stephen King: Cell (grappig om in een Engelstalig boek de Nederlandse achternaam Huizenga en de woorden ‘gek’ en ‘dolzinnig’ te zien staan). Citaat: ‘At the bottom, you see, we are not homo sapiens at all. Our core is madness. The prime directive is murder. What Darwin was too polite to say, my friends, is that we came to rule the earth not because we were the smartest, or even the meanest, but because we have always been the craziest, most murderous motherfuckers in the jungle.’ (En dat is nog zacht uitgedrukt.) King werkte aan de roman tussen 30 december 2004 (aan hem heb je dus ook niets met oudejaarsavond) en 17 oktober 2005. Achterin een voorpublicatie (in handschrift) van Lisey’s Story, verschijnt op 24 oktober aanstaande.
 

13-02-06. Een klasgenote zei ooit: ‘Vergissen is dagelijks.’ Dat was een wijze verspreking. Ik zette de tv aan en las op RTL-Teletekst: ‘Deetman en Cohen waren hooligans.’ Wie had dat achter deze ogenschijnlijk beschaafde heren gezocht? Deetman sprak als hij niet bij de les was hoorbaar plathaags, maar een verleden als hooligan... Ik las de kop nog een keer en ditmaal stond er: ‘Deetman en Cohen weren hooligans.’ Ik keek naar Melissa and Melinda van Woody Allen. In de ene verhaallijn is Melinda de hoofdpersoon. Maar de hoofdpersoon in de andere verhaallijn heette ook Melinda. Waar bleef die Melissa nou? Met nog een kwartier film te gaan pakte ik de dvd-doos erbij en zag toen pas dat de film Melinda and Melinda heette. Ik had nog een naam nodig voor een personage in Sabbatical. Het werd uiteraard Melissa.
 

14-02-06. Maandag net als zondag naar Amélie gekeken, de tweede keer vanwege het audiocommentaar van de regisseur. Een behoorlijk van film bezeten man, zoals een regisseur dat hoort te zijn. Allemaal goed en aardig, dat dvd kijken (zondag vier uur lang Dances with Wolves) en dat lezen (Stephen King) maar hoe zit het met het schrijven? Ik merk dat daar niet veel van terechtkomt, sinds de vakantie voorbij is en er weer driemaal per week naar kantoor gegaan dient te worden. Omdat het eerste en het derde hoofdstuk zo goed als voltooid zijn, is het geen doen bij de genoemde activiteiten aan het tweede hoofdstuk te beginnen: dat vergt concentratie die langer aanhoudt dan een paar uur. Daarom heb ik besloten daar donderdag mee te beginnen. Dan kan ik tot die tijd nog wel een paar dvd-extra’s zien.
 

15-02-06. Valentijnsdag werd een fiasco. Vorig jaar verstrekte een nabije frituurboer gratis patat, dus ik was er dit jaar weer als de kippen bij. ‘Dat is 1,70,’ zei hij – alleen de tweede portie was gratis! ‘Dan krijg ik er een tweede portie bij?’ ‘Ja, als u iemand had meegenomen.’ En toen had ik het wel gehad met Valentijnsdag. Enfin. Voor de aardigheid (en vanwege de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen) van een fragment uit het onvoltooide manuscript Berichten uit Buisdorp een blog gemaakt (Stemadvies). Dat manuscript was bijna af maar ik heb er passages uitgelicht voor Hot Talkuitzendingen op Radio West (zie de betreffende blogs). Wat er nog in het manuscript zit zal flink omgeploegd en aangevuld moeten worden. Encore enfin. Woensdag reis ik voor een reportage naar een hooivorkgehucht waar mensen uit de grote stad waarschijnlijk nog ritueel geofferd worden.
 

16-02-06. Ik had oren naar Brel maar moest mijn aandacht bij het sturen houden. Brel zou de concentratie in de weg zitten en daarom werd het Pink Floyd. De concentratie was ook nodig vanwege de beide geprinte routeplanningen en de handgeschreven synopsis. Als ik op een snelweg rijd waar opeens een bord met een Duitse plaatsnaam te zien is, dan voel ik mij niet prettig. Met name niet als ik onderweg ben naar een gemeente met 9000 inwoners die min of meer Nederlands spreken. Gelukkig kon ik de snelweg af voordat ik bij die Duitse plaats beland was. Ik was van elf uur tot halftwee onderweg geweest en bevond me driekwartier later, na een interviewtje, weer op de terugweg. Ik was toen wel toe aan toepasselijke Chicagonummers als Sing a mean Ttune Kid en I’m a Man. Yeah.
 

17-02-06. Gesport, cd’s gekocht (The Very Best of Dusty Springfield en Tony Bennett sings Ellington Hot & Cool) en dvd’s gezien (het tweedelige epos Jean de Florette / Manon des Sources, met Gérard Depardieu en Yves Montand – verpletterend betoverend). Ondanks dit alles even met schrijven bezig geweest. Ik had uit het manuscript Berichten uit Buisdorp een fragment gelicht en tot een blog bewerkt (Stemadvies). Op het idee gekomen er een Verkiezingsfeuilleton van te maken dat tot een dag na de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen dagelijks op dit weblog te lezen zal zijn. De roman heeft twee verhaallijnen: de ene betreft de viering van het 750-jarig bestaan van Buisdorp, de andere de gelijktijdige gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb achttien scènes voor het weblog uitgekozen, misschien dat ik van de jubileumpassages ook blogs maak. Maar voor het zover is moeten de schouders onder Sabbatical.
 

18-02-06. In het derde hoofdstuk/deel koopt Tom Veers op zeker moment een huis en is een paar maanden bezig met het opknappen, inrichten et cetera. Zo’n passage kun je natuurlijk van de grond af opbouwen maar ik had nog wat liggen. Toen ik op 4 mei 1994 te horen kreeg dat ik in aanmerking kwam voor de huurwoning waar ik dit nu typ, begon ik met het bijhouden van een verhuisdagboek op de pc, Verhuisberichten genaamd. Daarin wordt t/m 24 juli 1994 verslag gedaan van mijn eigen onbeholpen opknap- en inrichtbezigheden. Ik heb de tekst gistermiddag opgesnord (ik ben mijn eigen archivaris), het zijn 27.266 woorden. Zal de Verhuisberichten binnenkort printen en zien of er wat bruikbaars bij zit voor opname in Sabbatical. Wie weet bevalt de tekst me zo dat ik er mettertijd een Verhuisberichtenfeuilleton van maak.
 

19-02-06. Ik zat klaar om aan het schrijven te gaan. Zowat alle achterstallige dvd’s gezien (Jean de Florette en Manon des Sources waren de laatste speelfilms, nu alleen nog een seizoen of vier Buffy). Er lagen cd’s op beluistering te wachten maar na de Sonneveldliedjes en een schijfje uit de Koot en Bie Audiotheek was ik voldoende bijgetankt. Schrijven dus. Maar toen de pakketpostbode aan de deur met twee te bespreken boeken: Mijn oor aan je hart van Hanif Kureishi en van de Easy Aloha’s de bundel Zeepaardje met een hoed op. Van schrijven kon niets meer komen, daarom naar de dvd bij de dubbel-cd Zullen we dansen van De Dijk gaan kijken. Ze hebben duidelijk de mosterd bij Ramses Shaffy gehaald, zoals ik al gelezen had in Hart van De Dijk, dat ik vorige week moest bespreken.

20-02-06. Het idee voor het Verkiezingsfeuilleton kreeg ik toen ik al een log aan de Buisdorpse gemeenteraadsverkiezingen gewijd had. In het manuscript waaraan ik het fragment ontleend had (Berichten uit Buisdorp) is het niet de eerste passage over de verkiezingen. Dus als het feuilleton officieel van start gaat, is dat met een aflevering die voorafgaat aan de aflevering die nu al te lezen is. Het doet me denken aan de manier waarop tegenwoordig biografieën geschreven worden. Vroeger begonnen die met een uiteenzetting over het voorgeslacht van de held, gevolgd door diens geboorte, opgroeien en verdere avonturen. Dat werd op den duur afgezaagd gevonden. En sindsdien beginnen biografieën met een opmerkelijke episode uit het leven van de held, waarna vervolgd wordt met een uiteenzetting over diens voorgeslacht et cetera. En dat is inmiddels ook een afgezaagde manier van doen.
 

21-02-06. Het Verkiezingsfeuilleton (zie de bovenste blog) is vandaag officieel van start gegaan: t/m 8 maart (the day after) zal er dagelijks bericht worden over de verkiezingscampagne in Buisdorp en de grimmige strijd om de kiezersgunst tussen de Partij van de Waarheid (die geleid wordt door het gerenommeerde adviesbureau Jansen de Vries en door lijsttrekker Roelof Klaroen) en het Volksdemocratisch Landsbelang (met als adellijke voorman mr. Wijnand Dommes de Gil). Maar hoe leuk je het ook probeert te maken: met zo’n feuilleton leg je het natuurlijk af tegen de dagelijkse werkelijkheid. Terwijl ik dit schrijf is het Journaal gaande en daarin geeft de paljas Gerrit Zalm toe dat hij onzin uitgekraamd heeft voor wat betreft zijn oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid inzake de OZB. Lang geleden zei Frank Zappa het al: Politics is the entertainment branch of the industry.
 

22-02-06. Origineel zijn, daar is geen beginnen aan. Een Verkiezingsfeuilleton is eerder vertoond. In 1977 bracht de Volkskrant er een over de KLAP, de Konfessioneel-Liberale Arbeiders Partij. Ik vond de gekopieerde afleveringen terug, het zijn 21 memorandums van campagneleider mr. Herbert W. Fhijnbeen aan de voorzitter van de KLAP, het partijbureau, het Bureau voor Psychomarktanalyse, Het Feministisch Vrouwenverbond (had dat in 1977 niet Feministies moeten zijn?) en andere curieuze geadresseerden. Boven elk komisch memorandum een afbeelding van de campagneleider in een treffende pose, zoals een beklemmende imitatie van de blotetandenlach van Jimmy Carter. Origineel zijn? Uit het eerste memorandum: ‘het doet er niet toe of je toiletpapier verkoopt of een politieke partij moet slijten’. Zat dat in mijn onderbewuste toen ik campagneleider Boraal liet opmerken dat er geen verschil is tussen soep of politiek aan de man brengen?
 

23-02-06. Me een uurtje verdiept in het manuscript Verhuisberichten, waarvan ik mogelijk een deel gebruik voor Sabbatical. De tekst, die ik twaalf jaar geleden schreef, viel me mee – maar het is te vrolijk voor onbewerkte opname in de roman. Daar waar fragmenten in het derde hoofdstuk/deel zouden moeten komen is, na de voorafgaande narigheid, vrolijkheid wel op zijn plaats maar met mate. Bij het lezen stonden de beschreven gebeurtenissen me weer helder voor de geest – wat een gesjouw met dozen vol boeken en platen en videobanden en cd’s! Ik had in de nieuwe woning aanvankelijk een centerfoldachtige blonde buurvrouw die van bluesmuziek hield, Trea geheten. Ik kwam ook namen tegen waarbij de persoon me niets meer zei. Eliane was pannenkoeken aan het bakken toen ik haar een keer opzocht, samen met Janine. Wie was Janine? En Poolse Ada?
 

24-02-06. Van werken aan de roman is een poosje niets gekomen maar dat geeft niet: tegen de tijd dat ik ermee verderga sta ik er des te frisser tegenover. En bovendien: dat ik niet daadwerkelijk een vulpen vasthoud wil niet zeggen dat het creatieve proces tot stilstand gekomen is. Zo schoot me tijdens een aerobicsles de woonplaats van een personage te binnen: Fuuss – gewoon terwijl we bezig waren met de mambo en de cha cha cha en ik in de gaten moest houden dat ik de goede kant op ging. Geschreven is er overigens wel: ik heb de komende twaalf afleveringen van het Verkiezingsfeuilleton alvast gefatsoeneerd en voor weblogplaatsing geschikt gemaakt. Ik heb hier en daar lopen leuren met het feuilleton en dat merkte ik meteen aan het aantal bezoekers, het waren er zo’n veertig meer dan doorgaans.
 

25-02-06. Het schrijven vond vandaag gedeeltelijk in gedachten plaats: terwijl ik wat anders aan het doen was dienden zich ideeën aan voor het derde deel/hoofdstuk van Sabbatical. (Ik heb ze niet genoteerd, ze zitten in mijn hoofd in blijven daar wel zitten tot ik ze nodig heb.) Ik heb een halfuurtje achter de pc gezeten om uit het manuscript van Berichten uit Buisdorp, waar ik het Verkiezingsfeuilleton vandaan heb, een vervolgfeuilleton te snijden. Dat gaat over de viering van het 750-jarig bestaan van Buisdorp. Vrijdag voorts voor de buis gehangen vanwege de dubbele dvd van de fantastisch weirde ziekenhuisserie The Kingdom (I en II) van Lars von Trier. (Hij komt in een bonusinterview uitvoerig aan het woord en zingt zelfs een stukje You’re a Lady, van Peter Skellern.) De serie sluit mooi aan bij de feuilletonaflevering van vandaag.
 

26-02-06. Ten behoeve van Sabbatical heb ik een Douceur de l’écriture al voor 24 pagina’s gevuld met aantekeningen, invallen, namen en ander onontbeerlijks. Ik ben bang dat ik bovendien een beetje research moet gaan doen en daar ben ik geen liefhebber van. Toen ik lang geleden van plan was een politieke satire te gaan schrijven (wat uitmondde in de Verkiezingsblog) werd er net als nu campagne gevoerd. Ik besloot me gedegen te documenteren. De videorecorder legde verkiezingsspotjes vast, debatten, Journaalitems – in totaal een uur of vijftien. Ik knipte elk relevant bericht uit de krant en ik wachtte met kijken en lezen totdat ik aan die politieke satire ging beginnen. Maar toen het zover was dacht ik: ja zeg, ik ga daar vijftien uur verkiezingsflauwekul bekijken en een opbollende knipselmap doorspitten. De videobanden overgetapet en de knipsels ongelezen weggegooid.
 

27-02-06. Behalve van het doen van research ben ik geen liefhebber van het maken van een schema. Tegen de tijd dat ik de dop van de vulpen haal heb ik het verhaal goeddeels in mijn hoofd zitten. Ik maak natuurlijk wel aantekeningen (een globale indeling van de hoofdstukken en dat soort zaken) maar een uitgewerkt schema? Ik heb het idee dat ik daarmee het boek al vastleg voordat het geschreven is, terwijl de ervaring leert dat je tijdens het schrijven soms een heel andere weg inslaat. Je mag je dan niet laten weerhouden door een schema. Maar wat voor jezelf duidelijk is, is dat voor een ander niet altijd. Zo had mijn redacteur in het geval van Zoute griotten geen duidelijk beeld van het tijdsverloop. Toen heb ik achteraf een schema gemaakt en hier en daar tijdsaanduidingen ingelast.
 

28-02-06. Ik dwaal af maar ik wilde memoreren dat ik zondagnacht van een bekende schrijfster gedroomd heb. Ze heeft een paar jaar geleden een tijdje bij ons op kantoor gewerkt. Ze stond eens bij de printer en hield een paar inktzwart geworden vingers op en zei: ‘Lik eens af.’ Ik zei: ‘Voor wat hoort wat.’ Dat vond ze schaterend leuk. Ze had een turbulent leven geleid en een massa kinderen voortgebracht. Die kinderen kwamen soms luidruchtig op het werk langs. In die tijd was er een boek van me op komst. Ze vroeg me een keer hoe ik dat aangelegd had want ze wilde over haar turbulente leven gaan schrijven. Ik weet niet meer wat ik geadviseerd heb, ze kreeg het in elk geval voor elkaar en trok onder de naam Anna Meijerink veel aandacht. Goed gedaan, ‘Anna’! 
 

01-03-06. Als je denkt: het kan niet gekker, vergis je je meestal. In oktober mailde een redacteur me: ‘Schroom niet een verhaal ter lezing aan mij op te sturen.’ Ik antwoordde haar dat ik in januari aan Sabbatical zou gaan werken. Op 2 februari zond ik het eerste, voorlopig voltooide hoofdstuk. Na een week of drie vroeg ik per mail of het was aangekomen want de tijd van ontvangstbevestigingen ligt achter ons. Ze antwoordde afgelopen maandag dat het op de ‘uitgevrij’ druk was en dat ze het voor 7 maart hoopte te lezen, ‘maar denk nog steeds niet dat je manuscripten in ons fonds passen’. Ik herinnerde haar eraan dat ik slechts aan haar verzoek voldaan had en dat verzoek herinnerde ze zich toen weer – in een qua interpunctie onbeholpen mail. Zo iemand noemt zich dan literair redacteur.
 

02-03-06. Even iets terzijde. Nadat ik eerder uit het manuscript Berichten uit Buisdorp de fragmenten had gelicht die het Verkiezingsfeuilleton vormen, harkte ik afgelopen zaterdag de fragmenten voor een vervolgfeuilleton bij elkaar, een feuilleton over de viering van het 750-jarig bestaan van de gemeente. Ik ben er gisteren een tijdje mee bezig geweest, het worden 21 dagelijkse afleveringen, zodat de eventuele lezer tot eind maart onder de pannen is. Omdat de beide feuilletons zijn voortgekomen uit hetzelfde manuscript, viel er niet aan te ontkomen in het jubileumfeuilleton aan de gemeenteraadsverkiezingen te refereren. (Qua tijdverstrijking lopen ze dus parallel.) Wie daar aardigheid in heeft zou eens naar de blogs van de beide Hot Talkuitzendingen op Radio West kunnen kijken, daarin komen sommige feuilletonscènes in dialoogvorm voor. (Als schrijver vind ik het interessant het materiaal in verschillende vormen te gieten.) 
 

03-03-06. Donderdag was ik een paar uur op Texel. In Den Burg liep ik langs café In Den Grooten Slock. In december 1980 zat ik er te schrijven. De waard zag dat en zei: ‘De grootste schrijver van Nederland zit hier!’ Hij bedoelde Jan Wolkers, die er net was komen wonen. De volgende dag fietste ik op hem af, belde aan, vroeg Karina naar Jan en maakte een praatje met hem. (Leuke geschiedenis voor een feuilleton, zal in mijn archief naar het manuscript speuren.) Wolkers toen een kwieke aanstaande vader van 55, nu een broze man van 80. In 1980 fotografeerde ik de etalage die boekhandelaar Theo Timmer vol Wolkers gestopt had. Gisteren maakte ik met Theo een halfurig praatje over de bejaarde kunstenaar – ook nu had hij zijn etalage gevuld met Wolkers. Stom – geen camera bij me.
 

04-03-06. Hoe doen anderen het? Ik had dezer dagen een mailuitwisseling met een collega-schrijfgrage. Zij was van plan geweest in januari dagelijks twee uur te gaan schrijven maar dat kwam er niet van. Ik had zelf eveneens schrijfvoornemens voor januari en daar heb ik mij redelijk aan gehouden. Maar ook ik had soms last van uitstelverschijnselen. Het overkomt de besten: Hugo Claus placht ’s morgens voor het schrijven gaan het kruiswoordraadsel of cryptogram in The Times op te lossen. Ik hoop dat hij daar behendig in was, anders zou er een hoop tijd mee verspild zijn. Jan Wolkers deed het anders: overdag schilderde of beeldhouwde hij en de ideeën die daarbij opborrelden werden ’s avonds aan de schrijfmachine uitgewerkt. Wie geïnteresseerd is in de schrijfpraktijk zou On Writing van Stephen King eens moeten lezen, een zeer aanbevolen boek.
 

05-03-06. Op 23 februari kocht ik de cd-box Neerlands Hoop in Bange Dagen, met het complete elpee-oeuvre. Het is niet altijd prettig om met jeugdsentiment geconfronteerd te worden maar in dit geval was het dat wel. Momenteel luister ik naar hun meesterwerk Neerlands Hoop Express uit 1974, een superieur samengaan van cabaret en rock ’n’ roll. Wat een geluk om in de middelbareschooltijd hieraan blootgesteld te worden want voordien en nadien werd zoiets niet vertoond. Quo Vadis, (Doe) De Hoop, De hijger, Geld (wat harmoniëren Bram en Freeks stemmen daarin prachtig!). Op 16 november 2004 zat ik in het Compagnie Theater op de eerste rij bij Neerlands Hoop in Memoriam, een eerbetoon aan Bram. Freek plus de intellectuele Thé Lau en Jan de Hont en diverse gasten. Quo Vadis live – hup, nekharen overeind. In mei komen de dvd’s! 
 

06-03-06. In de cd-speler Hoezo jeugdsentiment? van Neerlands Hoop. Ze coveren Vijf uur van Ramses Shaffy. De laatste tijd weinig gemeld over het werken aan Sabbatical, omdat daar steeds wat tussen kwam. Van de week bijvoorbeeld het vierde seizoen van 24 helemaal gezien, en gisteren Mijn oor aan je hart van Hanif Kureishi besproken. Het is voor (aspirerende) schrijvers boeiende lectuur: vader Kureishi schreef zijn leven lang romans en verhalen die nooit uitgegeven werden. Zijn zoon werd wel een succesvol schrijver, met boeken als The Buddha of Suburbia en Intimacy. Er waren tijden dat vader en zoon elkaars werk kritisch beoordeelden, nu grijpt Hanif een opgedoken nagelaten manuscript van zijn vader aan om diens (schrijvers)leven (en zijn eigen) in kaart te brengen. Intussen klinkt Neerlands Hoop. Een reggaeversie van (kleine kokette) Katinka, oorspronkelijk van de Spelbrekers. Hoezo jeugdsentiment? 
 

07-03-06. Alles, zelfs Sabbatical, moet vandaag wijken voor de verkiezingen. Aan het geven van een stemadvies valt niet te ontkomen. In Buisdorp zit het wel goed: de opkomst ligt er doorgaans iets boven de 100% en de meeste Buisdorpenaren weten wel zo’n beetje of ze een stem moeten uitbrengen op het Volksdemocratisch Landsbelang van mr. Wijnand Dommes de Gil of op de door Roelof Klaroen geleide Partij van de Waarheid. Maar er zijn ook lezers van dit weblog die niet in Buisdorp woonachtig zijn en die in gebieden waar deze partijen niet aan de verkiezingen deelnemen hun leefklimaat of biotoop hebben. Waar moeten zij op stemmen? De een z’n kop staat ze niet aan, de ander stinkt zelfs vanaf het affiche uit z’n bek. Voor alle kiesgerechtigde twijfelaars en weifelaars van buiten Buisdorp volgt hier mijn stemadvies: STEM!
 

08-03-06. Wat een dag! Vanwege de verkiezingen gisteren geen tijd gehad om aan Sabbatical te werken. Ik was om kwart over zeven bij het stemlokaal in bejaardenhuis De Knekelburcht en kwam daar pas tegen halftwaalf weg. In Buisdorp zijn er nog geen stemmachines geïmplementeerd en we moesten uren wachten op het terugvinden van de officiële puntenslijper waarmee het officiële stempotlood geslepen dient te worden. Op de plek waar die hoorde te liggen lag een door een verwarde bejaarde achtergelaten bovengebit. ’s Avonds woonde ik in het World Eet Center de bijeenkomst van de Partij van de Waarheid bij. Ondanks een enthousiast musicerend Macedonisch Mandolinekwintet een zeer onvrolijke aangelegenheid. Pas twee uur nadat het tellen van de stemmen begonnen was kwam er een op de PvdW uitgebrachte stem aan het licht. Er werd gejuicht – ik geloof door de kok.
 

09-03-06. De verkiezingen zijn me niet in de koude kleren gaan zitten, zodat er ook gisteren niets kwam van werken aan Sabbatical. Pas om kwart voor elf opgestaan. De tv aangezet en op Teletekst gelezen over de aanstaande persconferentie van Jodokias van Aartsen die daarop zijn terugtreden als VVD-fractieleider officieel bekend zou maken. Dat was wel heel erg toevallig want op datzelfde moment belegde Roelof Klaroen in Buisdorp een persconferentie waarop hij letterlijk en figuurlijk verslagen zijn terugtreden als PvdW-voorman aankondigde en toelichtte. Het noopte me tot een aanvulling op het Verkiezingsfeuilleton (zie de categorie Feuilletons). Om de dag niet verloren te laten gaan een blog geschreven over Federico Fellini, en mijn zus ontboden om daar een passabel plaatje bij te schieten. Vandaag begint het Jubileumfeuilleton, waarin dagelijks bericht zal worden over de viering van 750 jaar Buisdorp.
 

10-03-06. Het is prettig om een vrije dag als een vrije dag te beschouwen, maar ook gisteren stond er geen schrijven op het programma en dat was ietwat bedenkelijk. Er is de laatste tijd zeer weinig gekomen van werken aan Sabbatical. Dat kan op zichzelf geen kwaad – als ik de draad weer oppik sta ik er fris tegenover, dan valt des te beter op wat er nog niet helemaal deugt aan het tot dusver geschrevene. Er kwam zo weinig van schrijven omdat er in tegenstelling tot in januari geen weken van vrijheid aan de orde waren. Me gisteren wel beziggehouden met weblogteksten – de tweede aflevering van het Jubileumfeuilleton voorbereid en een overzicht gemaakt van persoonlijke voorkeuren op het gebied van muziek, film en boeken – de lijst al een aantal keren aangevuld met wat me nadien te binnen schoot.
 

11-03-06. Mezelf eindelijk bij de nekharen gegrepen en het eerste en derde hoofdstuk/deel van Sabbatical kritisch bekeken – een hoop verbeteringen aangebracht. Ik vind het doorgaans wel prettig een eigen tekst te herlezen. Vorig jaar bijvoorbeeld Zoute griotten weer gelezen, het boek beviel me nog steeds. Niet iedereen herleest zijn eigen werk graag. Op 12 maart 1997 was ik als verslaggever op BulkBoek’s Dag van de Literatuur. Ik woonde een sessie van leerlingen met Maarten ’t Hart bij. Ik vroeg hem of hij zijn werk herlas. Hij moest er niet aan denken, dan zou hij dingen tegenkomen die hem niet bevielen. Jan Wolkers verkondigde ooit (ik meen ergens in de jaren zeventig) in een interview dat hij zijn werk jaarlijks integraal herlas. Zou hij dat ook graag gedaan hebben als hij de boeken van Maarten ’t Hart geschreven had?
 

12-03-06. Niet toegekomen aan Sabbaticalschrijven, wel een behoorlijk lange tijd achter de pc gezeten. Lang genoeg althans om zeven delen van de György Ligeti Edition te draaien. Ligeti hoorde ik voor het eerst via de film 2001: A Space Odyssey – daarin is het in die context spookachtige koorwerk Lux Aterna te horen. Kubrick gebruikte werk van Ligeti ook in Eyes Wide Shut: het minimalistische pianostuk Musica Ricercata II, in een beter klinkende versie dan op de Ligeti-editie. Ligeti’s oeuvre bestaat (voor wat betreft de zeven cd’s die ik heb) uit werken voor koor, piano, strijkers en orkest. Daarbij zit een cd met Mechanical Music (klinkt soms als een voorstudie van de synclaviercomposities van Frank Zappa) waaronder het Poème Symphonique voor 100 metronomen, in 1963 in première gegaan op het gemeentehuis van Hilversum. Daar was ik graag bij geweest.
 

13-03-06. Toen ik de soundtrack erbij pakte zag ik dat Stanley Kubrick behalve Lux Aterna nog meer ijzingwekkende Ligetiklanken gebruikt had in 2001: A Space Odyssey: Atmospheres, Adventures en Requiem for soprano, mezzo soprano, two mixed choirs & orchestra. Naast natuurlijk het wondermooie (dat vind ik nu eenmaal) Schöne Blaue Donau (Von Karajan, niet Rieu) en het later vooral met Elvis geassocieerde Also Sprach Zarathustra. Voor The Shining gebruikte Kubrick synthesizermuziek van Wendy Carlos (v/h Walter Carlos) en ook werken van Béla Bartók (Music for Strings, Percussion and Celesta), opnieuw Ligeti (Lontana) en de Poolse geweldenaar Krzystof Penderecki. Ik heb hem een keer in het Haagse Congresgebouw zijn eigen werk zien dirigeren (helaas niet De Notura Sonoris uit The Shining). Componisten heb je in alle soorten en maten: Penderecki oogde eerder als een boekhouder dan als een bohemien.
 

14-03-06. Vanavond Boekenbal! Schrijvers die naar het Boekenbal gaan horen erbij, en daarom zijn schrijvers die er niet in komen beklagenswaardig. Geweigerden wijken uit naar het alternatieve Boekenbal, er zijn er die ook daar niet welkom zijn. Voor het Boekenbal van 2002 ontving ik twee kaartjes. Maar in de maanden na het uitkomen van Zoute griotten was mijn verbazing over de zeldzame combinatie van desinteresse en ondeskundigheid die ik bij uitgeverij Anthos aantrof omgeslagen in verbittering. Ik kwam geregeld in Amsterdam en in de buurt van het uitgeverspand maar geen denken aan dat ik er binnenstapte om gezellig een praatje te maken. In maart 2002 had ik zelfs geen zin om mensen van die uitgeverij op het Boekenbal tegen te komen. En dus ging ik gewoon niet. Sommige schrijvers komen er niet in, anderen willen er niet in.
 

15-03-06. Dit weblog was maandag jarig. In het eerste bestaansjaar waren er 13.316 (wat mij betreft letterlijk en figuurlijk) unieke bezoekers, die tezamen 35.474 pageviews voor elkaar kregen. Er zijn momenteel tegen de 200.000 woorden te lezen, wie dat te weinig vindt kan er nog eens zo’n 100.000 op www.buisdorp.com vinden. Wat anderen bloggen is wat mij betreft prima, zelf ben ik van voor de oude stempel en schrijf niet ff maar even. Ik verwelkom reacties maar wie bij herhaling flauwekul toevoegt mag niet meer meedoen: die devalueert de reacties van anderen. Voor een schrijver is een weblog een uitkomst. Je kunt ongelimiteerd verbeteringen aanbrengen, als een pottenbakker met eeuwig kneedbare klei. Terwijl Harry Mulisch op het Boekenbal de polonaise leidde, plaatste ik een verbeterde versie van het eerste hoofdstuk van Sabbatical, dat aardig aansluit bij het Boekenweekthema.
 

16-03-06. Ik moet weer een zijspoor bewandelen en iets buitenliterairs aankaarten. Het begon ermee dat een grapjas reacties plaatste die hij zelf waarschijnlijk erg lollig vond. Vaak is het verspilde moeite iemand die de geestelijke ontwikkeling heeft van een bierdrinkende voetbalsupporter erop te wijzen dat een weblog ook gelezen wordt door mensen met een IQ hoger dan 75 die niet gediend zijn van mislukte leukigheid. Toen het te gortig werd een IP-ban afgekondigd, waarna meneer via een ander IP-adres liet weten dat hij nog bestond. En op de koop toe via het mailformulier uitleg over de ban eiste. Na twee IP-bans moest ik dus ook nog een mailafzender blokkeren. Vervolgens meldde zich een kornuit van de overlastpost met een treiterreactie – de beheerder van Web-log.nl kan desgevraagd zulke lieden het bloggen ontzeggen. Maar genoeg gedoe, er moet geschreven worden.
 

17-03-06. Een paar uur gewerkt aan het verbeteren van het eerste en derde hoofdstuk/deel van de roman. (De verbeteringen zijn verwerkt in de versie die als blog is opgenomen.) Bij herlezing valt je ineens op dat een zin niet lekker loopt, een bijvoeglijk naamwoord het juiste niet is, dat je een ander bijvoeglijk naamwoord drie alinea’s eerder al gebruikt had. En kan punt gevolgd door hoofdletter niet beter komma gevolgd door kleine letter zijn of omgekeerd? Of puntkomma? Het was niet de eerste keer dat ik de tekst verbeterde. Ik weet zeker dat ik als ik de verbeterde tekst onder ogen krijg opnieuw dingen ga veranderen. Toen ik Marten Toonder in het Rosa Spier Huis opzocht zei ik het curieus te vinden dat de drie romans van Kafka onvoltooid zijn gebleven. Toonder: ‘Maar wanneer is een roman af?

18-03-06. Mijn eerste schrijfmachine was een van school geleende Olympia Traveller die ik als redacteur van de schoolkrant nodig had. Daarna volgde een gekochte Hermes Media III (met een prachtige letter) – eveneens een mechanische schrijfmachine. Ik typte er met twee vingers op: ik kon het met tien, maar met je pink zet je minder kracht dan met je wijsvinger en dat was van invloed op de druk die de hamertjes op het papier uitoefenden. Van mijn onophoudelijke soms nachtelijke typen kreeg de benedenbuurman hoofdpijn. Hij herademde toen ik een redelijk stille Brother CE 50 elektronische schrijfmachine kocht. Het was een dure hobby: je moest er linten voor kopen die niet al te lang meegingen, en daarnaast correctielinten. Pas toen ik een computer kreeg typte ik weer met tien vingers, ik leerde het mezelf opnieuw met het programma TempoType.

19-03-06. De laatste tijd weinig geschreven maar het was dan ook geen weer. Terwijl ik dit typ is het buiten onder nul en waait er een stevige wind die de gevoelstemperatuur verder omlaag jaagt. De ijsmeesters raken in extase, de rayonhoofden steken de koppen weer bij elkaar. Maar hoewel er geen letters op papier komen, komen er wel ideeën op. Zo heb ik besloten voor wat betreft het tweede deel/hoofdstuk van Sabbatical de zaken anders dan anders aan te pakken. Het is mijn gewoonte om een eerste versie met de vulpen te schrijven (een Waterman, volgens Stephen King ‘the world’s finest word processor’ – hij schreef er toen hij herstellend was van de aanrijding Dreamcatcher mee). Ik bewerk direct op de pc een deel van het manuscript Verhuisberichten tot een romanpassage om – maar gelukkig niet wegens enig lichamelijk letsel.


20-03-06. Motto’s in boeken wekken vaak een dikdoenerige indruk. De auteur plukt een zinnetje dat de lading van zijn roman dekt uit het oeuvre van Flaubert, Stendhal, Schopenhauer of Joyce. Zou hij dergelijke werken doorspitten tot hij iets bruikbaars tegenkomt? Of gewoon maar lukraak een pagina opslaan en wat aankruisen? Het is tenslotte Flaubert, Stendhal, Schopenhauer of Joyce en dan zit je al gauw goed. Jan Wolkers gebruikte in De walgvogel citaten uit een Laurel & Hardyfilm, een aflevering van Donald Duck, en om er wat cachet aan te geven een wijsheid van LaoTse – niet ontleend aan de scheurkalender maar aan de Tao Te King. Ik ben geen voorstander van motto’s maar met betrekking tot Sabbatical schoot me een filmcitaat te binnen dat ik terugvond in de vorm van een spreekwoord: ‘The truth hurts. Lies will kill you.’


21-03-06. Ik was een jaar of tien en op het flesje 7UP stond: ‘You like it, it likes you’. Ik wist hoe je dat moest uitspreken en wat het betekende. Mijn Engels was toen al bijna in orde, mede dankzij het lezen van Arendsoog en De nachthavik. Frans was een ander verhaal. Mijn moeder had een tijdje op de Franse ambassade gewerkt en ze volbracht een Cours de Langue et de Civilisation Françaises. Maar mijn Frans werd niks. Ik kan goed Frans spreken, in de zin van ‘uitspreken’ – maar heb dan geen idee wat ik zeg. Daar gaat binnenkort verandering in komen. Want vanwege de muzikale Boekenweek kocht ik behalve de Jacques Brelbiografie van Anthierens een juweel van een liedtekstuitgave in twee talen. (Altijd gedacht dat Ne me quitte pas wilde zeggen dat Brel niet tegen kietelen kon.)


22-03-06. Het gaat de goede kant op, geloof ik. Het derde hoofdstuk/deel van de roman ben ik al bijna in de grondverf aan het zetten, het eerste praktisch aan het aflakken. Telkens als ik de tekst doorneem breng ik verbeteringen aan maar het worden er minder en minder en wat er nu staat bevalt me meer en meer. Deze week richt ik me op het middenstuk. Ik heb besloten dat het uit vier delen zal bestaan, onder de overkoepelende titel Dear Prudence (een en drie heten respectievelijk Good Times Gone en Dream Home Heartache). Het onderdeel van het middendeel waar ik het eerst aan ga werken is het derde – daarvoor baseer ik me op het manuscript Verhuisberichten (uit 1994). Ik denk dat ik daarna met het aansluitende deel verder zal gaan, zodat ik niet helemaal achronologisch bezig ben.


23-03-06. Het werd weer een dag van schrijfplannen waar niets van terechtkwam. Dergelijke dagen horen erbij maar het was natuurlijk beter geweest om melding te maken van een welbestede dag. Maar goed, het is Boekenweek en dan is het niet alleen de bedoeling dat je boeken koopt maar ook dat je ze leest. Dinsdagavond Los van de wereld gelezen, het levensverhaal van Hella de Jonge – fraai verwoorde rampspoed met een min of meer happy ending. Gisteren het Dagboek 1969 van Jan Wolkers uitgelezen. Hij werkt aan Turks fruit en afgezien van een enkele hapering gaat dat gesmeerd. Bij de huidige Boekenweek hoort muziek, die zit volop in dit dagboek. Voor Karina koopt Jan een plaat met oude Elvisnummers, voor zichzelf Jimi Hendrix, Pink Floyd en Frank Zappa (Hot Rats: ‘Geweldig goed’). Fantastisch, meemaken dat zulke sublieme muziek uitkomt.


24-03-06. Even geschreven. Aan de hand van het manuscript Verhuisberichten begonnen met de verhuisscène in Sabbatical. Ik kan nog niet schatten hoe lang die scène zal worden. Het is mogelijk dat ik besluit het tweede hoofdstuk/deel uit drie in plaats van vier delen te laten bestaan. Voor het schrijven was er lezen aan de orde: Drijfzand koloniseren van A.F.Th. van der Heijden. Een dunnetje (146 p.) als voorafje bij Het schervengericht (zo’n 700 p.) dat in aantocht is. Achterin een opsomming van de twintig titels die A.F.Th. voornemens is aan zijn al imposante oeuvre toe te voegen. Belofte maakt schuld die niet altijd wordt ingelost. Voorin De onverbiddelijke tijd (1984) noemt Jan Wolkers vijf titels die hij in voorbereiding heeft. Op het moment dat ik dit schrijf is daar nog niets van verschenen, terwijl de tijd onverbiddelijk voortschrijdt.


25-03-06. Sommige dagen zijn geen schrijfdagen en gisteren was het zo’n dag. Ik was er bijtijds uit en vertrok om kwart voor tien naar Leiden, waar ik bij Plato vier Klaus Schulze-cd’s kocht en bij Kooijker van Jonathan Safran Foer de roman Extremely Loud & Incredibly Close, waarbij ik tegen alle regels in (het was geen Nederlands boek) het Boekenweekgeschenk ontving (mijn zesde). Voorts bij een banketbakker een gevulde koek en bij een automatiek een kroket. Tegen halfeen weer thuis en om bij te komen van voorvermelde inspanningen vier afleveringen van Buffy gezien. ’s Avonds, net als vorige week donderdag, naar Pepijn om de voorstelling van Annette, Norma en Hans te zien – ouderwets leuk cabaret in de zin van het ontbreken van eigentijdse platvloerse stand-upperij. Kijk maar eens op www.denorman.nl. Vandaag vroeg opgestaan vanwege het Prijzencircusbegin: Charmed afgeprijsd!


26-03-06. Het zijn rare tijden. Als ik dit typ is het 19.50 uur, als ik deze tekst plaats iets na middernacht en als ik acht uur geslapen heb is het negen uur later geworden. Vrijdagnacht om halfeen gaan slapen, om twee uur wakker geworden van housegebonk bij de buren, vervolgens om vijf uur door een van de poezen die haar neus tegen mijn neus duwde opdat ik zou opstaan en haar te eten zou geven. Om tien over zeven de wekker, zodat ik om acht uur bij het Prijzencircus kon zijn. Om gezondheidsredenen kocht ik er de eerste vijf seizoenen Charmed – ik had van de zorgverzekeraar vernomen dat ik 255 euro no-claim terug zou ontvangen (verrekend met de premie, dus er gaat 100 euro af). Mocht ik ziek worden, dan kan ik te bed 77 uur Charmed zien.


27-03-06. We hadden gisteren de kortste dag van het jaar en daardoor was er een uur minder schrijftijd voor me weggelegd. Dat was geen ramp want ik kwam niet aan schrijven toe. Behalve het vooruit zetten van de kleine wijzer van horloge, wekker, muurklok en videorecorderklok en een klein kwartier hardlopen nauwelijks iets uitgevoerd. Wel het nodige denkwerk verricht want de komende tijd moet er van alles gaan gebeuren. Het Jubileumfeuilleton loopt ten einde en ik wil dat meteen laten volgen door een Soepfeuilleton (daarover eerdaags meer) en moet de betreffende tekst in 50 stukken hakken. Daarnaast denk ik na over twee uur uitzending op Radio West (in het programma Hot Talk), mogelijk met als thema vakantie (in Buisdorp). Dat komt neer op het schrijven van sketches, het uitzoeken van passende muziek en het timen van de sketches.


28-03-06. Ook een schrijver krijgt soms te maken met de minder cerebrale aspecten van het leven. Ik bezocht gisterochtend de Albert Heijnvestiging naast de Haagse Bijenkorf. Ik kocht onder meer biologische macaroni (scharrelpasta) en huiswijn (vin du maison, kan ook de la maison zijn). Met een aardig vol karretje bij de kassa. Caissière: ‘Er is een storing, er kan niet gepind worden.’ Voorbij de kassa een pinmachine. Kon ik daar pinnen? ‘Nee, in de hele binnenstad is er geen elektronisch betalingsverkeer mogelijk.’ Ik met mijn karretje de schappen langs en alle beoogde aankopen teruggezet. Met het lege karretje langs de kassa en richting de pinmachine, waar een oud vrouwtje geld uit tevoorschijn liet komen. Machine deed het wel! Geld gepind, met karretje supermarkt weer in en uit de schappen de teruggelegde boodschappen gepakt. Ditmaal geen boodschappenlijstje nodig gehad.


29-03-06. Het zijn niet altijd leien daken. Voorbeeld 1: de joggingbroek. Ik was in de pauze bij het Prijzencircus om behalve afgeprijsde koffiepads een joggingbroek te kopen. Wat bleek? Die zou aan het eind van de week pas aan de collectie worden toegevoegd! Voorbeeld 2: de zomertijd. Ik dacht: uurtje eerder op, makkie. Maar maandagavond was het zo erg met me dat ik al om 21.00 uur ging slapen, wat twee dagen eerder om die tijd nog 20.00 uur was. Ik had me verkeken op negentienjarige poes Duimpie en gehoopt dat ze me pas om zes uur in plaats van om vijf uur zou wekken. Maar ze wekte me al om vier uur en hield haar wekpogingen tot zes uur vol. Op het werk hield ik me staande en op de sportschool ook. Daarna sloeg Klaas Vaak toe.


30-03-06. Vandaag gaat er een nieuw feuilleton van start, een Soepfeuilleton. Het is voortgekomen uit het manuscript Soep (heb het betreffende Wordbestand Valentijnsdag 2000 het laatst veranderd), dat uit 50 (korte) hoofdstukken bestaat. Ik heb een aantal passages geschrapt en enkele andere samengevoegd, het zijn daardoor 33 dagelijkse afleveringen geworden. Een van de hoofdstukken had ik in 2001 al bewerkt tot een voorpublicatie op mijn website. Een desbetreffende print vond ik terug, zodat ik die bewerkte versie kon gebruiken voor het feuilleton. Voor dit weblog had ik eerder al twee fragmenten uit Soep tot blog herschreven (een rechtbankscène en de kringloopliposuctie). Soep was destijds bedoeld als een van de vervolgen op Zoute griotten en uit die roman zijn dan ook twee Soeppersonages afkomstig. Hoofdpersoon Evert Huis is hier de verteller, meneer Mortifa speelt een belangrijke rol als postrondbrenger.


31-03-06. De komende tijd zal er weinig komen van schrijven aan Sabbatical: er zijn dringende andersoortige schrijfverplichtingen. Op 19 mei aanstaande mag ik op Radio West weer twee uur ongecontroleerd mijn gang gaan, als gastpresentator van het programma Hot Talk. Dat betekent sketches schrijven en muziek uitkiezen en sketches en muziek timen en teksten herschrijven en nog een paar keer herschrijven en minimaal driemaal repeteren met Esther en Hans. Het thema zal dit keer zijn: Vakantie in Buisdorp maar Buisdorp zien we ruim, dus ook markante inwoners uit de randgemeenten Bokkerzwaag, Vrouwezeeghe, Zeevenslooten en Grooterwaal kunnen aan bod komen en uitstapjes over de grens liggen eveneens binnen de mogelijkheden (want the sky is the limit bij live radio). Er kan piano en gitaar gespeeld worden, er kan gezongen worden – maar gelukkig voor de eventuele luisteraars niet door mij.


01-04-06. Terzijde: wat een toestand. Ik stond in de rij om geld te gaan pinnen. (Zoals meestal was een van de twee pinautomaten buiten bedrijf.) Voor me was een oudere dame geld aan het tanken en natuurlijk was het weer iemand die nadat de biljetten tevoorschijn waren gekomen kalmpjes aan een tweede pasje invoerde. (Om de een of andere reden is dat erger dan gewoon twee pinners voor je hebben.) Ze was klaar en liep naar haar auto. Ik haalde mijn pas uit mijn broekzak en wilde die in de automaat stoppen – en zag toen dat de gepinde bankbiljetten van de dame er nog uit staken. 2000 euro! De oude dame reed al weg, ik sprong op mijn fiets, pas na een halfuur had ik haar ingehaald. Ze gaf me als dank 1000 euro. Het is 1 april.


02-04-06. Het is nu definitief lente: het regent gestaag. De eerste aprildag gevuld met vier afleveringen van Charmed en acht van MASH, en tegelijkertijd nagedacht over de invulling van de Hot Talkuitzending op Radio West. Het is pas op 19 mei, maar het is niet verstandig het schrijven uit te stellen tot een week voordien. Terwijl ik dvd keek kwamen er ideeën bovendrijven. Het waren er te veel om te onthouden en dus pakte ik er een notitieblok bij en schreef de invallen op. Later hevelde ik ze over naar de pc. Ruwe versies bedacht van acht sketches, met bijpassende muziek. Soms kom je door het onderwerp van een sketch op het idee voor een nummer, soms vormt een nummer de aanleiding voor een sketch. De gesproken onderdelen worden door muziek omlijst, dat wordt nog een hele studie.


03-04-06. Ook gisteren vier afleveringen van Charmed en acht van MASH gezien, maar in de ochtenduren nuttig bezig geweest met het bewerken van de Soepfeuilletonteksten. Ik had het betreffende Soepmanuscript versie 2000 (ik bedoel het jaar 2000, niet de 2000ste manuscriptversie) in 33 stukken gehakt en die moesten nog gefatsoeneerd worden. Ik kwam erachter dat ik niet zozeer moest strepen als wel strepen verwijderen. Oorspronkelijk schreef ik de tekst in WordPerfect (dat doe ik nog steeds als het om de eerste pc-versie gaat, leg andere keer wel uit waarom) en vertaalde die naar Word. Als je de Wordtekst op het scherm of geprint hebt is er niets aan de hand, maar op de beheerpagina van Web-log.nl zie je dat er afbreekstreepjes in sommige woorden zitten. Dan staat er bijvoorbeeld to-ma-ten-pu-ree – en al die streepjes moeten weg. Dom monnikenwerk.


04-04-06. De ene keer krijg je ideeën in de schoot geworpen, de andere keer liggen ze in de brievenbox. Ik was aan het nadenken over sketches voor de aanstaande Hot Talkuitzending op Radio West en vond in de brievenbox een kaartje van een helderziende professor. Zou het iemand zijn met paranormale gaven die besloten had voor de zekerheid een opleiding tot professor te gaan volgen? Of een professor die de universiteit gedag had gezegd om via zijn gaven aan de kost te komen? Deze professor was de minste niet. (Dat kan ik weten want ik verzamel de kaartjes die regelmatig huis aan huis en dus ook bij mijn huis bezorgd worden.) Hij zorgt voor ‘onmiddellijke terugkeer van iemand die U verlaten heeft’ en heeft maar liefst ‘20 jaar ervaring in relatie en liefdesproblemen’. Vandaar dus zijn ‘100% garantie’.


05-04-06. Er gaat vandaag flink geschreven worden: ik wil een stuk of twintig komende feuilletonafleveringen onlineklaar maken en ideeën voor elf sketches voor de Hot Talkuitzending (19 mei) op Radio West uitwerken. Tussen de bedrijven door moet ik de visite vermaken: sinds vorige week donderdagavond heb ik logeerkat Loekie over de vloer. Hij was hier een halfjaar geleden voor het laatst maar had meteen zijn draai gevonden. Poes Duimpie gaf hem een welkomstlik over zijn neus en poes Gregor sloeg hem op afstand ongeïnteresseerd gade, wat zij sindsdien is blijven doen. De vorige keer hield Gregor zich gedurende de logeerpartij van Loekie voornamelijk boven op de tv gedeisd, nu beweegt ze zich vrijer om de vreemdeling heen. Loekie zelf waardeert de vele maaltijden die ik serveer en rent de negentienjarige Duimpie enthousiast achterna de trap op en af.


06-04-06. Het schrijven bleef beperkt tot het fatsoeneren van twaalf feuilletonafleveringen, wat ik over de hele dag uitsmeerde omdat er diverse andere bezigheden binnens- en buitenshuis waren die de aandacht opeisten. Zo was ik al vroeg bij het Prijzencircus, waar ik een jack bemachtigde dat 69 euro gekost had, naar 49 euro was afgeprijsd en nu nog maar 35 euro hoefde op te brengen. Het is een jack om in het openbaar uit te trekken, want aan de binnenkant staat te lezen dat ik van het Leasure and Adventure Team ben. Puik jack. Voorts was buurvriendin Esther teruggekeerd van een binnenlandse reis met haar geliefde en met de achter hun stationcar gebonden caravan. Haar terugkeer betekende dat logeerkat Loekie afscheid moest nemen. Voordat hij voorlopig uit ons leven verdween mocht hij nog een halfuurtje met poes Duimpie darren.


07-04-06. Tussendoor een consumentenzaak. Vorig jaar kocht ik het vijfde seizoen van The Sopranos op dvd. Met het eerste schijfje was wat mis: kon niet ingelezen worden. De boxset teruggebracht. Tijdje later vierde seizoen Six Feet Under gekocht. En jawel: ook daar lukte het kijken niet, dus ook die boxset geretourneerd. Nadat vervolgens The Fly (1958) het niet bleek te doen begon ik te vermoeden dat het mogelijk aan de dvd-speler zou kunnen liggen. Het apparaat op 6 december 2005 ter reparatie afgegeven, al op 16 januari 2006 was-ie hersteld. Gedurende elf weken probleemloos dvd kunnen kijken – maar woensdagavond trad er weer hapering op en donderdag was dvd-kijken helemaal niet meer mogelijk. En dus wordt de speler weer aan een kijkoperatie onderworpen. Zoals dat gaat bij Murphy: afgelopen dinsdag dat vierde seizoen Six Feet Under maar weer gekocht.


08-04-06. Gisteren ondanks het fraaie herfstweer schrijfwerkzaamheden verricht: de komende afleveringen van het Soepfeuilleton gefatsoeneerd. De laatste aflevering was aan de korte kant en die heb ik dus bij de voorlaatste gevoegd, zodat het er in totaal 32 zijn geworden en de reeks tot aan het eind van de maand loopt. De pakketbezorger bracht de dvd-box van de serie Rising Damp, die in afwachting van de genezing van de dvd-speler onbekeken blijft. Ter vulling van de tijd van Jonathan Safran Foer het mooie rare Extremely Loud & Incredibly Close gelezen – en ook de nieuwe Remco Campert. De nieuwe Remco Campert? Omdat ik aan een essay over hem werk kreeg ik de drukproef van Het satijnen hart (waarvan ook een luisterboekversie verschijnt) in de bus. Vroeger schreef Campert als geen ander over de jeugd, nu idem over de ouderdom.


09-04-06.
De zaterdag was geen schrijfdag maar toch uit bed gekomen. Terwijl de lucht met de minuut meer betrok en op Kijkduin onverschrokkenen aan hun Duinenmars begonnen naar Amsterdam gereden. Ter hoogte van Wassenaar startte de regen, nabij Schiphol kon van plenzen gesproken worden. Het reisdoel was Sound of the Fifties op de Prinsengracht, een vooraanstaande muziekleverancier die volgende week zaterdag voor het laatst open is. (De kans bestaat dat de dienstverlening in een andere vorm wordt voortgezet.) Aan een decemberbezoek aan Waterstone’s had ik een voucherboekje overgehouden, met kortingsbonnen geldig t/m 30 april. Ik trof er de nieuwe Tami Hoagthriller Dead Sky (‘Blood is the price of Justice’, aldus de cover). Hardback kostte 24 euro, paperback 20 euro – ik kreeg 5 euro korting op de hardback en 3 euro op de paperback, dus het werd de hardback.


10-04-06. Het viel al niet mee om alle terechte mediaberichtgeving te volgen, toch de tijd genomen voor een boek. Lang niet herlezen: Een circusjongen (1975). Een krankjorume geboortescène, gein met een doodkist en met een ongewenste gebakleverancier, een zwarte, bezeten duizend-en-één-nachtachtige vertelling over Reve als vrachtautochauffeur en als welkome gast aan het Hof. Plus die ongeëvenaarde somberheid: ‘Soms, heel kort, was ik gelukkig, of meende ik het te zijn, als ik mij poogde te wijden aan de liefde voor iemand, aan wie ik mijn geheim weerloos had toevertrouwd, maar ook dit schaarse geluk verging.’ Raaskal, de opvatting van Mulisch en anderen dat het na De Avonden bergafwaarts ging. Zij hebben Moeder en Zoon niet gelezen, Oud en Eenzaam, Het Boek van Violet en Dood et cetera. Naar de ramsjwinkel voor het Verzameld Werk: onnavolgbare literatuur voor weinig geld!


11-04-06. Joop zorgde voor Gerard maar wie zal er straks zorgen voor diens werken van letterkunde? Ik bezit van het meesterlijke Op weg naar het einde drie edities. Een gebonden uitgave van Van Oorschot uit 1983. De advertentie ervoor achterop Tirade 389 juicht dat het boek ‘geheel opnieuw gezet’ is en ik streepte dan ook een stuk of twintig beschamende zetfouten aan. ‘Storbui’, ‘gesusd’, ‘neurieën’, ‘honder kilometer’. Enzovoorts. In 1999 verscheen het tweede deel van het inmiddels verramsjte Verzameld Werk, met daarin een vlekkeloze editie van Op weg naar het einde. Tegenwoordig is het werk van Reve ondergebracht bij heruitgeverij De Bezige Bij, en dat is geen verbetering. In 2001 verscheen daar de 25ste druk van Op weg naar het einde. Al op de eerste pagina een zetfout, op pagina 56 rijdt de HMW-bromfiets 551 km per uur!


12-04-06. Ik heb Gerard Reve eenmaal ontmoet, op 12 maart 1997 tijdens BulkBoek’s Dag van de Literatuur in mijn woonplaats Den Haag. Ik lunchte met Bart Chabot in de artiestenkantine, die door Gerard en Joop de betreden werd. Weldra zag ik mijn kans schoon. Ik haalde het die ochtend gekochte exemplaar van Brieven aan Matroos Vosch tevoorschijn en meldde me bij de afzender ervan. Ik vroeg hem of hij het prachtige boek wilde signeren en reikte behulpzaam een balpen aan. Het was geen kroontjespen, dus Reve raakte er wat schichtig van. Hij zei: ‘Ik zet erin Voor Martin, met de liefste wensen van Gerard Reve.’ Korte pauze, en toen: ‘Bekend van radio en tv.’ Ik zei: ‘Ik herkende u meteen van de radio!’ Matroos Vosch wilde me weg hebben maar ik vertrok pas toen ook hij gesigneerd had.


13-04-06. Gisteren bezocht ik voor een reportage de prachtige nieuwe bibliotheek van kustgemeente Egmond aan den Hoef. Bij binnenkomst stuitte ik op een tafeltje waarop een aantal werken van Gerard Reve was uitgestald, benevens een A4’tje waarop diens heengaan beschreven werd. De directeur gaf toe dat het een wat shabby bedoening was. Ze had het liever zo fraai aangekleed als die Amsterdamse boekhandel, waar een stemmig lint de boeken van de betreurde sierde. ‘Kunt u niet een Mariabeeld op de kop tikken?’ De directeur hield het voor mogelijk dat dit te realiseren was: in de gemeente heerste katholicisme. Het was na de Revehausse van de afgelopen dagen een dorre bedoening op tv. We waren verwend met uitzendingen waarin vele ongeziene beelden vertoond werden. Ik voel wel wat voor een Revekanaal waarop continu aandacht aan de schrijver besteed wordt.


14-04-06. Dat de laatste rustplaats van Gerard Reve de komende jaren het doelwit zal zijn van lezers die hun idool eer willen betonen is evident. Maar na het zien van NOVA kreeg ik het vermoeden dat men er in Machelen een soort literair Bobbejaanland van wil maken. De burgemeester legde de link tussen bedevaartgangers en middenstand, inzonderheid de horeca. Een glunderende wethouder (‘schepen’) meende dat een naar Reve vernoemde straat er wel in zat. En een standbeeld? informeerde Tonko Dop likkebaardend. Waarom ook niet, filosofeerde de wethouder. Dat wordt zaterdag wat. Intussen zijn de weekbladen verschenen. Voor de Reveliefhebber is Vrij Nederland het interessants. Daarin staat de laatste, in 2004 door Rineke Dijkstra gemaakte officiële foto van de schrijver, die bij toeval in de lens kijkt. Een prachtig, sereen portret. De volksschrijver lijkt op de volkskomiek Willy Walden.


15-04-06. Het zesde en laatste deel van het Verzameld Werk van Gerard Reve bevat veel snoepjes om van te smullen. Het deprimerende gedicht Bioscoop (1940) bijvoorbeeld, had als motto voorin De Avonden opgenomen kunnen worden. En dan de Brief uit Huize Algra. Die kenden we toch al uit Nader tot U? Ja, tot op zekere hoogte: alleen voor wat betreft de passage over de landkruiser. In het VW gaat het nog een tiental pagina’s vrolijk verder. In het gedicht Het zorgeloze kunstenaarsvolkje (opgenomen in Archief Reve 1961-1980) beschrijft Reve het ongemak dat Pamphylia aan haar ‘kutwerk’ heeft. In de Verzamelde gedichten (Van Oorschot, 1987) heeft de auteur het scabreuze kutwerk veranderd in ‘gleufje’. In het VW is het kutwerk in ere hersteld. (Het is voor de liefhebber uiteraard van belang beide varianten te bezitten. Doe nooit wat weg!)


16-04-06. Het was een waardig en ontroerend afscheid. Geen Zeeverkenners of Zusters van Liefde maar desondanks een keurige katholieke begrafenis. Van heinde en verre waren ze gekomen want hij was een schrijver met wie de vele lezers een band hadden. Niet slechts huisvrouwen die zwijgend haar plicht doen en moeders van kinderen maar talloze vogels van uiteenlopend pluimage en alle gezindten. Een pastoor die aan Gerard Reve gewaagd was. Joop Schafthuizen met een door verdriet getekend gezicht. Teigetje en Woelrat afzijdig tegen de kerkmuur leunend. Een aangedane Erwin Mortier. Een oud geworden Hugo Claus (en een evenzeer oud ogende Jef Geeraerts). Terwijl ik dit schrijf leest de volksschrijver vanaf cd De Avonden voor. Er is D.V. voor jaren te lezen, te kijken en te luisteren. (Tot zover de reeks overdenkingen naar aanleiding van het overlijden van Gerard Reve.)


17-04-06. Het werk aan Sabbatical ligt al een tijdje stil, ben wel begonnen aan het schrijven van teksten/sketches voor de Hot Talkuitzending op Radio West, want die vindt op 19 mei plaats en dat is aanstaande vrijdag nog maar vier weken gaans. Ik had gelukkig al zo’n beetje in mijn hoofd wat mijn bedoeling was en bovendien (eveneens in mijn hoofd) een aantal sketches uitgewerkt. De muziek die ik draai hangt samen met de sketches: ik maakte een indeling van wat in het eerste en wat in het tweede uur te horen zal zijn qua muziek en verdeelde ook de sketches over beide uren. Daarna een zestal sketches geschreven – volgens de voorlopige planning de helft van wat ik nodig heb (uiteraard pas in eerste versie). Binnenkort timen om te zien of er genoeg of te weinig materiaal is.


18-04-06. Ik zat achter de pc en de muziek kwam bij de buren vandaan – al is muziek misschien geen correcte benaming voor het gestamp. Ik dacht om halfeen ’s nachts: het zal zo wel over zijn, maar pas om halfvier was het zover. Tweede Paasdag om tien uur eruit en na wat ochtendlijk getalm ’s middags in actie gekomen en verdergegaan met het schrijven van sketches voor de Hot Talkuitzending van 19 mei op Radio West. Omdat ik ook nog zo’n twee uur werk zou hebben aan de transcriptie van een interview mezelf geen rustpauze gegund. Ik kreeg de eerste versie van het draai/boek script tegen halfnegen af en was daarna zoals voorzien een kleine twee uur met de transcriptie bezig. Daarna de eerste versie van de Hot Talktekst vluchtig doorgenomen – het zijn een kleine 8000 woorden geworden.


19-04-06. In Sabbatical besluit hoofdpersoon Tom Veers zijn vrije tijd gedeeltelijk te besteden aan het lezen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust. Een goede aanleiding om de Proustbiografie van Ghislain de Diesbach uit de kast te nemen en eindelijk te gaan lezen, wat niet in een dag zal lukken (700 pagina’s). Ik bezit naast die van Diesbach nog twee levensbeschrijvingen: de tweedelige biografie van George D. Painter, die ik lang geleden gelezen heb, en een van Ronald Hayman, die ik minder lang geleden gelezen heb. Mijn eerste Proust was eind jaren zeventig Combray of Een liefde van Swann, als een van de drie-boeken-voor-een-tientje van ECI (de andere waren De zwanen van Stonehenge en Oorlog en Vrede). Waarom toen Proust gekocht? Ik vermoed vanwege die subliem mallotige Monty Python sketch, The All-England Summerize Proust Competition.


20-04-06. De Proustbiografie van Ghislain de Diesbach gaat wat hoogdravend van start en leest aanvankelijk nogal traag maar dan wordt het leuk want Marcel Proust was een rare. Hij was allerminst een volksschrijver maar ging wel onder de wapenen: vrijwillig want dan hoefde hij maar één jaar in plaats van vijf. Gewatteerd opgevoed als hij was wist hij niet wat hij met een onopgemaakt soldatenbed aan moest en besloot hij maar op de onbedekte matras te gaan slapen. Bij een toneelstuk wierp hij zich op als souffleur maar daar was hij niet voor in de wieg gelegd. Hij had geen oog voor het script en lachte hardop om de acteerprestaties, tot radeloosheid van de acteurs die hun tekst kwijt waren. En hij was een gigantische kletskop. ‘Hij is een innemende dwaas,’ aldus een vriendin. Maar wat een oeuvre!


21-04-06. Afgelopen dinsdag had ik de eerste versie geprint van het draaiboek/script van de uitzending van Hot Talk op Radio West (19 mei). Door hardop de teksten te lezen (en de duur van de diverse muziekintermezzi erbij op te tellen) timede ik wat ik tot nu toe had: aan beide uren moest nog wat worden toegevoegd. Het kwam dus goed uit dat kompaan Hans Ruitenberg, die vele stemmen in zich heeft en die ik slechts woorden in de mond hoef te leggen, me smeekte om een Revepersiflage te mogen voordragen. Als ik zo’n verzoek krijg ben ik natuurlijk niet te houden. Binnen een halfuur had ik een pastiche af: de missing link tussen Lieve jongens en Een circusjongen. De tekst zal ik met de kroontjespen overschrijven en aan verzamelaars aanbieden: het leven wordt wel duurder maar niet goedkoper.


22-04-06. Het dappere snijdertje mepte er meen ik zeven plat maar ik vond het al geweldig dat ik twee vliegen in een klap sloeg. Ik had een tijdje geleden een tekst uit 1994 geprint waar ik uit wilde putten voor Sabbatical: een dagboek dat ik op de pc bijhield van de beslommeringen rond een verhuizing. Ik nam hier en daar een passage over, vervolgens lag het werk een tijdje stil. Gisteren begon ik met het bewerken van deze Verhuisberichten tot een Verhuisfeuilleton voor op het weblog, want het Soepfeuilleton is aan het eind van de maand afgelopen. Bij het opdelen van de tekst in afleveringen en het gelijktijdig verbeteren ervan, kon ik meteen bekijken wat ik eventueel voor Sabbatical zou kunnen gebruiken. De verhuizing speelde twaalf jaar geleden, maar ik herinnerde me alles alsof het vorige week was.


23-04-06. Een welbestede zaterdag, hoewel ik pas om halfelf gapend uit bed kwam. Een paar uur bezig geweest met het verder omwerken van de Verhuisberichten tot een Verhuisfeuilleton. Het werden 56 afleveringen, zodat ik na afloop van het Soepfeuilleton tot eind juni een dagelijkse aflevering in petto heb. De avond stond in het teken van het Hot Talkdraaiboek/script. Ik verbeterde de eerste versie, uitgebreid met de Gerard Revepastiche, en timede wat ik had door de voordrachten en dialogen hardop te lezen. Voor wat het eerste uur betreft heb ik zo’n 62 minuten aan tekst en muziek, ik denk dat ik in het tweede uur nog een minuut of vier materiaal nodig heb, dat hetzij zal bestaan uit een telefoongesprek met een externe medewerkster, hetzij uit een fictieve uitagenda in combinatie met een muziekstuk van een minuut of twee.


24-04-06. Het was zondagochtend tamelijk fris, te fris om in een T-shirt te gaan hardlopen, vond ik. Een koukleum, ik? Vergeleken bij Marcel Proust allerminst. Ik herinner me uit een biografie de anekdote over het huwelijk van zijn broer Robert. De schrijver voelde zich niet helemaal in orde maar verscheen toch in de kerk: gekleed in vele lagen truien waar overheen hij drie jassen had aangetrokken. Onderweg naar zijn plaats hield hij bij elke rij halt om zijn gezondheidsomstandigheden toe te lichten. (Zijn moeder werd per ambulance naar de kerk vervoerd.) In de Diesbachbiografie een fraai beeld van de schrijver aan het werk: ‘gedrogeerd door cafeïne en rillend onder een driedubbele laag jaeger ondergoed, plus vijf wollen dekens en drie donzen dekbedden’. Ik las de passage op bed, in een T-shirt en met het dakraam gedeeltelijk open. Behaaglijk.


25-04-06. De Grote Drie hadden niet onmiddellijk succes. De Avonden bezorgde Reve veel heisa maar weinig inkomen. Van de opbrengst van Conserve kon Hermans niet stil gaan leven en met Archibald Strohalm (later archibald strohalm) ging het ook niet denderend – vandaar dat Mulisch de voorkeur geeft aan schrijvers die hortend en stotend op gang komen en uiteindelijk wereldroem vergaren. Groter dan deze Grote Drie is Marcel Proust – althans buiten Nederland. Zijn opkomst was nog veel moeizamer. Bij het zoeken naar een uitgever stelde hij gegadigden in het vooruitzicht dat hij zelf de druk- en publiciteitskosten voor zijn rekening zou nemen. Zo verscheen het eerste deel van A la Recherche du Temps Perdu als een veredelde uitgave in eigen beheer. Het in maart 1913 betaalde voorschot (door de auteur aan de uitgever!) bedroeg 1750 franc, tegenwoordig zo’n 5000 euro.


26-04-06. Het eerste hoofdstuk van Sabbatical is getiteld Good Times Gone en dat komt natuurlijk van het Kinksnummer Where have all the Good Times Gone. Begin maart las ik op de site van Mojo dat Kinksvoorman Ray Davies eind februari in Utrecht had optreden. Stom: ik was te laat. Nog stommer: ik had het verkeerd gezien, ontdekte ik eergisteren. Eind februari was niet het concert maar begon de kaartverkoop! Het concert was op 3 mei. Is op 3 mei. Gisterochtend probleemloos twee kaartjes bemachtigd en er is ook vandaag nog plaats. De thuisblijvers hebben bij voorbaat ongelijk, kan worden afgeleid uit besprekingen in NRC en Volkskrant. Want het wordt allemaal gespeeld: Waterloo Sunset, Set me Free, Apeman, Sunny Afternoon, Death of a Clown, You Really Got Me, Lola. En natuurlijk ook Where have all the Good Times Gone.


27-04-06. Vanmiddag hebben we (Esther, Hans en ik) een eerste repetitie. We zijn er vroeg bij, de uitzending van Hot Talk (op Radio West) is pas op 19 mei. Zo’n gezamenlijke lezing biedt de mogelijkheid het materiaal wat nauwkeuriger te timen dan bij een solovoordracht door de schrijver. Ik ontdekte dat de eerste versie van het draaiboek/script wat aan de korte kant was en daarom laste ik in het tweede uur een item in over de Buisdorpse Bongo Boys, een tamelijk absurdistische tekst (veel gekker kan ik het niet bedenken) over een ‘legendarische’ sixties band die een reünieconcert geeft in de Dorpsgehoorzaal – het eerste optreden (in 35 jaar) sinds de dood van de befaamde bongospeler Bas ‘Bongo Boy’ Bambergen, die vervangen wordt door zijn zoon Barend ‘Little Bongo Boy’ Bambergen. (Voor dat concert zijn nog voldoende kaarten verkrijgbaar.)


28-04-06. De eerste repetitie voor de Hot Talkuitzending op Radio West verliep naar wens: timing wees uit dat we een afdoende hoeveelheid tekst en muziek hebben om de twee uur mee te vullen. Het was een informele doorloop van de dia- en monologen, gelardeerd met nuttiging van koffie, thee, boterkoek en de door Esther meegenomen walnoten. Zij droeg ook haar kat Loekie binnen, die door mijn kat Duimpie een begroetingslik over zijn snuit kreeg maar door mijn andere kat Gregor genegeerd werd. Zo gaan die dingen. Voor mij was de repetitie een makkie: ik had de teksten zelf geschreven en hoefde mijn stem niet in bochten te wringen om diverse typetjes te produceren. Hans moest dat wel: hij speelt elf rollen, variërend van badmeester tot burgemeester, van kapper tot medisch specialist, van Afrikaans medium tot Franstalig Frans toerist.


29-04-06. Toen ik de omvangrijke biografie van Ghislain de Diesbach uit had, begon ik trek te krijgen in Marcel Proust zelf en in A la Recherche du Temps Perdu. Dat kwam goed uit, want een paar jaar geleden had ik een fraaie cassette gekocht met zes (nog ongelezen) gebonden delen In Search of Lost Time. Vele jaren voordien kocht ik een ook niet onaardig ogende cassette met drie paperbackdelen, getiteld Remembrance of Things Past. Ik kocht deze vertaling (door C.K. Scott Moncrieff en Terence Kilmartin) omdat Thérèse Cornips de tijd nam met haar vertaling Op zoek naar de verloren tijd. Bovendien liet De Bezige Bij de afzonderlijke delen eerst in paperback verschijnen voordat beslag gelegd kon worden op een mooie gebonden editie. Inmiddels ben ik halverwege The Way by Swann’s (ofwel Du Côté de Chez Swann) geraakt. Prachtig.


30-04-06. Als je per se je verjaardag wilt vieren op de dag dat je moeder haar verjaardag vierde dan moet je het niet een dag eerder doen maar op de dag zelf. Geen wonder dat de majesteit bij aankomst werd onthaald op hagelstenen. In Loosduinen bleef het droog maar fris, merkte ik toen ik met buurvriendin Esther een tocht langs de braderietroep maakte. Afgedankt speelgoed, videobanden voor 50 cent en voor 25 cent een singletje dat Ramses Shaffy en Simon Carmiggelt voor het Bureau Voorlichting Levensverzekering maakten (collector’s item!). Vandaag het laatste deel van het Soepfeuilleton. Morgen ter afwisseling een lang kort verhaal van eigen makelij als blog: Lenteliefde. Overmorgen gaat het Verhuisfeuilleton van start. Een toepasselijke titel, want 120 webloggers waren gisteren in extase dan wel alle staten wegens hun weblogverhuizing. Wordt het in mei mooi weer?


01-05-06. De laatste dag van april was een ondermaatse dufdag. Ik was van plan gigantisch veel te gaan doen maar er kwam zo goed als niets van terecht. Nou ja: om elf uur bij de C1000 en om halftwaalf op het balkon in de nauwelijks schijnende zon. Het draaiboek/script van Hot Talk bijgeschaafd, daarna gestofzuigd en de wasmachine aangezet. De ochtend zat erop maar de middag zou goed gevuld worden met bezigheden. Inderdaad een tiental pagina’s Proust gelezen en een uur geslapen. Daarna nog een flink stuk Proust. Verbijsterend Journaalitem: Koninginnedagviering in gemeentes waar ze er te laat achter waren gekomen dat het feest op zaterdag gehouden werd. De pc aangezet om een interview te gaan uitwerken, maar na 50 minuten andersoortige arbeid vond ik het wel weer best. Vandaag de Dag van de Arbeid. We zullen zien.


02-05-06. Er zijn van die dagen dat een cabaretier het materiaal in de schoot geworpen krijgt. Premier Balkenende die in een vlaag van laat-ik-eens-doen-of-ik-van-deze-planeet-ben opbelt naar het jubilerende radioprogramma Arbeidsvitaminen en de presentator laat weten dat hij vroeger (wie had dat van hem gedacht) naar The Beatles luisterde. Hij lijkt me in elk geval geen liefhebber van The Rolling Stones. Een niet rollende maar tuimelende Stone, Keith Richards, is onlangs uit een boom gelazerd en de gevatte reactie zou kunnen zijn dat zoiets geen verbazing wekt als je recente foto’s van hem ziet. Niet uit een boom gevallen maar erin geklommen is blijkens Teletekst een Indiase man van 83, die dat 50 jaar geleden deed (en er sindsdien is blijven zitten) omdat zijn betere helft zei dat hij de boom in kon. De komkommertijd is vroeg dit jaar.


03-05-06. Er zouden kommervolle tijden kunnen gaan aanbreken voor vele gedreven webloghebbers. Volgens betrouwbaar klinkende informatie is over iets meer dan een maand iedereen verhuisd naar de nieuwe weblogomgeving. Wie meer dan een bescheiden hoeveelheid content wil presenteren, zal moeten gaan betalen. De goedkoopste mogelijkheid is 8,95 euro per maand en dat is in echt geld nog altijd 236 gulden per jaar. De luxe editie kost 14,95 euro per maand, omgerekend 395 gulden per jaar. (Wat zouden we schrikken als alle europrijzen ineens door vermenigvuldiging met 2,20371 omgezet werden in guldens!) Het schijnt dat er alleen met creditcard betaald kan worden – hoeveel scholieren hebben die? Omdat onduidelijk is hoe de vlag er straks bij hangt heb ik alle huidige logs geprint, een stevige stapel papier. Enfin, vanavond naar Ray Davies. Hopelijk valt hij voordien niet uit een boom.


04-05-06. Het was gisteren nog een sunny afternoon toen ik in de auto stapte en op weg ging naar Ray Davies in Concert. Ik ga altijd maar bijtijds op pad: het optreden in Vredenburg zou om kwart over acht beginnen, rond zes uur zaten we al op de Utrechtse baan. In dit geval hield mijn bijtijds zijn verband met de vrije plaatskeuze: als we de zaal vroeg betraden zat er wellicht een vooraanstaande staanplaats in. Ook wilde ik vroeg zijn omdat ik Utrecht nog niet in mijn genen heb zitten, qua parkeren. Het was vijf over zes en we reden stapvoets over de Utrechtsebaan. Twee uur later reden we nog steeds stapvoets. Uiteindelijk om kwart voor negen de zaal in, waar Ray Davies halverwege Sunny Afternoon was, waarna Dead End Street werd ingezet. Dat maakte de reisvertraging goed.


05-05-06. Ik begon op 2 mei met een Verhuisfeuilleton, drie dagen later zijn er al meer dan dertig afleveringen geplaatst (de laatste staat bovenaan, de rest zit in het archief). Vanwaar dat meedogenloze tempo? Het is vanwege andere verhuizing: die van het weblog. Een paar dagen geleden kwam het bericht door dat die vanaf 8 mei kon gaan plaatsvinden (het wordt 15 mei). Ik dacht: als we verhuisd zijn gaat het plaatsen van berichten misschien niet meer zo kinderlijk simpel als nu en bovendien kun je nog maar tien berichten in beeld brengen. Inmiddels heeft de directie het aantal toonbare logs verhoogd tot 50, zodat ik er 25 van de huidige 75 naar het archief moet verhuizen. Ik ga toch maar door met het snel plaatsen van de 56 afleveringen Verhuisfeuilleton. Daarna komt er wel weer wat anders.


06-05-06. Vanaf ergens in juni heb ik vier weken vrij en ga ik volop aan Sabbatical werken (dat zal tijd worden). Tot het zover is staat er een hoop op het programma, zoveel dat ik bij ontstentenis van een agenda een velletje schrijfblok gevuld heb met wat ik wanneer moet doen. Vorige week had ik nog geen velletje schrijfblok gevuld met wat ik wanneer moet doen en toen maakte ik een afspraak voor een reportage op de dag dat de auto algemeen periodiek gekeurd wordt. Met het openbaar vervoer naar Urk reizen leek me niet wenselijk, dus ik verzette de afspraak. Voorts op 12 mei naar een uitvoering van Kamerkoor Akkoord in Leiden, op 15 mei naar Zappa plays Zappa in Amsterdam en op 19 mei Hot Talk op Radio West – en daarvoor moet ook nog gerepeteerd worden.


07-05-06. Poes Gregor is sinds een aantal dagen krols. Ze uit dat door klagerige geluiden te maken. Als ik in haar nabijheid ben kan ik wijze woorden van troost spreken en een aai uitdelen, als ik naar boven vertrek om te gaan slapen wordt dat lastig. Zij vindt dat ook lastig, en begint met name op dat moment klagerige geluiden te maken. Ze is van huis uit bedeesd en afstandelijk en heeft ondanks haar acht jaar (ik onttrok haar anderhalf jaar geleden aan het asiel) waarschijnlijk nooit op schoot gezeten – dat vindt ze niet prettig. Optillen idem dito. Maar bij krolsheid neemt ze een ander standpunt in. Krolse katten willen eruit, Gregor niet. Ik had haar op de arm toen er aangebeld werd en ik buurvriendin Esther binnenliet. Onmiddellijk gingen haar (Gregors) nagels in mijn vlees. Betadine! Pleisters!


08-05-06. Gregor is niet krols meer, dat zal mijn nachtrust ten goede komen. Gisteren zoals ik me had voorgenomen vroeg opgestaan, vroeg gaan hardlopen en vroeg de huishouding gedaan. De middag gedeeltelijk gevuld met Proust lezen, maar ook het 56-delige Verhuisfeuilleton voltooid en de resterende afleveringen (t/m deel 55) geplaatst; het laatste in beeld, de rest in het archief. Vandaag is ook het slotdeel te lezen – niet een verslag van de verhuizing anno 1994 maar een terugblik anno 2006. Als de 260.000 weblogs inderdaad op 15 mei gaan verhuizen dan heb ik nog een week de tijd om volgens de oude methode teksten te plaatsen. Ik heb besloten dat het een Familiefeuilleton wordt (de officiële titel: Van dode mensen, de herinneringen die voorbijkomen). Een autobiografische novelle van zo’n 23.000 woorden, die ik in zeven stukken zal gaan hakken.


09-05-06. De maand begon muzikaal met Ray Davies in Vredenburg, is halverwege muzikaal dankzij Kamerkoor Akkoord en Zappa plays Zappa en eindigt muzikaal met het tweedaagse The Hague Jazz – de opvolger van het North Sea Jazz Festival. Ik kocht gisterochtend een passepartout. De baliedame riep er een andere dame bij: gezamenlijk bogen ze zich over de computer, onder raadpleging van een handleiding: het betrof een organisator waar nog niet eerder mee gewerkt was. Ik moest van alles opgeven: mijn naam, mijn adres – waar was dat voor? ‘Voor de organisatie.’ ‘Dus als de organisatie niet lukt word ik erbij gehaald,’ begreep ik. Het intikken van codes en gegevens leidde na een minuut of tien tot twee dagkaarten die tezamen 50 euro kostten. Plus tweemaal 3 euro bespreekgeld. Tweemaal?!? ‘Ach, ik doe wel eenmaal bespreekgeld,’ ging de baliedame coulant overstag.


10-05-06. Het begon ermee dat ik in de pauze met een collega een ijsco was gaan kopen en die aangenaam met haar in de windloze zon zittend had verorberd. Ik ging een paar uur later sporten en passeerde een kleine honderd meter voor de sportschool een groepje agenten, ze gingen mogelijk aan een verkeerscontrole beginnen. En toen realiseerde ik me dat ik zonder rijbewijs in de auto zat. Het kwam door de mesjokke legitimatieplicht waar ik me aan houd omdat ik alle internationale verdragen en lullige landelijke wetjes zoveel mogelijk probeer te respecteren. Toen ik in de pauze de straat op was gegaan had ik het rijbewijs in mijn broekzak gestopt, daar zat het nog. Nadat ik uitgesport was waren de agenten verdwenen. Als ze er nog gestaan hadden zou ik via het park naar huis geslopen zijn.


11-05-06. Het zomerse weer werkt luiheid en balkonliggen in de hand. Daar was bij mij inderdaad sprake van maar ik was wel al om kwart voor negen gaan sporten. Vijf kwartier later had ik vanaf het zonbalkon zicht op een voorgereden politiebusje, er moest kennelijk weer ingegrepen worden. Esther en Hans meldden zich om twee uur voor een tekstrepetitie: op 19 mei gaan we bij Radio West live de lucht in en dat doen we het liefst zonder haperen. Kat Loekie zou meekomen maar hij was overstuur uit Esthers armen gesprongen toen een gestoorde buurtbewoonster het op een schreeuwen zette. Voorafgaande aan de repetitie bekeken we een paar Little Britainsketches, erna een kwartiertje The League of Gentlemen. De repetitie verliep naar wens. Een halfuurtje nadat Esther en Hans vertrokken waren stond er weer een politiewagen voor de deur.


12-05-06. Het zomerse lenteweer werkt niet alleen luiheid en balkonzonnen in de hand, het zorgt ook voor een korte nachtrust. Ik was er donderdag om halfzeven uit, hoewel dat nergens goed voor was, en zat tien minuten later achter de pc om teksten op het weblog te plaatsen. (Mogelijk vanwege het warme weer was Web-log.nl gistermiddag lange tijd onbereikbaar geweest.) Om acht uur de auto naar de garage gereden voor een apk en een kleine onderhoudsbeurt, om halftien met een Senseo, de walkman en een stapel uit tijdschriften gescheurde artikelen op het balkon gaan zitliggen. Ik had die artikelen uit die tijdschriften gescheurd omdat ik ze wilde bewaren maar bij doorneming bleek het praktisch allemaal weg te kunnen. Onderweg naar de garage een flinke paperstapel aan de papierbak overgedragen. Vanmorgen geen balkonzonnen maar voor een reportage naar Urk.


13-05-06. Mijn donkergroene Peugeot 106 1.4 XR uit 1997 heeft een dak dat opengeschoven kan worden. Dat heb ik weleens gedaan. Als ik dan rond de tachtig reed voelde ik het in mijn oren suizen als in een stijgend of dalend vliegtuig, en bovendien ging het ten koste van de hoorbaarheid van de muziek. Gisteren kwam ik op het idee ook het raam een tikkie te openen, waardoor er buitendruk bij kwam, of hoe heet dat. Geen last van de oren en dus zonovergoten waar mogelijk met 120 kilometer per uur richting vissersdorp Urk. Op de terugweg werd ik overmoedig en reed niet alleen met opengeschoven dak en de elleboog lui uit het geopende raam maar met ook nog het geopende passagiersraam. Door de windcirculatie vloog al het losliggende papier me om de oren. (Ook nog flink verbrand.)


14-05-06. Het kan soms raar lopen. Vrijdag reisde ik voor een reportage naar de behoudend protestants-christelijke enclave Urk (waar 50% van de bevolking uit jongeren onder de negentien jaar bestaat, dus behoudend is niet hetzelfde als onthoudend), zaterdagavond zat ik in Leiden in de Vredeskerk. Voor het eerst van mijn leven woonde ik een optreden bij van een gemengd kamerkoor, een vertoning waarbij koorleden om te kunnen zingen in onvrolijk zwart gekleed gaan. Hoofdmoot vormde The Unicorn, The Gorgon and The Manticore van Gian Carlo Menotti. Een man die achter me zat hoorde ik vragen wat een Unicorn was, dus er zaten niet louter geleerden in het publiek. (Er was iemand met een opruiende hoed op binnengekomen.) Piano, zang en ook dans, had het enigszins naar mijn zin. Maar het ging natuurlijk wel ten koste van het schrijven.


15-05-06. De onzekerheid over de verhuizing duurt voort: vanaf vandaag worden de weblogs verhuisd – maar het duurt ongeveer twee weken om alle ruim 260.000 over te hevelen. Wanneer je aan de beurt bent is een verrassing. Dat is ook het geval met de interne kantoorverhuizing: ik weet alleen dat de redactie verhuist van een riante ruimte met uitzicht op de Grote Marktstraat naar een wat minder riante ruimte met uitzicht op de binnenplaats (gelukkig niet een waar oude fietsbanden liggen als in een somber Revedecor). Wanneer we precies gaan verkassen is als ik dit schrijf nog niet bekend. Vandaag heb ik wat anders om naar uit te kijken: Zappa plays Zappa in de Heineken Music Hall. Een band geleid door Dweezil Zappa, met als gasten Terry Bozzio en Steve Vai. Het concert was verhuisd van 10 november 2005.


16-05-06. Zappa played Zappa, gisteravond in de Heineken Music Hall. Ik hoorde The Black Page – Sofa – Pygmy Twylyte – Don’t eat the Yellow Snow – Father O’Blivion – Cheepnis – Peaches en Regalia – City of Tiny Lights - I’m so Cute – Tryin’ to grow A Chin – King Kong – Help I’m a Rock – Hungry Freaks, Daddy – The Idiot Bastard Son – Camarillo Brillo – Let’s make the Water turn Black – Inca Roads – Montana – Punky’s Whips – Zomby Woof – Village of the Sun – Echidna’s Arf (of you) – Florentine Pogen. Dweezil Zappa had een band bijeengebracht en geïnstrueerd waar zijn vader trots op zou zijn geweest. Vele malen kippenvel (The Black Page – Punky’s Whips), een enkele keer vochtige ogen (Peaches en RegaliaSofa). Muziek van een verbijsterende complexiteit die virtuoos vertolkt werd. Iemand wierp een cd en raakte Dweezil. Frank zou het concert beëindigd hebben, Dweezil reageerde gemoedelijker.


17-05-06. Terwijl ik dit schrijf is de tweede termijn van het Kamerdebat aan de gang; de wijzers van de klok vallen over een paar minuten samen. Ik moest af en toe denken aan lang geleden. Ook toen was ik al een gretig lezer. Ik zou over een tijdje twaalf jaar worden en dan nog een jaar moeten wachten op toetreding tot de afdeling dertien jaar en ouder van de bibliotheek. Ook toen was ik al ongeduldig. Tegenwoordig is een jaar zo om, rond mijn twaalfde leek het een eeuwigheid te duren. De lidmaatschapskaart werd nog met de pen ingevuld. En kon dus ook met de pen vervalst worden. Ik veranderde mijn geboortejaar van 1958 in 1957. Toen ik aan een nieuwe kaart toe was werd dat onjuiste jaar huppekee overgenomen door de bibliothecaresse. Maar stel dat het uitkomt?


18-05-06. De komende dagen zit balkonzonnen er niet in. Toen het een paar dagen geleden nog zonovergoten was wierp ik in de keuken door de luxaflex een blik naar buiten omdat ik de platte tongval van een buurvrouw hoorde. Er zijn mensen die om wat voor reden dan ook een minder prettig ogend postuur hebben. Het voordeel van kleding is dat je de stulpingen tot op zekere hoogte kunt camoufleren. De volvette buurvrouw denkt daar anders over. Zij perst zich in een minirok die helaas niet strak genoeg zit als zij zich over de reling buigt om met een benedenbuur lulpraat uit te wisselen. Toen ik door de luxaflex blikte werd ik blootgesteld aan haar aan de oppervlakte gekomen bilpartij waartussen mogelijk een string ingeklemd zat. Ik wilde eten gaan bereiden maar besloot het avondmaal uit te stellen.


19-05-06. In juni 1994 was ik op de dag dat ik in Leiden een marathon moest lopen grieperig. Als ik lag, zat of stond voelde ik me rillerig en beroerd. Onderweg naar de start slikte ik met een slok energiedrank een aspirientje weg. Op het moment dat ik ging hollen verdween de grieperigheid en ik finishte in een acceptabele tijd (3 uur, 26 minuten, 50 seconden). Vanavond is de rechtstreekse uitzending van Hot Talk (Radio West) en ik voel me grieperig. Het begon woensdagavond met keelpijn waar bij het donderdagochtendontwaken rillerigheid bij kwam. Normaal gesproken gaat het bij mij zo dat de keelpijn verdwijnt en dat rillerigheid en koorts het voor het zeggen krijgen, maar de keelpijn houdt aan. Donderdagmiddag mailde radiokompaan Hans dat het niet goed met hem ging. We vormen samen twee uur lang een ziekenomroep.


20-05-06. Opdracht volbracht. De uitzending van Hot Talk op Radio West zit erop en mijn zieke lichaam verlangt naar zijn bed. Voordat het begon was ik beroerd en erna ook maar tijdens de uitzending sprak het plichtsbesef en probeerde ik zonder te raspen, te rochelen of luide te hoesten de teksten in de microfoon te krijgen. Toehoorders in de studio vonden dat het goed gegaan was – ik maakte maar een enkele domme fout door een tekstregel op te zeggen die Hans in zijn rol als professor Bomba had moeten zeggen. Het was even improviseren: er was een onuitgeschreven telefonisch interview met straatnieuwsverkoper Robert en dat was een aanslag op het schema, waardoor een muziekstuk voortijdig weggedraaid moest worden. Maar alles kwam goed dus ik kan tevreden met aspirine onder de wol. Zie ook de blog met het script.


21-05-06. Het goede nieuws is dat ik momenteel geen keelpijn meer heb. Ik werd om tien uur wakker met koortsigheid, niesbuien en verschrikkelijke hoestaanvallen. Als ik er ten tijde van de radio-uitzending zo aan toe geweest was zou de luisterdichtheid binnen de kortste keren richting nihil gegaan zijn. Toen ik vrijdagavond na thuiskomst een familielid probeerde op te bellen bleek dat de telefoon het niet deed en dat was zaterdagochtend nog steeds het geval. De internetverbinding functioneerde, dus misschien moesten er nieuwe batterijen in de telefoon. Ik ging op pad om die te kopen en belandde parpluloos in een pittige regenbui. De batterijen brachten geen soelaas, de telefoon deed het nog steeds niet. Wel bleek ik inmiddels 38.5 koorts te hebben. Een groot deel van de middag en avond geslapen – en mezelf letterlijk een paar keer wakker gehoest.


22-05-06. De koorts is geweken, afgezien van een dagelijks glas rode huiswijn gebruik ik geen middelen die de perceptie beïnvloeden, dus wat ik zojuist meemaakte moet echt gebeurd zijn. Boven Loosduinen was er sprake van geweldig onweer en gewolkbreuk. Over minder dan een maand worden de dagen korter, er zijn nu al herfstige atmosferische omstandigheden. Van Esther en Hans ontving ik een aantal foto’s gemaakt in de studio van Radio West. Ik heb altijd het beste met de medemens voor dus ik besloot de meeste waarop ik afgebeeld stond niet te openbaren. Die foto die nu boven aan de blog staat kon er nog net mee door. Het script vulde de Hot Talkblog, door de toevoeging van foto’s zakte het slot ervan uit beeld. Een tijd bezig geweest met het verwijderen van witregels om het passend te maken.


23-05-06. Het is, als ik dit snotterend begin te schrijven, maandagavond 20.35 uur. De wind giert om het huis en heeft de wolken verdreven. Een wolkbreuk heeft plaatsgemaakt voor zonneschijn. De boom voor het huis is in een week tijd gevuld geraakt met bladeren – wat dat betreft was de overdadige regenval wel gunstig. Het afgelopen weekend grotendeels slapend doorgebracht, wegens de grieperigheid nauwelijks tot iets in staat. Als je overdag je tijd verslaapt heeft het eigenlijk geen zin meer ’s avonds nog te gaan slapen. Ik probeerde het desondanks omstreeks 23.00 uur en lag om 03.30 uur nog wakker. Ik zou in die tijd tienduizenden schapen hebben kunnen tellen, een boek kunnen lezen, hom pom pom, hom pom pom – maar ik lag maar een beetje duf in het wilde weg te denken. Ik kan maar beter beter worden.


24-05-06. Het was dinsdag halfom: ’s morgens nattigheid, ’s middags zon, in beide gevallen stond er een stevige bries. De Straatnieuwsverkoper die ik vrijdagavond in Hot Talk via de telefoon geïnterviewd had betrad pas tegen het middaguur zijn standplaats aan de zijingang van De Bijenkorf – hij had kennelijk een vrije ochtend. Ik had hem beloofd dat ik een krantje zou komen kopen, toen ik me voorstelde herkende hij mijn stem van de radio. Hij had de uitzending leuk gevonden en hoopte dat ik er gauw weer een ging maken. Na het werk naar de boekeninkoper met een stapeltje ter recensie ontvangen boeken die weg konden: een Robbie Williamsbiografie, iets autobiografisch van Herman van Veen, een feestboek over Rowwen Hèze en nog zo teen en tander. Opbrengst: slechts 12 euro. Ik besloot het te versnoepen: een Indische rijsttafel afgehaald.


25-05-06. Als je gewoon doet of het een ander jaargetijde is, is het eigenlijk best wel aardig weer voor de tijd van het jaar. Woensdagmiddag een paar ferme donderknallen gevolgd door een wolkbreuk uit het boekje. Het is prettig om onder zulke omstandigheden in de auto in plaats van op de fiets te zitten – al is prettig in de auto zitten in Den Haag momenteel eigenlijk niet mogelijk. Er worden op diverse plekken voorbereidingen getroffen voor de komst van een ijltram die meen ik met 250 km per uur door de stad zal gaan jagen, wat aardig contrasteert met de slofsnelheid waarmee de autoreis van de binnenstad naar Loosduinen tegenwoordig gereden wordt. Hier een wegopbreking, daar een wegopbreking, zelfs een wegopbreking waar helemaal geen tram komt te rijden want tegelijkertijd wordt ook her en der de riolering aangepakt.


26-05-06. Een paar dagen van grieperigheid die naadloos overgingen in een paar dagen van onvrolijkheid gekoppeld aan gebrekkige nachtrust, dus het werd tijd om eens flink uit te slapen en orde op zaken te stellen. Dat uitslapen lukte aardig: woensdag al voor middernacht gaan slapen en donderdagochtend om halftwaalf pas opgestaan. Ik had geen zin meer in onvrolijkheid en in grieperigheid al helemaal niet meer. Huishoudelijk werk is afdoende geestdodend om de zinnen te verzetten, en ik begon dan ook gedreven aan een grote opruiming van papier dat weg kon. Ik herinner me een avond waarop ik uren in de weer was met het uit dvd- en filmbladen scheuren van artikelen die ik moest bewaren. Onlangs die stapel uitgescheurde artikelen bekeken: alles kon weg. Donderdagmiddag zoveel troep gesaneerd dat de bovenverdieping als gerenoveerd oogt. Vanavond The Hague Jazz.


27-05-06. De grieperigheid en de onvrolijkheid heb ik verre van mij geworpen en de vrijdag werd dan ook een dag gevuld met prettige bezigheden. Een minuut of twintig gaan hollen in de regen, verder gewerkt aan het essay over Remco Campert, een interview uitgewerkt – en een bezoek gebracht aan de eerste avond van de eerste editie van The Hague Jazz, het kleinschalige alternatief voor het North Sea Jazz Festival. Een hoop bijzondere dingen gehoord: Willem van Ekeren, die pianowerken van Bach speelde (Das Wohltemperierte Klavier) en daarbij met raspende Tom Waitsstem teksten van Charles Bukowski voordroeg/zong. The New Standards: drie Amerikanen (piano, bas, vibrafoon, zang) die popklassiekers bewerkt hadden – All the Young Dudes – Psycho Killer – Wild Horses. Het fantastische Jatof Swing Orchestra met uitstekend gezongen Rat Packrepertoire. (En nog veel meer fraais gehoord.) Vanavond ga ik weer, jazzeker!


28-05-06. Jazz is topsport. Het laatste stukje naar het voormalige Congresgebouw legde ik onder de paraplu af. Op de tweede dag van de eerste editie van The Hague Jazz was er meer publiek dan op de eerste. Bij een stand van boekhandel Paagman kocht ik de cd van The New Standards, die ik vrijdagavond had zien optreden. Ze hadden de cd’s zelf meegenomen, het restant ging terug naar de USA. In de zaal Louis’ Basement stonden zowaar de drie muzikanten van The New Standards bij de PA. Voorop de cd staat nu Martin! plus drie handtekeningen. Rory Block had wegens ziekte afgezegd, Boogie Boy was schor maar dat was zijn bedoeling ook. Stampende funk van het Rare Groove Orchestra gehoord, stukje Toots Thielemans, stukje Denise Jannah – en bijna twee uur lang Gare Du Nord! Excellente excellounge, gigantisch genoten.


29-05-06. Was dat schrikken: de zon scheen zondag. Nog zotter was het dat ik om negen uur, halftien al bij kennis was nadat ik om drie uur, na een uitputtend The Hague Jazz-festival, naar kooi was gegaan. Het is slopend, twee dagen acht uur lang van zaal naar zaal sjokken, trap op, trap af. Maar als er op de derde dag geen muziek is mis je het enorm. Ik herinner me mijn eerste North Sea Jazz Festival, in 1978. Na de laatste dag meteen door naar mijn krantenwijk. De onvermoeibaarheid van de jeugd! Wat ik op het nieuwe festival een minpuntje vond waren de aankondigingen. Een klein kaal mannetje sprak de massa toe alsof die uit kleuters bestond. Een vrouwelijke aankondiger sprak Bukowski uit als Buwoski en noemde de Findley Brothers de Faaindley Brothers. Dat mag natuurlijk niet.


30-05-06. In december had ik de zieke dvd-speler weggebracht, zes weken later was hij genezen verklaard. (Dankzij de vijf jaar garantie die ik bij de aanschaf in 2003 kocht hoefde ik de 144 euro reparatiekosten niet te betalen.) De speler bleef het elf weken doen en werd toen opnieuw ziek: zelfde klacht, hoewel die onlangs bestreden was met de transplantatie van een nieuw onderdeel. Vorige week woensdag was het apparaat ongeveer zes weken onder behandeling, dus BCC maar eens opgebeld. Goed nieuws: de speler was onderweg van reparateur naar filiaal. Hij deed het weer? Dat konden ze niet zeggen. Gistermiddag nog maar een keer gebeld. Na intern overleg de verlossende woorden: ik kon een nieuwe komen uitzoeken. Het werd een dvd-speler van 70 euro plus verwijderingsbijdrage plus vijf jaar garantie (20 euro) – maar ik hoefde niets te betalen!


31-05-06. Vroeger kocht ik dure paraplu’s maar die raakte ik kwijt. Het waren van die gevallen van het formaat wandelstok, waar je op kon leunen als het droog was. Als ik naar school ging had ik er vaak een paraat, zodat iemand me John Steed ging noemen. Wanneer we bij het wisselen van de lessen in de regen van het hoofdgebouw naar de dependance liepen, stak ik degenen die in mijn buurt liepen ongemerkt zowat een oog uit. De tijd van dure paraplu’s is voorbij. Bij Blokker koop je voor 3 euro een inschuifbare die je pas na een week of drie hoeft weg te gooien, als het behalve geregend ook gewaaid heeft. Gisterochtend moest ik een nieuwe hebben. Ik lette niet op wat ik kocht en liep even later onder een paraplu waarop jonge katjes waren afgebeeld.


01-06-06. Ik wilde Six Feet Under gaan kijken (er is een nieuwe dvd-speler in huis) en toen het schijfje werd ingelezen belde mijn moeder op. ‘Kom je ook? We moeten er voor achten zijn.’ Plus tranen. Ik nam een slok Senseo en haastte me naar de auto. Mijn moeder stond voor de deur te wachten, mijn zus kwam een minuut later voorgereden. We stapten in en reden naar de dierenarts. Hond Billy (bijna zeventien jaar) lag sinds anderhalve dag vergeefs aan het infuus. De dierenarts tilde hem op de behandeltafel. Billy keek me aan, ik voelde tranen opkomen. Had het geen zin meer? Het had geen zin meer. De dierenarts injecteerde een blauwige vloeistof. Billy moest gaan slapen maar bleef wakker. Nog een injectie. En nog een. Toen pas hielden ademhaling en hartslag op. Weer waren er tranen.


02-06-06. De dierenarts die Billy had laten inslapen vroeg de volgende middag attent hoe het ermee ging. Ik was opnieuw over de vloer, ditmaal voorzien van poes Duimpie – negentien jaar maar als ze de trap op rent hou ik haar niet bij. Duimpie liet zich in de draagbak tillen en protesteerde even toen ik haar het huis uit droeg maar ging onderweg in de auto rustig slapen. De dierenarts bekeek haar gebit. Dat was niet veel soeps: tandsteen en ontstekingen, daar moest aan geopereerd worden. Was dat een probleem, gelet op haar status van bejaarde poes? Nee, niet noodzakelijk. Wel was er wat hartruis gaande, waar de cardioloog eens naar zou moeten kijken. De tandsteenverwijdering staat voor volgende week vrijdag gepland, de dag ervoor worden poes Gregor (acht jaar) haar voortplantingsmogelijkheden ontnomen. Benieuwd of ze dat wel wil.


03-06-06. Toen ik bij een afwezige collega een handje drop ging halen (daar heb ik toestemming voor, ook als ze er niet is) zag ik twee concertkaartjes op haar bureau liggen. Was zij een liefhebster van klassieke muziek geworden? ’s Middags belde ik haar thuis op. De kaartjes bleken van haar leidinggevende te zijn, die verhinderd was het concert te bezoeken. Was het wat voor mij, vroeg ze. Dan wilde ik eerst weten waar ik naartoe zou gaan, dus ik bekeek de website van de Anton Philipszaal. Het bleek om onder meer Le Sacre du Printemps te gaan! Ja, daar wilde ik wel naartoe. We belandden op de vierde rij, opkijkend tegen het orkest. Na de pauze gaan verzitten: achter en boven het orkest (vlak bij de pauken) en daarvandaan immens genoten van de weergaloze muziek van Stravinsky.


04-06-06. In de weken dat de dvd-speler opgenomen was ging ik gewoon door met het aanschaffen van dvd’s, dus toen ik na zes weken weer kon kijken lag er een aardig stapeltje onbekeken schijfjes. (Toen de speler nog gezond was lag er ook al een stapeltje, onder meer vijf seizoenen Charmed.) Ik begon maandagavond met Six Feet Under, waarvan ik twee seizoenen te gaan had – 24 afleveringen plus extra’s. Deze klus had ik vrijdagmiddag geklaard. Zaterdag begon ik aan het eerste seizoen Desperate Housewives. Dat waren 23 afleveringen, waarvan ik er die dag tien zag. Dat eerste seizoen jaag ik er dit pinksterweekend wel doorheen. En dan? Ally McBeal is net als Charmed een vrij immens project (complete serie op dertig schijfjes) – bovendien ga ik binnenkort, als ik vier weken vrij heb, weer aan de roman Sabbatical werken.


05-06-06. In twee dagen tijd twintig afleveringen van Desperate Housewives gezien, dat is een aardige score. Heb er nog drie te gaan (plus een aantal extra’s die verspreid over de zes schijfjes staan). Er gebeuren Twin Peaksachtige raadselachtigheden in die serie, net als op dit weblog. Van Marika en Esther kreeg ik behulpzame reacties op mijn ergernissen maar ik ben bang dat ik lang naar het scherm zal moeten turen voordat het er naar mijn zin uitziet. Boven dit tekstje staat ‘Sabbatical in Progress part 156’ – maar daarboven staat als kop ‘Sabbatical in Progress part 152’, een tekst die ik niet veranderd of verwijderd krijg. Verwijderen was vroeger een makkie: je klikte op ‘delete’ en de blog was weg en kon meerdere logs tegelijk verwijderen. Nu moet ik het blog voor blog gaan doen. En de zon schijnt!


06-06-06. Dit is zo’n datum die trouwlustigen uitkiezen om de grote stap te wagen – driemaal 06, dat moet goed zitten, al zal de statistiek te zijner tijd wel gewoon blijven uitwijzen dat twee van de drie huwelijken stranden. Maar ik dwaal af. Wat was het leven een maand geleden overzichtelijk! Ik plaatste een tekst op het weblog, haalde er een weg, verplaatste er een naar het archief, voerde achteraf nog een tekstcorrectie door. En nu? Je logt in, en als je ingelogd bent en je wilt de gedetailleerde statistiek bekijken dan moet je nog een keer inloggen. En het is toch al geen pretje om de statistiek te bekijken, want sinds de verhuizing is het aantal bezoekers meer dan gehalveerd (zoals ik van meer verhuisden hoor). De 16 uur Desperate Housewives heb ik al bekeken. Hoe nu verder?


07-06-06. Langzaam en onzeker begin ik wat meer zicht te krijgen op het vernieuwde weblog. Het lukte me zondag om alle feuilletonafleveringen te verwijderen – en dat waren 133 blogs. Dat deed ik deels om het overzicht Laatste Berichten een ander aanzien te geven. Er schijnen mensen te zijn die weten hoe je dat overzicht van tien berichten kunt uitbreiden naar vijftig, zoals zou moeten kunnen, maar dat geheim is mij nog niet geopenbaard geworden. Wel zag ik na het verwijderen van de 133 feuilletonblogs dat het aantal Laatste Berichten ineens gereduceerd was van tien tot drie. Het is knudde, om niet te zeggen kloten, om niet te zeggen kloten van de bok. (Lieve mensen, het is gewoon köt met hele grote peren.) Overal tref je bij de verhuisde weblogs jammerklachten van de beheerder aan. Kunnen we nog terug?


08-06-06. Dit is de eerste van twee dierendagen. Zo dadelijk breng ik poes Gregor (als ze mee wil) naar de dierenarts, die onherroepelijke dingen met haar voorplantingsorganen gaat doen. Morgen is poes Duimpie aan de beurt: haar gebit krijgt een beurt. In beide gevallen heb ik al te maken gehad met eetgedoe. Gregor moet nuchter afgeleverd worden en heeft sinds gisteravond zes uur niet gegeten. Als ik in de keuken ben komt ze kijken of ik daar ben om eten voor haar te bereiden. Duimpie heeft voor de drie dagen voorafgaande aan de gebitsbehandeling en de drie erop volgende antibioticapilletjes voorgeschreven gekregen. Ik heb speciaal mousse gekocht om de pilletjes doorheen te malen. Die mouse vindt ze niet bijzonder lekker, ze doet een hele dag over het verorberen ervan. Over een uur wordt Gregor in de draagbak getild.


09-06-06. De eerste van de twee dierendagen is gunstig verlopen. Het lukte me poes Gregor in de draagbak te wurmen. Ze draaide zich meteen om en begon tegen het deurtje te duwen dat ik dicht probeerde te duwen – ik was zowaar iets sterker. Onderweg naar de dierenarts ontsnapten haar geluiden van ontstemming maar het moest nu eenmaal gebeuren. Ze kwam uit de draagbak gekropen en liet zich door de dierenarts onderzoeken. Ze ging de draagbak weer in en ik vertrok naar huis. Ze kon om halftwee, ontdaan van voortplantingsmogelijkheden, opgehaald worden. De narcose was toen al aardig uitgewerkt: er kwamen weer geluiden van ontstemming uit de kattenbak. Thuis waggelde ze rond maar begon algauw te zeuren om voedsel. Om zes uur kreeg ze dat, Duimpie vanaf toen niet meer: haar breng ik over een uurtje naar de dierenarts.


10-06-06. De tweede (en voorlopig laatste) dierendag was een groot succes. Poes Duimpie probeerde door me te wekken een ontbijt af te dwingen maar ze moest nuchter afgeleverd worden. Zonder morren liet ze zich in de draagbak tillen en vervoeren. Om drie uur kon ik haar ophalen: de gebitsreiniging inclusief trekking van een tand of twee was probleemloos verlopen. Vanwege haar hoge leeftijd (negentien jaar) en lichte hartruis was de arts voorzichtig geweest met de narcosetoediening. Bloedonderzoek wees een wat hoge creatinewaarde uit – ik zal een urinemonster moeten indienen voor nader onderzoek. Toen Duimpie om zes uur weer mocht eten ging er een massa voer naar binnen. Achtjarige Poes Gregor, de vorige dag gesteriliseerd, sprong voor het eerst van haar leven bij me op bed en kroop onder het dekbed. Verbaasd ging Duimpie op enige afstand liggen toezien.


11-06-06. Een poezentoegift. Wat poes Gregor betreft gaat de ene verbazing over in de andere. Gelijktijdig met haar sterilisatie lijkt ze een persoonlijkheids make-over te hebben ondergaan. In het eerste anderhalf jaar dat ze deel uitmaakte van het huishouden gedroeg ze zich zeer afstandelijkheid. (Ze zocht geen asiel maar kwam er wel uit.) Ik mocht haar wel aaien – dat mochten wildvreemden zelfs – maar als je haar optilde ging ze blazen. Optillen kreeg ik alleen min of meer goedschiks voor elkaar als ze op het punt stond te gaan kotsen: dan droeg ik haar snel naar de keuken, waar het zeil beter bestand was tegen kots dan het kamertapijt. Sinds de sterilisatie mag ik haar optillen en haar door het huis dragen. Gisteravond kwam ze voor de tweede keer op bed liggen, onafgebroken spinnend. En dan ook nog zomerweer!


12-06-06. Het ziet ernaar uit dat de dooi doorzet. Zondagochtend was het om negen uur nog net te doen, negentien minuten hardlopen, daarna liep de temperatuur snel op. Uit de wind in de zon op balkon gelegen, van elf tot een uur, in de walkman het Ensemble Modern met werken van Zappa en vervolgens Robert Plant met Mighty Rearranger. Op zulke momenten is het leven goed. De temperatuur mag ’s avonds overigens wel wat omlaag. Boven is het onder het schuine dak af en toe om te braden, ook omdat recent gesteriliseerde poes Gregor een persoonlijkheidsverandering heeft ondergaan en ineens aanhankelijk is, op bed springt en vlak bij me gaat liggen spinnen. Voor de rest is het tot nu toe meegevallen met de voetbalgekte, nauwelijks toeteren en schreeuwen gehoord, er is nog geen polonaise door de straat gekomen.


13-06-06. Als ik dit begin te schrijven is het maandagavond 22.25 uur, het einde van een kokende dag. De zon is verdwenen, de hitte gebleven. Vooral boven, waar geslapen zal moeten worden. Voor de webloghouders lijken de vette jaren voorbij te zijn. Ik ontving van kompaan Hannesz een statistiek van zijn bezoekersaantallen en die deed denken aan de Wall Street Crash. Ooit maakte hij deel uit van het overzicht ‘50 populairste weblogs’, nu weten nog maar weinigen hem te vinden. Kwaliteit gaat boven kwantiteit en het zijn vast allemaal geleerden en aanstaande Nobelprijswinners die Hanneszeehond bekijken maar het is toch niet prettig om zo’n terugloop in de visite te hebben. In mei kwamen er per dag soms wel tachtig belangstellenden naar het Buisdorpweblog, deze maand zijn het er tachtig in vijf dagen. De rest verdween met de lentezon.


14-06-06. Het was gisteren mijn laatste werkdag tot 17 juli en het was weer tropisch. Als je om zeven uur op kantoor arriveert valt het nog mee, daarna duurt het niet lang tot de gestegen temperatuur je de werklust beneemt. In de pauze dan ook nog een ommetje door de Haagse binnenstad waar de terrassen overbevolkt zijn. Het is geen straf om een paar uur later in de auto te stappen en op huis aan te gaan. Niet alleen meer dan vier weken een wekkerloos leven, ook een belangrijke klus geklaard: het essaytje over Remco Campert, aangevuld met een beschouwing over Het satijnen hart, nog een keer nagelezen en per mail ingediend. Een avond met verdere temperatuurstoename wegens onweer. Een boek erbij en twee katten. Vandaag begint de vakantie, dus gehalveerde temperatuur, verdubbelde windkracht en geen zon meer.


15-06-06. Gehalveerde temperatuur, verdubbelde windkracht en geen zon meer – mijn weersomschrijving van gisteren was niet compleet want er kwam nog een massa regen bij. Die viel hoorbaar op het dakraam. Het deed me niets: de eerste vakantiedag bracht ik lezend door. Dinsdagavond Drop Shot uitgelezen, daarna begonnen in Fade Away, dat ik woensdagmiddag uit had. Vervolgens Back Spin, daar was ik ’s avonds mee klaar, waarna ik de resterende avondminuten en een stukje nacht met One False Move beleefde. Ik ben om erin te komen zeven Myron Bolitarromans van Harlan Coben aan het herlezen, waarna zijn recentste, Promise Me, voor het eerst gelezen gaat worden. Intussen wordt gesteriliseerde poes Gregor steeds aanhankelijker. Ze volgt me de trap op en af en als ik op bed lig te lezen gaat ze tegen me aan liggen. (Maar nu gebak halen.)


16-06-06. De aanhankelijkheid van poes Gregor kent sinds haar sterilisatie geen grenzen. Woensdagavond besloot ze ter linkerzijde van mijn hoofdkussen te gaan slapen. Poes Duimpie nam de rechterzijde voor haar rekening. Toen ik gisteren jarig wakker werd waren ze allebei afgedaald. Ik had gehoopt dat ze tijdens mijn nachtrust beneden slingers hadden opgehangen maar dat was er ook dit jaar niet van gekomen. Bij de gebakmaker een bescheiden massa hazelnootgebakjes gekocht waarvan ik er gaande de dag slechts drie verorberde. Vrij bescheiden maar ik ben de jongste niet meer. Buurvriendin Esther nodigde me uit een mimepresentatie bij te wonen. Voorwaarde was dat ik me moest voordoen als cursist. Geen probleem. Ooit droeg ik een T-shirt waarop Mickey Mouse een vinger opstak en via een tekstballon Fuck Off! zei. Als ik ernaar wees was ik in feite een mimer.


17-06-06. De zon doet het weer, over een uurtje bereikt hij mijn voorbalkon en kan ik daar twee uur braden. Het vakantielezen is goed op gang gekomen. Ik ga sneller door de Myron Bolitarreeks van Harlan Coben heen dan ik verwacht had: ik heb waarschijnlijk vandaag al alle acht delen uit. Ik was gisteren begonnen in Darkest Fear maar na dertig pagina’s kwam ik erachter dat ik een deel had overgeslagen. Gauw The Final Detail gepakt, dat uitgelezen en toen weer verder in Darkest Fear. Als ik dat straks uit heb alleen nog Promise Me en dan zit de Maand van het Spannende Boek er wat mij betreft weer op. De tien delen Henning Mankell die ik nog moet lezen bewaar ik voor een maand die niet de Maand van het Spannende Boek is. (Nu weer gebak halen.)


18-06-06. Er zijn mensen die voor dag en dauw opstaan en met gepakte koffers naar Schiphol rijden. Ze staan daar een uur in de rij, zitten er een uur in de vertrekhal en schuifelen dan het vliegtuig binnen. Een paar uur later arriveren ze gekraakt op hun vakantiebestemming. Ze staan in de rij om door de douane te gaan, wachten minstens zo lang op de komst van de bagage, nemen de taxi naar het hotel, legen er de koffers, en sloffen ingesmeerd met factor 30 uitgeput naar het strand om daar een boek te lezen. De idioten. Ik heb ook vakantie, maar ga niet duizenden kilometers afleggen om een boek te lezen. In vijf dagen tijd acht Harlan Cobenthrillers gelezen, nog vier vrije weken voor de boeg! (Daarin zal het leestempo waarschijnlijk afnemen, want er moet geschreven worden.)


19-06-06. Het wordt weer een dierendag. Gregor is onlangs van haar voortplantingsmogelijkheden verlost, de dierenarts wil controleren of de wond goed genezen is. Sinds de ingreep is Gregor verbluffend aanhankelijk geworden, benieuwd of die aanhankelijkheid zo ver reikt dat ik haar hup in de draagbak kan tillen. Poes Duimpie heeft mogelijk iets aan de nieren. Om een diagnose te kunnen stellen moet er een urinemonster afgenomen worden. Dat wil zeggen: moet ik voor een urinemonster zorgen. Je kunt er niet zomaar een theekopje onder houden. De kattenbaksteentjes nemen het vocht meteen op en dat is daardoor onbruikbaar – ik hoef bij de dierenarts niet met een kattenbakklont aan te komen. Een voorgestelde methode is de kattenbaksteentjes vervangen door versnipperde vuilniszakken. Als Duimpie daarop geplast heeft zou er in theorie heel eenvoudig een urinemonster geoogst kunnen worden. We zullen zien.


20-06-06. Een prettige bijkomstigheid bij het vakantie hebben: ongelimiteerd slapen. Vier weken van wekkerloosheid. Vannacht bijvoorbeeld probeerde poes Duimpie me om vier uur wakker te maken. Dat lukte, maar ik sliep gewoon verder. Tot halfzes bleef ze om ontbijt bedelen, dat ik om ervan af te zijn toen serveerde. En meteen weer verder gaan slapen. Om zeven uur was ik klaarwakker. Zeven uur? Ik had vakantie, hup slapen. Om acht en negen uur was ik opnieuw wakker. Ik kan van ongeveer elf tot een uur op het voorbalkon in de zon liggen, als die schijnt. Om acht en negen uur scheen de zon niet, dus waarom dan opstaan? Het werd kwart voor elf en ik moest me dus nog haasten ook als ik voordat ik van twee uur welverdiende zon ging genieten deze tekst nog wilde schrijven. Gaap.


21-06-06. Vroeger werd 21 juni ‘de langste dag van het jaar’ genoemd, tegenwoordig is de langste dag natuurlijk de dag waarop de zomertijd ingaat (dan wordt de klok een uur teruggezet en duurt de dag dus een uur langer). Maar de dagen worden vanaf nu wel ‘korter’. (Vandaag zal de zonnemelk zo te zien ongebruikt blijven.) Ik stond zojuist verrassend vroeg op (negen uur) en ben allerlei bezigheden van plan, variërend van boodschappen doen tot bibliotheekbezoek. Nee, er zit nog geen structuur in mijn vakantie. Gisteren vijf Sherlock Holmesfilms gezien uit de reeks van veertien met Basil Rathbone en Nigel Bruce. Gemaakt in de jaren veertig en subliem gerestaureerd en van geschreven en gesproken toelichting voorzien. Ik moet er nog twee zien en vul de rest van de dag met Volledige Werken deel zeven van Willem Frederik Hermans.


22-06-06. Het Nederlands elftal heeft niet gescoord, las ik zojuist op Teletekst. Daardoor kon ik Moedwil en misverstand van Willem Frederik Hermans lezen zonder gestoord te worden door omwonenden die op een scheepstoeter bliezen. Rond kerst probeer ik de boodschappen te beperken: in elke winkel wenst men je prettige feestdagen, verschrikkelijk. Als er geen christelijke of andersoortige feestdagen zijn wensen ze je een fijne dag, de laatste tijd om de een of andere reden een heel fijne dag, alsof een fijne dag niet fijn genoeg is. Ik had woensdag een aantal winkels te gaan. Bij de poelier en de supermarkt werd mij geen heel fijne dag of gewoon een fijne dag gewenst maar een fijne voetbalavond! Grom grom grom. De verkoopster van het Straatnieuws bij wie ik een aankoop deed lachte me hartelijk toe. Dat was wel fijn.


23-06-06. Om halftien stond ik naast mijn bed, om kwart voor tien zat ik op de fiets. Op naar de binnenstad voor De droom van Poliphilus (Fancesco Colonna): tot 1 juli voor 54,95 te krijgen. En meteen ook maar het zevende seizoen van Charmed op dvd gekocht en in de derde winkel die ik aandeed driemaal John Steinbeck voor 17,05: The Red Pony, The Pearl en Journal of a Novel (over het werken aan East of Eden, dat hoog op mijn leeslijst staat). Ik fietste stevig door om voor de bui losbarstte thuis te zijn. Haast was niet nodig, de bewolking loste op. De zon ging schijnen maar pas toen hij niet meer boven mijn balkon stond. Ik las deel zeven van de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans uit en begon aan The Grapes of Wrath. Vakantie.


24-06-06. Een mensendag duurt 24 uur, een kattendag korter. Hoe anders te verklaren dat poes Duimpie elke dag eerder om haar ontbijt bedelt? Het moet haar bioritme zijn. Ze maakte me van de week om vier uur wakker. Voeren betekent slechts uit bed stappen, een nabijgelegen zakje lekkers openen en boven het etensbakje legen, en een minuut later slaap ik weer. De volgende nacht hoefde ze me niet wakker te maken, ik was het nog. Mijn eigen bioritme was totaal van slag. Ik was donderdag om halftien opgestaan en had ’s middags een siësta ingelast, waaruit ik verkwikt ontwaakte. Ik las Hermans en daarna Steinbeck en zat vervolgens tot twee uur op het internet te tutten. Daarna bleef de slaap urenlang uit. Na vijf uur slaap toch voldoende uitgerust om The Grapes of Wrath uit te lezen. Fenomenaal.


25-06-06. De zon opzoeken valt niet mee. De afgelopen week was de gang van zaken dat de zon pas volop ging schijnen als hij niet meer boven mijn voorbalkon stond. ’s Middags was er geen wolkje aan de lucht maar ’s morgens had balkonliggen weinig nut. Gisteren ging het ineens de gunstige kant op. De zon deed het al toen ik om halftien opstond. Om kwart voor elf voorbereidingen getroffen: mezelf ingesmeerd met factor 30, de stretcher op het balkon geïnstalleerd, Queen in de walkman, een NRC-boekenbijlage erbij en genieten maar. Ongeveer een halfuur genoten, toen kwamen de eerste regenspetters. Alles weer naar binnen, de pc aangezet, binnengekomen mail gelezen en beantwoord – er was weer zon. Hup naar buiten met die stretcher. Ik lag tien minuten en daar had je ook de regen weer. Vandaag gaat het gieten.


26-06-06. En de regen kletterde op het dakraam en ik lag op bed te lezen en ik ging af en toe naar beneden voor een verse kop Senseo en ik las weer verder en Nederland werd uitgeschakeld dus het bleef nog rustig ook. In een paar dagen tijd twee omvangrijke romans van John Steinbeck gelezen: The Grapes of Wrath (1939, 455 p.) en East of Eden (1952, 601 p.), beide in de prachtige Steinbeck Centennial Edition. Zijn er Nederlandse boeken van zo lang geleden die je leest alsof ze gisteren verschenen waren? Ik was twee dagen in de ban van East of Eden en ontroerd door het slot. Aansluitend de verfilming uit 1955 met James Dean gaan zien maar die viel na het lezen van zo’n rijk boek tegen. Na een halfuur maar in de volgende Steinbeck begonnen.


27-06-06. Hulde aan de jubilaris! Vlak voordat de naald erin ging zei de verpleegster dat het mijn twintigste bloeddonatie was. ‘Dan krijgt u een speldje. Wilt u een speldje?’ Ik zei dat ik dat speldje dan eerst wilde zien. Ze liet het zien. Het was best een geinig speldje. Ik wilde dat speldje wel hebben. Ik ben altijd in een grommige stemming als ik bloed geef omdat ik een formulier moet invullen. Daar kan ik niet tegen. Uit balorigheid vul ik de ene keer in dat mijn bloed wel gebruikt mag worden voor onderzoek, de andere keer niet. Heb ik als vrouw ooit seksualiteiten beleefd met een Afrikaanse meneer? Ik vul nee in. ‘Dat hoeven alleen vrouwen in te vullen, meneer De Jong.’ ‘Maar zuster, ik kan toch als vrouw verkleed seksualiteiten hebben beleefd met een Afrikaanse meneer!’


28-06-06. Het ging al een hele tijd goed, dus het moest een keer fout gaan. Ik begin de dag met koffie en het bekijken van mail. Maar Outlook deed het gisteren niet en ik kreeg ook geen toegang tot websites. Er kwam een rare foutmelding in beeld, iets van DNS error of DDT error. De stress meldde zich. Als het vanzelf niet overging (en dat ging het niet) moest de pc naar de reparateur gedragen worden. De reparateur eerst opgebeld. Hij adviseerde het modem te herstarten. Hoe? Het modem uitzetten en na twintig seconden weer aanzetten. Ik bekeek het modem: een lampje dat anders groen was, was nu oranje. Modem uit en weer aan, oranje lampje werd groen. Een groot deel van de middag over het internet gezworven – ja, het werd een verprutsdag. Vandaag ga ik weer schrijven.


29-06-06. Het werken aan Sabbatical is weer op gang gekomen. Ik begon met het kritisch bekijken van het tot dusver geschrevene: het eerste en het laatste hoofdstuk. Daarin een aantal stilistische verbeteringen aangebracht en ook enkele aanvullingen. Vandaag is het lange middenstuk aan de beurt. De afgelopen dagen las ik onder meer Journal of a Novel, van John Steinbeck. Hij schreef de eerste versie van East of Eden in een notebook dat hij van zijn redacteur gekregen had. Op de linkerpagina’s schreef hij bijna dagelijks aan de redacteur over het werken aan het boek. Hij voelde dat het zijn belangrijkste boek was, beter dan wat voorafgegaan was (waaronder The Grapes of Wrath). Hij maakte zich zorgen over de ontvangst van East of Eden. Die zorgen waren onterecht. (Ander aanbevolen boek over het schrijven: On Writing van Stephen King.)


30-06-06. De laatste dag van de Maand van het Spannende Boek. In de 27ste Detective & Thrillergids van Vrij Nederland las ik: ‘Na een ernstig auto-ongeluk was Stephen King van plan niet veel meer te schrijven. Nu toch twee nieuwe Kings in deze gids.’ (Bedoeld zijn Cell en The Colorado Kid.) In werkelijkheid schreef King na zijn ongeluk juist gigantisch veel. Tijdens het herstel (met een Waterman vulpen) Dreamcatcher (2001, 620 p.). In 2002 From a Buick 8 (356 p.), het jaar erop een nieuw deel in de monumentale Dark Towercyclus: Wolves of the Calla (709 p.) en in 2004 de twee slotdelen Song of Susannah (430 p.) en The Dark Tower (845 p.). Plus in 2001 (het samen met Peter Straub geschreven) Black House (625 p.). De bundel Everything’s Eventual (2001, 416 p.) bevat eerder geschreven verhalen.


01-07-06. Het valt niet mee om op gang te komen. Sinds eergisteren heb ik niet veel meer gedaan dan een schema gemaakt (plus een paar aantekeningen) en wat verbeteringen aangebracht. Er is te veel afleiding. Van elf tot een is er de zon op het voorbalkon. Daarna eerst maar eens Borges lezen. Ik was laat gaan slapen en daarom een siësta. Vervolgens belde buurvriendin Esther aan. Ze gaat een paar dagen kamperen en kwam poes Loekie onderbrengen. Poes Duimpie gewaarschuwd: ‘Loekie is er!’ Duimpie reageerde niet. Haar opgepakt en voor Loekie neergepoot. ‘Geef hem maar een kusje.’ En gehoorzaam begon ze Loekies kop te likken. Afleiding? Ik mocht ook de beelden van het bezoek van Bush en Koizumi aan Graceland niet missen. Maar vandaag is het een nieuwe maand: een reden om met hernieuwde inzet te gaan schrijven.


02-07-06. Eindelijk kan ik deze rubriek weer vullen met waar ik haar voor bedoelde toen ik er op 1 januari mee begon: een voortgangsbericht over het werken aan de roman Sabbatical. Ik ben momenteel halverwege mijn vier weken vakantie en ik begon het somber in te zien. De ervaring leert dat de laatste twee weken sneller voorbijgaan dan de eerste twee en in die eerste twee was ik nauwelijks tot daadwerkelijk schrijven gekomen. Ik vulde mijn tijd voornamelijk met lezen maar kennelijk was de hersenhelft die ik bij het lezen niet nodig heb alvast aan de slag gegaan. Er kwamen ideeën op en het was eigenlijk alleen een kwestie van ervoor gaan zitten. Dat deed ik gisteravond. In 2½ uur tijd 11½ pagina’s geschreven (handschrift, in een A4-schrift). Dat krijg je als het verhaal in je hoofd zit.


03-07-06. Het was eigenlijk geen weer om te schrijven, het was eigenlijk nergens weer voor. Maar ik was zondagochtend al om halfacht bij kennis en de supermarkt ging pas om tien uur open dus ik kon eerst wel een kwartiertje gaan hollen. Voorafgaand aan het boodschappen doen benzine getankt en dat werd weer voorafgegaan door een vergeefse zoektocht naar mijn FreeBeespas waar wel vijf euro op stond. De resterende ochtenduren waren voor zon en balkon en walkman en boek. Daarna schrijven. Het derde hoofdstuk van Sabbatical, dat Dear Prudence heet, zal uit vijf delen bestaan, en ik voltooide de eerste versie van het eerste deel met de vulpen en tikte het al verbeterend over: 4482 woorden. Vandaag op de oude voet verder, dus eerst de balkonzon en dan Sabbatical, het tweede deel van het derde hoofdstuk gaan schrijven.


04-07-06. Mijn poezen hebben momenteel gezelschap van logeerkat Loekie. Boven heb ik een waterbakje en een voerbakje voor hem neergezet. In mijn huis vind ik blindelings de weg maar dan moeten er geen inrichtingsveranderingen zijn opgetreden. Zondag tot twee keer toe in het voorbijgaan zowel drinkbakje als voerbakje omver getrapt, over het tapijt. Verder alles goed, behalve soms de hitte. Ik was ook maandag vroeg wakker (halfacht) en ging een uurtje later hollen – in het bos was dat nog te doen, qua temperatuur. En ook op het balkon was het in de zon uit te houden. Als ik me niet insmeer sla ik rood uit, als ik het wel doe verkleur ik nauwelijks. Maar de muziek en het boek betekenden genot. Het schrijven kwam pas laat op gang: ’s avonds 5½ pagina’s handschrift, in getypte vorm 1672 woorden.


05-07-06. De geweldige, hopelijk nog niet vergeten Johnny van Doorn bezong een magistrale stralende zon. Die magistrale stralende zon mag nu wel weer wat minder magistraal gaan stralen. Onderweg naar Amsterdam hoorde ik de nieuwslezer zeggen dat we nu officieel een hittegolf hebben. Het werd dinsdag geen schrijfdag. Hier in huis lagen de twee poezen en de logeerkat op apegapen en ik lag niet ver van ze af. De hitte maakt mensen die toch al niet jofel zijn volledig temmes. Een nieuwe bewoonster van het blok kreeg door de overlast die zij veroorzaakte politie op visite. Met schelden dreef ze de agenten op de vlucht. Kort voordien had zij een buurvrouw bij zich uitgenodigd en haar de hele nacht tegen haar wil vastgehouden. Stel je voor hoe de situatie zou zijn als het Nederlands elftal niet was uitgeschakeld.


06-07-06. Dat was nou ook weer niet nodig. De vorige aflevering, waarin ik de behoefte aan wat minder tropisch weer verwoordde, plaatste ik kort na middernacht. Toen ik ’s morgens opstond was de zon nergens te bekennen, was de lucht vol wolken en was er regen in aantocht. Het daadwerkelijke schrijven ging pas ’s avonds om acht uur van start. In een uur tijd handschreef ik vijf pagina’s; het tweede deel van het tweede hoofdstuk nadert zijn voorlopige voltooiing. ’s Middags had ik een video-opname bekeken. In de roman bezoekt hoofdpersoon Tom Veers, net als ik destijds, het regenconcert van The Rolling Stones op het Malieveld, in 1998. TV West bracht een geweldige impressie. Geïnterviewde concertgangers wisten zeker dat het de laatste tournee was. Acht jaar later staan de Stones op het punt hun afgebroken tour te hervatten.


07-07-06. Met die hitte is bijtijds gaan slapen er niet bij en uitslapen al helemaal niet. Woensdagnacht begon de bedtijd om twee uur, donderdagochtend werd er om negen uur opgestaan. Om halftien gaan hollen, dat was toen nog te doen. Na de grijze vorige ochtend was er nu weer volop balkonzon. Het schrijven schoot de afgelopen dagen zo enorm op dat ik het niet meer zo nauw nam met de arbeidsdiscipline. Na het hollen een uurtje Borgesessays gelezen, na het balkonliggen Rising Damp gaan kijken – een nog altijd zeer leuke serie uit de jaren zeventig, met in de hoofdrollen Leonard Rossiter en Frances de la Tour. Het werd avond voordat ik tot schrijven kwam. Binnen een uur (het tempo neemt toe) de vijf pagina’s handschrift geschreven die deel twee nog nodig had en nadien alles overgetypt/verbeterd: 4546 woorden.


08-07-06. De vrijdag begon grijs. Dat was goed voor het ochtendlijke hardlopen maar maakte het balkonzitten zinloos. In de loop van de middag ging de zon schijnen, het werd echter grijzer dan het ’s morgens geweest was. Zes weken geleden had mijn moeder haar hond Billy nadat hij drie dagen vergeefs aan het infuus had gelegen moeten laten inslapen. Toen ze me opbelde lag haar andere hond, Denny, al twee dagen aan het infuus. Om kwart over vier verzamelden we bij de dierenarts, mijn eergisteren jarige zus, mijn moeder en ik. Denny was bij kennis en uitgelaten omdat hij ons zag: wild likte hij aaiende handen en gaf liefdesbeetjes die bij mijn moeder en zus tranen opwekten. Na een injectie kwam de slaap, na een tweede injectie de dood. Vanmiddag gaan we de verjaardag van mijn zus vieren.


09-07-06. Je kunt je wel voornemen om twee delen van ongeveer gelijke lengte te schrijven, in de praktijk is het afwachten of dat gaat lukken. Het verhaal kan ineens een kant uitschieten die toevoeging van vele woorden vergt, het kan zijn ook dat je met aanmerkelijk minder woorden toekunt dan je gedacht had. Maar zie: het eerste deel van het hoofdstuk Dear Prudence telt op dit moment 4715 woorden, het tweede deel 4791. Het derde deel staat in het teken van de dood en daar kun je maar beter niet te lang bij stilstaan en daarom hield ik het voorlopig bij 2548 woorden. De komende dagen zijn deel vier en vijf nog aan de beurt en dan is de eerste versie van het tweede hoofdstuk – en daarmee de eerste versie van de roman – voltooid. En dan maar verbeteren.


10-07-06. Als een roman gedeeltelijk speelt in het najaar van 2001 dan kan je de elfde september daarin niet onvermeld laten. Daarom heb ik zaterdagavond een uurtje en zondag een uur of vier voor de tv gelegen en gekeken naar videobanden die ik destijds vulde met uitzendingen van CNN en BBC World en Nederlandse Journaals. De verwarring, de gruwel, de stoere taal. We’ll smoke ’em out! klonk het vastberaden. Over de elfde september zijn vele boeken geschreven, ik heb er een stuk of acht gelezen maar de daarin gepresenteerde feiten en veronderstellingen kun je natuurlijk niet verwerken in een boek waarin de hoofdpersoon en de rest van de wereld daar nog niet van op de hoogte kunnen zijn. Aansluitend naar Fahrenheit 9/11 gekeken en daar niet vrolijker van geworden. Toch zo’n twaalfhonderd woorden toegevoegd aan het vierde deel.


11-07-06. In Sabbatical komt VARA’s Popgala (1973) ter sprake. Ik zag in de Vliegermolen in Voorburg Country Gazette, Rory Gallagher, Ry Cooder, de Eagles, Slade en bijna Chi Coltrane (die liep weg toen de piano niet naar haar zin gestemd was). De volgende dag had ik The Who en Rod Stewart and The Faces kunnen zien. Ook trad Argent op. Wie nog meer? Het Nederlands Popinstituut had het op zijn website abusievelijk over Deep Purple, Pink Floyd en Emerson, Lake & Palmer – maar die waren er niet. Ik mailde de VARA, misschien kon hun archivaris het uitzoeken. Behalve deze research ook geschreven: 11½ pagina’s handschrift, die ik overtypte en meteen verbeterde, waarmee het nachtwerk werd. Dit vierde deel kwam uit op 4425 woorden, een en twee tellen 4791 en 4715 woorden. Vandaag van start met het vijfde deel.


12-07-06. Een mens kan soms een beetje dom zijn. Ik was van plan een roman te gaan schrijven die Sabbatical heette en zelfs toen ik er al een tijd aan bezig was schreef ik Sabbatical nog abusievelijk als Sabattical. Een deel van het tweede hoofdstuk speelt in begin 2001 en ik schreef een paar lollige zinnen over de problemen die er destijds waren rond de invoering van de euro. Maar de euro werd pas een jaar later ingevoerd (ik gooi nooit wat weg, dus ik verplaatste de lollige zinnen naar elders in de roman). Gisteren schreef ik 8½ pagina’s handschrift aan het vijfde deel. Het hadden er veel meer kunnen zijn maar ik was tussen de bedrijven door het 9/11 Report aan het lezen. Zeshonderd pagina’s, voorafgegaan door honderd pagina’s verslaggeving uit The New York Times. Vandaag verder.


13-07-06. Om acht uur de telefoon: Hans. Esther en hij waren ’s nachts van haar huis naar het zijne verkast en kat Loekie moest nog buiten zijn. Ik ging meteen maar een eindje hollen, zoals de laatste tijd aan de orde van de dag is. Ik zag Loekie niet bij Esther voor de deur, na het hollen evenmin. Maar daar beneden in het struikgewas zat een zwarte kat. ‘Kom maar, Loekie!’ Het beest keek wel linker uit want het was Loekie niet. Pas om tien uur zag ik hem door het raam voor Esthers deur heen en weer lopen. Ik deed de buitendeur open, Loekie zag me, trok een sprintje en draafde naar binnen. Hup de trap op, blindelings de voerbak vindend. En toen maar slapen. ’s Avonds voltooide ik de eerste versie van hoofdstuk twee van Sabbatical.


14-07-06. Onmiddellijk na zijn herintreden in mijn woning voelde logeerkat Loekie zich thuis. Als een kat zich thuis voelt stelt hij pogingen in het werk het huis over te nemen en die pogingen zijn altijd succesvol. Poes Duimpie maakt me om vier uur ’s nachts wakker omdat ze wil ontbijten. Tegen een hond die blaft roep je ‘af!’ en de hond gaat dan harder blaffen. Bij katten hoef je niet te proberen te corrigeren. Ik zat beneden en Loekie ontdekte boven dat hij een kast open kon krijgen en erin kon kruipen en de inhoud vervolgens naar buiten werken. Tot twee keer toe. Omdat ik vakantie heb kom ik er niet altijd toe dingen op te rapen dus in de badkamer lag al een tijd een badhanddoek op de grond. Loekie ligt er momenteel op als een zonnebader.


15-07-06. De vier weken vakantie zitten er bijna op. Ik zal blij zijn als ik weer naar kantoor kan om bij te komen. De afgelopen negen dagen ging ik vrijwel meteen na het ontwaken een eindje hollen (een trajectje door een nabij park van 18 minuten). De conditie kan het aan maar er zijn verzwarende omstandigheden: de hitte die maakt dat ik zelden voor 02.00 uur ga slapen en poes Duimpie die me twee, drie uur later wekt. Ze wordt daarbij geassisteerd door logeerkat Loekie. Hij is geen zeurder maar laat zich door het enthousiasme van Duimpie meeslepen. Poes Gregor blijft bij Loekie uit de buurt en sluipt onder het bed om te gaan slapen en onthoudt zich dus van capriolen als Loekies midden in de nacht rumoerig op een slaapkamerkast springen. Maandag ga ik het geschrevene verbeteren.


16-07-06. Van de week droomde ik raar over M. Het regende en vlak voordat ik wakker werd zou ik haar geloof ik naar het kerkhof vergezellen (op visite, niet ter begraving). Een nacht later droomde ik raar over N. Ze was op visite en dat gaf een heel gedoe, ik haalde het huis overhoop om haar interessante dingen te tonen. Was erg gezellig. Ik droom kennelijk in alfabetische volgorde: de dag erna zou ik over O. moeten dromen maar ik ken niemand met dat initiaal. In wakende toestand maak je gelukkig ook gekkigheid mee. Er reed gistermiddag een brandweerwagen voor. Telefoon. Hans, die bij Esther bivakkeerde. ‘Er staat een brandweerwagen voor de deur.’ Vanaf de galerij was te zien dat een brandweerman per ladder in de sloot afdaalde. Hans ging koelbloedig beneden kijken. Er werd een kluisje opgevist.


17-07-06. Een samenvatting van het voorafgaande. Ik had van M. gedroomd en de volgende nacht van N. Logischerwijs zou ik vervolgens van O. moeten dromen maar ik kende geen O., schreef ik. Later bedacht ik dat ik toch van een O. zou hebben kunnen dromen: een O. die ik niet kende maar die zich in de droom voorstelde als O. Het ging anders: ik droomde nog een keer van M. Ditmaal speelde het op kantoor, waar M. tot twee uur ’s nachts doorwerkte en toen pas op huis aan ging – hoe dat klaargespeeld werd weet ik niet, het was nog steeds klaarlichte dag. Naast me werkte iemand die informeerde of een voorletter die van een vrouw of een man was; hij had een fles witte wijn voor hem/haar. Ik zei: ‘Dan zeg je toch dat het parfum is!’


18-07-06. De nacht bracht geen dromen van betekenis. Je kijkt er niet meer van op als de zon schijnt wanneer je ontwaakt. Ik was er maandag vroeg genoeg uit om te kunnen gaan hollen: dat was om halfnegen nog te doen. Het was de laatste dag van de vakantie. Ik had becijferd dat ik in drie dagen tijd door de fabuleuze kolossale roman The Swarm van Frank Schätzing zou komen. Ik ben tot nu toe pas halverwege: pagina 442 van de 881. Aan het begin van de middag in de hete zon naar een Rijswijks winkelcentrum gefietst en bij C&A en V&D kleding gepast. Ik zal last van de warmte gehad hebben. De resterende middaguren en een deel van de avond gebruikt voor het kritisch bekijken van het tweede deel van Sabbatical. Grom grom: vandaag weer naar kantoor.


19-07-06. Vakantie went en aan weer gaan werken moet je wennen. Ik was gedurende 34 dagen uit de buurt van de werkplek geweest. Er waren tijdens mijn afwezigheid 314 e-mails bezorgd en ik vulde de dag met het bekijken van die mails. In de pauze geprofiteerd van de nu zeer waanzinnige kortingen bij de warenhuizen (70%) en gepuft van de hitte. Het Journaal berichtte over twee doden bij de Vierdaagse. Ik herinnerde me mijn onbesuisde jaren, waarin ik praktisch elke zomer een marathon liep. Eenmaal bij een temperatuur van zo’n 27 graden. Dat is wat koeler dan het in Nijmegen was maar je moest wel 42 kilometer hollen. Behulpzame toeschouwers richtten een tuinslang op je waar verfrissend water uit kwam en waarvan je schoenen doorweekt raakten – blaren. Tussen het puffen door de eerste volledige versie van Sabbatical geprint.


20-07-06. Ook in de komende week zal er waarschijnlijk geen Elfstedentocht gehouden worden. Ik zit momenteel beneden, waar het minder warm is dan boven, en hier is het 28 graden boven nul. Logeerkat Loekie ligt op de glasplaat van de salontafel, poes Gregor op de vensterbank en poes Duimpie een etage hoger op bed. Koffie, thee, koffie, water, koffie – drinken, drinken, drinken. De warme maaltijd bestond uit gemagnetronde kip, hopelijk vrij van salmonella want dan zouden we allemaal ten dode opgeschreven zijn: de katten aten gretig een paar stukjes mee. (Gregor sprong terwijl ik het bord met kip op schoot had een paar keer over mijn schoot en het bord heen.) Ik lees The Swarm van Frank Schätzing, waarin het weer nog meer van slag is dan hier. Ben gevorderd tot pagina 650, moet volhouden tot pagina 881.


21-07-06. Ik was er donderdagochtend vroeg uit en ging al om halfacht een eindje hollen, grotendeels door een nabij park. Er stond een briesje, de temperatuur was acceptabel. Een paar uur later viel er ineens wat regen, waardoor ik met enige vertraging op het balkon in de zon plaatsnam. Met op de walkman Creedence Clearwater Revival en een kop koffie in de nabijheid was het er goed uit te houden. Intussen gaat het met Sabbatical de goede kant op, ik heb stiekem af en toe naar de print van de eerste volledige versie gekeken en ik ben niet ontevreden. Het eerste en het laatste deel van de roman zijn al een aantal keren verbeterd en dat lees je eraan af. Bij wat ik voor het eerst op papier zie vallen me de slordigheidjes op – wordt binnenkort aan gewerkt.


22-07-06. Het weer verandert niet, mijn vroege opstaan evenmin. Ook vrijdagochtend om halfacht gaan holllen, het ging best. In drie sessies de eerste volledige print van Sabbatical gelezen en aardig wat verbeteringen aangebracht. Ik vond dat ik wel een cadeautje verdiend had en fietste naar de Bogaard, in Rijswijk. Ik had mijn zinnen gezet op de koffer met de Ultimate Edition van alle James Bondfilms. Die koffer kostte 333 euro, de afzonderlijke 20 films 15 euro per stuk. Een rekensom was snel gemaakt. 20 x 15 = 300, dus je betaalde 33 euro voor een koffer waar je verder niks aan had. Bovendien: bij recente Bondfilms als die met Timothy Dalton en Pierce Brosnan zou de verbeterde beeldkwaliteit niet eens opvallen. Ik beperk me tot Sean Connery, George Lazenby en Roger Moore en ben voor 210 euro klaar.


23-07-06. Ik kwam gisteren een collega tegen. Ze klaagde over de hitte: in haar huis was het die ochtend om tien uur al 31 graden. Ik zei dat ik net terug was van een fietstochtje naar de Boogaard, in Rijswijk. Dat wekte zoveel verbazing dat ik maar niet onthulde dat ik bovendien om kwart voor acht was gaan hollen – ik loop dagelijks hetzelfde traject en ondanks de pittige temperatuur was het sneller gegaan dan de dag ervoor. Ik was naar Rijswijk gefietst voor James Bond-dvd’s – eergisteren had ik die met Connery en Lazenby gekocht, ditmaal die met Moore. Per stuk 15 euro, dat gaf met terugwerkende kracht tandenknarsen. Want destijds had ik recent verschenen Bond-dvd’s aangeschaft die toen 32,50 euro kostten – later kon je er voor dat bedrag drie krijgen. Maar goed, de nieuwe zijn superieur van beeldkwaliteit.


24-07-06. Sabbatical is in de schaaffase gekomen. Tot voor kort had ik de tekst van de hoofdstukken in afzonderlijke bestanden staan: Good Times Gone, Dear Prudence en Dream Home Heartache. Dear Prudence had voor elk van de vijf delen een eigen bestand. Maar alles is nu samengevoegd in het bestand Sabbatical, dat momenteel 37.184 woorden telt. Ik denk niet dat het er veel meer zullen worden. Een verhaal heeft een bepaald aantal woorden nodig om verteld te worden, het is dus geen kwestie van streven naar een bepaald aantal woorden. Dat Sabbatical in de schaaffase is gekomen betekent dat ik de tekst print, nalees, verbeteringen aanbreng, weer print, nalees et cetera. Bij elke nieuwe lezing vallen je slordigheidjes op en schieten je stilistische verbeteringen te binnen. Dat gebeurt vooral wanneer er tussen twee lezingen langere tijd verstreken is.


25-07-06. De sterk verbeterde versie van Sabbatical geprint en aan het begin van de avond gaan lezen. Als je veel verbeteringen aanbrengt kan je er donder op zeggen dat er op de plekken waar alinea’s zijn ingelast fouten te vinden zijn, daar valt niet aan te ontkomen. Ik ga er momenteel van uit dat ik over twee weken, na een aantal keren printen, lezen en verbeteren, een versie klaar zal hebben die naar mijn zin is. Dan moet er op zoek gegaan worden naar een uitgever want de uitgever die Zoute griotten uitgaf komt niet meer in aanmerking om mijn werk uit te geven. Even iets heel anders: ik kreeg een mailtje van iemand die via Google bij mijn weblog beland was, zoekend naar het kinderboek Mik en Spruit op de miljoenenjacht, wat een prachtig boek was dat.


26-07-06. Het is al zo warm en dan moet je ook nog al die van het dak gevallen mussen oprapen. De tweede hittegolf van het jaar verloopt voorspoedig. Ik geloof niet dat ik er erg veel last van heb. Ik kom gemakkelijk in slaap, ondanks de hitte in het slaapvertrek, ga zonder puffen over straat en lig als ik niet hoef te werken op het balkon in de zon. En dat terwijl ik geen zonaanbidder ben: dit jaar nog niet naar het strand geweest en vorig jaar alleen voor een enkele strandwandeling bij lage temperatuur. Ik ben niet iemand die het vliegtuig pakt om aan de andere kant van de wereld op het strand te gaan liggen. Er zijn massa’s mensen die dat wel doen en dat zijn natuurlijk de mensen die je over de hitte hoort klagen.


27-07-06. We weten nu wel dat het warm is, het mag wel weer wat gematigder. De hitte maakt dat je er vroeg uit bent en dan is het nog te doen, een eindje hollen. Mijn conditie blijft vooruit gaan, ik loop het parcours dat ik de laatste weken loop een halve minuut sneller dan aan het begin, ondanks de temperatuur. Ik had in de ochtenduren een paar verplichtingen, ’s middags was er fietsen aan de orde. Het bekijken van de James Bondfilms schiet aardig op. Ik was dinsdag toe aan On Her Majesty’s Secret Service (OHMSS). Halverwege ging het scherm op zwart – schijfje vastgelopen? Herstart, hetzelfde resultaat. Ik kon er dus mee terug. Gistermiddag ondanks de hitte naar Rijswijk gefietst en het defecte exemplaar geruild. In de hitte huiswaarts gefietst, OHMSS opgezet – en op hetzelfde punt hetzelfde euvel.


28-07-06. Woensdagavond was het zo puffend heet dat de nachtrust pas van start kon gaan toen het al lang en breed nacht geworden was. Desondanks gisterochtend al om kwart over zeven wakker geworden en opgestaan. Krijg nou wat: de zon scheen niet en de regen viel, een beetje. Gauw koffiegedronken en de hardloopschoenen aangetrokken voor het bijna dagelijkse trainingsrondje. Aanvankelijk was het motregen (die in het park niet eens door het gebladerte heen kwam), uiteindelijk ging het op voluit regenen lijken. Van tien over negen tot tien over twaalf over het manuscript van Sabbatical gebogen gezeten. Inmiddels was het opgeklaard en scheen de zon weer. Op de fiets en naar Rijswijk en voor de tweede keer On Her Majesty’s Secret Service geretourneerd. Ik moet zien te leven met de gewone Special Edition in plaats van de Ultimate Edition.


29-07-06. Misschien moet je maar gewoon doen of er helemaal geen hittegolf gaande is. Ik ging gisterochtend tegen tienen (een uurtje later dan de laatste tijd) een eindje grotendeels door een nabij park hollen en de warmte viel me niet eens op. Ik legde het traject dat ik nog niet zo lang geleden in 18 minuten en een paar seconden aflegde ditmaal in 17 minuten en 5 seconden af – nog een snelheidsverbetering ook. Alsof het niet om te braden was een uurtje op balkon in de zon gelegen en aansluitend naar het winkelcentrum aan de Leyweg gefietst. Dat ging allemaal zonder bovenmatig veel puffen maar naarmate de dag vordert neemt de vechtlust tegen de hitte af. ’s Middags een James Bondfilm gezien, later nog een – ik heb alle recent gekochte Bonds inclusief extra’s gezien: nu de audiocommentaren nog.


30-07-06. Logeerkat Loekie is al een paar weken inpandig en hij had zijn draai meteen gevonden. Het geeft soms toch een heel gedoe, drie katten jongleren als ze niet allemaal even goed met elkaar overweg kunnen. Loekie kan het fantastisch goed met Duimpie vinden en Duimpie met Loekie. Maar Gregor kan het met geen van beide goed vinden. Er zijn tot nu toe geen schermutselingen van betekenis geweest maar als Loekie of Duimpie passeert dan gaat Gregor uit voorzorg blazen. Een beetje zoals de dreiging met kernrakketten ten tijde van de Koude Oorlog. Er doet zich af en toe een Mexican stand-off voor: dan bevindt Gregor zich op de overloop, Loekie zich halverwege de trap en Duimpie zich boven nabij de kattenbak. Er is geen beweging in het gezelschap te krijgen: ik draag Duimpie dan maar naar beneden.


31-07-06. De laatste dag van een maand die gedeeltelijk in het teken heeft gestaan van werken aan de roman Sabbatical – het zal niet lang meer duren voordat die voltooid is. Het werd bovendien een sportmaand: 22 keer gaan hardlopen, ’s morgens vroeg, weer of geen weer – en meestal was het geen weer om te hollen. Half juni was ik gestopt met sportschoolsporten. Van groepslessen had ik een tijdje daarvoor al genoeg gekregen (steeds weer dezelfde oefeningen, dat overdreven enthousiasme van instructrices en instructeurs), bij het fietsen en hollen dacht ik: dat kan ik in de openlucht ook en dan kost het me geen 55 euro per maand. Zo gezegd, zo dus gedaan. Ik geloof dat augustus wisselvallig van start gaat maar voor het hardlopen zijn de weersomstandigheden nauwelijks van belang. Zon, regen, sneeuw, ijs, wind, storm: hollen maar!


01-08-06. Het is ongeveer een halfjaar geleden dat ik het eerste hoofdstuk van Sabbatical op dit weblog voorpubliceerde. Een poosje later verving ik die voorlopige versie door een verbeterde versie. De afgelopen tijd heb ik niet alleen het ontbrekende middendeel van de roman geschreven maar ook het eerste en laatste hoofdstuk verbeterd. De eerste complete versie van Sabbatical printte ik een paar weken geleden. Ik bracht er verbeteringen op aan, verwerkte de verbeteringen in het bestand, printte de tweede versie – en daarop werden ook heel wat verbeteringen aangebracht. Niet alleen in het recent geschreven middenstuk, ook in het eerste hoofdstuk werd veel verbeterd. Aan de op het weblog geplaatste voorlopige versie schort dus het een en ander. Voor een deel betreffen de verbeteringen mierenneukerig gepietlut – een zelfstandig naamwoord beviel me niet, er moest een komma bij of weg.


02-08-06. In hoog tempo verandert het van hittegolf- in herfstweer. Ik ging gisteren slapen met het voornemen na het ontwaken te gaan hardlopen maar een kwartier na het ontwaken twijfel ik nog. De gedaalde temperatuur doet me niets, de stevige wind houdt me niet tegen – de regen heeft me aan het twijfelen gebracht. Als de barometrische omstandigheden zo zijn werd er vroeger gezegd: ‘Het is goed weer om een erfenis te verdelen.’ Het is ook goed weer om het manuscript van Sabbatical opnieuw kritisch te gaan doornemen. De komende dagen staan er niet te veel verplichtingen op het programma en ik schat dat er vier dagen zijn waarop ik de complete tekst helemaal kan lezen. Als ik de verbeteringen van dien aangebracht hebt moet de roman maar af zijn en gaat-ie naar een uitgever. En dan maar afwachten.


03-08-06. Tussendoor een centenkwestie. Toen de cent nog volop in omloop was raakte mijn portemonnee er zo mee gevuld dat ik ze apart ging leggen en er centenkokers mee vulde. De postbode bracht dinsdag een zending waar strafport op zat. Ik moest 89 cent aan postzegels op de aangehechte kaart plakken. Ik met die kaart naar het postkantoor. Ik raakte aan de beurt en gaf de kaart aan de loketman. Die zei dat het waanzin was, zo’n kaart – hoe pasten daar al die postzegels op? Op dat moment liet ik de 89 losse centen op de balie vallen. Dat was niet de bedoeling, zoveel centen moesten in speciale zakjes worden aangeboden en dat kostte geld. Omdat ik de munten al gedropt had zag de loketman het door de vingers. Ik heb nog 100 muntjes van 2 cent liggen.


04-08-06. Het is 06.05 uur, de wind giert om het huis, het zal opnieuw een herfstige dag worden. Eergisteren en gisteren het manuscript van Sabbatical kritisch doorgenomen, het op beide dagen nauwgezet betuurd. De eerste keer bracht ik een behoorlijk aantal verbeteringen aan, de tweede keer kwamen er een paar verbeteringen bij en toen ik de twee reeksen verbeteringen in het bestand verwerkte voegde ik er gaandeweg nog een enkele verbetering aan toe. Straks ga ik het resultaat printen, morgen ga ik het opnieuw kritisch doornemen. Vandaag trakteer ik mezelf op de nieuwe Karin Slaughter, Triptych (in het Nederlands: Triptiek). Haar vorige boek droeg zij aan haar Nederlandse uitgever op – nou ja, alleen de Nederlandse editie. Ditmaal is de Nederlandse editie aan haar Nederlandse lezers opgedragen, wederom een loos gebaar: de Amerikaanse uitgave is ‘For Kate and Kate’.


05-08-06. Zaterdagochtend, 09.40 uur – ik werd tien minuten geleden uitgeput wakker. Donderdagavond dacht ik: ik ga morgenochtend vroeg even naar kantoor. Omdat ik er vroeg uit moest kwam ik pas laat in slaap. Het was vrijdagochtend om halfzeven nog droog, ik besloot voor de verandering de fiets te nemen. Met de auto rijd ik in twintig minuten naar het werk, met de fiets ook. Om tien voor acht was ik weer thuis. De dag lag nog voor me en die zou ik gaan wijden aan het lezen van Triptych, de nieuwe Karin Slaughter. Na een tijdje lezen begon ik gaperig te worden en laste een tukkie in. Tegen het einde van de middag opnieuw ruim een uur onder zeil geweest, zodat ik het boek pas om halftien uit had. En drie uur later niet in slaap kon komen.


06-08-06. Ik heb het idee dat ik Sabbatical gisteren voltooide, dat de roman nu af is. Opnieuw was ik een uur of vier bezig met het lezen van het manuscript, de vierde print, en opnieuw bracht ik een hoop verbeteringen aan. Soms ging het om het verwijderen van een punt, om het invoegen van een liggend streepje, om het toevoegen van een enkel woord. Er zit vrij veel muziek in het boek en ik moest via internet nagaan of het Top Pop of Toppop moest zijn (het laatste kwam vaker voor) en hoe groepsbenamingen precies waren. Het waren niet de Easybeats maar The Easybeats en niet The Eagles maar de Eagles. En zo zit je maar te pietlutten in de hoop dat het ergens goed voor is. Om halftien gisteravond was ik voor mijn gevoel klaar met verbeteren.


07-08-06. Ik weet zeker dat ik hier en daar een slordigheid aantref als ik het manuscript van Sabbatical nog een keer zorgvuldig doorneem maar omdat het voor zeg maar 98 procent naar mijn zin is gaat het vandaag de deur uit. Ik stuur het naar een uitgever waar ik nog niet eerder mee te maken heb gehad. De onbekendheid is wederzijds en daarom is het nodig mezelf in een begeleidende brief toe te lichten. ‘Vertel eens wat meer over jezelf’ is een opdracht waar je alle kanten mee uit kunt. Een ironieloos zelfportret zou ik niet voor elkaar krijgen, als je doorslaat in je lolligheid zal de lezer de brief walgend van zich af werpen. (Het is sowieso een malle situatie: je hebt een roman op je naam hebt staan en moet op zoek gaan naar een uitgever.)


08-08-06. Dat was te verwachten. Ik had ’s morgens een print van het manuscript naar een uitgever gestuurd, ’s middags las ik een andere print nog eens door – en bracht daar 27 verbeteringen in aan. Zo zie je maar dat je wel aan de gang kunt blijven met verbeteren. Van die 27 verbeteringen betreffen de meeste onbeduidendheden (in een tekst van ruim 37.000 woorden drie keer het woord ‘ontoereikend’ is niet rampzalig maar als zoiets me opvalt moet er minimaal één ontoereikend door een synoniem vervangen worden). Ik kwam echter ook ‘vijtig’ tegen waar ‘vijftig’ had moeten staan en zo nog een paar over het hoofd geziene blunders. Erger is de fout in mijn biografische gegevens, waarin ik schreef dat ik zesmaal een marathon gelopen had. Maar in plaats van ‘zesmaal’ staat er ‘zemaal’! Ze zal wel denken.


09-08-06. Ik ben halverwege een tweedaagse tournee. Gisteren was ik voor een reportage naar de gemeente Vriezenveen (vraag me niet in welke provincie dat was). Wijselijk had ik twee routeplanningen geprint en bovendien een samenvatting ervan op een vel papier genoteerd. Daardoor bereikte ik Vriezenveen probleemloos. Maar in downtown Vriezenveen ging ik rechts waar ik links had gemoeten. Na een paar verkeerde kilometers de weg gevraagd aan een fietsende moeder en dochter die toeristen waren en de weg niet wisten. Een benzine tankende beeldschoonheid wist het ook niet, de pomphoudster wist het wel. Nadere instructies van een autochtone dame die me eng aankeek. Na de reportage bracht de terugweg verwarring: ‘Verlaat de straat in noordelijke richting.’ Waar was het noorden? Voor vandaag staat Schinnen op het programma, in Limburg. De zon schijnt nog – nee, er breekt een wolk.


10-08-06. Er was geen filevorming en de reis verliep voorspoedig. Schinnen gevonden maar aldaar verdwaald. Schinnen is te klein om in te verdwalen, behalve als je Martin de Jong heet. Ik dacht: ik zit verkeerd, omkeren. Maar ik zat in een web van eenrichtingsstraten. Ik dacht: ik kom hier nooit meer weg. Een hartelijke inwoonster gaf instructies en het kwam goed. Onderweg naar muziek geluisterd. Ik hoor enthousiaste verhalen van liefhebbers van luisterboeken maar ik geloof niet dat ik tot de doelgroep behoor. Mijn gedachten dwalen af en ik raak uit het verhaal of ik ga er zo in op dat ik uit het verkeer raak en kettingbotsingen op mijn naam zet. Op de terugweg luisterde ik naar Pearl Jam, op de heenweg naar Japan. Mooie anekdote: platenmaatschappij Hansa wilde daar destijds een tweede Boney M. van maken.


11-08-06. De afgelopen dagen was ik een beetje verdwaald geraakt in achtereenvolgens Vriezenveen en Schinnen maar dat was peanuts vergeleken bij wat er in de serie Lost te zien was. Ik trakteerde mezelf op kijken naar het eerste seizoen. Dat viel zeer bij me in de smaak. Geen wonder: als kind verslond ik Het geheimzinnige eiland van Jules Verne. Dinsdagavond vier afleveringen, woensdagavond acht afleveringen en gisteren dertien afleveringen Lost gezien. Dat is het grote voordeel van dvd kijken: niet alleen dat je geen last hebt van onderbrekende reclame, hinderlijke vignetten in beeld of weggedrukte aftiteling: je hoeft niet een halfjaar op de ontknoping te wachten. (In dit geval wacht ik daar nog steeds op. Over een paar weken ligt het eerste deel van het tweede seizoen op dvd in de winkel, een tijdje later het tweede deel.)


12-08-06. Na een dag van lui Lost kijken gisteren het manuscript van Sabbatical weer eens helemaal en kritisch doorgenomen. Dat had ik afgelopen maandag ook gedaan – toen bracht ik op de print 27 verbeteringen aan. Gisteren werd het nog grijzer want er werden aan die 27 verbeteringen maar liefst 65 verbeteringen toegevoegd. De print bevatte toen 92 verbeteringen, die ik vervolgens in het bestand verwerkte. Ik had het manuscript maandag naar een uitgever gezonden – de 27 verbeteringen bracht ik pas later op de dag aan, van de 65 aanvullende verbeteringen was nog geen sprake. Kreeg de uitgever ’s anderendaags een beschamend slordige tekst in de postbus? De meeste van de 65 verbeteringen betroffen stilistische. Er stonden (als ik het goed gezien heb) maar twee echte fouten in: vijtig in plaats van vijftig en gweest in plaats van geweest.


13-08-06. De wetenschappelijke term is geloof ik ‘serendipity’ of ‘synchronicity’ maar ik zeg altijd maar gewoon: Krijg nou wat. Vrijdag was ik bezig met het verder verbeteren van het Sabbaticalmanuscript. Daarin komt terloops Suzi Quatro ter sprake – zij had vanaf 1973 hits als Can the Can en Devil Gate Drive. ’s Avonds zette ik de tv aan en viel bij de BBC in een aflevering van The Kumars at No. 42. En daar was Suzi Quatro te gast! Inmiddels (slik) 56 jaar maar nog altijd meisjesachtig leuk en zeer lachgretig. In Sabbatical wordt als oude bevallingsmethode het hurken op het land genoemd (waarna de bevallen vrouw meteen verder werkte) – moeder Kumar bracht dezelfde methode ter sprake! Donderdag kreeg ik ter bespreking een boekje over Marten Toonder in de bus – en gisteren vanuit het verre Puth een knipsel erover!


14-08-06. Het in de hand houden van een huishouden met twee inwonende katten en een logeerkat valt niet mee. Als leven in de brouwerij geen kwaad zou kunnen liggen ze te slapen, als je zelf probeert te slapen komen ze in actie. Logeerkat Loekie heeft er soms lol in negentienjarige poes Duimpie achterna te rennen, ik vermoed dat het de kattenvariant van tikkertje spelen is. Poes Gregor moet niets van Duimpie en Loekie hebben (en soms ook niets van mij, getuige het recente uithalen naar mijn aaihand). Als ze in de keuken haar brokjes eet zit Loekie daarbij nabij in de gang naar het smikkelen te koekeloeren. Uitgegeten moet Gregor langs Loekie en blaast in het voorbijgaan naar hem. Loekie reageert niet eens. Hij is een onverschrokken mannetje dat bij het geringste onweer panisch onder het bed vlucht.


15-08-06. De wonderen zijn nog in de wereld. Afgelopen zaterdag bezorgde een oplettende postbode zowaar een brief waarin door de uitgeverij aan wie ik het gezonden had de ontvangst van het manuscript Sabbatical bevestigd werd. De vooruitgang hou je niet tegen: ik heb de tijd meegemaakt dat er tweemaal per dag post werd bezorgd, over een tijdje wordt de bezorging op maandag geannuleerd. Ik kreeg een keer een manuscript als onbezorgbaar geretourneerd omdat postcode en huisnummer niet correspondeerden. De les: als je zeker wilt zijn dat er bezorgd wordt, sla de postcode dan over. En dan nog. Onlangs kreeg ik drie poststukken in de bus, waarvan er slechts een aan mij geadresseerd was: de rest verkeerd bezorgd. De bezorger is een domme lul, TPG Post is een nog veel dommere lul, ze kunnen allemaal een dikke lul krijgen.


16-08-06. 29 jaar geleden? 29 jaar geleden! Om vier uur, halfvijf haalde ik mijn fiets uit de schuur en reed naar het Lorentzplein. Daar was de uitdeelpost van ochtendkrant Trouw, waar ik het agentschap van had. Ik legde stapels kranten klaar voor mijn bezorgers en liep zelf een dubbel wijk. Die ochtend was Elvis op de voorpagina afgebeeld. Ik zag de foto van de persconferentie in New York, 1972. Hij haalde wel vaker het nieuws. Zo had hij als toevallig passerende deputy ingegrepen toen een benzinestation overvallen werd. Toen ik de krant openvouwde zag ik ook het onderschrift. Hij was dood, 42 jaar oud – wat me nu piepjong lijkt. ’s Avonds in het Journaal een fragment uit Aloha From Hawaii: It’s Over. Het is 29 jaar later, zijn Stem klinkt nog altijd, zijn onvergelijkelijke oeuvre een onverwoestbaar monument.


17-08-06. Toevallig kwam ik er eergisteren achter dat er een dommig foutje in het manuscript van Sabbatical was blijven staan. Ik schreef ‘Suzie Quatro’ en dat had ‘Suzi Quatro’ moeten zijn. Omdat ik me wel voor mijn kop kon slaan beukte ik mijn hoofd een paar keer tegen de muur. Gisteren bekeek ik een uittreksel van de roman Art. 285b van Christaan Weijts, dat ik ter correctie in handen had gekregen. De maker van het uittreksel gaf een overzicht van de beschamende spel- en taalfouten die hij onderweg was tegengekomen. Er stond bijvoorbeeld: ‘bekleedde’ waar ‘beklede’ had moeten staan, ‘faut pas’ in plaats van ‘faux pas’, ‘gekruisde’ in plaats van ‘gekruiste’. Op hoofdstuk 6 volgde niet hoofdstuk 7 maar hoofdstuk 8. Het boek verscheen bij het ooit gerenommeerde De Arbeiderspers. (De auteur is nota bene werkzaam als redacteur.)


18-08-06. En maar dromen, vannacht. Ik was op visite bij mijn zus. Het was er donker. Ze vroeg of ik haar telefoon wilde proberen, die deed het niet goed. Ik de telefoon zoeken. ‘Hij staat daar links bij het raam,’ zei ze. Ik kon niks vinden. ‘Kijk maar,’ zei ze. Ik had de telefoon in mijn hand. Kennelijk niet gezien omdat het zo donker was. Wie moest ik opbellen? Mezelf. Maar ik wilde de telefoon niet te lang laten overgaan omdat de katten ervan zouden schrikken. Na twee keer krakend overgaan werd er opgenomen door iemand die onlangs was overleden maar desondanks opgewekt begon te kletsen. Later voerden de dromen naar een uitgeverij. Het viel niet mee er iemand te spreken te krijgen maar uitgave van een boek was geen punt. Het zou in oktober al kunnen verschijnen.


19-08-06. Ik ga binnenkort maar eens vredesbesprekingen voeren met de katten. Ze kunnen het alle drie (poes Duimpie, poes Gregor en logeerkat Loekie) goed met zichzelf en met mij vinden maar onderling zou het beter kunnen. Duimpie en Loekie zijn vriendjes, daar heb ik geen omkijken naar. Maar Gregor met Duimpie of Loekie is een minder gelukkige combinatie. Als Loekie ergens ligt en Gregor moet passeren dan doet zij dat blazend. Loekie blijft daar onverstoorbaar onder. Lastiger is de situatie op de binnentrap, waar Gregor de laatste tijd haar stelling betrekt wanneer het richting nacht gaat. Ze gaat nabij de bovenste traptrede liggen en als Loekie nietsvermoedend met een noodgang de trap bestijgt ziet hij de doorgang door blazende Gregor gebarricadeerd. Je kan dan wel vermanend roepen: ‘Makkers, staakt uw wild geblaas’, de volgende keer gebeurt het opnieuw.


20-08-06. Voor liefhebbers van Monty Python is het een feest: de uitgave van de dvd-sets At last the 1948 Show en Do not adjust your Set. In deze pre-Pythonprogramma’s respectievelijk John Cleese en Graham Chapman (ook bij Python een schrijversduo) en Terry Jones en Michael Palin (idem) alsook de bij Python als schrijver solo opererende Eric Idle. Eerst maar even klagen: de hoes van The 1948 Show vermeldt een speelduur van circa 172 minuten. Het gaat om vijf afleveringen (in belabberde kwaliteit) van 25 minuten die op een enkel schijfje gepast hadden. Weggelaten (evenals op de Do not adjust your Set set) zijn de extra’s die op de Engelse editie staan. Afgezien daarvan zijn beide programma’s 38 jaar na dato nog erg leuk, vooral Do not adjust your Set. Daarin zit dan ook de Bonzo Dog Doo-Dah Band.


21-08-06. De beeldkwaliteit van Do not adjust your Set en vooral At last the 1948 Show was niet denderend maar het is een wonder dat de banden bewaard zijn. Vroeger hadden de mensen nauwelijks historisch besef. De geweldig leuke cursus Esperanto van Kees van Kooten en Wim de Bie is gewist omdat de banden opnieuw gebruikt moesten worden. Sam Philips heeft mogelijk banden met Sunopnamen van Elvis gewist, Harry Mulisch vernietigde manuscripten en zo is er nog veel meer moois verloren gegaan. Tegenwoordig worden we verwend met dvd-recorders. Maar wordt er nog wel wat uitgezonden dat nooit verloren mag gaan? Ik zou zelf alle Fred Haché-, Barend Servet- en Sjef van Oekel-programma’s van Wim T. Schippers op dvd willen hebben. Ik zal eens gaan vragen waar die blijven. Het goede nieuws is dat de Axel Nort-dvd eraan komt!


22-08-06. De schrijver wikt, de Nederlandse Taalunie beschikt. In 1972 publiceerde Harry Mulisch Soep lepelen met een vork. Tegen de spellinghervormers. Desondanks verscheen in 1995 een Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene Boekje) waarin ‘pannekoek’ verbeterd was tot ‘pannenkoek’ en waarin bedenkelijke voorschriften vergezeld gingen van verwarrende uitzonderingen daarop. Sinds kort is er een nieuwe editie van het Groene Boekje. In 1995 moesten we ‘privé-leger’ schrijven, nu ‘privéleger’, in 1995 ‘ikfiguur’, nu ‘ik-figuur’. Een geschuif met verbindingsstreepjes dat maakt dat degenen die graag correct Nederlands schrijven gedwongen zijn hun oude dure editie van de Van Dale te vervangen door een nieuwe dure editie. (De oude is waardeloos, De Slegte zal er weinig voor geven.) Net als bij de woordenboekenmakers gaat bij de uitgevers van schoolboeken de kassa rinkelen. Zullen alle bezitters van het oude Groene Boekje het nieuwe aanschaffen?


23-08-06. Nu pas lees ik een boek van Anthony Storr dat ik twaalf jaar geleden kocht (De kracht van het alleenzijn). De editie verscheen een jaar voordat het Groene Boekje van 1995 uitkwam. Met de daarin gevoerde spelling ben ik inmiddels vertrouwd, de ervan afwijkende spelling in het Storrboek stoort. Het verschil in spelling van sommige woorden werpt een barrière op. Je wordt even afgeleid door de spelling en raakt daardoor uit het ritme van het betoog. Op die manier verouderen boeken, dat is voor lezers en schrijvers niet prettig. In de jaren zeventig werd er ‘kommunikatie’ geschreven en ‘isch’ was ‘ies’. Als je nu een roman van Louis Couperus (zoals Eline Vere) leest beland je in een andere taalwereld. Een Engelstalig boek van P.G. Wodehouse uit de jaren twintig of dertig leest alsof het gisteren verschenen is.


24-08-06. Als er in boeken die bij gerenommeerde uitgeverijen verschijnen taal- en zetfouten staan, is dat in de eerste plaats een geldkwestie. Men wil kennelijk geen geld uitgeven aan het nog eens laten lezen van een drukproef. Toen Gerard Reve van Veen naar De Bezige Bij overstapte, begon de Bij met het heruitgeven van diens boeken en liet een folder drukken om dat onder de aandacht te brengen. Ze hadden het geld (of een fractie daarvan) beter kunnen uitgeven aan een met het werk van Reve bekende corrector – in diverse delen streepte ik zetfouten aan die er niet hadden gestaan als er zorgvuldig op de tekst getuurd was. In het meesterlijke Op weg naar het einde blijkt de HMW-brommer van Reve maar liefst 551 km per uur te kunnen rijden! Zo bont maakte zelfs Van Oorschot het niet.


25-08-06. Als het gaat om een boek dat er niet toe doet is het eigenlijk wel vermakelijk om er fouten in aan te treffen. Een persoonlijke favoriet op dit gebied is Posh & Becks, van Andrew Morton. Ik ontving de biografie ter bespreking en pakte er al gauw een pen bij (ik hoorde later van een ex-medewerker van de uitgeverij dat de vertaling een haastklus geweest was): ‘geinditificeert’, ‘...het publiek haar idolen...’, ze eten ‘witte bonen op toast met mama’, de ‘brede vaart der tijden’, ‘per sé’, ‘goed doorvoedde gemeenschap’, ‘ik vindt’ ‘Victoria is een aantrekkelijke vrouw maar daar is ze zelf onzeker over, net als over haar uiterlijk,’ ‘...haar werk met de Spice Girls is een gereedschap om haar doel te bereiken,’ ‘cadeau’s.’ (En dan zijn we pas op pagina 45.) ‘Deze vertaling © 2000 Het Spectrum.’


26-08-06. Fouten in boeken zijn storend maar het zijn niet alleen boeken waarin fouten te vinden zijn. Je koopt een dvd en leest thuis in het boekje over de film. Als er in die film vervelende dingen met de heldin gebeuren dan staat er niet ‘de vrouw wier’ maar ‘de vrouw wiens’. Niet ‘het meisje dat’ maar ‘het meisje die’. Zo zijn er mensen die ‘bedoelt’ schrijven als het ‘bedoeld’ moet zijn. De eminente Jo Dautzenberg vertelde me over een ontmoeting die hij in het laatste jaar van zijn docentschap gehad had met vertegenwoordigers van de jonge garde leerkrachten. Het kofschip? Daar deden ze niet meer aan. Dat was uit de tijd, dat was dom in je hoofd stampen. Maar dat domme in je hoofd stampen leidde er wel toe dat je leerde en onthield hoe het moest.


27-08-06. Vertalen, ook een vak. Vooral als het om film of tv gaat zit er grote haast achter. Laatst zag ik in een tv-serie het woord ‘cable’ vertaald worden als ‘kabel’, terwijl het ‘telegram’ moest zijn. Jaren terug, een Woody Allenfilm. Hij zei: ‘I don’t like to shower in front of other men.’ De ondertiteling: ‘Ik verafschuw promiscuïteit.’ In Alias wordt er gezegd: ‘He is steady as Charlie Watts,’ de vertaling: ‘Hij is trouw als Charlie Watts.’ De vertaler weet niet dat Watts een drummer is. Overigens: ben vier dagen geleden begonnen met kijken naar Alias, heb 37 afleveringen gezien, moet er nog zeven van het tweede seizoen zien en dan seizoen drie en vier. Geweldige serie, met dito gastrollen: Quentin Tarantino, Roger Moore (1927), Rutger Hauer (1944 – prachtige oude kop) en Faye Dunaway (1941 – au! oude vrouw!).


28-08-06. En dan heb je nog lezen, wat niet iedereen volleerd kan. Ik ontving een brief van de woningcorporatie: binnenkort zouden er onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd aan de mechanische ventilatie van mijn woning, door een firma uit Barendrecht. Die firma zou mij benaderen voor een nadere afspraak. Indien die mij niet schikte zou ik met de firma contact kunnen opnemen voor een andere afspraak. Twintig dagen later: brief van de firma uit Barendrecht. Zij kwamen ‘geheel kosteloos werkzaamheden verrichten aan het mechanisch ventilatiesysteem. Voorwaarde is wel dat u op de onderstaande datum aanwezig bent.’ Dat kon alleen maar betekenen dat het geld ging kosten als ik op die datum verhinderd was. De woningcorporatie gebeld. De man die ik aan de lijn kreeg heb ik wel drie keer voorgelezen wat de firma geschreven had en nog begreep hij het niet.


29-08-06. King of the Road, dat moet je in je genen hebben. Vorige week reed ik voor een reportage naar Zuidwolde, gisteren legde ik dezelfde route af en drong vervolgens moeiteloos verder in het noorden door. Ditmaal was het reisdoel Winsum. Het regende toen ik vertrok, het regende toen ik drie uur later afmeerde. Tijdens het interview klaarde het op en daarom besloot ik aansluitend de winkelstraat even op en neer te lopen: er wachtte een lange terugtocht. Ik was net de Wereldwinkel gepasseerd toen het begon te wolkbreuken. De twaalf kilometer richting Groningen gereden. Op de radio een waarschuwing: Vrachtwagen met melk gekanteld! Snelweg naar Assen afgesloten! Blindelings koos ik voor de optie Amsterdam maar omdat daar ernstige files waren in Flevoland voor de weg naar Utrecht gekozen. Bij thuiskomst heerste er in downtown Groningen nog verkeerschaos.


30-08-06. Soms begrijp je er niets meer van. Heeft de volksschrijver in het jaar van zijn overlijden de status van Kruitvatauteur bereikt? Ik werd geattendeerd op een annonce waarin opgeroepen werd tot intekenen op het Verzameld Werk van Gerard Reve. Een cassette met zes paperbacks die maar liefst 39,90 euro kost. Zo’n beetje wat het destijds bij Veen verschenen VW in verramsjte vorm kostte. De inhoud van de nieuwe uitgave komt zo te zien met die van de Veeneditie overeen. Maar wacht eens even – mag dat wel? Reve verhuisde in aftakelende toestand van Veen naar De Bezige Bij. Vinden ze het daar wel goed dat er een Veenachtig Verzameld Werk verschijnt terwijl ze zelf onlangs Revetitels herdrukt hebben? Als dat zomaar mag kan Van Oorschot nog wel een keer Op weg naar het einde op de markt brengen.


31-08-06. Voordat ze een rage werden bezat ik al een paar luisterboeken, die ik nog beluisterd heb ook: Reve die De Avonden las, Hermans die De God denkbaar voordroeg. Een voorgelezen versie van Dubliners kwam erbij maar die heb ik nog niet gehoord. Leuk om te beluisteren waren cassettes met afleveringen van The Goon Show en ook een P.G. Wodehouse beviel me. In de uitverkoop lagen Penguin Audiobooks, waarvan ik er een aantal kocht – van beluisteren kwam het niet, evenmin als van luisteren naar cd’s met De hobbit en Roald Dahl. Toen ik van Den Haag naar Groningen moest dacht ik: ik luister onderweg naar een boek. Het werd Barnaby Rudge van Dickens, dat ik ook als gedrukt boek had maar nog niet had gelezen. Al ver voor Utrecht was ik de draad van het verhaal volledig kwijt.


01-09-06. Vroeger was het simpel: je had een baan, werd ziek en kreeg gedurende de ziekteperiode je salaris doorbetaald. Dat is straks te gek voor woorden want er wordt onderzocht of het mogelijk is te korten op het salaris als het ziekteverzuim verwijtbaar is, bijvoorbeeld als het om een sportblessure gaat. Dat klinkt redelijk maar is het natuurlijk niet. In de afgelopen twee maanden ben ik in totaal 41 keer een eindje gaan hollen. Het had gekund dat ik bij zo’n training een enkel verstuikt had. Als ik me daarvoor ziek gemeld had zou je kunnen spreken van verwijtbaar verzuim. Maar stel dat ik in plaats van te gaan sporten die tijd had besteed aan het eten van patat met pindasaus en met dichtgeslibde bloedvaten op de hartbewaking was beland? En zo kan je elk ziekteverzuim verwijtbaar noemen.


02-09-06. Logeerkat Loekie is na twee maanden van inpandigheid teruggekeerd naar zijn thuishuis. Voordat hij gisteren vertrok rende hij poes Duimpie (negentien) nog een keer achterna de binnentrap op. Hij bleef stoïcijns als poes Gregor (acht) in het voorbijgaan naar hem blies en liet zich het voorgezette voedsel goed smaken. Merkten Duimpie en Gregor er wat van dat hun maatje vertrokken was? Overdag lag Duimpie boven op bed te slapen en Gregor in een mandje dat op mijn bureau stond. Dat was een inval van me. Ze lag de laatste tijd vaak op mijn bureau te slapen en ik dacht: ik leg er een mandje op. Vannacht leek het erop alsof Loekie door de poezen gemist werd. Duimpie maakte me wakker, Gregor kraaide om voedsel. Een kwartier geleden stond ik ietwat gekraakt op, de dames gingen meteen slapen.


03-09-06. Een minuut of acht voordat ik dit begon te schrijven werd ik wakker. Ik dacht: een kop koffie, dit schrijven en dan hollen. De omstandigheden zijn er gunstig voor. Toen ik ging slapen gierde de wind zo hevig om het huis dat ik het bovenlicht in de badkamer maar sloot. Bij het ontwaken was de wind afgenomen maar de neerslag hevig. Nog altijd profiteren we hier aan de kust van de warme julimaand. Daarin werd de zee verwarmd en de waterwarmte zorgt nu voor al die neerslag. Als liefhebber van onweer juich ik dat toe maar dit jaar is de overgang van zomer naar herfst wel erg abrupt. Ik ga over een paar minuten hollen en doe dat gedeeltelijk door een park waar het wandelpad schuilgaat onder gevallen bladeren die wegens de regen spekglad zijn. Ideale omstandigheden.


04-09-06. Maandagochtend een aflopende wekker betekent sinds jaar en dag op zondagavond slecht in slaap kunnen komen. Loopt er de volgende ochtend geen wekker af dan slaap ik vrij snel, loopt op andere werkdagen dan de maandag de wekker af dan is in slaap komen ook geen probleem. Maar er rust een vloek op de zondagnachtrust. De wekker zou om tien over zes aflopen, om kwart voor een was ik nog klaarwakker. Ik viel korte tijd later in slaap maar werd een keer of vier wakker. Het vervelende van wakker liggen is dat je in plaats van de ogen te sluiten wat had kunnen doen. Toen ik probeerde te gaan slapen moest ik de laatste twee afleveringen van het vierde seizoen Alias nog zien. Dat had makkelijk gekund – maar dan was er waarschijnlijk helemaal niets van slapen gekomen.


05-09-06. De zee is momenteel nog op zwemtemperatuur maar het is een kwestie van dagen totdat de eerste pepernoten in de schappen liggen. In de eveneens voor je het weet nabije toekomst ligt de kerst en in het kader daarvan mag ik voor Radio West weer twee uur Hot Talk vullen. Het is prettig om daarvoor een thema te hebben: vorige uitzendingen waren gewijd aan het 750-jarig bestaan van Buisdorp, de gemeenteraadsverkiezingen, de Dekenfeesten en de vakantie. Ditmaal zal het grotendeels om de kerst draaien, met voor het eerst een optreden van de Bisschop van Buisdorp, want zo iemand heeft daar natuurlijk verstand van. Het duurt nog even tot de uitzenddatum (15 december) maar sinds ik op het idee van de uitzending kwam komen er onophoudelijk ideeën bij me op en de te draaien muziek is al geselecteerd.


06-09-06. Het is ’s avonds nog niet onder het vriespunt en in de slaapkamer staat het raam gedeeltelijk open. Buiten is het donker, binnen is het licht. Diverse vliegende en kruipende insecten denken: hm, eens zien wat daar te beleven valt. Een mug of een bromvlieg kan ik nog wel hebben. Maar maandagavond dook er een vreemd miniatuurtje op. Ik plette het tussen twee boekbladzijden, maar dat deed het miniatuurtje de das niet om. Pas toen ik hem tussen twee vingers fijngeknepen had en door de wc gespoeld piepte het anders, of eigenlijk helemaal niet meer. Beangstigender was een macaber vliegding van fors formaat. Het had vleugels met een aardige spanwijdte, een punthoofd en mogelijk dieptebommen. Ik dacht hem met een krant geraakt te hebben, maar waar was hij? Verdwenen tussen bed en tv-toestel, ik hoop afdoende dood.


07-09-06. Ik was er al bang voor geweest: de gigantvlieg die ik maandagavond bestreden had bleek dinsdag nog zeer levenslustig te zijn. Hij had ergens tussen bed en tv-toestel krachten opgedaan en was weer gaan vliegen. Maar ditmaal kende ik geen genade. Ik pakte een krant, haalde uit en daar lag het vliegende gevaarte onmachtig op het kastje dat de dvd-speler en de videorecorder draagt. En toen was het alleen een kwestie van pletten met een krant. Het was een blamage dat ik de vorige avond niet zoals het dappere snijdertje raak gemept had. In mijn jonge jaren ging ik vaardiger tekeer. Ik heb ooit op z’n honkbals met een opgerolde krant een bromvlieg in zijn vlucht geraakt en eenmaal mepte ik zelfs een vlieg dwars door het bovenlicht van mijn slaapkamer heen. (Dat was eigenlijk tamelijk onbesuisd.)


08-09-06. Ik wilde het erover hebben dat de zomer naschokt. Op de natte moesson van augustus volgden enkele zonnige septemberdagen. Gistermiddag met buurvriendin Esther bij Kijkduin een strandwandeling gemaakt. De naschokkende zomer werd op dat moment door de herfst op de hielen gezeten. De zon scheen nog wel, tussen magnifieke wolkenpartijen door, en de temperatuur ging ook nog best maar de stormachtige wind kwam uit het najaar. Richting Monster ging de wind met ons mee, op de retourweg moesten we kracht zetten om vooruit te komen. Esther, die zich een tijdje in vogels verdiept heeft, wees een vogel aan en zag er een jonge meeuw in, die nogal donker van kleur was. Dat klopte: na een jaar verschoten meeuwen van kleur. Daar wilde ik het over hebben maar ik las net dat Star Trek vandaag 40 jaar bestaat!


09-09-06. Vroeger had je de volkstelling. Wie weigerde daaraan mee te doen liep kans vervolgd te worden. De overheid stond garant voor bescherming van de privacy van de burger. Tegenwoordig worden vergaarde gegevens vastgelegd in een bestand van Wegener, dat is aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens. Dat weet ik omdat het in kleine letters onder aan een enquêteformulier staat dat gisteren bezorgd werd. Je kunt kans maken op een jaar lang gratis boodschappen als je het invult. Ze willen precies weten wat er in mijn huishouden uitspookt wordt en degenen die de antwoorden braaf aankruisen hebben hun hele hebben en houden in handen van Wegener gegeven. Naar wat voor muziek je luistert, welke opleiding je gevolgd hebt, of je een nieuwe keuken gaat kopen, wat je auto heeft gekost. Gelukkig is weggooien van het enquêteformulier niet strafbaar.


10-09-06. Ik heb het enquêteformulier nog niet weggegooid. Het doet me denken aan de belspelletjes op de tv, waarbij je je afvraagt: hoe onnozel zijn de mensen die erin trappen? De vragen die beantwoord moeten worden zijn belachelijk eenvoudig. Ik herinner me dat er eens een woord van zes letters geraden moest worden. Onderwerp: sport. De eerste, derde, vierde en zesde letter stonden er al: TNNS. Om de kijker te helpen ging de trol die het presenteerde een paar keer met haar hoofd heen en weer. De mensen die aan dat soort spelletjes meedoen zijn de mensen die aan zo’n enquête meedoen want ze willen een jaar lang gratis boodschappen winnen. Vraag 40: ‘Bent u of is iemand in uw huishouden geïnteresseerd in de mogelijkheden om uw financiële situatie nu of in de toekomst op peil te houden?’


11-09-06. Zojuist zei de nieuwslezeres (in haar eigen woorden) dat het een zonovergoten dag zou worden. Gisteren was het ook al zo’n zonovergoten dag en zat ik tussen diverse bezigheden door een halfuurtje op balkon te braden. We hebben dit jaar een sandwichzomer: een verregende augustusmaand ingeklemd tussen de hittegolf van juli en de tot nu toe tamelijk wolkenvrije septembermaand. Voordat ik op het balkon neerstreek had ik een bezoek gebracht aan de supermarkt, waar ondanks de zomerse omstandigheden het sinterklaasvoedsel al in de schappen lag. Elk jaar wordt er geprotesteerd tegen de vroege uitstalling van decembersnoep, elk jaar later trekken de supermarkten zich daar niets van aan. Ik juich dat geloof ik toe. Het heeft wel wat, onder zomerse omstandigheden een handje pepernoten naar binnen werken. In Australië is het tenslotte ook zomer als het kerst is.


12-09-06. Er zou een monteur aan de deur komen. Met de vorige had ik onprettige ervaringen gehad. Het ging toen, net als nu, om de ventilatiekanalen. Destijds ontving ik de schriftelijke aankondiging van een monteursbezoek. Het kwam mij die dag niet goed uit maar gelukkig kon je opbellen voor een andere afspraak. Maar de knakker die ik aan de lijn kreeg had dat liever niet! Hem uiteindelijk toch zo gek gekregen dat hij kwam op het moment dat het mij schikte. Wat een hork was die hufter. Het was herfstig regenweer, hij betrad mijn huis zonder de voeten te vegen en bracht moddersporen op het tapijt aan. Gistermorgen was er volop zon. De monteur veroorzaakte geen bezoedeling en was om 8.45 uur klaar. De moeite niet meer om naar het werk te gaan: ik zocht het balkon op.


13-09-06. ‘Een mechanisch ventilatiesysteem is nooit geheel geluidloos. U hoort altijd wel wat.’ Aldus het vel papier met toelichting dat ik ontving na de installatie van het nieuwe ventilatiesysteem. Inderdaad: als je in de keuken staat heb je het idee dat er een vliegtuig laag overkomt. Ik ben benieuwd hoe mijn benedenbuur dit ondergaat. Laatst schakelde hij de woningstichting in omdat hij het idee had dat ik geluidsoverlast veroorzaakte, mogelijk met een ventilator. De deskundige van de woningstichting kon bij mij geen bron van geluidsoverlast ontdekken. De benedenbuur sprak ik vorige week: de hele hete zomer had hij last gehad van onverklaarbare herrie maar nu het aan het afkoelen was, was het geluid gelukkig niet meer te horen. Sindsdien is de zomer op volle kracht terug (vandaag in Limburg 30 graden!) – en dan ook nog dat nieuwe ventilatiesysteem.


14-09-06. De eerste afwijzing is binnen: ik pas niet in het fonds. Dat heb ik altijd als een compliment opgevat want als je ergens niet in past ben je dus te groot. De afwijzing ging vergezeld van het afgewezen manuscript. Dat verbaasde me want blijkens een boodschap op de website van de uitgeverij moest je 2,50 euro aan postzegels bijsluiten als je het manuscript terug wilde hebben. Mogelijk ben ik een grootscheepse fraude op het spoor gekomen want op de retourenvelop zat niet een stempel van 2,50 euro, maar een van 1,88 euro. Dat betekent dat men aan elke afwijzing 62 cent verdient. En nog meer want portokosten worden op de balans natuurlijk als verliespost opgevoerd en door de fiscus als aftrekpost erkend. Ik kan me niet voorstellen dat ontvangen postzegels van 2,50 euro als inkomsten geboekt worden.


15-09-06. Ik ben er geen liefhebber van dat dingen het ineens niet meer doen, zoals de telefoon. Als de telefoon het niet doet moet je de storingsdienst bellen. Maar de telefoon doet het niet. Ooit, toen de telefoon het niet deed, belde ik vanaf mijn werk de storingsdienst. Er zou een mannetje aan de deur komen. Er kwam een mannetje aan de deur. Het mannetje keek het na: het lag niet aan de telefoon, een ander mannetje zou buiten de boel controleren. Het andere mannetje was een dom mannetje want hij wilde eveneens binnen de boel controleren en dat had het eerste mannetje al gedaan. Een maand of wat geleden deed de telefoon het niet maar werkte na een paar uur vanzelf weer. Gisterenmiddag deed de telefoon het niet, ’s avonds weer wel. Misschien heb ik een deeltijdabonnement.


16-09-06. Van de week ontving ik gelijktijdig met het afgewezen manuscript een boete. Niet omdat het manuscript onder de maat was maar omdat ik nabij Winsum te hard gereden had. Op de snelweg had ik een vaart van 77 km gehad, waar 70 was toegestaan. Ik was aan het afremmen maar niet abrupt genoeg en in een flits zag ik in de achteruitkijkspiegel dat ik geflitst werd. Dat kostte 32 euro. Dat kostte het de laatste tijd ook een paar keer op de Wippolderlaan, die ik neem als ik Den Haag verlaat. Een weg waarop je aanvankelijk 80 mag rijden maar in de buurt van de snelweg weer 50. Daar houdt niemand zich aan maar ik beheers me sinds de twee bekeuringen voor 58 km rijden angstvallig. En dat is levensgevaarlijk, iedereen haalt je in, ook woedende vrachtwagenchauffeurs.


17-09-06. BBC 2 stond gisteren gedeeltelijk in het teken van de geniale, wispelturige Peter Sellers. Er werden twee films van hem (The Battle the Sexes en het briljante Being There) en een biopic over hem vertoond. Elvis was een groot liefhebber van Sellers, niet alleen van zijn Pink Pantherfilms, ook van bijvoorbeeld Dr. Strangelove. Zoals in alles was Elvis daar obsessief in. Dr. Strangelove zag hij als hij het op zijn heupen had meerdere keren achter elkaar. In het recente Me and a Guy named Elvis (van Jerry Schilling) staat een geweldige anekdote. Na zijn bizarre bezoek aan Richard Nixon (waar Schilling bij was) kreeg Elvis een rondleiding door het Witte Huis. Bud Kroch van de White House Staff wees op de deur waar Stituation Room op stond. ‘No fighting in the War Room!’ citeerde Elvis ad rem.


18-09-06. Wanneer je als burger onwelvoeglijke dingen tegen een wetsvertegenwoordiger zegt (of erger nog: naar hem of haar roept) dan krijg je een bekeuring en is er geen weg terug. Ben je politicus en doe je een domme uitspraak en word je daarvoor op het matje geroepen dan hoef je alleen maar te zeggen dat je het zo niet bedoeld had (nadat je eerst glashard ontkend hebt dat je de betreffende uitspraak gedaan hebt of erop gewezen hebt dat het betreffende citaat uit zijn verband gehaald was, wat overigens nou precies het kenmerk van een citaat is). Ben je de leider van een wereldgodsdienst en citeer je een onaardige uitspraak over een andere wereldgodsdienst (uit de tijd dat je eigen wereldgodsdienst ook geen gezelligheidsvereniging was) dan kun je volstaan met te zeggen dat je een dialoog wilde beginnen.


19-09-06. Op de derde dinsdag van september heb ik te doen met mannelijke leden der Staten-Generaal. Prinsjesdag is een dag van optutting, als volksvertegenwoordiger loop je er zo onvolks mogelijk bij. Mannen zijn daarin beperkt: ze doffen zich op maar ogen als een kruising tussen een ober en een uitvaartleider. Nee, dan de vrouwen – die gaan voluit. Het is usance een hoed over het hoofd te trekken en gewoon een kek hoedje is uit den boze. De hoofdbedekking varieert van schemerlamp tot hondenmand, hoe gekker hoe beter. Wie over een omvangrijk postuur beschikt bedekt dat met een opzichtig gordijn. O ja: de leden van het Koninklijk Huis. Met name de Kroonprins oogt koddig, met zijn vervaarlijke sabel, waarvan ik betwijfel of hij het vaak hanteert. Zou leuk zijn als hij er een keer mee in de aanval ging.


20-09-06. Over iets meer dan twaalf weken gaan we op Radio West weer twee uur Hot Talk vullen. Ruimschoots de tijd dus om het draaiboek/script in elkaar te zetten, maar je houdt ideeën die zich aandienen niet tegen en daarom ga ik eerdaags de bedachte sketches vast op de harde schijf zetten. Ik weet niet hoe zoiets bij derden gaat maar zelf noteer ik zelden invallen. Ze dienen zich aan en blijven gewoon in mijn hoofd zitten. Jaren geleden sprak ik op het werk de massa wel feestredend toe, als er een collega met pensioen gestuurd werd. Dat waren cabareteske voordrachten waarvan men ten behoeve van het personeelsblad een afschrift wilde hebben. Ik had echter geen woord opgeschreven want dan moest het eerst van je hoofd naar het papier en dan je hoofd weer in. Veel te omslachtig.


21-09-06. De bureaucratie neemt altijd alleen maar toe, hoezeer iedereen ook een afkeer ervan heeft. Gisteren begaf ik mij met ingehouden woede naar het postkantoor om mijn burgerplicht te doen. Omdat het nu eenmaal ‘niet anders kon’ moest de Postbank beschikken over een scan van mijn legitimatiebewijs plus een van mijn ter plekke afgestane handtekening. Het was druk op het postkantoor omdat heel Loosduinen zo’n malle oproep in de bus gekregen had. Nadat ik een nummertje getrokken had kon ik een ommetje gaan maken. Bij terugkomst was ik bijna aan de beurt. Ik zette inwendig grommend mijn handtekening, het rijbewijs werd tweemaal gescand (de eerste keer deed het apparaat het niet). ‘Anders nog iets?’ vroeg de baliedame. Ik vroeg of ik een bewijs kon krijgen van het afstaan van mijn gegevens maar dat kon niet. Bureaucratie is eenrichtingsverkeer.


22-09-06. Gisteren het manuscript van Sabbatical weer eens zorgvuldig doorgenomen. Ik had dat op 11 augustus voor het laatst gedaan en bracht toen meer dan 90 verbeteringen aan. Ditmaal waren het er na 4,5 uur turen een stuk of 215. Ik kwam zowaar twee ernstige typefouten tegen: ‘koffierkamer’ en ‘restand’ – voor de rest was het een kwestie van het schrappen van overbodige woorden en het toevoegen van ontbrekende. Soms schiet je een bijvoeglijk naamwoord te binnen dat treffender is, kan die komma eigenlijk wel weg. Ik ontdekte via de zoekfunctie dat er in het bestand van 38.000 woorden een keer of vier ‘Geen denken aan’ stond. In twee gevallen varianten bedacht. Het voordeel van na een week of vijf weer naar de tekst kijken: je staat er fris tegenover. Het manuscript beviel me. Gauw naar een uitgever ermee.


23-09-06. Sabbatical was nu eindelijk af en ik vond dat ik wel een leesdag verdiend had. De afgelopen drie weken had ik elf boeken van P.G. Wodehouse gelezen. Het werd iets zwaardere kost: Verloren illusies (Balzac). Ik was er een paar uur in bezig maar het manuscript wilde me niet loslaten: ik zette de pc aan en ging de gisteren aangebrachte verbeteringen controleren. En jawel hoor, in sommige gevallen was ik daar slordig in geweest en was de verbetering onzorgvuldig aangebracht. Ik maakte korte metten met de foutjes, de avond stond in het teken van Verloren illusies. Ik las t/m pagina 201. De dichter Lucien kampt daar met geslonken financiële middelen. Hij wilde ‘het niet op het moment laten aankomen waarop hij nog maar een paar frank over zou hebben: hij besloot op een uitgever af te stappen.’


24-09-06. Voor de tweede keer deze maand kreeg ik een enquêteformulier in de bus, ditmaal gericht aan een zekere ‘M. de Jongde’. Afzender was Milieudefensie. De envelop was lang onderweg geweest, de toelichting was gedagtekend 14 september. Ze willen altijd maar alles van je weten. Wat nu weer? Of ik oud-papier naar de papierbak breng. Ja, daar gaat het enquêteformulier ter bescherming van het milieu straks naartoe. Heb ik ja of nee een nee-nee of een nee-ja sticker ter bestrijding van reclame op de brievenbus zitten. Nee, ik heb daarvoor een plastic nee-nee en nee-ja plaatje dat ik kan aanbrengen maar niet aangebracht heb. Bij vraag drie gaf ik het op want ik let bij het kopen van hout niet ja (bijna) altijd, niet soms en niet nee (bijna) nooit op het FSC-keurmerk want ik koop nooit hout.


25-09-06. Ik ga dan nog een eindje hollen of een dvd of boek kopen, de wereld van de poezen blijft beperkt tot het binnengebeuren op de boven- en benedenverdieping. Ze bestrijden de sleur van dien door hun ligplek regelmatig te verplaatsen. Zo heb ik een ladenblok naast mijn bureau staan waar poes Gregor soms in wil. Ze gaat ervoor zitten en als ik doorheb wat haar bedoeling is trek ik de onderste la open en kruipt ze erin en blijft daar uren ronken. Haar recentste ligplek is boven: ze gaat languit op de tv liggen die aan mijn voeteneind staat. Ze valt in slaap en vergeet waar ze is. Gisteren draaide ze zich in haar slaap om en kieperde ruggelings van de tv op bed, maakte nog een wenteling en belandde heelhuids op haar pootjes op de grond.


26-09-06. Onlangs vloog iemand in de gordijnen omdat in haar door mij geredigeerde tekst ‘totstandkomen’ stond. Het is altijd leuk om op zulk gebries kalm te reageren en de persoon fijntjes op zijn of haar ongelijk te wijzen. Voordat ik daartoe stappen ondernam keek ik in het nieuwe Groene Boekje. En verdomd, ze had gelijk: ‘totstandkomen’ staat er niet in. Haar gelijk had ze twee maanden geleden niet kunnen halen want in de toen geldige editie van het Groene Boekje was ‘totstandkomen’ de voorgeschreven schrijfwijze. Hoe moet je weten dat ‘totstandkomen’ vervallen is? Wie controleert of hij alles nog wel correct spelt? Dergelijke veranderingen ondermijnen het uniforme spellen. Het gaat straks weer als in de achttiende eeuw, toen de burger op goed geluk spelde. (Het kan ook nog zijn dat ‘totstandkomen’ abusievelijk in het nieuwe Groene Boekje ontbreekt.)


27-09-06. De teerling is geworpen, Sabbatical is opnieuw naar een uitgever gestuurd. Voordat ik de teerling wierp de jongste gecorrigeerde versie geprint en de eerste pagina’s doorgenomen want als daar smetten voorkomen zal er van de kant van degene die het onder ogen krijgt geen sprake zijn van liefde op het eerste gezicht. En verdomd, ik had er een slordigheid in laten zitten: er stond niet equivalent maar quivalent. Tegenwoordig wordt dat woord niet meer gebruikt maar je zal altijd zien dat iemand quivalent ziet staan en weet dat het equivalent moet zijn en dan heb je een modderfiguur geslagen. Ik maakte gauw van quivalent equivalent. Er stond ook nog achtereenvolgens punt haakje punt waar punt haakje had moeten staan maar als dat opvalt moet er wel heel secuur gelezen worden. Het zou mooi zijn als dat gebeurde.


28-09-06. De legendarische Oxford University Press publiceert de reeks Oxford World’s Classics, die naar ze zelf zeggen bekendstaat om de ‘reliability in texts’. Dat is niet helemaal waar: op pagina 48 van Cousin Bette (Honoré de Balzac) staat niet ‘masterpiece’ maar ‘masterpeice’. Toen ik het betreffende hoofdstuk uit had stapte ik over op schijfje 5 van het eerste seizoen Gilmore Girls, een recente ontdekking verworven op het Prijzencircus van V&D. (Het is haast niet bij te benen: vandaag beginnen Bijenkorfs Drie Dwaze Dagen en het zijn bovendien Albert Heijns Hamster Weken.) Van Balzac naar Gilmore Girls lijkt een vreemde stap maar in de aflevering die ik opzette hadden Rory en Dean het over Anna Karenina. En vervolgens is het maar een kleine stap naar de gedenkwaardige gebeurtenis van morgen: dan verschijnt de nieuwe vertaling van Oorlog en vrede.


29-09-06. Ik kan even geen koffie zetten omdat poes Gregor uit de kraan drinkt. Dieren leren snel. Nadat Gregor een paar keer eraf gevallen was besloot ze niet langer boven op de tv te slapen. Ze was niet op de hoogte van de functie en de werking van een kraan en daarom toonde ik haar die gisteren. Na een korte aarzeling bracht ze haar kop nabij de waterstraal en begon toen te drinken en ging daar minutenlang mee door. De tv had voor haar als bed afgedaan, ze koos voor de belendende dvd-speler. Die was aan de kleine kant, als ze sliep hing haar kop over de rand. Ik zag het gebeuren: in haar slaap draaide ze zich om en kukelde op de grond. Toen ik vanmorgen beneden kwam zat ze bij de kraan op water te wachten.


30-09-06. Afgelopen donderdag de fameuze Oxford University Press per mail geattendeerd op de fout die ik in hun uitgave Cousin Bette had aangetroffen – daar was ik te snel mee, want ik was toen pas tot pagina 48 gevorderd. Gisteravond had ik alle 462 pagina’s gelezen en gaandeweg nog een zwik fouten aangestreept. Ontbrekende aanhalingstekens. Een zin die niet met een hoofdletter begon. ‘Mademoislle’. Ze doen daar geloof ik maar wat, bij Oxford University Press. Enfin. Halverwege Cousin Bette overgestapt op Sabbatical – het manuscript, waarvan de uitgever de ontvangst inmiddels bevestigd heeft, nog een keer helemaal doorgenomen en daarbij 31 correcties en kleine verbeteringen aangebracht. Jawel, correcties: ik had ‘Milissa’ geschreven in plaats van ‘Melissa’ en zelfs een keer ‘word’ toen het ‘woord’ moest zijn. Ga me schamen maar eerst op naar De Bijenkorf voor de laatste Dwaze Dag.


01-10-06. Als inconsequenties ver uiteen liggen vallen ze minder op. In De ontdekking van de hemel schrijft Mulisch op pagina 129 en 137 ‘loupe’ en op pagina 566 ‘loep’. In de fraaie Athenaeum-Balzac-uitgave Neef Pons (vertaald door Theo Kars) staat op pagina 24: ‘Zowel Pons als Schmucke waren (...)’, op pagina 25: ‘Zowel Schmucke (...) als Pons (...) kwam (...).’ (Verder valt het mee: op pagina 120 ontbreekt een aanhalingsteken, op pagina 159 geen ‘privé’ maar ‘prive’ en op pagina 221 een spatie voor een puntkomma.) In Sabbatical laat ik Lily ‘wow’ zeggen. Of moest het ‘wauw’ zijn? De woordenboeken erkennen beide schrijfwijzen. Ontmoedigd ging ik maar naar een paar afleveringen van de geweldige serie Gilmore Girls kijken. Verschillende malen werd er ‘wow’ (‘wauw’) gezegd. De ene keer werd het als ‘wow’ ondertiteld, de andere keer als ‘wauw’.


02-10-06. Het begon als een zelden vertoonde oktoberzomer. Zaterdag was op het balkon zitten puffen van de hitte, gisteren, een dag en een maand later, kon ik nog steeds in een T-shirt over straat. Ondanks de voortreffelijke barometrische omstandigheden zat er sneeuw in mijn hoofd en dat vanwege Winter Wonderland, gezongen door Macy Gray. En Rudolph the Red-Nosed Reindeer Mambo van Billy May en Steam Heat van de Pointer Sisters. Het duurt nog 74 dagen tot we weer twee uur op Radio West onze gang mogen gaan maar het leek me verstandig de ideeën voor het programma alvast uit te werken. Drie sketches zijn in ruwe vorm op de harde schijf gezet, de uitgekozen muziek is over beide uren verdeeld en ook de volgorde van de sketches staat enigszins vast. De rest is een kwestie van inkleuren. Makkie.


03-10-06. Bestaat er ook najaarsmoeheid? En heb ik dat? Of ging ik zondag te laat slapen? En stond maandag te vroeg op? En sliep dus te kort? En had het weer gisteren een tijdelijke inzinking of moeten we eraan wennen dat het herfst is? Had ik er rekening mee moeten houden dat het zou gaan regenen? En dat het niet een paar spatjes werden maar een heuse wolkbreuk? En deed ik er wel wijs aan rode schoenen aan te trekken die ik vooraf niet ingespoten had met een vuil- en vochtwerend middel? En wordt het vandaag opnieuw zo’n soms kletsnatte dag? Als ik net als gisteren na het werk gedurig loop te gapen is dat dan een teken dat er inderdaad sprake is van najaarsmoeheid? Of ben ik gewoon weer te laat gaan slapen en te vroeg opgestaan?


04-10-06. Vandaag dierendag, gisteren boekendag. De boekhandel waar ik had gereserveerd had eindelijk de nieuwe vertaling van Oorlog en vrede binnen. Die 1606 pagina’s heb je niet in een middag uit, toch liep ik vastberaden door naar de Amerikaanse boekhandel. Daar geen Prijzencircus, Dwaze Dagen of Hamster Weken, wel wegens jubilerende uitgeverij Penguin drie halen, twee betalen. Het eerste boek was snel gevonden: The Portable Dorothy Parker. Over Fairy Tales van Andersen hoefde ik ook niet lang na te denken. Bij het graaien stuitte ik op het goedkoopste en dus gratis boek: Don’t look now and other Stories van Daphne Du Maurier. Soms word je verleid door een titel, zoals onlangs A short History of Tractors in Ukrainian van Marina Lewycka. Gisteren was het Special Topics in Calamity Physics van Marisha Pessl. Kom maar op met die regen!


05-10-06. Dierendag is afzien. Ik geloof dat ik in drie uur tijd een keer of zes op het aanrecht geklommen ben. Poes Gregor had sinds de vorige middag een keukenkastje tot ligplaats gemaakt. Mogelijk omdat ze zich niet lekker voelde. Ze had in de vroege ochtend gespuugd en in de iets minder vroege ochtend nog een keer. Geen haarballen, wel kleurloos vocht. ’s Middags ging het wat beter met mevrouw. Ze daalde af van haar troon en kwam als vanouds af en toen boven buurten, toen ik daar Het boek der herinneringen aan het lezen was. Tegen de avond viel haar keuze op de rugleuning van een fauteuil, waar ze op lag alsof ze motor reed. Poes Duimpie was in topconditie en sprong terwijl ik lag te lezen soms over me heen (niet speciaal omdat het dierendag was).


06-10-06. Jackie Cane – Mad about you – Sometimes – Eden: het was een feest om gisteravond in het Paard vooraan te staan bij Hooverphonic. Ze deden een clubtour om de cd No more sweet Music onder de aandacht te brengen. Gitaar, bas, drums, keyboards, elektrische viool plus zang van Geike. Haar stem verbluft live evenzeer als op de plaat en daar kwamen dan nog bij een lichtgroen jurkje, netkousen en laarzen (aan de rechterlaars had ze de microfoonzender gehangen). Achter me stonden mensen die het verdienden afgevoerd en/of gemolesteerd te worden: zij waren onafgebroken luidruchtig in gesprek en aan het lachen om niets en niet voor de muziek gekomen. De rest was aandachtig enthousiast, de bandleden leken beduusd dat ze driemaal voor een toegift werden teruggefloten. Uit vrolijkheid speelde Alex Callier het intro van Little green Bag op zijn bas.


07-10-06. Gisteren alle twaalf afleveringen van het eerste seizoen Rome gezien: een luxueuzere productie dan I Claudius, minder buitenissig dan Caligula. Ik moest er in het begin aan wennen: de acteurs waren niet van Claudiusklasse (Derek Jacobi, John Hurt, Brian Blessed) maar na een tijdje sleepten de gebeurtenissen me mee. Her rijke Romeinse leven is vaak in beeld gebracht: Cleopatra, Spartacus, Quo Vadis, Ben-Hur, Gladiator, The Ten Commandments, Asterix. Welke periode van de geschiedenis er ook aan bod komt, de kleding is altijd wel zo’n beetje hetzelfde: toga’s, uniformen, sandalen. Bij Rome is er veel moeite gedaan om het er authentiek uit te laten zien, het heeft wat gekost. Maar je kan nog zo je best doen om dat voor elkaar te krijgen: het viel me op dat een actrice wel erg witte tanden had. Bestonden die toen?


08-10-06. En je blijft maar bezig. Vorige week vrijdag had ik het manuscript van Sabbatical zorgvuldig doorgenomen en 31 verbeteringen aangebracht. Gisteren gecontroleerd of ik de verbeteringen vlekkeloos had aangebracht (ik had één correctie niet uitgevoerd) en besloten de print nog een keer te lezen – na een week sta je er weer min of meer fris tegenover. Er van tien voor elf tot drie uur op zitten turen en hier en daar nieuwe verbeteringen aangebracht. Dat hier en daar is een eufemisme, want toen ik het aantal hiers en daars telde bleek het te gaan om 161 aanvullingen, schrappingen en het ongedaan maken van blundertjes. Een uur nadat ik het nakijken beëindigd had bedacht ik dat Zoltan, de hond van Dracula ergens genoemd moest worden. En dat werd verbetering 162. Ik ga ze straks in het bestand verwerken.


09-10-06. Toen ik in het Rosa Spier Huis bij Marten Toonder op visite was bracht ik Kafka ter sprake. Kort tevoren had Toonder in een interviewtje verklaard dat hij diens werk aan het lezen was. Opmerkelijk, zei ik, dat Kafka de drie romans die hij geschreven had (Het proces, Het slot, Amerika) geen van alle voltooid had (zijn verloving mondde niet uit in een huwelijk, de Brief aan zijn vader durfde hij niet aan de geadresseerde te geven). Die boeken waren niet af. ‘Maar wanneer is een boek af?’ zei Toonder. Daar moet ik aan denken als ik het manuscript van Sabbatical doorneem. Het verhaal is op zichzelf af (begin, middenstuk en slot zijn zoals ik ze hebben wil), ik blijf verbeteren. Twaalf dagen geleden stuurde ik het naar een uitgever, sindsdien bracht ik zo’n 200 verbeteringen aan.


10-10-06. Raar, soms lukt het niet in een boek op gang te komen. Ik ben (met een tussenpoos van zo’n twintig jaar) twee keer in On the Road begonnen, beide keren kwam ik niet bepaald ver. Van de zomer werd ik door iemand geattendeerd op Het boek der herinneringen, van Péter Nádas. Van de 839 pagina’s die het boek telt las ik er een stuk of twintig. Dat zat me niet lekker: vorige week probeerde ik het nog een keer en schoot er toen in een ochtend, een middag, een avond en nog een ochtend doorheen. Kennelijk was de tijd er rijp voor. Ik kwam onderweg twee fouten tegen: op pagina 144 ‘ik duidt’, op pagina 197 ‘plaatst’ in plaats van ‘plaats’. Ik verbeterde de fouten – eigenlijk mag dat in niet een bibliotheekboek, maar wie zal het merken?


11-10-06. Misschien is het tijd voor een trend. Gisteren leverde ik Het boek der herinneringen bij de bibliotheek in. Er gingen geen sirenes af, ze hadden niet in de gaten dat ik met een rode fineliner twee fouten in het boek aangestreept en verbeterd had. Burgerlijke ongehoorzaamheid is ingeburgerd, dat zou ook moeten gelden voor bibliotheeklijke ongehoorzaamheid. Stap 1: je leent een boek. Stap 2: je begint te lezen. Stap 3: je stuit op een fout. Stap 4: je verbetert de fout. Stap 5: je leest verder en herhaalt zo nodig stappen 3 en 4. Stap 6: je retourneert het boek. De volgende lener handelt identiek en vindt mogelijk over het hoofd geziene fouten. Zo ontstaat een volledig verbeterd boek, dat ter herdruk terug kan naar de uitgever, die voortaan beter zijn best zal doen op zijn uitgaven.


12-10-06. Niet alleen Magere Hein weet je op den duur te vinden, ook Uitvaartvereniging De Volharding – die liet De Zandloper bij me bezorgen: een ‘informatiebulletin over afscheid nemen & verder leven’. (Lijken me onverenigbare zaken.) Er staat een column in van de omvangrijke Haagse wethouder Rabin S. Baldewsingh, die van Burgerschap, Deconcentratie, Leefbaarheid en Media is en kennelijk ook de dood in zijn portefeuille heeft. Familierouwhuis Zoetermeer houdt open dag, bij de aanbevolen boeken Het satijnen hart van Campert. Het gaat over ‘een schilder die soms in verwarring is, maar haarscherp kan nadenken’. Waarschijnlijk hopen ze op Campert als klant. Nee, dan het kaartje van Yarden dat ik op dezelfde dag in de bus kreeg: ‘ruim 90 jaar ervaring in het regelen van de unieke uitvaart’. (Ik wil alleen maar dat er een planetoïde naar me vernoemd wordt.)


13-10-06. Het is vrijdag de dertiende en bovendien is er een offensief gaande om me op mijn sterfelijkheid te wijzen. Eerst vrolijke folders van De Volharding en Yarden, een dag later lag er reclame voor de NIVO-polis in de bus. Er stond nog ‘Een gerust gevoel’ boven ook. Die van NIVO zijn de minsten niet: in kleine letters schrijven ze trots: ‘De maatschappij beschikt over een vergunning van De Nederlandsche Bank, toezichthouder’. Er komt waarschijnlijk iemand van bank controleren of de kuil diep genoeg is en de aarde na het zakken van de kist afdoende aangestampt. Door de in de folder genoemde Haagse begrafenisondernemer worden er sinds 1885 uitvaarten verzorgd. Ik bezocht vroeger hun rouwkamer als een familielid het niet meer deed. (Sympathiek dat de opgebaarde een paar dagen de kans kreeg om weer tot leven te komen.)


14-10-06. Vrijdag de dertiende verliep brokkenloos – ik heb dan ook nauwelijks het pand verlaten. ’s Morgens een eindje gaan hollen, ’s middags de kat van mijn reizende zus eten gegeven. (Bij haar lag er reclame voor de NIVO-polis in de brievenbox, die van De Volharding en Yarden zijn mogelijk vertraagd.) Als ik in een melige bui geweest was had ik een ‘speciale beurs’ kunnen bezoeken. Op het wervende kaartje dat ik in de bus kreeg stond: ‘Er is een oplossing voor u! Het hangt alleen van u af! Dit is uw kans!’ Er werd me 100% resultaat in het vooruitzicht gesteld op het gebied van onder meer ziektes, nachtmerries, eenzaamheid, pech, slapeloosheid (dat lijkt me juist prettig als je last hebt van nachtmerries) en het zonderling gespelde ‘ha/hoor/llucinatie’. Gelukkig heb ik vooral van het laatste haast geen last.


15-10-06. Ik geloof dat ik een onverbeterlijke verbeteraar ben. Gisteren van 16.45 tot 21.10 uur over het manuscript gebogen gezeten en zo’n 150 verbeteringen aangebracht (voornamelijk stilistische, tevens een enkele slordigheid ongedaan gemaakt) – een week geleden waren het er ook al zo’n 160. Om van deze inspannende bezigheid af te kicken naar een paar afleveringen van Gilmore Girls gekeken. In de eerste vertelde Rory dat ze P.G. Wodehouse las en zong ze samen met Lorelai het Pippi Langkouslied, in de tweede was er een gastrolletje van Norman Mailer. En toch dwaalden mijn gedachten af naar Sabbatical, dus ik daalde af naar de parterre en keerde terug met het manuscript om een nagekomen inval te noteren. (Probeer maar een los te komen van iets wat je bezighoudt.) Ik waagde een nieuwe afkickpoging met de Benny Hill-biografie van Mark Lewisohn.


16-10-06. De ene keer ben je er met je gedachten niet bij, de andere keer zijn je gedachten gewoon helemaal nergens. Vanmorgen was het wat dat laatste betreft raak. Computer aangezet om avond tevoren alvast geschreven tekst naar deze plek te transporteren – en een halfuur later kom ik op mijn werkplek en is er geen enkele tekst naar deze plek getransporteerd. De tekst van vandaag moet maar tot morgen wachten, dit is een interim-tekst. Waar zullen we het eens over hebben? Bij de serie Gilmore Girls stond in de ondertiteling zo vaak ‘wauw’ dat ik besloot die schrijfwijze in het manuscript over te nemen, ter vervanging van ‘wow’. Zo besloten, zo gedaan. En ja hoor, in een aflevering die ik daarna zag stond er weer ‘wow’ in de ondertiteling. Misschien is de tijd rijp voor een spellingwijziging: ‘wouw’.


17-10-06. Zondag een paar uur bezig geweest met het in het bestand verwerken van de zaterdag in de print aangebrachte verbeteringen. Op de print stond ook de nagekomen inval maar ik besloot die niet te gebruiken. Het betreft een passage aan het eind van een boek, waarin de succesvolle auteur Mark Tonneur geïnterviewd wordt. Hij ontraadt (in de niet-gebruikte nagekomen inval) jonge schrijvers inspiratie op te doen bij schrijvers van nu. Want van voorgangers leer je meer: op school krijg je les van de docent en niet van je klasgenoten. De toevoeging paste net niet in de passage waar ik ’m voor bedoeld had, dus weg ermee. (Misschien ook kom ik erop terug.) Er was nog een toevoeging die ik bij nader inzien besloot niet op te nemen. En zo blijven we kappen en zagen, hakken en schaven.


18-10-06. Ik heb de eerste vijf seizoenen (meer dan honderd afleveringen) Gilmore Girls nu gezien en dat betekent dat ik niet meer om de haverklap in de onzekerheid gestort wordt met betrekking tot de spelling van wow/wauw. De laatste keer dat ik het manuscript onder handen nam veranderde ik de uitroep ‘wow!’ in ‘wauw!’ omdat die schrijfwijze regelmatig in de ondertiteling van een Gilmore Girlsaflevering te zien was. Tot zover niets aan de hand. Maar na het aanbrengen van de verbetering (als het tenminste een verbetering was) zag ik een paar afleveringen waarin de ondertitelaar onverklaarbaar voor ‘wow’ gekozen had. Moest ik nu van ‘wauw’ ‘wow’ maken? Om het nog erger te maken volgde er een aflevering waarin ‘wauw’ weer eens de voorkeur genoot. Zal ik een muntje opwerpen? Kop is wow, munt is wauw. (Of andersom natuurlijk.)


19-10-06. Het zal je maar gebeuren – kortom: het gebeurde me. Als de wekker zal aflopen word ik altijd wakker voordat het zover is. De wekker loopt als hij zal aflopen om tien over zes af maar dan ben ik dus al wakker geworden en de binnentrap afgedaald – ook als ik nauwelijks uitgeslapen ben. Dat gaat meestal goed maar ging gisteren fout. Ik werd wakker voordat de wekker afliep en daalde uitgeslapen de binnentrap af. Toen ik de mok koffie op mijn bureau had gezet en de pc aan het opwarmen was en ik op de klok keek was het niet kwart over zes maar kwart over vijf. Het werd vervolgens een tamelijk duffe dag (overigens niet vanwege dat voortijdige opstaan) en om ’m niet helemaal af te schrijven ’s avonds het Sabbaticalmanuscript helemaal gelezen en 28 verbeteringen aangebracht.


20-10-06. De Crumbvrouw bestaat! Ze zat gisteren bij de bloedbank in de wachtruimte: lang, wild haar, rond gezicht, gevulde vormen, kolossaal – kortom: zoals Robert Crumb het graag tekent. Ik las in de National Geographic een artikel over nano-onderzoek tot ik aan de beurt was voor het vooronderzoek. Er werd bloed geprikt: mijn hb-gehalte was 7,6. Nog een keer: 7,8. Voor de zekerheid een buisje bloed: 7,6 – te laag voor een donatie. De dame in de witte jas (geen idee eigenlijk wat haar functie was) ging aan de dokter vragen of die me wilde zien vanwege de 7,6. De dokter wilde me niet zien (had het geen zin meer?). Toen ik thuiskwam trof ik in de brievenbox een kaartje aan van uitvaartverzekeraar DELA. Daar bieden ze ‘deskundige begeleiding’. (Het is inderdaad belangrijk dat ze de kist niet laten vallen.)


21-10-06. Als ik dit schrijf is het interview op Literatuuraire 108 keer bekeken en zijn er 12 reacties geplaatst – dergelijke hartverwarming is prettig. Vannacht droomde ik dat ik ergens een prijs voor kreeg en dat was ook prettig. Als er in de echte en de bedachte wereld voorspoedige dingen gebeuren staan de sterren gunstig. Zo liet Caroline weten dat ze op haar 39ste voor de eerste keer moeder wordt. Ik schreef terug dat zoiets vaker voorkomt: in Sabbatical wordt Melissa op haar 38ste voor de eerste keer moeder. Caroline kreeg van Jan Wolkers het advies tijdens de zwangerschap veel fruit te eten: ‘Anders krijg je een mongooltje.’ Het is nu tien over acht, de dag begint op gang te komen. De drie katten (inclusief logeerkat Loekie) zijn ontwaakt, ik ga een eindje hollen en dan Marisha Pessl lezen.


22-10-06. Een boek wil ik als het kan in een dag gelezen hebben en omdat er diverse onderbrekingen waren hield ik Marisha Pessl na de inleiding voorlopig voor gelezen – een andere keer beter. Het onderbreken begon met een vlooienduo dat ik op de rug van Gregor aantrof (ze was de laatste tijd overdreven aan het krabben). Bij de dierenwinkel Frontline gekocht, drie vloeibare behandelingen voor drie maanden – maar omdat er drie katten in huis waren goed voor slechts één triobehandeling. Nadat ik korte tijd toezicht had gehouden op het verloop van een verhuizing voor de laatste keer de kat van mijn reizende zus te eten gaan geven. De middag was aardig op streek. Ik had het vierde seizoen Columbo helemaal gezien en boog me van 17.35 tot 23.20 uur over Sabbatical, waar ik zo’n 125 verbeteringen in aanbracht.


23-10-06. Den Haag is een bodemloze bouwput geworden. Binnenkort gaat er een hogesnelheidstram of zoiets rijden, ik moet het nog zien. Al maandenlang wordt her en der de straat opengebroken, dichtgegooid en weer opengebroken. Politieagenten moeten per jaar een bepaald aantal bekeuringen uitschrijven om bij hun superieuren in de smaak te vallen, het is alsof men bij de gemeente streeft naar een x-aantal gaten in de grond. Toen ik gisterochtend ging hollen passeerde ik een kuil die sinds de vorige keer dat ik er passeerde flink dieper geworden was. ’s Middags naderde ik voor het eerst na de renovatie de Zuid-Hollandlaan, waar de verkeerschaos een nieuw hoogtepunt bereikte omdat er ‘gewerkt’ werd. Via een sluiproute wist ik bijtijds thuis te raken. Volgend jaar wordt het gebied bij de Stille Veerkade onder handen genomen, dat wordt een gigantische kermis.


24-10-06. Hè? ‘He werd’? Verdomd, er stond ‘He werd’ en niet ‘Het werd’ – en dat terwijl ik de betreffende pagina vele keren bestudeerd had. Het viel me ineens op toen ik bezig was een hoofdstuk uit Sabbatical online te zetten. Dat was nog een gedoe: de passage gekopieerd en de regelafstand ervan teruggebracht van anderhalf naar een. (Hoe ging dat ook alweer? Ah, dat ging zo.) Omdat ik op een gegeven moment zag dat mijn maandverbruik boven de 100% dreigde uit te komen had ik al een tijd geen blogs geplaatst (afgezien van het blindelings erop gepletterde interview met Literatuuraire). Het was arbeidsintensief: het gekopieerde Wordbestand verscheen niet een-op-een in beeld: na elke harde return was een witregel ontstaan. Ik moest die witregels weghalen en met shift-enter alle harde returns overdoen. En van ‘He werd’ ‘Het werd’ maken.


25-10-06. Het was een leesfeest, Special Topics in Calamity Physics van Marisha Pessl. Amerikaanse schrijvers hebben de gewoonte om alles en iedereen te bedanken, alsof het om een Oscaruitreiking gaat. Zo ook Pessl. Achterin bedankt ze (afgezien van familie en echtgenoot) een Susan, een Carole, een Kate en Jon en een Carolyn – de laatste vanwege ‘meticulously dotting the i’s and crossing the t’s’. Toch plaatste ik op pagina 252 een vraagteken in de marge. Daar stond: ‘Last seen in the evening hours of November 8, 1982, as she was completing her shift at an Arby’s in Richmond, Virginia. She drove away in a blue 1988 Mazda 626, which was later found abandoned on the side of the road, in what was possibly a staged accident.’ Hoe kan iemand er in 1982 vandoor gaan in een auto uit 1988?


26-10-06. Van het weggevertje Dubbelspel zijn 150.000 exemplaren bijgedrukt, las ik op Teletekst. Daarmee is een oplage van 725.000 bereikt. Moet ik dat boek van Arion nu ook gaan lezen? Ik zou me een Telegraaflezer voelen. Leespromotie is prima maar lezen moet niet in volksvermaak ontaarden, parbleu zeg. Het was al niet prettig om het radiospotje voor Marisha Pessl te horen. Tienduizenden halen straks de Calamiteitenleer in huis – maar hoevelen zullen het uitlezen? Blue maakt in dat boek terzijde een opmerking over the (that?) Haze woman en ik dacht: aha, Lolita! Hoeveel Calamiteitenleerlezers merken zulke toespelingen op? Ik ben blij dat ik straks tot de elite behoor die de nieuwe vertaling van Oorlog en vrede gelezen heeft. Maar eerst de nieuwe John Grisham uitlezen en ook de nieuwe Stephen King, die Amazon gisteravond mijn kant op gestuurd heeft.


27-10-06. Post is niet altijd prettig. Gisteren werd de drukproef bezorgd van Boek-delen essays 1 (bevattende mijn bijdrage over Remco Campert) maar ook een afwijzing. Omdat de uitgever had laten weten dat beoordeling wel drie maanden kon gaan duren, besloot ik vorige week een hoofdstuk naar een andere uitgever te sturen. En die had niet veel tijd nodig om er niets in te zien. Van zo’n tijding ben ik een paar minuten uit mijn doen, maar ’s middags gewoon het manuscript nog eens gaan lezen en daarbij 96 verbeteringen aangebracht. Daarna zorgde de post weer voor afleiding: een ridicuul reclamespotje waarin de naamsverandering onder de aandacht werd gebracht. TPG Post is TNT Post geworden: Tie En Tie Post. Waarom niet gewoon Tee En Tee? Als het Tie En Tie is moet het ook Poost zijn en niet Post.


28-10-06. Als de onderhavige poging geen succes heeft – en die kans bestaat nu eenmaal – moet er een alternatief gezocht worden. En daarom gisteren via het internet op bezoek geweest bij een aantal uitgeverijen, om te zien hoe zij tegenover het inzenden van manuscripten staan. Alle juichen dat toe, met een aantal mitsen en maren. Je moet geen diskette in een envelop stoppen, geen bestanden mailen. (Het Vlaamse ‘tijdschrift met neus’ De Brakke Hond ontvangt daarentegen bij voorkeur via de mail.) Een gedetailleerd marketingplan hoeft niet ingediend te worden. Van een ontvangstbevestiging kan in sommige gevallen geen sprake zijn. Het beoordelen kan een halfjaar duren. Een manuscript krijg je alleen terug als je retourporto bijsluit. Voor een uitvoerige toelichting van de afwijzing is onvoldoende menskracht in huis. Over de ontvangst en/of afwijzing van een manuscript kan niet gecorrespondeerd worden.


29-10-06. Het bolle hoofd en de door het lachen tevoorschijn gekomen boventanden zijn van de commercieel directeur. Blijkens de foto en de jubelende foldertekst die om de foto heen geleid wordt kan zij er niet over uit dat TPG hieperdepiep veranderd is in TNT. Dat mensen die daar werken van zo’n naamsverandering in een orgasme schieten moeten ze zelf weten. Maar hoe komen ze erbij dat het de consument wat interesseert? Citaat: ‘We blijven ons als vanouds inspannen voor onze klanten.’ Daarbij denk ik aan de verkeerd bezorgde post van vorige week: goede huisnummer, verkeerde straat. Eerder dit jaar: drie enveloppen in de bus, twee verkeerd bezorgd. En dan heb je ook nog dat je een poststuk terugkrijgt als je een postcodecijfer of -letter verkeerd hebt genoteerd. (Wilt u verzekerd zijn van bezorging? Vul dan geen postcode in!)


30-10-06. Wintertijd is topsport, zeker de eerste dag. Een dag van 25 uur! Ik stond om negen uur op en moest de klok naar acht uur terugzetten. Na het hardlopen kon er nog een paar uur gewerkt worden: ik had om een uur afgesproken (wat in werkelijkheid twee uur was). We reden naar Clingendael en liepen daar een uur door het allerminst winterse park. Wat was ik moe toen ik thuiskwam. Er was werk aan de winkel maar daar kon op deze dag waar geen einde aan leek te komen geen sprake van zijn. Aan het begin van de avond wilde ik al naar bed maar ook dat was uit den boze. Toen de biologische klok aangaf dat het slapen geblazen was mocht dat van de tijdklok nog niet. Wintertijd? Ik voel geloof ik meer voor een winterslaap.


31-10-06. De aanpassing aan de wintertijd verliep boven verwachting – voor wat mezelf betreft althans. De katten, waaronder de logerende Loekie, hadden geen benul van de klokverzetting en kwamen dus een uur eerder om eten zeuren. Daar kwam nog bij dat een van de permanente voordeurdelers tegenwoordig een ligplek op de combiketel in de gangkast claimt. Via opgestapelde kartonnen dozen waar ik boeken in opgeslagen heb weet poes Gregor de top van de combiketel te bereiken en dat gaat sprongsgewijs en gepaard met tweemaal dof geplof op een kartonnen doos gevolgd door eenmaal galmend neerkomen op het metaal van de combiketel. En dat midden in de nacht. (En bij de gang naar kattenbak en/of voedsel- en/of drinkbak alles ook nog eens in omgekeerde volgorde.) Deze laatste oktoberdag is het wat schrijverij betreft stilte voor de storm: morgen het novemberoffensief.


01-11-06. Eindelijk herfst. De wind is storm, de bladeren klampen zich vruchteloos aan de bomen vast. Zo hoort het als het november is. Afgelopen maandag nog in een T-shirt over straat gegaan, dat is hopelijk tot medio april niet meer aan de orde. Het begin van een nieuwe maand en daarom een goed moment voor een offensief. Ik wacht op uitsluitsel van een uitgeverij en dat kan ik waarschijnlijk nog wel even blijven doen want ze nemen ongeveer drie maanden de tijd voor het beoordelen en daarvan is er pas een verstreken. Ik dacht: weet je wat, ik stuur het manuscript naar vijf uitgeverijen tegelijk. Het zou kunnen dat ze het niet alle vijf retourneren en dat er een of twee voorzichtig interesse tonen. Hebben er twee belangstelling dan moet er een resoluut afgewezen worden. Lijkt me geweldig.


02-11-06. Vier vrije dagen voor de boeg en dus is de vraag aan de orde: wat zullen we eens gaan doen? Ik kan de nieuwe Stephen King gaan lezen, Lisey’s Story (562 pagina’s), De The Da Vinci Code-dvd gaan zien (167 minuten), aan de slag gaan met het draaiboek/script van de aanstaande Hot Talkuitzending, een begin maken met het op orde brengen van mijn archief. In de gangkast waar poes Gregor op de combiketel slaapt staan veertien archiefdozen met daarin de manuscripten uit de jaren 1978-1998. Tot dan toe is alles gearchiveerd. Op een lager gelegen plank bevinden zich de elf geprinte versies van Sabbatical alsook de twee schrijfblokken met de eerste handschriftversie en een aantekeningenboekje. Het zal een gigantische onderneming worden ook de jaren 1999-2006 in archiefdozen onder te brengen. Eerst maar eens een eind gaan hardlopen.


03-11-06. Alles gedaan wat ik van plan was, en ook nog gesjouwd met tweemaal twintig kilo kattenbaksteentjes. Het hollen viel de eerste meters tegen: ik had het vier dagen eerder voor het laatst gedaan en toen was het aangenaam weer geweest. Gisteren was het ook aangenaam weer, alleen een graadje of tien frisser. In plaats van het gebruikelijke enkele T-shirt had ik er twee aan – een trui aantrekken was verstandiger geweest. (Na een minuut of tien merk je de kou niet meer.) ‘Aangenaam weer’ had tussen aanhalingstekens gemoeten want soms was er een wolkbreuk die hagel op het dakraam deed kletteren. Hoewel, niks tussen aanhalingstekens: hagel die op het dakraam klettert is prachtige achtergrondmuziek bij het lezen van de nieuwe Stephen King. Momenteel (vrijdagochtend 08.10 uur) schijnt de zon een beetje, hopend op kletterende hagel ga ik lezen.


04-11-06. Sinds het verplicht is ga ik de deur uit met legitimatie op zak. Geen paspoort, dat past niet in elke broekzak, maar een rijbewijs. Moet ik de auto hebben dan zit het rijbewijs in het mapje met overige autopapieren. Ben ik anderszins uithuizig dan stop ik het rijbewijs in broek- of jaszak (waar ik het zo nu en dan vergeet uit te halen). Ik ben nog niet aangehouden en heb het rijbewijs (behalve bij de bloedbankbalie) aan niemand hoeven tonen. Maar door het intensieve gebruik (ook bij het hardlopen heb ik het bij me!) ziet het rijbewijs er niet meer als nieuw uit. Zou het er nog mee door kunnen? Er lag een flyer in de brievenbox: Rijbewijskeuring 20 euro. De keuring wordt gedaan door een arts, ‘ook voor alle overige medische keuringen’. Dagelijks spreekuur, gratis parkeren.


05-11-06. Aanvankelijk gooide ik de kladversies weg, later bewaarde ik alles. En dus is de hoeveelheid manuscripten sinds 1978 aardig omvangrijk geworden. Het leek me handig om in mijn eigen archief de weg te weten en daarom hield ik zorgvuldig bij waar zich welk manuscript bevond. Ze werden ondergebracht in archiefdozen en er was (en is) een klapper waarin gedetailleerd beschreven staat wat elke archiefdoos bevat. Tot en met 1998 is het allemaal keurig op orde, daarna ben ik wat laks geworden. Niet in het bewaren van manuscripten maar in het archiveren ervan. Sinds de recente kastopruiming liggen de elf versies van Sabbatical keurig opgestapeld, de rest archiveren zal een heel gedoe worden (weet ik straks nog wanneer een betreffende tekst geschreven is?). En dan is er ook nog de geprinte e-mailcorrespondentie, een ongeveer 70 centimeter hoge papiertoren.


06-11-06. Het duurt nog even voordat het 15 december is maar voor je het weet is het zover, bedacht ik gisteren. En ik vond het hoog tijd om verder te werken aan het draaiboek/script voor de Hot Talkuitzending op Radio West (inderdaad, die is op 15 december). Ik had al een aantal sketches af, de overige bestonden gedeeltelijk in mijn hoofd. Het was (zoals altijd) een kwestie van de pc aanzetten en de tien vingers in beweging brengen. (Sketches schrijf ik altijd meteen op de pc, de pen is dan alleen voor aantekeningen.) In drie etappes de eerste versie van op een na alle benodigde teksten geschreven. Het ging dus zeer vlot maar ik moet het geschrevene printen en hardop voordragen om te weten hoeveel materiaal ik precies heb: genoeg voor twee uur radio? Te veel? Te weinig?


07-11-06. Ik moest voor een reportage naar Beesel (provincie Limburg). Zoals altijd bij tochten die me buiten de vertrouwde kom van Den Haag brengen had ik een routeplanning bij me. Het ging goed tot ik ‘na 450 m rechtsaf op de Middenpeelweg’ wilde gaan. Daar was de vrije doorgang onmogelijk en moest ik de pijl op het bord ‘Omleiding’ volgen. Minuten later was dat nog steeds de enige aanwijzing. Ik was in Panningen beland, op weg naar Helden, met ook nog een afslag Roggel. Een dame van een benzinestation bood hulp: ‘U gaat bij de rotonde rechts, dan bij drie rotondes rechtdoor, bij de vierde rotonde links, bij de vijfde rotonde rechts, bij de stoplichten rechtdoor en bij de zesde rotonde rechts. Zal ik het opschrijven?’ En toen moest ik ook nog met de auto een veerpont op.


08-11-06. Wat is er nou leuker dan iemand die zich ergens over opwindt en dan ongelijk blijkt te hebben? In VARA TV Magazine 44 staat een ingezonden brief van Elly Linnekamp afgedrukt. Zij haakt in op een artikel in nummer 42, waarin ze gelezen had: ‘Van ouwelullen, de dingen die niet voorbijgaan’ – en dat was niet zoals het volgens haar hoorde. De ‘oorspronkelijke roman’ heette namelijk ‘Van oude mensen de dingen die voorbijgaan’, schreef ze stellig: ‘Geen komma dus. Weet onderhand iedereen wel, dacht ik. (...) Lijkt een futiliteit, is het misschien ook. Maar Neerlandici worden daar onderhand toch een beetje gallisch van.’ Lieve/Beste/Malle Elly Linnekamp: de titel van de in 1906 verschenen Couperusroman luidt: Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... Maar liefst twee komma’s dus (plus tot besluit drie puntjes en mensen geschreven met sch).


09-11-06. Nog 36 dagen, dan is er weer een editie van Hot Talk op Radio West gewijd aan Buisdorp en omdat het daarna nog maar tien dagen duurt voordat het zover is zal het twee uur lang gaan om de ins en outs van kerstmis in Buisdorp en in de randgemeenten Bokkerzwaag, Grooterwaal, Vrouwezeeghe en Zeevenslooten. We zitten geloof ik aardig op schema: gisteren kon de eerste versie van het draaiboek/script geprint worden (bij het vluchtig doornemen ervan bracht ik diverse verbeteringen aan – er komen dus meer versies). Als tekst en muziek genoeg (maar niet te veel) zijn voor 120 minuten vermaak is het doorgaans een kwestie van twee repetities en dan gaan we rechtstreeks de lucht in. We zijn verzekerd van de komst van Vader Balthazar (de Bisschop van Buisdorp), burgemeester Onno Noten en weervrouw Carabina Snip.


10-11-06. Die cultuurverschillen weten wat. In een praatprogramma vond Rita Verdonk het maar niks dat een dame die heren om geloofsredenen geen hand wil geven door de commissie Gelijke Behandeling in het gelijk was gesteld. Ik heb zo’n buurvrouw die geen hand wil geven maar wel zeer vriendelijk lachend gedag zegt, wat wil je nog meer. In onze cultuur hebben ze er trouwens ook een handje van, geen hand willen geven. Een paar dagen geleden bracht het Journaal beelden van Beatrix op Aruba, waar ze met Johan Cruijff iets voor het voetbal aan het doen was. Je zag haar langs een mensenmenigte lopen, vrolijk zwaaiend naar iedereen. Een van de toeschouwers stak zijn hand uit maar ze wimpelde die hand af: ze was alleen gekomen om te zwaaien. (Stel dat het zo’n gek was die bovendien wilde zoenen.)


11-11-06. De blaadjes hebben zich niet blijvend kunnen vastklampen aan de boom voor mijn raam, dus tot aan het voorjaar heb ik vrij uitzicht. Herfstig en grieperig: al een paar dagen doet mijn hoofdpijn ietwat pijn. Maar de ongezondheid marcheert nog niet door het hele lichaam zodat ik me er maar niets van aan probeer te trekken. Ik zie dat het de elfde van de elfde is, dan wordt er geloof ik iets op het gebied van carnaval ontketend. Vannacht al genoeg gekte gedroomd: de nabije sloot was overdekt met gras dat door de onderliggende sloot nogal drassig was. Een kat moest inslapen maar het desbetreffende spuitje richtte niet veel uit en de kat werd steeds levendiger en mocht toen blijven leven, zo gaat dat in een droom. Die droom hield op toen een ongedroomde kat me wekte.


12-11-06. Op een gegeven moment had ik genoeg van die ongewenste zaterdaghoofdpijn en slikte ik twee aspirines: weg hoofdpijn. ’s Avonds kwam de hoofdpijn even terug maar twee vervolgaspirines maakten er korte metten mee. Tegen luidruchtige buren helpt geen aspirine. Ze zetten om elf uur hun stampmuziek op en pas na halfvier was het stil. Moest ik de politie bellen? Gegarandeerd dat het stil was geworden als die arriveerde. Rondom mijn bed staan speakers die ik met mate gebruik als ik dvd kijk. Ik werd om acht uur wakker, uit een droom waarin geschreeuwd werd. Toen had ik er genoeg van. Waar gingen we de buren mee wekken? Het werd Let there be Drums van de Queen + Paul Rodgers dvd. Zondagochtend acht uur Roger Taylor en Brian May op volle toeren, ze zaten gegarandeerd rechtop in bed.


13-11-06. Voor het eerst maakte ik mee dat een bestelling bij de Engelse afdeling van Amazon niet vlekkeloos werd afgehandeld. Doorgaans, als het bestelde voorradig is, wordt het boek of de dvd binnen een paar dagen bezorgd. Vaste prik is het bestellen van nieuwe P.G. Wodehouse-heruitgaven: zijn omstreeks 90 boeken verschijnen fraai verzorgd in de Everyman’s Library, 46 daarvan kwamen er inmiddels netjes aan. Maar met de laatste twee wilde het niet lukken. Er kwam een mail: de levering was vertraagd. Een tijdje later meldde de website ‘in stock’, ik informeerde hoe dat zat. Die mededeling bleek geen garantie te zijn voor voorradigheid. Gisteren, een maand later, las ik onder ‘in stock’ dat levering binnen 48 uur gegarandeerd was. Hoe kon dat? Het zou uitgezocht worden – en nog geen uur later waren de boeken onderweg naar Den Haag.


14-11-06. De tweede versie van het Hot Talkdraaiboek/script is klaar. Er hoefden maar een paar verbeteringen in de eerste versie aangebracht te worden. Ik heb het vermoeden dat er iets te veel materiaal voor het tweede uur is, wellicht dat ik wat in de muziek ga snijden. Er kan wel iets af van het 5 minuten en 43 seconden durende Merry Christmas Baby (een langzame blues van Elvis – in het eerste uur zit de versie van James Brown). Ik ontdekte dat er op de website van Radio West een aankondiging van het programma te vinden is. Supervisor Paul Waayers geeft correct aan dat Buisdorp op 15 december in kerstsfeer is, de overige informatie is niet helemaal betrouwbaar. Nou ja, er is sprake van het ‘creatieve brein’ van Martin de Jong, daar zit mogelijk een kern van waarheid in.


15-11-06. In primitieve tijden (zoals het Nederland van de jaren vijftig) werden rare weersomstandigheden door sommigen toegeschreven aan de atoombom. Vandaag is de maand november op de helft en is de temperatuur die van de datum. Of om het minder ingewikkeld te zeggen: het kan wel vijftien graden worden. Dat komt natuurlijk niet door de atoombom maar door het broeikaseffect. Het kan ook de warme golfstroom zijn die uit de buurt van de Golf van Mexico komt, herinner ik me van aardrijkskundelessen. Dat klinkt al net zo ongeloofwaardig als weer dat door de atoombom van slag is. In Twente belanden ze trouwens met salmonella in het ziekenhuis als ze boerenkaas gegeten hebben. (In de aanstaande Hot Talkuitzending zit een boerka’s-boerenkaas woordgrap, maar op 15 december is het te lang geleden om er een Twentse salmonellagrap aan te verbinden.)


16-11-06. Zo af en toe steekt mijn hoofdpijn de kop op (flu from the neck up) maar anderszins zijn er geen klachten. De weersverwachter verwacht voor vandaag 17 graden, als het zo doorgaat wordt de nieuwjaarsduik een makkie. (Gelieve uit deze grol niet af te leiden dat ik aan dit evenement meedoe.) Op vele fronten gebeuren er prettige dingen. Volgende week woensdag hebben we de eerste repetitie voor de Hot Talkuitzending. Gisteren kocht ik twee ontbrekende delen Russische Bibliotheek en bovendien Trance-Fusion, een cd met gitaarsoli van Zappa, nog door hemzelf samengesteld maar dertien jaar nadien pas uitgebracht. En op komst is Vegas, een box met 4 cd’s en 1 dvd van Sinatra, bevattende geluidsopnames van vier optredens (The Sands 1961, The Sands 1966, Caesar’s Palace 1982, The Golden Nugget 1987) plus een concert gefilmd in The Sands.


17-11-06. Het was gistermiddag een enorme troep in huis want ik was aan het opruimen. Het ging met de opeenhopingen de verkeerde kant op, op vier plaatsen waren papiertorens aan het ontstaan. Op mijn bureau, naast mijn bureau, op de bank en op de krabpaaltoren bij de voordeur. Dat is een goede plek om uit de brievenbox geviste spullen even neer te leggen (en niet meer weg te halen) – zo’n plekje is er ook op het cv-element in de gang, waar ik te betalen rekeningen tijdelijk op deponeer. Ik verhuisde alle papiertorens naar de vloer voor de bank, zette de koptelefoon op en luisterde tijdens het doorspitten van de stapels naar de nieuwe cd’s van Frank en Dweezil Zappa. Een deel belandde in een tijdelijk archief, een ander deel in het onherroepelijke archief: de papiercontainer naast de glasbak.


18-11-06. Er is overduidelijk sprake van belazeren maar er wordt zelden iets van gezegd. Alle partijen die meedoen aan de verkiezingen willen gaan regeren en als ze dat voor elkaar hebben gekregen de plannen uit hun verkiezingsprogramma verwezenlijken. We gaan wat doen aan de hypotheekrenteaftrek! (Vind ik dat als huurder van belang?) We gaan de no-claimkorting afschaffen! (Ik kreeg dit jaar om gezondheidsredenen 255 euro restitutie. Vind ik het prettig als dat niet meer gebeurt? Gaat in dat geval de premie omlaag die in januari 8 euro per maand omhoog gaat?) Er komt niemand meer het land binnen! Iedereen die binnen is mag blijven! Er moet wat gedaan worden aan jeugdwerkloosheid! Ouderen moeten langer blijven werken! Verbied het topless zonnebaden door vrouwelijke bejaarden! Dergelijke interessante/onzinnige voornemens kunnen alleen uitgevoerd worden door een partij die minimaal 76 zetels haalt.


19-11-06. Zou het gisteren vanwege de normen, de waarden of de verkiezingen een Gedag Zeg Dag geweest zijn? Ik had even het idee dat het dat was. In het kader van het op peil houden van de conditie was ik gaan draven en tot driemaal toe werd er door een wandelaar (m/v) die ik passeerde / tegemoetkwam ‘Goeiedag’ gewenst. Dat kon geen toeval zijn maar was het natuurlijk wel. Ik moest denken aan de begintijd van mijn hardloperij. Ik wist nog van niks. Hardlopen doe je in je eentje maar niet alleen: je komt altijd wel andere hardlopers tegen. Als ik iemand tegenkwam zei ik: ‘Morgen!’ en de ander ‘Hoi!’ Op den duur begreep ik dat het anders moest. Ik zag een collega-hardloper naderen en zei toen we op gelijke hoogte waren gekomen: ‘Hoi!’ De ander uiteraard: ‘Morgen!’


20-11-06. Er kwam een instructiekaart in de bus waarop te lezen was wat je moet doen als je met auto en al te water raakt. Ik heb de kaart niet bij de hand (ligt in de auto!) maar de belangrijkste instructies ken ik uit mijn hoofd. Ik dien als ik de plomp in rijd de lichten aan te doen. Dat kan nog wat worden want ik was van plan de diverse andere sleutels die aan de sleutelbos bungelen boven water te halen. De ramen moet ik openen en dat zal niet meevallen want de mijne zijn elektrisch bedienbaar en wellicht werken ze dan niet meer. In dat geval kan ik het raam stukslaan met de veiligheidshamer. Veiligheidshamer? Die had ik bij de doe-het-zelfzaak moeten kopen. Er zit een mes aan om de veiligheidsgordel zo nodig los te snijden.


21-11-06. Ik was voorzien van een geprinte routeplanning en ook nog een handgeschreven samenvatting daarvan en nog was ik onderweg naar Groot Ammer bang dat ze misschien stiekem een stuk snelweg verwijderd hadden. Maar ik vond de gemeente vrijwel moeiteloos. De enige smet was het bijna verpletteren van een fietser toen ik van de veerpont rijdend de planning nog een keer bestudeerde. (Ik moest na 20 meter linksaf – maar wanneer had ik 20 meter afgelegd?) Groot Ammer is klein maar verdwalen kan je er net zo goed als in een metropool. Vooral terugrijdend viel het kaart bekijken en gelijktijdig sturen niet mee. (In zulke situaties heb ik geen zin meer richting aan te geven.) Om het maar helemaal niet te hebben over de afgesloten onderdoorgang bij Bergambacht of zo’n oord, in combinatie met ingevallen duisternis en vallende regen.


22-11-06. Poes Duimpie, zij wordt als het goed gaat volgend jaar twintig jaar, is aardig op weg stokdoof te worden. Het met hoge snelheid bestijgen van de binnentrap, bijvoorbeeld als ze speels achterna gezeten wordt door bevriende logeerkat Loekie, is nog altijd aan de orde van de dag. Op roepen reageert ze echter niet meer, ze is blij verrast als ze me ineens in haar blikveld vindt. Door die doofheid heeft ze niet in de gaten dat de stofzuiger in werking is gesteld en ze wijkt dan ook geen duimbreed (ondermaatse woordspeling) als ik met de slang nader. (Afgelopen zondag heb ik haar zelfs kunnen stofzuigen.) Kortom: ik stem vandaag op de Partij voor de Dieren. Het wordt kandidaat 29: Jan Wolkers, redder van zeehonden en schapen, moet met voorkeurstemmer de Tweede Kamer in, nu het nog kan!


23-11-06. De stemmen zijn geteld, de wonden worden gelikt. Tijd om de aandacht weer te richten op klein dagelijks leed. Een tijdje geleden werd er een malle folder van TNT v/h TPG bezorgd: ze waren van naam veranderd. Ik berichtte er destijds al over en citeerde toen het misplaatste gejuich: ‘We blijven ons als vanouds inspannen voor onze klanten.’ Op de dag dat de landspolitiek mijn denken dreigde te gaan domineren (afgelopen dinsdag) opende ik de brievenbox en vond daarin een aan mij gerichte postzending alsook een voor nummer 64, een voor nummer 72 en een voor nummer 74. ‘We blijven ons als vanouds inspannen voor onze klanten.’ Ik draaide een klaagnummer en kreeg al na vier minuten wachten iemand aan de lijn. De bezorger zou ervan langs krijgen. Gelukkig – ik was er bijna verkeerd van gaan stemmen.


24-11-06. De zon die momenteel schijnt scheen gisteren allerminst. Het was Thanksgiving en daarom zette ik koers naar Amsterdam. Toen ik op weg ging was het boven Loosduinen druilerig maar nog droog, op de snelweg reed ik onder een gitzwarte lucht maar ook in Amsterdam was het nog droog. Het American Book Center vierde met de vaste klanten Thanksgiving en ook de opening van de nieuwe vestiging aan het Spui. In het voorhene onderkomen vond ik blindelings de weg, hier liep ik verlaten rond, net als de meeste andere klanten en personeelsleden – de boeken waren nog maar net uitgestald. Ik gaf het zoeken op en hield het bij een enkele aankoop, een nieuwe Walt Disney biografie (Neal Gabler). Onderweg naar de parkeergarage: regen. Op de snelweg: tot tweemaal toe ernstige filevorming en vertraging. Het leek de trein wel.


25-11-06. Stemmen op de Partij voor de Dieren kan iedere boerenlul. Het gaat erom dat je je betrokkenheid in de praktijk brengt. Ik fietste gisteren over een weg die naar Rijswijk voert. Een auto had er halt gehouden, de bestuurster was uitgestapt en maakte wilde armgebaren om een kruipdier in beweging te krijgen. Het was een middelgrote rat of een enorme muis (ik bedoel het dier, de bestuurster viel wel mee). Het diertje kroop onder de auto. ‘Dan is het zelfmoord,’ zei de bestuurster laconiek en stapte in en reed weg. De rat/muis bleef midden op de weg zitten. Ik gelastte hem/haar naar de berm te trippelen, hij/zij gehoorzaamde maar daar aangekomen werd weer koers gezet naar het midden van de rijweg. Ik heb de rat/muis toen maar met de blote hand opgepakt en naar de berm gedragen.


26-11-06. Bij de dierenvoerwinkel besefte ik vrijdag dat goed zijn voor dieren ingewikkeld is. De verkoopster vulde op de toonbank plastic doosjes met levende krekels. Waren dat huisdieren? vroeg ik. Nee, het was voedsel voor hagedissen. Is zoiets nou zielig voor die krekels of moet het spekken van hagedissen toegejuicht worden? Ik geloof dat ik hagedissen nog enger vind dan krekels. Een paar jaar geleden zat er ineens een hagedis of een salamander op de muur van mijn badkamer, ik had het niet meer. Ik sprak het enge ding luide toe en het verdween toen door het bovenlicht dat ik sloot en een week niet meer dorst te openen. De hagedis of salamander bleek van een beganegrondbuur te zijn, was uit diens terrarium ontsnapt en langs de gevel omhoog geklommen. Gatver, ik doe vannacht weer geen oog dicht.


27-11-06. Alles is in de war. Het is maandagochtend halfelf en ik ben pas een halfuur op. De zon schijnt volop en het wordt net als gisteren een graad of dertien – en dat terwijl de novembermaand bijna voorbij is. De weersomstandigheden kan ik niet verklaren, het late opstaan wel: sinds enige tijd is bij de buren de behoefte aan nachtelijke housemuziek weer toegenomen. Housemuziek is muziek voor je voeten en niet voor je oren en wordt dan ook voornamelijk geconsumeerd door mensen met een ondermaats IQ, waar of niet? Onlangs bonkte het van elf uur ’s avonds tot halfvier ’s nachts, zaterdagnacht begon het feest om kwart voor drie en duurde tot halfzes. Tijd om de politie te ontbieden, zou je zeggen, maar ik greep naar een nog sterker middel: ik schreef een vileine brief aan de woningstichting.


28-11-06. De dienstverlening is aanmerkelijk verbeterd. Ik meldde eerder dat ik ooit meegemaakt had dat een poststuk geretourneerd was omdat ik een onjuiste postcode in het adres verwerkt had. Zaterdag kreeg ik een poststuk in de bus dat een dag of vier vertraagd was: de afzender had in een vlaag van verschrijving de cijfers van de postcode in een verkeerde volgorde gezet. Sympathiek dat er desondanks bezorgd was. (Ik denk dat het poststuk voor straf een paar dagen in een bakje met ‘niet-bestaande postcode’ had moeten liggen.) En nog even wat anders: ze willen dat je zoveel mogelijk acceptgiro’s tegelijk in een envelop stopt. De laatste keer dat ik er twee in een envelop deed werd er maar één verwerkt, de andere raakte zoek. Sindsdien gaan er drie enveloppen op de bus als ik drie acceptgiro’s ingevuld heb.

1
9-11-06. Het was vorige week al de warmste novembermaand sinds het begin van het registreren en ook gisteren hing er lente in de lucht. Ik was onderweg naar een gehucht om er een reportage over de bibliotheek te maken. Ik had al aan de routeplanning gezien dat het een makkie was, er komen. Halverwege de reis begon de inname van koffie, Viftit en uitgeperste sinaasappel zich te wreken en moest er een openbare waterplaats gevonden worden; het werd een wegrestaurant waar ik voor de vorm een pistoletje kaas bestelde en gauw het herentoilet opzocht. In het gehucht stond een bord Bibliotheek bij de parkeervakken. Maar welk gebouw was de bieb? Ik probeerde er een. Geen automatisch opengaande deur maar met een pashouder mee naar binnen kunnen gaan. En zo stond ik ineens in het gemeentehuis voor iemands bureau.


30-11-06. De zaak-Verdonk begint kluchtige vormen aan te nemen. Toen ze na het vernemen van het aantal behaalde voorkeurstemmen een microfoon voor haar tronie gehouden kreeg reageerde ze zo euforisch dat je als kijker dacht: dat mens is niet helemaal goed bij haar hoofd. Ze was waarschijnlijk uit balans gebracht doordat niet zij maar dat malle studentje als leider van de partij was gekozen en door het vooruitzicht van het verlies van haar baan – want de VVD komt niet in de regering en zij zit straks onopgemerkt als nummer twee in de Tweede Kamer. Dat zal de oorsprong van haar noodsprong geweest zijn: twee VVD-opa’s overhalen in een commissie te gaan zitten die moet gaan onderzoeken of er wat met al die voorkeurstemmen gedaan kan worden. Jammer dat Freek zijn verkiezingsconference al gedaan heeft. Benieuwd naar de oudejaarsconferences.


01-12-06. ‘De tijd gaat snel, gebruikt haar wel’, stond er op de theedoekkalender van mijn oma. Al december en nog zoveel te doen. Vandaag over twee weken bijvoorbeeld de rechtstreekse uitzending van Hot Talk. Volgende week woensdag repeteren we en op de uitzenddag is er ’s middags een generale repetitie. Dat zit dus wel goed. Van het draaiboek/script printte ik van de week de derde versie, ook dat zit dus wel goed. Alleen: een van de grappen moet geschrapt worden. De Bisschop van Buisdorp wordt gevraagd wat hij van Buisdorpse boerka’s vindt en hij verstaat ‘boerenkaas’. Maar bij De Wereld Draait Ddoor werd woensdag een fragment vertoond van een item over Limburgse Wildersstemmers en daarin had een geïnterviewde volksvrouw het over boerenkaas toen ze boerka’s bedoelde. En daardoor was het mijn grap niet meer. Weg met die grap!


02-12-06. Zaterdagochtend, kwart over acht. Het is nog donker terwijl ik dit schrijf. Het zou een regen- en stormachtige dag worden, volgens de weersverwachter die ik gisteren aan het werk hoorde. Er valt nog geen regen en de takken in de boom voor het huis bewegen nauwelijks. Toen ik ging slapen was het mijn bedoeling vroeg te gaan hollen, toen ik om acht uur wakker werd was het mijn bedoeling weer verder te gaan slapen. Sindsdien zijn we twintig minuten gevorderd en vind ik dat er maar gehold moet worden. De afgelopen dagen is er niets van gekomen en morgen komt er waarschijnlijk ook niets van: ik heb de zondag gereserveerd voor het uitwerken van een interview en het uittikken van een ander interview en het bekijken van het Hot Talkdraaiboek/script. Nu eerst koffie en dan gaan hollen.


03-12-06. Toen ik met verbeteren begon dacht ik: meer dan een enkele verbetering zit er niet in, ik print gewoon de betreffende pagina’s opnieuw. Maar gaandeweg schrapte ik hier en voegde ik daar toe en dus kan straks het hele draaiboek/script van de komende Hot Talkuitzending geprint worden en het is dan de vierde versie. In grote lijnen is de derde versie gehandhaafd. Soms was het nodig een verduidelijkende toevoeging aan te brengen in een dialoog of inleiding of kon er wel wat weg. De inleidende tekst lijkt niet meer op wat er in de eerste versie stond, het is nu geloof ik vrij absurd/hilarisch geworden. Kompaan Hans neemt een zogenoemde Kerstkronkel voor zijn rekening, die wordt ingeleid met Carmiggelts originele herkenningsmuziek. Ik vraag me af of een plathaagse voordracht niet leuker zou zijn dan een natuurgetrouwe Carmiggeltimitatie.


04-12-06. Het draaiboek/script van Hot Talk 4 is nu wel zo’n beetje naar wens. Aanstaande woensdag repeteren we voor de tweede keer, ik reken erop dat die gezamenlijke doorneming van de tekst dan al in de buurt komt van het beoogde niveau dat we op 15 december de luisteraars willen aanbieden. Qua lengte zijn tekst en muziek op orde, maar er zijn factoren waar we geen vat op hebben. Zo moesten we tijdens onze eerste Hot Talkuitzending om te beginnen plaatsmaken voor een aan de die dag overleden Karel Glastra van Loon gewijd in memoriam en diende er dus à la minute in het script geschrapt te worden. Er schijnt ook weleens een spookrijder te zijn opgedoken maar tot nu toe nog niet in een van onze uitzendingen (afgezien van de spookrijder die deel uitmaakte van het script).


05-12-06. De humor ligt op straat, soms ook in de brievenbox. Een paar dagen geleden lag daarin een A4-advertentie, vervaardigd door iemand die er kennelijk lol in had elke zin een eigen lettertype en -grootte te geven. Dat zal de aandacht trekken, zal de achterliggende gedachte geweest zijn. Ook zonder het zenuwachtig makende lettergedans was het een bericht dat mijn aandacht trok. ‘Nu helemaal legaal!!!’ schreeuwde de in hoofdletters gezette kop. Het bleek om een Pools ‘bouw & renovatiebedrijf’ te gaan dat voorheen vermoedelijk semilegaal zijn diensten aanbood. Ze komen vanaf 12,50 euro per uur aan de deur, hen ontbieden kan telefonisch (10 cent per minuut). Tot de werkzaamheden die desgewenst verricht worden behoren niet alleen verbouwen, loodgieten en behangen maar ook dakbedekken. Ik dacht dus dat het Polen waren, toen ik vannacht gestommel op het dak hoorde.


06-12-06. De kans dat ik me verslaap is zo goed als nihil. Er zijn twee wekinstallaties geïnstalleerd: naast mijn bed de wekker die alarmerend veel herrie maakt bij het aflopen en op de dvd-speler aan het voeteneinde het horloge, dat een wekfunctie heeft. Ik weet niet hoe die wekfunctie werkt, het is me niet gelukt haar uit te schakelen – wel kreeg ik het voor elkaar het moment van aflopen naar 06.10 uur te verzetten. Oorspronkelijk klonken er rond middernacht twintig onverklaarbare pieps die ik pas na maanden als wekfunctie herkende. En dan heb ik ook nog een mentale klok: als ik er op een bepaalde tijd uit moet dan word ik daardoor vanzelf wakker voordat het zover is. Ten slotte zijn er katten: vanmorgen bijvoorbeeld maakte Duimpie me om zes uur wakker (terwijl ik een vrije dag had).


07-12-06. De tweede repetitie voor de Hot Talkuitzending van volgende week was vertraagd: we zouden om drie uur ’s middags de tekst te lijf gaan maar Esther trof haar verloofde in bed aan. Ze belde op en zei dat Hans zich niet lekker voelde en het evenement naar de avond wilde verplaatsen. Dat ging de goede kant op: Esther was aan het bijkomen van grieperigheid en ik kamp al een paar weken met hoofdpijn boven mijn rechteroog. Als het zo doorgaat wordt Hot Talk verzorgd door drie grieplijders. Maar om 20.00 uur, met resterend sinterklaasvoedsel erbij, ging het repeteren gezond van start en bovendien beter dan de eerste keer. Weinig tijd gehad me te verdiepen in wereldnieuws. Las op Teletekst dat de NASA op Mars stromend water gevonden had – stond niet bij of het warm of koud was.


08-12-06. Heb nog steeds hoofdpijn. Ongezondheid komt altijd ongelegen. In Carré waren er twee uitvoeringen van 200 Motels, in mij was er grieperigheid. Om files te omzeilen ’s middags al naar Amsterdam, er net zo beroerd aangekomen als ik vertrokken was. Om de tijd te doden in Tuschinski Gladiator gezien, ’s avonds rillerig in Carré maar volledig opgekikkerd door de muziek – en de volgende avond opnieuw. Een paar jaar eerder of later reed ik met een grieperig gevoel naar Leiden. Ik kleedde me er op de studentenkamer van Eliane om, nam twee aspirientjes, liep gammel naar de start en begon en voltooide na het startschot de Marathon. (Een andere keer was het te gortig en moest ik wegens koorts een halve marathon laten schieten. De griep maakte korte metten met mijn conditie: na het herstel was die foetsie.)


09-12-06. Toen begin jaren tachtig de cd geïntroduceerd werd waren het voornamelijk de goedlopende producten die op zo’n schijfje werden uitgebracht, zo groot was de vraag. Het meer obscure repertoire leek geen kans te hebben op een cd-release. Maar daar kwam snel verandering in. Zo ook met de dvd: films en series waar geen groot publiek voor bestaat zijn op dvd leverbaar. Maar waar bleef Monty Python’s Flying Circus? The Pythonfilms zijn er, de 45 tv-afleveringen zijn zelfs in Engeland officieel niet te krijgen. Er is een Amerikaanse editie, een complete set met 16 dvd’s. Hij lag afgeprijsd bij Fame, 100 euro min een cent. Zou die speelbaar zijn? Ik zag op Amazon.uk dat het Regio 1 was, maar reacties van gebruikers spraken van regiovrij. Ik waagde de gok en heb inmiddels 28 van de 45 afleveringen gezien.


10-12-06. Het was vroeg en rustig op de weg. Mijn routeplanner gaf aan: afslag Utrecht/Centrum. Maar geen van beide borden bevatte die tekst! Ik koos op goed geluk de rechter en kwam even later bordjes ‘Centrum’ tegen. Dit was geen Amsterdam of Rotterdam, waar ik desnoods met één oog op de rug gebonden de parkeergarage vind. Ik moest een straat hebben waar het gratis parkeren was. Nabij Hoog Catharijne scheen de laaghangende zon recht in m’n gezicht en daar kwam de zonweerkaatsing door het natte wegdek nog bij. Linksaf – en ik belandde op hopeloze eenrichtingsgrachten. Uiteindelijk toch maar een parkeergarage in en de rest gaan lopen: eerst zelfstandig de verkeerde richting, toen de verkeerde kant op gestuurd door iemand die ik de weg vroeg en uiteindelijk door de politie het rechte pad gewezen. Volgende keer weer de trein.


11-12-06. ‘We zijn er trots op dat het rijdt,’ zei de opperknurft van de NS in het Journaal. Ik luisterde via de koptelefoon naar muziek en had die uitspraak als ondertiteling in beeld. Kan dus niet zeggen of de NS-man het met verbazing in zijn stem zei. Hoe lang rijden er treinen? Ze waren al te zien in stomme films, waarin je ook auto’s zag rijden. Die stomme films zijn er al lang niet meer, de auto’s zijn sindsdien jaar na jaar verbeterd. Dertig jaar geleden had een acht jaar oude auto ernstig last van roest. Komt tegenwoordig niet meer voor. Treinen zijn mogelijk ook verbeterd maar de reiziger merkt daar niet veel van. Als er een herfstblad op de rails neerdaalt moet je rekening houden met minimaal een uur vertraging. Sommigen zijn al trots dat het rijdt.


12-12-06. Soms droom je kennelijk over dingen die je kennelijk bezighouden. Vanmorgen ontwaakte ik uit een droom waarin ik voor de radio aan de gang was. De Hot Talkuitzending (want daar leek het op) was net begonnen, ik hield een intropraatje waarbij ik in verontrustende mate afweek van het script maar dat gaf niet want ik had geweldig geslaagde invallen. Toen het moment gekomen was waarop er muziek moest klinken wilde ik de technicus een teken geven maar de technicus zat in een ander huisje. Ik gebaarde wild en zag hem in dat andere huisje opstaan en een lukrake cd pakken in plaats van een van mijn cd’s want die zaten allemaal nog in mijn tas. Uiteindelijk kwam het goed – dat wil zeggen: ik werd wakker. Aanstaande vrijdag hebben we ’s middags in wakende toestand de generale repetitie.


13-12-06. Thuiswerken heeft als voordeel en nadeel dat je zelf je werkuren in kunt indelen. Zo zat ik gisterochtend al vroeg achter de aangezette pc. In de eerste plaats om eventuele mail te lezen, in de tweede plaats om een tekst op het weblog te plaatsen, in de derde plaats om aan het werk te gaan. Maar ik keek uit het raam (dat deed ik op de lagere school al) en zag dat de zon scheen. Eerst dus maar eens gaan hardlopen. Na terugkeer en douchen en koffiedrinken en mail controleren ging het richting middagpauze. De zon scheen nog steeds en buurvriendin Esther had wel zin in een strandwandeling. We kochten vooraf een pistoletje kaas. Je moet nooit een zielig kijkende vogel een brok broodje toewerpen: in no time vloog er een gigantische vlucht meeuwen achter ons aan.


14-12-06. Ik ben nu op een leeftijd dat de haren gaan tellen. Als de kapper het kort maar wel gedekt heeft gedaan doet hij de wenkbrauwen er nog even bij en ook gaat de schaar voorzichtig naar de ooropening. Maar evenals het borsthaar wordt het neushaar ongemoeid gelaten. Dat borsthaar zit niemand in de weg maar het oprukkende neushaar dient gesnoeid te worden. Dat deed ik met een nagelschaartje – totdat ik het bestaan ontdekte van wat eufemistisch ‘minitondeuses’ genoemd worden (het neusinwendige is net zo’n taboe als de derde oksel). Zo’n apparaatje kostte maar een paar euro, toen ik er eenmaal aan gewend was wilde ik niet anders meer. Zo’n ding gaat niet eeuwig mee. De batterij was vers maar het mesje verloor de rotatiesnelheid: het greep een neushaar en begon te trekken. Dat is geen prettig gevoel.


15-12-06. Frans Bauer laat om gezondheidsredenen een massa optredens in Ahoy schieten, René Froger gaat er eveneens verstek, wij slaan alle doktersadviezen in de wind en zijn vanavond van 21.00 tot 23.00 uur op Radio West te horen (de uitzending is te volgen via www.radiowest.nl). Twee uur lang gesproken gesprekken en gedraaide muziek, speciaal voor degenen die al dan niet van kerst houden. Hoofdgast is Vader Balthazar, de Bisschop van Buisdorp. Burgemeester Noten houdt de Buisdorpse Spreekwoorden Databank ten doop, het Afrikaanse medium professor Bomba zal voorspellingen over 2007 doen. Als het meezit komt cabaretnestor Arie Wietzen na zijn optreden in de Dorpsgehoorzaal naar de studio om te vertellen over zijn aanstaande 40ste Oudejaarsconference. En in de serie Bijzondere Buisdorpenaren ontvangen we iemand die niet goed bij zijn hoofd is. Genoeg redenen om al dan niet te luisteren!


16-12-06. Op een matige generale repetitie volgde een geloof ik geslaagde uitzending. Blasé zijn we nog lang niet maar we hebben inmiddels wel enige routine opgebouwd en daarom was het wel prettig dat er een handicap was opgeworpen: in het gebouw van Radio TV West hadden de medewerkers een kerstdiner voorgeschoteld gekregen met aansluitende disco. Die disco stampte bij onze aankomst op volle kracht en we moesten dan ook naar een studio waar dat gestamp minder stampte. Om redenen van dat gestampt was het programma Stork on Air niet live maar van tevoren opgenomen. Wij waren van tevoren niet opgenomen maar deden het live. Ondanks de grote hoeveelheid vooraf gegeten Chinees en de tussendoor binnengebrachte hapjes ging het zeer naar wens en vlogen de twee uur om. Benieuwd naar de uitzend-cd’s, die krijg ik morgen in de bus.


17-12-06. Gaat er ooit wat mis in zo’n uitzending? Altijd. Dat er iets misgaat is het enige waar je van op aan kunt als je een rechtstreekse uitzending hebt. Gelukkig gaat het meestal om onbeduidende dingen: een verspreking, een verkeerd gelegd accent, het te laat uitspreken van een zin in een dialoog, of per abuis die van een ander zeggen. Dat soort dingen zijn niet te vermijden. Vrijdagavond kwam daar nog wat bij (niemand las overigens de tekst van een ander voor): Straatnieuwsverkoper Robert Donkers wordt opgebeld en dan gevraagd naar de inhoud van het Straatnieuws. Maar de supervisor had Roberts telefoonnummer niet bij zich. De technicus draaide van Baby it’s cold Outside per abuis de instrumentale versie, ik kondigde daarom af met: ‘Dat was Tom Jones met Cerys, maar dan de karaokeversie zonder Tom Jones en Cerys.’


18-12-06. Als je naar de radio luistert heb je geen idee van wat zich achter de schermen afspeelt. Afgelopen vrijdag waren we op de radio en daarom kan ik hier uit de doeken doen wat zich achter de schermen afspeelde. Dat zou ik niet doen als zich achter de schermen niets had afgespeeld. Wat zich achter de schermen afspeelde sloeg ons bij aankomst met stomheid. We arriveerden bij de studio, haast geen parkeerplek te vinden. Er ging licht aan en uit in het gebouw, op de maat van de muziek. De medewerkers van Radio en TV West hadden gezamenlijk het kerstmaal gegeten en ondergingen nu in party-uitmonstering een disco. Zo droeg Jeffrey Huf een angstwekkende pruik en dito zonnebril. Muziekvolume: loeihard. Het lekte naar onze reguliere uitzendplek, we moesten uitwijken. Een subliem feest, maar presenteren ging voor dansen.


19-12-06. De laatste werkdag – volgende week woensdag ben ik drie uur op kantoor, dat verwaarloos ik. Die drie uur vliegen om dankzij de drie K’s: Kerstpakket ophalen, Koffiedrinken en Kletspraat verkopen met andere sukkels die niet gewoon in bed zijn blijven liggen. De drie uur kantoortijd niet meegerekend ben ik na vandaag zes weken vrij. Zoals meestal ben ik van plan de januarimaand aan het schrijven te wijden. Dit jaar ging dat slechts ten dele naar wens, maar toch bracht ik de fundamenten aan voor wat uitmondde in het manuscript Sabbatical (ik heb daar wekenlang niet naar gekeken, ik schreef zojuist weer bijna per abuis Sabattical). Sabbatical wacht sinds begin november op uitgeversbeoordeling, ik ga in januari verder met andere teksten: de volgende Hot Talkuitzending, de driedelige roman Livia, een bundel korte komische verhalen en nog wat dingen.


20-12-06. De laatste werkdag werd bekroond met de beluistering van de twee Hot Talk-cd’s – en dat gebeurde uiteraard in huiselijke kring. Ik luisterde ernaar tijdens het bewerken van Wordbestanden van de eerste vier draaiboeken/scripts van Hot Talk. Het waren de laatste bestanden die nog bewerkt en geprint moesten worden, in januari ga ik met de stapel prints aan de gang. Ze moeten uitmonden in de volgende (werk)titels: Buisdorp bestaat (de Hot Talkscripts), Berichten uit Buisdorp (drie feuilletons: Feest in Buisdorp, Verkiezingen in Buisdorp, Soep in Buisdorp), Dagelijks Leven (een stuk of vijftig korte verhalen), Zoute griotten deluxe (de roman aangevuld met verhalen en een novelle), Livia (korte roman in drie delen), Muziek (reisverhalen en essays) en een bundel met essays. En dan is er natuurlijk nog het Sabbaticalmanuscript, dat ik na een paar maanden kritisch wil gaan bekijken.


21-12-06. Het leven is niet altijd rooskleurig en rozengeurig. Ik was gisteravond naar de supermarkt gegaan om de kerstdrukte te vlug af te zijn en de afscheidswens ‘prettige dagen!’ niet te hoeven horen. Maar de leuke caissière zei iets veel ergers: ‘Wilt u de kerst-cd van de drie Toppers?’ Ik gaf uit balorigheid een onverstandig antwoord: ‘Ja.’ Met de drie Toppers in de boodschappentas liep ik naar de auto. Bagage ingeladen, motor gestart. Dat was althans de bedoeling. Inladen lukte, starten niet. Bagage uitgeladen en beide boodschappentassen huiswaarts gesjouwd. ANWB gebeld, wegenwachter zou zich vijf minuten voor aankomst melden. Hij meldde zich toen hij ter plekke was, buurvriendin Esther reed me er ijlings naartoe. De accumulator was niet meer te genezen, de vriendelijke wegenwachter had een verse bij zich. Op de terugweg kon Esther me haast niet bijhouden.


22-12-06. Het zijn niet alleen goede tijden voor buitensporige voedselinname, het is ook een zeer geschikte tijd om in een boek te kruipen. Eigenlijk zou ik in een dikke Dickens bezig moeten zijn maar het werd Henning Mankell. Vorig jaar kocht ik diens Wallanderreeks, waarvan ik destijds ter kennismaking een deel las. Nadat ik eerder dit jaar diepgravende werken als die van Balzac en Proust gelezen had was ik aan wat luchtigers toe: de cyclus van Mankell. Ik begon woensdag met het laatst verschenen deel, De jonge Wallander, dat chronologisch het eerst komt. Dat was een pil, waar ik desondanks in een dag doorheen was. Gisteren het eerste reguliere deel, Moordenaar zonder gezicht, en dat was een dunnetje van 300 pagina’s, zodat er tijd was om ook Honden van Riga te lezen. En dan nu De witte leeuwin.


23-12-06. Het gaat de goede kant op: om zeven uur wakker. Ik had eruit kunnen gaan, poes Duimpie drong daar ook op aan, maar ik was standvastig en sliep door tot kwart voor tien. Met lezen gaat het ook de goede kant op: ik begin zo dadelijk aan de vierde Wallander. Het is grijzig weer en dat betekent dat er boven onvoldoende licht is om te lezen en dat de lamp aangeknipt moet worden. Naast m’n bed staat een geavanceerde paarse schemerlamp die de neiging heeft weg te draaien. Daar kreeg ik gisteren genoeg van, zodat ik een mep uitdeelde die de gloeilamp vernietigde. Een lichtgroen lampje gekocht dat aan de bedrand vastgeklemd kan worden. Die bedrand zit vrij laag, waardoor ik praktisch waterpas moet liggen lezen: het licht schijnt niet van boven op mijn boek maar horizontaal.


24-12-06. Een klassieker kan je niet vaak genoeg zien en ook de special edition van The Maltese Falcon was een feest – glansrollen van Humphrey Bogart, Sidney Greenstreet, Peter Lorre en Mary Astor, subliem in beeld gebracht door John Huston. De tweede schijf bevatte een documentaire. Die was vooral interessant voor mijn kennis van het Engels. Ik weet nu waar de klemtoon ligt in de voornaam van Dashiell Hammett, de schrijver van de gelijknamige roman. Het boek werd uitgegeven door Alfred A. Knopf, en tot mijn verbazing wordt de K van diens achternaam uitgesproken. De titel zelf werd steeds raadselachtiger. Er kwamen diverse Amerikanen (acteurs, critici, regisseurs, technici) over de film aan het woord. De meesten hadden het over The Moltese Felcon, een enkeling over The Moltese Folcon en was zelfs iemand die het uitsprak als The Meltese Felcon.


25-12-06. Als ik lees of hoor dat inburgeraars geacht worden het Nederlands te beheersen, duurt het niet lang voordat ik denk aan de situatie op universiteiten, waar Nederlandse studenten in het Engels gehouden colleges moeten volgen die gegeven worden door Nederlanders die het Engels hooguit matig beheersen. Die studenten beheersen het Engels ook maar matig want zij zijn opgegroeid met TMF en MTV en denken dat ze door de blootstelling aan dat veramerikaanste Engels voor Engelssprekend kunnen doorgaan. (Zouden die studenten voor hun lol Engelstalige literatuur lezen? Natuurlijk niet.) En dan heb je ook nog clowns als Balkenende en Bot en andere landsvertegenwoordigers die in beschamend slecht uitgesproken Engels de wereldpers toespreken. Dat zijn de figuren die het van belang vinden dat inburgeraars Nederlands leren spreken. Halftien eerste kerstdag: nog niets gegeten en ik ben nu al kwaad.


26-12-06. De lijst van invloedrijkste zwarte artiesten wordt aangevoerd door achtereenvolgens Duke Ellington, Miles Davis en James Brown. De laatste was in Journaalbeelden voornamelijk in zijn nadagen te zien en bij zijn priviébezigheden werd er vooral over strafbare feiten gesproken. Maar zijn muzikale nalatenschap is duizelingwekkend: vijftig jaar geleden zijn eerste hit, in de jaren zestig een onafzienbare stroom releases: singles, elpees, dubbelelpees, elpees geproduceerd voor anderen. Hij zong ballads met big bands, bracht funk met zijn eigen orkest, waarover hij despotisch heerste. En daarbij een gewiekst zakenman die een imperium opbouwde met restaurants en radiostations. Bovendien sociaal betrokken: hij probeerde (ook op de plaat) kansarme kinderen te bewegen naar school te gaan, hij nam spotjes op tegen drugsgebruik (maar kwam zelf in het nieuws wegens het gebruik ervan). Wat hij ook deed: James Brown made it funky.


27-12-06. Ik heb hem helaas maar twee keer zien optreden: in november 1999 en in juli 2004, beide keren in de Statenhal. De eerste keer als hoofdact na The Supremes en The Temptations, de tweede keer op het North Sea Jazz Festival. Beide keren was het een belevenis – ik ben nu eenmaal geen criticus die zich eraan stoort dat iemand van tegen of in de zeventig wat strammer is dan veertig jaar voordien. Een artiest mag best ouder worden en gas terugnemen – was het optreden van de oude Cab Calloway niet een van de hoogtepunten van de film The Blues Brothers? Ik plaatste maandag een reactie op het bericht van het overlijden dat op een Elvis website stond. Daar en op een Frank Zappa forum werd er zeer lovend over James Brown gesproken. Dat zegt vermoedelijk wel iets.


28-12-06. Een keertje wat minder nachtrust kan geen kwaad, dacht ik. Eerst een paar uur lezen, dan een paar uur slapen en vervolgens fris de dag tegemoet treden. Maar toen ik omstreeks halftwaalf met nog slechts zo’n 200 pagina’s te gaan Midzomermoord van Henning Mankell naast me neerlegde en het licht uitdeed en de ogen sloot bleef de slaap urenlang uit. Mijn bioritme stond in de uitslaapstand en de daaraan gekoppelde laatslaapstand. Ik zal op zeker moment een droom binnengegleden zijn maar het duurde niet lang voordat poes Duimpie haar snuit tegen de mijne duwde ten teken dat ik eruit moest gaan om haar en logeerkat Loekie vers voedsel voor te schotelen. Nadat ik aan deze oproep gehoor had gegeven verder geslapen, totdat om tien over zes de wekker ging. ’s Morgens kwiek, ’s middags een gapend wrak.


29-12-06. Ze proberen ons te belazeren. Op de Vlaamse Teletekst was een bericht te lezen dat aldus begon: ‘Casino Royale is de meest succesvolle James Bondfilm aan de kassa. De film heeft wereldwijd al 344,6 miljoen euro opgeleverd. Het vorige Bondrecord stond op naam van Die Another Day, met Pierce Brosnan (328 miljoen euro).’ De cijfers zullen best kloppen, maar de redenatie klopt niet. Je kunt het succes van een film niet afmeten aan de opbrengst aan de kassa – althans niet als je een vergelijking wilt maken met eerder uitgebrachte films. Want het bioscoopkaartje wordt elk jaar duurder. Logisch dus dat Casino Royale veel meer opbrengt dan bijvoorbeeld Goldfinger: anno 1964 kostte een bioscoopkaartje een fractie van wat het nu kost. Je moet het aantal bezoekers tellen – plus nog verdisconteren dat er toen minder mensen waren dan nu.


30-12-06. Behalve een briljant artiest, componist, bandleader en inspirator was James Brown ook excentriek – zoals bijna alle Hele Groten. Ik herinner me een interview in Melody Maker of NME, waarin hij vertelde dat zijn platenmaatschappij ooit een plaat niet had willen uitbrengen. Omdat die te goed was. Ook leuk: hij kopieerde Fame van David Bowie en bracht het met een andere tekst uit als Hot (I Need To Be Loved, Loved, Loved, Loved) alsof het een eigen compositie betrof. Het was eigenlijk wel een mooie dood, de totale aftakeling die onherroepelijk zou komen is hem bespaard gebleven. De opbaring in het Apollo Theater en de massale belangstelling daarvoor deed denken aan die van Elvis destijds in Graceland. Zoals Brown ooit zei: ‘There are two American originals, Elvis and me. Elvis is gone, and I’ve got to carry on.’


31-12-06. Ik had het me voorgesteld als een luie voorlaatste dag van het jaar maar toen belde een vrolijke vriendin op die me uitnodigde om te gaan schaatsen op het Plein. En dus moest die luie voorlaatste dag van het jaar plaatsmaken voor een feestelijke. Momenteel is het de laatste dag van het jaar en als het geen luie dag wordt dan weet ik het ook niet meer. Dat ik pas om kwart voor tien opstond was alvast een goed teken. Het was geloof ik wel een gunstig jaar, persoonlijk. Het voorgenomen manuscript voltooid, een essay over Campert geschreven, tweemaal twee uur Hot Talk gemaakt voor Radio West, tot ergens in juni flink gefitnesst, nadien de hardloopfrequentie opgevoerd en honderd boeken gelezen. Het ging te goed voor goede voornemens – ik ga in januari gewoon maar verder met schrijven.


© Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

01-01-07. Het ziet er naar uit dat het een latertje wordt: het is 01.15 uur en het vreugdevuur aan de overkant is net ontstoken. (Ik moest natuurlijk denken aan Amarcord van Fellini.) Vroeger redden we het met sterretjes, gillende keukenmeiden, damesscheetjes en kanonslagen – tegenwoordig hoor je van een tienduizendknaller niet meer op en een rotje is pas zoals hij zijn moet als er aardlagen van gaan verschuiven. De katten houden zich kranig: poes Duimpie, die in 2007 twintig jaar wordt, het misschien al is (geen idee wanneer ze jarig is), hoort de knallen niet. Poes Gregor heeft zich erbij neergelegd en ligt naast mijn hoofdkussen te wachten op rustiger tijden. En dan is logeerkat Loekie er nog. Toen het te gek werd met de herrie kroop hij onder het bed. Ik ga straks maar eens met hem praten.


02-01-07. Ik schreef dit gisteravond alvast – mijn bioritme ligt volledig aan barrels, het valt niet te zeggen op welk tijdstip ik vandaag uit mijn nest zal rollen. Het bleef in Loosduinen nog lang onrustig, oudejaarsnacht. Zwaar vuurwerk en gebral van het janhagel. Tot kwart voor vier had pitten geen zin. Omstreeks dat tijdstip moet ik in slaap gevallen zijn – anders had ik een uur later niet wakker kunnen schrikken. Er was een nieuw contingent falderappes in de straat opgedoken, men zette het gedurende een halfuur op een knallen en lallen. Het kwam me eerlijk gezegd wel goed uit, in dromenland was het helemaal bal. Ik zat op zeker moment in oorlogstijd in de trein en was met die trein achter de vijandelijke linies beland. Dan kan je maar beter door rumoerige volkse types uit de slaap gehouden worden.


03-01-07. Januari is een schrijfmaand (al ben ik nog niet op gang gekomen). Tot de bezigheden behoort het bewerken van een stuk of vijftig vrolijke korte verhalen. Voor een deel zijn ze gelicht uit een manuscript dat Afgrijselijke jeugd heet, voor een deel komen ze uit Dodelijk verliefd en de rest ging op dit weblog in wereldpremière. What’s in a name? Een heleboel en ik heb dan ook flink nagedacht over een titel. De werktitel luidde Dagelijks leven maar dat is al bijna net zo halfzacht als het zogenaamd diepzinnige Over leven. Ik had de verhalen in alfabetische volgorde geprint. Boven op de stapel lag er een dat Aan de hand heette. Dat was eigenlijk wel een aardige titel. Aan de hand en andere verhalen? Hm, nee. Aan de hand en andere aandoeningen – dat leek er meer op.


04-01-07. Als het om goede voornemens gaat is ergens mee stoppen waarschijnlijk makkelijker dan ergens mee beginnen. Roken, drinken, de muil vullen met vet vreten – gewoon niet meer doen, dat lijkt me een makkie als je zulke dingen voorheen deed. Maar mijn voornemen betrof het schrijven en dan niet ermee ophouden maar ermee doorgaan. En daarvan is tot nu toe nog niet veel terechtgekomen. De stapel te bewerken manuscripten ligt vrijwel binnen handbereik, daar ligt het niet aan. Ik denk dat ik nog aan het idee moet wennen dat het een schrijfmaand is. Vanmorgen werd ik al om negen uur wakker. Ik dacht: is het pas negen uur? Om kwart voor tien nog een keer wakker geworden maar koppig de ogen gesloten en er om halfelf uit gegaan. Voor schrijven was de dag toen al te ver gevorderd.


05-01-07. De mensen vragen me vaak: ‘Lieve, beste, brave Martin, wijze vriend, jij weet nogal veel – hoeveel koffie zit er nou eigenlijk in zo’n koffiepad?’ Wegens omstandigheden buiten mijn schuld kan ik daar sinds gisteren antwoord op geven: veel. Er zit veel koffie in een koffiepad. Ik trok een zak met 36 cafeïnevrije koffiepads open (ik wissel af met pittig, mokka en aroma, wat allemaal hetzelfde smaakt) en merkte te laat dat een van de pads zich inwendig aan de verpakking had vastgehecht en door het openen van het pak doormidden was geraakt. Heel de inhoud van de koffiepad over de onderliggende koffiepads. Tijdens het overhevelen naar de voorraadbus moest ik de 35 ongeschonden koffiepads koffievrij blazen, een afmattend karwei. Overigens stellen die pads niks voor. Ik denk dat ik ze zelf ook zou kunnen maken, van verbandgaas.


06-01-07. Het was een uitgemaakte zaak, meer een formaliteit dan een goed voornemen. Tijdens de vreetdagen volmondig ongezondheid verorberd, in januari zou dat afgelopen zijn. De eerste dagen kwam het er nog niet van maar donderdag was het de vijfde en de hoogste tijd voor gezond eten. Vifit en Alpro gingen er sowieso in maar die middag kwamen daarbij aantal rauw geconsumeerde peentjes, een heel blik tomatensoep, een ongeschilde appel, een glas rosé en een paar handjes amandelen. Aan het begin van de avond lag ik gevuld met gezondheid dvd te kijken, onderwijl pitloze druiven peuzelend. En toen kreeg ik me toch een buikpijn! (Of maagpijn, weet het verschil niet goed – de buik zit geloof ik aan de buitenkant.) Ik zag mezelf al op de intensive care liggen maar het eindigde gelukkig op het toilet, zo’n vier keer.


07-01-07. Het had een schrijfdag kunnen worden maar het werd een dagje Amsterdam met een vrolijke vriendin en daar kon achteraf gezien geen schrijven tegenop. We waren de voorziene regenval te snel af en wisselden gaandeweg licht filosofisch getinte denkbeelden uit. Ik zei: ‘Je bent zo jong als je je gedraagt.’ Ze zei: ‘Ik gedraag me nooit.’ Soms ook was de conversatie wat minder filosofisch van strekking. Ze zei: ‘Hoe vaak doe je het per week?’ Ik zei: ‘Hoe vaak per dag is makkelijker uit te rekenen.’ We bezichtigden etalages. In een ervan lag een prijzig kledingstuk. Ze zei: ‘Honderd euro!’ Naast de winkelingang stond een ultrakort gerokte jongedame te roken. Ik zei: ‘Ook honderd euro.’ Zo’n dag was het. Toen ik thuiskwam goot het, in de brievenbox een afwijzingsbrief van een uitgever. Het was inderdaad geen schrijfdag.


08-01-07. De verjaardag van Elvis wordt altijd gevierd of hij gewoon was blijven leven en zijn sterfdag is eigenlijk ook altijd wel een feestelijke aangelegenheid – dit jaar wordt die voor de dertigste keer gevierd. Van de week luisterde ik weer eens naar de opnames die hij in 1969 in Memphis maakte, tussen de uitzending van zijn Comeback Special en zijn daverende debuut in het International Hotel in Las Vegas. Zelden daarvoor of nadien zong hij zo gepassioneerd, zo wanhopig, met zoveel soul in zijn stem en dieper dan vanuit zijn tenen. De grootste hits waren Suspicious Minds en In the Ghetto, maar door merg en been gaan vooral ook Long Black Limousine, Wearin’ that loved on Look en I’ll hold you in my Heart. Ballads, rauwe blues, country, gospel – hij schudde het uit zijn mouw, onbegrijpelijk maar waar.


09-01-07. In Sabbatical (om het daar eindelijk weer eens over te hebben) staat een opsomming van belangwekkende Amerikanen. Favorietenlijstjes worden vaker gemaakt. Gisteren werd MOFO bezorgd: een set van vier cd’s bevattende The Making of Freak Out!. De hoes van de oorspronkelijke dubbelelpee bevatte een lijst van personen die (op Frank Zappa) van invloed waren geweest. Het MOFOboekje herbergt een aanvulling op die lijst. Zijn er overlappingen met het onafhankelijk daarvan tot stand gekomen namenoverzicht in Sabbatical? In beide staan Gregory Peck, Jack Nicholson, Richard Brautigan, Terry Gilliam, Duke Ellington, Nina Simone, David Lynch, Ella Fitzgerald en Clint Eastwood. Die van mij bevat uiteraard ook Frank Zappa, de MOFOlijst voorts Rutger Hauer, de overige Monty Pythonleden, Mick Jagger, Burt Bacharach, Aleister Crowley, Madonna, Harpo Marx, Bill Clinton, Al Gore, Tom Waits, Germaine Greer, Lene Lovich en vele anderen.


10-01-07. De ene keer is de timing beter dan de andere. Zaterdag was ik uithuizig toen er een pakketbezorger aanbelde. Briefje in de brievenbox: dinsdag tussen 12.00 en 21.00 uur kom ik nog een keer langs. Het magazijn van de pakketverzender zit vrij nabij, ik fietste er maandagmiddag naartoe. Niet voor niets was herbezorging op dinsdag aangekondigd: op maandag was de tent gesloten. Dinsdag was gisteren. Ik reed omstreeks 11.00 uur naar het magazijn – ik had geen zin om van 12.00 tot mogelijk 21.00 uur te zitten wachten. Met het pakje onder de snelbinder naar huis gefietst en nu zat het met de timing wel goed. Ik had het pakje nog niet uitgepakt of buurvriendin Esther belde op met een strandwandelvoorstel. Het werd een stormloop waarbij mijn capuchon (die plaats biedt aan twee hoofden) over mijn harses woei.

1
1-01-07. Tijdens het bezoek aan Amsterdam, afgelopen zaterdag, kocht ik de Deluxe Edition van The London Howlin’ Wolf Sessions, opgenomen begin mei 1970. The Rolling Stones, Cream en Led Zeppelin waren aan de haal gegaan met het oeuvre van blueskolos Howlin’ Wolf, het was tijd geworden om iets terug te doen: een sessie waarbij de zanger van Built for Comfort werd begeleid door onder anderen Eric Clapton, Bill Wyman en Charlie Watts, plus invalkrachten Klaus Voormann en Ringo Starr (‘Richie’ geheten, op de oorspronkelijke uitgave). Het extra schijfje met outtakes is een juweel. Voordat Who’s been Talking? gespeeld wordt hoor je Howlin’ Wolf een poosje praten – dat is al een feest. Maar raar maar waar: de versie die Tom Jones en Jeff Beck van Goin’ down Slow doen is beter dan die van Howlin’ Wolf en Eric Clapton.


12-01-07. Een stormwaarschuwing is voor mij juist een aansporing om naar Kijkduin te gaan en de woestheid van de elementen aan den lijve te ondervinden. Terwijl de storm ’s nachts tegen het huis blies lag ik te slapen alsof het windstil was: niets van de nachtstorm gemerkt. Maar om kwart voor negen werd ik wakker van de krakende muur – die kraakt soms als het hard waait. Eruit gegaan, dekbed en kussens beneden op de bank gelegd, daar verder gaan slapen. Om kwart voor elf wakker geworden van andersoortig geluid. Ik richtte het hoofd op en keek in de tronie van een vogel in een rijzend bakje die tot voor mijn raam was aangekomen en met een elektrische zaag bezig was takken van de boom te zagen. Gapend koffie gaan zetten. Brrr, te guur om naar Kijkduin te gaan.


13-01-07. In plaats van vage, niet-bindende schrijfplannen had ik twee weken geleden natuurlijk gewoon goede voornemens moeten hebben. Het jaar is aan de dertiende dag toe en van schrijven is nog niets terechtgekomen. In feite is er nog nergens iets van terechtgekomen, het enige wat naar wens verloopt is uitslapen en dat begint dan ook bedenkelijke vormen aan te nemen. Tot voor kort was er in mijn situatie sprake van uitslapen als ik om acht uur, halfnegen opstond. Omdat ik wegens vakantieomstandigheden nergens naartoe hoef, gaat het van kwaad tot erger. Het slapengaan schuift op naar drie uur, opstaan gebeurde gisteren om halftwaalf. Vanmorgen zal het ongetwijfeld nog later geworden zijn en daarom plaatste ik deze tekst kort na middernacht alvast. Tegen de tijd dat ik wakker en op was zou het de moeite waarschijnlijk niet meer zijn.


14-01-07. Zaterdagnacht kwart over twee en ik heb a funky good time. Twintig minuten geleden begon op BBC 2 het Electric Promsconcert van James Brown, met 24-koppige band en het London Community Gospel Choir, zijn laatste gefilmde optreden. Momenteel zingt hij met pianobegeleiding Georgia. Hij is sinds de laatste keer dat ik hem op tv zag behoorlijk afgevallen maar heeft er zichtbaar zin in en probeert soms vanoudse danspasjes. Dat neemt allemaal niet weg dat hij sinds kerst niet meer beweegt, zingt of dirigeert. De Vlaamse Teletekst berichtte gisteren over plannen om Browns woning te laten omvormen tot een Graceland-achtig museum: de familie is al in gesprek met de erven Elvis over de wijze van aanpak. Graceland trekt jaarlijks 600.000 bezoekers – benieuwd hoevelen het laatste onderkomen van James Brown zullen bezoeken. Maar nu dansen: Soul Power is ingezet!


15-01-07. Het grote nadeel van vakantie is dat er onherroepelijk een einde aan komt. Sinds omstreeks kerst heb ik vrij en over drie weken moet ik alweer aan de slag. Dat zal een aanslag op het slaap-/waakritme worden. Zaterdagnacht zette ik na het geziene optreden van James Brown om vijf voor drie de tv uit en ging maar eens slapen. Na een uur lang funk voor je kiezen te hebben gekregen valt het niet mee meteen in slaap te komen, de laatste keer dat ik op de wekker keek was het halfvier. Geen wonder dat het al middag geworden was toen ik opstond. Op zondagochtend ga ik altijd hollen en dat kon nu niet omdat het geen ochtend meer was. Gloeiende gloeiende gloeiende, over drie weken loopt om tien over zes de wekker af. Het wordt mijn dood.


16-01-07. Er ligt nabij mijn bureau een stapel manuscripten op de grond en daar zou ik me deze maand in gaan verdiepen. Gisteren kwam het er opnieuw niet van, hoewel ik al om halftien was opgestaan. Maar vandaag gaat het gebeuren. Ik ga echter niet aan de gang met de stapel manuscripten: eerst maar eens een begin zien te maken met het draaiboek/script voor Hot Talk, want op 23 maart mogen we weer radio maken. Vanwege die datum zal het thema zijn: Lente en liefde in Buisdorp. Over de lente heb ik geloof ik niet veel te melden, de liefde is qua satire een makkie. De afgelopen dagen begonnen een paar sketches in mijn hoofd vorm te krijgen, daarnaast zijn er eerder geschreven teksten die aardig bij het thema passen, zoals Seks! en Een kleine is groot genoeg.


17-01-07. Die vrolijke vriendin nodigde me uit een receptie bij te wonen en daar zei ik natuurlijk geen nee tegen, al heb ik nog zo’n afkeer van dat soort evenementen. Het werd gehouden in het Paard en bezocht door tientallen figuren die iets met kunst te maken hadden. (Het was dan ook druk bij de bar, toen ik na de vertoning van een kunstzinnige videofilm een consumptiebon wilde omruilen voor een witte wijn.) Ik meende iemand te herkennen. Dat doe ik wel vaker en dan blijkt het een onbekende te zijn. Ik zei daarom: ‘Als je je voornaam noemt weet ik of ik je ken.’ ‘Tessa.’ Mooi, Tessa kende ik. Na nog een witte wijn draaide niet alleen de muziek maar heel het Paard zodat ik maar van de vrolijke vriendin afscheid nam en naar de tramhalte waggelde.


18-01-07. ‘Het is praktisch af, ik ga bijna beginnen,’ aldus een zelfbedachte uitvlucht die beoogt de toehoorder zand in de ogen te strooien als deze wil weten of het een beetje wil lukken met schrijven. Gisteren begon het beginnen eindelijk: in anderhalf uur tijd drie sketches voor Hot Talk van 23 maart geschreven (er waren al vier teksten opgegraven die nog bewerkt moeten worden). Het thema van de uitzending is Lente en liefde in Buisdorp, maar ik geloof dat er weinig aandacht aan de lente besteed zal worden. Een van de sketches betreft een interview met dokter Mentaal over geslachtsorgaandonaties. De amuseur Arie Wietzen vertelt over zijn huwelijksnacht (die hij slapend doorbracht) en socioloog Ricardo Bion komt aan het woord over zijn onderzoek naar seks in Buisdorp – het komt er kennelijk voor. Vandaag vermoedelijk de ontbrekende teksten schrijven.


19-01-07. Vroeger kwam het openbare leven tot stilstand als het ijzelde, tegenwoordig gebeurt dat vanwege de wind. In het middagjournaal een brutale oetlul van een verslaggever op het strand. Tegen passanten zei hij bestraffend: ‘Het is hier gevaarlijk! Wat doet u hier?’ Ik zou hem geantwoord hebben: ‘Als het zo gevaarlijk is, wat doe jij hier dan, brutale oetlul van een verslaggever?’ Bijna was ik zo’n passant geweest: tegen drieën had ik de hardloopschoenen aangetrokken en was naar Kijkduin gehold. Toen ik er de uitkijkpost bereikt had kon er niet meer in alle richtingen uitgekeken worden: het was gaan hagelen. Op het strand was ik de enige aanwezige. Ik had een baard van twee dagen en voelde me daardoor onverschrokken als Indiana Jones – totdat ik op de boulevard door onverwachte zijwind bijna omver geblazen werd. Volkomen doorweekt thuisgekomen.


20-01-07. Ik vind het leuk om een tekst in een andere context te plaatsen: zo heb ik ooit een fragment uit een feuilleton hergebruikt voor een sketch in Hot Talk, omgewerkt tot een dialoog. Ook mag ik teksten graag met elkaar in verband te brengen (zelfs al heeft niemand dat in de gaten). In de komende Hot Talkuitzending zit een interview met de socioloog Ricardo Bion. Zijn zus Jardina is een personage in Zoute griotten (uit 2001). Daar is te lezen dat deze Ricardo sociologisch onderzoek doet (een vooruitwijzing van maar liefst zes jaar dus). Een andere tekst die voor Hot Talk bewerkt wordt gaat over seksuele voorlichting. De oorspronkelijke versie is meen ik in de ik-vorm geschreven, later werd Evert, de held van Zoute griotten, de centrale figuur. Voor de continuïteit van de uitzending wordt Ricardo dat.


21-01-07. Natuurlijk was het te flauw voor woorden: Benny Hill-leuk, zo flauw dat het weer leuk werd. De zaal zat vol volwassenen, een zaal in het Koorenhuis, in afwachting van de voorstelling Pijpleidingen, die gegeven werd door cursisten in de disciplines acrobatiek, mime en acteren met tekst (waarbij het onderdeel acrobatiek door omstandigheden bij zowel docenten als cursisten niet doorging). Maar goed, ik was gekomen voor vandaag jarige buurvriendin Esther, die met andere jonge mimedames een presentatie deed. De hoogste baas van de theaterafdeling leidde in. Het thema was Pijpleidingen, en de cursisten waren enthousiast in de weer geweest met de pijpen (gegniffel in de zaal) en hadden tijdens de cursus veel plezier gehad met pijpen (geschater) – de spreker had geloof ik zelf niet in de gaten wat er zo leuk was, dat pleitte misschien wel voor hem.


22-01-07. De afgelopen dagen heb ik me vermaakt met tien jaar Michael Palin. Dat deed ik door het lezen van Diaries 1969-1979 – The Python Years. In meer dan 600 pagina’s wordt verslag gedaan Palins dagelijks leven en van het ontstaan en de Werdegang van Monty Python’s Flying Circus, inclusief de theatervoorstellingen en de films in de gedagboekstaafde periode. En dan waren er nog de tv-reeks Ripping Yarns, de film Jabberwocky (beide samen met Terry Jones gemaakt) en vele andere nevenactiviteiten. (Zijn populaire reisprogramma’s komen in een volgend deel aan de orde.) De Pythonwereld raakte de popwereld: Palin ontmoet George Harrison, Mick Jagger, Ron Wood, Keith Moon, Harry Nilsson en Paul Simon. Ik kreeg na het lezen zin in een Monty Pythonfilm (de 45 tv-afleveringen zag ik in december) maar ik moet streng zijn: vandaag is het een schrijfdag.


23-01-07. Het zou vandaag een schrijfdag worden, het werd het niet. Ik kreeg het niet eens voor elkaar de Palin Diaries uit te lezen – en dat terwijl ik nog maar 30 pagina’s te gaan had. Of ze verzachtend genoemd kunnen worden weet ik niet, er waren hoe dan ook omstandigheden die me van het schrijven afhielden. Tot halftwaalf liggen slapen was zo’n omstandigheid. En het gebak eten met gisteren jarige buurvriendin Esther. Bovendien had ik tijd vrijgemaakt voor een bezoek aan de kapper. Een erg aardige kapper maar ook een onbedaarlijke prater: hij zit niet alleen aan je hoofd, hij zeurt er ook aan. (Vorig jaar was hij de inspiratie voor een Hot Talksketch.) Aan het einde van de middag het zesde seizoen Gilmore Girls gekocht – en toen was er natuurlijk helemaal geen tijd meer om te schrijven.


24-01-07. Je hebt vakantie of je hebt geen vakantie en wat kan je dan beter hebben dan in anderhalve dag de 22 afleveringen van het zesde seizoen Gilmore Girls zien? Alle rollen voortreffelijk gecast – en wat een gastrollen! In een droomscène speelde Madeleine Albright voor de moeder van Rory, in een andere droomscène was Paul Anka te zien (dat was te verwachten, de hond van Lorelai heet Paul Anka). In de voorlaatste aflevering werd de straatmuzikant van Stars Hollow ‘ontdekt’ en mocht optreden in het voorprogramma van Neil Young (volgens Kirk ‘een van de Monkees’). In de laatste aflevering wemelde het van de straatmuzikanten, hopend op ontdekking. Onder hen Ron en Russell Mael, van de Sparks. Het gaat momenteel richting halfnegen, ik om tien uur richting Delft. De dag komt bar op gang. Nog geen zon, wel sneeuwresten.


25-01-07. Lang geleden liep ik wild gebarend met mijn zus door de Spuistraat. Zij gebaarde zelf ook wild. Dat deden we om elkaars aandacht te vestigen op spelfouten in advertenties van winkels. Ik dacht dat zoiets genetisch en/of erfelijk was maar tot mijn genot merkte ik gisteren dat het ook een kwestie van geestverwantschap kan zijn. M., wier naam net als de mijne met een M begint (en dan bovendien eveneens successievelijk een A en een R) was mee op een gezelligheidsmissie naar D. (bij de meeste inwoners bekend als Delft). M. hield stil voor een groente-uitstalling: dat bordje hield geen verband met de uitgestalde waren. M. haalde de uitbaatster erbij, die het bordje verwijderde – ik beloofde dat we binnenkort wederom een kwaliteitscontrole zouden komen houden. (Later bij Albert Heijn diverse beschamende fouten gevonden in particuliere advertenties. Hopeloos.)


26-01-07. Tijdens het bezoek aan Delft een buitenkans: drie Dylan-cd’s voor 25 euro. Ik zette gisteren Infidels op, het eerste nummer daarvan is Jokerman – tevens het eerste onderwerp van het ochtendjournaal. Een joker uit Hellevoetsluis was geschminkt als joker op de foto gegaan en had die foto op een identiteitsbewijs weten te krijgen. Mijn rijbewijs is houdbaar tot 14 april, voordien moet er een pasfoto gemaakt worden. In de regel doe ik dat een paar keer voordat ik vind dat het ermee door kan. Het zal weer niet meevallen: met het klimmen der jaren wordt mijn kop er niet gezelliger op. Nog een beangstigend vooruitzicht: TV West Teletekst meldt over RandstadRail: ‘En hoewel woensdagavond een voertuig bij een wissel uit de rails liep is besloten vanaf maandag mensen te gaan vervoeren.’ Ook bij de tram zitten er jokers.


27-01-07. De buitenstaander zal het idee hebben dat ik niets uitvoer. Dat is in zekere zin ook zo maar de boog kan nu eenmaal niet altijd gespannen zijn – zelfs niet als het jaar al aan zijn 27ste dag toe is en er van schrijven nog weinig gekomen is. Van lezen is evenmin veel gekomen (tot nu toe drie boeken gelezen, als het in het huidige tempo doorgaat haal ik dit jaar de honderd niet). Een groot deel van de vrije tijd is opgegaan aan dvd-kijken, aan feestelijke bijeenkomsten, uitstapjes en mailuitwisselingen met de vrolijke vriendin en aan zo nu en dan een inval noteren. Die incidentele invallen hebben betrekking op de aanstaande Hot Talkuitzending (Radio West, 23 maart). Kranten lees ik niet, het nieuws volg ik soms via het Journaal. Gisteravond ging dat gedeeltelijk over een tonijnconferentie. Tonijnconferentie?


28-01-07. Loosduinen dreigt van de buitenwereld afgesloten te worden. Afgelopen vrijdag werd een ritje naar de supermarkt gedwarsboomd door een wegafsluiting, gisteravond kwam het bericht door dat RandstadRail morgen nog geen mensen gaat vervoeren: eergisteren was tijdens een testrit de boel weer in de soep en de tram weer uit de rails gelopen. Herinneren we ons de klucht rond de tramtunnel nog? Het kernwoord is ‘tram’. De zon scheen zaterdagochtend en daarom ging ik op de fiets naar Delft – het deerde me niet dat de zon verdween en de lucht beheerst raakte door wolken die regen loslieten. Ik bereikte, mede dankzij de rugwind, in 38 minuten een Delftse boekhandel. Tijdens de terugfietsing nam de neerslag toe en mijn snelheid af want ik klokte een netto fietstijd van anderhalf uur. (Kortom: er was helaas niets om over te schrijven.)


29-01-07. De laatste week van de vakantie is begonnen, gisteren eindelijk ervoor gaan zitten en blijven zitten tot de eerste versie af was: van ’s middags kwart over twee tot zeven uur ’s avonds gewerkt aan het draaiboek/script van de Hot Talkuitzending van 23 maart. Vrij vlot twee sketches geschreven, een aantal andere herzien en een stuk of vier bestaande teksten omgewerkt. Daarbij ook geschoven met de muziek die gedraaid wordt – iets wat ik van plan was in het eerste uur te laten horen naar het tweede uur geschoven en later weer teruggeschoven naar het eerste uur. De eerste versie is nog zeer voorlopig: ik wacht op aanlevering van een tekst waarvan ik de lengte niet ken, ik weet niet hoe lang een muzikale externe bijdrage duurt en moet de geschreven teksten nog timen. Maar het komt goed.


30-01-07. De temperatuur was maandag zeer in orde – het zou prettig zijn als de verandering van het klimaat ook zou leiden tot afname van neerslag. De zon scheen, ik dacht: ik stap op de fiets en fiets naar Leiden. Ik stapte op de fiets en fietste naar Leiden maar na nog geen kilometer was de zon vertrokken en fietste ik onder wolken en werd geraakt door regendruppels. Leids reisdoel waren twee cd-verkooppunten. Bij het eerste kocht ik de elders niet gevonden Scott Walker-cd The Drift en ook Modern Times, de recentste Dylan. Bij het andere verkooppunt nog eens vier Dylans, daar zeurden mijn oren om. Ook op de terugweg regengedruppel en bovendien maaggerammel: bij een benzinestation een broodje gezond. (Bestaat dat? Dat bestaat.) ’s Avonds de eerste versie van het Hot Talkscript bijgeschaafd en getimed. Zeer naar wens.


31-01-07. Oh dear, o dier. Vijf jaar geleden belde m’n zus me huilend op, ze had haar kat Tobias moeten laten inslapen. Gisteren was ze van haar werk thuisgekomen en had poes Mimi dood in haar mandje aangetroffen, bezweken aan de ongezondheid die haar de laatste maanden verzwakt had – Mimi zou in maart zeventien geworden zijn. We reden naar het dierencrematorium waar ik destijds dode kat Paling had achtergelaten. Ze hebben er een heuse rouwkamer, waar het huisdier in een mand op een tafel gelegd wordt en je afscheid kunt nemen. Mijn zus zei dat een groepscrematie van meerdere gestorven huisdieren in orde was. Mij was indertijd gevraagd hoe laat ik Paling gecremeerd wilde hebben – ik meen dat ik ‘vijf over zes’ als tijd opgaf. Aan de telefoon tranen, onderweg naar het crematorium tranen, op de terugweg tranen.


01-02-07. Ik was weer naar Delft gefietst, ik had weer een aantal Dylan-cd’s gekocht, ik las dagelijks voor het slapengaan in The Rough Guide to Bob Dylan – waarom ging ik niet naar een van zijn concerten in de Heineken Music Hall? Er was nog een kaartje te krijgen voor 9 april. Ik kocht er ook een voor 27 maart: dan vertolkt Bryan Ferry op dezelfde locatie Dylansongs, ter promotie van zijn cd Dylanesque, die op 5 maart verschijnt. Ik zag Dylan eenmaal eerder, op 23 juni 1978, in het Feyenoord Stadion. Ik stond er vrij vooraan (er waren geen videoschermen!) en maakte met een telelens foto’s. In het voorprogramma onder anderen Eric Clapton. Aan de zijkant van het podium zat Patty Boyd: de ex van George Harrison, de aanstaande ex van Clapton, maar vooral van belang als Layla-inspiratie.


02-02-07. Een paar maanden voor zijn optreden in het Feyenoord Stadion (1978) trad Bob Dylan in Japan op. Twee concerten resulteerden in de aanvankelijk alleen in dat land verkrijgbare elpee At Budokan. Ik zag de geïmporteerde dubbelaar destijds in Londen in een platenzaak nabij het Hammersmith Odeon liggen: peperduur. Na een tijdje kwam de plaat ook buiten Japan uit. Er was en is veel kritiek op: The Rough Guide to Bob Dylan is er niet over te spreken. De cd-beluistering, gisteren, beviel me goed. Dylan wordt begeleid door acht muzikanten en drie zangeressen. Een stampende Maggie’s Farm (met prominente blazers en een viool die ook in All along the Watchtower soleert), een aparte reggaeversie van Don’t think Twice, it’s all right, bongo’s en een scheurende sax in One more Cup of Coffee, en een spookachtig Oh, Sister. Prachtig.


03-02-07. (Met gevaar voor eigen leven naar de supermarkt gereden: op de parallelle tramrails reed de RandstadRail proef, doodeng.) Afgezien van het huidige weekend was het de laatste dag van een zowat zesweekse vakantie en de eerste dag daarvan dat ik me serieus bezighield met Sabbatical. Met een korte onderbreking van halftwee ’s middags tot tien voor acht ’s avonds de print van Sabbatical in Progress (de afleveringen 1 januari t/m 27 december 2006) gecorrigeerd, van acht tot halfelf het manuscript van Sabbatical gelezen. Ik kwam zowaar weer een paar slordigheden tegen – onbeduidende slordigheden maar toch slordigheden. Over de roman als geheel ben ik nog steeds te spreken, ik hoef me er waarschijnlijk niet voor te schamen. Maar goed, dat zegt niets over het oordeel van anderen. Ik wacht sinds begin november op respons van een aantal uitgevers.


04-02-07. Geen leuker vermaak dan leedvermaak (zolang er geen persoonlijk leed aan de orde is). Zaterdagochtend vrolijk wakker geworden met Teletekst: RandstadRail had weer proefgereden maar de HTM dorst het nog niet aan personen te vervoeren. Er moet nog een keer controle uitgevoerd worden door ‘een onafhankelijke controleur’. Ik bekeek zojuist TV West Teletekst, belust op nieuwe trammalleur. En jawel hoor: ‘In Den Haag zijn zaterdagmiddag twee trams van lijn 15 ontspoord.’ Ik citeer dat grinnikend omdat ik diezelfde middag als fietser te maken kreeg met een fluim van een buschauffeur. Ik omzeilde op de Leyweg een stukje fietspad, een bus kwam me achterop, de chauffeur sprak passerend via zijn luidsprekers: ‘Je moet op het fietspad rijden, klootzak!’ Klootzak? Ik ging rechtdoor, hij rechtsaf – en moest voor me stoppen. Ik zwaaide geniepig, had ook een middelvinger kunnen opsteken.


05-02-07. Gewerkt aan het fatsoeneren van de Verhuisberichten – een tekst van oorspronkelijk zo’n 27.000 woorden (inmiddels teruggebracht tot omstreeks 21.000) waarin ik in 1994 mijn toenmalige verhuizing vrijwel dagelijks beschreef en die ik plunderde ten behoeve van de verhuizing van Tom Veers in de roman Sabbatical. In de loop der jaren verander je van opvatting. In Sabbatical was ik begonnen met het afzien van de komma voor het woordje ‘en’, ook als het geen opsomming betrof. De Verhuisberichten wemelden van komma gevolgd door ‘en’. Het zou de correctie vereenvoudigen als ik daar met ‘zoek en vervang’ korte metten mee maakte. Ik zocht en verving, maar beging daarbij een blunder: ik had ‘komma-spatie-en-spatie’ moeten vervangen door ‘spatie-en-spatie’ – ik vergat de beginspatie. En nu zat ‘en’ overal aan het voorafgaande woord vast. Dit ongedaan maken (zoeken op ‘en-spatie’) duurde lang.


06-02-07. Vaak is goede daden doen een heel gedoe. Iemand ligt verdrinkend in de plomp. Erin springen? Het is koud en nat. En bovendien: botulisme, ratten, vogelpest, ziekte van Weil. Je redt er een leven mee maar is het dat wel waard? Zaterdagmiddag fietste ik langs de Vliet en werd ingehaald door een lesauto, die een wieldop verloor. De wieldop rolde in de berm. Ik stapte af, viste de wieldop uit de berm en zette de achtervolging in. De rijlesser wist van wanten: de auto had een flinke vaart. Ik stond op de pedalen en vergde het uiterste van mijn longcapaciteit. Bij een stoplicht kwam ik langszij en reikte de instructeur via het neergedraaide raam zijn wieldop aan en vervolgde nahijgend mijn weg. Mijn hand was er gitzwart van geworden, ik reinigde hem in mogelijk hondenpisbacteriën bevattend bermgras.


07-02-07. ‘My mouth feels like Bob Dylan slept in it,’ klaagde Elvis tegen het publiek toen de droge Las Vegaslucht hem op de keel geslagen was en Gatorade drinken niet hielp. Als ik vroeger naar Bob Dylan luisterde genoot ik meer van de muziek dan van zijn stem. Het ging me om de levenslustige, humorvolle teksten, de even levenslustige en uitbundige begeleiding. Als ik naar zijn recentste cd’s luister is het vooral zijn stem die door merg en been gaat. Die is donkerder, bluesier geworden, wat goed past bij de muziek, die tegenwoordig rootsier is dan ooit. Met de instrumenten die op Modern Times (2006) gebruikt worden (plus orgel en wat toeteraars) zou Dylan het veertig jaar oudere Blonde on Blonde (1966) opnieuw kunnen opnemen: guitar (3x), harmonica, piano, bass, cello, drums, percussion, steel guitar, violin, viola, mandolin.


08-02-07. Hij typt niet meer met tien vingers, hoewel hij het bij muziek van Victor Silvester geleerd had. Bij een tentoonstelling van zijn werk had hij een paraplu bij zich, waar hij af en toe op leunde alsof het een stok was. Maar als de mond opengaat is het gewoon weer Jan Wolkers: ‘De schilder zonder naam zal heel bekend worden, op den duur,’ zei hij gisteravond in de aanbevolen documentaire van Coen Verbraak. De dood had het hoogste woord. De dood van zijn broer (lees Kort Amerikaans), de dood van zijn dochtertje (lees Een roos van vlees), de dood van zijn kat (lees De junival). Een jubileum: Wolkers is 50 jaar schrijver, in 1957 werden zijn eerste gedichten gepubliceerd. (Vorig jaar was hij 60 jaar schrijver, als je rekent vanaf de prachtige brieven aan Wim de Kler.)


09-02-07. Het was weer rep, het was weer roer. Laatst kregen we ingewreven dat de zeespiegel over een paar jaar Loosduinen overstegen zal hebben, gisteren werd het Journaal volledig gevuld met berichtgeving over sneeuwval. (Sneeuwval? Is dat een nieuw verschijnsel? Nee, vroeger sneeuwde het ook. En werd er dan het hele Journaal mee gevuld? Welnee, de weerman zei dat het sneeuwde en dat was dat. Dus er stond niet zo’n oetlul van een verslaggever op een brug over de snelweg te vertellen dat grote en kleine sneeuwvlokken elkaar afwisselden? Tuurlijk niet, wat een flauwekul. Het sneeuwde, en dan trok je kaplaarzen aan en dan ging je sneeuwballen gooien. En er werd geen weerswaarschuwing gegeven? Ben je gek.) Ik schrijf dit donderdagavond omstreeks 23.45 uur, er is geen sneeuw meer te bekennen. Dat zal de Journaalredactie niet lekker zitten.


10-02-07. Heerlijk, eindelijk weer een enquêteformulier in de bus! ‘Wij hebben u representatief uitgekozen’ – dat is raar, de envelop is niet geadresseerd. Erin zit mijn ‘persoonlijke opinieformulier: opinieformulier nr. 259/847’. Er wordt geen middel onbeproefd gelaten om de schijn van betrouwbaarheid te wekken en dan weet je dat je op je hoede moet zijn. Je ontvangt na het invullen een setje euromunten ‘Finland’ en ook nog een horloge ‘van tijdloos design’. Gratis, afgezien van de 4,90 euro verzend- en verpakkingskosten. Enfin, een hoop onzinvragen waar je onzinantwoorden op kunt geven (‘Daar heb ik nog niet over nagedacht’). Overigens een aardig onderwerp, euro versus gulden. Stel dat de gulden nog bestond. De luxe editie van de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans kost per deel 75 euro, ofwel 165 gulden. Voor die prijs zou helemaal niemand tot aanschaf overgaan.


11-02-07. Gisteren het manuscript Sabbatical nog een keer kritisch doorgenomen. Op 2 februari had ik dat voor het laatst gedaan. Die dag een paar verbeteringen aangebracht, sommige eigenlijk te onbeduidend voor woorden: ‘weleens’ is dankzij het nieuwe Groene Boekje veranderd in ‘wel eens’. (En ‘te voorschijn’ in ‘tevoorschijn’ – als je dat niet weet kom je er alleen achter door er toevallig achter te komen – want wie zal er voor de aardigheid in dat Groene Boekje gaan controleren of ‘weleens’ nog steeds ‘weleens’ is?) Zaterdag van halfelf tot tien over halftwee het manuscript gelezen en daarbij een paar stilistische verbeteringen aangebracht. Van een domme fout verbaast het me dat ik die toen pas opmerkte: ‘Eenmaal keer’ stond er, in plaats van ‘Eenmaal’ of ‘Een keer’. Voor de rest bevalt het manuscript me nog steeds, een soms nogal bittere komedie.


12-02-07. Het kan geen kwaad alvast te attenderen op wat er over meer dan een maand gaat gebeuren. Dan (op 23 maart) zijn we weer op Radio West te horen, en daarom zond ik de supervisor van Hot Talk een tekstje om op www.rtvwest.nl te plaatsen: ‘In deze speciale lente-uitzending over de gemeente Buisdorp komen alle aspecten van de liefde aan bod, zoals de ins en outs van een huwelijksnacht en de seksuele voorlichting die er nog in vertrouwde handen is van de bejaarde voorzitter van de oudercommissie. Interviews en voordrachten worden gelardeerd met meer dan romantische muziek. Samensteller en gastpresentator Martin de Jong wordt terzijde gestaan door Esther Lammers, Marijke Bruwin Veening en Hans Ruitenberg.’ Ik had dat eerder moeten doen: er was net een tekst op de site geplaatst, die nauwelijks verband hield met onze plannen.


13-02-07. In het ene deel van de wereld heerst er hongersnood, in het andere kampt men met overstromingen. Zelf had ik gisteren dankzij langdurige e-mailmalleur duizelingwekkende paniekaanvallen. Op mijn werk controleerde ik ’s morgens via de webmail binnengekomen berichten, ’s middags wilde ik dat opnieuw doen. Ik vulde gebruikersnaam en wachtwoord in, drukte op Enter – en de ingevulde gebruikersnaam en het wachtwoord werden niet geaccepteerd. Mijn wachtwoord gekraakt? Helpdeskdame: ‘Wat is uw wachtwoord?’ Ja, ik ga daar een beetje mijn wachtwoord door de telefoon roepen. Gauw naar huis. Outlook aangezet. Na een tijdje gepruttel: ‘foutnummer 0X800CCC19’ – nou, dan weet je het wel. Helpdeskheer: ‘Klopt meneer, er is een probleem met de mail, er wordt aan gewerkt.’ Ik had die middag voor 5,35 euro blitse pantoffels gekocht waar ik een gezellige avond mee van plan was. Gaat niet door.


14-02-07. Het is Valentijnsdag, daarom een citaat uit Zoute griotten: ‘Jardina lachte naar hem, hij wist niet wat hem overkwam. Hij probeerde links en rechts om haar heen te kijken, maar het was hopeloos. Hij reikte haar het essay aan. Toen ze het aanpakte raakten twee of zelfs drie vingers zijn hand. Je zag het weleens in een Journaalitem dat eindigde met een gironummer. Een land hier ver vandaan waar ze een andere taal spraken en er eigengereide zeden en gewoontes op na hielden. Beelden van een omgewoeld interieur waarin een voorovergetuimelde boekenkast een ravage had aangericht. In de keuken van het total losse huis potten en pannen tussen de scherven op de vloer. Overlevenden die volkomen uit het lood geslagen vertelden dat ze waren getroffen door een aardbeving die hun bestaan ontwricht had. Jardina was Everts aardbeving.’

15-02-07. In Den Haag wordt opgelucht gelachen. Het college van burgemeester en wethouders is gevallen. De oorzaak: het meer dan dwaze verkeerscirculatieplan (de naam alleen al). Niemand wil zoiets, behalve de bedenkers ervan. Als het door zou zijn gegaan, zouden vele inwoners van Den Haag flink hebben moeten omrijden als ze hun huis wilden bereiken – zo dat nog mogelijk zou zijn. Doel van het plan: de luchtvervuiling terugdringen. Maar als je moet omrijden om je huis te bereiken dan zit je langer in de auto, dan draait de motor van de auto langer, dan worden er dus langer uitlaatgassen uitgestoten en neemt de luchtvervuiling juist toe. Nadeel van het niet doorgaan van het plan is dat ook de wegwerkzaamheden en de chaos van dien geannuleerd zijn: daar waren we met de komst van de RandstadRail verknocht aan geraakt.


16-02-07. The day after the day after. Valentijnsdag was twee dagen geleden, her en der zijn door teleurgestelden de wonden gelikt en daar waar er geen wonden geslagen werden is er misschien ook gelikt – ik kan niet overal gaan aanbellen om te vragen hoe of wat. Daags na sinterklaas, kerst en Pasen gaat het bijbehorende snoepgoed in de uitverkoop, gisteren bij de kruidenier geen afgeprijsde Valentijnsvreterij gezien. Valentijnsdag is hier nog steeds een Nederlandstalige aangelegenheid. Als je de weerzinwekkende Engelstalige reclameboodschappen hoort zou je denken dat iedereen het Engels beheerst. Maar TV West speelde het eergisteren klaar een item aan Valentijnsdag te wijden waarbij als achtergrondmuziek My funny Valentine klonk. Daarin werd gezongen: ‘Your looks are laughable, unphotographable’ en: ‘Is your figure less than Greek / Is your mouth a little weak’ – het zal je maar gezegd worden.


17-02-07. Een ludieke actie heette zoiets vroeger. ‘Warme Truiendag’ – een geinigheidje om het milieu (en indirect de wereld) te redden: de kachel uitzetten en een trui aantrekken. Ik wist niet dat het Warme Truiendag was. Ik lag Adonis (ofwel Bel-Ami) van Guy de Maupassant te lezen, met de kachel uit en een trui aan want het was aangenaam weer (zal je altijd zien). Ik had wel iets opgevangen over een nog grootsere wereldreddingsactie: Live Earth, een initiatief van Al Gore. Hij wil met een aantal popconcerten het startsein geven voor een wereldwijde actie tegen opwarming van de aarde. Popconcerten? Heeft die man enig idee hoeveel stroom er getrokken wordt als The Rolling Stones in een stadion staan? Hoeveel trucks er daarvoor milieubedervend onderweg zijn? (Trouwens, als de aarde opwarmt moet je gewoon het heelal laten afkoelen. Makkelijk zat.)


18-02-07. Het kattencircus is weer compleet: sinds gistermiddag is logeerkat Loekie hier inpandig. Hij arriveerde op het moment dat poes Gregor in een fase van aanhankelijkheid zat. Voorheen was dat vanwege krolsheid, nu daar geen kans meer op bestaat heeft ze toch zo af en toe periodes dat ze op schoot wil zitten of liggen. In de praktijk betekent dat dat wanneer ik zit te schrijven zij zich tussen pen en papier probeert te wringen en wanneer ik lig te lezen op mij wil komen liggen – het zou een aardige variant kunnen zijn op de onlangse Warme Truiendag: kachel uit, poes op schoot! Loekie kwam de kamer in, zag Gregor en er volgde een wederzijdse snuitbesnuffeling: dat was nog nooit vertoond, tussen die twee. Later die middag las ik De Nekslag (van Émile Zola), bedolven onder twee katten.


19-02-07. ‘Virginie had haar midden op haar blote arm geraakt, boven de schouder,’ las ik in De Nekslag (van Émile Zola) op pagina 36-37. Dat was dus een arm die boven de schouder doorliep. Die Nekslag uit de titel is een etablissement. Als ik geen Nekslag over het hoofd gezien hebt wordt het in het 514 pagina’s dikke boek veertien keer ‘De Nekslag’ genoemd en vijf keer ‘de Nekslag’. ‘Vind u het goed,’ begint op pagina 148 een vraag. Alleen als ‘vind’ met dt wordt geschreven, zou ik zeggen. Wie was op pagina 265 die Abdel-el-Kader? Noot 23 verwees ernaar – maar ik werd niets wijzer van de toelichting want het was in werkelijkheid noot 13. Ik kocht deze prachtige gebonden uitgave van Veen op 18 maart 2004 voor 34,90 euro (ofwel 77 gulden). Schandalig slordig, voor dat geld.


20-02-07. Vijftien euro is een fors bedrag voor een boekje van 125 pagina’s. Het is geschreven door Erwin Mortier, die erin verslag doet van zijn belevenissen met de aftakelende Gerard Reve. Mortier is een Vlaming en zal dus het Nederlands niet geweldig goed beheersen. Dat geeft niet, er zijn altijd nog redacteuren – die zou een gerenommeerde uitgeverij als De Bezige Bij althans moeten hebben. Mortier kent het verschil niet tussen ‘wiens’ en ‘wier’ en dus staat er op pagina 75: ‘een matrone wiens bovenlijf’. Je zegt: iets ‘ademt een sfeer’ – niet ‘ademt een sfeer uit’. Op pagina 13 ademt het Landgoed ‘een okerkleurige treurnis uit’, de muren ervan ademen op pagina 38 ‘een ten hemel schreiende eenzaamheid uit’. (En dan ook nog in het nawoord de geleerde uithangen met ‘existentiële ongerijmdheid’ en het ‘parafilosofisch lichaam’ van Harry Mulisch.)


21-02-07. Een grijze dinsdagmiddag en een klein zaaltje: de laatste Robert Altmanfilm zag ik in een filmhuis en niet in zo’n megabioscoop waar het geluid niet alleen uit de speakers komt maar vooral ook van het massale graaien in de popcornemmers. Robert Altman (MASH – Gosford Park – Short Cuts – Nashville – The Player) maakte fenomenale films voor fijnproevers. In A Prairie Home Companion (die zag ik) komt de wereld van Garrison Keillor tot leven. Een jaar of twintig geleden kocht ik, opgejut door het enthousiasme van Kees van Kooten (die Keillor voor de radio interviewde) Lake Wobegon Days, waarin Keillor het leven in zijn imaginaire Lake Wobegon heeft opgetekend. Ik kon er toen niet doorheen komen, ik denk dat het ditmaal wel gaat lukken. Wat de film betreft – mocht die in de buurt draaien: gaat dat zien, gaat dat zien!


22-02-07. De uitzending is over vier weken en de eerste repetitie zit er al op. Gisteren met Esther en Hans (Marijke verblijft tien dagen in den vreemde) de tekst van het Hot Talkscript doorgenomen. Het ging er vooral om de verschillende teksten en monologen te timen, de beoogde stemmen waren nog niet zo van belang – al zat Hans meteen al goed toen hij Arie Wietzen en later professor Bomba vertolkte. De hoeveelheid gesproken woord plus muziek komt aardig uit maar er zijn variabelen waar we geen greep op hebben: duur van Journaal en reclame, die van het interview met de Straatnieuwsverkoper, van een tekst die in aantocht is, van beide liedjes die Hans gaat zingen. Moet ik in het eerste uur If you talk in your Sleep (2 minuut 34) vervangen door Attractive Female wanted (4 minuut 14)?


23-02-07. Er was voor 2011 een rookverbod in de horeca voorzien, minister Klink wil dat in 2008 al voor elkaar krijgen. (Ik rook niet, dus de versnelde invoering laat me koud.) Het frappeert dat zo’n figuur zo gretig de publiciteit zoekt. Nog maar net beëdigd, nu al met een ferm voornemen op Teletekst. In de Fritz Langfilm M (1931) zitten caféscènes die zich door de rookontwikkeling in dichte mist lijken af te spelen. Humphrey Bogart pafte zijn sigaretten, Clint Eastwood in spaghettiwesterns zijn doormidden geknipte sigaren. In tv-series uit de jaren zestig wordt volop gerookt: andere tijden, andere zeden, andere normen, andere waarden. Tegenwoordig is roken uit den boze, evenals andere ongezonde dingen. Over dertig jaar wemelt het van de kerngezonde demente bejaarden – want als het lichaam goed blijft functioneren dan valt op den duur de geest uit.


24-02-07. Eerst eraan moeten wennen dat Ronald Plasterk minister is, vervolgens moeten zien dat hij een afzichtelijke hoed op zijn vroegoude hoofd zet als hij de straat opgaat. Wat bezielt hem? Heel het land heeft kunnen zien dat die hoed hem niet staat. Goed, ik heb ook een hoed: een authentiek Engelse bolhoed van de firma Dunn, die ik in december 1980 voor 30 pond in Londen kocht. Maar die hoed draag ik nooit. Stel je voor dat ik gevraagd zou worden voor een ministerspost en dat ik dan om aandacht te trekken mijn bolhoed zou opzetten! Dan zouden de mensen denken: die heeft een gaatje in zijn hoofd want er zit een hoed op. (Dat is waar ook: Harry Mulisch draag soms zo’n zelfde lachwekkende Plasterkhoed. Ik denk dat Plasterk de Mulisch van Balkenende IV wil worden.)


25-02-07. De president van de Nederlandse Bank waarschuwt opkopers die ABN Amro willen opsplitsen, aldus Teletekst. Ik heb geen plannen op dat gebied, dus voel me niet aangesproken. Ik ben opgevoed met de vanzelfsprekendheid dat je spaart voor iets: je had als kind een spaarbankboekje (‘voor later’), je kon schoolsparen. Een salarisrekening bracht nog rente op (over het laagste bedrag dat er die maand op stond). Zowat twintig jaar geleden meldde ik me aan bij een spaarinstelling waar je 7,8% rente kreeg plus jaarlijks een winstdeling (die nog eens 0,3% opleverde). Bestaat allemaal niet meer. Een girorekening hebben kost geld (Postbank Betaalpakket 2007: 29,95 euro), de spaarinstelling die nog steeds mijn liggende gelden bewaakt keert momenteel 2,7 % rente uit (en geen winstdeling). Vandaar dus dat er zoveel mensen zijn die geld lenen, in plaats van te sparen.


26-02-07. Over vijftig jaar hebben we een vorstin die de voornaam heeft van een dienstbode uit een toneelstuk van Herman Heijermans. (Ik moest indertijd erg lachen toen gestraatinterviewde onderdanen Amalia zo’n mooie naam vonden. Ja, een zeer prinsesselijke naam.) Koningin Amalia heeft aan moederskant Zuid-Amerikaanse voorouders. Als je vaderskant bekijkt kom je ook niet veel Nederlands bloed tegen: grootvader Claus een Duitser, overgrootvader Benno een Duitser, betovergrootvader Hendrik een Duitser. Wat zou die clown Wilders daar nou van vinden? Leden van de regering met twee paspoorten, tsjonge, wat een schande. Je kunt ook gaan klagen over de christenen in het kabinet: die hebben wel trouw aan de grondwet beloofd maar diep in hun hart geldt hun loyaliteit uiteraard hun opperwezen. (Trouwens, ook binnen de christensector heb je potentiële loyaliteitsconflicten: de een is griffemeerd, de ander van paapsen bloede.)


27-02-07. Ik denk dat ze meteen al indruk maakte: ik herinner me Sylvia Kristel die te gast was bij Willem Duys. Ze had de Miss Televizier verkiezing gewonnen en zou ook een Miss Europa tv-verkiezing gaan winnen en die won ze. Ze zou een beroemd actrice worden en dat werd ze. Ze had dezelfde bravoure als Jan Cremer, die wel even een wereldberoemde schrijver zou worden en een wereldberoemde schrijver werd. Zondagavond werd er een documentaire over haar uitgezonden. Leuke archieffragmenten, fraai contrasterende beelden van de jonge en de rijpere Sylvia die make-up aanbracht. Schrijvers liepen met haar weg: Hugo Claus in de eerste plaats, maar ook W.F. Hermans zag wel wat in haar. De bravoure van toen had plaatsgemaakt voor niet minder ongebreidelde openhartigheid: we mochten mee op bezoek bij de dokter die haar op kanker controleerde.


28-02-07. Ik ga ervan uit dat de (tegenwoordig maximaal tien) dagelijkse lezers van deze rubriek voldoende culturele bagage bezitten om zonder nadere toelichting te weten waar ik op doel als ik het heb over Laurel & Hardy en een pianoverhuizing. De beide verhuizers probeerden een piano vele traptreden op te krijgen, ik was gisteravond in de weer om een tweedelig bankstel de trap af te krijgen. Buurvriendin Esther wilde van haar bankstel af en voorzag dat zij het samen met haar logerende moeder niet voor elkaar zou krijgen en voor je er erg in hebt gaat dan bij Martin de telefoon en wordt hij uitgenodigd voor een kop koffie en o ja, ‘misschien kan je dan ook even helpen met sjouwen’. Ik volgde het voorbeeld van Laurel & Hardy en liet het bankstel bonkend de traptreden af stuiteren.


01-03-07. Als je geen haast heb, waarom zou je dan 120 rijden? Ik moest in Hoogezand-Sappemeer zijn. Ik vertrok om kwart over tien, er was geen filevorming, ik reed rustig en was tegen halftwee op mijn bestemming. Een uur later zat mijn missie erop en ving de terugreis aan. De routeplanner had hiervoor een andere route dan de omgekeerde heenreis gekozen. Na een paar kilometer vertrouwde ik die niet en zorgde dat ik op de A28 kwam. Als ik flink gas gaf zou ik in Rijswijk nog voor sluitingstijd bij C&A kunnen zijn, dus 120 gaan rijden. Even voorbij Utrecht ontstond een opstopping waarin ik een uur stil kwam te staan. Ik kreeg er genoeg van en sloeg de weg naar Woerden in, die me via kleine plaatsjes weer op de A12 bracht. Ruim na halfacht pas thuis.


02-03-07. Soms sta je versteld. Hoe vaak krijgt een boekhandel de kans zoveel tamtam te ontketenen als bij het verschijnen van een nieuwe A.F.Th.? Ik was om kwart over tien bij Paagman Rijswijk, waar het boek nergens uitgestald lag. Aan de balie een jonge verkoopster. ‘Ik kom voor Het schervengericht.’ Er rinkelde geen bel. Ze tikte de titel in. Ik las mee, ze had geschreven: Stervensgerecht. Dat was niet helemaal correct. Ik zei dat het boek op 1 maart in de winkel zou liggen. Een andere jonge verkoopster bemoeide zich ermee. ‘Vaak wordt het dan toch weer uitgesteld.’ De eerste jonge verkoopster probeerde het weer: ‘Hoe schrijf je Heijden?’ ‘Mevrouw, u werkt in een boekwinkel!’ De andere verkoopster wist dat het met een ‘lange ij’ was. Het boek was leverbaar, mogelijk nog niet uitgepakt, gebeurde wellicht ’s middags.


03-03-07. Ik griep een beetje (beginnende keelpijn en rillerigheid) en daarom kwam ik op de eerste leesdag maar tot pagina 341. Een regisseur zit onder een schuilnaam gevangen. Hij koos de achternaam Woodehouse – een o te veel voor een ode aan de schrijver P.G. Wodehouse. Pas toen ik op pagina 165 las over een ‘glansrijke Londense première in 1968’ dacht ik: o ja: Rosemary’s Baby, Rosemary Woodhouse. De eerste zin van het hoofdstuk dat op pagina 147 begint is een variatie op de eerste zin van Het proces van Franz Kafka. Op diezelfde pagina wordt gerefereerd aan Hitchcock die een fietslampje in een glas melk liet monteren. Dan gaat het over de film Suspicion (1941) waarin mogelijke moordenaar Cary Grant met een lichtgevend glas de trap opgaat. En zo leest A.F.Th. soms als Marisha Pessl. Gauw verder lezen.


04-03-07. Heet zoiets niet synchroniciteit? (Ik ben te grieperig om Jung erop na te slaan.) Het is als toen Van Leeuwenhoek de microscoop uitvond: een of andere Zwitserse knakker deed dat ongeveer tegelijkertijd. (Te grieperig om de Grote Spectrum Encyclopedie erop na te slaan). In Sabbatical tracht Tom Veers met zijn kennis van Mud indruk te maken op Lily Siluur. Hun hits werden geschreven door Chinn en Chapman, hij noemt die ‘de Gershwin en Gershwin, de Ellington en Strayhorn en de Leiber en Stoller van de jaren zeventig’. Op pagina 464 van Het schervengericht worden als roemruchte componistenduo’s genoemd: ‘Rodgers & Hart, Leiber & Stoller en Gershwin & Gershwin’. En over synchroniciteit (of zo’n ander duur woord dat erop lijkt) gesproken: gisteravond werd de film Helter Skelter uitgezonden. (Wegens grieperigheid maar tot pagina 676 in Het schervengericht doorgedrongen.)


05-03-07. In Het schervengericht bewerkt A.F.Th. de werkelijkheid: hij maakt van bestaande personen romanpersonages. De lezer herkent Remo (Roman Polanski), Sharon (Tate), Charlie (Charles Manson), filmsterren als Jack (Nicholson) en Anjelica (Huston) en clanleden als Squeaky (Fromme). Soms zijn naamsveranderingen hilarisch: Nastassja Kinski wordt op pagina 645 door Charlie ‘Ramanassja’ en ‘Calabassja’ genoemd, en op de volgende pagina ‘Nakatassja’. Filmliefhebbers zitten voor minder dan een briefkaart op de eerste rang en kunnen als in het programma van Bob Bouma raden naar welke films verwezen wordt: The fearless Vampire Killers (The Vampire Destroyers bij A.F.Th), Valley of the Dolls (Canyon of the Dolls), Chinatown (Chicane Town) en de geslaagdste hertiteling: Five easy Pieces (Two minutes Waltz). Ook leuk, op pagina 1008: het boek Mars in Scorpio (het ongeschreven gebleven ‘mystiek martelboek’ dat Gerard Reve in Nader tot U aankondigde).


06-03-07. Een boek van 1051 pagina’s schrijven is een heidens karwei. Bij het redigeren van de voltooide tekst worden er fouten en inconsequenties uitgehaald. De tekst wordt (hopelijk) nog een keer gecorrigeerd en dan op hoop van zegen gedrukt. Vervolgens slaan schrijver, redacteur en corrector zich voor hun kop als ze dan toch allemaal ergens overheen hebben gelezen. In Het schervengericht staat op pagina 252 een overbodig aanhalingsteken na ‘zei Remo’. Op pagina 723 wordt ‘het luidruchtige gesnater van een dolfijn gelimiteerd’ in plaats van ‘geïmiteerd’. Pagina 755: ‘konden door de fontanellen konden de schedelbeenderen gaan kruien’. Op pagina 1002 struikelde ik over: ‘Hij was de eerste en enige klant in het café’. Ik zou daarvan gemaakt hebben: ‘Hij was de eerste en bleef de enige klant in het café.’ (Dit alles onder het motto: ‘leve het kommaneuken!’)


07-03-07. Toen ik de verkeersinformatie beluisterde hoorde ik dat er op de A59 een vrachtwagen gekanteld was. Tegen de tijd dat ik daar was hadden ze die vrachtwagen wel weer overeind gekregen, desnoods met Viagra. Dat was het geval, maar vanwege een aangetroffen auto met explosieven was de toen de A59 afgesloten. Ik bladerde al voortrazend in een wegengids. Als ik overstapte op de A27 kon ik een binnenweggetje nemen – dat bleek de A59 te zijn. Die werd pas vlak voor Den Bosch afgesloten, je kon gewoon de ringweg op. Na een foutieve afslag de weg gevraagd aan iemand die een langdradig persoon bleek te zijn. Ik moest langs een supermarkt die zo en zo heette maar die vroeger zo en zo geheten had. (Intussen probeerde de enthousiaste hond van de langdradige man mijn auto binnen te klauteren.)


08-03-07. 1. Vergat te vermelden dat het verlaten van Den Bosch geen makkie was. De routeplanner droeg me op ‘in noordelijke richting’ te vertrekken. Maar waar was het noorden? Volgens mij is het noorden in Noord-Brabant overal. (Anders zou het geen Noord-Brabant heten.) 2. Ik zag gisteren drie films op dvd: Hollywood Ending, The Big Lebowski en Bridges of Madison Country, plus drie afleveringen van Charmed. 3. Eergisteren zag ik in de bioscoop voor de tweede keer A Prairie Home Comepanion en thuis op dvd bovendien Rosemary’s Baby. Daarin heet Rosemary ‘Woodhouse’, in Het schervengericht noemt de regisseur zichzelf Remo ‘Woodehouse’. 4. Ik schreef A.F.Th. van der Heijden een brief waarin ik hem complimenteerde maar ook verzocht eens na te gaan waarom ik niks van Querido hoor: op 1 november zond ik het manuscript van Sabbatical ter beoordeling.


09-03-07. Het is zo simpel en je hebt zoveel lol: ongewenste bellers terugpesten. De telefoon gaat (het is etenstijd). De nummerherkenner herkent het nummer niet, ze hebben zichzelf onherkenbaar gemaakt. Mooi zo. ‘U spreekt met huppeldepup van KPN.’ ‘Dat kunt u wel zeggen, maar dat kan iedereen wel zeggen. Hoe kan ik weten of u echt van KPN bent als uw nummer niet herkend wordt?’ (En dan de verbinding verbreken.) Ook altijd leuk: de Postbank. Ik neem op, zeg: ‘Met Martin.’ Dan komt de vraag: ‘Is de heer of mevrouw M. de Jong thuis?’ Antwoord: ‘Nee’ (en opgehangen). Ze zijn hardleers want het is nu al een keer of vier gebeurd dat ik opneem en meteen de verbinding verbreek nadat er gezegd is: ‘U spreekt met zussenzo van de Postbank.’ Het bord voor de Postbankop moet immens zijn.


10-03-07. Nog dertien dagen dan mogen we weer twee uur op Radio West onze gang gaan. De Hot Talkuitzending zal gewijd zijn aan lente en liefde in Buisdorp. Gisteren was er een tweede repetitie met Esther en Hans, waarbij opnieuw de stopwatch ingedrukt werd. Ik geloof dat we aardig uitkomen met tekst en muziek, al zijn er nog een paar variabelen waar we (nog) geen vat op hebben: we wachten op een tekst, waarvan de voorleesduur dus onbekend is. Geeft niet, de voordracht is aan het slot van het eerste uur en wordt omlijst door maximaal 7 minuut 43 seconden muziek waarin gesneden kan worden. Het tweede uur gaat van start met een geïmproviseerd interview met Straatnieuwsverkoper Robert Donkers – daarvan is de duur vooraf niet te bepalen, maar inclusief nieuws en reclame moet 5 minuten het maximum zijn.


11-03-07. Het Hot Talkteam is sinds kort (en op proef) uitgebreid met Marijke, die veel in haar mars heeft, en haar CV over twaalf dagen kan aanvullen met ‘radiomedewerker’ – of ‘radiomedewerkster’, ik weet niet hoe erg het wat dat betreft met haar hang naar het politiek correcte gesteld is. Ik hoop dat het meevalt, want van politieke correctheid zal in de komende aan Buisdorp gewijde uitzending van Hot Talk weinig te merken zijn. Gisteren voor het eerst met Marijke gerepeteerd. Daar valt weinig over te vermelden want het ging vlekkeloos. En bovendien moeten er van tevoren niet te veel sluiertippen worden opgelicht. Een gedeeltelijke opsomming van artiesten wier muziek gedraaid wordt kan minder kwaad, daardoor worden luisterweifelaars wellicht over de streep getrokken: Nina Simone, Harry Nilsson, Leon Russell, Rod McKuen, Laïs, Queen, Leonard Cohen, Elvis Presley, Frank Sinatra.


12-03-07. De politie is je beste kameraad en die pet past ons allemaal en nu mag ik ook nog meedoen met ‘sms-alert’. Blijkens de toelichting ontvang ik van de politie ‘gratis’ (de politie is dus nog niet geprivatiseerd) een sms-bericht als er iets aan de hand is. ‘Er is bijvoorbeeld een inbreker gesignaleerd in uw wijk, een oplichter is actief of een kind wordt vermist.’ Dat heeft elders in het land al geleid tot de aanhouding van een groot aantal verdachten en het terugvinden van vermiste kinderen. ‘Het is niet de bedoeling dat u zelf voor agent speelt en verdachten opspoort en aanhoudt.’ Dat is een zorg minder: ik heb niet veel zin om onmiddellijk de honkbalknuppel uit de kast te halen na elke sms dat er een ongure kop met een geruite pet en een ooglap rondwaart.


13-03-07. De ontdekking van de hemel heb ik acht of negen keer gelezen, dus ik vond het niet een grof schandaal dat het boek won. De verkiezing zelf was natuurlijk te gek voor woorden. Het beste Nederlandse boek aller tijden? Om een afgewogen keuze te kunnen maken zou je dan alle ooit verschenen Nederlandse boeken gelezen moeten hebben, daarvoor schiet een mensenleven tekort. En bovendien: ik denk dat je geen literaire topper zou kiezen. Boeken die de meeste indruk maken zijn kinderboeken: Pietje Bell in Amerika, Dik Trom en zijn dorpsgenoten, Tumult in een toeristenhotel, Het geheimzinnige eiland, Pinkeltje en de raket, De geest van de eenzame wolf, Vivat Kameleon. Enfin, de mensen zijn verzot op stompzinnige verkiezingen – wie weet komt er ooit nog eens een verkiezing van de mooiste kleur. (Ik bedoel de mooiste kleur aller tijden.)


14-03-07. Eigenlijk zou ik het over de vandaag begonnen Boekenweek moeten hebben maar de Postbank heeft voorrang. (Ach, het thema van de Boekenweek is Lof der zotheid en dan kom je algauw bij de Postbank terecht.) De afgelopen weken werd ik regelmatig door een Postbankknakker opgebeld. Omdat ik meteen de verbinding verbrak stuurden ze maar een brief, ondertekend door de een of andere ‘drs. V.P. van den Boogert MBA’. Iemand die zo met zijn titels pronkt, dat is al lachen. Mijn giropas verloopt binnenkort, ik kan voor slechts 5 euro op de nieuwe pas een afbeelding laten plaatsen – zie de website. Ik zag de website en las wat er allemaal niet afgebeeld mag worden: filmsterren, bedrijfsnamen, adressen, alcohol, drugs, tabak, naakt, politiek, pasfoto et cetera – gaat drs. V.P. van de Boogert MBA zeker persoonlijk controleren, ha ha ha!


15-03-07. Op de eerste dag van de Boekenweek drie geschenken bemachtigd (waarvan twee meteen weggegeven). Om ze te kunnen bemachtigen kocht ik onder meer de cassette met alle romans van Márquez. Ik heb nergens iets gelezen over de oplage van het Makgeschenk, maar doorgaans wordt er bekendgemaakt dat het om een recordoplage gaat. Flauw is dat: ze zouden dan ook bekend moeten maken hoeveel geschenken er aan het eind van de Boekenweek nog niet uitgereikt zijn. In 1998, bijvoorbeeld, was het geschenkboekje geschreven door Arnon Grunberg. Op de laatste dag van de Boekenweek kocht ik bij Paagman Den Haag een boek. Wilt u een Boekenweekgeschenk? Dat wilde ik wel. Wilt u er nog een? Kom maar op. (Er lag een enorme stapel, van wat overbleef namen de medewerkers een stapeltje mee naar huis, de rest werd onweggegeven geretourneerd.)


16-03-07. Ik zou haast zeggen: nog een week slapen maar de tijd gaat al snel genoeg als je elke ochtend gewoon opstaat. Hoe dan ook: over zeven dagen (vrijdag 23 maart, 21.00 – 23.00 uur, Radio West, zie www.rtvwest.nl) is de Hot Talkuitzending. Van de week voltooide ik de zesde versie van het manuscript en printte die ten behoeve van de medewerkers vijfvoudig. Maar gisteravond kwam de tekstbijdrage van Katharina Hermes binnen, die moet er nog tussen geschoven worden, en zo maak ik vandaag dus werk van de zevende versie. Ik bedacht gisterochtend een goeie grap (of eigenlijk een bad joke) die ook een plaatsje krijgt – en zo blijf je aan de gang met schaven, schrappen en fijnafstemmen. (Ik had ondanks het geconcentreerd turen op de tekst een foutje ontdekt.) Stel je voor dat ik een week zou slapen.


17-03-07. Adverteren doet begeren – of niet soms? De boekenwereld is een rare wereld. NOVA besteedde uitgebreid aandacht aan het verschijnen van de nieuwe A.F.Th. van der Heijden, er waren in dag- en weekbladen interviews met de schrijver te lezen en het boek kreeg overwegend goede recensies. Het schervengericht kwam om nummer 19 de Top 60 binnen. Niet hoog maar dat kwam misschien doordat het op een donderdag verscheen. In de tweede week bleek het boek in de lift te zitten maar helaas denderde die lift omlaag: het boek zakte naar de 31ste plaats. Ander voorbeeld: ik kreeg eergisteren een krant in handen waarin de dwaze verkiezing van beste boek aller tijden werd toegelicht. Van het winnende De ontdekking van de hemel zijn meer dan een half miljoen exemplaren verkocht. Hoeveel lezers hadden er een stem op uitgebracht? 1292!


18-03-07. Vrijdag is het de vijfde keer dat we twee uur op Radio West mogen vullen. Dat ik dat mag vind ik net zo bijzonder als ik het de eerste keer vond maar de blaséheid ligt op de loer. Supervisor Paul Waayers spreekt een spotje in, dat vanaf woensdag zo nu en dan wordt uitgezonden om luisteraars ertoe aan te zetten naar Hot Talk te luisteren. De eerste keer liet ik een cassettebandje meelopen, om die aankondiging niet te missen. De tweede keer deed ik dat ook, de derde en vierde keer dacht ik er geloof ik niet eens aan. Het schrijven van het draaiboek/script is gelukkig geen routinekwestie geworden. Ik had het idee dat de zesde versie ervan de definitieve was. Maar gisteren nog eens kritisch door de tekst gegaan – en zo ontstond er een zevende versie.


19-03-07. Ik snapte het vorig jaar niet, ik snap het dit jaar niet. Vraag 29a. Totaal van de algemene uitgaven: duidelijk. 29b t/m 29c zijn niet van toepassing, 29a t/m 29d opgeteld is dus gelijk aan 29a. Maar dan: 20f. Aftrekken: drempel. Wat is die drempel? Toelichting: ‘De hoogte van deze drempel hangt af van uw drempelinkomen. Zie Rekenhulp berekening drempelinkomen.’ Aldaar: ‘Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in de drie boxen, maar zonder uw persoonsgebonden aftrekposten en verrekenbare verliezen over vorige jaren.’ Ho wacht, nu ik het overtik begin ik het te snappen. Maar als ik 11,5% van mijn drempelinkomen invul dan heb ik niets aan die drempel want dan hoef ik op teruggave niet te rekenen. (Logisch dat ik vorig jaar niet ter verantwoording geroepen werd toen ik die vraag onvolledig invulde.)


20-03-07. Je leest wel eens over mensen die bij het opruimen van de zolder op een gebruikte Rembrandt stuiten – de kleuren zijn wat verschoten maar het schilderij brengt altijd nog een paar miljoen op. Gisteren kocht ik in een kringloopwinkel voor Marijke een oud kinderboek, getiteld Die leuke Marijke (geschreven door Annie van Kempen). Toen ik het las viel er wat uit. Geen gebruikte Rembrandt maar een bericht aan de ‘vriendjes en vriendinnetjes van Bolletje’: ‘Knip dit plaatje uit en plak het in het BOLLETJE-VAKANTIE-ALBUM, dat te krijgen is bij de bakker, voor slechts 39 cent.’ Op elke beschuitrol staan twee plaatjes afgedrukt: ‘Hiervan is er altijd één heel. Zijn er twee heel, dan is dat zuiver toeval en heb je geluk. De eerste serie bestaat uit 96 plaatjes van 15 landen.’ (Ik moet er nog 95 hebben.)


21-03-07. Vrijdagavond zijn we op Radio West te horen, van het draaiboek/script printte ik de achtste versie. Er komt spanning opzetten. Esther is lappenmandig, haar deelname is niet zeker. Als zij zich afmeldt zal Marijke, die dit nog niet weet, de rollen van Esther overnemen. Marijke arriveert morgen uit Frankrijk. De vorige keer dat ze daar zat werd er in het Haagse huis grenzend aan het hare een Duitser gegijzeld, zodat de politie blindelings de voordeur van Marijke intrapte – dat gaf haar bij terugkeer te denken. Gisteren werd er in een nabije Haagse straat een heel huishouden even gegijzeld, mogelijk heeft de politie uit voorzorg het huis van Marijke tot ontploffing laten brengen en dan is haar nieuwe voordeur voor niets geweest. (En zo vul ik de tijd maar met slap gelul, in afwachting van de uitzending vrijdagavond.)


22-03-07. Soms is het prettig om wakker te worden en te beseffen dat het maar een droom was. Dinsdagnacht bijvoorbeeld, droomde ik dat we bij Radio West in de studio zaten en dat ik het script thuis had laten liggen. Zoiets kan je in werkelijkheid beter niet hebben. Morgenavond is het zover, dan zijn we met z’n drieën (Marijke, Hans, moi) te horen. En dat betekent dat de vierde Hot Talkparticipant helaas definitief niet meedoet: Esther voelt zich er te gammel voor. Dat houdt in dat Marijke (die vanmiddag uit Frankrijk arriveert) de rollen van Esther in de schoot geworpen krijgt. Ik heb er goede hoop op dat ze zich in haar lot schikt want in de koelkast heb ik een nogal riante chocolademoussetaart staan en met een dergelijke lekkernij zet men zich over zijn eventuele bezwaren heen.


23-03-07. Luisteraars! Vanavond staat Hot Talk (Radio West, 21.00 – 23.00 uur) geheel in het teken van lente en liefde in Buisdorp, waarbij we ernaar streven ons bij het onderwerp ‘lente’ tot een enkel woord te beperken en het bij het aspect liefde met name zullen hebben over de lichamelijke. Er is prachtige muziek (Queen, Nina Simone, Leon Russell, Leonard Cohen, Bryan Ferry, Rod Stewart, Harry Nilsson, Laïs en anderen), er zijn tot nadenken stemmende voordrachten alsook tweegesprekken en driegesprekken. De verantwoording voor het gebodene ligt bij: Martin de Jong (samenstelling, teksten, muziekkeuze, presentatie, Bert Barrelmeijer en meester Martin), Katharina Hermes (tekstbijdrage), Marijke Bruwin Veening (Ankie Bion, Esmeralda en wijlen mama Bimba), Hans Ruitenberg (alle overige rollen alsmede zang en gitaarspel). Radio West is in Den Haag te beluisteren op lokale kabelfrequentie 88.9 FM en wereldwijd op internetfrequentie www.rtvwest.nl.


24-03-07. Ik geloof dat het wel goed ging. Er waren ’s middags twee generale repetities, een met Hans (die niet helemaal naar wens was) en een met Marijke (die voldeed). Nadat we gevuld waren met Chinees voedsel naar de studio gereden, terwijl Esther door Ellen thuisgebracht werd. Er was ditmaal geen disco aan de gang maar het ging er vrij levendig aan toe vanwege iets receptieachtigs van het programma Het andere oog. Het geeft toch altijd wat spanning, zo’n rechtstreekse uitzending van twee uur, want de timing moet kloppen, de juiste muziek moet gedraaid worden en de teksten moeten voor iedereen verstaanbaar zijn. Pas vanmiddag wist ik hoe lang de voordracht van Marijke zou duren, pas in de studio vernam ik hoe laat de gesproken column van Julius Pasgeld zou beginnen en hoe laat we klaar moesten zijn.


25-03-07. The day after hoort in het teken te staan van nagenieten maar ik raak juist gedeprimeerd als iets waar wekenlang naartoe geleefd is en waar je twee uur lang geconcentreerd mee bezig geweest bent weer voorbij is. Bij tegen middernachtelijke thuiskomst moe maar niet kunnen slapen wegens gezellige housemuziek bij de buren. Laat in slaap gekomen, vroeg ontwaakt, om acht uur bij het Prijzencircus. Ruimschoots op tijd om met aanzienlijke korting alle zes seizoenen van ’s werelds eerste cartoonsitcom te kopen: The Flintstones – ik vond dat ik mezelf maar eens een cadeautje moest geven, na de vermoedelijk geslaagde uitzending op Radio West. Dat vermoeden werd bevestigd door twee mailers die genoten bleken te hebben, en niet zuinig waren met hun complimenten aan het adres van proefmedewerkster Marijke (die dus mogelijk tot permanente nieuwe kracht zal worden gepromoveerd).


26-03-07. The day after the day after was feestelijk. De brievenbox bevatte twee cd’s met daarop de beide uren Hot Talk van the day before the day before. Tijdens de uitzending was ik geconcentreerd op het script, het uitspreken van teksten, het blazen op een van de toeters en het in de gaten houden van de klok – want de timing was cruciaal. Bij het beluisteren van de cd’s hoorde ik pas hoe feilloos technicus Kees Zuurbier de muziek erin bracht, hoe voortreffelijk Hans zijn stemmenregister bespeelde en dat Marijke bekwaam een eigen invulling gaf aan de rol van Esmeralda (die ze als understudy van helaas verhinderde Esther had overgenomen) klonk zij als Barbara van Kooten die voor Cock van der Laak speelde. (Mijn eigen improvisatie van twee minuten aan het eind van het eerste uur viel me mee.)


27-03-07. De aflopende wekker gaf tien over zes aan, mijn biologische klok wist niet beter dan dat het tien over vijf was. Daar kwam nog bij dat ten kantore de klok op de telefoon zes uur liet zien toen ik er om zeven uur arriveerde. Het ontwaken en op gang komen ging nog wel maar na een paar uur ontwikkelde ik een grote behoefte aan slapen. (Dat is anders overigens ook zo.) Mensen zijn door zo’n klokverzetting uit hun doen en prikkelbaar. ’s Middags betrad ik een C1000 supermarkt. Niet door de toegangsport maar langs een kassa, waar ik een mandje onder vandaan viste. Toen ik bij dezelfde kassa afrekende kreeg ik de onrechtmatige binnenkomst op mijn boterham. ‘Wilt u de volgende keer niet zo binnenkomen!’ Wat verbeeldde die onderontwikkelde trut van middelbare leeftijd zich. Ik, een radiomaker!


28-03-07. In welke P moest ik ook alweer zijn? Ik had er in het verhaal over Roxy Music over geschreven. Ik zocht het op, zag P2 staan en volgde ’s avonds de borden die P2 aangaven. Maar ik moest P2 niet hebben! Ik keerde om en zette de auto in P5 (vak A4) en liep naar de Heineken Music Hall. Stoelen op een waterpasse vloer, dat betekent dat het hoofd voor je het uitzicht belemmert. Het hoofd voor me ging nog wel maar daarvoor zat niet alleen een hoofd, er werden onafgebroken handen geheven om Bryan Ferry met een mobiele telefoon te filmen. Ferry leidde de aandacht van mijn ergernis af: fraaie Dylancovers, vrolijke stampers (Tokyo Joe), sfeervol obscuur werk (This Island Earth). Om oponthoud in P5 te voorkomen voor de toegiften vertrokken: leaving the building before Elvis.


29-03-07. Een dagboek kan een geheugenopfrisser zijn, niet alleen voor degene die het bijgehouden heeft, ook voor derden. Op 25 mei 1972 keken Jan en Karina Wolkers naar de film Dracula, die op de VPRO te zien was. Ik herinner me dat de cyclus van Universalfilms uit de jaren dertig werd uitgezonden onder het motto De zenuwen gieren je door de keel. Een feest, die films, voor een veertienjarige. Ook uit dit Dagboek 1972 van Wolkers blijkt dat het voorin Turks fruit afgedrukte ‘Erelid Pop-Music’ geen loze kwalificatie was: op 14 september 1972 werd er naar de elpee Weasels ripped my Flesh van Frank Zappa geluisterd. Overigens is dagboekschrijven wat anders dan romanschrijven: ongelukkige formuleringen zijn niet verbeterd. 26 augustus: ‘Bij de dokter ben ik vier ons afgevallen.’ Dan is hij daar zeker langs geweest om te kakken.


30-03-07. Een running gag in Dad’s Army was de wederhelft van captain Mainwaring. Mrs Mainwaring kwam nooit in beeld maar ze moest een geducht schepsel zijn. Even onzichtbaar was Mrs Columbo, de echtgenote van lieutenant Columbo. Die had in 1979 en 1980 echter wel een gezicht: toen werden de dertien afleveringen van de twee seizoenen Mrs Columbo uitgezonden. De rol van Mrs Columbo werd vertolkt door de destijds 24-jarige Kate Mulgrew (captain Janeway in Star Trek Voyager). In Mrs Columbo is zij verslaggeefster voor een wijkkrantje en lost en passant moorden op – terwijl haar man uiteraard buiten beeld blijft. Een aflevering van Mrs Columbo is toegevoegd aan de laatste twee dvd-boxen van Columbo. Columbo blijft leuk, Mrs Columbo heeft niet voor niets slechts twee seizoenen gelopen. Had ook Mrs Kojak kunnen heten. Of Mrs Mannix. Of Mrs McCloud.


31-03-07. Er zat uit voorzorg een opvouwbare paraplu in mijn jaszak maar die kwam er niet uit want Amsterdam was zonovergoten. Marijke zou een vriendin opzoeken en ik zou drie uur door de stad banjeren, waarna we om vijf uur zouden hergroeperen in de Weesperstraat, waar de opening van een tentoonstelling plaatsvond. De vriendin van Marijke was wegens ziekte onbezoekbaar en dus werd het gezamenlijk rondbanjeren. Marijke was voorzien van reclame voor haar schrijfcursus, die ze aanvankelijk strategisch in winkels neerlegde en uiteindelijk maar lukraak aan passanten aanbood. De tentoonstelling werd geopend door Hedy D’Ancona. Die zou eigenlijk ook reclame moeten ontvangen. ‘Ik durf niet,’ zei Marijke. Ik durfde wel. ‘Marijke daar is zo geëmancipeerd dat ze mij erop af stuurt als ze niet durft,’ zei ik tegen Hedy D’Ancona, die de reclame ruimhartig in haar tas stopte.


01-04-07. Toen we na het Amsterdambezoek ’s avonds in de trein naar Den Haag zaten viel het me ineens op dat de veters van een laars van Marijke loszaten. Voor de zekerheid lichtte ik de broekspijp die de bovenkant van de andere laars bedekte een stukje op, en jawel: ook die veter zat los. Ze knoopte beide en zal er de komende tijd wel voor zorgen dat zoiets niet meer voorkomt. Dus als iemand vandaag tegen haar zegt dat haar veter loszit, weet ze meteen dat er sprake is van een 1 aprilgrap. Erg leuk op zo’n dag: zien dat iemands schoenveter loszit en hem of haar daarop attenderen en bij de ander geen gehoor krijgen omdat men een 1 aprilgrap vermoedt. Maar dat was het niet en even later valt de vergeefs gewaarschuwde plat op zijn/haar bek.


02-04-07. Er wordt vaak beweerd dat de natuur mooi is. Een rare opvatting want er bestaat maar één natuur en je hebt dus geen vergelijkingsmateriaal. Er wordt bovendien vaak beweerd dat die natuur prachtig in elkaar zit, zolang de mens de boel niet in de war schopt met ontbossing en vervuiling. Je kijkt naar een documentaire waarin de natuur inderdaad prettig oogt. Er trippelen wat hertjes door het oerwoud, gezellig. Maar dan komt er een leeuw aanstuiven en die stort zich op een hertje en scheurt dat hertje aan stukken. Ik kan me niet voorstellen dat zoiets voor zo’n hertje prettig is. Gistermiddag bezocht ik de volkstuin een collega, ook zo’n brok natuur (ik bedoel die volkstuin). Ik was nog niet binnen het hek of ik voelde de vogelkak langs m’n wang schieten en op m’n T-shirt landen.


03-04-07. Omdat ik bloed moest geven had ik vijf dagen niet gehold: hardlopen (en anderszins sporten) zorgt voor ijzervermindering in het bloed en bij een hb-gehalte lager dan 8.4 mogen mannen geen bloed doneren. (Voor vrouwen geldt een ander minimumgehalte.) Niet gehold maar wel vrijdag van 12.50 tot 21.50 uur met een bekende op sjouw geweest. En zaterdag ruim twee uur gefietst omdat de zon scheen. Kortom: mijn hb-gehalte was slechts 8.1 en mijn bloed onbruikbaar voor donatie. Qua bureaucratie was het echter geslaagd. Bij de bloedbank hoor je je te legitimeren. De laatste keren werd er niet naar legitimatie gevraagd. Op het formulier had de taart van de receptie echter aangevinkt dat mijn ID gecontroleerd was. Ik zei dat ze dat niet gedaan had, waarna ze mijn rijbewijs vluchtig bekeek. (Ik had wel iemand anders kunnen zijn.)


04-04-07. Confessions of a Window Cleaner, luidde de titel van de eerste Britse Confessionsfilm waar velen in de jaren zeventig likkebaardend naartoe gingen – no sex please, we’re British of geen no sex please, we’re British. Zo’n glazenwasser had natuurlijk een hoop te zien gekregen. De glazenwasserij was niet het enige vakgebied dat de verbeelding moest prikkelen: hoofdrolspeler Robin Askwith mocht in vervolgfilms voor rijinstructeur en ‘pop performer’ spelen, en je had ook nog Confessions from a Holiday Camp (las ik op de Internet Movie Database). Een beroep dat de bioscoop niet haalde is dat van verwarmingsmonteur. Gisterochtend kreeg ik een combiketelcontroleur over de vloer, die dat werk al 28 jaar doet. Aardige anekdote: hij was bij een ongeveer zestigjarige dame over de vloer die zei dat ze al tien jaar geen man had gehad. (Hij wist te ontkomen.)


05-04-07. Omdat ik vandaag het tweede seizoen Twin Peaks ga kopen begon ik gisteravond met het opnieuw bekijken van het eerste. Who killed Laura Palmer? luidde de slagzin die vanaf april 1990 kijkers moest trekken. De getrokken kijkers belandden in de wereld van David Lynch en wilden daar niet meer weg. Twee seizoenen slechts duurde het, en het einde was een provisorisch einde omdat er nog een derde seizoen had moeten komen (en liefst een vierde en een vijfde). Op den duur werd de serie voor het grote publiek te excentriek, denk ik. Een wonder dat er aanvankelijk zo massaal naar gekeken werd. Gisteravond de pilot en de eerste aflevering gezien, en meteen werd het geheugenluik geopend: straks gebeurt er dit. En in het tweede seizoen doet David Duchovny mee. Een zwarte koffie en dan gauw verder kijken.


06-04-07. De timing was zoals timing hoort te zijn: toen ik bij de leverancier aankwam werd daar net het tweede seizoen Twin Peaks uitgestald. Zonder aandacht voor het overige aanbod aan dvd’s naar de kassa en hup weer op de fiets. Ik volgde de serie in 1990 en 1991 op de BBC en nam haar op. Later bekeek ik de pilot en 29 aflevering nog een keer achter elkaar en zag een paar jaar geleden het toen verschenen eerste seizoen op dvd. Dat zag ik de afgelopen dagen nog een keer, waarna ik gistermiddag verderging met het tweede. Ik las in Lynch on Lynch over het voortijdige einde van Twin Peaks. De uitzenddag verschoof van donderdag naar vrijdag, waardoor men er de dag erna niet over kon praten, op het werk. Dat maakte mede dat de belangstelling afnam.


07-04-06. Grappig: in een Twin Peaksaflevering die ik gisteren zag vertelt Dale Cooper de pinguïnmop die Garrison Keillor in A Prairie Home Companion vertelt (en die meligleuk is). De vertaling zit er in het tweede seizoen soms naast. Leyland Palmer geeft de pianiste een teken: Begin the Beguine – de ondertiteling luidt: Start de Beguine. Maar het gaat om een lied van Cole Porter dat Begin the Beguine heet. Een oude man trouwt met een jong ding, wat iemand een ‘January-December’-verbintenis noemt. De vertaler maakt daar ‘een verbintenis van een jaar van’. Er wordt met ‘January-December’ niet voorspeld hoe lang die verbintenis zal duren maar bedoeld dat er sprake is van een enorm leeftijdsverschil. Komisch hoogtepunt: David Lynch als de van twee gehoorapparaten voorziene FBI-baas Gordon Cole. De grappen liggen voor de hand maar zijn daarom niet minder leuk.


08-04-07. Vrijdagnacht kwamen er meer dan 400 mailtjes binnen, afgelopen nacht waren het er slechts een stuk of twintig – het ziet ernaar uit dat er een einde komt aan het beleg. Het begon donderdag. Ik wilde controleren of er mail was en jawel: er waren 323 berichten, de meeste afkomstig van Barracuda Spam Firewall, die kennelijk meende dat ik spam aan het rondzenden was geweest. Er was mail verzonden onder een fantasienaam die aan de naam van mijn website gekoppeld was. Ik ging met die spam de hele wereld rond en zelfs uit Japan kwam een out of officebericht van een zekere Chin King Kwek, een naam die je verzint als je leuk wilt doen. Behalve de geretourneerde spam ontving ik mail gericht aan de majordomo van mijn niet-bestaande firma (ik zou eigenlijk best een majordomo willen zijn).


09-04-07. Tweede paasdag, dat betekent dat er vanavond in het Journaal een item gewijd zal zijn aan de woonboulevard want elk jaar weten velen zich geen raad met zo’n tweede paasdag en besluiten dan een bezoek te brengen aan de woonboulevard en elk jaar denkt de Journaalredactie: daar zit een leuk item in. Ik weet me altijd wel raad met tweede paasdag (een boek, een dvd, muziek, schrijven, hardlopen) en dit jaar zeker: om 19.30 uur begint in de Heineken Music Hall het tweede concert van Bob Dylan. Ik begon dit op tweede paasdag om 08.10 uur te schrijven en had toen al de setlist van gisteravond gelezen, op de fenomenale website Bob Links. Het wordt het tiende concert van de tour. Tot nu toe werd de setlist dagelijks ververst, verrassingen zijn niet uitgesloten. Het wordt een feest!


10-04-07. Bob Dylan was te overweldigend voor een beknopte samenvatting op deze plek. Wat me (onder veel meer) opviel was dat recent en legendarisch werk aan elkaar gewaagd waren. Vorig jaar zag ik Ray Davies. Sommige nieuwe nummers die hij speelde waren in orde maar ze verschrompelden bij Kinksstampers als You really got me. Bij Dylan, gisteravond, werd je het ene moment verpletterd door Most likely you go your way and I’ll go mine (1966), het volgende door Ain’t Talkin’ (2006). En wat werd er lekker hard gespeeld, de basdrum in het middenrif! Na afloop in de parkeergarage: Martin Bril. Hij had het fantastisch gevonden – Visions of Johanna, vooral. (We hadden allebei graag ook Tweedle Dee & Tweedle Dum gehoord.) En dan kom je na een uur thuis en is op een website al de setlist te lezen!


11-04-07. Ik heb herinneringen aan het concert van Bob Dylan in de Kuip in 1978 maar meer dan herinneringen zijn het niet. Het concert in de Heineken Music Hall, eergisteren, zal me gedetailleerder bijblijven. Niet alleen omdat de herinnering verser is en omdat de ambiance intiemer was (en je er niet afgeleid werd door een overkomend vliegtuigje dat reclame maakte voor Durex – the best there is), ook omdat dankzij internet de documentatie subliem is geworden. Vroeger kocht je een dag, twee dagen na een concert een krant, belust op een (juichende) recensie. Tegenwoordig tik je op Google ‘Bob Dylan’ in en via de optie ‘Nieuws’ kom je bij een massa besprekingen. En dan is er ook nog die voortreffelijke fansite die een uur na het optreden al een setlist online heeft, waar recensies van concertgangers aan toegevoegd worden.


12-04-07. Bronovo is vanuit Loosduinen op de fiets te doen maar ik ben niet zo’n malloot die in extase raakt als mensen waar ik niks mee te maken heb een kind krijgen. Bij het wakker worden zag ik op het RTL-nieuws Balkenende op de van hem bekende hakkelend-emotieloze wijze voorgebakken felicitaties uitspreken, daar zal men ten paleize weer om geschaterd hebben. Dat ik het Journaal zag was een wondertje: juist op de dag dat het verstandelijk onderontwikkelde volksdeel aan het hossen slaat heeft Casema de zenderindeling omgegooid. Mijn tv is een jaar of twintig oud. Had gisterochtend om zeven uur nog geen idee hoe ik de zenders opnieuw moest instellen, maar had goede hoop dat ik er wel uit zou komen. Al die oranjegezinde bejaarden moesten een monteur ontbieden – als ze al wisten dat de zenderindeling veranderd was.


13-04-07. Zijn officiële website bestaat sinds gisteren uit niet meer dan een pagina waarop een getekende vogelkooi is afgebeeld. (Deurtje open, vogel gevlogen.) Eronder de naam: Kurt Vonnegut, Jr. en de jaartallen: 1922-2007. Hij leek me geen man voor een website, wel een om op zo’n malle manier dood te gaan: op je 84ste van de trap vallen. Het overlijden was ook hier nieuws maar je zag de nieuwslezer denken: Kurt wie? En moet de voornaam klinken als die van Waldheim of als die van Cobain? Ik zweer dat de nieuwslezer ‘Vonnekut’ zei. Ik was begin twintig en las zijn boeken (net als die van Richard Brautigan, die me dierbaarder is): Meulenhoff-uitgaven, Amerikaanse pockets. Liet hem later versloffen maar kocht zo’n tien jaar geleden de romans die aan me voorbij waren gegaan. Dat wordt binnenkort veel postuum leesplezier.


14-04-07. Ten tijde van Lockheed hadden we in Den Haag een leuke woordgrap: Prins Bernhardviaduct kon misschien maar beter veranderd worden in Prins Bernhardweg. Zulke grappen worden er niet meer gemaakt. Zou de Oranjegekte te maken hebben met het Nederlands elftal en de oranje gekleurde hossende bierdrinkers die tijdens een internationaal toernooi het straatbeeld bepalen? Oranje is allerwegen in. Mensen bij wie het verstand toch al niet in hoog aanzien staat zetten het op nul als bekendgemaakt wordt dat de baby Ariane heet. (Ze is dus vernoemd naar een raket.) De in een orgasme schietende verslaggeefster wil van omstanders horen wat zij van die naam vinden. ‘Een prachtige naam!’ De volgende vraag zou dan moeten luiden: ‘En welke namen vindt u niet mooi?’ (Straks krijgen we ook nog Koninginnedag met prinselijk gekoekhap en geklompendans en nog meer infantiliteiten.)


15-04-07. Je kunt niet praten en breien tegelijk, zei mijn opa soms. Ik weet niet meer waarom hij dat zei en het is te laat om hem ernaar te vragen: hij viert in oktober dat hij 35 jaar dood is. Breien heb ik geleerd toen ik een jaar of acht was, schat ik. Van mijn moeder: in die tijd was breien iets wat vrouwen nu eenmaal deden. Ik herinner me dat ik een steek liet vallen en dat mijn moeder zei dat ik een steek had laten vallen en dat ik toen naar de grond keek om te zien waar die steek neergekomen was. Maar ik dwaal af want ik wilde het hebben over afwassen en Senseo zetten – dat moet je ook niet tegelijk doen. Het kopje niet goed neergezet, driekwart van de Senseo belandde in het opvangbakje.


16-04-08. Toen ik acht jaar was kregen we lager onderwijs van juffrouw Kwakernaak. Wie zich in haar ogen afwijkend gedroeg kon een draai om de oren krijgen. Het was een dik oud wijf, als we haar met een mannetje of zes hadden besprongen, zouden we haar volledig gesloopt kunnen hebben. Maar dat deed je destijds als achtjarige niet. Ik begrijp dat de gezagsverhoudingen tegenwoordig met name in Utrecht anders zijn – en dat terwijl je een achtjarige toch een rotschop moet kunnen geven. Wat ook veranderd is: de marathon. In Rotterdam wordt die gestaakt als het warmer dan 25 graden is. Ik heb in Leiden wel eens een marathon gelopen bij zo’n temperatuur en die liep ik gewoon uit. Net als anderen: we waren kerels (en meiden). Marathon staken? Geen wonder dat ouders van nu machteloos tegenover achtjarigen staan.


17-04-07. Alles is Amerikaans, aan zo’n schoolschietpartij. CNN heeft Breaking News waarin een verslaggever ter plekke die geen informatie heeft desondanks minutenlang het woord voert, terwijl onder in beeld een tekstbalk het vermoede aantal doden meldt. Nog niet eerder vielen er zoveel doden. De toon van de reporter is hijgerig: er is een record gevestigd. Een triest record maar toch een record. Meer dan twintig doden. Meer dan twintig? vraagt de anchor woman. Misschien wel meer dan dertig, klinkt het opgewonden. Hoe kon zoiets gebeuren? Zoiets mag nooit meer gebeuren. Ook de president is geschokt – hoewel je dat niet aan hem ziet. (Hij kijkt net zo onnozel als altijd, alsof hij niet weet waar hij is en waarom hij een tekst moet oplezen.) Er zal gebeden worden, maakt hij bekend. Iets aan het wapenbezit doen zou beter zijn.


18-04-07. Tegen de Postbank leg je het altijd af. Op 28 november vorig jaar meldde ik dat ik door schade wijs geworden één betalingsopdracht per envelop verzond: de laatste keer dat het er twee geweest waren, was er een niet verwerkt. Op 9 april verzond ik twee opdrachten in twee enveloppen. Slechts een ervan werd verwerkt. Na vier dagen belde ik (à 5 cent per minuut) op – hoe kwam dat, mevrouw? Geen zorgen, meneer, verwerking kan alsnog gebeuren. Andere Postbankdame gisteren: inderdaad, meneer, ik denk dat er iets is misgegaan. Ik belde Uitgeverij Panda om te zeggen dat de betaling van twee delen Dick Bos niet gelukt was. Medewerker Walter wist ervan: ze hadden verouderde acceptgiro’s verzonden die de Postbank niet accepteerde. Waarom hadden ze me dat niet kunnen zeggen toen ik à 5 cent per minuut opbelde?


19-04-07. Sommige mensen die in het bezit zijn van een rijbewijs hebben nauwelijks benul van verkeersregels. Ik stak eens over met een collega, die me wilde tegenhouden omdat er een auto aankwam. ‘Die auto heeft voorrang!’ waarschuwde ze. Nee, zei ik, die auto slaat af, wij gaan rechtdoor en hebben voorrang. Ze geloofde het niet. Op het werk teruggekeerd zocht ik een website op waar voorrangsregels uitgelegd werden. ‘O ja,’ zei de collega. Gisteravond bracht ik na theaterbezoek iemand thuis. ‘Je kunt hier linksaf,’ zei ze. Ik wees op het blauwe bord met twee witte pijlen die respectievelijk rechtdoor en rechtsaf aangaven. Nee, je mocht hier linksaf, bezwoer ze me. En dus zojuist een link naar uitleg over verkeersborden voor haar gekopieerd. Straks moet ik per auto naar Doorwerth, ik houd mijn hart vast voor de overige weggebruikers.


20-04-07. Of het normaal voor de tijd van het jaar is doet er niet toe: 12 graden is te koud, de nieuwslezer heeft het op de achtergrond zelfs over vorst aan de grond. Het balkonzitten krijgt onder dat soort atmosferische omstandigheden iets geforceerds, vooral als de zon zich door langstrekkende wolken moet worstelen. Ik ga het straks toch proberen, met de nieuwe walkman. De vorige had nog geen maand gefunctioneerd. Ik kreeg een tegoedbon en zocht een andere uit, die 15 euro duurder was. Hij heeft Windows Media Audio Support. Geen idee wat dat is maar het is prettig dat het erop, erin of eraan zit. Het is vrijdag en er moeten dingen gedaan worden: drie delen Bulletje en Boonestaak bespreken, een interview uitwerken, voor een schrijfwedstrijd een verhaal van meer dan 4000 woorden inkorten tot omstreeks 3600.


21-04-07. Toen poes Gregor 2,5 jaar geleden uit het asiel kwam moest ze wennen. Ze lag dagenlang teruggetrokken op de binnentrap (aanvankelijk in hongerstaking), ging toen onder de bank liggen: een belangrijke vooruitgang. In de 2,4 jaar sindsdien raakte ze geleidelijk aan ingeburgerd (ze zette op den duur haar nagels en tanden minder vaak in me) en werd na de sterilisatie zowaar aanhankelijk, af en toe. Veel leven zat er niet in haar. Ze sliep, kwam in beweging om te gaan eten of zich op de kattenbak van het verwerkte voedsel te ontdoen en dat was dat. Onlangs heeft ze ontdekt dat ze kan spelen. Dat doet ze met tot een balletje gerold aluminiumfolie. ’s Morgens vroeg al stuift ze op topsnelheid door het huis. Soms stuif ik op topsnelheid achter haar aan – mijn conditie is enorm toegenomen.


22-04-07. Het overlijden van Kurt Vonnegut, Jr. was een aansporing om zijn werk weer eens te gaan lezen. Zeven romans staan er ongelezen op de plank, van vijf boeken die ik wel gelezen heb kocht ik een paar jaar geleden een nieuwe editie die ik nog moet lezen. Dan kan ik net zo goed alle twintig Vonneguts die ik heb lezen. Maar waar beginnen? Alle romans chronologisch, dan de twee verhalenbundels en de beide bundelingen non-fictie? Eerst de zes romans waarin Kilgore Trout een rol speelt of genoemd wordt? Ik begon met Palm Sunday, ‘an autobiographical collage’. Vonnegut is zo geestig. ‘I have been on the Irv Kupcinet Show (...) four times. I have never said a word. I ran into Mr Kupcinet recently, and he said he would certainly like to have me on again. Why not?’


23-04-07. In Palm Sunday heeft Vonnegut het onder meer over humoristische boeken. ‘I once asked my friend Joseph Heller what he was up to. He said that he had an idea for a new book. I said that one idea wasn’t nearly enough for a whole book. I said this because he is a funny writer. If he had been a serious writer, I would have said one idea was more than enough for a trilogy.’ En: ‘The books of jokesters are short, which is a social disadvantage in an era when literairy importance is measured by the pound. The problem is that jokes deal so efficiently with ideas that there is little more to be said after the punch line has been spoken. It is time to come up with a new idea – and another good joke.’


24-04-07. Kurt Vonnegut, Jr. was ook op zijn oude dag geestig. Op YouTube vond ik diverse interviews met hem. In een uit 2005 luidde de eerste vraag van de interviewer: ‘How’s life?’ Vonnegut: ‘Practically over, thank God.’ Ik kocht en las gisteren A Man without a Country, een bitterleuke bundel overpeinzingen over Life in George W. Bush’s America. Vonnegut ziet het voor ons somber in: de aarde heeft er genoeg van gekregen, haar immuunsysteem begeeft het en de mens wordt eruit geknikkerd, van de ene dag op de andere. Hadden we maar niet in minder dan tweehonderd jaar tijd de fossiele brandstof erdoorheen moeten jagen. Voor die tijd wilde Vonnegut de tabaksindustrie aanklagen. Hij rookte vanaf zijn twaalfde ketting, op de pakjes werd beloofd dat je er dood van ging maar op zijn 82ste leefde hij nog steeds.


25-04-07. Ik was op weg gegaan om bij iemand wat in de bus te doen, niet om Theo op te tillen. Maar op mijn terugweg fietste Theo voor me. Hij slingerde en viel in de berm. Ik kende Theo niet. Ik wist niet eens dat hij Theo heette. Maar de eveneens bejaarde vrouw die hem vergezelde sprak hem met Theo aan. Ik stapte van mijn fiets en liep op Theo af en tilde hem overeind. Theo zei dat hij onlangs aan zijn buik geopereerd was, alsof dat alles verklaarde. ‘Hij stapte voor het eerst weer op zijn fiets!’ zei de begeleidende vrouw. ‘En hij viel er meteen weer af,’ zei ik, want ik voelde me erbij betrokken. In het Journaal ging het over een scholier die doodgeslagen was, terwijl medeleerlingen toekeken. Ze zouden Theo gewoon hebben laten liggen.


26-04-07. Naar mijn kapper gaan betekent de zaak geknipt en verdoofd verlaten: hij praat. Zelfs als hij het niet over het weer heeft gaat het nergens over. Het heeft geen zin te proberen hem te volgen en iets terugzeggen is niet nodig – je komt er toch niet tussen. Knippen en kletsen is maar het halve verhaal: voor je aan de beurt bent moet je lezen. Op de leestafel liggen bij een herenkapper Voetbal International, de Autokampioen en De Telegraaf. De eerste twee raak ik natuurlijk niet aan, De Telegraaf soms (om me te verbazen). Een kind slaat een kind dood, op de voorpagina van De Telegraaf is te lezen waar de moeder van het kind werkt en dat zijn broer acteert. Ik denk dat ze hopen op een volksgericht, dat geeft de volgende dag weer een smeuïge voorpagina.


27-04-07. De dvd van An incovenient Truth is uit. Vorig jaar las ik The Swarm van Frank Schatzing, van de week las ik bij Vonnegut: ‘The good Earth – we could have saved it, but we were too damn cheap and lazy.’ Maar ja, het is toch wel lekker, dit zomerse weer. Gisterochtend op het balkon in de zon liggen werken, ’s middags met Esther naar Kijkduin voor een strandwandeling. Jongens, wat had ik een goed humeur! Bij de kaasboer kreeg ik tien euro te veel terug, ik gaf het meteen terug. Een patatje kostte 2,50 euro (5,51 gulden!), het deed me niks. We gingen het strand op, liepen met de wind in de rug en passeerden een meisje dat van de zon lag te genieten. Topless! Ik had er natuurlijk wat van kunnen zeggen maar deed het niet.


28-04-07. Als je een hoge positie bekleedt word je toegejuicht als je een onbeduidende prestatie levert. Zo gaat dat. In een programma vanwege zijn veertigste verjaardag zag ik de kroonprins hardlopen, met een lijfwacht in zijn kielzog. Even een blokje om geweest voor de camera. De dag voor mijn veertigste verjaardag liep ik een Leiden een marathon – ik bedoel maar. Ik zie die kroonprins ook niet naar IKEA fietsen, zoals ik gisteren naar IKEA fietste: van het centrum van Den Haag via de wijk Ypenburg naar Delft. De wijk Ypenburg kende ik als het vliegveld Ypenburg (waar hoogeplaatsten als de kroonprins plachten aan te komen en te vertrekken). Je fietste over de Brasserkade naar Nootdorp, links en rechts weiland. Nu: links en rechts bebouwing. Ypenburg: een en al bebouwing. Hoe hebben ze die ongemerkt kunnen aanbrengen? Een raadsel.


29-04-07. Zondagochtend, tien over acht. De zon schijnt. Teletekst (pagina 704) leert dat de zon ook de komende vijf dagen zal schijnen. De temperatuur wordt maximaal 22 graden. De weerman heeft het over ‘heerlijk weer’, tegenstemmen beweren dat het wel lekker kan aanvoelen maar dat het een kwalijke zaak is, die hitte in april. Ik leerde bij aardrijkskunde dat het weer de toestand van de dampkring op een bepaalde plaats op een bepaald moment is en het klimaat de gemiddelde weerstoestand berekend over een groot aantal jaren – en dat je dus niet na een paar gebroken warmterecords kunt spreken van klimaatsverandering. En bovendien: niemand heeft de kachel aan, dat scheelt energieverbruik. Het is sinds gisteren meivakantie, niemand boekt wegens de kou een last minute vakantie naar de zon, dat scheelt vliegverkeer en de uitstoot van wat vliegtuigen uitstoten.


30-04-07. Moet ik al om halfnegen op pad gaan en het risico lopen dat nog niet iedereen was neergestreken met zijn waren? Of moet ik tot halfelf wachten en het risico lopen dat alle waardevolle spullen al weggekaapt waren? Het is dit jaar een warme, zonovergoten braderie, landelijk en in Loosduinen. Vorig jaar was het ‘droog maar fris,’ schreef ik destijds nog narillend. Dat komt nooit meer terug. Ik herinner me dat ik een 24-delige Spectrum Encyclopedie zag liggen, in onberispelijke staat, die 5 euro kostte. Zou de 24-delige Spectrum Encyclopedie gekocht hebben als ik niet al een 24-delige Spectrum Encyclopedie op de plank had staan. Kocht wel voor 1 euro een zeldzaam gehoopte eerste druk van Een roos van vlees, van Jan Wolkers. Ontdekte later via internet dat het boek niet meer dan 3,50 euro waard was.


01-05-07. De massa troep was net zo groot als vorig jaar maar wekte daarom niet minder verbazing. Wat een puinhoop moet het in veel huizen zijn! Ik bereikte de Loosduinse braderie omstreeks kwart voor tien. Een enkele onverschrokkene was toen al aan de Vietnamese loempia – die zou me na mijn uit brood met komkommer en tomaat bestaande ontbijt niet gesmaakt hebben. Als ik gewild had zou ik gigantisch veel aankopen hebben kunnen doen: knuffels, kinderboeken, stopcontacten, luciferdoosjes, videobanden, verlengsnoeren en andere waardeloze afdankingen. Er waren nog niet veel kopers maar ik kon me voorstellen dat degenen die zulke goederen kochten op de volgende braderie zelf bij een kleedje zouden staan om er weer af te komen. Als ik ook zoveel troep had gehad dan zou ik alles op een kleedje uitgestald hebben en gemaakt hebben dat ik wegkwam.


02-05-07. Prachtig, de luxe dvd-uitvoering van de Dylandocu Don’t look Back, het verslag van zijn tour door Engeland in 1965: Bob plus gitaar en harmonica. De camera van D.A. Pennebaker was overal bij: hotelkamers, backstage, on stage. Op de dvd drie versies van de Subterranean homesick Blues ‘videoclip’, een uur outtakes en audiocommentaar. Dikke pret met Joan Baez, Alan Price, Donovan, John Mayall, Dana Gillespie, Bob Neuwirth. Een vrolijke, voor de fans nog toegankelijke jonge Dylan. Tweeënveertig jaar later tourt hij door Europa. Op de supersite Bob Links bespreekt Mikael Peterson het optreden in Stockholm van 28 maart. Onderweg naar huis wordt er benzine getankt. De pomphouder: ‘Did you see Dylan?’ Hij bedoelde niet het concert: Dylan was tandpasta komen kopen en loopt daar naar de tourbus: een capuchon over zijn hoofd, omgeven door een half dozijn lijfwachten.


03-05-07. Wolken boven Loosduinen en de vooruitzichten zijn ontluisterend: maandag 50% regenkans, dinsdag 70% regenkans! We zullen het toch niet gaan beleven dat we ineens weer krijgen dat normaal is voor de tijd van het jaar? Gisteren nog zat ik drie uur op de fiets en had op een gegeven moment het idee dat ik niet alleen van Den Haag naar Leiden en van Leiden weer naar Den Haag aan het fietsen was maar ook richting een zonnesteek. Gauw petje opgezet. Het is halfnegen, het is nog mogelijk dat ik over anderhalf uur op het balkon in de zon zit. Ik lees daar dan verder in Timequake, de laatste roman die Vonnegut voltooide. Het gaat over een roman die hij niet voltooide. Zijn alter ego Kilgore Trout overleed toen hij 84 was, las ik. Net als Vonnegut zelf.


04-05-07. Leedvermaak! De rechter haalde een streep door de ABN Amro-rekening. Wat zal de arrogante bedrijfstop kwaad zijn. Ze willen gewoon hun gang kunnen gaan, zonder bemoeienis van aandeelhouders. Van die aandeelhouders moet ik ook niets hebben. Ik zag er laatst een paar in het Journaal. Het ging over de overname van hun bank. De bank zou moeten worden overgenomen door een bank die hun het hoogste rendement bezorgde. Wat maakt het uit, dat er duizenden werknemers van ABN Amro op straat komen te staan! Ik heb trouwens al evenmin sympathie voor het muffe mantelpakjes-/colbertjesvolk dat bij een bank aan de balie werkt. Mijn moeder wilde ooit zeg 100 euro opnemen. Het minimum was 500 euro. Na onwrikbaar aanhouden kreeg ze haar 100 euro. Ik zei: ‘Je had 500 euro moeten opnemen en dan 400 storten.’ Stelletje hufters.


05-05-07. Een dienstreis maakte dat ik gisteren 531 kilometer lang achter het stuur zat. Er was meivakantie of voorjaarsvakantie aan de orde en daarom deed de ochtendspits het niet toen ik om kwart voor tien vertrok. Tot voorbij Utrecht was er geen oponthoud, in de buurt van de Utrechtse Heuvelrug ineens een geweldige file – de andere kant op. Ik tufte tot voorbij Assen, nam de afslag Assen-Noord en had toen nog zo’n acht kilometer landinwaarts te gaan, waarvan de laatst zeven tussen groenvoorzieningen door. Omdat ik ruimschoots op tijd was voor mijn afspraak had ik het rustig aan gedaan, maar op de terugweg rook ik de stal en reed waar mogelijk en toegestaan 120 kilometer. Opnieuw een lange file (twee lange files zelfs), opnieuw aan de andere kant van de vangrail. En ja hoor: toen zon, nu wolken.


06-05-07. Het is qua geboorte of overlijden geen kroonjaar, toch worden liefhebbers van het werk van Frank Zappa (Amerikaans componist, 1940-1993) zeer verwend. Begin dit jaar bezorgde de pakketbezorger The Making of Freak Out!, een 4-cd-set bevattende de dubuut-dubbelelpee (1966) plus outtakes en andere extra’s. Onlangs vertoonde de VPRO een tweedelige documentaire, vorige week verscheen er een dvd in de serie Classic Albums, gewijd aan Over-nite Sensation (1973) en Apostrophe (’) (1974). Het werk van Zappa is zo verscheiden, voor degenen die zoals ik alles kunnen waarderen valt het niet mee een favoriete periode of plaat te noemen. Tijdens mijn dienstreis van 531 kilometer, eergisteren, draaide ik twee bandjes met opnames van de Broadway the hard way-tour uit 1988. Subliem – en dat gold ook voor Zappa’s orkestwerken uitgevoerd door het London Symphony Orchestra (1983) die ik eveneens beluisterde.


07-05-07. Vorige week kreeg ik een krantenbericht onder ogen. Het ging over de door amateurs aangetroffen fouten in de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans, die door geleerden bezorgd worden. Is zoiets een tijdsverschijnsel? Toen ik op school zat vond ik het lezen van Agatha Christieboeken leuker dan op school zitten. (Nog steeds lijkt me bijna alles leuker dan op school zitten.) Zouden haar boeken me nog bevallen? Ik kocht op 2 mei Lord Edgware Dies: een fraaie, gebonden facsimile-uitgave van de eerste druk uit 1933. Toen deden ze ook maar wat, net als de Hermansgeleerden. In de inhoudsopgave heet het eerste hoofdstuk ‘A Theatrical Party’, boven de pagina waar het hoofdstuk begint staat: ‘A Theatrical Performance’. Zo ook hoofdstuk XV: ‘Sir Montagu Comer’ / ‘Sir Montagu Corner’. Het zeer spannende boek zaterdag gelezen (ik had geen huiswerk).


08-05-07. Goed nieuws bij het neerslachtige weer: vorig jaar werd er op de televisie dertien procent meer gevloekt dan het jaar ervoor. Maar liefst 112.000 keer werd er ‘godslasterlijke of ruwe’ taal gebruikt, zo turfden onverschrokken aanhangers van de Bond tegen het Vloeken. Dat je tegen vloeken bent is al erg genoeg, je zal ook nog eens moeten bijhouden hoe vaak er op tv gevloekt wordt. Die mensen zitten verkrampt voor de buis te turven. Hoe deden we dat vroeger? Vier verticale streepjes en dan de vijfde er diagonaal doorheen. Ik zou na omstreeks 8000 ruwe woorden de tel kwijtraken, de vloekturvers hielden vol tot er 112.000 vloeken geadministreerd waren. In ruim zestig procent van de gevallen ging het om ‘verwijzingen naar geslachtsdelen’: ‘L*l de behanger!’ ‘K*ttenkop!’ ‘Z*kkenwasser!’ De beschaving gaat op die manier gegarandeerd naar de kl*ten.


09-05-07. Terwijl ik dit begin te schrijven is er op het Journaal een malle man met een kaal hoofd aan het woord. Hij bekleedt een hoge positie op het gebied van snoepgoed en is het niet helemaal eens met het plan om reclame voor snoep te gaan verbieden. En dat terwijl het zo’n aardig experiment was: kinderen vreten zich tegenwoordig elke dag helemaal klem: chips, cola, hamburgers. Wij kregen vroeger een bakje pinda’s als we jarig waren en in mijn tijd waren we hooguit eenmaal in de drie jaar jarig. Nee, dan nu: kinderen zijn voor ze in de puberteit komen al moddervet en negen van de tien vijftienjarigen heeft suikerziekte. Het zou interessant zijn om te zien hoevelen van hen rond hun twintigste hartklachten krijgen maar als het reclameverbod doorgaat zullen we dat niet te weten komen.


10-05-07. Een geheel naar eigen inzicht te vullen vrije dag: uitslapen dus. Maar er blies vannacht een herfststorm om het huis, die deed de muren kraken en mij ontwaken. Ik dacht: ik neem dekbed en kussens onder de arm en ga beneden op de bank verder zien te slapen. Zo gedacht, zo gedaan, zo weer slapen gegaan. De zon kwam op, achter de wolken. In de boom voor het huis raakte een vogel bij kennis en zette het op een luidruchtig zingen. Het regende, ik was niet gekleed, dus maar niet het balkon op gegaan en iets naar de vogel gesmeten. De vogel hield op met zingen, niet lang nadien begon poes Duimpie boven te miauwen. Ze is stokdoof en hoort zichzelf niet miauwen en doet dat daarom op orkaansterkte. Om acht uur opgestaan: poes Gregor wilde spelen.


11-05-07. Harry Mulisch vond het een paar jaar terug wel lollig om de paus een hand te gaan geven: het was tenslotte theater, de Vaticaanse operette. Als je het als theater of folklore kunt zien valt dat katholicisme best mee. Bovendien zijn mij geen gevallen bekend van explosieven onder hun habijt verbergende kloosterlingen die via een zelfmoordactie een spoedafspraak met hun schepper hopen te kunnen maken – dat valt ook weer mee. Maar als de paus in een voor 85% katholiek land weer eens wat zegt over abortus en het heeft over het doden van kleine kinderen – enfin, dan is die malle folklore ineens minder vermakelijk. Vanwaar die obsessie van celibatair levende figuren met voortplanting en seks? Wim Kan zei het lang geleden al: ‘Als je de sport niet beoefent moet je je ook niet met de spelregels bemoeien.’


12-05-07. Hoe klein was de wereld ook alweer? Mijn zus bivakkeert tot het eind van de maand in Washington, in het huis van een echtpaar dat gisteren op Den Haag Centraal aankwam en dat in die tijd in het huis van mijn zus bivakkeert. Mijn zus mailde gisterochtend dat er in Washington boeken van Garrison Keillor in de kast stonden. Toen ik de Amerikanen ophaalde zei ik dat ik een maand of wat geleden de Garrison Keillorfilm A Prairie Home Companion gezien had. De vrouw zei: ‘Ken je Kurt Vonnegut ook?’ Kende ik die! Mijn zus had vorige week in New York de twee boeken gevonden die nog in mijn collectie ontbraken. De vrouw vertelde dat ze een rolletje had gespeeld in een toneelstuk van Vonnegut. En ze hadden op Cape Cod bij hem in de buurt gewoond!


13-05-07. In de James Bondfilm You only live twice raakt Sean Connery in gevecht met een vette Japanse spierbonk. Op een gegeven moment pakt Connery een bank op en gaat de vette Japanse spierbonk ermee te lijf. (Houd dit beeld even vast.) Ik zou met Marijke naar Rotterdam reizen om er een boekpresentatie bij te wonen. Ze belde op om me een aangepast reisschema voor te leggen: er moest bij Maarten een bankje worden opgehaald. Marijke zou me onderweg ophalen, dan kon ik helpen sjouwen. Gezellig toch? Met het bankje op de neergeklapte achterbank reden we naar de woning van Marijke. Gezamenlijk droegen we het bankje het halletje in, Marijke ging de auto wegzetten. Dit was mijn kans om te laten zien wat ik als schrijver waard was: het bankje dierlijk grommend helemaal alleen de trap op gedragen!


14-05-07. Tieka liet weten dat ze halverwege het manuscript was, Marijke beloofde dat ze het ging lezen. Hun leeslust werkte aanstekelijk, ik besloot Sabbatical zelf ook nog eens van begin tot eind aandachtig door te nemen. De laatste keer was een week of wat geleden. (Je kunt wel dagelijks herlezen, maar het is verstandiger wat tijd tussen twee lezingen te laten verlopen, dan vallen eventuele fouten je meer op.) Ik was gisteren even tevreden over de roman als bij de vorige lezing, zette op twee of drie plaatsen een kruisje in de marge: bedoelde ik ‘P.A.’ of ‘mengpaneel’? Voor de rest was het een kwestie van de vigerende spelling in de gaten houden. In het Zoute griottenmanuscript schreef ik ‘volle maan’, de alerte correctrice verbeterde dat tot ‘vollemaan’. Tegenwoordig is het weer ‘volle maan’. Leve het Groene Boekje!


15-05-07. We waren op weg naar de boekpresentatie van het debuut van een debutante. Marijke had de Rotterdamse tramlijnen en tramtijden secuur opgeschreven en begon die voor te dragen. Als er iets uitgelegd wordt dwalen mijn gedachten onmiddellijk af. De rode trui die Marijke aan had en die haar redelijk goed stond – de vorige keer dat ze die rode trui aan had gehad, op welke missie waren we toen geweest? Marijke beëindigde haar uitleg en ik luisterde weer naar haar. Toen we bij de Rotterdamse tramhalte stonden was ze het papiertje met de tramlijnen en tramtijden kwijt. Alle broek- en jaszakken werden driemaal leeggehaald voordat het vermiste gevonden was. Ik ontving op de presentatie een briefje met een belangrijk e-mailadres, dat ik in mijn jaszak stopte. In de terugtram kon ik het al niet meer vinden. Blinde paniek!


16-05-07. Slapende poezen vertederen, als ze opgerold op een stoel liggen of op schoot. Zelf verteder ik niet als ik slaap, althans niet voor het gevoel van de poezen. Het is nog nacht en poes Duimpie vindt dat ik genoeg geslapen heb en begint over me heen te lopen – ik laat alleen over me heen lopen als ik slaap. Poes Gregor heeft zich de eerste twee jaar van haar inpandigheid slapend gehouden maar is de afgelopen maanden tot de ontdekking gekomen dat ze kan hollen, achter een tot een balletje gerolde hoeveelheid aluminiumfolie aan. Dat doet ze het liefst ’s morgens vroeg en ik mag meedoen. Ook als ik lig te slapen. Ze wekt me met gekerm, ik ga er maar uit. Als ik koffie gezet heb is Gregor al weer uitgespeeld en ligt opgerold te slapen. Vertederend.


17-05-07. De tekst van gisteren, over de poezen, schreef ik voor de kat z’n kut. Ik wilde ’m online zetten, maar kreeg geen verbinding met internet. Helpdesk bellen lukte ook niet: er was ook geen telefoonverkeer mogelijk. Bij een bejaarde immobiele buurman de KPN-storingsdienst gebeld. Ze deden een lijntest maar die wees niets uit. Als ik de stekker uit de splitter trok konden ze zien waar de fout lag, intern of extern. Tweede test wees uit dat het tot aan mijn woning in orde was. Om halftwee meldde zich een monteur. Hij schroefde wat los, verrichtte een paar handelingen: het probleem zat niet in mijn huis. Buiten bevond zich een kastje vol draden: ook daar was niets te vinden. De malleur zat dus tussen het kastje en mijn huis, daarvoor komt er morgen een heel team in actie.


18-05-07. Terwijl ik dit schrijf rijden de beide bestelbussen van KPN de straat uit. Er loopt een tijdelijke telefoonlijn mijn raam uit en het raam van de benedenbuurman in. Monteur Patrick besloot tot deze noodoplossing omdat hij naar eigen zeggen door de bomen het bos niet meer zag. Er zou tussen acht en tien een reparateur komen, dus die kwam om twee minuten voor tien. Patrick ontdekte algauw dat het probleem zich op 22 meter afstand van mijn toestel bevond. Hij belde naar kantoor en vroeg om de bouwtekening van de telefoonlijnen en die werden naar zijn bestelbus gefaxt. Het euvel kon in de benedenwoning zitten; de getatoeëerde arbeidsschuwe kaalkop die daar woonde was mogelijk voor zijn hasjkwekerij aan het boren geslagen. In dat geval zou het politiewerk worden, misschien was er een andere oplossing mogelijk. (Morgen verder.)


19-05-07. Tot nu toe functioneert de provisorische telefoonaansluiting. (Ik merk dat ik als ik mail sneller typ, stel je voor dat de verbinding ineens verbroken wordt.) Zonder telefoon en zonder internet ben je van de buitenwereld afgesloten. Dat was afgelopen donderdag wel prettig: het was Hemelvaartsdag, de telefoon kon niet gaan en er kon geen e-mail binnenkomen. En dus kon het een ongestoorde leesdag worden en las ik de nieuwe Harlan Coben, The Woods. De Maand van het Spannende Boek start pas over dertien dagen maar ik ben alvast begonnen. Een voor de aardigheid gekochte Agatha Christie smaakte naar meer en gisteravond begon ik aan mijn zevende, Dumb Witness. Ik kocht zes gebonden facsimile’s bij Paagman, die er 17,50 voor vroeg; bij Amazon.co.uk kosten ze inclusief verzending 13 euro. Hopelijk wordt het lezen niet onderbroken door de telefoon.


20-05-07. Aan de volgende druk van Van Dale zal het begrip ‘bananentijd’ worden toegevoegd, synoniem van ‘komkommertijd’. De zomer was vroeg dit jaar, zo ook het nieuws dat nergens over gaat. De aarde warmt zorgwekkend op, in Irak gaat het geweld onverminderd door maar hier wordt het Journaal twee dagen lang gedomineerd door een gorilla. De gorilla was in Blijdorp een eindje gaan wandelen, samen met een bezoekster die nogal dol op hem was. Gisteren was het grote gorillanieuws dat de gorilla in de dierentuin van Berlijn wel vier keer ontsnapt was. Dat klinkt als een ontsnapte TBS’er die al vele malen eerder aan zijn bewakers had weten te komen. Het wachten is op een kamerlid dat aankondigt aan de verantwoordelijke minister vragen te zullen gaan stellen. Maar aan wie? Welke minister heeft er gorilla’s in zijn portefeuille?


21-05-07. Zo af en toe krijg je de gekte gewoon aangereikt. In de brievenbox lag een brief gericht ‘Aan de bewoners van de’ en dan mijn adres. De brief was afkomstig van een bedrijf in schilderwerk en bouwkundig onderhoud en begon aldus: ‘Naar aanleiding van een opdracht van Haag Wonen, mbt een lekkage dak parkeer garage willen wij graag het nummer van de parkeerplaats zodat wij de werkzaamheden kunnen uitvoeren.’ Onder de huizen aan de overkant zit een parkeergarage en in die parkeergarage heb ik een parkeerplaats. Wat is dat voor een opdrachtgever, die aan een bedrijf in schilderwerk en bouwkundig onderhoud laat weten dat er een lek gerepareerd moet worden maar niet aangeeft waar dat zit? Ik weet niks van een lekkage. ‘Gaarne binnen 5 werkdagen telefonisch contact met ons opnemen.’ Dat doe ik gaarne mooi niet.


22-05-07. Ze was door de oppasser gewaarschuwd dat gorilla’s het niet leuk vinden om aangestaard te worden. Tussen twee operaties door gaf ze een interview aan De Telegraaf en zei over het beest dat haar zowat aan stukken gescheurd had: ‘Bokito blijft mijn lieveling.’ Dat mens is dus temmes en niet alleen omdat ze zich door De Telegraaf laat interviewen. Op Teletekst beweerde iemand dat het gorillagedrag erop duidde dat voor de mensen het einde der tijden op komst was, of zoiets. Dat deed me denken aan De Apekermis, een Suske en Wiske waarin apen in opstand komen en de macht overnemen, onder aanvoering van Go Rilla (het bedenken van naamgrapjes was Willy Vandersteen wel toevertrouwd). Een regering bestaande uit apen, waarom ook niet. Krijg ineens zin in de originele Planet of the Apesfilm (1968), met Charlton Heston!


23-05-07. Was de VARA destijds niet opgericht om arbeiders te verheffen? Het lijkt me een kleine moeite om dan meteen ook mensen tegen zichzelf in bescherming te nemen. Maar nee, in het nieuwe VARA TV Magazine staat een door Paul Simons uit Heerlen ingezonden brief. Hij reageert op een artikel waarin de film 2001: A Space Odyssey en de beroemdste Weense wals ter sprake komen. ‘Ik heb de film een paar keer gezien, maar An der schöne blaue Donau van Johann Strauss daarbij niet gehoord,’ schrijft Simons kwaad. Of hij is doof, of hij kent het muziekstuk niet. De Strausswals begint als de film negentien minuten gevorderd is en het tijdperk van de apen verruild wordt voor dat van de ruimtevaart. Een woedende aap pakt een bot, gooit het omhoog en... Gatver, toen had je ook al Bokito’s.


24-05-07. Over zuinig zijn gesproken. In het huis waar ik sinds 1994 woon zijn in de keuken, in de gang beneden en de gang boven de gloeilampen nog nooit vervangen. Dat wil ik graag zo lang mogelijk zo houden. In de badkamer en in de wc worden de gloeilampen omgeven door een simpele bol die ik in een handomdraai losschroef, elders is destijds voor fraaie vormgeving gekozen. Oogt oogstrelend maar hoe kom ik bij de gloeilamp als die niet meer gloeit? Nog niet zo lang geleden moest er in het slaapvertrek een gloeilamp vervangen worden. Het werd een onderneming waarbij ik mezelf zo tot wanhoop opfokte dat ik om ’m los te krijgen bijna met mijn volle gewicht aan de lamp ging hangen. Dus alle lampen vervangen door spaarlampen – mooi niet, ik ga gloeilampen hamsteren. Spaarlampen? Lampen sparen!


25-05-07. Les één: zorg ervoor dat je een flesje water bij de hand hebt als je met warm weer heen en terug meer dan vier uur in de auto zit. Woensdag was ik voor een reportage naar Millingen aan de Rijn, in de buurt van Lobith (zeg maar daar waar de Rijn ons land binnenkomt). Zomers meiweer, prachtig landschap, ook als je er met 120 kilometer per uur doorheen stuift. Gisteren was ik voor een reportage naar Joure, met ook ditmaal een flesje water binnen handbereik. Nog zomerser meiweer, vrij vlak landschap – maar als je 120 rijdt ben je er zo doorheen. Een paar uur in Joure werkzaam geweest, toen de broeikas geworden auto weer in. Les twee: laat geen flesje water in de auto liggen als de zon schijnt. Slok genomen – wat onsmakelijk smerig smaakt lauwwarm water!


26-05-07. Zaterdagochtend, tien over vijf. Over een halfuur rijd ik naar het huis van mijn zus, pik daar de Amerikanen op die er twee weken lang logeerden en breng ze naar Schiphol. Tien over vijf, dat roept herinneringen op aan lang geleden. Van 1973 tot 1979 was ik zes dagen per week op dat tijdstip al aan het werk, ik bezorgde het ochtendblad Trouw en had daar veel lol in. Het was mijn eerste baan en in sommige opzichten was het mijn leukste baan. Ik begon met één krantenwijk, kreeg er een tweede bij en op den duur ook het agentschap, zodat ik zo’n 130 gulden per week verdiende – geld dat ik grotendeels belegde in grammofoonplaten. Ik wende aan het vroege opstaan (ik kan het nog steeds) en was altijd meteen klaarwakker. Een ochtendhumeur? Daar lachte ik om!


27-05-07. Zondagochtend, halfzeven. Een kwartier geleden opgestaan. Het is nog te vroeg om te zeggen of dat een goed idee was maar ik heb mijn twijfels. De voordelen van het nog vroegere opstaan van gisteren (tien over vijf) trok ik drie uur later in twijfel. Ik had de Amerikanen naar Schiphol gebracht, benzine getankt, koffie ingeschonken en de mail gecontroleerd. Om acht uur op de bank gaan liggen en begonnen in een Agatha Christie maar ik geloof dat ik al voor negenen mijn ligplaats naar boven verlegde en daar ging slapen. Omdat het was opgeklaard anderhalf uur later naar de stad gefietst en de drie nieuwe delen Verzameld Werk van Hella S. Haasse gekocht. ’s Middags was Agatha Christie weer aan de beurt maar pas tegen de avond had ik het boek uit. Gaap, gaap, wat een slaap.


28-05-07. Het vliegtuig zou om vijf voor een landen, ik had dus tijd om vooraf Amsterdam aan te doen. Fame is ook op zondag om tien uur open. Ik was er om elf uur maar kon er niet in omdat het Pinksteren was; ze gingen om twaalf uur open. ‘Tot dan!’ riep een enthousiaste medewerkster, die wel naar binnen mocht. ‘Ik denk het niet,’ zei ik. Waterstone’s was al open. Het wordt zo langzamerhand tijd dat ik Haruki Murakami ga lezen, vind ik. Op twee titels, Norwegian Wood en The wind-up Bird Chronicle, zat een 3 for 2-sticker. Ik voegde er The Night Watch van Sarah Waters aan toe en was voor 30,80 euro klaar. Overgestoken naar het American Book Center: dat was wegens Pinksteren de hele dag gesloten! Terug naar Waterstone’s en Kafka on the Shore gekocht.


29-05-07. Gaat het met Pinksteren niet net zo? Dat zijn tenslotte ook twee dagen. Praktisch elk jaar (want ze denken dat we geen geheugen hebben) is er op tweede paasdag in het Journaal aandacht voor de wijze waarop mensen hun tweede paasdag doorbrachten. De meeste Nederlanders bezoeken op die dag een meubelboulevard of een soortgelijk oord van verschrikking. Dat doen ze onder het motto: ‘Zo’n eerste paasdag kan je nog wel thuis blijven, maar op tweede paasdag moet je eruit.’ Ik heb in mijn al vrij lange leven maar eenmaal een woonboulevard hoeven bezoeken, en het was niet een tweede paas-, pinkster- of kerstdag maar een gewone zaterdag. Mijn moeder was wegens haar aanstaande verhuizing aan nieuw meubilair toe en sprak in een winkel voor iedereen hoorbaar de legendarische woorden: ‘Het lijkt wel of die tafel aids heeft!’


30-05-07. Ik ben het altijd eens met mensen die het nooit eens zijn met Geert Wilders maar zijn jongste plan heeft wel wat. De politie moet met scherp kunnen schieten als er sprake is van ‘ernstige rellen’ die veroorzaakt worden door ‘verwerpelijk tuig’. Zomaar in het wilde weg erop los knallen is natuurlijk de bedoeling niet, er moet eerst gewaarschuwd worden: ‘Mensen, laten we het gezellig houden!’ Geeft het verwerpelijke tuig daar geen gehoor aan, dan is een waarschuwingsschot op z’n plaats. Omdat verwerpelijk tuig de neiging heeft hardleers te zijn kan zo’n waarschuwingsschot het beste tussen de ogen terechtkomen. Dat moet zelfs het meest hardleerse verwerpelijke tuig duidelijk maken dat het uit moet zijn met de relschopperij. Als deze gang van zaken eenmaal kracht van wet heeft gekregen dan moeten ook trambestuurders een pistool krijgen, vind ik.


31-05-07. Volgende week donderdag breekt er een korte vakantie aan die vijf weken en vier dagen duurt. De eerste dag staat in het teken van een bezoek aan een trouwambtenaar. Helga is dat parttime: mijn bezoek houdt verband met haar bezigheden voor Radio West. Ze heeft daar onder meer bemoeienis met de afdeling Hoorspel en was door een collega op mijn spoor gezet. Ik had met mijn team tien uur humoristische hoorspelachtige programma’s voor Radio West gemaakt, misschien konden we de handen ineen slaan. Zo was het wellicht mogelijk om de uitzendingen en de scripts een plek te geven op het aan hoorspelen gewijde onderdeel van de RTV West website. Goed idee maar de uitzendingen bevatten muziek die niet rechtenvrij was. Kon die zomaar online gezet worden? Over zulke zaken hebben we op 7 juni een kleine topconferentie.


01-06-07. Ik schreef dit gisteravond alvast, tot besluit van een geloof ik wel nuttig bestede dag. Het was tegen 21.30 uur ineens indrukwekkend bewolkt geraakt, het rommelde in de verte en het regende vrij gigantisch, wat wil je nog meer. Te veel om op te noemen maar om te beginnen zou betrouwbaarder weersverwachting wel prettig zijn. Het zou gisterochtend opklaren, daarna flink gaan neerslaan. Ik fietste voor mogelijke buien uit naar de boekwinkel, kocht drie Murakami’s, fietste nog altijd regenvrij naar huis – en maakte mee dat het in plaats van te gaan regenen zeer zonnig werd. Met buurvriendin Esther een strandwandeling en een ijsje, een petje op tegen de zonnebrand. ’s Avonds een paar uur bezig geweest met de bestanden van vijf Hot Talkscripts – die zijn binnenkort hopelijk te bekijken op de hoorspelplek van de RTV West website.


02-06-07. Balkenende die zegt dat het via de televisie weggeven van een nier ons land geen goed zal doen, dat is natuurlijk iets om te koesteren. Het had iets van een aprilgrap. Mensen werden verleid op een bepaald tijdstip iets te doen: naar een tv-uitzending kijken. Er ging iets wereldschokkends gebeuren, dus de wereldpers kwam erop af. Een paar jaar terug waren er een jongen en een meisje die naar eigen zeggen voor het eerst de liefde gingen bedrijven en dit via internet rechtstreeks zouden vertonen. Dat ging natuurlijk niet door. En je had lang geleden de geweldige kermisattractie ‘Een nummertje in het gras’, ik geloof dat ik daar bij Wolkers over las (kan ook Reve geweest zijn). Mensen kochten een kaartje, gingen likkebaardend de kermistent binnen – en jawel, daar lag in het gras nummer dit of dat.


03-06-07. Deze maand krijg je Afgunst (van Saskia Noort) cadeau als je voor minimaal 12,50 aan Nederlandstalige boeken koopt. Ik kocht vrijdag voor 27,95 twee Engelstalige boeken van Murakami maar kreeg het toch cadeau. ‘Literaire thriller’, staat er bij wijze van kwaliteitskeurmerk op het Afgunstomslag. Wie er iets literairs in ziet mag het zeggen. De stijl hangt tegen die van een Bouquetreeksdeeltje aan. Het wemelt van de clichés. Om de pen te sparen streepte ik ze maar niet aan. Een tandarts boort in tanden, Noort gebruikt tanden om te boren: ‘Ik boor mijn tanden in zijn pols’ (p. 89). Het ziet ernaar uit dat de ontvoerder de heldin gaat slaan, ‘met zijn elleboog dwars door mijn oogkas’ (p. 81). Een enorme oogkas (of kleine elleboog). ‘De tape’ (p. 73), ‘het tape’ (p. 75). Ik ga gauw Murakami lezen.


04-06-07. Vroeger had je programmamakers die het niet terecht vonden als hun programma’s afgekraakt werden: ze hadden kei- en keihard gewerkt. Dat is een oneigenlijk argument. Het gaat er niet om dat je kei- en keihard werkt, het gaat erom dat wat je aflevert de moeite waard is. Daar moest ik aan denken toen ik in het jongste VARA TV Magazine een interview met Saskia Noort las. Ze zegt daarin over recensenten die haar werk afkraken: ‘laat ze maar lekker over je heen pissen, dat is nou eenmaal de prijs van succes.’ Als je een spannend niemendalletje nadrukkelijk afficheert als een ‘literaire’ thriller dan is dat vragen om moeilijkheden. De verleiding was groot in het geschenkboekje alle clichés aan te strepen, maar ik wilde liever geen rsi oplopen. In het interview zegt ze ook nog: ‘een meisje die’.


05-06-07. Nog anderhalve dag, dan begin ik aan een korte vakantie van vijf weken. Het gaat een bezige korte vakantie worden, heb ik het idee. Nu Sabbatical wel zo’n beetje voltooid is, wil ik het manuscript Livia gaan fatsoeneren en ook gaan schaven aan een stuk of 55 korte verhalen. Maar eerst wat anders: als het naar wens gaat, komen de vijf aan Buisdorp gewijde Hot Talkuitzendingen binnenkort op de website van Radio West, waar er een blokje voor gereserveerd wordt. De in totaal tien uur bevatten niet alleen gesproken woord maar ook muziek. Kon dat zomaar online gezet worden? De Radio Westmedewerker die het uitgezocht had meende van wel: rechten waren bij de rechtstreekse uitzending geregeld. Behalve de uitzendingen komen ook de scripts op de site te staan. Die massa tekst moet ik voordien nog even nalezen.


06-06-07. De laatste werkdag tot 16 juli, dat is prettig om te schrijven. Maar terwijl ik dat schrijf liggen er nabij het toetsenbord briefjes volgenoteerd met dringende dingen die vrij spoedig gedaan moeten worden. Vanavond wil ik Sabbatical nog een keer lezen. Morgenavond vergezel ik buurvriendin Esther als zij Loekie voor een controlebeurt naar de dierenarts brengt. Ten behoeve van de beoogde plaatsing op de website van RTV West moet ik de uitzend-cd’s van vijf Hot Talkuitzending gedeeltelijk beluisteren, ik moet de scripts nog een keer bekijken. Er moet bovendien gestofzuigd worden. En vrijdag reis ik met Marijke mee naar Utrecht. We hadden gisteren een halfuur telecommunicatie over een tekst die zij aan het redigeren was, korte tijd later kreeg ik zelf een te redigeren tekst aangeboden. De eerste vakantiedagen kan er nog geen sprake zijn van vakantie.


07-06-07. Vandaag is het de eerste dag van de vakantie: vijf weken plus een paar dagen, in totaal 39 dagen, ofwel een klein sabbatical. Het leek me een goed idee het kleine sabbatical in te gaan met het nog eens doornemen van het manuscript Sabbatical – ook omdat Marijke het kritisch gaat lezen. (Ik heb natuurlijk liever dat men een tekst zonder slordigheden onder ogen krijgt, het is al erg genoeg als het verhaal als geheel ondermaats gevonden wordt.) Gisteravond van vijf over halfzeven tot tien over halftwaalf bezig geweest en omstreeks 160 verbeteringen aangebracht. Een bijvoeglijk naamwoord dat me bij nader inzien niet aanstond vervangen of gewoon maar geschrapt, een keer een hele alinea verdreven et cetera. Zo meteen ga ik controleren of ik de verbeteringen goed heb aangebracht, daarna ga ik een tekst van derden redigeren. Vakantie!


08-06-07. Loekie, de kat van buurvriendin Esther, moest gisteren een enting ondergaan. Hij beleefde niet veel plezier aan de autorit: op de heenweg maakte hij zijn ongenoegen kenbaar door een protestplas in de draagbak te doen. Dat was gunstig want Esther had het idee dat Loekie last had van een blaasontsteking. De geleegde blaas leek erop te wijzen dat het wel meeviel. De dierenarts vond dat ook. Hij veegde na het consult de bak droog, Loekie stapte er weer in. Ook op de terugweg verzorgde hij een protestplas, en omdat die geen indruk op ons maakte voegde hij er een drol aan toe. Zijraam en dakraam opengedraaid, aanjager op stand drie: de stank bleef stinken. Volgende week moet ik zelf met twee katten op pad. Ik wil Esthers draagbak lenen maar bezwoer haar dat het geen haast had.


09-06-07. We hadden op het CS afgesproken. Ik liep er vanaf mijn werk naartoe, onder een gammele paraplu die ik in Utrecht meteen zou vervangen, er werd zwaar weer verwacht. Onafhankelijk van elkaar hadden we besloten er zonnig uit te zien: Marijke een lichtgroene broek, een rood shirt, rode sokken en beige schoenen, ik een beige broek, lichtgroen T-shirt, oranje shirt, oranje sokken en spectaculair gekleurde schoenen. We hoefden in Utrecht niet samen onder mijn gammele paraplu, Marijke had ook een paraplu bij zich. We hoefden er zelfs niet ieder voor zich onder een paraplu, want het was droog. De zon scheen, het was warm. In Utrecht gingen we ieder ons weegs, ik had een eind te lopen. Het was niet warm, het was heet. De regen kwam ’s avonds pas, voorafgegaan door fantastisch onweer. Weeralarm! Kaplaarzen aan!


10-06-07. Ik had in een print van Sabbatical meer dan 160 verbeteringen aangebracht, ze in het bestand verwerkt en het verbeterde bestand geprint. Gisteren de laatste en de voorlaatste print met elkaar vergeleken: op drie plaatsen hadden de verbeteringen tot fouten geleid: ‘en het kon niet op want er kon klonk Nights in white Satin’ – ‘De GEB’er had een assistent bij zich bij die’ – ‘voor krokodillen was te ver uit de buurt’. Ik ontdekte de fouten op de dag dat ik een aantal uittreksels corrigeerde. In een ervan, van de roman De hemelrat (van Jan van Mersbergen, verschenen bij Cossee), kwam de schrijver van het uittreksel soortgelijke fouten tegen: ‘Tom stapte hij uit zijn schoenen’ – ‘En ze lieten ze de tram wegrijden’ – ‘Het jongentje’. Fouten in een manuscript zijn snel verbeterd, fouten in een boek gaan nooit verloren.


11-06-07. Ik kreeg een kans die ik niet vaak krijg: de natuur van dichtbij bekijken. Ik was op het buitenverblijf van een collega en dronk er in de hete zon lui twee koppen koffie. Tijdens de korte wandeling van het broeikasje waarin de koffieapparatuur verbleef naar de plek waar onze stoelen stonden passeerde ik een vliegend eng blauw ding. ‘Een eng blauw ding,’ zei ik. ‘Dat is een waterdomper,’ zei de collega. (Een waterhopper? Een waterjuffer?) De koffie zat erin, ik vroeg of ik nog wat kon doen, nu ik er toch was. Tussen de tegels groeide groen dat wel weg kon, had ik zin dat overtollige groen weg te halen? Wel ja. Ik trok hier en daar wat tussen de tegels vandaan en verstoorde daarbij het biologisch evenwicht want overal kwamen enge blauwe kruipers vandaan gekropen. Horror!


12-06-07. Mijn partij is het niet. Wiegel zei vroeger te pas en te onpas: ‘Wij van de VVD.’ Degenen die bij die ‘wij’ horen dragen tegenwoordig allerminst het wijgevoel uit. Gisteravond was de onstuitbaar doortetterende Vonhoff in NOVA, om het uit te leggen. Zijn wilde witte haar deed me denken aan de paddenstoel van een kernproef: Duisenberg, maar dan erger. Wat zouden VVD-stemmers van de gang van zaken vinden (niet van dat haar, maar van het interne gerommel)? Een VVD’er vindt Verdonk een onbehouwen akela en Rutte een blozende puber. Let op, als die twee elkaar weggepest hebben wordt Van Baalen naar voren geduwd. Heeft altijd een rechtse grol paraat, is een doorgewinterd debater, heeft dezelfde bolle harses als Wiegel en Van Riel. Over een paar jaar, als hij nog wat dikker is geworden, leidt hij de VVD.


13-06-07. ‘In negentien-drie-zeven, dan gaan we wat beleven!’ zongen de padvinders: in 1937 kwam de Jamboree naar ons land. In 2012 gaat er weer wat gebeuren. Ik heb er hier en daar wat over gelezen, zoals 2012. The Year of ohe Mayan Prophecy, van Daniel Pinchbeck. (Ik geloof dat Maurice M. Cotterell een 2012-pionier was, met The Mayan Prophecies.) Hoe dan ook, bij NOVA werd bericht over een sekte die ervoor zorgt dat je 21 december 2012 goed doorkomt, als je je bij die sekte aansluit. Als het einde van de wereld in verband wordt gebracht met een exacte datum kunnen we opgelucht ademhalen, dan is het onzin. De wereld kent immers verschillende tijdzones: als het hier 21 december is, is het elders nog 20 of al 22 december. De wereld kan dus niet op één datum vergaan.


14-06-07. Je houdt er aan het begin van het jaar geen rekening mee dat de zomer in april zal vallen. In juni vrij hebben, stel je je voor, dat betekent lui op gang komen. In de ochtend een paar uur op het voorbalkon in de zon zitten: de discman aan en de nieuwe cd’s beluisteren (twee in Utrecht voor minder dan de helft van de reguliere prijs op op de kop getikte delen uit de Bootleg Series van Dylan, een 2 cd-editie van 50.000.000 Elvis Fans can’t be wrong, de 4 cd + dvd box Vegas van Sinatra en Zappa Buffalo). Als de muziek niet te veel aandacht opeist tegelijkertijd een tekst voor me (ik wil in de vakantie verder werken aan de roman Livia). Maar nee: ik werd wakker van de regen die tegen het dakraam kletterde.


15-06-07. Voor geduld heb ik geen geduld. Dat was gisteren weer eens aan de orde. Ondanks dat ik vakantie had was ik om zeven uur wakker. Vijf kwartier later was ik in de supermarkt, om kwart voor negen uur kreeg ik zin in hollen. Ik dacht: ik ga hollen. En dus trok ik de hardloopschoenen aan en ging hollen. Tot nu toe klinkt het als een weloverwogen en wijs besluit, dat hollen gaan. Maar het regende, het goot! In het nabije park waar doorgaans omstreeks die tijd honden worden uitgelaten door al dan niet ongebonden jonge vrouwen waren geen honden te bekennen, laat staan al dan niet ongebonden jonge vrouwen. Zelfs de jonge al dan niet ongebonden jonge vrouw die er hardlopend haar hondje uitlaat was er niet. Anderen hadden wel geduld: een uur later was het droog.


16-06-07. Afgezien van de koffie begon het gezond: koffie, halve liter Vifit, 19 minuten hardlopen in de regen, bordje muesli met brokken chocola en hele nootachtigen. Maar je bent jarig of je bent het niet, dus daar kwamen nog bij: ongezouten cashewnoten, gezouten notenmelange, patatje pindasaus, twee broodjes kroket, vier slagroom-hazelnootgebakjes en tussendoor voor de vitaminen twee uitgeperste sinaasappels, een appel en wat pitloze witte druiven. (Plus vloeibaarheden.) Terwijl ik dit schrijf staan er nog drie slagroom-hazelnootgebakjes in de koelkast vanwege twee nakomende bezoekers – er zit voor mij dus maar een enkel slagroom-hazelnootgebakje in. Behalve bezoekers en geschenken waren er ook kaarten, een ervan had voorop een afbeelding van een bord met de tekst: ‘Dames wilt u voor het onderzoek uw broekje uitdoen en op de bel letten s.v.p.’ Afkomstig ‘uit het kleedhokje van een gynaecologenpraktijk omstreeks 1950’.


17-06-07. In slaap komen viel niet mee, wakker worden evenmin. Is er leven in een wereld zonder Band Zonder Naam? Ik zat te werken, keek af en toe over mijn schouder naar de tv, het volk was toen het einde nog moest beginnen al grotendeels in tranen. Waar moeten ze naartoe met hun behoefte aan meedeinen? De overstap van BZN naar Frans Bauer is misschien te groot. Van Balkenende tot Plasterk, van Ben Cramer tot Jan (v/h Jantje) Smit, van Joost den Draayer tot Erik de Zwart: geen van hen had ooit mooiere muziek gehoord dan muziek van BZN. Er werd muziekgeschiedenis geschreven, zei de voice-over aan het begin. Ik ken maar één ander voorbeeld: Cream Farewell Concert uit 1968. Ze kwamen 37 jaar later weer samen. Daar hoeven we bij BZN gelukkig niet bang voor te zijn.


18-06-07. Jan Keizer is 58, Carola Smit 43. Logisch dat ze stopten. Hoewel: laatst stonden ook The Who in Ahoy. Pete Townshend is 62, Roger Daltrey 63. En dan de Stones. Ron Wood, de benjamin van de groep, werd onlangs 60. De bolle Jan Keizer sjokt over het podium, de afgetrainde Mick Jagger (volgende maand 64) rent en springt nog. Vandaag is Paul McCartney 65 geworden. Ik kocht zijn nieuwe cd (natuurlijk kocht ik die): Memory almost Full. De voorganger Chaos and Creation in the Backyard was fantastisch, deze vond ik bij eerste beluistering maar zo zo. Dance Tonight is een niemendalletje. Maar toen ik de cd voor de tweede keer beluisterde sloeg de vonk over. House of Wax, That was Me, Only Mama Knows. Zitten in m’n hoofd, willen er niet meer uit. Een tovenaar, die McCartney.


19-06-07. Toen ik hier dertien jaar geleden kwam wonen was ik onder meer gecharmeerd van de ligging van het balkon (ik weet niet of dat op het noorden, zuiden, westen of oosten ligt, ik weet ook nooit in welke richting ik moet vertrekken als de routeplanner aangeeft dat ik de straat in noordelijke moet verlaten). ’s Morgens staat de zon op het balkon, ’s zomers kan ik van een uur of tien tot een uur of een in de zon zitten of liggen, voorzien van diverse gemakken (zoals koffie en/of een boek en/of muziek). Het is bijna halverwege de tweede week van mijn vakantie en ik heb nog geen balkonzon meegemaakt. Gisterochtend was er toen ik wakker werd zon, een uur later goot het. Ga zo meteen een uurtje zonzitten, vertrek vervolgens naar Venus: film met Peter O’Toole!


20-06-07. Zo’n vakantie vliegt om. Ik ben nu halverwege de tweede van vijf weken en voor mijn gevoel heb ik nog niets gedaan. Wat boeken gelezen (The God Delusion, een McCartney biografie, twee Murakami’s en een Mankell), de dvd-kijkachterstand een beetje ingehaald (Angels in America, een paar reizen van Michael Palin) maar dat waren druppels op gloeiende platen. (En bovendien werd de lees- en kijkachterstand alleen maar groter door boek- en dvd-aanschaffen.) Het is niet een gebrek aan plannen: ik weet precies wat ik allemaal wil gaan doen maar omdat het niet op stel en sprong hoeft te gebeuren komt er even niets van: ik heb namelijk vakantie. Maar als het door blijft gaan zoals het gaat komt er nergens wat van terecht, en daarom ga ik maar eens opschrijven wat ik wanneer ga doen, qua nuttige bezigheden.


21-06-07. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Ik was op visite bij M., die ik toevallig tegengekomen was in de trein, ze woonde in de gemeente Z. We dronken koffie en omdat mensen dat nu eenmaal graag doen vestigde M. mijn aandacht op foto’s die in fotoboeken zaten en op haar pc stonden. Op de pc bevond zich een reeks foto’s van een vakantie in Frankrijk. Kiekje dit, kiekje dat, kiekje zus, kiekje zo, gaap. En toen werd het beeldscherm gevuld door een lul, goddank in onopgewonden toestand. ‘O nee!’ riep M., het beeldscherm wegdaaiend. De foto betrof een deel van een L. M. had vergeefs getracht de foto te verwijderen. Met deze L., die ook nog uit Monster kwam, had M. wat gehad, het was uitgeraakt. ‘Je hebt in elk geval nog een aandenken,’ zei ik.


22-06-07. De zomer is z’n tweede dag in gegaan. Wat een feest was dat gisteren, eindelijk zomer! Dat hadden we wel verdiend. Ik was om zeven uur opgestaan, ik had er zin in. Een kop koffie, een halve liter Vifit en gaan hollen. In het park wemelde het van de hondenuitlaters die allemaal van de zomer aan het genieten waren, dat zag je meteen. Gedoucht, een bordje cruesli gegeten en de stretcher op het balkon uitgevouwen. Om halftien staat de zon nog niet vol op het balkon maar ook met maar een beetje zon had ik volop het zomergevoel. Ik las een theatertekst van Mylou Frencken en Bart Klunder, wat was die leuk! Na nog geen uur begon de lucht grijs en toen gitzwart te worden en diende de eerste zomerse bui zich aan. Verfrissend, zo’n zomerse zomer!


23-06-07. Een tante had een roekoeduif als huisdier. Het beest zat in de keuken in een hok en vond dat geloof ik niet erg. Ik weet niet of zoiets vaker voorkomt. Waar we woonden had de bovenbuurman een duiventil. Het onafgebroken koeren was niet altijd een gezellig geluid, om nog maar te zwijgen van de stront. We verhuisden naar een derde etage. Geen bovenburen, geen duiventil. Maar toen hij gepensioneerd was geraakt begon de benedenbuur op zijn balkon een til te timmeren! Als vanouds duivenstront. Ik fietste gisteren door Rijswijk en passeerde een duif die vlak bij een groenstrook op straat lag. Een bevriende duif zat ernaast. De liggende duif was dood, ik pakte hem op en legde hem in het groen. Ik zag geen bloed of deuken, hij was niet aangereden. Ze gaan dus ook vanzelf dood.


24-06-07. Het weer kon gistermiddag niet kiezen tussen zon en regen, zelf had ik moeite met kiezen tussen twee films die elkaar gedeeltelijk overlapten, op Nederland en België. De keuze ging tussen de films Playtime en Le petit Baigneur en tussen de twee grootste Franse komische genieën: Jacques Tati en Louis de Funès. Tati stopte de meest prestigieuze film uit zijn kleine oeuvre zo vol grappen dat je elke keer weer iets voor het eerst ziet – bovendien moet je lachen om wat je al vaak gezien hebt. Van de enorme hoeveelheid films die De Funès maakte is Le petit Baigneur een van de betere niet-Gendarmefilms. Ook gisteren (net als toen ik een kind was) schaterde ik om de scène in de kerk, waarin de oranjeharige pastoor preekt vanaf een op instorten staande kansel. De hele middag lol gehad.


25-06-07. Ik was een kind, ik kocht maar wat. Deep Purple in Rock was een toevalstreffer, de dubbelaar Made in Japan een weloverwogen keuze: nog altijd een van mijn favoriete liveplaten. Vorig jaar zag ik Deep Purple in de Heineken Music Hall en wat een feest was dat. Gisteren zag ik de dvd Live at Montreux 2006, hetzelfde repertoire als vorig jaar. Schitterend in beeld gebracht, niet dat zenuwachtige snelle beeldwisselen van MTV maar oog voor detail, zoals Ian Paice die een drumstick laat vallen en snel een andere pakt. (Hij is dikkig geworden, zit ook de hele dag.) In de bijgaande interviews vertellen de bandleden dat de nummers uit jams geboren worden. Dat hoor je nog af aan de sublieme intro’s van bijvoorbeeld Lazy en Smoke on the Water. Het laatste wordt eerst in een jazzarrangement gespeeld!


26-06-07. Televisieseries zie ik maar zelden als ze uitgezonden worden. De ene keer gebeurt dat op een dag of een tijdstip dat het me niet uitkomt, de andere keer streep ik in de gids aan dat ik moet kijken en denk er niet aan als het zover is. Bovendien heb ik geen zin om een week te wachten op het vervolg, hou ik niet van onderbrekingen voor reclame – et voilà: de dvd. Er gaat nauwelijks iets boven het zien van een televisieserie op dvd. Zo zag ik gisteren het complete eerste deel van het zesde seizoen Sopranos: twaalf afleveringen van vijftig minuten. Als ik de serie op tv zou volgen zouden daar drie maanden mee gemoeid zijn. Leukste gastrol: Lauren Bacall, die zichtzelf speelt en op haar 81ste voor het eerst voor de camera ‘fuck!’ zegt. (Twee keer!)


27-06-07. Soms ben ik mijn tijd vooruit, soms sjok ik erachteraan. Ik heb mij jarenlang tot het uiterste verzet tegen de aanschaf van een mobiele telefoon. In ongeveer 2001 kreeg ik er een van de Postbank, toen ik geld op een spaarrekening gezet had. Ik gebruikte dat ding nooit. Er zat een beltegoed op dat eraf gehaald werd toen ik een halfjaar niet gebeld had, of zoiets. Gisteren ging ik weer overstag: een mobiele telefoon gekocht. Er zaten maar liefst twee gebruiksaanwijzingen bij, zodat ik het maar liefst twee keer niet snapte en dan ook (met mijn ouderwetse telefoon) buurvriendin Esther om hulp belde. Zij kan lezen en schrijven met die dingen maar had ook geen idee wat mijn mobiele nummer was. Ik ontdekte het op de nummerherkenner van mijn ouderwetse telefoon, toen ik mijn ouderwetse telefoonnummer intoetste.


28-06-07. Het is vakantie, dus ik hou me nog minder dan anders bezig met wat er in de wereld gebeurt. De toestand buiten Nederland is geloof ik redelijk stabiel, hier schijnen we in diepe rouw gedompeld te zijn door het overlijden van majoor Bosshardt. Persoonlijk vind ik dat het zo zachtjes aan tijd wordt als je 94 bent maar degenen die helemaal uit hun doen zijn door het overlijden hadden liever gehad dat ze 194 was geworden. Wij hebben hier geen Lady Di, en het zal dus wat kleinschaliger uitpakken, maar de uitvaart moet een evenement worden. Er wordt een rijtocht door Amsterdam gemaakt. Ik vermoed dat de lijkwagen wordt begeleid door een kolonne ongewapende Hells Angels, gevolgd door rouwende lilliputters, daklozen, hoeren, wethouders, bokspromotors, de drie Toppers en nabestaanden van tante Leen. De uitvaart wordt rechtstreeks uitgezonden.


29-06-07. Het lukte niet poes Gregor uit te leggen dat ze nuchter bij de dierenarts moest worden afgeleverd. Haar voerbakje was om zes uur ’s avonds verwijderd, om zeven uur ’s morgens wilde ze weten waar haar ontbijt bleef en het kon niet anders of ik werd daar wakker van. Pas om halfnegen zou ik met haar op pad gaan, dus elke keer dat ik (voor koffie, Vifit of cruesli) naar de keuken liep kwam ze hoopvol en hongerig meegelopen. Tevergeefs. De dokter wilde haar openmaken om te zien wat de buikbobbel te beduiden had. Die zat er al een jaar, sinds de sterilisatie. Destijds had de buikbobbel de arts geen zorgen gebaard, dat-ie er nog zat was eigenaardig. Openmaken dus. Om halfdrie haalde ik haar weer op, ze was weer dichtgemaakt. De onschuldige buikbobbel was weggezogen: katliposuctie!


30-06-07. De laatste dag van de Maand van het Spannende Boek. De afgelopen dagen waren zeer spannend. Bij drie betere boekhandels en bij een vestiging van Bruna hadden ze geen geschenkboekjes meer. Dat geschenkboekje is vooral van belang vanwege de NS-kortingskaart die erin zit: 40% korting op een treinreis. Ik had er een gebruikt en nog vier liggen. Dat was wat weinig, en daarom ging ik op zoek naar een boekwinkel met geschenkboekjes op voorraad. Ik vond er een in de buurt. Eergisteren kocht ik er De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón, gisteren De nieuwe ijstijd van Kim Stanley Robinson en zo heb ik nu zes kortingskaarten. De laatste dag van de Maand van het Spannende Boek: een uitgelezen moment om een spannend boek te gaan lezen. Het wordt Skin Privilege, de nieuwe Karin Slaughter.


01-07-07. Op 8 oktober 2004, de dag na een bezoek aan de Buchmesse, was ik in Frankfurt in boekhandel Hugendubel. Om 11.40 uur (en vier seconden) rekende ik er twee boeken af (Angels & Demons van Dan Brown en Das Attentat van Harry Mulisch) en ook de Jacques Tati Collection (44,80 euro). De dvd-box bevatte Mon Oncle, Playtime, Les vacances de Monsieur Hulot en Jour de Fête, plus twee korte films. Playtime had ik al, de andere films waren in Nederland niet te krijgen. Toen gistermiddag Mon Oncle werd uitgezonden was er eigenlijk geen reden om te kijken. Ik keek natuurlijk wel, voor de zoveelste keer. Je wacht op een geweldig leuke scène en was vergeten dat er voor die geweldig leuke scène ook een geweldig leuke scène zit. Een humoristisch meesterwerk dat zoals elk meesterwerk onvergankelijk is.


02-07-07. Nondeju, wat lang geleden: in december 1983 stond ik als verslaggever annex fotograaf vooraan bij Duran Duran in Wembley Arena. Gisteravond stonden ze in Wembley Stadium, en ze klonken goed en oogden patent. Sommige jongere artiesten en bands bevielen me (Nelly Furtado, Orson) maar het geluid werd alleen harder gezet als de oudste rotten in beeld kwamen: Roger Hodgson (57), die aan keyboard en op gitaar in z’n eentje Supertramp voor z’n rekening nam. Bryan Ferry (61), die met Let’s stick together de prinsen aan het dansen kreeg. Rod Stewart (62), die tussen de bedrijven door een balletje trapte. Tom Jones (67), die een stampende funkset bracht, met op gitaar Steve Perry van Aerosmith en tot besluit een duet met Joss Stone. Dit alles gelardeerd met beelden van Diana die als een jeugdige majoor Bosshardt wereldwijd goeddeed.


03-07-07. De tweede dag van de vierde week van mijn vakantie en weer wakker geworden van de regen die tegen het dakraam kletterde. Het wordt zo langzamerhand tijd dat ik er wat van ga zeggen. Gistermiddag had ik een eerste topontmoeting met mailpal Tieka, we gingen na haar werk een kop koffie drinken. Ik arriveerde ruim twee uur voordien al in Amsterdam. Toen ik het station verliet hield het juist op met regenen, maar de lucht was hier en daar nog donkergrijs. Ik ging Fame in, een uitlaatklep voor het vakantiegeld. Ik kocht een boek over Dylan, een scrapbook van Dylan en een box met het complete oeuvre van Sly & the Family Stone op cd. Ik wilde de winkel met mijn gevulde rugtas verlaten maar werd daarvan weerhouden door de wolkbreuk die er aan de gang was.


04-07-07. Voordat Stephen King in 1974 voet aan de grond kreeg met de roman Carrie, had hij al veel geschreven. Niet al dat geschrevene werd later gepubliceerd. Onder de naam Richard Bachman publiceerde hij zes romans, een onuitgebrachte stofte hij af en bracht hij onlangs uit: Blaze, geschreven in 1972-1973. Het gaat over een niet zo’n grote geest die in zijn eentje een baby ontvoert, als zijn geestelijk volwaardiger partner met wie hij dit karwei op zich zou nemen is overleden. De ontvoeringszaak is gelardeerd met flashbacks waarin de het treurige leven van de jonge Blaze uit de doeken gedaan wordt. Het is deels een ode aan Of Mice and Men (1937) van John Steinbeck. Op 21 september wordt King 60, een week later verschijnt er een interviewbundel. En op 8 januari een roman: Duma Key (592 pagina’s).


05-07-07. Een schrale troost – dat wordt gezegd als de overledene niet langdurig op sterven heeft gelegen maar in een handomdraai doodging. Het wordt ook gezegd als de betreurde een schrijver is die mooie boeken heeft geschreven. Die boeken leven voort: een schrale troost. Ik heb de uitdrukking nooit met betrekking tot de weersgesteldheid horen gebruiken. Tot gisterochtend. De weerman die op de televisie aankondigde dat het weer flink ging regenen, zei dat het in de ons omringende landen ook flink zou gaan regenen en dat was een schrale troost. De vierde week van mijn regenachtige vakantie zit erop. Mij kan het niet zoveel schelen wat voor weer het is maar er zijn zat landgenoten die zich opwinden over het tekort aan zon. Kan me niet voorstellen dat die mensen de regenval in België als een schrale troost beschouwen.


06-07-07. Morgen wordt er via Live Earth aandacht gevraagd voor zorgwekkende ontwikkelen op het gebied van klimaat en milieu. Ontbossing, opwarming van de aarde, stijging van de zeespiegel – waar dat soort rampspoed in het ergste geval toe zou kunnen leiden is te zien in de film The Day after Tomorrow en te lezen in romans als De nieuwe ijstijd (Robinson) en De zwerm (Schätzing). Er is roofbouw op de aarde gepleegd, de aarde pest een beetje terug. Al Gore heeft zijn waarschuwende documentaire niet voor niets An unconvenient Truth genoemd: de mensen horen zulk nieuws niet graag. Het volk heeft liever brood en spelen. Vandaar dat Balkenende zo glunderde toen hij na een ‘goed gesprek’ met een KNVB-knakker (Balkenende heeft altijd alleen maar goede gesprekken) zei dat we in 2018 samen met België het WK-voetbal moeten gaan organiseren.


07-07-07. Poes Gregor had de ingreep goed doorstaan, was niet in de verleiding gekomen aan de gehechte wond te likken. Maar drie dagen geleden lag ze er lusteloos bij, twee dagen geleden was ze nog steeds inactief. Ik maakte een afspraak om bij de dierenarts langs te gaan – het was sowieso tijd geworden voor controle. Het kon niet eerder dan de volgende avond. Gregor probeerde op de bank te springen, het lukte haar niet. Gelukkig at en dronk ze net als anders. Gisteravond bij de dierenarts: daar waar vorige week onschuldig vet verwijderd was zat opnieuw een bobbel. Acuut opereren dus. Gregor bleek niet goed op de hechting te reageren of zoiets, legde de assistentie een paar uur later uit. Het zou helemaal goedkomen, maar ze moet wel tien dagen in een bench bivakkeren. Zal ze leuk vinden.


08-07-07. Wijlen kat Paling was zo op me gesteld dat hij me al om vier uur ’s nachts kwam wekken. Dat was te dol, dus op den duur borg ik hem ’s avonds in de afgesloten keuken op. Daar wist hij een keer de koelkast open te krijgen en er de kaas uit te verwijderen. De ongegeten kaas trof ik ’s ochtends op de keukenvloer aan (Paling hield niet van kaas). Na de komst van poes Duimpie werd het een ritueel: ze kwamen gezamenlijk zeuren om in de keuken te mogen gaan slapen, in een mandje op het aanrecht. Oude tijden herleven. Op het moment dat ik dit schrijf (gisteravond omstreeks 23.00 uur) bevindt poes Gregor zich op doktersadvies in de keuken in een bench en vindt dat niet leuk. Ik vrees het ergste voor mijn eigen nachtrust.


09-07-07. Het noemen van vijf groepen die op Live Aid optraden is te doen. Het noemen van vijf Afrikaanse landen voor wie de hulp destijds bedoeld was is een stuk lastiger. Het Freddie Mercury Tribute was mede bedoeld om de aidsproblematiek onder de aandacht te brengen. Maar hoe heette de stichting waar geld naartoe moest ook alweer? Het is the day after the day after. Twee miljard kijkers! Zeven continenten! Het is jammer dat zo’n goed doel het moet hebben van een a-charismatische inspirator als Al Gore. Tweemaal zag ik hem redevoeren (toegejuicht door zijn echtgenote Tipper) in een lullig kledingstuk: een poloshirt (eerst blauw, later zwart). Amerikanen worden vetter en vetter maar kleden zich er niet naar. (Ook nog een spijkerbroek!) Al die aandacht voor het klimaat richt net zoveel uit als goede voornemens op 1 januari.


10-07-07. Alles went, ook voor een kat. De eerste keer dat poes Gregor in de bench werd ondergebracht vond ze dat allerminst feestelijk, ondanks dat ik de bench gezellig nabij de cd-collectie had neergezet. ’s Avonds verplaatste ik de bench naar de keuken en ook daar vond ze het onprettig opgesloten te worden. Ze maakte allerlei klaaggeluiden, zodat ik toen ik ging slapen de keukendeur maar sloot – boven was het eventuele geweeklaag gelukkig niet te horen. De tweede overnachting beviel Gregor beter, misschien omdat ze gemerkt had dat ze ’s morgens bevrijd werd. De eerste tien dagen na haar operatie mag ze niet springen en/of rennen. In de bench zit dat wel snor, als ze vrij rondloopt moet ze in de gaten gehouden worden. Dat is geen probleem: ze ligt de hele dag op de videorecorder te slapen.


11-07-07. Een jaar en een paar dagen geleden ontving ik een lullig speldje omdat het mijn twintigste bloeddonatie bleek te zijn. Afgezien van dat speldje bleef mijn beloning voor het doneren van bloed beperkt tot een kop warme chocolademelk na afloop, geserveerd door een opoe die dat onbezoldigd deed. Het bestuur van de bloedbank bestaat niet uit vrijwilligers. NOVA berichtte dat drie bestuursleden, zonder dat zij daarvoor bloed hoeven te doneren of warme chocolademelk hoeven te schenken, tezamen 800.000 euro opstrijken. Dat lijkt misschien niet veel maar is omgerekend in echt geld 1,762.968 gulden, wat zelfs na aftrek van belasting een aardige tegemoetkoming is. Ik vroeg me af hoe het er ten tijde van de NOVA-uitzending ten huize van die bestuursleden aan toeging. Zaten ze verontwaardigd te vloeken dat ze er keihard voor werkten? Werd er schamper geschaterd?


12-07-07. De ene keer heb je het idee dat je langzaam gek wordt, de andere keer dat het snel gaat. Ik was begonnen in Big Money, van P.G. Wodehouse. Tot en met pagina 80 ging het goed, daarna volgden pagina 65-80 nogmaals, vervolgens pagina 97. Amazon.co.uk gemaild. Normaliter zou ik meteen een ander exemplaar krijgen, dat was echter niet op voorraad. Daarom kreeg ik 8,15 pond refund. Blijkens de site kon het boek in zeven tot negen dagen geleverd worden. Dat had ik liever dan een refund. Helaas: de refund was al geregeld. Als ik het boek opnieuw bestelde kwam er 5 pond verzendkosten bij. Geen zorg, als ik bestelde zou Amazon de verzendkosten voldoen. Maar dat kon niet meer omdat ik al besteld had. Als de bestelling afgehandeld is volgt er een refund van de verzendkosten. Grom.


13-07-07. Je ziet op het Journaal beelden van Zundert en je wordt nieuwsgierig. Op de website van de gemeente las ik dat er op het gebied van evenementen jaarlijks een bloemencorso georganiseerd wordt. Zo’n soort gemeente dus. Onverlaten hadden er getracht met inzet van een zogenoemde ‘shovel’ een pinautomaat buit te maken. Ze deden dit door met die shovel dwars door een gevel te rijden. Deze op zichzelf succesvolle actie leidde er niet toe dat zij in het bezit kwamen van de inhoud van de pinautomaat. Zundert zal geen grote gemeente zijn. Het moet toch te achterhalen zijn van wie die shovel was. Of zou de shovel gejat zijn? Kwamen ze met die shovel uit een andere kern gereden, bijvoorbeeld Klein-Zundert? Hoe dan ook, gelet op de sublieme mislukking van de ramkraak moeten het de Daltons geweest zijn.


14-07-07. Wordt het Harry of Harry? Over zeven dagen verschijnt het laatste deel in de Harry Potterreeks. Het is misschien wel leuk om de eerste zes delen te gaan herlezen – ik twijfel daarbij tussen de Engelse en de Nederlandse editie. Deel zeven is voorlopig alleen in het Engels leverbaar en daarom is herlezen in het Engels waarschijnlijk beter: bij het overschakelen van Nederlands naar Engels heb je te maken met andere namen van personages. Maar misschien wordt het een heel andere Harry: over vijftien dagen wordt Harry Mulisch tachtig en dat is een reden om zijn werk te gaan herlezen. Bij Potter kan ik uit twee talen kiezen, bij Mulisch ook: ik kocht in 2004 in Frankfurt Das Attentat. Harry of Harry? Een lastige keuze. Ik kan bij Harry Potter bovendien kiezen tussen boeken lezen en dvd’s zien.


15-07-07. Op 21 mei maakte ik melding van een schrijven van een firma die een lekkage te lijf wilde gaan. De met een superieur geheugen begiftigde lezer zal zich herinneren dat ik toen schreef: ‘Onder de huizen aan de overkant zit een parkeergarage en in die parkeergarage heb ik een parkeerplaats.’ Er zat daar een lek maar de firma die er wat aan ging doen wist niet waar en verzocht me binnen vijf werkdagen telefonisch contact op te nemen en het nummer van mijn parkeerplaats door te geven. Dat deed ik natuurlijk niet. Gisteren, de in mei genoemde vijf werkdagen waren ruimschoots verstreken, kwam er een ‘laatste verzoek’: als ik na opnieuw vijf werkdagen niet reageerde, ging de ‘werkopdracht’ retour ‘Haagonen’, zoals ‘Haag Wonen’ ditmaal gespeld werd. Nabij mijn parkeerplaats is geen lekkage – ze kunnen de zenuwen krijgen.


16-07-07. Dit is ’m dan, de dag waar ik vijf weken lang kokhalzend naar heb uitgekeken: de dag dat ik weer ga werken. Vanmorgen liep na 39 dagen de wekker af, het gapen stond me nader dan het waken. Er vroeg uit wil altijd wel lukken maar in de loop van de dag ontstaat er dan een behoefte aan slapen. Ik hoop dat collega’s daar begrip voor zullen hebben. Vijf weken vrij gehad en ik schaam me dood: helemaal niets geschreven, afgezien van deze dagelijkse teksten en een stuk of honderd mailtjes. Het lezen hield ook al niet over: maar 21 boeken gelezen. Slechts zeventien keer gaan hardlopen – ik geloof dat ik lui ben geweest, een andere verklaring heb ik er niet voor. Waren het eigenlijk wel vijf weken? Misschien kan ik maar beter nog een weekje thuisblijven.


17-07-07. De wekker liep niet af, ik werd een kwartier voordien wakker, na minder dan zes uur slaap. Waar was ik? Thuis. Waar moest ik naartoe? Kantoor. Vijf weken afwezigheid, ik wist dat ik mijn lol op zou kunnen: vierhonderd mailtjes waren er tijdens mijn reces in de inbox beland. Voor de rest same old, same old. Collega uit Arnhem kwam binnen na een reistijd van twee uur en driekwartier. Nog wat gebeurd, toen ik er gelukkig niet was? Iets uit Fawlty Towers: een brandoefening. Die werd op maandagochtend voor woensdagmiddag aangekondigd. Maar op maandagmiddag al ging het alarm. Mijn drie naaste collega’s negeerden het, anderen verlieten ijlings het gebouw en gingen buiten in de regen staan: er was een echte brand aan de gang. De brandweer liet er geen mens meer in, mijn collega’s werkten onverstoorbaar door.


18-07-07. Ik schrijf dit in vrij grote haast want de zon schijnt. Als het meezit kan ik profiteren van een uurtje balkonzon – je weet tegenwoordig niet wat je meemaakt als je wakker wordt en de zon schijnt. Nou ja, dat komt regelmatig voor maar de grap is dat die zon dan weer verdwenen is zodra je balkonwaarts wilt gaan. Vandaag ziet het er zowaar naar uit dat balkonzitten doenlijk is zonder het accessoire paraplu. Eergisteren was er ’s avonds een flinke wolkbreuk aan de gang, ik was de volgende ochtend bang dat ik naar mijn auto zou moeten zwemmen maar in de garage was het kurkdroog. Een extra reden om maar niet te reageren op het verzoek van het malle bedrijf in Voorburg dat een afspraak wil maken om de lekkende garage te repareren. Op naar het balkon!


19-07-07. Vanmiddag voor de laatste controle met poes Gregor naar de dierenarts. In tegenstelling tot de vorige keer verliep de operatie ditmaal zonder complicaties: de allergie die ze destijds tegen de hechtingsdraad bleek te hebben bleef uit omdat er een andere hechtingsdraad was ingezet. Het goede nieuws is dus dat het goed gaat, het iets minder goede nieuws dat ze inmiddels zo opgekalefaterd is dat ze weer gedurende de nacht de binnentrap op en af rent en/of haar nagels aan de stoffering van de trap scherpt. Dat maakt afdoende lawaai om me te wekken. Misschien heeft haar uitgelatenheid te maken met het vertrek van logeerkat Loekie, gistermiddag. Als dat het geval is zal haar opluchting van korte duur zijn want logeerkat Loekie komt vanaf zondag opnieuw logeren. En dat is weer groot feest voor zijn hartsvriendin poes Duimpie.


20-07-07. ‘Van krantenjongen tot miljonair’ kwam ook in mijn tijd al niet meer voor maar op het beroep van krantenbezorger werd nog niet neergekeken. Het belangrijkste nieuws op Teletekst van TV West was gisteren het gebrek aan bezorgers in Leiden en elders: ‘Steeds minder jongeren hebben namelijk nog zin vroeg hun bed uit te moeten komen.’ Ik stond om zes uur op om Trouw te gaan bezorgen. Toen ik er een tweede krantenwijk bij kreeg werd het vijf uur en uiteindelijk zo’n driekwartier voordien: ik had me ook over het agentschap ontfermd. Dat leverde me omstreeks 1976 130 gulden per week op (omgerekend in hedendaagse munt 1800 euro per maand). Ik investeerde het jaarinkomen van om en nabij de 250.000 gulden in grammofoonplaten en heb zo in de jaren zeventig samen met mijn medebezorgers de platenindustrie draaiend gehouden.


21-07-07. De eersten zullen de laatsten zijn – dat geldt vandaag voor Harry Potterfanaten. Kinderen stonden soms dagenlang in de rij om ’s nachts de boekhandel te bestormen en een exemplaar te bemachtigen. Ze waren volkomen uitgeput toen ze konden gaan winkelen, moesten in de winkel op hun beurt wachten, bij grote opkomst misschien wel een uur, waren om twee uur, halfdrie pas thuis en konden van de opwinding niet in slaap komen. Ze sliepen een gat in de dag of kwamen er al om zeven uur uit, maar vielen na een paar pagina’s Potter weer in slaap. Als eerste het boek bemachtigen wil dus niet zeggen het ook als eerste gelezen krijgen. Nee, dan ik. Ging op tijd naar bed, stond bijtijds op. Ik stap zo meteen op de fiets en koop een exemplaar. Als ze nog hebben.


22-07-07. Haagse boekhandel Paagman haalde het Journaal: qua drukte en anderszins was het er ’s nachts wegens Harry Potter een heksenketel geweest. Vrijwel vrij van hysterie wachtte ik mijn beurt af. Om tien uur gisterochtend betrad ik de Haagse vestiging van het American Book Center en was twee minuten later na afdracht van 15,45 euro eigenaar van Harry Potter and the Deathly Hallowsno questions asked. Om elf uur, terwijl de nachtelijke kopers nog lagen te ronken, begon ik te lezen; totdat ik al na een kwartier het boek weg moest leggen omdat buurvriendin Esther afscheid kwam nemen van logeerkat Loekie. Daarna nog op pad geweest om van Miles Davis een cd-box met The Complete Jack Johnson Sessions te kopen. Om drie uur verder gaan lezen, op pagina 332 eindelijk titelduidelijkheid: ‘“Those are the Deathly Hallows,” said Xenophilius.’


23-07-07. Poeh, poeh. De opluchting was groot: Harry overleeft het en blijkt in een naschrift negentien jaar na de afrekening met Voldemort (die naam kan weer gewoon uitgesproken worden zonder dat daar narigheid van komt) een vader te zijn die zijn kinderen op de trein naar Hogwarts School of Witchcraft zet – zoals die dingen in het leven nu eenmaal gaan. Kijk maar naar Pietje Bell, die had ook ineens drie zonen. Ze gingen in het voetspoor van hun vader kattenkwaad uithalen, Chr. van Abkoude kwam met een boek waarin dat beschreven staat. J.K. Rowling zie ik daar ook voor aan. Ze sloot wat minder onherroepelijk af dan Stephen King zijn even omvangrijke Dark Towercyclus, die een einde heeft dat in het begin bijt: de gunslinger beklimt de Toren en is beland op het punt waar deel een begon.


24-07-07. Voor de verandering niet wakker geworden van de aflopende wekker of van een om ontbijt zeurende kat maar van de regen die het dakraam teisterde. Daarbij kwam het geweld van een zuidwester of noordooster storm – daar kan je me midden in de nacht voor wakker maken, voor zulk natuurgeweld. De enorme boom die voor mijn balkon staat zwaait vervaarlijk heen en weer, net als de plant die uit zichzelf op het balkon is komen groeien, die hup tussen de tegels omhoog schoot. Het gaat magnifiek tekeer, maar het is niets vergeleken bij het noodweer in Engeland, dat is helemaal een evenement van de eerste orde. Ik zit nog aan de ontbijtkoffie, het ochtendlijke Journaal is nog niet aan de weersverwachting toegekomen maar wie weet wordt er gewaarschuwd niet naar de kust te gaan. Dan ga ik meteen!


25-07-07. De zon schijnt af en toe, ik vertrek zo meteen voor een reportage naar Otterlo, wat wil ik nog meer. Op de VVV-site ontdekte ik wat er in Otterlo te beleven is: er is een tegelmuseum, een wijnhoeve en er zijn huifkartochten. Elders op internet wordt er gesproken van oplaaiende emoties in Otterlo: bij een overval raakte een jonge vrouw blijvend gehandicapt. Een verdachte werd vrijgesproken, dat viel niet goed op de Veluwe. Een bejaarde: ‘Laten we maar voor de man bidden, als hij het heeft gedaan. Voor hem zal het ook eens eeuwigheid worden en dan zal de Heere God rechtspreken. Het is weerzinwekkend dat dit kan gebeuren. De overheid draagt het zwaard, waar de Bijbel over spreekt, verkeerd.’ Het zou me niet verbazen als ze in Otterlo met die huifkar heksen naar de brandstapel rijden.


26-07-07. Zo’n kleine gemeente op de Veluwe geeft je het idee dat je in een parallel universumpje rondstapt. Het is er wel 2007 maar toch ook een beetje 1967, of erger. Ik was er rond het middaguur gearriveerd en had trek in een hapje. Een broodje dit of dat lag voor de hand maar ik wilde iets ijzerhoudends hebben. Morgen ga ik bloed geven, als ik overdreven sport is mijn ijzergehalte daar wel eens te laag voor. Iets ijzerhoudends bij wijze van lunch dus, bijvoorbeeld cashewnoten. In Otterlo zit een supermarkt waarvan ik niet wist dat die nog bestond: een Spar, waarvan de reclameleus vroeger luidde: ‘Kopen bij de Spar, is sparen bij de koop’. Er stonden winkelwagentjes voor de deur waar geen muntjes in hoefden te worden gestopt. Nee, mensen: Otterlo 2007 is geen Den Haag 2007.


27-07-07. Ik was, weet ik veel, acht jaar of zo, en las de strip Archie, de man van staal. Dus toen ik hoorde dat mijn opa staalpillen slikte dacht ik dat hij zich zou gaan ontwikkelen tot een superheld die ik op afstand kon bedienen. Vanmiddag ga ik bloed geven. Dat ging de vorige twee keren niet door omdat ik toen te weinig ijzer in mijn bloed had zitten. En daarom de afgelopen dagen maar niet gesport en bij de voedselinname gezorgd dat het om ijzerrijke producten ging: volop cashewnoten, amandelen, cornedbeef, kapucijners, bessensap, ontbijtkoek en dan ook nog flink wat vitamine C want dat bevordert de opname van ijzer. Voor mijn gevoel heb ik momenteel zoveel ijzer in mijn bloed zitten dat ik magnetisch geworden ben. Er gaan waarschijnlijk sirenes af als ik door een detectiepoortje loop.


28-07-07. Het grote ijzeroffensief had succes: bij de keuring bleek dat mijn hb-gehalte 9,6 bedroeg, ruim boven de ondergrens van 8,4. Ik mocht weer bloed geven en was voorlopig ontheven van de overdreven inname van ijzerhoudend voedsel. Behalve de genoemde cashewnoten, amandelen, cornedbeef, kapucijners, bessensap en ontbijtkoek was er ook nog een hoop appelstroop naar binnen gegaan. Ik kan goed tegen appelstroop maar beschouw die niet als een delicatesse. (Dat is stokbrood met roomboter en pindakaas.) Enfin, kan weer onnadenkend alles eten en ook drinken: de cafeïneconsumptie had eveneens op een laag pitje gestaan. Na terugkeer van de bloedbank meteen een Senseo. Had per abuis pads voor een volle mok gekocht: een kopje Senseo smaakt, een mok vol is een onafzienbare slok. Nu zien of ik na het bloedverlies nog in conditie ben en tot hardlopen in staat.


29-07-07. Zette de tv aan, viel in NOVA, dat geheel gewijd was aan Harry Mulisch. Hij las voor uit Voer voor psychologen, zijn gezicht was zeer close in beeld. Ik zag dat het wit van zijn ogen nog prachtig wit was, niet vergeeld zoals bij veel bejaarden. Was daar een tachtigjarige aan het woord? Hij gelooft het zelf ook niet, zo blijkt uit Trouw van afgelopen vrijdag: ‘Ik denk steeds: daar moet toch een vergissing in het spel zijn dat jij hier vanmiddag op de bank zit om met mij over mijn tachtigste te praten, daar kan ik eigenlijk alleen maar héél hard om lachen.’ Vandaar ook de zeer zonnige foto van Mulisch onder een blauwe paraplu. Altijd monter: in HP/De Tijd noemt hij de herdruk van Bestrijd het leed dat Mulisch heet zelfs ‘enig’. Leve de jarige!


30-07-07. Bestrijd het leed dat Mulisch heet, zo luidt de titel van een verzameling afrekeningen waarvan onlangs een zowel uitgebreide als ingekrompen editie verscheen (een enkeling wilde niet dat zijn destijdse tekst herdrukt werd – mogelijk omdat hij tot inkeer gekomen was wat zijn afkeer van Mulisch aanging). De samenstellers van het eigenaardige werkje zullen schuimbekkend naar het Journaal gekeken hebben: daar had je de gehate Mulisch weer, tachtig jaar en nog steeds niet dood en er was nog een nieuw boek op komst ook (een dagboek bijgehouden ten tijde van het werken aan De ontdekking van de hemel). Rare mensen heb je soms: ze houden niet van een schrijver en spannen zich geweldig in om hun afkeer onder woorden te brengen. Nee, dan de collegiale A.F.Th. van der Heijden, die in het Journaal glom en zwol van Mulischbewondering.


31-07-07. Caroline (wier achternaam ik niet zal noemen omdat ze een gerenommeerde partner heeft die banden met De Bezige Bij onderhoudt) vertelde gisteren door de telefoon dat ze een tijdje geleden met uitzicht op Harry Mulisch in de trein van Frankrijk naar Nederland had gezeten. Mulisch was in gezelschap van zijn vriendin, met wie hij onophoudelijk zat te zoenen. Dat vond Caroline op den duur (of misschien meteen al) geen prettige aanblik. Gelukkig onderbrak Mulisch het zoenen voor een bezoek aan het toilet. Het rode licht brandde, het toilet was bezet. Dan moet je net Mulisch hebben: hij bleef aan de deur morrelen. De bezetter schreeuwde dat het bezet was maar Mulisch is tamelijk stokdoof, dus hij morrelde door. Toen riep Caroline: ‘Meneer Mulisch, het is bezet! Dat kunt u zien aan het rode licht!’ Wist Mulisch veel.


01-08-07. Toen er nog dienstverlening bestond was het simpel: je haalde op het postkantoor je nieuwe giropas op. Later stuurden ze het bericht dat je een nieuwe pas in de bus zou krijgen. Er stond niet bij wanneer, je zat dagenlang in spanning. Zou de postbode de envelop wel in de juiste bus stoppen? Stel je voor dat vijandige buren zich erover ontfermden en je rekening leegroofden. Sinds deze zenuwslopende gang van zaken is er weer wat nieuws bedacht: eerst komt er een envelop in de bus waar je nieuwe giropas in zit, een paar dagen later krijg je het bericht dat er een paar dagen eerder een nieuwe giropas afgevuurd is. Dat sloopt de zenuwen niet maar aan de envelop is niet te zien dat die een giropas bevat, dus ik vernietigde ’m bijna als ongewenste reclame.


02-08-07. Het zou eindelijk zomers zijn en ik had zin in de reis naar Z., waar ik omstreeks 13.00 uur plaatselijke tijd bij M. zou afmeren. Maar al om 07.35 uur stuurde ze een mail die als onderwerp ‘SOS!!!!’ had en niet veel goeds voorspelde. Ze bleek een aanval van migraine te hebben en daar helpt niets tegen, zelfs niet Martin die met twee hazelnoot-slagroomgebakjes van Maison Kelder aan de deur komt: de afspraak schuift een week op. Wegens het inderdaad zomerse weer een eind gaan fietsen. Na terugkeer zowaar een tweede prettig bericht in de mailbox aangetroffen: het manuscript van Sabbatical was niet in de smaak gevallen bij de redacteur die ik het in de maag gesplitst had. Vandaag ga ik maar weer over tot de orde van de dag: geen uitstapje of fietstocht en volop regen.


03-08-07. Representatief onderzoek heeft onlangs uitgewezen dat in ongeveer 81% van de relaties 78% van de volwassen mannen in 84% van de gevallen slechts 22% van de huishoudelijke taken op zich neemt, in gezinnen waarvan 100% van de vrouwen zich in ten minste 94% van de situaties door hooguit 51% van de aanwezige kinderen laat assisteren (21%) of deels assisteren (33%) bij het verrichten van ten hoogste 41% van de genoemde huishoudelijke taken. Daarbij niet meegerekend zijn de huishoudelijke taken die de facto buitenshuis (17%) gedaan moeten (98%) of mogen (2%) worden, zoals boodschappen doen (99,7%) en het bezoeken van de wasserette (0,3%). Om en nabij de 95% van de betreffende vrouwen (55%) en moeders (45%) is voor 150% van mening dat in dezen hun partner in gebreke blijft en de handen (2) meer zou moet laten wapperen.


04-08-07. Voorbehoedsmiddelen bestaan er bij mijn weten niet. Een schrijver kan op elk moment (en tot op hoge leeftijd) zwanger blijken te zijn van een boek. Onlangs was ik iets meer dan vijf weken vrij geweest en in die iets meer dan vijf weken ontplooide ik zo goed als geen schrijfactiviteiten. Maar in de afgelopen dagen kwam er ineens wat opzetten. Een idee, nog een idee. Een inval, nog een inval. Hm, daar zat misschien iets in. Als er zus gebeurde en daarna zo, dan kreeg je eerst dit en dan dat. Zulke dingen. Ik maakte een paar aantekeningen, ik lag naar een aflevering van The 4400 te kijken en er schoten me dialoogflarden te binnen die ik om ze niet te vergeten onmiddellijk noteerde. Eergisteren had ik het begin van het boek kant-en-klaar in mijn hoofd zitten.


05-08-07. Je hebt je bureau een tijdje geleden opgeruimd en het oogt nog redelijk opgeruimd. Soms leg je een pen neer en die schuif je dan per ongeluk onder een opeenhoping van papier. Een paar dagen geleden moest er zoiets gebeurd zijn met mijn vulpen: die hoorde op mijn bureau te liggen en lag daar niet. Twee opeenhopingen van papier opzij geschoven om te zien of de vulpen daar lag: niets. Ik houd een dagboek bij en gebruik daarvoor de vermiste vulpen, waar zwarte inkt in zit. Die avond gebruikte ik een andere. Er zit een patroon met blauwe inkt in, die ik verruilde voor een met zwarte. Ik begon aan het eerste hoofdstuk van een roman. Normaal gesproken gaat dat met blauwe inkt, nu moest het met zwarte. En dat terwijl het een vrolijk boek moet worden.


06-08-07. De vermiste vulpen vond ik terug in een sigarenkistje waarin ik transactiebonnen tijdelijk bewaar. Ik was een paar dagen achter met de administratie en daardoor kon de vulpen zich al die tijd in de sigarenkist schuilhouden. Met die vulpen ga ik in de regel zorgvuldig om, dat is wel anders met de pennen die voor een aantekening of losse invallen dienen. Die liggen over het hele huis verspreid. Ik heb te bed altijd een pen in de buurt om als ik een goed idee droom dat goede idee meteen te kunnen noteren. Poes Duimpie (20 jaar) heeft soms een aanval van hyperactiviteit en rent dan over het bed en veegt de pen ervan af. Ik ben niet altijd in de gelegenheid zo’n pen op te rapen: toen ik laatst over de rand keek lagen er zeven pennen.


07-08-07. Twee dagen geleden was het tropisch en dan ben ik niet op mijn best, zodat ik in de keuken de kattenbak uit mijn klamme klauwen liet vallen. De gehele inhoud kletterde op het zeil. Die inhoud bestond uit Sivoton, steentjes die van urine klonten maken. Qua smerigheid viel het dus wel mee maar het stoof enorm op. Het was (even afkloppen) al een tijd niet voorgekomen dat ik een onhandigheidsdag had. Dat is zo’n dag waarop ik me onnadenkend door het huis beweeg en in het voorbijgaan in de keuken of boven (meerdere malen!) het bakje met kattenbrokjes een verwoestende schop geef. Of ik pak een nog ongeopend karton melk en schud dat voor het inschenken flink om en merk dan pas dat het pak wel degelijk al geopend was. (Momenteel 8.15 uur, heb al koffie gemorst.)


08-08-07. Het wordt tijd voor maatregelen. De wet stellen. Al die jaren hebben we maar wat gedaan, alsof er geen regels bestonden. En die bestonden er ook niet, ik vond alles maar goed. Als ik er aan toe ben te gaan slapen komen ze op alle mogelijke manieren tot leven. Logeerkat Loekie gaat midden in de nacht brokjes eten en krijgt het voor elkaar daar lawaai bij te maken. Poes Duimpie begint soms over me heen te wandelen als ik lig te slapen of duwt haar snuit tegen de mijne, als ze voedsel geserveerd wenst te krijgen. Toen ik vanmorgen wakker werd lag ze op mijn borst en schuurde met haar kin (hebben katten een kin?) over de mijne. En dan poes Gregor nog. Zij slaapt de hele dag, maar rent ’s nachts de binnentrap op en af.


09-08-07. Er was eens een meisje dat altijd een rood hoofddoekje droeg. Omdat de meeste mensen alleen maar naar het uiterlijk kijken, werd zij Rood Hoofddoekje genoemd. Op een dag ging Rood Hoofddoekje met een mandje eten bij haar grootmoeder op bezoek. Grootmoeder had een mooie boerka aan. ‘Grootmoeder, wat hebt u een mooie boerka aan,’ zei Rood Hoofddoekje. Maar het was haar grootmoeder niet, het was een boze Wilders. Dat kon je niet zien omdat het een boerka was. Een Wilders houdt niet van hoofddoekjes, zelfs niet van rode hoofddoekjes. De Wilders begon te vloeken en te tieren toen hij Rood Hoofddoekje zag. Grootmoeder had hij al opgegeten maar zijn honger was nog niet gestild. Hij probeerde Rood Hoofddoekje te pakken maar doordat hij die boerka droeg kon hij niet goed zien en kon Rood Hoofddoekje ontsnappen.


10-08-07. Zomer in Nederland anno 2007. De strandtenthouders zitten met de handen in het haar maar voor kappers zijn het gouden tijden. Afgelopen zondag zowaar een eendaagse hittegolf, eergisteren wisselend bewolkt en gisteren weer zo’n oergezellige zomerse herfstdag. Er wordt vaak geklaagd over het geouwehoer dat kappers afscheiden maar je zult maar kapper zijn in tijden dat het weer stabiel is. ‘Mooi weer, nietwaar, meneer?’ ‘Lazer op, kapper, het is nou al twee weken heet en zonnig, het wordt tijd dat het weer eens gaat regenen. Goed voor de boeren.’ En momenteel? ‘Want een weer, nietwaar, meneer? Zondag tussebeie de hele dag lopen puffen, gisteren een jas aan moeten trekken en vandaag de paraplu weer uit de mottenballen gehaald. We worden lekker verwend. Maar weer van achteren en opzij flink opscheren?’ ‘Doet u maar, kapper, maar wel gedekt.’


11-08-07. Het wekt altijd verbazing als een vertaler vertaalfouten maakt. Een paar weken geleden verscheen een aantal Hitchcockfilms (opnieuw) op dvd. Een ervan is de koppeling Blackmail (1929) en Murder! (1930). De toelichting op de laatste begint aldus: ‘Een jurist is er heilig van overtuigd dat een jonge vrouw niet schuldig is aan de moord die haar in de schoenen werd
geschoven.’ Maar de man die zich inspant om haar onschuld aan het licht te brengen is helemaal geen jurist. Hij maakte deel uit van de jury die haar in meerderheid schuldig bevond – de vertaler vertaalde ‘juror’ met ‘jurist’! Gisteravond keek ik naar de dvd A Prairie Home Companion. In de bijgaande documentaire wordt ‘every successive draft’ vertaald met elke ‘goede’ in plaats van ‘volgende’ versie. En even later wordt een ‘hose’ in een uitlaat vertaald als ‘sok’.


12-08-07. Een bericht van de reiziger. Het was gisteren zonnig en het zag ernaar uit dat het zonnig zou blijven. Ik treinde naar Utrecht, met bestemming aldaar Elvis Corner, waar ik drie cd’s kocht. De terugtrein was een stoptrein in alle betekenissen van het woord. Hij stopte niet alleen bij kleine stationnetjes, hij bleef er ook nog eens langdurig staan. Schuin tegenover me zat een vrij rijpe vrouw: in strak zwart gehuld, mouwloos bloesje, bruine laarzen, rood haar, fraaie rimpels in gezicht en hals. Ze boog zich naar me voorover: hoeveel stations had Voorburg? Eentje maar. Op dat enige Voorburgse station stapte ze uit. Ik reed door naar Den Haag CS. Op weg naar de uitgang zag ik haar weer staan. In de rijdende trein gesprongen? Nee, de conducteur had gezegd dat Voorburg niet haar goede halte was.


13-08-07. Het is gunstig als de politie je beste kameraad is. Kan altijd gebeuren dat je in de boeien geslagen wordt en gevankelijk meegevoerd naar het bureau en dan kan je beter niet hebben dat er bij aankomst bars en onhoffelijk tegen je gedaan wordt maar dat er gezegd wordt: ‘Ha, Martin! Wat kunnen we vandaag weer eens voor je doen?’ Met dit in gedachten liep ik vorige week in Zeist op de folderende agent af. Hij verspreidde namens Bureau Veiligheid & Preventie van de Regio Utrecht gedrukte informatie over het voorkomen van zakken- en tassenrollerij. ‘Bent u ervan bewust dat er mensen zijn die bijzondere interesse hebben voor uw geld en tas,’ las ik. En ook: ‘Wees alert in menigten, juist dan merkt u niet dat u wordt bestolen.’ Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden.


14-08-07. Bisschop Muskens is een goede bekende van God. In Netwerk zei hij: ‘Het kan God wat schelen hoe wij hem noemen. Daar staat hij boven. Dat zijn onze problemen. Wij zijn allemaal bezorgd dat God dat erg zou vinden. Dat God dat blasfemie zou vinden. Helemaal niet. Wij hebben dat uitgevonden om ruzie over te maken.’ Muskens zou het toejuichen als we God voortaan Allah zouden noemen, dat is ook een leuke naam. Het toeval wil dat ik zelf ook een goede bekende van God ben, en ik zei laatst nog: ‘Zeg, God, vind jij het niet een grof schandaal dat de een jou God noemt en de ander Allah?’ ‘Nou, dat zal mij aan m’n reet roesten, dat zijn details waar ik me niet mee bezighoud. Vind je het trouwens niet fijn dat ik plathaags praat?’


15-08-07. Je bent sinds 1972 in de ban van zijn stem, dus als er wegens zijn dertigste sterfdag films worden uitgebracht die je nog niet op dvd hebt dan koop je die natuurlijk. Tegenwoordig kan ik er iets beter tegen dan vroeger. De films van Elvis in de jaren zestig – het is alsof Picasso op het toppunt van zijn kunnen ineens Bob Rossschilderijen gaat maken. Elvis had als acteur meer in zijn mars dan hij in die films kon laten zien. Soms was de muziek te pruimen, vaak ook niet. Bovendien klopte zijn playbacken niet altijd, alsof hij het nummer niet zong maar mompelde. Stel dat hij die films niet gemaakt had, de middelmatige soundtracks ons bespaard waren gebleven, dat hij zijn gigantische talent had gebruikt voor het zingen van de rauwe blues die hij in zich had.


16-08-07. Toen ik najaar 1972 mijn eerste Elviselpee kocht kon niemand zich voorstellen dat hij in een paar jaar tijd zo in de versukkeling zou raken. Elvis as Recorded at Madison Square Garden – de weerslag van een van de vier New-Yorkse optredens in juni, die bezocht werden door Bruce Springsteen, George Harrison, Paul Simon en David Bowie, die er een fantastisch dynamische show voorgeschoteld kregen. Elvis die nog een podiumbeest kon zijn, zoals te zien was in Elvis on Tour, de documentaire over de voorjaarstournee. In Aloha from Hawaii, nog geen jaar later, zat er al niet veel beweging meer in Elvis. Hij wandelde (wandelde!) daar over het veel te grote podium. Wat was het eerste teken van de ondergang? Niet de steeds grotesker wordende jumpsuits. Het was die godsgruwelijke zonnebril, tegenwoordig nota bene als replica te koop.


17-08-07. Het is na middernacht en ik kick af van de reportages over de toestand op Graceland door te switchen tussen Veronica (dat de Comeback Special uitzendt) en TCM (waar de concertfilm Elvis – That’s the way it is te zien is). Elvis in respectievelijk 1968 en 1970, aan het begin en op het hoogtepunt van zijn triomfantelijke heropleving na de treurige Hollywoodjaren. Tien minuten Elvis zien zingen en vergeten zijn de Journaalbeelden van zwaarwichtige, onder hun bakkenbaarden bezwijkende Amerikanen die zich in een verschrikkelijk pak hijsen en zich Elvis wanen. Maar wie waar ter wereld kan met zoveel haast wanhopige passie If I can Dream zingen zoals Elvis deed aan het einde van de Comeback Special? Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: het zou een betere wereld zijn als Elvis nog leefde en alle imitators dood waren.


18-08-08. Als nieuwsmedium is de krant eigenlijk achterhaald. Ik zag op Teletekst vermeld staan dat Jos Brink was overleden, tikte zijn naam op Google in en kreeg de desbetreffende nieuwsberichten voorgeschoteld. Niet alleen de officiële pers pikt zoiets op, er zijn ook grappenmakers die in alles aanleiding zien om lol te trappen en verdrietig nieuws als humor presenteren en daar worden door andere grappenmakers dan weer reacties onder geplaatst. ‘Opgeruimd staat netjes,’ las ik ergens en dat was dan nog een milde reactie: eronder stonden de nodige uitingen van homofobie, soms vermengd met vreemdelingenhaat. Niet dat Brink bekendstond als voorvechter van vreemdelingen maar zulke mensen grijpen elke kans aan om zich onfris te uiten. Moeten dergelijke scheldpartijen op internet ons verontrusten? Welnee: dankzij internet kun je tegenwoordig zien wat voor bedenkelijke denkbeelden sommige mensen hebben. Dat is leerzaam.


19-08-07. Het zicht op Elvis wordt postuum benomen door imitators, Tom Jones heeft bij zijn leven al een imagoprobleem. Hij is toch die zanger wiens concerten bezocht worden door bokspromotors en hun platinablonde vrouwen die smartlappen als Green Green Grass of Home willen horen? Ook. Daarnaast is hij een fenomenaal soulzanger, die net zo makkelijk met War en Soul Man uit de voeten kan. Die veertig jaar geleden al het American Songbook zong, die met Wyclef Jean een plaat maakte die te modern is voor behoudende fans. Sinds kort waagt hij zich aan de blues: eerst samen met Jeff Beck een sublieme cover van Howlin’ Wolfs Goin’ down Slow, later deed hij live nummers van Keb’ Mo’ (zoals Am I Wrong). Momenteel staan Git me Some en Grandma’s Hands op de setlist. Zijn aanstaande cd wordt een feest.


20-08-07. Je kunt er niet langer omheen dat je ouder aan het worden bent als ineens de eikel in de pot valt. (‘Oeps!’) Eerder al kunnen zich verschijnselen als vergeetachtigheid aandienen. Mijn voordeur is aan de binnenkant afgesloten met een sleutel waar nog een zestal sleutels aan hangt. Toen ik een paar weken geleden wilde vertrekken bleek de sleutel zich de hele nacht aan de buitenkant in het slot te hebben bevonden. Afgelopen donderdag parkeerde ik mijn fiets in Rijswijk bij een winkelcentrum. Ik bezocht er een aantal winkels, wilde na terugkeer mijn fietssleutel pakken – zat nog in het slot. Eergisteren: de hond van mijn krakkemikkige moeder uitgelaten, doorgefietst naar de binnenstad, uur later weer nabij huis: sleutels zoek. Hingen aan de sleutel die bij mijn moeder in de voordeur zat. Gelukkig nog niks in de pot gevallen.


21-08-07. Een goed idee is nooit weg. Vijf maanden geleden waren we voor het laatst op de radio. Ik dacht gisteravond: het wordt weer tijd. Zo nu en dan komt er een ideetje opzetten en als ik op het idee kom dat het weer tijd voor de radio wordt dan komen de invallen voor het invullen van de zendtijd er hup achteraan. Ik maakte een paar aantekeningen, schreef zelfs een inleidinkje en belde toen Esther en Hans om te vragen of ze zin hadden en of bijvoorbeeld 5 oktober een gunstige datum was. Ja en ja. De supervisor van Hot Talk gebeld, op zijn voicemail ingesproken dat we op 5 oktober graag weer onze gang gaan. 5 oktober? Dat is al heel gauw, als je een script nog in de steigers moet zetten. Ik en mijn goede ideeën.


22-08-07. Het is nog niet zeker of we op 5 oktober wel op Radio West onze gang kunnen gaan, ben toch maar aan het draaiboek/script begonnen. Soms kom ik door een idee voor een sketch op het idee voor een aansluitend muziekstuk, soms leidt een muziekstuk naar een sketch. Zal als altijd mijn best doen artiesten te laten horen die zelden of nooit of veel te weinig worden gedraaid, zoals Laura Love, Marcy D’Arcy & The Prodigal Sons, Julie London en het trio Jansen, Barbieri en Karn (voorheen van Japan) – en van wel veel gedraaide artiesten nummers die niet meteen voor de hand liggen: Me and my Shadow (Frank Sinatra en Sammy Davis, Jr), Sixteen Tons (Tom Jones) en If you don’t come back (Elvis Presley, inclusief waanzinnig opera-achtig intro). En dat gelardeerd met een hoop gesproken woord.


23-08-07. Onze uitzending op 5 oktober gaat niet door omdat er dan geen uitzending is: Hot Talk wordt tegenwoordig niet meer op vrijdagavond uitgezonden maar op zondagavond. (Dan luis+tert er volgens mij helemaal geen hond.) De meest nabije datum 7 oktober is evenmin een optie: er is al wat gepland. De supervisor mailde dat de eerste nog onbezette datum 28 oktober is en ik heb die maar geclaimd. De supervisor had drie data in december geopperd, voor respectievelijk een sinterklaas-, kerst- of eindejaarsuitzending. Kerst in Buisdorp hebben we vorig jaar al gedaan, sinterklaas is als thema wat mager voor twee uur grappen en grollen en 30 december is me te ver weg. We gaan dus 28 oktober on air. En wie weet bovendien op 30 december: het is verleidelijk om een Buisdorpse Oudejaarsconference de ether in te jagen.


24-08-07. Elvis Presley had met Woody Allen gemeen dat ook zijn films zonder extra’s op dvd verschenen, hooguit met een trailer. Daar kwam onlangs verandering in bij de heruitgave van Jailhouse Rock. Die bevat als eerste Elvisfilm audiocommentaar. Het wordt gesproken door Steve Pond, auteur van Elvis in Hollywood. Hij geeft gedegen achtergrondinfo maar kraamt ook onzin uit. Nee, Are You Lonesome Tonight? is niet van het componistenduo Tepper en Bennett. Pond heeft het over ‘art imitating life’: Vince Everett moet in de film aan zijn manager 50% van zijn verdiensten afstaan, net als Elvis. Maar in de jaren vijftig kreeg Colonel Parker dat nog niet. De dvd herbergt ook een minidocu, soms gebrekkig ondertiteld: ‘tongue in cheek’ wordt tot twee keer toe vertaald als ‘sexy’, van ‘dancing cheek to cheek’ wordt ‘samen dansen’ gemaakt. Moeilijk woord, ‘cheek’!


25-08-07. Als je op een leeftijd bent dat je nog denkt dat je ouders weten wat goed voor je is word je in een school gedropt. De eerstvolgende tien, vijftien jaar leef je toe naar het moment dat er aan het schoolgaan een einde komt en de rest van je leven denk je: dat was eens maar nooit meer. Zo niet Brian May. Toen Queen succes begon te krijgen stopte hij met zijn studie astronomie. Onlangs pakte hij de draad weer op, schreef een thesis over interplanetair stof, en behaalde op zijn zestigste alsnog een doctoraat in de astrofysica. Ik denk niet dat Roger Taylor zijn voorbeeld zal volgen. Die was totdat het drummen bij Queen hem opslokte bezig om tandarts te worden – de jarenlange omgang met Freddie Mercury zal dat beroep er niet aantrekkelijker op gemaakt hebben.


26-08-07. Een flink deel van de dag in 1931 doorgebracht. Gistermiddag las ik Big Money uit, een roman van P.G. Wodehouse, een van zijn vele komische meesterwerken. In 1931 had de in 1881 geboren schrijver zijn vorm al gevonden. Dat gold niet voor de in 1899 geboren Alfred Hitchcock. In 1931 maakte hij de film The Skin Game, de verfilming van een toneelstuk, waarin hij nog niet het niveau bereikt heeft van The Man who knew too much (1934). Het bijzondere aan een meer dan 75 jaar oude Wodehouse is dat het boek niet alleen grappig en briljant gecomponeerd is maar dat je geen moment het idee hebt dat je een stokoude tekst leest. Een film uit 1931 oogt als een film uit 1931: primitief. Maar wat een feest ook – een Hitchcock zien die je nog niet kende!


27-08-07. Zelfs voor een bewonderaar van Hitchcock valt het niet mee te genieten van zijn vroegste films – zeker als het stomme films zijn. Acteurs gesticuleren alsof hun leven ervan afhangt, alsof ze op het toneel staan en ook de toeschouwers op de goedkoopste plaatsen willen bereiken. Er wordt volop gekwekt in die stomme films maar er is geen woord van te horen. Soms verschijnt er een tekst in beeld, zodat je als kijker een beetje een idee krijgt waar het over gaat. Het vertoonde wordt van begin tot eind begeleid door gepingel op een piano. In de bioscoop werd dat vroeger ook door een organist gedaan (Dr. Phibes!). Een van mijn voorouders was explicateur van beroep. Hij stond naast het doek en legde uit wat daarop gebeurde – in die tijd gingen er nog geen intellectuelen naar de film.


28-08-07. De uitzending is pas op 28 oktober maar de voorbereidingen zijn al in volle gang. Ik kan wel zeggen dat er momenteel letterlijk dag en nacht gewerkt wordt om een aan Buisdorp gewijde aflevering van Hot Talk te maken die de luisteraar tot ver in de regio aan het toestel gekluisterd zal houden. Zo droomde ik vannacht dat ik bij de studio arriveerde toen de uitzending al begonnen was. De studioruimte was donker maar de technicus was er en hij draaide muziek die geen deel uitmaakte van de playlist die ik bedacht had. Ik reikte hem een cd aan en zei welk nummer hij moest draaien maar hij vond dat niet nodig. Toen de supervisor van Hot Talk ook in de studio arriveerde realiseerde ik me dat ik te vroeg was: niet een uurtje, maar vele weken.


29-08-07. Een oude mop. Vrouw wordt maar niet zwanger. Vriendin zegt: ‘Je moet bij dokter die en die langsgaan.’ Een halfjaar later. Vriendin komt vrouw weer tegen: ‘En?’ Vrouw: ‘Ben met m’n man bij die dokter geweest, het heeft niet geholpen.’ Vriendin: ‘Je had ook alleen moeten gaan.’ Gisteren groot nieuws over een vrouw die de gynaecoloog bezocht had en te horen had gekregen dat zwangerschap uitgesloten was. Vrouw dacht met haar man ongeremd haar gang te kunnen gaan, maar zie: ineens een tweeling. De gynaecoloog had ondeskundig geadviseerd, oordeelde de rechter. De vrouw eist nu vier ton schadevergoeding. Gaat het bij dat bedrag om werkelijk gemaakte kosten of is er ook sprake van gederfde levensvreugde die gecompenseerd moet worden? En kan men dat bedrag ook van de firma Durex eisen als tijdens het krikken het condoom scheurt?


30-08-07. Voor het maken van The Lord of the Rings werden in Nieuw Zeeland hele dorpen en kastelen uit de grond gestampt. Dat kostte minder en ging sneller dan het aanleggen van de tramtunnel in Den Haag en daar komt nog bij dat de hele wereld plezier beleefde aan die uit de grond gestampte dorpen en kastelen en dat de tramtunnel alleen van belang is voor Hagenaars en Hagenezen. Over een tijdje gaat er weer wat extravagants gebeuren in de Hofstad. Ik las op de lokale Teletekst dat de Veerkades onder handen genomen gaan worden en dat wordt een nieuw hoogtepunt op het gebied van opstoppingen, ergernissen en burgerlijke machteloosheid. De Veerkades worden volledig afgesloten met het oog op ‘herinrichting’ en vernieuwing van de riolering. Het rioolgedoe is al gaande: passeerde gistermiddag een opstopping die er wezen mocht!


31-08-07. Clint was cool. Dat had ik als kind al in de gaten, toen ik naar de tv-western Rawhide keek. En wat er daarna allemaal niet in de bioscoop kwam: spaghetti- en andersoortige westerns, vijf Dirty Harryfilms, twee kolderfilms met een aap, de tearjerker Bridges of Madison County et cetera. Zo nu en dan een misser maar de laatste jaren volgt topper op topper: Mystic River, Million Dollar Baby. Hij speelt soms de hoofdrol, is daarnaast de regisseur en componeert als hij op dreef is bovendien de muziek. Gisteren zag ik het recent op dvd verschenen magistrale tweeluik Flags of our Fathers / Letters from Iwo Jima, twee elkaar complementerende verhalen, schitterend in beeld gebracht. Zevenenzeventig is Eastwood inmiddels, de tijd lijkt vooralsnog geen rem te zetten op zijn werklust. Hij werkt momenteel aan Changeling. Clint blijft cool.


01-09-07. In 2008 wordt de postbezorging in Nederland volledig vrijgegeven – dat is iets om kokhalzend naar uit te zien. Vandaag acht dagen geleden verzond de woningstichting een acceptgiro voor de garage die ik huur – op het moment dat ik dit schrijf is die nog niet aangekomen. Van de week gingen er tegelijkertijd drie enveloppen op de bus: van dezelfde afzender, alle aan mijn adres gericht. De eerste envelop arriveerde eergisteren, de tweede gisteren. Benieuwd of de derde vandaag bij de post zit. En dat was dan nog TNT Post in actie. Mijn zus bestelde bij Amazon drie boeken, die door een koerier bezorgd werden. Ze vond ze in de brievenbox. Ging een pakje met drie boeken door de gleuf? Nee. De koerier verwijderde de verpakking en duwde de boeken per stuk naar binnen, waarbij er een beschadigd raakte.


02-09-07. Een paar tips voor de huishouder (m/v). Het opendraaien van de dop van een fles frisdrank doe je met de linkerhand, zelfs als je rechtshandig bent, omdat je daarmee meer kracht kunt zetten: zeg maar vanuit de binnenkant van de pols (met je rechterhand komt het vanuit de buitenkant van de pols). Zit de dop te vast dan kun je er schuurpapier omheen vouwen, dan gaat-ie geheid makkelijk open. (Als je een fles Raak hebt die niet meer bestaat, houd de grote dop daarvan een tijdje onder de warme kraan.) Het openen van een potje Hak geeft soms problemen. Wanhoop als huishouder niet maar maak even een gaatje in het deksel en hup je draait dat er zo af. (Gaatje prikken in Hakdeksel kan door er met de punt van een kurkentrekker stevig op in te ‘hakken’.)


03-09-07. Als je wilt weten hoe Dik Trom eruitzag toen hij een jongen was, kun je een blik werpen op de treffende tekeningen van Johan Braakensiek. Wie benieuwd is naar het uiterlijk van Dik Trom op middelbare leeftijd, kope het nieuwe VARA TV Magazine. Daarin staat bij de rubriek Buis & Haard het gevulde VVD-kopstuk Hans van Baalen afgebeeld: blozende konen, bretels, onnozele blik. In hetzelfde nummer een vooruitblik op het nieuwe seizoen van De wereld draait door Pauw & Witteman. Laatstgenoemde: ‘Dat een gesprek bij ons een minuut of vijf duurt is een misverstand. Het is namelijk dertien minuten. Twee keer zo lang dan NOVA.’ Twee keer zo lang ‘dan’! Van het septembernummer van Onze Taal ontving ik twee exemplaren, een om weg te geven. Waar woont die Witteman? (Hij heeft waarschijnlijk een duurder huis als mij.)


04-09-07. ‘Porno in Westland van de kabel’ staat er boven pagina 107 van TV West Teletekst. Ik wist niet eens dat er in het Westland porno in het pakket zat. Gauw lezen. Het schijnt de bedoeling van een ‘kabelaar’ te zijn om in het Westland een ‘televisiekanaal voor homo’s’ op de kabel te brengen. Dat vinden sommige politieke partijen in het Westland geen goed plan. De plaatselijke combinatie van ChristenUnie en SGP is van mening dat een dergelijk kanaal zedenbedervend zal uitpakken en bovendien de misdaad zal bevorderen. Zij vinden dus dat homo’s de zeden bederven en misdadig zijn. Zouden de zeden van homo’s nog meer bedorven raken als zij knus naar hun homokanaal kijken? Tijdens het kijken kunnen zij zich toch niet tegelijkertijd met misdaad bezighouden? (Die malle ChristenUnie zit in de regering, kan nog leuk worden.)


05-09-07. Een acceptgiro en een andere zending waren niet aangekomen, dus ik vond het tijd geworden om maar eens een klacht in te dienen. Dat kan via de website van TNT Post, waarbij je niet al die wachtenden voor je hebt die je voor je hebt als je telefonisch probeert te klagen. Ik diende op 3 september ’s morgens een klacht in, om 11.13 uur ontving ik een automatische ontvangstbevestiging in de mailbox. Al om 17.02 uur werd die gevolgd door een mail van een mij onbekende dame, ‘Namens TNT Post Klantenservice’ – zij was dus niet van de klantenservice maar verzond uit naam daarvan mail. Ze had mijn klacht doorgegeven aan de manager van de afdeling postbezorging. ‘Hij zal er op toezien dat de kwaliteit van de bezorging op uw adres verbetert.’ En daarmee was mijn klacht afgehandeld.


06-09-07. ‘Heb jij een lekke band?’ vroeg een collega die haar auto naast de mijne geparkeerd had. Het zou kunnen dat ik een lekke band had; ik let nooit op kleinigheden, ik ben meer een man van de grote lijnen. De achterband rechts oogde bedenkelijk plat. Na het werk naar de Shell gereden. Lucht erin, hoe ging dat ook alweer? Lang geleden had de fietsenmaker een slang aan de gevel: lucht voor je band kostte een stuiver. Hoeveel atmosfeer, millibar, hectowatt lucht moest erin? Vroeger draaide ik de knop op maximaal en als de band me gevuld leek beëindigde ik de transfusie. Nu moest ik diverse toetsen indrukken: er gebeurde niets. Op naar een ander benzinestation. Daar kreeg ik het ook niet voor elkaar – totdat ik op het apparaat las dat je er vijftig cent in moest stoppen.


07-09-07. Opera is een van de weinige muzieksoorten waar ik niet veel mee en vrij weinig van heb: Carmen, Aida, Don Giovanni, Parsifal, Der Ring des Nibelungen en het eigentijdsere Porgy and Bess en The Rake’s Progress – dat is zo’n beetje wat ik in de kast heb staan. Opera is een knettergekke kunstvorm. Iemand is in een opera stervende en krijgt daarbij een hoop gezongen lawaai uit zijn strot waar veel echt stervenden jaloers op zouden zijn. Een operadiva oogt als Bianca Castafiori, bij een tenor denk je aan een vleesgevaarte als Pavarotti. Wat kon die man een keel opzetten, zo was keer op keer op het Journaal te zien. Deed me denken aan de vocale vulkaanuitbarsting die Elvis in zijn laatste jaren kon zijn als hij Hurt, How Great Thou Art of Unchained Melody te lijf ging.


08-09-09. Vanavond de eerste aflevering van Van Veeteren, een Zweedse serie naar de Zweedse romans van de Zweed Håkan Nesser. (Een geheel Zweedse aangelegenheid dus.) Nesser wordt prominent gepresenteerd in een folder van uitgeverij De Geus. De Wallanderreeks van Mankell heb ik gelezen, waarom niet beginnen aan de Van Veeterenreeks van Nesser? Zes delen zijn er inmiddels verschenen. Crimezone spreekt van ‘melancholieke toonzetting’ en ‘droge humor’. Er gaat een tv-serie van start, De Geus biedt een van de titels van 1 september t/m 20 oktober voordelig aan – dan moeten de boekhandels goed bevoorraad zijn. Nou, niet in Den Haag en Rijswijk: Selexyz Verwijs, Paagman Den Haag, Paagman Rijswijk, Vroom en Dreesmann Rijswijk: nihil Nesser! (De Bijenkorf had er een staan, maar je begint niet aan een serie met het laatste deel.) Een raadsel. Een zaak voor Van Veeteren!


09-09-07. Terwijl ik dit schrijf wordt de eerste aflevering van Van Veeteren uitgezonden, een adaptatie de roman Het vierde offer, van Håkan Nesser. De videorecorder neemt het op, ik heb besloten nog niet te kijken: eerst maar eens het boek lezen. Het is niet alleen zo dat je bij eerst kijken en dan lezen een beeld van de personages hebt als je eenmaal gaat lezen, je weet dan ook al hoe het afloopt. De Wallanderreeks van Mankell heb ik gelezen, de tv-serie heb ik niet gezien. Dat geldt ook voor Martin Beck, naar Sjöwahl en Wahlöö. Misschien omdat ik het idee heb dat de tv-versie minder zal zijn dan de gedrukte vorm. Het gekke is dat ik dat bij een Agatha Christieverfilming niet heb. Dan maakt het me zelfs niet uit wie er Poirot of Miss Marple vertolkt.


10-09-07. Onlangs verscheen er een aantal Elvisfilms op dvd, twee daarvan niet in Nederland – die liet ik daarom door Amazon bezorgen. Viva Las Vegas bevat audiocommentaar plus een documentaire, Elvis – That’s the way it is is een koppeling van de oorspronkelijke versie (waar veel sfeerbeelden en ook interviews met anderen dan Elvis in zitten) en de versie uit 2001. Die is geheel opnieuw gemonteerd en bevat louter Elvis, tijdens repetities en optredens. Omdat het een Engelse dvd was besloot ik voor de aardigheid de Engelse ondertitels aan te zetten. De ondertitelaar sliep soms: van Joe Esposito maakte hij Joyce Brazil, The Wonder of You werd The One Review en actrice Juliet Prowse heette Very Proud. Mooi slot van de 2001-versie: beelden van de opening night afterparty, Elvis in gesprek met Sammy Davis, Jr en Cary Grant. Geweldige film(s).


11-09-07. Van een meesterwerk krijg je nooit genoeg, daarom zag ik Midnight Cowboy (uit 1969) vrijdag twee keer achter elkaar. Er is een special edition van de film op dvd verschenen, met audiocommentaar van de producent (regisseur John Schlesinger en scriptschrijver Waldo Salt zijn niet meer in leven) en enkele documentaires. Daarin komen onder anderen de hoofdrolspelers Dustin Hoffman en Jon Voight aan het woord. Na bijna veertig jaar verplettert de film nog steeds (voor de oningewijden kan de titel misleidend zijn, het is namelijk geen western). Subliem spel van Hoffman en Voight, voortgekomen uit wekenlange improvisaties die maakten dat ze in hun personages veranderden. En dan de geweldige muziek: het door Harry Nilsson gezongen Everybody’s Talkin’ en het door John Barry gecomponeerde thema, met Toots Thielemans op harmonica. (Geen wonder dat Toots prominent op de aftiteling staat.)


12-09-07. Er schijnt een Republikeins Genootschap te bestaan dat gekant is tegen de monarchie. Ze zijn tegen de monarchie maar het zijn heren (en mogelijk ook dames) van stand en die zullen zich niet gauw aan het hek van een paleis vastketenen om abdicatie af te dwingen. Ik weet niet wat hun argumenten precies zijn, zelf heb ik er ook een: leden van de koninklijke familie zijn van oudsher een gevaar op de weg. Wijlen prins Bernhard placht zijn sportwagen te besturen als was het een vliegtuig, zijn minder vrijgevochten kleinzoon Willem Alexander is in zijn studietijd wel eens met auto en al te water geraakt. Teletekst maakt melding van prinses Annette, die 155 kilometer per uur heeft gereden daar waar 80 kilometer het maximum is. Prinses Annette? Nooit van gehoord. Aha, ze is getrouwd met prins Bernard.


13-09-07. Een ufo boven Kijkduin? Misschien kwam het door te zwaar tafelen mijnerzijds. Het was een zeer gevulde werkdag geweest: ik had zelf pepernoten gehaald, Tessie serveerde eigenhandig bereide kruidkoek, jarige Karlijn had voor een drievuldige traktatie gezorgd. (Welke van de lekkernijen zou ik nemen? Een mens kan niet blijven dubben, ik nam ze alle drie maar.) In de pauze met Tessie poffertjes en warme chocolademelk geconsumeerd, na het werk gaan strandwandelen met Esther, onderweg een warm vettig saucijzenbroodje verorberend. Het was zomers, een T-shirt volstond als bedekking van het bovenlichaam. Een eind over het strand gelopen, terug door de duinen. Toen: geluid van een auto. Maar het was een vliegtuig dat op duinhoogte passeerde. Er volgde geen knal, het stortte niet neer. Maar het was ook niet meer in de lucht te zien. Dus toch een ufo?


14-09-07. Het zou wel aardig zijn als er een krant was die uit lolligheid opende met de kop: ‘Verdonk gewipt’. Zoiets komt alleen in de politiek voor: iemand heeft er voor de zoveelste keer van langs gekregen en wordt omdat de maat een keer vol is eruit gegooid en staat vervolgens met een vrolijke lach de pers te woord. Ze snapte er werkelijk niets van (dus nog een bord voor haar kop ook). Ik denk dat ze bij de VVD hopen dat het huidige kabinet de rit uit zal zitten, want van voortijdige verkiezingen kan voor de liberalen niet veel goeds komen. Zonder heengezondenen zou de VVD een partij van betekenis zijn maar vertrokken Wilders trekt een meute stemmers en straks gaat haar van Verdonk dat natuurlijk ook doen. De VVD wordt in dat geval een soort D66.


15-09-07. Maurice de Hond was er natuurlijk weer als de kippen bij om de meningen te peilen, op het RTL-Journaal kwam er ook een enquête aan de orde. De verslaggever legde een glunderende Verdonk de uitslag voor: als er op dit moment verkiezingen gehouden zouden worden, zou zij maar liefst 27 zetels krijgen. Hier wordt de onzin van peilingen dubbel aangetoond. In de eerste plaats is een peiling onbetrouwbaar omdat alleen de mening gehoord wordt van mensen die mee willen werken aan zo’n peiling. En bovendien: als er op dit moment verkiezingen gehouden zouden worden dan zouden alle partijen campagne aan het voeren zijn en zou het niet alleen om de zielige Verdonk gaan. Ik proef in haar geval dat velen op haar zouden stemmen in de hoop dat Verdonk hun xenofobe gevoelens handen en voeten zal geven.


16-09-07. Bij spam denk ik altijd in de eerste plaats aan de gelijknamige Monty Python sketch en het Spamlied dat daarbij gezongen wordt. De spam die in de mailbox probeert te landen is vaak ook zeer vermakelijk. Gisteren ontdekte ik dat ik weer toegang heb tot de webmail – dat was een tijdje niet het geval. De spam wordt daarin opgevangen in een map die Junk e-mail genaamd is. Dat werkt feilloos, afgezien van de enkele spam die ertussendoor glipt en het mailtje van Tieka dat ten onrechte werd tegengehouden. (Zodat ik er niet op antwoordde, zodat zij zich in een volgende mail afvroeg of ik haar nog wel aardig vond.) Zojuist zo’n zestig spamberichten uit de map Junk e-mail verwijderd en bovendien de afzenders geblokkeerd. Dat zullen ze wel vaker meemaken, ik denk niet dat het veel uitricht.


17-09-07. We weten wat er met sergeant Massuro gebeurde – wat gebeurt er met Harry Mulisch? Vorige week verscheen de interviewbundel Onsterfelijk leven, daarin las ik het oordeel van Simon Vinkenoog over Mulisch: ‘Een outsider van een meter vierentwintig’. Hetzelfde interview werd op 27 juli in HP/De Tijd afgedrukt. Daar staat: ‘Een outsider van 1 m 84’. Was Mulisch in minder dan twee maanden tijd zestig centimeter gekrompen? Een raadsel (en dat moet je volgens Mulisch vergroten, niet verkleinen). Bezige Bij-directeur Robbert Ammerlaan gemaild, die ondanks de zondagsrust vijf kwartier later terugmailde dat Harry zaterdagavond nog van het juiste formaat was geweest – maar hij zou hem nameten. Mocht Mulisch zich groter voordoen, dan had hij behalve een absolute leeftijd ook een absolute lengte. Gelukkig maar: zou tragisch zijn als de laatste van de Grote Drie eindigde als Kleine Een.


18-09-07. In de nabije bibliotheek worden nieuwe boeken uitgestald. Vorige week nam ik zo’n nieuw boek mee: had nog nooit van de auteur gehoord, maar je weet maar nooit. De auteur is Kim Harrison, het boek heet Heksen en demonen. Achterop staat een aanprijzing van SFX: ‘De Nieuwe Koningin van de Goth Fantasy! Buffy move over!’ Heb nooit Goth Fantasy gelezen (tenzij het vroeger anders heette) maar vind het leuk. Bekeek de website van Harrison en zag dat Heksen en demonen (Dead Witch Walking) deel een is van een cyclus waarvan de meeste titels ontleend zijn aan Clint Eastwoodfilms: The Good, the Bad, and the Undead – Every which Way but Dead – A Fistful of Charms – For a few Demons More. Volgend jaar verschijnt The Outlaw Demon Wails (dat komt van The Outlaw Josey Wales). Kocht gisteren vier pockets.


19-09-07. Onze komende uitzending op Radio West is volop in beweging. Ik werd een tijdje geleden opgebeld door de supervisor van Hot Talk, die wilde weten wanneer we ook alweer te horen zouden zijn: hij was zijn uitzendschema kwijtgeraakt. Ik zei dat het op 28 oktober zover zou zijn, hij meldde dat hij inmiddels ook een andere act voor die datum geboekt had. Zouden we het op 4 november houden? Hij ging het regelen. De volgende dag had hij ontdekt dat ook op 4 november een gast vastgelegd was, en dus zijn wij op 11 november aan de beurt. Dat is in zekere zin een meevaller: ik heb veel meer tijd om aan het script te schaven en bovendien geeft de datum (de elfde van de elfde) de gelegenheid om de aandacht te vestigen op carnaval in Buisdorp.


20-09-07. Het is nog geen dierendag maar de dieren zelf weten dat natuurlijk niet. Ik was gisterochtend in de Haagse boekhandel Selexyz Verwijs en daar was een belletje te horen. Het belletje zat aan de halsband van een kat en die kat, met in zijn kielzog een medewerkster van de boekhandel, dribbelde door de zaak en ging de trap op naar een andere afdeling. De medewerkster volgde de kat niet de trap op: het beest had haar afdeling verlaten en ressorteerde dus niet langer onder haar. Ik had de neiging de kat wel te volgen, te vangen en onder de arm te nemen maar ik realiseerde me dat ik dan in de binnenstad met een kat onder de arm zou staan. Dertien jaar geleden ging ik onbesuisder te werk: toen plukte ik de kat Paling van de straat.


21-09-07. Vandaag is Stephen (spreek uit: Stieven) King zestig jaar geworden. Is het ‘pas’ zestig jaar of ‘al’ zestig jaar? Als je naar zijn oeuvre kijkt moet het ‘pas’ zijn: op een plank heb ik 1 meter 20 aan gebonden edities staan, op een andere plank zo’n 95 centimeter pockets. Er zitten een paar doublures tussen maar als de secundaire literatuur erbij opgeteld wordt heb ik meer dan twee meter Stephen King. Het zou een gigantische onderneming zijn al die boeken over te typen, laat staan ze te schrijven. King is een geweldenaar maar lang niet alles vind ik geweldig. Soms (Dreamcatcher) gaf ik het na een paar honderd pagina’s op (als ik voor de zoveelste keer ‘He screamed!’ of ‘She screamed!’ moest lezen). Maar als hij op zijn best is (de Dark Towercyclus) sleept hij me mee.


22-09-07. Als ik iets niet vertrouw is het een onderzoek waaruit blijkt dat het vertrouwen in dit of dat is toegenomen of afgenomen. Op Teletekst was te lezen dat het vertrouwen in de regering was gedaald. Begin dit jaar had 27% van de Nederlanders weinig vertrouwen in het kabinet, momenteel is dat 64%. Maar een kabinet wordt gevormd door politici en geen zinnig mens heeft toch vertrouwen in politici? Als er verkiezingen zijn doen partijen beloftes waar niets van terechtkomt omdat ze na de verkiezingen met andere partijen een coalitie moeten vormen en bij de coalitievorming worden concessies gedaan. Soms ook blijkt uit onderzoek dat bij mensen het vertrouwen in de economie is gestegen of gedaald. Zouden er echt mensen bestaan die wel of niet vertrouwen in de economie hebben? Dat soort onderzoeken vertrouw ik voor geen cent.


23-09-07. De herfst gaat zomers van start maar de mensen klagen liever dat de zomer herfstig was. De eerste versie van het Hot Talkdraaiboek/script is bijna af, er moeten nog twee sketches geschreven worden. Die zitten goeddeels in mijn hoofd, dus dat moet vandaag lukken. Dan is het een kwestie van de sketches en monologen solo voordragen en timen en de duur ervan optellen bij de speelduur van de muziekstukken die er gedraaid worden. Benieuwd hoe ik uitkom: te veel tekst of te weinig? Het schrijven ging me makkelijk af. Vooraf had ik voor alle sketches ideeën, ik had invallen genoteerd. Toen ik achter de pc zat ging het haperloos, tijdens het schrijven kwam ik weer op nieuwe ideeën. Vandaag of morgen dus een eerste versie af, we zijn ruim op tijd voor de uitzending op 11 november.


24-09-07. Nadat ik de hond van mijn krakkemikkige moeder had uitgelaten fietste ik naar huis. Op een fietspad zag ik een kreupele duif liggen, die mogelijk geen voorrang had verleend aan een auto. Ik tilde de duif op en legde hem (haar) in het gras. Hopelijk kwam er weldra iemand met een mobiele telefoon langs die de dierenambulance kon bellen, ik had zo’n ding niet op zak. Aan het eind van de middag belde mijn zus op om verslag uit te brengen van haar aandeel in de zorgtaak. Bij mijn moeder in de tuin had ze een kreupele duif aangetroffen. Ze belde de dierenambulance. Die reed na anderhalf uur voor, een medewerker ontfermde zich over de duif. De buren zullen wel gedacht hebben dat mijn moeder zo gammel was geworden dat de dierenambulance eraan te pas moest komen.


25-09-07. Voltooide gisteren de eerste versie van het draaiboek/script voor de uitzending van 11 november op Radio West, dus ik geloof dat ik aardig op schema zit. Het zijn 10.164 woorden geworden en ik heb er niet langer dan tien uur aan gewerkt, rekende ik uit. Van die 10.164 woorden had ik er zo’n 2000 op voorraad, twee verhalen die tot monologen zijn omgewerkt. Maar het schrijven ging behoorlijk snel, ook omdat ik de sketches grotendeels in mijn hoofd had zitten toen ik begon. En tijdens het schrijven dienden zich onophoudelijk invallen aan, dat hielp ook. Het wordt geloof ik wel een gunstige uitzending, als alles meezit. Dus niet dat er een Belangrijk Persoon overlijdt of vermoord wordt waardoor we een deel van de twee uur zendtijd moeten afstaan. Of dat we zelf onverhoopt overlijden of vermoord worden.


26-09-07. Er bestaan mensen die verzot zijn op zon, warmte en windstilte. Zelf houd ik meer van een onstuimige weersgesteldheid, waarbij de bomen als een tuimelaars heen en weer zwiepen en je op Kijkduin achterover kunt leunen en dan door de storm overeind wordt gehouden. Voor onweer kun je me midden in de nacht wakker maken maar niet als ik lig te slapen. Ik was maandag wegens gaperigheid al om tien uur naar bed gegaan maar kon ondanks de gaperigheid niet meteen in slaap komen. Om een uur of vier werd ik gewekt door het losgebarsten onweer. Een magnifieke flits en nog geen seconde later de knal: recht boven Loosduinen dus. (‘Er komt een vrachtwagen met aardappelen voorbij,’ zei mijn opa geruststellend, toen ik vijf jaar was en onweer een beetje eng vond.) Dinsdagochtend dus gekraakt weer op.


27-09-07. Leve de bieb. In Loosduinen had ik een roman van Campbell Armstrong geleend die me bevallen was, ik wilde de andere delen van de cyclus ook wel lezen. In Loosduinen zaten ze niet in het assortiment, waren althans niet op voorraad. Gisterochtend probeerde ik op mijn werk via het internet toegang te krijgen tot de catalogus van de centrale bibliotheek, maar dat leverde een foutmelding op die dermate heftig was dat ik het internet onmiddellijk moest verlaten. Toen ik er in de pauze persoonlijk op af ging was er net een wolk gebroken. Het was rustig in de bibliotheek. Ik vond twee Engelstalige Armstrongboeken en nam die mee naar de zelfbedieningsbalie. Ik legde boek en pas neer: ze werden gescand, er gebeurde verder niets. Na drie vergeefse pogingen de boeken naast het apparaat laten liggen en vertrokken.


28-09-07. Ik was om kwart over zeven in De Melkweg voor Zappa plays Zappa, dat ik vorig jaar in de Heineken Music Hall zag. Destijds was ik lui op de tribune gaan zitten, nu stond ik, pal voor het podium, ter hoogte van de microfoon van zanger/gitarist Ray White. In 1982 signeerde hij in Londen een T-shirt voor me: ik had een vals backstagepasje en liep overal in en uit, zelfs tussen twee concerten de kleedkamer van Frank Zappa, die er een bord pap zat te eten. In 1982 was zoon Dweezil twaalf en speelde hij in het Hammersmith Odeon bij een toegift met zijn vader mee. Nu leidde hij een zevenkoppige band die pa’s complexe composities voortreffelijk speelde. Het was een feest dat van vijf voor halfnegen tot tien over elf duurde. Ik ga verder met nagenieten.


29-09-07. Vergeleken met de kruideniers van vroeger hebben hedendaagse supermarkten een gigantisch aanbod, dat geldt waarschijnlijk ook voor moderne grote boekenpaleizen in vergelijking met de boekwinkels van weleer. Maar in zo’n gigantische boekwinkel is lang niet alles te krijgen. Ik vond gisteren ook bij Broese in Utrecht niets van Campbell Armstrong of Kim Harrison, en van Stephenie Meyer niet Eclipse. Bij alle drie de schrijvers gaat het om een cyclus waarvan ik ontbrekende delen zocht: van Armstrong las ik deel twee uit een reeks van drie, van Harrison heb ik deel een, drie en vier, en van Meyer las ik deel een en heb ik deel twee. Gisteravond bij Amazon Engeland deel twee Harrison en deel drie Meyer besteld. Bij Broese kocht ik de nieuwe Minette Walters en de nieuwe Val McDermid. Kan ik twee dagen mee thrillen.


30-09-07. Na drie minuten hardlopen dacht ik: ik heb geen zin meer. Ik keerde om en liep drie minuten hard terug. Wat was er aan de hand? Ik had geen zin maar het kon ook een voorbode geweest zijn van de grieperigheid die zich een paar uur later aandiende. Het lichaam had gezegd: ho eens even, hollen is vandaag geen goed idee. Het ging van start met rillerigheid en lichte keelpijn. Voor dat laatste heb ik Trachitol in huis: zuigtabletten ‘te gebruiken bij beginnende keelpijn’. Ik zoog op zo’n tablet en kreeg algauw een verschrikkelijk vieze smaak in m’n mond. Ik pakte het doosje Trachitol erbij en jawel hoor: ik had daar per abuis een strip met Paracetamol coffeïne in gestopt. Paracetamol uitgespuugd, Trachitol in de mond genomen. Huidig ziektebeeld: (nog) geen koorts, keelpijn te verwaarlozen, flink snotteren.


01-10-07. De gisterochtend opgesomde klachten kregen in de loop van de dag gezelschap van koorts: gezellig. Ik was ondanks de grieperigheid in de stemming om te lezen maar dat valt nog niet mee. Koortslezen is geen sinecure. Zaterdag had ik probleemloos 500 pagina’s gelezen in New Moon van Stephenie Meyer, zondag kwam ik niet verder dan pagina 300 in de nieuwe Val McDermid, Beneath the Bleeding. Ik geloof niet dat de koorts me veel trager deed lezen: er moest af en toe een slaappauze worden ingelast. En twee keer moest ik logeerkat Loekie een pilletje toedienen. Als ik morgen nog koorts heb ga ik toch werken en dan desnoods lamlendig onderuit hangen: geen zin om wegens ziekte een vakantiedag in te leveren. En bovendien: zou het wel lollig vinden als ik door mijn besmettelijke aanwezigheid een epidemie ontketende.


02-10-07. Als je ziekig bent wil je overdag wel eens de ogen sluiten, en daardoor duurde het lang voordat ik zondagavond in slaap viel. Logeerkat Loekie was door zijn rechtmatige eigenares mee naar huis genomen en poes Gregor had dus weer het rijk alleen en profiteerde daarvan door midden in de nacht luidruchtig de binnentrap op en af te stormen – afgewisseld met halverwege een adempauze waarbij ze haar nagels aan het tapijt scherpte. Ja, daar word je wel wakker van. Hoefde gisteren niet te werken, wilde er een uitziekdag van maken, inclusief het uitlezen van Beneath the Bleeding (nog maar 100 pagina’s te gaan). Maar omdat ik nachtrust tekort was gekomen duurde dat langer dan gepland: van halftwaalf tot halfdrie geslapen, de lezing pas aan het begin van de avond voltooid. Vandaag zoveel mogelijk collega’s zien te besmetten.


03-10-07. Hoewel ik geen Hotmail heb, heb ik grote problemen met Hotmail. Sinds gisteren krijg ik bij het versturen van e-mail naar een Hotmailadres eerst de melding dat bezorging vertraagd is, vervolgens dat er niet bezorgd kon worden. In een geval stond als toelichting dat Hotmail mijn IP-adres geblokkeerd had, ‘because we have received complaints concerning mail coming from that IP-address’. Hoe komt dat? Misschien hebben spammers onder mijn mom hun afval rondgestrooid. Ik correspondeer met diverse dierbaren en enkele hufters die Hotmail hebben, die kan ik nu dus niet meer benaderen met hartelijke woorden respectievelijk uitbranders. Sommigen hebben een weblog, ik probeer het via hun mailformulier maar wellicht komt ook die mail niet aan. Bij wie kan ik verhaal halen? Kan je de hoogste heren van Hotmail gewoon opbellen? Dan zijn ze nog niet jarig. Hotmail? Rotmail!


04-10-07. Voordat ik de pijlen op de hoogste heren van Hotmail ging richten wilde ik bij provider Planet informeren hoe dat nou mogelijk was, dat ze het bij Hotmail in hun hoofd hadden gehaald mijn IP-adres te blokkeren. Het 0900-nummer zou me op een dubbeltje per minuut komen te staan, werd gewaarschuwd. De volgende waarschuwing baarde me meer zorgen: er was een stiptheidsactie of werkonderbreking aan de gang en daardoor was er minimale bezetting en zou de wachttijd hoog zijn. De meeste klanten die de helpdesk belden waren daar kennelijk van geschrokken en hadden meteen opgehangen want ik kreeg onmiddellijk een helper aan de lijn. Mijn verhaal klonk hem niet onbekend in de oren: er was sprake van een algehele communicatiestoring tussen Planet en Hotmail, er werd hard aan gewerkt. Raar dat het Journaal er niet mee opende.


05-10-07. Ik had het idee dat de Engelse schrijver P.G. Wodehouse (1881-1975) volkomen wereldvreemd was. Niet alleen had het overproductieve komische genie diverse eigen werelden geschapen (van de bewoners van Blandings Castle, van Jeeves & Wooster en andere), hij leek bovendien weinig binding te hebben met de wereld waarin hij leefde. Voorbeeld: op een gegeven moment schafte hij zich een auto aan. In die tijd (jaren twintig) was auto leren rijden iets wat je zelf op goed geluk deed. Wodehouse reed de auto een greppel in, stapte uit, liep terug naar huis en dacht niet meer aan de auto. Totdat ik de onlangs heruitgeven bundel Plum Pie (uit 1966) las kon ik me niet voorstellen dat de jaren zestig tot Wodehouse waren doorgedrongen. Maar terloops noemt hij daarin een firma uit Liverpool. Die heet: Beatle Beatle and Beatle.


06-10-07. De zon scheen – en tot zover het goede nieuws. Om halftien ontdekte ik dat er tussen Den Haag en Delft zeven kilometer file stond. Ik moest voor een bliksembezoek naar Middelburg en raadpleegde de routeplanner voor een alternatieve route. Die bestond: via het Westland naar Rotterdam. Het ging magnifiek, totdat ik een bord naar Delft zag wijzen. Als ik ten noorden van Delft de snelweg opstoof had ik de file omzeild.... Om kort te gaan: ik reed driekwartier om en belandde waar ik zonder omrijden ook beland zou zijn. Maar de file was opgelost. Volgende hobbel: even voorbij Rotterdam brug open, kwartier stilstand. Moest volgens de routeplanner A58 richting Antwerpen hebben. Maar wat te doen bij de splitsing A16 Antwerpen / A58 Breda? Dan rijdt Martin feilloos verkeerd en tuft totaal verzenuwd het land der Belgen binnen.


07-10-07. Er zijn zat mensen die tijdens de Drie Dwaze dagen drie dagen lang een waas voor hun ogen hebben en elke ochtend zodra de draaideuren geopend worden als een torpedo De Bijenkorf binnenschieten en er links en rechts afgeprijsde producten graaien. Zo ben ik niet: ik ben wel gek maar niet dwaas. Met beleid bestudeer ik de boekjes, bepaal mijn keuze en stap de laatste Dwaze Dag op de fiets en betreed een kwartier nadat De Bijenkorf geopend is het warenhuis. Ik wilde hebben: de Alex van Warmerdam dvd-box en de dvd-box Berlin Alexanderplatz. Op de vierde etage werd van alles aangeboden, behalve wat ik wilde hebben: Warmerdam en Berlin allebei uitverkocht. Je moet je geld toch ergens aan kwijt, en daarom werden het de film The Departed en een box met acht films van François Ozon.


08-10-07. Je kunt op de autoradio talloze zenders voorprogrammeren maar dat vergt het bestuderen van een handleiding en daarom zijn er momenteel precies nul zenders voorgeprogrammeerd. Ik sta ergens op afgestemd, druk voor de lol een toets in en kom bij een andere zender terecht. Zo belandde ik een paar weken geleden bij BNR. Viel me reuze mee: actualiteit die zo nu en dan interessant is, elk halfuur nieuws, verkeer en weer. Maar BNR staat voor Business News Radio en daarom wordt er vaak in het Engels reclame gemaakt. Engelstalige reclame voor Nederlandse bedrijven, gericht op Nederlandse klanten. Degenen die zo’n commercial inspreken, beheersen het Engels niet accentloos. Erger nog: de tekstschrijvers beheersen de taal onvoldoende. ‘Who the hell is Phonewell?’ roept een reclamestem. De tekstschrijver weet kennelijk niet dat ‘who’ voor personen geldt, en ‘what’ voor zaken.


09-10-07. Maakte gisteren een avontuur met een buurtkat mee dat op het moment dat ik dit begin te schrijven (gisteravond 19.10 uur) nog niet ten einde is, zodat ik deze ruimte maar vul met een vies praatje. Mijn zus ontdekte dat er in het doucheputje geen water verdween maar uit te voorschijn kwam, net als in het fonteintje in het toilet. Het was geen zuivere koffie en al helemaal geen zuiver water wat er omhoog geblubberd kwam. Kokhalzend verrichtte ze reinigingswerk, dat dweilen met de kraan open bleek te zijn zodra de bovenburen de wc doortrokken. Die buren trokken niet alleen hun reguliere onbeschrijflijke afvalproducten door, maar ook kattengrit. Dat kon de riolering niet hebben. De opgetrommelde loodgieter ging onverschrokken met blote handen de onreinheid te lijf, mijn zus greep na de geklaarde klus naar een welverdiende borrel.


10-10-07. De garage aan de overkant waar ik mijn auto stal behoort tot het domein van een slimme buurtkat. Hij (zij) houdt in de gaten of er een auto geparkeerd wordt: als de bestuurder vertrokken is gaat de kat op de warme motorkap liggen. Meestal maakt hij zich uit de voeten als je aan komt rijden. Eergisteren deed hij dat niet, omdat hij dood was. Hij lag precies voor mijn parkeerplek, de ogen open (geen sporen van verwonding). Ik belde thuis de dierenambulance op, ze zouden ’s avonds pas tijd hebben om langs te komen. De kat lag op een ongunstige plek, als hij daar bleef liggen zou er geheid een keer iemand overheen rijden en dat zou tot pletting leiden. Ik liep dus weer naar de garage en tilde de kat op de warme motorkap. (Morgen vervolg.)


11-10-07. Toen de dierenambulance voorreed ging ik naar buiten en trof de chauffeur in gesprek met een waanzinnige op een fiets, die dingen zei als: ‘Hoe hard moet je in dit land schreeuwen om gehoord te worden!’ Het duurde even voordat ik me in het gesprek kon mengen. Ik wees de chauffeur waar hij moest zijn en ging de garage in. De waanzinnige liep gezellig mee. De chauffeur tilde de dode kat van de motorkap en legde hem in een draagbak. Er waren geen sporen van overrijding: het lichaam was nergens geplet, er was geen bloed te zien. Een vrouw die haar auto geparkeerd had voegde zich bij ons. Ze schrok: ze gaf de kat al twee jaar dagelijks te eten, had een tasje bij zich waar voer in zat. ‘U lijkt op Rita Verdonk!’ riep de waanzinnige.


12-10-07. Van het script/draaiboek van de komende Hot Talkuitzending (Radio West, 11 november) voltooide ik gisteren de vierde versie. Ik had het idee dat de eerste versie al bijna bruikbaar was maar ik ontdekte bij het herlezen wat stilistische slordigheidjes, een enkele tikfout et cetera. De verbetering van dat alles leverde de tweede versie op, waar hetzelfde over gezegd kan worden. Ik timede de teksten door ze solo hardop voor te dragen en de uitkomst op te tellen bij de duur van de muziek die gedraaid wordt. Het eerste uur was net aan, het tweede kwam nog zo’n zeven minuten tekort, ook nadat ik in de derde versie een enkele aanvulling had verwerkt. Gisteren schreef ik daarom een extra sketch voor het tweede uur en aldus kwam ik bij de vierde versie uit. Vanmiddag is de eerste repetitie.


13-10-07. Het ging goed, de eerste repetitie. De stemmen van terugkerende gasten schudt Hans uit zijn mouw: het Afrikaanse medium professor Bomba, burgemeester Noten en vader Balthazar, de Bisschop van Buisdorp. Als er een nieuw personage is dan probeert hij een stem uit en schakelt als die het niet is halverwege de voordracht over op een andere, zoals bij het interview met Arthur Nageldraaier over voordelig begraven in Buisdorp. Ik drukte de stopwatch van mijn horloge in als we gingen lezen en nog een keer aan het einde van een sketch en noteerde de tijd. Twee keer was ik zo snugger om voordat ik die genoteerd had de stopwatch weer op nul te zetten, zodat ik geen idee heb hoe lang de betreffende sketch geduurd heeft. Maar het komt wel goed, de uitzending is pas over vier weken.


14-10-07. Het is al vermakelijk dat Máxima een uitspraak doet over het niet bestaan van dé Nederlander en dat dan nota bene zo’n malloot van een Oranjevereniging zich erover opwindt. Wat beweert de Oranjehosser? Op Koninginnedag zijn we als volk één, net als wanneer we het Wilhelmus horen en de Nederlandse vlag zien wapperen. Tegen de tijd dat Amelie (of hoe de oudste van Willem Alexander en Máxima ook heet) de troon bestijgt, hebben we een vorstin met aan moederskant een voorgeslacht van Argentijnen. Aan vaderskant heeft Amelie een Duitse grootvader (Claus), overgrootvader (Bernhard) en betovergrootvader (Hendrik), dus dan kan je wel uitrekenen waar haar loyaliteit zal liggen als de wedstrijd Nederland-Duitsland gespeeld wordt. (Dit argument tegen het bestaan van de Nederlandse volksaard had ik nog nergens gelezen, dus ik voeg het maar aan de lopende onzindiscussie toe.)


15-10-07. Dat kan geen toeval zijn: afgelopen maandag las ik het bij de bieb geleende boekje The Secret uit, vrijdag las ik er in HP/De Tijd een artikel over en zaterdag werd het in Rondom Tien besproken. Aantrekkingskracht is de wet van het universum: je denkt bezield aan iets wat je begeert en het universum zorgt ervoor dat het je ten deel valt. Aardig, hè, van het universum? Maar: ‘Er kan niets in je leven komen wat daarin niet is opgeroepen door aanhoudende gedachten’ (p. 28). Dat is prettig om te horen voor mensen die met een aangeboren aandoening kampen. Of die in een neerstortend vliegtuig zitten. Of in een concentratiekamp belanden. Hoezo ‘wet van het universum’? Die ‘wet’ heeft een schaamteloze geldbeluste gek ooit bedacht. In Nederland zijn er zo’n kwart miljoen exemplaren van dat boekje verkocht!


16-10-07. Momenteel ben ik in huiselijke kring in een filmfestivalletje verwikkeld. De stapel onbekeken dvd’s was groeiende en groeiende en daarom besloot ik dagelijks aan het einde van de middag een film te zien. Het ging van start met de laatste David Lynch, Inland Empire: drie uur lang visuele verplettering. De volgende dag Saving Private Ryan, waar ik twee uur en driekwartier mee van de straat was. Vervolgens: The Departed, twee uur en bijna dertig minuten. Gisteravond was Babel aan de beurt en die film duurde slechts twee uur en een kwartier. Ik zie het bekijken van een lange film als training voor het echte werk: het achter elkaar zien van een heel seizoen van een tv-serie. De komende maanden verschijnen er weer de nodige begerenswaardige: Desperate Housewives, Gilmore Girls, Heroes, Lost, 24 en ga zo maar door.


17-10-07. Mijn achttiende verjaardag vierde ik in de bioscoop. Wie de genodigden waren weet ik niet meer precies, wel dat we twee films zagen en dat in elk geval een ervan in Metropole draaide: Three Days of the Condor (met Robert Redford) en The Man who fell to Earth (David Bowie). De laatste zag ik gisteren terug op dvd. Ik moest bij elke onverbloemde naaktscène denken aan het debat dat momenteel gevoerd wordt over de sekshausse in de media. Het gekke is dat je tegenwoordig in de bioscoop nog maar zelden naakt ziet. Ik herinner me dat de discussie vroeger ging over ‘functioneel naakt’ in films. Die discussie was met betrekking tot The Man who fell to Earth overbodig: bij wat de acteurs in de bedscènes aan het doen waren was het zeer functioneel dat zij naakt waren.


18-10-07. Voor een of twee afleveringen van Hot Talk schreef ik een sketch waarin de gemeentepolitiek gepersifleerd werd en de Partij van de Waarheid en het Volksdemocratisch Landsbelang ter sprake kwamen. Je denkt: veel gekker kun je het niet bedenken. Maar sinds gisteren is er Trots op Nederland. Aan veel partijen zijn we zo gewend dat hun onzinnige namen niet opvallen. (Wat is in godsnaam christendemocratie? Hoezo is de VVD een volkspartij? En geen wonder dat het slecht gaat met een partij die voluit Democraten 1966 heet.) Trots op Nederland – zou Verdonk denken dat iedereen die trots op Nederland is op haar zal gaan stemmen? Dan had haar partij net zo goed Geef mij de liefde en de gein kunnen heten. (Raar dat nog geen politicus op het idee gekomen is zijn afscheidingsbeweging Leve de koningin te noemen.)


19-10-07. De nieuwe cd van Hooverphonic heet The President of the LSD Golf Club. Die titel heeft Alex Callier, het muzikale brein van de groep, van een taxichauffeur uit San Francisco, die in de jaren zestig dusgenaamd door het leven ging. Heb de prachtige cd al een keer of vier gedraaid. Hooverphonic doet niet alles maar wel veel anders dan anderen: Alex Callier nam in huiselijke kring tien demo’s op, die zangeres Geike Arnaert en de vijf muzikanten vervolgens gedurende zes dagen repeteerden. Daarna werd de cd in elf dagen tijd in een studio in de Ardennen live ingespeeld. Ook opmerkelijk: op de website www.hooverphonic.com is de cd (tijdelijk?) gratis te beluisteren. Nog meer goed nieuws: er is een clubtourtje op komst, waarbij op 28 november De Melkweg in Amsterdam wordt aangedaan. Gaat dat horen, gaat dat zien!


20-10-07. De hele dag was de lucht vol wolken, de eerste dag dat Jan Wolkers niet meer leefde. In De doodshoofdvlinder beschrijft hij een bezoek van Paul aan zijn bejaarde vader, die de ramen aan de buitenkant lapt. Hij is zo stram dat het water uit de ragebol is gedrupt als hij die omhoog gebracht heeft. Zo stram was de kunstenaar op het eind zelf ook geworden. Veel terechte aandacht in de media. Twee Vandaag rekte het begrip Grote Drie voor de gelegenheid op tot Grote Vier en vroeg Harry Mulisch hoe het was om daar de laatste van te zijn. Even later werd er door Maarten ’t Hart corrigerend ingegrepen: we hadden namelijk de Grote Vijf, waar ook Hella Haasse deel van uitmaakte. Dus Mulisch was niet de laatste. Hoe kan Jan Wolkers er niet meer zijn?


21-10-07. In december 1980 zat ik een weekje op Texel. Jan Wolkers woonde er sinds kort, hoorde ik van de waard van café In den Grooten Slock, waar ik een kop koffie dronk. Hij zei dat het vijf minuten rijden was. Aan het eind van de middag, het werd al donker, fietste ik derwaarts. Gaandeweg besefte ik dat de waard vijf minuten autorijden had bedoeld. Het was niet zozeer de harde tegenwind als wel de regen die me deed opgeven. De volgende ochtend was het droog en fietste ik opnieuw naar het Wolkershuis. Ik belde aan, Karina deed open. Ik zei dat ik Martin de Jong uit Den Haag was en vroeg: ‘Is Jan thuis?’ Daar was Jan. De perzik van onsterfelijkheid was net verschenen, ik zei dat het een prachtig boek was. Dat vond Jan zelf ook.


22-10-07. Er waren verbouwers aan het werk, het schikte niet dat ik binnenkwam. Dat betekende achteraf gezien het behoud mijn gestel: de laatste jaren wemelde het in huize Wolkers van de prominenten die er volgens Maarten van Rossem en anderen die het konden navertellen tot ver voorbij het verzadigingspunt gevuld werden met grote gehaktballen, champagne met Belgische bonbons en augurken. Ik had een ghettoblaster meegesleept naar Texel. Wolkers was een liefhebber van Elvis, ik gaf hem een bandje met destijds illegale opnamen van de Comeback Special uit 1968. En ik maakte een foto van de kersverse Texelaar, van zijn Jaguar en van de etalage van de makelaar, waarin de net verkochte voormalige burgemeesterswoning nog te zien was. Ik kwam het echtpaar Wolkers daags nadien bij de slager tegen. Jan zei dat Texel mooi was. Dat was het zeker.


23-10-07. Bij de opening van de tentoonstelling Tijd bestaat niet – leven en werk van Jan Wolkers (in het Letterkundig Museum) las Remco Campert een ‘voorlopig gedicht’ voor Wolkers voor. Na de toespraken zwierven de genodigden uit om de kunstwerken en de memorabilia (de laatste keutel van poes Voske, zie De junival) te bekijken. Ik zei tegen Campert, die ik een tijdje aan de praat hield, dat hij niets hoefde te veranderen aan zijn voorlopige gedicht. Met een Schrijversprentenboek ging ik op zoek naar Wolkers. Hij stond met iemand te praten maar daar had ik natuurlijk niks mee te maken. ‘Voor Martin / in vriendschap / Jan Wolkers / 26 april 1996’ schreef hij voorin. Ik zei dat ik eerst het net verschenen tweede deel van de autobiografie van Marten Toonder wilde gaan lezen. Wolkers zei gebiedend: ‘Dat MOET!’


24-10-07. Maandag had de Volkskrant op de voorpagina een foto van de geheel met Jan Wolkersboeken gevulde etalage van boekhandel Het Open Boek in Den Burg. Een dergelijke foto had 27 jaar geleden ook gemaakt kunnen worden. Sterker: die maakte ik. Toen ik in 1980 op Texel was had boekhandelaar Theo Timmer zijn etalage ingericht met boeken en kunstwerken van de beeldhouwer-schilder-schrijver, die zich metterwoon op het eiland aan het vestigen was. In de winkel nog veel meer Wolkers: Turks fruit in het Engels, De kus in het Zweeds (Kyssen), een vergroting van de foto achter op De walgvogel. Ik mocht het allemaal voor de etalage uitstallen en fotograferen. De boeken waren gesigneerd, daarom kocht ik Een roos van vlees (over de dood van Wolkers’ dochtertje, een van zijn mooiste romans), hoewel ik die al had. Goud waard!


25-10-07. Hugo Claus oogde oud en zwak, niet ver verwijderd van Jan Wolkers: als Bernhard op de begrafenis van Juliana. Geheel in de geest van de overledene volgde ik de plechtigheid met een hapje en een drankje binnen handbereik. De zeven grote gehaktballen spoelde ik weg met een fles champagne. Toen Maarten van Rossem ging spreken opende ik een pot augurken en algauw voelde ik me de schilder Terpen Tijn. De tweede fles champagne verdreef de nasmaak van de augurken. Ceremoniemeester en biograaf Onno Blom lijkt sprekend op de jonge Wolkers (zie de foto achter op Kort Amerikaans) dus over Karina hoeven we ons geen zorgen te maken. (Tijdens de toespraak van Plasterk kreeg ik wat last van een opgeblazen gevoel. Ik besloot daarom de moot zalm en de gemarineerde open reerug tot na het diner te bewaren.)


26-10-07. Dat is er ook niet meer bij: op de verschijningsdag de nieuwe Wolkersroman uitlezen, wat ik van De perzik van onsterfelijkheid (1980) t/m De onverbiddelijke tijd (1984) deed. Pas als ik het boek uit had ging ik op zoek naar recensies (vooraf wil ik niet weten waar een boek over gaat) en interviews. Ik bezocht het Letterkundig Museum, toen nog krap gehuisvest in de Juffrouw Idastraat, en kopieerde er op inferieur papier een massa oude artikelen: de halfdebiele knipper zette om niet in de war te raken nummers boven de uitgeknipte tekststroken. Later las ik sommige interviews duidelijker terug in twee door Graa Boomsma samengestelde bundels Beschouwingen en interviews. Onno Blom wil dat we vandaag een glas champagne drinken wegens Wolkers’ geannuleerde 82ste verjaardag. Ik vier het maar op mijn manier: met het herlezen van Brandende liefde.


27-10-07. In Brandende liefde noemt Anna de rouwkapel van de Oosterbegraafplaats ‘Een soort bevroren paradijs. Daar huiver ik altijd van.’ In het werk van Jan Wolkers legt zelfs de ongebreidelde levenslust het af tegen de dood. Een schrijver schrijft over wat hem obsedeert. Wolkers schreef onder meer in Kort Amerikaans over de dood van zijn broer, die gezien wordt als het grote trauma in zijn leven. Literair deed hij veel minder met de dood van zijn tweejarige dochtertje. Een roos van vlees is de compacte roman waarin die tragedie aangrijpend beschreven wordt. Het is een episode uit zijn leven die hij nooit te boven lijkt te zijn gekomen. Jaren geleden door Karel van de Graaf ernaar gevraagd welden er tranen op, toen Coen Verbraak er dit jaar met hem over sprak kwam Wolkers haast niet uit zijn woorden.


28-10-07. Als je het hebt over het werk dat Wolkers heeft nagelaten, dan heb je het niet alleen over de boeken die hij geschreven heeft maar ook over de boeken die hij nagelaten heeft te schrijven. In De onverbiddelijke tijd (1984) is een lijstje opgenomen van werken die ‘in voorbereiding’ zijn: Waar eens LENTE stond – De zetpil van de dood – Roomslurfje & Pondje poep – Het ijspaleis – Nag Hammadi. Van die werken werd niets meer vernomen (behalve een voorpublicatie van Het ijspaleis in Playboy), de enige roman die er nog verscheen was Zomerhitte (2005). Had Wolkers maar een monumentje minder gemaakt... Als hij de krant haalde met een opdracht dacht ik: daar gaat weer een roman. Niets meer aan te doen: je kunt de klok niet terugdraaien. (Al heb ik dat zojuist wegens het aanbreken van de wintertijd gedaan.)


29-10-07. Hier en daar zit ik een beetje raar in elkaar: ik ben rechtshandig maar linksbenig. En dan mijn ogen. Met de kleur (blauw) is niets mis, maar beide schieten op het gebied van zien een beetje tekort. Met het rechter kan ik perfect lezen maar vormen de verre ondertitels van de tv een probleem, met het linker is het omgekeerde het geval. Per saldo heb ik dus geen lees- of andersoortige bril nodig, zodat mijn trekken niet meer ontsierd zullen worden dan ze van nature al zijn. Ik kom hierop omdat het volgens een folder die er in de bus lag ‘nationale oog meet weken’ zijn. Ik zag meteen dat er ‘oog meet weken’ stond en niet ‘oogmeetweken’. Ik zou er wat van kunnen zeggen maar ik ben bang dat ze dan gratis mijn ogen gaan meten.


30-10-07. ‘Het gebeurt soms dat iemand het reclamedrukwerk dat hij in zijn brievenbox aantreft op de grond werpt en zich uit de voeten maakt. Tenzij de dader op heterdaad betrapt wordt valt niet te achterhalen wie er verantwoordelijk is. Enige weken geleden zag ik bij het buitenzetten van het huisvuil een flinke stapel liggen: reclame, huis-aan-huisbladen, een Gouden Gids. Er zat ook een exemplaar bij van uw woonmagazine, geadresseerd aan de bewoner van nummer 48. Ik stopte alles weer in de betreffende brievenbox. Toen ik zondagavond de vuilniszak buiten ging zetten lag de hele collectie papier wederom voor de brievenboxen op de vloer, inclusief het woonmagazine, dat ik ten bewijze bijsluit. Wellicht kunt u de bewoners van nummer 48 erop attenderen dat het niet de bedoeling is dat het portiek op een dergelijke manier verontreinigd wordt. Hartelijke groet.’


31-10-07. Op de lagere school heb ik leren rekenen en dat komt me nog dagelijks van pas, bijvoorbeeld als ik bij een middenstander afreken: dan voeg ik automatisch 20 cent toe aan een briefje van 20 wanneer de schade 18,20 euro bedraagt. Gaat het om een ingewikkelde berekening waarbij meerdere getallen betrokken zijn met cijfers voor en na de komma, dan gebruik ik ter verifiëring van het genoteerde op papier de rekenmachine van mijn computer. Sinds kort is er een handig hulpmiddel bijgekomen, een apparaatje zo dun als een giropas, dat werkt op een zogenoemde ‘solar battery’. Ik probeerde het zojuist vergeefs aan de gang te krijgen – de zon is al onder, vandaar misschien dat-ie het niet doet. Kreeg het cadeau van drs. Marion Appel van Intomart. Ze denkt zeker dat ik nu haar malle vragenlijst ga invullen.


01-11-07. Nog even geduld, op 11 november is het zover: dan zijn we weer op de radio (Radio West, 21.00-23.00 uur, ook te beluisteren via www.rtvwest.nl). Maandagavond voltooide ik de zevende versie van het draaiboek/script, die niet veel verschilt van de zesde: een foutje verbeterd, de loop van een zin veranderd, enkele ingevingen toegevoegd. Ik heb er zin in. Zondagnacht droomde ik over de uitzending: de technicus reageerde de eerste keer te laat toen ik het teken gaf om de muziek te starten, daarna reageerde hij helemaal niet meer. Maandagnacht was het opnieuw raak: ik droomde dat ik te laat in de studio arriveerde. De supervisor had muziek laten starten maar het verkeerde nummer. Daarna liep er nog meer in de soep, zodat ik kwaad diverse snoeren lostrok en een verschrikkelijke huilbui kreeg. Het wordt een fantastische uitzending.


02-11-07. En voor de derde keer in korte tijd ontving ik een bericht ondertekend door drs. Marion Appel. (Iemand die ondertekent met de titel voor haar naam heeft een hoge dunk van zichzelf en/of denkt daarmee op anderen indruk te maken.) Zij geeft leiding bij Intomart, een nieuwsgierig instituut dat mij lastigvalt met aansporingen om mee te doen aan een onderzoek. In plaats van hun vragen te beantwoorden stel ik er zelf een. Hoe komen ze aan mijn naam en adres? Als ik de vragen invul ligt er ergens een formulier waarop is aangeven hoeveel televisies ik heb en of ik in het bezit ben van een tweede huis of plezierjacht. Grappenmakers slagen er soms in de computers van ministeries te kraken – wie garandeert mij dat straks niet alle tv’s uit mijn tweede huis en plezierjacht gejat worden?


03-11-07. Nerds hebben een slechte naam omdat het nerds zijn maar het is soms grappig ze van dichtbij mee te maken. Gisteren liepen er op de dvd-afdeling van de Media Markt twee ‘Trekkies’ – broers (of vrienden die door hun gedeelde Star Trekbezetenheid op elkaar waren gaan lijken). Ze becommentarieerden een luxe dvd-set van een van de series. Ik besloot ’s avonds de nog onbekeken afleveringen van The Animated Series te gaan zien. De acteurs uit de originele serie leenden daarin hun stemmen aan de verrassend goed gelijkende getekende uitvoeringen van Kirk, Spock, McCoy, Scotty en Uhuru. De special effects ogen spectaculair maar kostten weinig: er waren slechts een pen, penseel en verf voor nodig. Er zijn misschien zelfs Trekkies die dit niet weten: Star Trek The Animated Series is de enige waarin Kirk: ‘Beam us up, Scotty’ zegt!


04-11-07. Als het om een groot oeuvre gaat en de delen met regelmaat verschijnen, is een verzameld werk soms nauwelijks bij te houden. Indertijd kwamen er meen ik elk halfjaar twee delen Couperus uit, net zo lang tot ze alle vijftig verschenen waren. Ik raakte flink achter met lezen. Daar hoeft bij de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans niet voor gevreesd te worden. Vorig jaar december verscheen het derde deel, het vierde, ruim een jaar vertraagd, komt (hopelijk) in februari. Ik lees momenteel het derde deel. In de toelichting bij het stuk Mensbeeld en aanstoot gaat het onder meer over de herkomst van de daarin afgebeelde foto's. Maar er zijn helemaal geen foto's afgebeeld! Die staan in het stuk dat erna komt! (Ware dat Hermans nog leefde en korte metten maakte met dat naar hem vernoemde Instituut.)


05-11-07. Er is nogal wat mis met de wetenschappelijke editie van de werken van Willem Frederik Hermans. De wetenschappers schrijven op pagina 900 (regel 10) van deel 12 in de toelichting ‘ondermeer’ in plaats van ‘onder meer’. Op pagina 902, regel 9 ‘Bijkaart-brief’, een paar regels verder ‘Bijkaartbrief’. Toen er twee delen verschenen waren vroeg ik een boekverkoopster wanneer het derde zou verschijnen. De computer gaf aan dat het nog jaren ging duren: de werken worden niet chronologisch uitgeven maar thematisch: eerst een deel met de eerste romans, dan een met de eerste verhalenbundels, vervolgens een met beschouwend werk. Zelfs dat gaat niet goed: het eerste deel met beschouwend werk bevatte niet Het sadistische universum maar Boze brieven van Bijkaart. (Ook leuk: bij de luxe editie is aan de buitenkant niet te zien om welk werk het gaat.)


06-11-07. Vroeger had je mensen (misschien heb je ze nog steeds) die nabij de voordeur een afbeelding van een verschrikkelijke hondenkop hadden aangebracht, waaronder geschreven stond: ‘Ik waak hier.’ (Een uitspraak van de hond, dus.) Die mensen wilden bewerkstelligen dat inbrekers in plaats van bij hen bij de buren gingen inbreken. In werkelijkheid was er helemaal geen hond in huis, de enige verschrikkelijke hondenkop zat op de schouders van de heer des huizes. Daar moest ik aan denken toen ik gistermiddag weer een auto zag staan waarin aan de achteruitkijkspiegel een bericht voor autokrakers hing. Het had geen zin de auto open te breken want er waren geen kostbare spullen in te vinden. Een slimme autokraker trekt zich daar natuurlijk niks van aan: ook mensen die wel waardevolle spullen in hun auto laten liggen hangen zo’n mededeling op.


07-11-07. Als ik in wakende toestand ben merk je niets aan me (ikzelf ook niet) maar ’s nachts gaat de geest de laatste tijd geweldig tekeer. Ook maandagnacht droomde ik van de uitzending van aanstaande zondag, de derde keer in ongeveer een week tijd. Gaat lekker zo. Ditmaal ging het wederom helemaal mis en omdat ik kennelijk ook als ik van de wereld ben creatief weet te zijn, had mijn brein een nieuwe variant bedacht: we arriveerden bij de studio om rechtstreeks te gaan uitzenden maar dat ging niet door. Er was in de studio niemand te bekennen, de computer van Radio West zond non-stop ingeblikte geluiden uit, in plaats van de minutieus voorbereide satire en met beleid uit de kast getrokken muziek waar wij de regio en via internet de hele wereld mee te grazen wilden nemen.


08-11-07. In primitieve tijden werden sokken die lek waren geraakt nog gestopt. Dat was een secuur werkje, zodat vrouwen ervoor opdraaiden. Een tante van mij had na haar echtscheiding kennis gekregen aan een eveneens niet meer zo jonge man. Hij had een romantische voorstelling van hun beider toekomst, waarin hij op de bank naar de televisie zat te kijken en zij naast hem gezeten zijn sokken stopte. Hun relatie hield niet lang stand. Tegenwoordig gooi je sokken waar gaten in geslopen zijn meteen weg (net als een partner waar je niets meer aan hebt). Ik maak ook korte metten met sokken waar nog geen gaten in zitten. Dat zijn zogenoemde ‘kruimelsokken’: (meestal zwarte) sokken waarbij bij het uittrekken een handvol losgeraakt pluis meekomt en op het tapijt dwarrelt. Bij sommige kruimelsokken moet je meerdere malen per dag stofzuigen.


09-11-07. Soms duurt het lang voordat je in de gaten hebt dat het niet klopt. Pas in de achtste versie van het draaiboek/script verbeterde ik een fout die ik tot dan toe niet in de gaten had gehad. Het betreft een monoloog over de vermissing van rijbewijs en bijbehorende papieren. Aan het begin zeg ik daarover dat ik ze onlangs uit het mapje waarin ze hoorden te zitten had gehaald en ze wegens theaterbezoek voor het gemak in een jas- of broekzak had gestopt. Maar het verhaal eindigt ermee dat me te binnen schiet dat ik de documenten een paar maanden geleden in een rugzak had opgeborgen, vanwege een dagtrip naar Londen. En dus kon ik de papieren niet ‘onlangs’ bij theaterbezoek in een jas- of broekzak gestopt hebben. En dus verbeterde ik op de valreep de tekst.


10-11-07. Op een gegeven moment ga je overal aan twijfelen. Zijn de grappen wel leuk? Als je een grap een paar keer gehoord hebt kan je er niet meer om lachen, dat geldt ook voor de grappen die je zelf bedacht hebt. Van sommige onderdelen valt het me niet meer op hoe mesjokke ze zijn maar ik twijfel er niet aan dat het mesjokkene de luisteraar zal opvallen. Zit het goed met de timing? Elk uur wordt afgesloten met muziek die weggedraaid kan worden als we wat uitgelopen zijn, dat zit dus wel goed. Maar zou de uitzending eigenlijk wel doorgaan? Ik had lang niets gehoord van de supervisor, daarom belde ik hem op om te vragen of het morgen door zou gaan. Toen hij hoorde dat ik het was, zei hij geschrokken: ‘Het gaat toch wel door?’


11-11-07. In de inleiding zat een zinnetje dat niet lekker liep en dat ik dus omgooide, zodat ook de achtste versie van het script niet vlekkeloos bleek te zijn. Anderszins lijkt me alles dik in orde voor de uitzending van vanavond. (Niet vergeten de toeter in de tas te stoppen want ik moet tegen het einde van het tweede uur op een toeter blazen. Mensen denken vaak: ik zou ook wel op de radio willen maar vergis je niet, er komt een hoop bij kijken en als er op een toeter geblazen moet worden zit er niets anders op: er zal op die toeter geblazen worden.) Vanmiddag komen Esther en Hans generaal repeteren, bovendien repeteer ik voordien en nadien mijn aandeel in het gesproken woord, opdat het er vanavond tussen 21.00 en 23.00 haperloos uitkomt. Luister zelf maar.


12-11-07. Twee uur rechtstreekse radio betekent twee uur lang zeer geconcentreerd zijn: de tekst zonder haperen in de microfoon zien te krijgen, bijtijds het teken geven dat er muziek gestart moet worden en tegelijkertijd de klok in de gaten houden. Na afloop ben ik altijd volkomen leeg en heb niet veel oor voor de gesprekken die er door de kompanen gevoerd worden. Van de uitzending blijven vooral de dingen die misgingen hangen: in het eerste uur het draaien van een verkeerde song, in het tweede uur het op mijn instructie te vroeg wegdraaien van een nummer, waardoor we aan het eind wat tijd over hadden. Daarom werd het laatste nummer stopgezet en laste ik een improvisatie van een minuut in waar ik niet helemaal tevreden over ben. De supervisor vond echter dat het een voortreffelijke uitzending geweest was.


13-11-07. Twee belezen luisteraars mailden gisteren complimenten naar aanleiding van onze uitzending van zondagavond. Ik bracht de goede tijding over aan Esther en Hans. We zaten zo eens te praten en dachten terug aan wat supervisor Waayers had gezegd: hij voelde wat voor een uitzending rond de Buisdorper Dorpsmuzikanten Hannesz en Jannesz, in december al. Hans (alias Hannesz) voelde daar zelf ook wel voor maar zag zo gauw geen kans twee uur aan teksten en toestanden voor elkaar te krijgen: hij moet volgende maand op pad met een Speenhoffprogramma. Weet je wat, filosofeerde ik, dan spelen jullie vier nummers en dan bouw ik er wel een uitzending omheen – tijd zat, ik hoef tenslotte niet op pad met een Speenhoffprogramma. Supervisor Waayers gebeld, hij vond het een geweldig idee en dus zijn we in december opnieuw op de radio.


14-11-07. Het is in potentie een verontrustende ontwikkeling: Teletekst maakte gisteren melding van een onderzoek van het RIVM (stond niet bij waar die afkorting voor staat) naar erectiepillen. Er schijnen nogal wat ondeugdelijke pillen in omloop te zijn – je moet er niet aan denken dat je als man ineens met een malafide erectie krijgt te maken. Er wordt veel spam verstuurd waarin producten worden aangeprezen die een enorme hardheidsgraad in het vooruitzicht stellen. Toch lijkt het me beter in geval van onvermogen de apotheek te raadplegen want wat als je op doktersvoorschrift al spierverslappers slikt? Heb me nooit in dergelijke materie hoeven verdiepen, maar vraag me wel af: zorgt zo’n pil alleen voor een erectie of ligt er ook een ejaculatie in het verschiet? Van de hele dag met een banketstaaf rondlopen wordt een mens ook niet vrolijk.


15-11-07. Op 30 december is het weer zover, noteer die datum in uw agenda (o nee, dat hoeft niet, die datum staat al in de agenda). Eergisteren met de supervisor van Hot Talk afgesproken dat we op die zondagavond weer twee uur lang ons ding gaan doen op Radio West. Hij had overigens van de redactie een klacht ontvangen over onze uitzending van 11 november. Een klacht? Nou ja, de supervisor kwam in reguliere afleveringen van Hot Talk zelf aan het woord en als luisteraars bij ons halverwege inschakelden dan wisten ze niet waar het over ging en zouden na een minuut weer afhaken, aldus een Pipo van de redactie. We moeten volgens de supervisor daarom om het kwartier zeggen dat we Hot Talk overgenomen hebben en dat de supervisor gekneveld in een kast ligt. Kan leuk worden.


16-11-07. De zon scheen onbelemmerd en de temperatuur was flink gedaald: weer voor koek en zopie (‘de koek verkocht-ie en het geld verzoop-ie’). Gisterochtend had ik op de fiets aanvankelijk handschoenen aan, later warmde ik op en konden ze in de jaszak ondergebracht worden. Had zin om te gaan hollen, dus ging hollen. Het naburige park lag er in de herfstzon fraai bij, mijn conditie was naar wens. Ik had vast allerlei mooie gedachten, maar die werden de kop ingedrukt toen ik ineens gestrekt ging: gestruikeld over een obstakel dat door neergedwarrelde bladeren aan mijn zicht onttrokken was. Ik schoof met mijn handpalmen door de een of andere humuslaag maar stond ongeblesseerd weer op. Dat komt vermoedelijk doordat ik melk met extra calcium drink: dat houdt de botten stevig. (Ook aanbevolen voor vrouwen op weg naar de overgang!)


17-11-07. Het is vijf voor negen op een herfstige zaterdagochtend. Er wordt buiten getwijfeld tussen zonneschijn en een plensbui, zodat de lucht eruitziet als door een Hollandse Meester geschilderd. Ik zou op dit moment a damn fine cup of coffee moeten drinken maar het is gewoon een Senseo extra dark roast, om over kersentaart helemaal maar te zwijgen. Inderdaad: het is weer Twin Peakstijd, ben gistermiddag begonnen aan de enorme Definitive Gold Box Edition. Destijds volgde ik de reeks via de BBC en nam ’m ook op video op. Nadien de hele reeks op video teruggezien, toen een paar jaar geleden het eerste seizoen op dvd uitkwam daarnaar gekeken, bij het verschijnen van het tweede seizoen alles van het begin af aan gezien – en ook bij het huidige weerzien zijn kippenvel en lachbuien vaak niet te onderdrukken. Subliem.


18-11-07. Het is leuk om de van The X-Files bekende David Duchovny ook in Twin Peaks een FBI-agent te zien spelen – vooral omdat hij het in travestie doet. (Dat heeft geen bepaalde bedoeling: in de wereld van David Lynch is gek heel gewoon.) Major Briggs speelt op zijn beurt in The X-Files de vader van Scully. Ook andere deelnemers aan Twin Peaks hadden later een rolletje in afleveringen van The X-Files, zoals deputy Hawk en The man from another place: de dansende, zeer mysterieuze dwerg, die in Carnivàle een van de hoofdrollen ging spelen. Kyle MacLachlan (special agent Cooper) belandde in Sex and The City en in Desperate Housewives, in beide gevallen had hij het nogal ongelukkig getroffen met zijn moeder. Van The X-Files komt er een nieuwe speelfilm – kon dat ook maar van Twin Peaks gezegd worden.


19-11-07. Als je de beide seizoen al los hebt, heeft het dan zin ook nog de Definitive Gold Box Edition van Twin Peaks te kopen? Jazeker. Die bevat ruim drie uur aan nog niet geziene extra’s. Als je de Definitive Gold Box Edition gekocht hebt, kunnen de beide los gekochte seizoen dan weg? Nee. Daarop is audiocommentaar te vinden dat op die zogenaamd ultieme box ontbreekt, evenals een aantal documentaires. Het is overigens sowieso onverstandig om dingen weg te doen, daar krijg je later spijt van. Behalve uiteraard huisvuil, oude kranten, lege flessen, kleding die niet meer in de mode is of niet meer past of die zelden of nooit gedragen wordt. Ook kan eraan gedacht worden de opgehoopte stapels tijdschriften eens kritisch te bekijken. (Het meeste kan weg zonder dat je controleert of het wel weg kan.)


20-11-07. We waren in 1964 naar A Hard Day’s Night geweest, logisch dat ik het jaar erop met mijn moeder ook naar Help! ging. Ik herinner me nog wat de zevenjarige ik zag: de vier Beatles die ieder een eigen voordeur binnengingen, waarachter hun gigantische gedeelde woonruimte zich bevond. Ringo wiens hand werd vastgegrepen door iemand die het op zijn ring voorzien had. Twee scènes uit het begin, veel meer bleef me niet bij van de vertoning. De onlangs uitgebrachte dvd van de film is een geweldige opfrisser van het geheugen. Het eerste wat me opviel waren de kleuren: tegenwoordig zie je in films zulke kleuren niet meer. Het kan natuurlijk zijn dat de wereld na de jaren zestig minder kleurrijk geworden is: de kleurenpracht viel me ook op bij het op dvd zien van The Producers (1968).


21-11-07. Nog nooit zoiets ergs meegemaakt. Ik lag te bed lui naar Full Metal Jacket te kijken toen ineens de stroom uitviel. Je moet dan geloof ik in de meterkast een hendel overhalen. Op de tast de trap af en de katkrabpaal opzij geschoven. Ik kon in de meterkast geen reet voor ogen zien. In de keukenla een doosje lucifers gevonden, een lucifer aangestoken en tussen de wanorde in een keukenkastje vergeefs naar een kaars gegraaid. Ik keek door het keukenraam: alom huizen in het donker, aan de voorzijde nergens een straatlantaarn die nog brandde. Teruggeworpen in de middeleeuwen! Elk moment konden er verwilderde buren aan de deur komen, op zoek naar suikerbieten. Hongerwinter! Na een paar minuten was er weer licht, diverse klokken moesten opnieuw geprogrammeerd worden. (Het had gelukkig te kort geduurd voor een Loosduinse bevolkingsexplosie.)


22-11-07. Altijd lachen als er een brief komt die is ondertekend door iemand die het nodig vindt zijn naam vooraf te laten gaan door een titel. V.P. van den Boogert heeft zijn naam er zelfs mee omlijst: ervoor drs, erachter MBA. Hij is zo voornaam, dat hij het niet nodig vindt om te laten weten hoe zijn voornamen luiden: hij is dan ook van de directie van de Postbank. V.P.? Ze zullen hem wel Vie Pie noemen. De brief die op 20 november aankwam is gedagtekend 15 november. Is natuurlijk door de handen van vele ondergeschikten gegaan voordat-ie gepost werd. ‘Geachte heer De Jong’ – dat begint al goed, en het wordt nog leuker. ‘Omdat u een Postbank-creditcardhouder bent, hebben wij goed nieuws voor u.’ Probeer die zin maar eens hardop te lezen zonder in de lach te schieten!


23-11-07. Amsterdam lag er gisteren zonnig bij. Ik voorzag eerder deze week dat ik vele truien en minimaal twee handschoenen aan zou moeten maar twee T-shirts en een eigentijds jasje volstonden. Ik streek met Tieka in een poffertjespaleis neer dat op het Damrak naast De Bijenkorf was gestationeerd, met belendend een kunstmatige ijsbaan. Het was rustig in het poffertjespaleis, wat mogelijk verband hield met de muziek die er gedraaid werd. Een volwassen man die zingt dat hij een ‘toet toet’ heeft noopt niet tot binnentreden en voor de meezinger ‘Soep, soep, soep! Ballen, ballen, ballen!’ was het wat te vroeg. Tieka, die gewend is bij grondige ijsvorming op noren door het Noord-Hollandse polderlandschap te zweven, bekeek de kunstmatige ijsbaan geamuseerd – van het idee dat mensen op die paar vierkante meter rondjes draaiden raakte ze in een giechelige bui.


24-11-07. Mijn geheugen voor telefoonnummers is meer dan fenomenaal. Het kan gebeuren dat ik een nummer onthou maar vergeet aan wie het toebehoort. Een jaar of dertien geleden wandelde ik over de Laan van Meerdervoort richting bioscoop Metropole en opeens floepte er een nummer in mijn gedachten. Van wie was het? Ik draaide het liever niet – stel je voor dat ik degene die opnam niet wilde spreken of de opnemer mij niet. Nadat ik driekwart van de Laan van Meerdervoort peinzend had afgelegd schoot het me te binnen: het was mijn eigen nummer. Eergisteren liep ik over het Damrak naar het station en gebruikte voor de derde keer mijn mobiele telefoon, aan de hand van het opgeschreven nummer van mijn zus. Er bleek geen verbinding mogelijk te zijn. Thuisgekomen zag ik waarom: ik had mijn eigen nummer gedraaid.


25-11-07. Een volle werkweek duurt 36 uur, wie het aankan maakt daar vier werkdagen van negen uur van. Zelf doe ik liever niet te dol en beperk me tot een werkweek van 24 uur, in de vorm van driemaal acht uur. Maar na het zien van het zesde seizoen van 24 ga ik (zoals na het zien van eerdere seizoenen) weer twijfelen. Zou ik mijn 24 werkuren niet ook in een etmaal kunnen proppen? Misschien is het te ambitieus, ik heb soms behoefte aan nachtrust. Bovendien is de inname van vocht en vast voedsel in de actieserie een ondergeschoven kindje. Neem het drinken: tijdens het zien van de 24 afleveringen (op vrijdagmiddag en -avond, zaterdagochtend, -middag en -avond) dronk ik behalve koffie, vier mokken melk, vier mokken Vifit, drie mokken Chocomel, twee mokken thee en twee glazen wijn.


26-11-07. Ik begon deze rubriek op 1 januari 2006, met de bedoeling dagelijks verslag uit te brengen van het schrijven aan de roman Sabbatical. Er waren dagen dat ik er niet aan schreef maar omdat het maken van een dagelijkse tekst een prettige gewoonte was geworden, had ik het dan maar ergens anders over. Inmiddels is Sabbatical af en ben ik aan een volgend manuscript bezig. Vandaag moet ik het er weer over hebben want eergisteren ontving ik mail uit België. Ik had in oktober vorig jaar een fragment gezonden aan het literaire tijdschrift De Brakke Hond en nadat men er dertien maanden over had nagedacht, had men besloten het fragment in een van de komende nummers te plaatsen. Sinds oktober 2006 had ik flink aan de tekst zitten peuteren – heb gisteren dan ook een verbeterde versie ingediend.


27-11-07. Mooie boel. Ik was van plan de dag te vullen met schrijverij (aan een manuscript en aan het script van de komende radio-uitzending op 30 december) maar ik kreeg ineens last van ongezondheid. Terwijl ik dit schrijf heb ik 39 graden koorts, het is een wonder dat ik dit schrijf. Vroeger kwam er bij koortsvorming een dokter aan de deur maar dat zit niet meer in de basisverzekering. (Ik geloof dat ze tegenwoordig niet eens verplicht zijn je beter te maken als je ziek bent.) Jaren geleden (er is een precedent) had ik ook 39 graden en toen zei de opgebelde huisarts doodleuk dat ik daarmee naar zijn spreekuur kon komen. De verstrekte antibiotica (er werden indertijd nog medicijnen verstrekt) sloeg niet aan en de koorts streefde de 40 graden voorbij. Maar dat kon heus geen kwaad.


28-11-07. Als je door griep en koorts ernstig verzwakt bent maakt de middenstand misbruik van je. Ondanks mijn krakkemikkigheid bezocht ik gisterochtend een supermarkt, waar ik onder meer een pak muesli aanschafte. Ik las de opgave van de ingrediënten: gelukkig, geen krenten. Maar toen ik een uur later een bordje muesli wilde gaan eten zag ik diverse krenten ronddrijven. Ik moest denken aan lang geleden, toen ik een naburige reformzaak beklantte. Ze verkochten er medicinale pindakaas die in een emmer uit het Westland werd aangeleverd. De reformman schepte desgewenst uit zo’n emmer je meegebrachte potje vol. Ook nam ik er muesli af, zonder krenten – speciaal voor mij viste hij die eruit. Op den duur is hem dat mogelijk fataal geworden, de reformman overleed rond zijn veertigste. Ik ben gewaarschuwd maar ga de krenten verwijderen voordat ik melk toevoeg.


29-11-07. De griep is z’n vierde dag ingegaan, ik ga steeds meer in mijn overlevingskansen geloven. De koorts had geen zin meer om mee te doen en is gistermiddag geweken. Wat er aan symptomen rest is rillerigheid met daarbij een grote behoefte aan hoesten. Hoesten is een goeie buikspieroefening: ik werd zojuist wakker met spierpijn die ik vroeger had als ik me te fanatiek aan aerobics had overgegeven. Zou lollig zijn als hoesten op het repertoire van Nederland in beweging kwam te staan. Krijg overigens beginnende uitslag van zulk nationalisme: straks Nederland in beweging, momenteel is Goedemorgen Nederland aan de gang en als ik verder ga lezen in Theo Thijssens De gelukkig klas doe ik dat in het kader van Nederland Leest. Uche uche uche blaf! Klotezooi. Nederland hoestend in beweging! Nederland Leest hoestend! Goedemorgen hoestend Nederland! Bah.


30-11-07. Als de gezondheid het toeliet zou ik vandaag per tram en trein naar Utrecht reizen om daar te vergaderen. Afgezien van het reizen zou ik vergaderen wel aangekund hebben: eenmaal hoesten is ja, tweemaal is nee. Maar er kwam gisteren een uitwisseling van e-mails op gang die de zaak een malle wending gaf. Eerst mailde collega-vergaderaar Frank de deelnemers dat hij nog ziek was en er misschien niet bij kon zijn. Ik sprak de hoop uit dat Jo en Martijn ook ziek waren, dan bestond er geen gevaar dat we hen zouden besmetten. Even later liet Martijn per mail weten dat hij al twee weken aan het griepen was. Ten slotte vroeg Jo zich in een mailtje af of het wel zinvol was als hij van Nijmegen naar Utrecht reisde om daar met zichzelf te gaan vergaderen.


01-12-07. De arts die waarnam was een aardige roodharige vrouw. Ik mocht meteen het bovenlichaam ontbloten. Helemaal was niet nodig maar dan moet je mij net hebben! Ze beluisterde mijn longen van voren en van achteren en luisterde ook nog even naar mijn hart. ‘Het klopt nog,’ zei ze. Dat was een opluchting. Ze was er een groot voorstander van dat ik koorts had en dat ik zenuwslopend hoestte, dat droeg allemaal bij aan het verjagen van het virus dat in mij huisde. Alles goed en wel maar ik zou toch liever wat minder hoesten. Dat kon: ze zou me codeïnepillen voorschrijven. ‘Daar kan je slaperig van worden.’ ‘Mooi zo!’ Ik reed naar de apotheek, waar gewaarschuwd werd dat mijn rijvaardigheid zou kunnen afnemen. De bijsluiter repte bovendien van angst en opwinding bij hoge dosering. Slikken die troep!


02-12-07. De koorts is op de vlucht geslagen, misschien doordat ik codeïne slik. Dan doet dat spul tenminste iets: het hoort het hoesten te onderdrukken maar daar merk ik tot nu toe niet veel van. Voelde me gisteren redelijk totdat er een hoestbui op gang kwam – toen wist ik meteen weer dat ik ziek was. Maar voor het eerst in dagen niet grotendeels voor pampus gelegen. Ziek of gezond, op 30 december moeten we twee uur radio maken en die datum komt met de dag nader. Om te beginnen muziek uitgezocht die op de een of andere manier moet aansluiten bij de twee thema’s: het einde van het jaar en het honderdjarig bestaan van het Buisdorpse Graaf Dorus V College in 2008. Bij dat laatste past Ghost World van Aimee Mann. En zo krijgt het programma geleidelijk vorm.


03-12-07. In veel huishoudens gaat de maand december door voor een dure maand. Het kan lastig zijn als de uitgaven de inkomsten overvleugelen maar het omgekeerde komt gelukkig ook voor. Vorige week kreeg ik de aankondiging van een geldstroom in de bus, afkomstig van de Stichting Lira. ‘Dit is een na-uitkering voor de jaren 2003, 2004 & 2005,’ licht een zekere Schelte van Ruiten namens Lira toe. En: ‘Aan de auteurs die in die jaren een leenrechtvergoeding ontvingen doen we een na-uitkering met het verjaarde geld dat nog resteert voor de jaren 1997, 1998 & 1999.’ Nee, ik begrijp daar ook geen woord van. Maar ik beur 33,38 euro minus 1,67 (zijnde 5% administratiekosten) minus 0,32 (19% btw over de administratiekosten) is 31,39 euro. Daar gaat nog inkomstenbelasting af maar ik treed de donkere dagen financieel zelfverzekerd tegemoet!


04-12-07. Soms word je op het verkeerde been gezet. Ik ontving van de zorgverzekeraar de polis van volgend jaar, dan kon ik alvast eens kijken. Momenteel betaal ik elke maand 107 euro. Geen idee waar dat allemaal voor is, ik kost het ziekenfonds praktisch niks. (107 euro is 236 gulden, een hoop geld om niets voor terug te krijgen. Enfin.) Volgend jaar ga ik 104 euro per maand betalen. Dat is op jaarbasis een voordeel van wel 36 euro ten opzichte van 2007 – tenminste, dat idee had ik even. Maar 2008 is het jaar waarover geen no-claimkorting van 255 euro zal worden uitgekeerd, dus per saldo ga ik er 219 euro op achteruit. Nog afgezien van het dreigende eigen risico van 150 euro. Ter vergelijking: in 2002 betaalde ik de zorgverzekeraar niet meer dan 29,90 euro per maand!


05-12-07. Het werk aan de komende radio-uitzending is op gang gekomen en dat werd tijd ook want die komende radio-uitzending is op 30 december. De muziek is uitgezocht: een sublieme funkballad van James Brown (gedeeltelijk gezongen, gedeeltelijk gesproken), een rauwe blues van Elvis om te laten horen waarom Joe Cocker hem ooit de beste blanke blueszanger noemde, de stampende samenwerking van Tom Jones en Jools Holland, een van de vele prachtige ballads van Harry Nilsson, The Rolling Stones in een jazzy stemming, de te weinig gehoorde fantastische Aimee Mann, Queen, Hooverphonic, Frank Zappa, Robbie Williams & Frank Sinatra, Angelo Badalamenti (die voor David Lynch is wat Nino Rota voor Fellini was) en Terry Snyder alias Mr. Percussion. Genoemde muziek omlijst de sketches en monologen, daarnaast zijn er maar liefst vier optredens van Hannesz & Jannesz, de Buisdorper Dorpsmuzikanten!


06-12-07. En ook wat de teksten betreft staat de Hot Talkuitzending van 30 december aardig in de steigers. Verschillende personages maken een rentree: Esmeralda, Arie Wietzen, professor Bomba en mama Bimba, burgemeester Noten, Ricardo Bion – en dan zijn er nog nieuwe personages, waar Hans een stem bij zal moeten verzinnen. Je kunt soms dankbaar van de actualiteit gebruikmaken – ditmaal doen we dat met de actie Nederland Leest en De gelukkige klas: daar sluit het honderdjarig bestaan van het Buisdorpse Graaf Dorus V College in 2008 goed bij aan. Soms ook schiet je iets te binnen waar je een hoop gekkigheid mee kunt uithalen. Jaren geleden zag ik in het Journaal een reportage over mensen die op tweede paasdag uit verveling naar een meubelboulevard gingen. Het jaar erop bij dezelfde zender eenzelfde soort reportage! Gaan we wat mee doen.


07-12-07. Toen ik gistermiddag de autoradio aanzette viel ik in een interview met de een of andere bollebof die de leiding had gekregen over een ‘taskforce’. Jammer dat de interviewer niet de slappe lach kreeg bij het horen van zo’n protserige naam. De bollebof sprak ‘taskforce’ niet uit als ‘taskforce’ maar als ‘taaskforce’. Uit dikdoenerij Engelse woorden gebruiken, te dom om ze goed uit te spreken. Zulke figuren hebben het over ‘baar’ als het ‘bar’ is. Ze vinden ‘omslag’ te Nederlands klinken en zeggen daarom liever ‘cover’ maar spreken dat niet zoals het hoort als ‘cavver’ uit maar als ‘cuvver’. Zo staat er aan het hoofd van onze regering een stuntelaar die ‘Dutchbat’ uitspreekt als ‘Dutsjbet’ en niet als ‘Datsjbet’ – als je dan zo nodig Engelse woorden moet gebruiken, spreek ze dan ook uit als Engelse woorden. Damn!


08-12-07. Gisteren de eerste versie van het Hot Talkdraaiboek/script geprint – dan zie je pas goed wat je voor elkaar hebt gekregen (hebt geprobeerd te krijgen): als je naar een tekst op het scherm tuurt vallen de feilen je veel minder op. Zag dus meteen hier en daar een tikfout maar voor een eerste versie kon het ermee door. Aan het eind van de middag begonnen met het timen van het geheel: de monologen (en dialogen) hardop solo voorgelezen en de tijden genoteerd en opgeteld bij de duur van de muzieknummers die gedraaid worden (de vier nummers die Hans en Jan samen live brengen op drie minuten elk begroot). Ik kwam aardig uit: het eerste uur 57 minuten en 59 seconden materiaal, het tweede uur 58 minuten. Er hoeft waarschijnlijk dus niet gigantisch aan de teksten gesleuteld te worden.


09-12-07. En natuurlijk was het toen ik zojuist (zondagochtend halftien) maar eens opstond net zo zonnig als toen we (zaterdagmiddag halfdrie) naar Amsterdam vertrokken. Ik twijfelde bij de afreis tussen het meenemen van de bij Blokker voor 1,99 euro gekochte inschuifbare paraplu (blauw met witte stippen) en het gevaarte dat bij mijn moeder voor noodgevallen (hond uitlaten tijdens plensbui) in het halletje lag. Ondanks de zon nam ik het gevaarte mee. Aanvankelijk liepen we er zinloos mee door Amsterdam maar om een uur of vijf ging het regenen en niet zo matig ook. Mijn zus meende toe te kunnen met het over haar hoofd trekken van haar capuchon maar toen we na het diner bij Kantjil naar het Compagnietheater liepen om Freek te gaan zien ging het richting wolkbreuk en liet ik ook haar onder moeders paraplu schuilen.


10-12-07. De vorige keer had ik bij Fame, wachtend op Tieka, vier dubbel-cd’s van The Who op een tafel uitgestald zien liggen, Deluxe Editions. Zaterdag dacht ik: die moet ik hebben. Maar er lagen er nog maar drie: My Generation, Live at Leeds en Who’s Next. Waar was Tommy gebleven? Ik strikte een medewerkster die niet van mijn generatie was en voor wie ik Tommy moest spellen. Ze liet haar vingers vergeefs door de bak met The Who wandelen, de computer toonde twee edities waar ik niets aan had. Toen ik de drie Deluxe Editions afrekende zei ik tegen de kassier dat Tommy er niet meer was. Hij keek het na: ze hadden er nog een, misschien verkeerd neergezet. Ik besloot de bak met The Who nog een keer te bestormen. En jawel: Tommy lag daar net buiten!


11-12-07. Bij de Media Markt maken ze reclame met de leus: ‘Ik ben toch zeker niet gek!’ Daar moest ik aan denken toen ik de vestiging Den Haag gisterochtend wilde betreden. Een beveiligingsdwerg hield me staande: mijn rugzak moest in de locker. Waarom was dat? ‘Meneer, ik ga niet met u in discussie.’ Intussen liep er iemand met een plastic zak (niet een tussen de benen bungelende prothese maar een zak voor boodschappen) ongehinderd naar binnen. Ik bracht mijn rugzak zolang in de auto onder en keerde terug naar de Media Markt, waar op de dvd-afdeling diverse klanten rondliepen met schoudertassen en plastic zakken. Nadat ik een aankoop gedaan had heb ik de beveiligingsdwerg naar zijn naam gevraagd, zodat ik een klacht kon indienen. Ik laat me door zo’n opneukertje niet koeioneren. Ik ben toch zeker niet gek!


12-12-07. Ik was nogal verbaasd door de verbazing van degenen die zich erover verbaasden dat het concert van Led Zeppelin zo geweldig goed geweest was. Kennelijk wordt popmuziek nog altijd gezien als een nieuwe tak van sport waarin je niet oud kunt worden – zoals voetballers die ruim voor hun veertigste evolueren tot sigarenwinkelier. Maar een fenomenaal gitarist als Jimmy Page blijft ook als hij in de zestig is een fenomenaal gitarist. En dat Robert Plant bij stem was hoeft ook geen wonder te heten. In een recent interview verklaarde Ian Gillan dat het geheim is: niet stoppen met zingen. Vandaar dat Tom Jones nog altijd door merg en been kan gaan en ook Mick Jagger en Roger Daltrey oorstrelend van zich laten horen. (En bovenal is er die sublieme Zeppelinmuziek, een ongeëvenaarde hutspot van blues, rock en folk.)


13-12-07. In 1992 zag ik in Frankfurt een aantal uitvoeringen van The Yellow Shark, een avondvullend programma van Frank Zappa en het Ensemble Modern. Een van de stukken was Welcome to the United States, een op muziek gezet douaneformulier. Toen hierin ‘terrorist activities’ ter sprake kwamen speelde het orkest een paar maten Louie Louie. Daar moest ik aan denken nadat ik gistermiddag in de bioscoop een spotje tegen terrorisme gezien had. We werden opgeroepen oplettend te zijn met betrekking tot vrienden, kennissen en buren die er terroristische ideeën op na hielden. Zelf had ik die ochtend ten aanzien van de Media Markt terroristische ideeën ontwikkeld. De dwergbokito van de beveiliging van maandag was er niet om ze tegen te houden en nu wemelde het er van de mensen met rugzakken. En dat terwijl ik schijterig zonder rugzak rondliep!


14-12-07. Je merkt bijna dagelijks dat er idioten bestaan. Op een ongewenst tijdstip gaat de telefoon en als je ‘hallo’ zegt wordt er gevraagd: ‘Bent u de heer of mevrouw De Jong?’ Het zal een afgevloeide belspelletjestrut zijn, die zo’n domme vraag stelt. Ze is van de KPN of van kabelaar Casema en als ik dat gehoord heb verbreek ik meteen de verbinding. Gistermiddag ging de voordeurbel, weer eens wat anders. Er stond een figuur in een onbetrouwbaar ogend pak voor me die wilde weten of ik de familie De Jong was. ‘Wie bent u?’ Hij was van Casema. ‘Niet nodig,’ zei ik, en wilde de deur dichtdoen. ‘Het is officieel!’ wierp het onbetrouwbaar ogende pak tegen. ‘Ik heb u niet ontboden,’ zei ik en sloot de deur, waar de imbeciel machteloos met zijn vingers op ging roffelen.


15-12-07. Je gaat pinnen en je voorganger heeft z’n bon uit de automaat laten steken – komt door een falend kortetermijngeheugen. Apparaat vraagt: ‘Wilt u een transactiebon?’ Pinner toetst ‘ja’ in maar is dat zodra hij zijn biljetten bemachtigd heeft weer vergeten. Om halfzeven was ik de hond van mijn krakkemikkige moeder gaan uitlaten. Nadat uitgelaten hond Hendrik ingeleverd was reed ik door naar kantoor. In de garage greep ik vergeefs naast me: mijn rugzak had ik bij m’n moeder gedeponeerd en vergeten mee te nemen. Was dit rampzalig? Er zaten twee boterhammen, een appel en een halve liter Viftit in de rugzak, die waren niet direct van overlevingsbelang en dat gold ook voor de envelop die verstuurd diende te worden. Maar ik moest een telefonisch interview afnemen en kon niet zonder de memorecorder. Zoef, de garage weer uit!


16-12-07. Als het om hardlopen gaat ontbreekt het mij soms aan beginzin. Het is een heel gedoe, hoor, een joggingbroek, een T-shirt en de schoenen aantrekken. Maar als ik dat voor elkaar gekregen heb ben ik niet meer tegen te houden. Soms ook denk ik bij het opstaan: ik zou gaan hollen maar het kan morgen ook. Als er eenmaal koffie naar binnen is gegaan verander ik nog een keer van mening en ga hollen. Maar vanmorgen liep het anders. Toen ik zonder handschoenen naar de papierbak liep had ik het idee dat het zelfs met handschoenen aan te fris was om te gaan hollen: temperatuur aan de lage kant, en ook nog die onsympathieke wind. Het leek me verstandiger om met Kim Harrison in bed te liggen en van haar Every which way but Dead te lezen.


17-12-07. Nadat ik uitgelaten hond Hendrik zaterdagavond had ingeleverd bij mijn krakkemikkige moeder, wilde ik omdat het toch wel fris was de in mijn jaszakken opgeborgen handschoenen aantrekken. Maar in de rechter zat alleen een zakdoek! In de moederlijke woning lag geen handschoen op de grond. Ik liep solo de uitlaatroute nog een keer maar kwam daarbij geen gevallen handschoen tegen. Ontdaan kwam ik thuis. Op zo’n moment (temeer omdat we in de donkere dagen voor kerstmis zitten) vraag je je af of je leven nog wel zin heeft. Maar voordat ik die vraag ontkennend had kunnen beantwoorden en een begin had kunnen maken met het doorzagen van de pols die nooit meer door die handschoen bedekt zou worden, belde mijn moeder op. Hond Hendrik liep kwispelend rond, met een handschoen in zijn muil. Ik wilde weer leven!


18-12-07. Om een idee te geven van mijn positie in deze moderne tijd: ik ben niet in het bezit van een laptop of iPod, ik download geen muziek en draai in de auto ouderwetse cassettebandjes. Als ik ergens naartoe moet, zoals vandaag, print ik ruim vooraf een routeplanning en vat die voor het eventuele gemak op een vel papier samen. De reis gaat van Den Haag naar Hoogezand en dat kan via Amsterdam of via Utrecht. Ik moet om halfeen in Hoogezand zijn, zal dus omstreeks negen uur moeten afreizen, met in het reisschema verdisconteerd een halfuurtje filevorming. Die filevorming bekijk ik voor vertrek zowel op Teletekst als op internet, in de hoop dat die bronnen met elkaar overeenkomen. Afhankelijk van de vigerende toestand op de weg besluit ik dan of ik via Amsterdam of Utrecht rijd. Spannend!


19-12-07. De weg naar Utrecht had drie files, die naar Amsterdam er maar een zodat ik maar langs die snelweg noordwaarts reed. Vijf over negen van start, vijf voor halfeen afgemeerd voor de scholengemeenschap in Hoogeveen. Je kon er zomaar naar binnen lopen. Ik wist niet bij wie ik me moest aandienen, wandelde dus doelloos door het van jeugd krioelende gebouw. Vroeg uiteindelijk aan een leraar of die me naar de directeur wilde brengen: daar had ik ervaring mee, al ging het ditmaal om een interview en niet om een laatste waarschuwing van directiewege. In het vertrek van de directeur lekte geluid binnen van een les die belendend werd gegeven. In mijn tijd hoorde je een leraar dwars door het beton schreeuwen. ‘Toen werd er nog geschreeuwd,’ zei de directeur vertederd. ‘Maar het was helaas eenrichtingsverkeer,’ zei ik.


20-12-07. In de betere oude tijd kregen arbeiders van hun medemenselijke baas een aalmoes om de kerstdagen door te komen – want dan was de fabriek gesloten en werd er niet gewerkt en dus ook geen salaris betaald. Tegenwoordig bestaan er nog steeds kerstpakketten. De meeste werknemers zouden er ook zonder zo’n aalmoes in slagen de kerstdagen te overbruggen (temeer daar de salarisbetaling doorgang vindt) maar dat maakt de begeerte naar een doos vol levensmiddelen niet minder groot. Engelse drop, een blik soep, uitheemse zoutjes, een pot augurken en de nodige andere voedingsmiddelen die je ook bij de supermarkt kunt kopen maar niet koopt omdat je wel wijzer bent. Mijn eerste kerstpakket werd gestolen. Omdat ik er een zielig gezicht bij trok kreeg ik 75 gulden contant uitgekeerd, yes! (75 gulden anno 1989 is anno 2007 ongeveer 850 euro.)


21-12-07. Wij hadden vroeger een bankstel waar zich wieltjes onder bevonden, zodat je de zitonderdelen door de kamer kon duwen. Het leukste was als een dikke oom in de fauteuil te ver naar voren ging zitten, zodat de fauteuil kapseisde en de dikke oom op de grond belandde met de fauteuil over zich heen. Hoe degelijk zijn rollators? Kunnen die ook kapseizen? Mijn krakkemikkige moeder is toe aan zo’n voertuig, dat gaat nog wat worden. Mijn zus, die zich meer verdiept in wat er in de wereld te koop is dan ik, wist te vertellen dat je een rollator ook bij de ANWB kunt krijgen. Zou je er dan een overeenkomst kunnen sluiten voor de woonplaatsservice van de Wegenwacht? En meteen een internationale reis- en kredietbrief regelen, voor als mijn moeder met dat ding de grens over wil?


22-12-07. Waarschijnlijk was ik degene die de grootste spanning te verduren had. Niet alleen kreeg ik mijn kerstpakket pas twee dagen na de uitreiking van de kerstpakketten aangereikt, bovendien kreeg ik het aangereikt op het moment dat ik op het punt stond naar Utrecht te vertrekken. Ik legde het kerstpakket in de auto en inspecteerde terwijl ik naar het station wandelde de vergezellende envelop. Daarin zat behalve een afzichtelijke kerstkaart een boekenbon, die ik in Utrecht inzette bij de aanschaf van The Illustrated Wizard of Oz. ’s Avonds opende ik het kerstpakket. Het bevatte een puntzak spekkies, een bundeltje servetten, waxinelichtjes, een pak koffie, slagroom, chocoladekoekjes, Belgische chocolade, mix voor chocoladecake, chocoladedrank met toffeesmaak, fonduechocolade en een chocoladefonduestel (ik geloof dat het thema dit jaar ‘chocolade’ was.) De chocoladekoekjes smaakten oké. Maar waar laat ik de overige troep?


23-12-07. Een vriend van de middelbare school, die nu van middelbare leeftijd is, verhuisde een paar jaar geleden naar de buurt waar hij opgegroeid is. Ook ik begon mijn levensloopbaan in Laakkwartier. Herinner me dat we op het gras bij de Laakkade voetbalden en dat het broertje van Frank toen deze daar eens fietste een stuk hout tussen de spaken van het voorwiel wierp, waarna een sublieme voorwaartse salto volgde. Had Frank nog niet in zijn nieuwe huis opgezocht maar ging er gisterochtend vroeg een setje cd’s bezorgen. Hij woonde op nummer 5, de huisnummers in de straat waren echter achtereenvolgens: 3, 7, 9, 11. Ik belde aan bij een huis waar ik via het raam de tv aan zag staan. Dame in ochtendjas kwam naar buiten: nummer 3 was een garage, daarnaast zat het ongenummerde nummer 5.


24-12-07. Zelfs in een geolied huishouden als het mijne gaat er wel eens wat mis. Het is me overkomen dat ik de wasmachine in werking stelde voordat ik er wasgoed in gestopt had. Ook een keer de wasmachine op gang gebracht voordat ik waspoeder had toegevoegd. (Dat was minder erg, de was werd net zo schoon.) In de keuken had ik jaren geleden een verschil van mening met een kurk in een fles wijn. De trekker zat er goed in maar het trekken lukte me niet. Dan maar zo, dacht ik, en duwde de kurk de fles in, waarna de wijn tot aan het plafond spoot. Zaterdag mezelf getrakteerd op in de magnetron (1 minuut 30 bij 800 watt) opgewarmde Chocomel. Ik moest het proces na 1 minuut 30 herhalen wegens het ontbreken van Chocomel in de mok.


25-12-07. De kerstdagen bieden niet alleen een uitgelezen mogelijkheid om de inwendige mens gigantisch te vervetten, je kunt ook eens medemenselijk de aandacht op de minderbedeelden richten. Laten we vandaag eens stilstaan bij de heer V., wiens verblijfplaats onzeker is. Het kan zijn dat hij naar het buitenland vertrokken is en het is van groot belang dat we hem op het spoor komen want hij heeft meermaals gesproken over zelfmoord. ‘Hoe weet jij dat nou weer?’ zal de lezer zich afvragen. Dat weet ik dankzij een op straat gevonden geprinte e-mail, die een Materieel Juridisch Medewerker van een instelling voor Forensische en Intensieve zorg gezonden heeft aan iemand die mogelijk ook in deze sector opereert. Laten we hopen dat de heer V. gevonden wordt en een goed uiteinde heeft. (Ik bedoel een goede jaarwisseling, niet een goede zelfmoord.)


26-12-07. Als je een beduidend kerstmaal voorgeschoteld krijgt, is een gedegen voorbereiding essentieel. Ik begon de dag na het drinken van een kop Senseo en een halve liter Vifit dan ook met hardlopen. Vervolgens een summier ontbijt (een bakje muesli) en daarna geen vast voedsel meer, behalve een te verwaarlozen appel. Mijn zus splitste ons een menu van vier gangen in de maag: een voorafje waar zalm in verwerkt was, een tweede voorafje behelzende soep, een hoofdschotel bestaande uit onder meer een stevige homp ham. Daarna een toetje van gebak met ijs en slagrom, waar ik tijdens de koffie een paar stukken chocola achterna zond want ik had ’s morgens te weinig gegeten. Alle calorieën waren voor een goede zaak: mijn moeder woog een paar maanden geleden op het dieptepunt van haar krakkemikkigheid nog maar 44 kilo. Vandaar.


27-12-07. Kerstdagen zijn altijd rare dagen, ik weet nooit welke dag het is. Maandag was het maandag maar dat had ik niet in de gaten omdat ik vrij had. Dinsdag wist ik wel dat het kerstmis was maar niet dat het dinsdag was. En dan heb je ook nog dat de dag erna, gisteren, eveneens als kerstdag geldt. Op een gegeven moment zie ik het niet meer zitten. De vuilnisman komt op maandag maar wanneer is dat? Het werd er niet beter op toen ik chinees ging afhalen (ik vind koken nog erger dan eten, ik wil het jaar afhalend afsluiten), een kerstmenu voor twee personen waar ik solo drie dagen werk aan heb. Maar welke dag is het over drie dagen en hoeveel dagen zijn er dan nog te gaan tot de laatste dag van het jaar?


28-12-07. Ook dat nog: mijn bioritme ligt aan barrels. (Morgen volgt jetlag.) De wekker hoeft niet af te lopen en daarom mag ik van mezelf wat langer opblijven. Dat lukt aardig, tot zover geen klachten. Maar wat nog niet lukt is het navenant latere ontwaken. Gisterenochtend zou ik naar kantoor gaan, had ik de vorige avond besloten. Het daarom niet te laat gemaakt (kwart voor een) maar pas na tweeën lukte het in Morpheus’ armen te belanden (ik ben Jane Austen aan het lezen, daar ga je deftig van formuleren). Omdat ik naar kantoor wilde gaan werd ik al om halfacht wakker. Hoef ik niet ergens naartoe dan slaap ik redelijk snel, als er een verplichting wacht lukt inslapen net zo slecht als uitslapen. Het had een verrassing voor mezelf moeten zijn dat ik naar kantoor zou gaan!


29-12-07. De grutter die vroeger op de kleintjes lette liet gisteren een folder bezorgen waarin de Hamsterweken onder de aandacht worden gebracht. Goed nieuws voor degenen die niet genoeg hadden aan het kerstschrokken maar persoonlijk probeer ik te waken voor gewichtsverdubbeling. Want morgenavond is het zover: van 21.00 – 23.00 uur op Radio West een met Buisdorp gevulde aflevering van Hot Talk. Als presentator en houder van voordrachten moet ik in topconditie zijn. De luisteraar denkt misschien dat het niet veel voorstelt maar aanhoudende opperste concentratie is vereist als het gaat om het toespreken van de regio en gebieden die via het internet bereikt worden. Tegelijkertijd ademhalen vanuit de buik en lullen vanuit de nek, dat is geen geringe opgave. Ik waag me daarom niet aan de in de folder aangeprezen oliebollenmix, saucijzenbroodjes, ambachtelijke poffertjes, ribkarbonade, tijgernootjes en maaltijdsoep.


30-12-07. Het is vanavond de derde keer dit jaar dat we op Radio West twee uur lang sketches en andere toestanden verzorgen. Het was alles bij elkaar aardig wat werk: muziek uitzoeken, teksten schrijven, muziek en tekst zodanig uitkienen dat we aan het einde van beide uren gunstig uitkomen en niet vijf minuten overhouden of tekort komen. De draaiboeken/scripts bestaan in meerdere versies: die van maart had er zeven, die van november negen en vanavond hopen we het te redden met versie vijf – dat wil zeggen: versie vier, waarop ik een aantal veranderingen heb aangebracht die onder meer verband houden met de afmelding van bassist Jan Hut, wiens betere helft nu al acht dagen te laat is met het tevoorschijn brengen van hun nieuwe kind. De drie scripts tellen tezamen 32.862 woorden, 10.694 daarvan zijn vanavond te horen.


31-12-07. Het ging geloof ik redelijk goed, we lieten ons niet ontmoedigen door de bekendmaking dat er sinds er op zondagavond uitgezonden wordt nog maar zo’n honderd luisteraars zijn. (Plus de enkeling die op mijn dringende verzoek afstemde.) ’s Morgens en ’s middags vooral de monologen gerepeteerd, dat verliep nog niet hapervrij maar toen we on air waren ging het vrij goed. Versprak me een paar keer, mede doordat ik niet zo’n denderende voorleesplek had: er hing een microfoon voor mijn neus, waardoor het zicht op het papier niet optimaal was. Kreeg in het tweede uur bijna de slappe lach vanwege het scabreuze Duitstalige lied dat Hans ten gehore bracht – wist vooraf niet wat hij zou gaan doen. (Ben benieuwd naar de uitzend-cd’s.) Als we elkaar dit jaar niet meer spreken: een zalig uiteinde is het halve werk!


© Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.

01-01-08. Terwijl ik dit aan het tikken ben hoor ik mezelf niet tikken omdat aan de overkant het bombardement op het Bezuidenhout nagespeeld wordt. Was vroeg op de avond naar mijn krakkemikkige moeder gereden om hond Hendrik uit te laten. Als je rond middernacht in Den Haag in de auto zit heb je grote kans dat je in een fuik rijdt en dat je auto dan op een brandstapel getild wordt. (Hangt van de stemming van het feestvierende geteisem af of ze je de gelegenheid geven voordien uit te stappen.) Nee, wonen in Den Haag is niet elke dag een groot voorrecht. Ik geloof dat wanneer het aantal door verdwaald vuurwerk afgerukte ledematen en zoekgeraakte oogballen een bepaald aantal niet overschrijdt, er straks gesproken zal worden van een rustige jaarwisseling. Vooruit dan maar weer: een gunstig 2008 gewenst!


02-01-08. Het nieuwe jaar was tot halfdrie gevorderd. Er waren een paar glazen rode wijn en een paar blikjes bier naar binnen gegaan, zodat ik met een gerust hart kon gaan slapen. Er was niet alleen sprake van nachtbraken (gelukkig alleen in figuurlijke zin, ondanks dat er flink wat zalm gegeten was), ook van dauwtrappen: mijn oudejaarsdag was om zes uur ’s morgens van start gegaan. Om halfdrie naar bed dus. Ik had helaas verzuimd vredesbesprekingen te voeren met het buurtgespuis dat nog volop met explosieven in de weer was. Knal, knal, knal. Om halfvier was het voorbij, dat betekende een beduidende verbetering ten opzichte van een van de vorige jaarwisselingen, toen om vier uur de een of andere bezetene op zijn voorbalkon ging staan en in een tergend traag tempo zijn laatste tientallen rotjes tot ontploffing bracht.


03-01-08. Het zal ermee te maken hebben dat ik zelf geen licht ben. Het was mijn bedoeling deze vrije januarimaand lezend de nacht in te gaan. Maar gisteravond ging dat al mis omdat er geen licht kwam uit het leeslampje dat aan het hoofdeinde van mijn bed geknepen zit. Het gekke was dat hij het even deed en toen niet en daarna weer even wel. Wellicht mankeerde er wat aan het lampmechaniek. Ik tikte er een beetje op maar wilde het niet te dol maken met ingrijpen in de constructie: als kind had ik even onder stroom gestaan toen ik iets doms deed met een bureaulamp. ’s Middags een nieuwe leeslamp gekocht en aan de bedrand bevestigd. De gloeilamp die in de kaduke lamp gezeten had erin gedraaid en toen bleek dat het een defecte gloeilamp geweest was.


04-01-08. Soms hoor je dat iemand is overleden en denk je: leefde die dan nog? Dat was het geval bij het overlijdensbericht van Carel Beke, die 94 jaar was blijven leven. Van hem las ik vele Pim Pandoerboeken, die door Malmberg in dezelfde vorm werden uitgegeven als die over Arendsoog. In een opruimwoede die aan ontoerekeningsvatbaarheid grensde heb ik begin jaren tachtig alle Arendsogen en Pim Pandoeren weggedaan. Kreeg snel spijt en slaagde erin 27 titels van vader J. en zoon P. Nowee weer in bezit te krijgen, ze waren nog leverbaar. In 1984 en 1985 verscheen van enkele Pim Pandoertitels een ‘ongewijzigde heruitgave’. (Was helaas te laat om het eerste deel te bemachtigen.) Geweldige serie: nobele held (Fer Donkers), enge tegenstander (de Rode Spin) en een klunzige, rauwdauwige en komische oom Bas, die graag Sammernappels! mocht roepen.


05-01-08. In Amsterdam gaat het MKB een proef nemen om winkeldiefstal te ontmoedigen. Het is de bedoeling dat er bij de ingang van winkels een sprinklerinstallatie gemonteerd wordt. Als iemand er zonder te betalen met goederen vandoor wil gaan, kan dan de sprinklerinstallatie aangezet worden. Die produceert hetzij verf, hetzij een middel dat de dief laat stinken. Op die manier moeten winkeldieven gemakkelijk aan te houden zijn. Dat is om te beginnen geen goed nieuws voor mensen die van zichzelf al stinken. (‘Vuile stinkerd, je bent een dief!’) Je mag een verdachte wel aanhouden, maar hem of haar geen letsel toebrengen. Hoe zal de rechter oordelen als de winkeldief verf in zijn ogen gespoten kreeg en blind raakte? En hoe zit het ten slotte met de winkelaars die gelijktijdig met de dief onder de sprinklerinstallatie lopen? Onfris plan.


06-01-08. Hoef me op 4 februari pas weer op kantoor te melden en dat betekent dat tot die tijd de wekker niet afloopt. Het uitslapen dat momenteel binnen mijn bereik ligt is er nog niet van gekomen – niet later dan negen uur opgestaan, tot nu toe. Dat staat in schril contrast met het geleidelijke opschuiven van het inslaapmoment, dat is gevorderd tot omstreeks 03.00 uur. Het heeft te maken met het schrijfwerk dat sinds 2 januari aan de orde van mijn dagen is. Ben verder gaan werken aan de roman waar ik in augustus vorig jaar twee dagen aan geschreven had: synopsis plus krap drie pagina’s handschrift. Die zijn uitgegroeid tot tweeëndertig pagina’s en dat zijn (overgetypt en verbeterd) zo’n 12.000 woorden in vier dagen tijd. (Het gaat zo snel omdat het verhaal grotendeels in mijn hoofd zit.)


07-01-08. Als het goed is vloeit er vandaag weer bloed. Ik heb een oproep ontvangen om te komen doneren. De vorige keer ging dat niet door omdat ik geveld was door ongezondheid. Om de kans op het vloeien van bloed te maximaliseren heb ik de afgelopen dagen niet gesport en diverse producten geconsumeerd die ijzer bevatten. Ik word soms afgekeurd op een hb-gehalte dat een tiende te laag is en dan heb ik voor niets ijzerhoudend gegeten en niet gesport. Bepaalde soorten sappen bevatten ijzer. Dronk gisteren een sapdrank waarvan ik vermoedde dat daar ijzer in zat. Als ik me vergiste heb ik vergeefs een liter van dat smerige spul gedronken. IJzer zit in vlees maar zit het ook in babi pangang met kerriesaus? Als het er niet in zat mij een zorg want het was zeer lekker.


08-01-08. Sabbatical in Progress indeed. In de brievenbox lag een zending uit Vlaanderen: een exemplaar van het literaire tijdschrift De Brakke Hond (nummer 97) met daarin over twaalf pagina’s een fragment van de roman Sabbatical. Het manuscript was hier en daar geweigerd, ik begon te geloven dat het aan mij lag maar zo’n voorpublicatie brengt je op betere gedachten. Bij de biografische gegevens had ik laten opnemen dat ik in 2001 debuteerde met het ‘onopgemerkte’ Zoute griotten en dat ik momenteel behalve aan Sabbatical werk aan de roman Literaire giller. Dat is inderdaad het geval. Sinds twee januari voltooi ik dagelijks (eerst handschrift, dan pc) voorlopige versies van meestal twee hoofdstukken van zo’n 1500 woorden elk. Gisteren was het slechts één hoofdstuk maar dat telde 2600 woorden. Schrijven is geloof ik wel een verstandige invulling van de vakantie.


09-01-08. Het blijft als de brandweer gaan: ik schreef gisteren het elfde van de beoogde twintig hoofdstukken en de elf hoofdstukken tellen tezamen meer dan 18.000 woorden – het zijn niet al te lange hoofdstukken dus maar het is nog steeds een tempo van 3000 woorden per dag. Schrijf een hoofdstuk eerst met de vulpen in het van iemand cadeau gekregen luxe schrift, tik dat daarna over in (niet lachen) WordPerfect 5.1. Ik doe dat in WP omdat ik dan niet te maken heb met de kuren die Word graag vertoont, omdat er een onderwaterscherm is en omdat de WP-spellingcontrole me beter bevalt. In een later stadium tover ik de teksten om in Word maar dat latere stadium is nog niet in zicht. Eerst vele malen in WP verbeteringen aanbrengen: bij elke herlezing valt me een aantal feilen op.


10-01-08. Mijn bioritme heeft zich gestabiliseerd in de vakantiestand. Sinds het begin van het jaar (ik wou dat ik dat in december kon schrijven) niet voor twee uur naar bed gegaan. In voorgaande januarimaanden gebeurde dat late slapengaan (dat toen naar vier uur opschoof) vanwege het verzonken zijn in een boek. Nu is dat ook het geval maar het gaat niet om het lezen maar om het schrijven van een boek. Dat houdt me tot tegen tweeën aan de pc gekluisterd. Het voorhene nachtbraken combineerde ik met mijn winterslaap: ik kwam pas uit bed als het middag geworden was en ik het eigenlijk de moeite niet meer vond aan de dag te beginnen. Momenteel ga ik er energiek door het schrijven bijtijds uit. (En ook omdat poes Duimpie niet kan hebben dat ik om negen uur nog slaap.)


11-01-08. Is dat lachen. Ik weet niet of het vaker voorkomt, ik weet niet of ik me zorgen moet maken (misschien is het verstandig als het nog een keer gebeurt doktershulp in de buurt te hebben). Maar het gebeurde me nu eenmaal. Ik was de hond van mijn krakkemikkige moeder aan het uitlaten en ik kreeg midden op de openbare weg een hardoppe schaterbui. Het zou allemaal nog tot daar aan toe zijn geweest als ik iemand van zijn fiets had zien vallen of had moeten lachen om een mop die hond Hendrik me vertelde terwijl hij zijn poot optilde. Maar nee, er was geen andere oorzaak aan te wijzen dan ikzelf. Dames en heren, ik, Martin de Jong, schoot op 9 januari 2008 te omstreeks 14.45 in de lach om een schijtlollige romanpassage die ik geschreven had.


12-01-08. Als de patiënt grappen begint te maken is de genezing bijna in zicht. Eergisteren zat ik in de wachtkamer te gapen terwijl mijn krakkemikkige moeder door de fysiotherapeut onder handen genomen werd. Ze was dwars door de deur heen te horen want ze neemt niet alleen nooit een blad voor de mond, ze is ook geen liefhebster van fluisteren. Ik hoorde haar tegen de behandelaar zeggen dat alleen Nederlanders ‘hè hè’ verzuchten, die verzuchting bestaat in geen enkele andere taal. (Ze had daar geen onderzoek naar gedaan maar het ergens gelezen.) Gistermiddag passeerde er een opoe met rollator voor haar raam. Binnenkort is zij zelf ook in het bezit van zo’n helse machine en ze nam zich voor wedstrijden te gaan houden, wie het snelst om het plein is. Ik moest denken aan de wagenrennen in Ben-Hur.


13-01-08. Omdat ik nogal bezig ben met schrijven heb ik niet zo in de gaten wat er momenteel in de wereld gaande is maar soms zet ik Teletekst aan en dan is het prettig om te lezen over de man die wekenlang als psychiater werkzaam was in een zorginstelling en toen ontmaskerd werd als iemand die in een andere zorginstelling als patiënt te boek stond. Hij werd tegenstribbelend naar die andere zorginstelling teruggebracht. Het bericht vermeldde niet of de neppsychiater het goed gedaan had als therapeut. Hij kon zich waarschijnlijk goed inleven in de mentale kwalen van zijn patiënten. Het verhaal deed een beetje denken aan wat je vroeger wel over een ministerie hoorde. Daar kwam men er dan achter dat iemand die vele jaren in een kamertje aan het werk geweest was niet tot het personeel behoorde.


14-01-08. Een vrouw die een fiets aan de hand met zich meevoerde vroeg of ik wist waar woning nummer 3 van de Louis Armstrongkade was. Ik was uit de auto gestapt om het hek van de garage te ontsluiten. In het kinderzitje van de fiets lagen poststukken. We bevonden ons voor nummer 5, daarnaast zat niet nummer 3. ‘Ik geef de post maar weer terug,’ zei de vrouw. Toen ik mijn auto weggezet had trad ik uit de garage. Daar was ze weer. Verrek, het heette hier Louis Armstrongplein en niet Louis Armstrongkade. Ik besloot deze gebeurtenis aan te grijpen om hier te klagen over de privatisering van de postbezorging. Maar op het nieuws van TV West was ’s avonds een bericht over een TNT-postbode die de post in z’n kamer had opgeslagen in plaats van te bezorgen.


15-01-08. Er kwam een gunstig bericht van de internetredacteur van Radio West: hij had op Westonline een hoekje ingericht voor Buisdorp. De complete link derwaarts is een joekel die buiten het kader van deze kolom valt, in trefwoorden opgedeeld komt onze locatie aldaar neer op: Westonline.nl – Thema – Hoorspelen – Buisdorp. Tot de inboedel van deze webplek behoren de scripts van de zeven Hot Talkuitzendingen die we gemaakt hebben plus de links naar de geluidsopnamen daarvan. Van de laatste twee afleveringen moeten op het moment dat ik dit schrijf (maandagnacht 01.30 uur) de teksten en links nog worden toegevoegd en van de eerste vier leiden de links naar de opnames nog nergens naar: er werden indertijd geen podcasts van gemaakt en de geleerden moeten nog zien uit te vinden hoe de betreffende uitzend-cd’s via de site hoorbaar kunnen worden gemaakt.


16-01-08. December was een dure maand, januari is tot nu toe een gure. Ik keek gistermiddag naar buiten en dacht: mooi weer om een erfenis te verdelen. En zie: om 19.09 uur kreeg ik de aankondiging van een erfenis in de bus – in de box (de mailbox.) Een zekere Rosemary Everson, een dame van 59 jaar, is hard op weg dood te gaan. Binnen een uur na het verzenden van de mail zou ze onder het mes gaan – niet om haar hoofd afgezaagd te krijgen maar om chirurgisch opengemaakt te worden. Ze had besloten mij 2 miljoen euro na te laten want anders zou het geld naar haar familie gaan en dat waren zondaars. Die 2 miljoen kan ik goed gebruiken, december was duur. Ik ga nu haar advocaat mailen. (Altijd leuk, kettingbrieven waarin ze je poen beloven.)


17-01-08. Het is kennelijk kettingmailtijd. Behalve de aankondiging van een erfenis van 2 miljoen van een mij onbekende stervende dame die haar geld niet wilde nalaten aan zondige familieleden kwam er nog een ferme viruswaarschuwing: ‘Zwaar computervirus op komst! Direct lezen en doorsturen! Geen geintje!’ Kreeg ’m doorgestuurd van Susanne, bij wie de stress wegens die viruswaarschuwing tot ruim boven de wenkbrauwen gestegen was. Ze had niet uit zichzelf in de gaten dat het kettingmail betrof – en dat terwijl haar meisjesnaam Ketting is. De mail was zogenaamd afkomstig van een ‘Allround Administratief Medewerker’ van KPN, bij uitstek een functionaris dus die zich bezighoudt met het verspreiden van officiële viruswaarschuwingen. (Er was zo’n haast bij dat er diverse tikfouten gemaakt waren.) Ik had nog niet naar CNN gekeken: daar had men al bericht over in New York uitgebroken paniek!


18-01-08. Je bent aan een boek bezig en je geest verkeert in een verheven sfeer. Er komt echter een moment dat je de deur uitgaat en te maken krijgt met dagelijks leven. Gistermiddag was dat een bezoek aan de viskraam. Ik bestelde om te beginnen een makreel en toen voor de terugwandeling een portie kibbeling. Visboer: ‘Welke kruiden wilt u op de kibbeling hebben?’ Ik: ‘Geen.’ Dat was wellicht te compact geformuleerd want terwijl de kibbeling in het vet op temperatuur kwam vroeg de visboer: ‘Wil u er kruiden op?’ ‘Nee, dank u.’ Dat moest afdoende zijn. Maar nadat de kibbeling uit het vet gevist was: ‘Wilt u er kruiden op?’ ‘Nee, hoor. Dat was pas de derde keer dat u het vroeg!’ (Het leek wel of niet ik maar de visboer een boek aan het schrijven was.)


19-01-08. De tweeëntwintig hoofdstukken van Literaire giller zijn geschreven, sinds een aantal dagen is herschrijven aan de orde van mijn dag. (Ik ontdek bij elke herlezing feilen.) De roman kwam zoals meestal bij mij het geval is tot stand met muzikale begeleiding. Omdat Duke Ellington erin voorkomt van hem een tiental cd’s gedraaid en ook alles van Harry Nilsson, symfonieën van Mahler, alle Blue Note Trip- en Supperclubdubbelaars, van The Mamas & The Papas het volledige oeuvre, cd-boxen van The Band en van Scott Walker en daarnaast ook eigentijdsere klanken: Killers, Editors (twee), Kings of Leon, Interpol en The Good, The Bad & The Queen. De tweede soundtrack van de tv-serie Twin Peaks, een verzamelaar van The Peddlers en een van Simon & Garfunkel. Nu maar hopen dat er ook in het boek muziek zal blijken te zitten.


20-01-08. De lijst van gisteren, een opsomming van muziek terwijl ik schreef, was verre van compleet. Ik hoorde ook Billie Holiday, haar Verve-opnamen uit de jaren 1945-1959. Twee recent in verbeterde staat heruitgebrachte Elvistitels: Pot Luck en Girls! Girls! Girls!. Voorts aan het begin van het jaar de geweldige vorig jaar aangeschafte Deluxe Editions van The Who beluisterd (My Generation, Tommy, Live at Leeds, Who’s Next plus gewone edities van At The BBC en At The Royal Albert Hall). Die draaide ik echter niet tijdens het schrijven maar ervoor, erna of tussendoor, dus dat telt waarschijnlijk niet. Gisteren zes uur bezig geweest met het verbeteren van de tekst, wat gepaard ging met luisteren naar DAAU, ofwel Die Anarchistische Abendunterhaltung (de naam is meen ik ontleend aan de roman Het kralenspel van Herman Hesse) en hun landgenote An Pierlé.


21-01-08. Lang geleden was het meer dan gratis: als je geld op een zogenoemde salarisrekening had staan kreeg je maandelijks een beetje rente over het laagste saldo van die maand. Nog niet zo lang geleden (vorige week woensdag) werd er door de Postbank 30,95 euro van mijn girorekening gehaald: de vergoeding voor het voorrecht dat zij een jaar lang mijn geld beheren. En voor de toezending van de nieuwe Postbank Card want die verloopt. Op 5 januari kwam het bericht dat er binnen vier weken een verse in de bus zou vallen, met tevens vermelding van de uiterst geheime vijfcijferige activeringscode. Een paar dagen nadien een envelop met een duidelijk zichtbaar pasje in de brievenbox. Wat minder opzichtig had wel gemogen, zeg. Maar het was loze reclametroep: een weerzinwekkende BankGiroCard met een nummer dat ik moet activeren. Nooit!


22-01-08. Het Journaal meldt dat de koersen kelderen en dat is niet zo gek want het gaat niet geweldig goed met Amerika. Dat het niet geweldig goed gaat met Amerika is evenmin zo gek want het gedonderjaag in Irak kost iedere Amerikaan 20.000 dollar. Tot nu toe heb ik me niet in het debat gemengd maar de weinige lezers van deze rubriek zijn me zo dierbaar dat ik besloten heb een financieel advies te verstrekken. Aandelen? Begin er niet aan! Liggende gelden? Haal ze van de bank of uit de oude sok en pomp ze in de economie! Geld ontwaardt: een euro is momenteel minder waard dan destijds een gulden. Investeer verstandig: koop koffie(pads). Op die van Albert Heijn zitten spaarpunten. Als je 250 punten opgeplakt hebt krijg je gratis koffie(pads). Hoe duur de koffie straks ook is!


23-01-08. Het is geloof ik wel een gunstige tijd voor mijn schrijverij en naburige zaken. Op 8 januari maakte ik hier melding van de ontvangst van nummer 97 van het Vlaamse literaire tijdschrift De Brakke Hond, waarin een fragment uit Sabbatical stond. Een week later had ik het bericht van een vers aangelegd Buisdorponderkomen op Westonline. Er is opnieuw een week verstreken: gisteren werd ik door een bevriende mogendheid erop geattendeerd dat er in Vrij Nederland van 19 januari een bespreking stond van het winternummer van De Brakke Hond: ik zou daar wel trots op zijn. Ging er meteen op af en ontdekte op pagina 63 de bespreking (14,5 regels lang). Er wordt gerept van ‘een paar schrijvers met een sterke toon’, waarna er geciteerd wordt uit twee bijdragen, waaronder die van de bijna trotse Martin de Jong.


24-01-08. Het geld kwam in december binnen en is sindsdien alweer teruggepompt in de economie: het was dan ook slechts 42,80 euro, de uitkering leenrechtvergoeding. De specificatie daarvan kreeg ik gisteren. Zoute griotten was in 2007 door de bibliotheken die gepeild werden 438 keer uitgeleend. Langzaam maar zeker loopt het terug, wat niet zo verwonderlijk is als het gaat om een bijna zeven jaar geleden verschenen boek dat al jaren niet meer in de boekhandel verkrijgbaar is. Las ergens op de pc dat er in 2005 nog 809 uitleningen geturfd waren. Zou boven eens op onderzoek uit moeten gaan en de uitleengegevens sinds 2002 (het eerste jaar dat het boek in de bibliotheek lag) bij elkaar optellen. Van het boek werden zo’n duizend exemplaren verkocht, vermoed dat ik met uitleningen erbij in de buurt van de zesduizend kom.


25-01-08. Het gebeurt wel eens dat je opgelucht ademhaalt wanneer een politicus eindelijk uit de schijnwerpers is getreden. Maar als zo iemand nog niet hoogbejaard is bestaat het gevaar dat hij een rentree maakt in het publieke leven en voor je er erg in hebt wordt hij dan naar voren geschoven als beoogd burgemeester van Den Haag. Het voordeel van Van Aartsen is dat hij te bekakt is voor de plathaagse tongval van zijn voorganger en dat hij ook niet de glunderkop heeft die Deetman in Den Haag bij sommigen bemind maakte. Als hij afscheid neemt hoeven we dus niet bang te zijn dat daar zo’n kermis van gemaakt zal worden als van Deetmans vertrek. TV West zette de platst pratende presentatoren in om diens afzwaaien met gruwelijke grappen en grollen in beeld te brengen. Een stuitende vertoning.


26-01-08. Aangehouden ben ik nog nooit maar je zult zien dat je onmiddellijk aangehouden wordt wanneer je geen legitimatie bij je hebt: dus als ik ga hardlopen zit het rijbewijs in mijn joggingbroekzak. Daarin zit bovendien de sleutelbos, want een bos met zeven sleutels in de hand holt niet lekker. Eergisteren ontdekte ik een gaatje in de broekzak – dat gaatje zou ik met behulp van naald en draad gaan dichten maar dat vergat ik weer. Gisterochtend opnieuw hollen. Na een minuut had de sleutelbos zich door het broekzakgaatje heen gewerkt en zakte in de broek richting enkel. Aan de openbare weg de broek uittrekken en ondersteboven houden leek me niet wenselijk. Daarom handmatig de broekzakscheur groter gemaakt en de sleutelbos opgevist en met sleutels en rijbewijs in de hand verder gehold. ’s Middags met naald en draad doende.


27-01-08. Tien, vijftien jaar geleden was de verwachting dat het papier zou gaan verdwijnen: je kon teksten immers op de computer opslaan. Nadat ik Literaire giller op 15 januari voorlopig voltooid had las ik het bestand (groot meer dan 36.000 woorden) een paar keer van begin tot eind na, turend naar de 12-punts Times New Roman op het scherm. Ik was daar zes uur mee bezig en het viel niet mee om dat ononderbroken (het schenken van koffie en thee daargelaten) te doen. Gisteren las ik voor het eerst de print die ik van het bestand gemaakt had. En dat duurde niet langer dan drie en een half uur, waarbij ik comfortabel half onderuitgezakt op de bank zat. Zo lezend vallen foutjes je eerder op en ik bracht dan ook een aantal verbeteringen aan. Morgen nog een keer.


28-01-08. Mijn inmiddels alweer wat minder krakkemikkige moeder voorziet een gouden toekomst voor de rollator. Zij is sinds enige tijd bezitster van dit steunmobiel en gebruikt dat als ze hond Hendrik uitlaat, die er als een sledehond voor loopt. Mijn moeder had al geprofeteerd dat het plein waaraan zij woont wegens de enorme hausse in rollators mettertijd verkeersbrigadiers te zien zal geven. Gistermiddag bedacht ze dat er in navolging van fietspaden ook rollatorpaden in het verschiet lagen. (Humor is er in familiekring niet uit te slaan: terwijl zij nog zeer hevige rugpijn had en zich gestut door krukken voortbewoog riep ze: ‘Olympische Spelen voor gehandicapten!’) Mijn oma was toen ze naar de negentig liep eveneens instabiel geraakt, van de dokter moest ze met een stok lopen. Dat deed ze: de stok hing als een handtas aan haar arm.


29-01-08. Het is hier niet de begane grond, dat is een meevaller. Je bent daar veel kwetsbaarder, bijvoorbeeld wanneer er ineens een personenauto met explosieven of een uit de bocht gevlogen vrachtwagen voor het vensterraam opduikt. Een woonlaag hoger zal de schade in dat geval minder zijn. Er is rondom dubbel glas. Dat biedt enige bescherming maar ik vertrouwde het niet helemaal en daarom was ik een tijd in de weer met het aanbrengen van een traliewerk waar je niet zo gauw doorheen komt en dat ik bovendien op het lichtnet heb aangesloten. ’s Nachts gaat de boel onder stroom. Helemaal legaal is dat geloof ik niet, maar in tijden dat de politie staakt is het ieder voor zich. De maatregelen die ik kon nemen heb ik genomen, ik ben er klaar voor. Laat die Wildersfilm maar komen!


30-01-08. Vroeger vond je nog wel eens een door iemand verloren liefdesbrief op straat of een woedend weggeworpen brief waarmee de relatie juist beëindigd was. Tegenwoordig gaat dat allemaal per e-mail en sms. Als je nu een briefje vindt handelt het heel ergens anders over. Er zijn in dit woonblok vierendertig woningen (verdeeld over twee woonlagen) waarvan de bewoners in het portiek komen. Een van hen verloor een briefje waarin ik las: ‘werkwijze nu bevalt het niet ik wil nu een week rooster die ik op een vaste dag in de week kan ophalen want jullie zijn de werkgever en niet maevita ik ben bereid om 30 uur per week te werken. Want nu is het zeer wisselvallig. Want ik ben het zat waarom kan ik niet bellen omdat ik torenhoge rekeningen krijg.’ Welke buur zal het zijn?


31-01-08. Verandering van spijs doet eten, verandering van genre doet lezen. (Dat laatste rijmt niet denderend maar het is nu eenmaal gedichtendag en dan doe je wat je kan.) In drie dagen tijd vijf geweldige jeugdromans van Per Nilsson gelezen. Had ook twee andere van hem willen bemachtigen maar ze waren uitgeleend. Geen nood, beslag gelegd op een jeugdbaksteen (782 pagina’s) van Aidan Chambers, Dit is alles : Het hoofdkussenboek van Cordelia Kenn. Het sleepte me mee, ik las het in een middag, een avond en een stukje nacht uit. Zo vlot ging het niet toen ik gisteren overschakelde op De broers Karamazov (Dostojevski). De aandacht mag geen seconde verslappen: de vele personages hebben een achternaam, twee voornamen en vaak meerdere koosnamen en het valt niet mee om continu in de gaten te hebben over wie het gaat.


01-02-08. De ene dag domineert Wilders de media, de andere dag is het Deep Throat: de liefhebbers van film komen de laatste tijd aardig aan hun trekken. Het leukste is op het Journaal zo’n verbeten SGP’er te zien maar ook de voorman van de ChristenUnie mag er zijn. Zulke figuren vinden het al een schandaal dat er fellatio bestaat. Dat gold indertijd ook voor Van Agt: hij wilde de schade beperken door de vertoning van dat soort films alleen te gedogen in zalen met maximaal vijftig stoelen – en over een paar weken komt-ie gewoon op tv. Voordat het malle plan van Van Agt kracht van wet kon krijgen toog ik met een collega-redacteur van de schoolkrant naar Amsterdam om Deep Throat in de bioscoop te zien. In de consternatie vergaten we een verslag voor de schoolkrant te maken.


02-02-08. Omdat er beloofd was dat het flink zou gaan neerslaan besloot ik zo bijtijds mogelijk naar de binnenstad te fietsen: het was vroeg in de ochtend nog volledig droog, de wolken zagen er niet naar uit dat ze op korte termijn regen zouden gaan lekken. Het waaide vrij enorm maar dat deerde me niet omdat ik wind mee had. De terugreis was andere koek: niet alleen bleek ik nu wind tegen te hebben, op een minuut of vijf fietsen van mijn vertrekpunt liep de lucht uit mijn achterband. Leverde de onbruikbare fiets onderweg in bij de fietsenmaker, die verstand van zulke dingen heeft. Heb in mijn jonge jaren menig bandje geplakt maar dat werd vaak een deceptie: plakken lukte, bij het om de velg vouwen van de band gebruikte ik bandenlichters die de band weer lek prikten.


03-02-08. ‘Ik heb de afgelopen tien minuten geen tv gezien, wat is de actuele stand van zaken?’ ‘Hij schijnt gelogen te hebben dat hij gelogen heeft.’ ‘Dus hij sprak de waarheid?’ ‘Mogelijk.’ ‘Leg het nou nog eens uit.’ ‘Ze hadden het op het strand gedaan, zij werd niet goed en ging dood. En toen heeft hij gebeld.’ ‘De dokter.’ ‘Nee, een vriend met een bootje.’ ‘Waarom?’ ‘Om haar lichaam in zee te dumpen.’ ‘Die vriend vond dat meteen een goed idee.’ ‘Kennelijk.’ ‘En toen zijn ze samen met het lijk de zee op gegaan.’ ‘Nee, dat deed die vriend met het bootje in zijn eentje.’ ‘Dat dan moet wel een bijzonder goede vriend zijn, dat hij zijn hand er niet voor omdraait een lijk in zee te dumpen.’ ‘Ja. Maar het kan dus zijn dat er gelogen is.’


04-02-08. Terwijl de rest van Nederland van spektakel naar spektakel zapte, van Boer zoekt vrouw naar Peter R. zoekt dader, bereidde ik me op het ergste voor: de wekker moest voor het eerst sinds eind vorig jaar gezet worden. Om tien over zes vanmorgen liep hij af, in samenwerking met het alarm op mijn horloge. Maar waarschijnlijk werd ik voordien al wakker, zo werkt mijn biologische klok nu eenmaal. Die biologische klok kan het ook niet goed hebben dat ik voorafgaand aan het vroege wakker worden bijtijds in slaap kom, zodat ik deze tekst gisteravond alvast maar schreef – ben bang dat ik vanmorgen om tien over zes te brak was voor zo’n inspanning. (Was vrijdag even op kantoor geweest en zag toen dat er tijdens mijn afwezigheid zo’n 650 mailtjes binnengekomen waren. Ga ik op mijn gemak lezen.)


05-02-08. Het is momenteel gisteravond 22.30 uur en het gaat redelijk. Door het late in slaap komen en het voor zessen opstaan bedroeg de nachtrust na het zien van Peter R. de Vries hooguit vier uur. Maar we zijn er nog niet. Over een halfuur begint Pauw & Witteman met daarin te gast Peter R. de Vries, die ik eerder al op het Journaal zag en die woensdag bij Larry King zit en daarna bij Oprah en wie weet ook nog bij Dr. Phil. Vandaag (dus niet op het moment dat ik dit schreef maar gewoon vandaag) reis ik per trein naar Amsterdam, waar ik met Tieka een lichte lunch zal gebruiken. Ik weet niet in hoeverre zij ontregeld is door de heisa in de media maar ik zal haar geruststellen: ik heb geen vriend met een bootje.


06-02-08. Wakker worden een paar minuten voordat de wekker afloopt is eigenlijk wel prettig. Je hoeft dan niet mee te maken dat de wekker dwars door een droom heen tekeergaat, zoiets is doorgaans geen dikke pret. Bij het vanzelf ontwaken is oplettendheid geboden. Gisterochtend werd ik een kwartier voor het aflopen van de wekker wakker – dacht ik. Het was echter niet vijf voor zes maar vijf voor vijf. Heb het eens meegemaakt dat ik na vanzelf ontwaakt te zijn me voorbereidde op het vertrek naar kantoor en toen ik bijna reisklaar was op de klok keek en zag dat het kwart over vijf was. Een collega vertelde dat ze een keer op zaterdagochtend in de startblokken stond voor een kantoorreis. Tieka had mogen beleven dat haar broertje ’s nachts om vier uur meende dat hij naar school moest.


07-02-08. ‘Vrijdag, 29 juni, is de verjaardag van Z.K.H. Prins Bernhard. Alle jongens en meisjes uit héél Nederland wensen hem een prettige verjaardag toe!’ Aldus de rubriek ‘Hier spreekt Donald Duck’ in Walt Disney’s Donald Duck – een vrolijk weekblad van 30 juni 1956. (Toen was die verjaardag alweer voorbij, realiseer ik me ineens.) Wat krijgen we nou, zit hij de Donald Duck te lezen? Dat komt zo. Ik had genoeg gekregen van Peter R. de Vries en van de deskundigen die ook gisteren weer van het scherm dropen. Ik had bij de bieb een heruitgegeven halve jaargang Donald Duck gehaald, die van 1956. Even weg uit het Nederland van 2008 en onderduiken in Duckstad. Maar wat staat er in de inleiding? ‘1956 was trouwens het geboortejaar van (...) misdaadjournalist en politicus in spé Peter R. de Vries.’ Merde!


08-02-08. Als er door de intercom gevraagd wordt: ‘Politie, wilt u opendoen?’ dan is het prettig als dat verzoek gevolgd wordt door: ‘We moeten niet bij u zijn.’ Ik ontsloot op afstand de portiekdeur en zag even later twee agenten het keukenraam passeren en een paar huizen verderop aanbellen. Er werd geen gehoor gegeven, de agenten vertrokken weer. Hoorde gisteren van een buur dat de betreffende bewoner illegaal onderverhuurde aan Polen. Het was te lang rustig geweest: een paar jaar geleden werd een naburige woning bewoond door een louche figuur die die tevens onderdak bood aan buitenlandse dames van uitzonderlijk lichte zeden die ’s avonds naar hun werk gingen. Later kreeg de louche figuur gezelschap van twee zoons, een dochter en een echtgenote, wat vrij veel volk was voor een eenpersoonshuis. Ze werden er dan ook groepsgewijs uitgezet.


09-02-08. Literaire giller is voltooid (geloof ik, hoop ik) en daarom de tijd genomen om weer eens wat te lezen. En ik las: The Jane Austen Book Club (Karen Joy Fowler), Dit is alles (Aidan Chambers), Koetsier Herfst (Charlotte Mutsaers), De broers Karamazov (Fjodor Dostojevski) en Alleen op de wereld (Hector Malot). Een daarvan leende ik van Tieka, drie van de bibliotheek, dus het aantal te lezen eigen boeken is maar met een afgenomen. De komende tijd moeten aan bod komen: het biebboek De geheime missie van het Benedict Genootschap (Trent Stewart) en wat eigen aanwas betreft de nieuwe Stephen King (Duma Key), de nieuwe John Grisham (The Appeal), The Who and the Making of Tommy (Nigel Cawthorne), Uitzicht (Hella Haasse) en vier van de week bezorgde (bij Amazon.co.uk bestelde) boeken van Aidan Chambers (tezamen 1950 pagina’s). Pfff.


10-02-08. Lang geleden luidde de leus: ‘Twee uur rijden, een kwartier rusten.’ Dat sloeg op het autorijden. Het ging waarschijnlijk om internationale verplaatsingen want in de jaren zeventig was er veel minder filevorming dan tegenwoordig, dus als je een binnenlandse bestemming had was je na twee uur aardig in de buurt en had een kwartier rusten geen zin. Het voorafgaande schoot me gistermiddag te binnen toen ik doende was met slaaplezen. Ik was begonnen in de nieuwe Stephen King, die ik op bed lag te lezen. Na een poosje (misschien wel na twee uur, wie zal het zeggen) kreeg ik slaap, legde het boek naast mijn kussen en sloot de ogen. Een kwartier later werd ik verkwikt wakker en las verder tot ik weer gaperig werd. (In theorie zou je 24 uur per dag slaaplezend bezig kunnen zijn.)


11-02-08. Het lijkt wel lente en dat vinden we allemaal geweldig, dus het gezeik over het weer houdt maar niet op. Vorige week waren het de herfstige stormen waarover men niet uitgekakeld raakte, nu zijn het weer de onverwachte zonneschijn en de dito hoge temperaturen voor de tijd van het jaar. Veel mensen die nog niet eens van hun winterdip bekomen zijn tuimelen rechtstreeks de voorjaarsdepressie binnen, ze halen volop reinigingsmiddelen in huis om aan de grote schoonmaak te beginnen maar voordat het daarvan gekomen is vallen ze van de voorjaarsmoeheid op de bank in slaap. Het blijft nog een paar dagen zonnig, hopelijk is omstreeks woensdag het nieuwe eraf en hoeven we het niet meer over het weer te hebben en gaat het weer over andere interessante zaken, zoals de naderende krokusvakantie (en niet te vergeten Pasen).


12-02-08. Na vier wekkerloze dagen was het geen gigantisch genot om weer kantoorwaarts te gaan en daar gapend de pc aan te zetten. Er waren 55 mailtjes binnengekomen. De eerste die ik bekeek ging vergezeld van een bijlage in Word. Toen ik die aanklikte ging de virusscanner aan de gang en nam daarvoor de tijd: na een kwartier was het scannen nog altijd gaande. Word geprobeerd af te sluiten – er bleek wat loos te zijn, ik kon aangeven dat ik een ‘rapport’ wilde verzenden. Ik bekeek de volgende mail en probeerde die te printen maar dat ging ook al niet. Hoorde anderhalf uur later van een collega dat we van server veranderd waren en dat ik nog aan de oude was verbonden. Omdat ik de vorige avond twee uur Little Britain gekeken had zei ik: ‘Computer says no.’


13-02-08. Dat gebeurt me niet vaak: wakker worden van een aflopende wekker die een droom torpedeert. Als zoiets zich voordoet sta ik wat minder fris op dan wanneer ik uit mezelf bij kennis kom. Had een beetje last van hoofdpijn (ik geloof in mijn hoofd). Maar we laten ons niet kennen, gewoon om zeven uur op het werk de pc aangezet. Monitor kwam tot leven, ik logde in, en daar bleef het zo ongeveer bij. De mail was te openen, de bijlagen in Word waren dat niet, het was niet mogelijk te printen – het was een meevaller dat de automaat cappuccino en choco-de-luxe prijsgaf. Nadat ik van beide de nodige koppen gedronken had ging ik maar weer op huis aan. Voor vrijdag en maandag staan er uithuizige reportages op het programma, wellicht kan er dinsdag weer kantoorgewerkt worden.


14-02-08. Er was gisteren van alles mis met me. De dag ervoor (eergisteren dus) was de lentezon zo prettig dat ik ging hollen met twee T-shirts aan in plaats van met een T-shirt plus afgeschreven trui. Gisterochtend ging ik opnieuw hollen. De zon was wegens de mist niet te zien en een minuut of wat voordat ik de hardloopschoenen aantrok zei de heer van het weer dat het hooguit vijf graden zou worden. Dat was aan mijn dove oren: hup daar ging ik, met slechts twee T-shirts ter bedekking van het bovenlijf. (Onderweg kreeg ik last van kouwe duimen.) Na de training de Bibliotheek Twello gebeld: wist niet meer hoe laat ik daar afgesproken had. Het bleek halftwee te zijn. En ik wist ook niet meer dat ik niet op vrijdag had afgesproken maar op donderdag – vandaag dus.


15-02-08. Valentijnsdag, dan krijg je dat. Ik wilde het portiek op maar moest wachten tot een buur met haar begeleidster was afgedaald. De afdalende buur stelde me twee vragen: 1. ‘Ben jij een klootzak?’ 2. ‘Of ben je lief?’ Ik geloof dat ze begeleid woont, dat ze net niet in aanmerking komt voor permanente opname. Ze behoort tot de categorie Uiterst Eng, zeker wanneer er onvoldoende medicijnen in haar zitten. Toen ze hier pas woonde wist ze door hevig te schelden twee opgetrommelde politieagenten weg te jagen. Ze nodigde een keer een buurvrouw bij zich thuis uit, deed de deur op slot en hield de buurvrouw een dag gevangen. Ze stelde gistermiddag een derde vraag: ‘Ben je getrouwd?’ Ik wees op de begeleidster en zei: ‘Ik ga met haar trouwen.’ De begeleidster kon dit bevestigen – ook weer geregeld.


16-02-08. Het is half februari en het is koud – op zo’n manier heb je ook niet veel aan het broeikaseffect. Ik heb de kachel aan en vul de vrije tijd met het lezen van boeken die ertoe doen. Donderdagavond was het Ik ben geen racist, een prachtig jeugdboek van Per Nilsson, over de Zweedse jongen Svenne die de spil wordt van een politieke beweging die de aanwezigheid van vreemdelingen tot speerpunt heeft. Zeer aanbevolen voor jong en oud. Gisteren en vandaag las en lees ik de nieuwe John Grisham, The Appeal – niet alleen een als vanouds spannend boek, ook een kijkje achter de schermen van de wereld waar politiek en bedrijfsleven samenkomen, waar politici gekocht kunnen worden en waar een groot concern dood en verderf zaait met illegale giflozingen. Beklemmend omdat het ware fictie is. Ook zeer aanbevolen.


17-02-08. Niet te geloven, mijn moeder is vandaag tachtig jaar geworden. Ze viert haar verjaardag in familiekring. Van mijn zus heeft ze van de week al twee paar schoenen gekregen – ze verslijt ze als een gek sinds ze een rollator voortduwt. Van mij krijgt ze een schoenendoos gevuld met: 14,50 euro aan Leonidasbonbons, 200 gram Dove Amicelli, 250 gram Merci, 250 gram gelijksoortige chocoladestaafje van Albert Heijn, 100 gram Zwitserse chocolade met stukjes hazelnoot croquant, 100 gram melkchocolade koffie-praliné, 200 gram Côte d'Or met stukjes hazelnoot en van de Twellose HEMA 200 gram praliné visjes en 200 gram herfstmix – mijn moeder houdt nogal van chocola. Tachtig is een aardige leeftijd maar je haalt er NOVA niet mee, dat duurt nog even, zie Hella Haasse (negentig) en ook Johannes Heesters. (Als mijn moeder zijn honderdvier haalt ben ik vierenzeventig!)


18-02-08. Mijn moeder begon haar tachtigste verjaardag ad rem. Ik was vroeg bij haar om hond Hendrik uit te laten en ontbijt te serveren, waar zij speciaal voor uit bed kwam. Ik zei dat er nog een lange weg te gaan was voordat zij de leeftijd van Johannes Heesters bereikt had. Ze zei: ‘Ik ga zangles nemen, dan word ik ook honderdvier.’ ’s Middags kwam ik nog een keer aan de deur, voor het officiële gedeelte van de viering (hazelnootgebak!). Om haar te inspireren op de ingeslagen weg voort te gaan vertoonde ik een op video vastgelegde recente documentaire over de legendarische Britse komiek Norman Wisdom, die een beduidende voorsprong heeft: hij is tweeënnegentig. Maar hij trekt nog altijd voortreffelijk gekke bekken en krijgt zelfs een huppelpasje voor elkaar. Mijn moeder had het gretig over races met rollators.


19-02-08. Verstandig eten is in de eerste plaats weinig eten. Ik had vorige week zeer licht ontbeten, dus toen ik aan het begin van de middag in Twello was aangekomen was ik wat rammelig geraakt. De stereotiepe reiziger gaat zich in zo’n situatie te buiten aan kroketten en andere gefrituurde vettigheid – nee, dan ik. Bij een supermarkt kocht ik een pak Liga, bedoeld voor de opgroeiende jeugd jonger dan een jaar maar het smaakte me daarom niet minder. Gisteren belandde ik na een bescheiden ontbijt maagrammelend in Coevorden. Ik dacht: weet je wat, ik ga een stapje verder. En dus kocht ik een pak Liga geschikt voor mensen vanaf 12 maanden. De Liga voor de wat rijpere jeugd is gemaakt in de vorm van beertjes. Sluit aan bij de nieuwe C1000-folder, die reclame bevat voor Griezelpasta en Apenkoekjes.


20-02-08. Als halve intellectueel sta je er niet dagelijks bij stil dat er ook mensen bestaan bij wie het IQ is blijven steken in de dubbele cijfers. Van de week zag ik een uitzending over mensen die zichzelf failliet lenen. Ze zien een tv en denken: die moet ik hebben. De afbetaling daarvan kan geregeld worden via de leverancier van de tv, is dat even makkelijk. Het is triest dat mensen geen geld voor een tv hebben maar als er geen geld is waarom zou je dan in godsnaam een plasma-tv gaan kopen? Zo’n ding kost contant 1300 euro, als de aankoop gefinancierd wordt 1800 euro, zo leerde de uitzending. Gisteren was ik in zo’n winkel voor de aanschaf van een voicerecorder: dat ding werd niet gefinancierd maar volledig betaald door de werkgever. Zo kan het dus ook!


21-02-08. Een uitspraak van mijn moeder die het verdient om klassiek te worden is deze: ‘Als de Derde Wereldoorlog uitbreekt dan wordt er op het Journaal gezegd: Zojuist is de Derde Wereldoorlog uitgebroken. Maar nu eerst sport.’ Als het niet over voetbal gaat dan gaat het wel over Ajax. Ook het RTL-Journaal van gisteravond begon ermee: Johan Cruijff (73) gaat bij Ajax orde op zaken stellen en daar had Johan Derksen (84) het een en ander over te zeggen. Ook werden aanwezigen op de Albert Cuyp naar hun mening gevraagd. Wie was ook alweer de Griekse knakker van de uitdrukking ‘Geef het volk brood en spelen’? Tegenwoordig volgen de hypes elkaar snel op. Eerst de aanstaande film van Geert Wilders, toen het circus Joran van der Sloot, straks de wederopstanding van André Hazes in de Arena. Wees erbij!


22-02-08. Biograaf Onno Blom schreef Zo is het genoeg : Het laatste jaar van Jan Wolkers, een voorproefje van de biografie die over een jaar of vijf moet verschijnen. Het is niet onverstandig nu al met dit boekje te komen: hoe groot zal over vijf jaar de belangstelling voor Jan Wolkers nog zijn? In een recente folder van De Bezige Bij staan de vier tot nu toe verschenen delen dagboek van Wolkers afgebeeld. Onder de eerste staat: ruim 15.000 verkocht! Dat is eigenlijk geen reden om te juichen: de eerste druk van De kus (november 1977) was 90.000 exemplaren en in januari 1978 kwam er al een herdruk. In november 1979 verscheen De doodshoofdvlinder: 100.000 exemplaren (die liep minder hard, de derde druk is van 2000). In de folder wordt niet vermeld hoe de andere drie dagboekdelen liepen.


23-02-08. Het stond vroeger op de voorpagina van de krant, een kleine advertentie waarop een boekomslag was afgebeeld met daaronder de attendering: ‘Gisteren op tv, vandaag in de winkel!’ Een tijd van weinig zenders, zodat soms miljoenen de vorige avond de schrijver van het boek op hun scherm hadden gehad. Toen Onno Blom geïnterviewd werd over zijn beschrijving van het laatste jaar van Jan Wolkers zei de presentator dat het boek sinds die dag in de winkel lag. De volgende dag ging ik tevergeefs in twee Haagse boekwinkels kijken. Een fikse promotiemisser. Deed me denken aan het verlate verschijnen van het Dagboek 1976 van Wolkers. Ik kocht het op 7 december vorig jaar, bijna twee maanden na zijn overlijden. Het zou de verkoop enorm gestimuleerd hebben als er geadverteerd was met: ‘Gisteren de uitvaart, vandaag in de winkel!’


24-02-08. Van de pen leven kunnen maar weinig schrijvers en de schrijvers die het kunnen zijn niet altijd gevrijwaard van geldzorgen – zie Agatha Christie. In de gedegen en dikke (485 pagina’s plus 30 pagina’s eindnoten) biografie Agatha Christie : An English Mystery (2007) van Laura Thompson is te lezen over de enorme productiviteit van de schrijfster. In haar toptijd schreef ze in tien jaar zeventien boeken. Op haar naam staan detectives (Miss Marple, Hercule Poirot), stukken voor toneel (zoals The Mousetrap) en romans geschreven onder de naam Mary Westmacott. Haar oeuvre geldt (vergeet J.K. Rowling, vergeet Stephen King) als het best verkochte na de Bijbel en het werk van Shakespeare. Toen ze overleed liet ze 106.000 pond na. Waarom zo weinig? Omdat Amerika besloten had met terugwerkende kracht belasting te gaan heffen op door buitenlandse auteurs ontvangen royalty’s.


25-02-08. The Hour of Power waar hij altijd naar kijkt begint ’s morgens om acht uur al en dus zal er geen sprake zijn geweest van nachtbraken. Een gemiste kans, want toen hij in het Catshuis voor The Hour of Power geïnterviewd werd schijnt hij gezegd te hebben dat de zondag (en die begint al om middernacht) er is voor bezinning. Het had zo knus kunnen zijn: het gezin Balkenende dat naar Deep Throat keek, vader die door naar de tv te wijzen zijn kroost nadere normen en waarden kon bijbrengen: ‘Zie je wel, niet praten met een volle mond!’ En wie weet ook refererend aan oude zegswijzen als ‘met de mond belijden’. De film trok 907.000 kijkers. Benieuwd of het waar is dat kijken naar porno schadelijk is en dat er eind november een geboortegolf zal zijn.


26-02-08. In december had ik al zoveel in de rugzak zitten dat kopen geen doen was, drie weken geleden kwam het er niet van omdat ik een koffieafspraak met Tieka had. Maar gisteren sloeg ik toe: bij de New English Bookstore in de Kalverstraat voor 25 euro een cassette met tien James Bondboeken gekocht. Even later bij Waterstone’s in dezelfde Kalverstraat triomfantelijk geconstateerd dat een enkele identieke Fleming er 15,40 kostte (en wat ik gekocht had dus 154 euro). Geweldig jeugdsentiment: op de lagere school, lang voordat ik de film mocht zien, spaarde ik met een vriendje de zwart-witte kauwgomplaatjes van de film Thunderball. En wat een triomf toen ik, slechts dertien jaar oud, in bioscoop Olympia naar binnen mocht toen de Bondfilm You only live Twice daar in reprise draaide. Want die was voor boven de veertien.


27-02-08. De Thunderballkauwgomplaatjes kochten we bij een sigarenboer die geen Engels sprak en daarom klonk zijn James Bond bijna als damesbont. Wij de slappe lach natuurlijk. Voor een Mod, een Rocker, een Pleiner of een Dijker waren we te jong maar het ging de goede kant op want bij de sigarenboer kochten we zo nu en dan lucifers waarmee we dingen in brand staken. Met een ander vriendje van de lagere school rookte ik sigaretten. We waren bij hem thuis, hij jatte van zijn moeder een peuk die we buiten doormidden braken en oprookten. Even later weer naar binnen voor de volgende door te breken sigaret. Maar ik was niet altijd slecht: van mijn opa kreeg ik een kwartje en daarvan wilde voor mijn vader een pakje sigaretten uit de automaat trekken. (Helaas: er had 1,25 in gemoeten.)


28-02-08. En dan hadden we natuurlijk Batman nog. Hij was dankzij de KRO wekelijks op de tv te zien en kwam ook via de merchandising tot ons. Er konden kleurenfoto’s op het formaat van een ansichtkaart gespaard worden en die kreeg je onder meer bij aanschaf van de zeer vieze zoetigheid die Oké heette en waarvan de reclameleus luidde: ‘Jij hebt een Oké verdiend!’ Voorts kon je voor 1,95 een Groot Batman Album kopen, met maar liefst ‘1.001 geheimen van Batman en Robin. Gevaarlijke ontsnappingen, raadsels, Batman’s uitvindingen, de geheimen van de batarangs!’ Zo’n batarang had mijn vader voor mij uit hardboard gefiguurzaagd. Er zat een soort snoer aan, zodat ik langs de gevel op het dak kon komen. (Maar meestal maakte ik de batarang gewoon aan de trapleuning vast en gebruikte de traptreden om boven te komen.)


29-02-08. Aan het begin van de nacht naar de dag die maar eenmaal in de vier jaar voorkomt zat Jan Wolkers met het gedicht ‘Mijn broer’ in de Dode Dichters Almanak. In het boekje van Onno Blom over het laatste jaar van de schrijver is te lezen dat er in dat jaar veel poëzie zat: steeds vaker welden er dichtregels in Wolkers op, met hem stierf een levende poëzieanthologie. Zijn schrijven was voornamelijk nog het noteren van dichtregels. Het einde naderde hij met grote gebreken. Het hanteren van de pen viel hem zwaar; evenals Marten Toonder leed hij aan het carpale-tunnelsyndroom: kromgegroeide vingers, beknelde zenuwen. En dan zijn voeten: wondroos maakte dat hij zich schuifelend voortbewoog. Maar Wolkers gaf niet op: hij trainde met een fysiotherapeut om bij Pauw & Witteman zonder hulp een trap op te kunnen.


01-03-08. We kunnen niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn: er werd over gesproken in de diverse Journaals, het was gisteren en vandaag op Teletekst te zien. Maar we trekken ons er niets van aan: ze waarschuwen wel vaker en nooit heb ik aan den lijve calamiteiten ondervonden. Nee, we vertrekken omstreeks halfacht. Weer of geen weer, ondanks de waarschuwing voor zware storm. We begeven ons niet naar een gebied waar toorn heerst vanwege Wilders maar naar het Paard, want daar begint om halfnegen het optreden van Hooverphonic. Hopelijk althans: onlangs stond er een verontrustend bericht op de Vlaamse Teletekst, Geike had problemen met haar stem en er waren twee concerten afgelast. Vrijdagavond zouden ze weer op het podium staan en dat zal vanavond dus ook het geval zijn – als ze onderweg niet door de storm weggeblazen werden.


02-03-08. Buurvriendin Esther kwam aan het eind van de ochtend op de thee en liet daarbij de tranen de vrije loop. Ik had haar voor haar verjaardag een kaartje voor Hooverphonic gegeven, daar zouden we gisteravond samen naartoe gaan. Ware het niet dat Esther het kaartje niet meer kon vinden. Ze had vergeefs haar inboedel binnenstebuiten gekeerd. Bij wijze van second opinion ging ik met haar mee voor een tweede inspectie van de woning. Die was al net zo succesvol. Op internet stond bij het concert niet vermeld dat het uitverkocht was, dus als we er vroeg bij waren was er wellicht nog een kaartje te bemachtigen (zo niet dan duwde ik haar naar binnen met mijn kaartje). Een uur na de mislukte inspectie belde ze vrolijk op: kaartje terecht, zat in een cd-doosje van een Hot Talkuitzending.


03-03-08. De vorige keer was 6 oktober 2006 – Hooverphonic kan niet vaak genoeg in het Paard optreden. Ten opzichte van het jongste bezoek waren er kleine veranderingen doorgevoerd: ditmaal twee keyboards in plaats van keyboard plus viool. Op het podium had het muzikale brein (annex bassist) Alex Callier van plaats geruild met ‘de eeuwig jonge’ Raymond Geerts. Tussen hen in de weer subliem zingende Geike Arnaert. Het laatste concert van de Nederlands-Belgische tour, we moesten bedacht zijn op practical jokes van de crew. Maar de grappen kwamen vooral van Alex, waaronder iets onduidelijks (‘Excuses voor mijn Vlaamse accent’) over ‘onreinheid in de koets van de koningin’. Muziek als vanouds prachtig: de melodie van Imagine werd onder Sometimes gezet, hoorde ook de lome baslijn van Walking on the Moon. De reguliere set duurde 66 minuten, daarna bijna driekwartier toegiften.


04-03-08. Omdat ik nog geen last had van voorjaarsmoeheid kon ik het er wel op wagen. Je moet twee keer per jaar je matras omdraaien. Ik had het eerder gedaan, zo was aan gene zijde te zien aan de vlekken van gemorste koffie, wijn en bier. Het matras is niet zozeer zwaar als wel omvangrijk: 160 x 200 cm, een lastig formaat om mee te manoeuvreren, met name als je wilt voorkomen dat je het aan het voeteneinde staande tv-toestel tegen de grond veegt. Ook diende de dvd-stapel verticaal te blijven. Toen het matras tegen de badkamerdeur leunde de twee platen hardboard-met-gaatjes verwijderd en de onderliggende lattenbodem opzij geschoven. Vervolgens met de stofzuiger onder het bed tekeergegaan en ten slotte alles weer in de oude staat teruggebracht. Met uitzondering van het matras: dat werd in omgedraaide toestand neergelegd.


05-03-08. Nee, van wijzer worden van ervaringen is in dit huishouden nog geen sprake. Wanneer vond de vorige grote stroomstoring (nou ja, duurde tien minuten) ook alweer plaats? Iets meer dan drie maanden geleden. De zon ging toen eerder onder dan nu, ditmaal was het nog goeddeels licht toen de Hyvespagina die ik bekeek ineens foetsie was en de tv uitviel en ook de telefoon het niet meer bleek te doen. Gauw naar het keukenkastje, waarin zich een kaars moest bevinden. Die bevond zich er mogelijk ook maar ik had nog altijd de inwendige troep niet opgeruimd. Vond slechts een collectie waxinelichtjes uit het kerstpakket. Weet niet waarom ik er twee van aanstak, ik zat er tamelijk lullig bij: je kunt bij waxinelicht niet lezen. Na een kwartier kon ik de klokken weer gelijk zetten. Vandaag keukenkastje uitmesten!


06-03-08. Het uitmesten van het keukenkastje vond geen doorgang want ik had er geen zin in. In plaats daarvan een kleerkast vanbinnen kritisch bekeken. In de betreffende kleerkast hingen diverse truien. Ik keek die truien zo eens aan en dacht daarbij: wanneer draag ik nou eigenlijk een trui? In huis soms, buitenshuis nooit. Daar is het een T-shirt of een shirt met een T-shirt eronder, of twee T-shirts zonder shirt. Deze winter draag ik een enkele keer de winterjas die ik de vorige winter ongedragen had gelaten – winter kan je het eigenlijk niet noemen. En dus een stuk of acht truien overgeheveld van de kast naar een vuilniszak die tot de volgende ijstijd in een gangkast is ondergebracht. De vrijgekomen kastruimte gebruikt voor het wat ruimer ophangen van broeken, shirts en jasjes. (Vandaag wellicht alsnog het keukenkastje uitmesten.)


07-03-08. Als ik ongevraagd iets in de bus krijg dan neem ik de vrijheid er ongevraagd iets van te zeggen. Bij de post zat het maartnummer van de Zandloper, een blaadje voor mensen die geïnteresseerd zijn in hun overlijden. Een weinig originele naam, de Zandloper. Mogelijke alternatieven: De kuil. De raaf. Helemaal stijf. Ik bekijk zoiets eerst vluchtig en meen dan dat er sprake is van ‘urnen van gene zijde’ maar er staat bij zorgvuldiger lezen ‘urnen van zijde’. Zien er wel kek uit. De coverstory is gewijd aan een dame die een uitvaartdansje kan komen maken: ‘funaire dans’. Een goochelaar zou ook wel leuk zijn, of een boeienkoning. Of een stand-up comedian – er is altijd wel een gevat familielid te vinden, iemand die grapt dat de overledene zich er nooit onder liet krijgen, zich niet liet kisten.


08-03-08. Amazon had twee boeken opgestuurd die ik omstreeks gisteren verwachtte. Toen ik na een ommetje hollen mijn vertrekpunt naderde en een bestelbusje van de post zag staan trok ik dus een sprintje. De koerier bevond zich al op de galerij, waar hij bij derden aan de deur stond. Ik riep van verre of hij iets voor mij bij zich had en dat bleek zo te zijn. Een grote opluchting – soms maakt Amazon gebruik van een alternatieve koeriersdienst en dan kan ik als ik bij het afleveren niet thuis was meteen naar het depot rijden. Bij de post (is dat TNT of TPG?) komen ze de volgende dag, als je eveneens naar je werk bent, nog een keer en pas de dag daarna kan je naar het postkantoor, waar je lang in de rij moet staan. (Nog wel.)


09-03-08. Waar ik wel eens last van heb is dat ik enthousiast een boek koop maar er jarenlang niet toe kom het te lezen. Gebeurde me onder meer met fantasytitels van Margaret Weiss en Tracy Hickman. Hun trilogie Dragonlance Chronicles las ik maar dat gebeurde (nog) niet met de vervolgtrilogie Dragonlance Legends. Daarna kocht ik van dezelfde auteurs ook nog in het Nederlands de cyclus De poort des doods, zeven boeken in cassette, in totaal 2548 pagina’s. Eveneens ongelezen: Moesjasji van Josjikawa, volgens de achteroptekst ‘een grandioos verhaal over zwaardkunst, liefde en avontuur, en een authentieke getuigenis van het Japanse leven in de zeventiende eeuw’ (1280 pagina's, een dunnetje). Er zijn mensen die zich er zorgen over maken of er leven na de dood is, ik hoop dat er in elk geval lezen na de dood zal zijn.


10-03-08. Het spamfilter van de provider werkt vrijwel feilloos: praktisch alle onzin wordt apart gehouden in een map die Junk heet en dagelijks zie ik in een paar oogopslagen wat daarin zit, waarna ik de boel definitief onschadelijk maak. De laatste tijd glipt er soms spam de inbox binnen. Het spamfilter is op het verkeerde been gezet doordat de afzenders de indruk weten te wekken dat het om e-cards gaat. Zo kwam er gistermiddag een binnen die aldus begon: ‘Hello buddy! Natasha sent you animated card’ – en die kaart zou dan haar ‘nude photos’ bevatten. Een paar uur later kwam er een e-card van een ‘Ethel’, die me met ‘Good evening, dear!’ begroette. Ethel liet weten dat ‘Barbara S.’ in de bijlage haar nude photos gestopt had. Waarom Barbara S. dat zelf niet liet weten weet ik niet.


11-03-08. Laat ik het maar spattingmail noemen: een kruising tussen spam en kettingbrief. Je krijgt wel eens amusante mail van in Afrika verblijvende grappenmakers die je een miljoentje of wat in het vooruitzicht stellen als je ze helpt hun kapitaal het land uit te smokkelen. Tot twee keer toe ontving ik een bedelmail van Ana Henriques. ‘Hello everyone’ begint ze gezellig maar dan komt het leed uit de mouw: er moet geld opgebracht worden voor de vierjarige Beatriz, zodat haar Portugese vader haar voor behandeling naar Cuba kan transporteren. De kleine meid heeft een ernstige ‘desiese’. Niet zomaar een ernstige ‘desiese’ maar een ‘unknown Syndrome’ dat door de vergeefs behandelende artsen is gediagnosticeerd als mogelijk ‘Triple X’ – nou, dan weet je het wel: je reinste Invasion of the Bodysnatchers. Benieuwd wat ze daar op Cuba aan kunnen doen.


12-03-08. Je zou er bijna naar gaan leven, het thema van de Boekenweek: oude mensen, derde leeftijd. Ik trok me daar tot nu toe niets van aan en stond gisteravond dan ook vooraan bij het concert van Wir Sind Helden in het Paard. Zeer vrolijke muziek gemaakt door zeven zeer vrolijke muzikanten: zangeres/gitariste, gitarist/toetsenist, bassist, drummer, drie blazers (ze bliezen op sax, trompet, trombone en dwarsfluit) van wie er een op toetsen bijkluste. Ik moest op en neer springen – dat wil zeggen: dat moesten we allemaal. De muziek was ernaar: dankzij de blazers kon er ska klinken. En wat te denken van een cover van Why can’t I be You van The Cure? (Kende de muziek niet, ging er op goed geluk naartoe. Door het van het podium trekken van de setlist weet ik wat ik gehoord heb.)


13-03-08. Het prettige van zo’n weeralarm is dat de mensen denken: het waait, linke soep, ik ga maar niet de snelweg op. En dus was er geen filevorming toen ik gisterochtend naar Tiel reed en een paar uur later weer terug. (We zijn hard op weg een land van weerwatjes te worden. Omdat het tegenwoordig haast niet meer sneeuwt is het land in rep en roer als het eens een keer gebeurt en doen verslaggevers in het Journaal verslag van vallende vlokken.) Op de snelweg kon je met goed gevolg 120 rijden maar dat deed ik alleen waar het toegestaan was. Nabij Rotterdam mag je bijvoorbeeld maar 80 – behalve natuurlijk als je de Majesteit bent, die passeerde me wat sneller dan 80 op de linkerbaan, voorafgegaan en gevolgd door een motoragent. Ik vermoed dat de Majesteit haast had.


14-03-08. Er worden wettelijke maatregelen voorbereid die raken aan de fundamenten van onze beschaving. Ik las op Teletekst dat er een wetsvoorstel van de PvdA is ingediend waarmee beoogd wordt seks met dieren te verbieden. Ik rijd zo nu en dan het land door op weg naar een interview en dat zijn vaak zeer saaie ritten langs groene landschappen waar geen einde aan lijkt te komen en dan is het altijd een welkome afleiding als je in een weiland een boer op een krukje ziet staan die met de broek op de enkels tegen een koe aan staat te biggen. Ik mag daar in het voorbijgaan graag naar kijken. Het is tegenwoordig boer zoekt vrouw wat de klok slaat - maar lang niet iedere boer vindt ook een vrouw. Gun de alleenstaande boer z’n verzetje met een koe!


15-03-08. Ik ken de dame niet, zij mij ook niet – want ze stuurt me post gericht aan ‘Geachte heer of mevrouw De Jong’. Wat is haar functie? In een bericht van een paar weken geleden ondertekende ze met ‘Managing Director Nationale Postcode Loterij’, in het bericht van gisteren noemt ze zichzelf ‘Directeur Nationale Postcode Loterij’. De eerste keer ging de ondertekening vergezeld van een foto waarop ze blond poseert, met foute oorbellen en foute lippenstift die is afgestemd op haar truttige kleding – gisteren was die foto wijselijk achterwege gelaten. Wat wil deze dame? Ze stuurt me een ‘Postcode-Pas’ die ik kan ‘activeren’ om kans te maken op 17,8 miljoen euro. Die prijs gaat ‘gegarandeerd’ vallen. Je vraagt je af waarom zij dan zelf niet meedoet. Als ze wint kan ze een make-over en ook wat sprankelender kleding kopen.


16-03-08. Als er op tv reclame uitgezonden wordt staat hier standaard het geluid uit maar het beeld krijg ik soms onder ogen. Zo zag ik in een uiting van TNT (‘tie en tie’) Post de leus geschreven staan: ‘Wij bezorgen als enige zes dagen per week.’ Alsof het om te juichen zou zijn dat deze doodnormale dienstverlening nog niet beëindigd is. Vroeger werd er niet alleen zes dagen per week post bezorgd, maar zelfs tweemaal daags. (Zo was het ook normaal dat je wekelijks een afschrift van de giro ontving en niet zoals tegenwoordig tweewekelijks of zoals bij sommige banken eenmaal per maand.) Je had indertijd op elke straathoek een telefooncel. Als je een telefoonnummer moest hebben liep je naar de telefooncel, zocht het in een van de telefoonboeken op en scheurde de pagina met het nummer eruit.


17-03-08. Om 09.58 uur vertrok de trein naar Amsterdam. Ik had een oeroud medium bij me: een walkman met een cassettebandje erin. Op kant A klonk Because of the Times van Kings of Leon, op kant B Aha Shake Heartbreak van Kings of Leon. Toen de conducteur om een kaartje kwam haalde ik net als een dame aan de andere kant van het gangpad De pianoman van Bernlef tevoorschijn. Vind het een prettige manier van reizen: in plaats van een kaartje kopen een boek tonen. Het zou helemaal prettig zijn als er zich naast de NS nog meer sponsoren van de Boekenweek zouden melden. Dan zou je op zo’n zondag niet alleen gratis met de trein kunnen reizen maar bijvoorbeeld ook in het restaurant van je keuze kunnen neerstrijken voor een gratis menu van een gangetje of drie.


18-03-08. Van een supermarkt die vroeger verkondigde dat er op de kleintjes gelet werd zou je zoiets niet verwachten: toen ik gisterochtend 17,94 euro aan boodschappen afrekende las ik op de balie dat de Smurfen op waren. Hoe moet dat nou verder en zal het ooit nog goed komen? Ik moet nog hebben: de Grote Smurf, de Smurfin, de Voetbalsmurf, de Klussmurf, de Muzieksmurf en de Lolsmurf. Het zal ruilen worden om de collectie compleet te krijgen. Dat kan, want ik heb dubbel: de Babysmurf, de Baksmurf, tweemaal de Brilsmurf, tweemaal de Luilaksmurf en driemaal Gargamel. In afwachting van ruilers een anekdote. Omstreeks 1970 was Frank Zappa hier op tournee (met Flo & Eddy in de band). Benzinemaatschappij BP voerde een Smurfenactie, onder het motto: Smurf mee. Zappa en band lazen daarin de dubbelzinnige Engelstalige boodschap: Smurf me.


19-03-08. De aangifte is gedaan – schriftelijk uiteraard, elektronische aangifte is niet vrij van gevaren en kan op vele manieren in de soep lopen. Onlangs mochten 730.000 belastingbetalers hun elektronisch ingediende aangifte nog eens doen want bij de belastingdienst was er iets een beetje misgegaan. Maar ook als indiener van de aangiften sta je aan mogelijke blunders bloot: hoe makkelijk maak je niet een tikfout? Als het in je nadeel is kost het je geld, als het een tikfout in je voordeel was kan je als ze het ontdekken een naheffing en misschien ook nog een boete verwachten. In HP/De Tijd onlangs een verhaal over de belastingdienst. Leuker kunnen ze het daar niet maken maar de vele diepe groeven die er op een foto te zien zijn in het gelaat van hoogste baas Jenny Thunissen ogen allerminst als lachrimpels.


20-03-08. ‘En altijd kwam het gesprek wel op Hugo’ (aldus Remco Campert in de bundel Tot zoens over zijn Antwerpse jaren) ‘en dat was dan Hugo Claus, zoon van Vlaanderen die buiten de grenzen gewiekt was. Had iemand de Hugo de laatste tijd nog gezien?’ Inderdaad wemelde de tv gisteravond van de aangeslagen sprekers die de Claus een week, een dag, een uur voor zijn overlijden gebeld of gezien hadden. Na de dood van Kurt Vonnegut las ik elf van diens boeken, na de dood van Jan Wolkers las ik er van hem twaalf. Er zijn vijf vrije dagen voor de boeg, een uitgelezen kans om het enorme oeuvre van de Hugo te lijf te gaan. (2001: A Space Oddyssey las ik nog niet zo lang geleden, zodat ik de dood van Arthur C. Clarke al verwerkt heb.)


21-03-08. Het is lente en in tijden heeft het niet zo hevig geregend. De wind en de temperatuur doen eerder denken aan een barre herfst dan aan het begin van het zonseizoen. De mensen die zo denken vergeten dat het nog maar kort geleden winter was. De temperatuur zakte onder nul in plaats van daar zoals momenteel ruim boven te blijven. Je kon niet over straat gaan zonder winterjas, in huis loeide de verwarming op volle kracht. En dan de zon – die laat zich momenteel nauwelijks zien maar als hij te zien is, is het langer dan tijdens de winter die achter ons ligt. De zon komt eerder op, gaat later onder. Ik zeg: leve deze lente! (Dit was uiteraard bedoeld als persiflage op de juichkreten van Bush bij het vijfjarig jubileum van de rampzalige inval in Irak.)


22-03-08. Als het kwam door de verandering van het klimaat zal het structureel zijn en kunnen we Goede Vrijdag voortaan wel Gure Vrijdag gaan noemen. Voor een lezer bestaat er geen aangenamer weer: regen die op het dakraam valt terwijl je in een boek verzonken bent. Met de regen zat het wel goed, het duurde een tijd voordat ik een boek gevonden had om in te verzinken. Wat zou het worden? Hugo Claus? Ik was op de dag van zijn overlijden al Clausmoe geraakt (bij Wolkers duurde het een paar dagen): die onophoudelijke huldeblijken, het mateloze prijzen, het tegen elkaar opbieden (‘Ik heb hem gisteren nog gesproken.’ ‘Ik had hem een uur voor zijn dood nog aan de lijn!’). Nee, geen Claus. Het werd ook niet de nieuwe Henning Mankell, het werd het eerste Arabatboek (van Clive Barker).


23-03-08. Zondag en Pasen, dan ligt een eitje voor de hand. Soms bak ik er twee: het wit geheel weggeklutst. Kocht tot voor kort eieren waar vier granen in zitten (hoe ze die erin krijgen weet ik niet) maar daar kwam een einde aan toen ik via de tv was voorgelicht over de diverse soorten eieren. Scharreleieren zijn uit den boze, de kippen die ze leggen leiden een onvrolijk leven. Ze zitten dicht op elkaar en zijn ontdaan van hun snavels, opdat ze elkaar niet zullen pikken. (Het verwijderen van de snavel is geen pretje voor ze.) Op elk ei staat een nummer: hoe lager hoe beter, nul is het best. Op mijn eieren stond een twee, dus kocht ik maar biologische, daar stond een nul op. Ik vond ze echter niet zo lekker, vandaar vandaag geen paasei.


24-03-08. Werd halverwege de nacht wakker en zag dat het dakraam voor de helft bedekt was met sneeuw. Het was gelukkig dus niet waar, dat we te maken hadden met verandering van het klimaat. Hier waren vooroorlogse vaderlandse spreekwoorden aan de orde: ‘maart roert z’n staart’ – en als het zo doorging: ‘aprilletje zoet geeft nog wel eens een witte hoed’ en ‘april doet wat-ie wil’. Sliep gerustgesteld verder en ontwaakte een paar uur later met zin in hardlopen – tocht door een witgesneeuwd park, wat wil je nog meer. Gisteren las ik het geweldige Engleby, van Sebastian Faulks, vandaag wordt het The Shipping News, van Annie Proulx. Dat betekent dat ik geen bezoek zal brengen aan een meubelboulevard en dat ik dus niet in het Journaal te zien zal zijn – want dat heeft vanavond geheid een item over meubelboulevards.


25-03-08. En inderdaad, het stond op Teletekst: vele duizenden hebben gisteren een bezoek gebracht aan een meubelboulevard. Vermoedelijk doen ze dat elk jaar – mensen die geen betere besteding van een vrije dag kunnen bedenken zullen wel moeten. Maar wat doen ze daar? Hebben die mensen nog geen meubelen? Kopen ze elk jaar met Pasen nieuwe? Meubelboulevards zijn in mijn optiek ware oorden van verschrikking. Ik weet waar ik het over heb want ik ben er een keer geweest. Ik vergezelde mijn moeder en mijn zus: mijn moeder ging verhuizen en had behoefte aan enkele nieuwe meubelen – legitiem dus. Het werd een uitputtende rondtocht langs diverse winkels. Mijn moeder bekeek misprijzend een of andere afschuwelijk ogende tafel en zei voor verkopers en overige winkelenden duidelijk hoorbaar: ‘Het lijkt wel of die tafel aids heeft.’ Dat was wel weer leuk.


26-03-08. Een week of drie geleden was ik voornemens het keukenkastje op te ruimen – een wijs besluit omdat ik toen de stroom was uitgevallen in dat kastje de weg niet had kunnen vinden. Pas eergisteren kwam het ervan. Wat een troep kan een mens in een keukenkastje bewaren! Ik vulde een vuilniszak met de overtollige inhoud van het keukenkastje en met in de gangkast aangetroffen overbodigheden. Ben niet vaak verkouden maar als verkoudheid aan de orde is koop ik papieren zakdoekjes waarvan ik het restant in het keukenkastje mik. Vond daar een vrij omvangrijke collectie papieren zakdoekjes, zit wat verkoudheid betreft de rest van het jaar goed. Houd mezelf voor kerngezond maar trof toch vergeten medicamenten aan, zoals ongebruikte pijnstillers overgehouden aan een treffen met de kaakchirurg. Kan de komende maanden weer volop troep in het keukenkastje dumpen!


27-03-08. Volgende week komt er een medewerker van de woningcorporatie over de vloer voor een ‘warme opname’ – observeren hoe in de praktijk mijn keuken en douche functioneren. Ik ga er maar van uit dat ‘warme opname’ niet inhoudt dat ik tijdens de inspectie onder de warme douche moet gaan staan want het is allemaal al erg genoeg. Ze willen keuken en badkamer gaan opknappen maar met name de keuken verkeert in vrij onberispelijke staat. Die is een jaar of acht geleden voorzien van een nieuw keukenblok plus aanrecht en geavanceerde kranen. Ik maak liever niet nog een keer mee dat mijn keukenblok wordt weggehakt om plaats te maken voor een nieuw, laat staan dat ik uitzie naar eventuele werkzaamheden in de badkamer, zoals het rumoerig van de muur en de vloer verwijderen van tegels. Het worden slapeloze dagen.


28-03-08. Het ging gisteravond maar over film. Het filmpje van Wilders was virtueel in roulatie gegaan, de film Joe Speedboot gaat niet door (en zal vermoedelijk zelfs niet op internet te zien zijn). Bij De Wereld Draait Door geen aandacht voor Joe Speedboot, wel voor Wilders, in wiens filmpje schokkende beelden schijnen voor te komen. Een ander item ging over schokkende beelden van lang geleden. Te gast waren daarin Wim T. Schippers en IJf Blokker, vanwege het vandaag uitkomen van een dvd-box met de tv-serie Barend is weer bezig (plus onder meer het fameuze De ondergang van de Onan). Dat waren nog eens schokkende beelden om vrolijk van te worden. Er werd een fragment vertoond van een blote dans uit de jaren zeventig, waar Schippers terecht van zei: ‘Het blijft leuk.’ Toen was uitzonderlijke tv nog heel gewoon.


29-03-08. Binnen vijf minuten tweemaal in aanraking gekomen met de politie, wie doet me dat na? Het gebeurde gistermiddag toen ik de parkeergarage onder kantoor verliet en rechts ging en het voetgangersgebied van de Grote Marktstraat opreed. Waarom deed ik dat? Omdat de alternatieve route, links gaan, me naar de Gedempte Burgwal zou voeren waar ik niet in mocht omdat het eenrichtingsverkeer was. Hoe dat nu weer? Die Gedempte Burgwal wordt voorzien van nieuwe ondergrondse riolering. Dat gebeurt in twee stappen: eerst wordt het gedeelte van de Paviljoensgracht tot aan de Achter Raamstraat geschoren, waardoor ik niet over de Gedempte Burgwal naar de Paviljoensgracht kan rijden. De andere kant op mag dus niet maar over het voetgangersgebied uiteraard evenmin. De wandelende politieagenten die ik tegenkwam hadden begrip voor me, de automobiele die me honderd meter verderop aanhielden eveneens.


30-03-08. Het kwam bekend voor: Robbert Ammerlaan hield een toespraak, Remco Campert las een gedicht voor. Ditmaal lag niet Jan Wolkers in de kist maar Hugo Claus, die bij de vorige gelegenheid in de zaal zat en broos naar de kist van Wolkers staarde. Het was een nogal plechtige plechtigheid, de uitvaart van Claus. Het is al niet leuk dat er iemand dood is, als er niet of nauwelijks gelachen kan worden wordt zoiets helemaal een treurige bedoening. Was dat in de geest van de overledene? Claus had zo te zien veel Nederlandse vrienden (Nooteboom, Palmen, Mulisch, Freek) maar Wolkers had Maarten van Rossem, die vorig jaar oktober voor vele vrolijke noten zorgde die gisteren gemist werden. (De gedichten van Claus die werden voorgedragen waren ook al geen dijenkletsers.) Volgens de Vlaamse Teletekst was de zaal niet uitverkocht.


31-03-08. Bij spam dacht ik een paar jaar geleden nog aan Monty Python en hun spamsketch (in de voorlaatste aflevering van het tweede seizoen, uitgezonden 15 december 1970). De spam die, als het spamfilter even niet oplet, tegenwoordig met de mail binnenkomt is soms ook om te lachen, zoals de greeting card die ik gisteren had kunnen bekijken. (Niet gedaan, open nooit attachments van onbekende herkomst.) Hoe ze het voor elkaar krijgen weet ik niet, maar de mail was gericht aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en kwam hoewel mijn imperium geen afdeling accounting heeft toch aan. ‘Good evening, old chap!’ stond er boven het bericht. Moest eerst lachen, toen denken aan Old Shep (van Elvis) en ook nog aan From Russia with Love, waarin Bond argwaan krijgt als een zogenaamde collega-agent hem maar old man blijft noemen. (Gevecht in de trein!)


01-04-08. Op 1 april zijn mensen op hun hoede, dus worden er al op 31 maart aprilgrappen gemaakt. Tenminste, dat denk je, als je op Teletekst ziet staan dat de Deense cartoonist nu ook een cartoon van Wilders gaat maken. Ik heb toch het liefst dat ze gewoon op 1 april tegen je zeggen dat je veter loszit – daar trap ik zelfs in als ik veterloze enkelhoge laarzen draag. Lang geleden leuk: in de tijd dat de tv-programma’s het nog waard waren moest er kijkgeld betaald worden. Je had zogenoemde ‘zwartkijkers’ die dat niet deden maar er waren ambtenaren op pad om hen te betrappen. Het Journaal had vlak voor 1 april een item over aluminiumfolie: dat op de buis gelegd maakte dat zwartkijken niet geconstateerd kon worden. Op 1 april beelden van mensen die koortsig aluminiumfolie insloegen.


02-04-08. Ik had de keuken en de badkamer van boven tot onder, van links naar rechts en overdwars een sopje gegeven, bij daglicht glimt het sindsdien zo dat het pijn aan je ogen doet. Ik dacht dan ook: als ze dat zien gaat de beker aan mij voorbij. Maar de inspecterende medewerker van de woningcorporatie had geen oog voor wat hem tegemoet blonk. Het blinkende keukenblok wordt eruit gesloopt, de tegels worden van de muur gehakt. In de badkamer dito, daar worden bovendien de tegels uit de vloer gehakt. Het stond niet op de inspectielijst maar ik liet toch het toilet zien. Er komt geen water uit het kraantje, de aansluiting van de pot met de rioolbuis lekt soms. Niks aan de hand: er komt een nieuwe pot, nieuwe kraan, en de tegels worden aan alle kanten weggehakt.


03-04-08. Het is momenteel vannacht tien voor vijf, dus ik betwijfel of deze tekst veel soeps zal worden. Zojuist teruggekeerd van een geslaagde missie naar Groningen, samen met Tieka, waarbij wij door omstandigheden en diverse omrijdingen 659 kilometer aflegden. De tentoonstelling van Russische sprookjes in het Groninger Museum gezien, enveloppen en postzegels gekocht, het Stripmuseum bezocht, bij De Drie Gezusters Pub tot aan het verzadigingspunt gedineerd, een uurtje uitgebuikt en om negen uur bij zaal Vera naar binnen, waar om halfelf het geweldige optreden van We Are Scientists begon, dat wij vanaf de eerste rij mochten meemaken. Wat een feest! De aanzienlijke omrijding op de terugweg maakte Tieka niet meer mee want toen had ik haar al thuis afgeleverd. Drink nu een glas wijn leeg en ga dan nestwaarts: moe maar voldaan – nee, zeer moe maar zeer voldaan.


04-04-08. Als er door iemand gesproken wordt dan is het niet altijd zo dat degene tegen wie er gesproken wordt ook verstaat wat er gezegd wordt. Een bekend oud voorbeeld hiervan is dat van de man die verlaat op een verjaardag arriveert en zich tegen de gastheer verontschuldigt met: ‘Ik moest mijn schoonmoeder vermoorden,’ wat niet verstaan wordt door de gastheer, die met een glimlach de aangeboden jas aanneemt en deze niet controleert op bloedsporen. Toen we woensdag in De Drie Gezusters Pub te Groningen zaten te eten kwam een serveerster aan onze tafel om iets te vragen en zonder haar vraag gehoord te hebben antwoordde ik tussen twee happen vriendelijk: ‘Nee, hoor.’ Ik was in de veronderstelling dat ze gevraagd had of ik nog wat wilde drinken maar ze was benieuwd geweest of alles in orde was.


05-04-08. We worden verwend met amusement. Eerst Wilders als een Calimero (zij zijn groot en ik is klein) in de Tweede Kamer. Circus Wilders was nog niet afgereisd of Circus Verdonk zette de tenten op. Politics’ Next Top Model kwam op krukken de catwalk op en maakte met zo’n entree dat het onbegonnen werk is haar te parodiëren. Het Journaal had fragmenten van de ferme taal die ze uitsloeg. Ze klonk als mijn kapper, aan wie ik gisteren een bezoek bracht. Hij had het erover dat er in Nederland zoveel fouten gemaakt worden. ‘Ze’ krijgen hier een taakstraf van 200 uur en na 20 uur laten ‘ze’ zich niet meer zien. Nederland was volgens hem een bananenrepubliek geworden. Hij heeft geen politieke aspiraties en dat is jammer want hij heeft een lollige kop die veel stemmen zou trekken.


06-04-08. Op 5 februari controleerde ik aan de hand van de nieuwe print of de correcties in de vorige print van Literaire giller correct waren uitgevoerd, bracht twee verbeteringen aan en had het idee dat de verste versie naar wens was. Ik stuurde de eerste twee hoofdstukken naar De Brakke Hond en een aantal complete manuscripten naar uitgeverijen. Woensdagnacht reikte Tieka me het exemplaar aan dat ik haar gezonden had en waarin ze een aantal opmerkingen had aangebracht. Toen ik twee dagen later de moed kon opbrengen die te bekijken bleek niet alleen dat ze als redacteur van een uitgeverij grondige kennis van zaken had maar ook dat ik keer op keer mijn eigen fouten niet in de gaten had gehad. ‘Het’ waar het ‘Hij’ had moeten zijn, en zelfs ‘lag’ in plaats van ‘lach’ – wat een blamages!


07-04-08. Zaterdagavond, telefoon. Ik nam op: ‘Hallo?’ Net als van de week toen de ander zei: ‘Spreek ik met de heer De Jong?’ en ik terugzei: ‘Wie wil dat weten?’ Ditmaal vroeg een dame of Mia er was. Het was een Duitsig sprekende dame, ik zag aan de nummerherkenner dat ze vanuit een buitenland belde. Ik zei dat Mia hier niet bekend was. Klopte het nummer dat ze gedraaid had? Ze somde het nummer op, dat klopte. Ze had het van die Mia gekregen. Helaas was ik thuis en stond het antwoordapparaat niet aan: lang geleden werd dat om de paar weken ingesproken door een mij onbekend Engelstalig figuur, die in Afrika teruggebeld wilde worden. Ik had toen als welkomsttekst: ‘Spreek na de piep een blijde boodschap in’, waarop een platte Hagenaar eens insprak: ‘Wat nah, blijde boodschap?’


08-04-08. Soms, vaak, bijna altijd krijg je later spijt als je dingen wegdoet. Maar je kunt niet alles bewaren en daarom nam ik lang geleden afscheid van de vele exemplaren die ik bezat van de stripweekbladen Pep en Eppo (Eppo kwam voort uit het samengaan van Sjors en Pep). In 2001 kocht ik in een stripwinkel in Alkmaar om jeugdsentimentele redenen een jaargang, die van 1971. Daarin veel geweldige strips, maar ook wekelijks aandacht voor popmuziek. (1971, dus iedere popster staat met buitensporige bakkenbaarden op de foto.) Stukken over The Kinks, Zappa en The Who. Geen enkele groep bestond zo lang als zij (wel twaalf jaar!). Ze hadden net een nieuwe plaat gemaakt, Who’s Next. Geïnterviewde Townshend vertelde dat hij een meisje kende dat Barbara O’Riley heette en dat hij over haar het nummer Barbara O’Riley geschreven had.


09-04-08. Verdonk zegt trots op Nederland te zijn. Ik weet niet of ze ook trots is op anderen die trots op Nederland zijn want ze heeft haar wikipagina gesloten omdat vele trots op Nederland zijnden daar alle mogelijke onzin op plaatsten. Als ze allen die trots op Nederland zijn in de Tweede Kamer wil vertegenwoordigen wordt dat nog wat. Op de wikipagina werden als mogelijk thema aambeien opgediend. (‘Ook moet aambeienzalf gratis verstrekt worden aan iedereen.’) Verdonks gelaatsuitdrukking doet vermoeden dat zij een ervaringsdeskundige op dit terrein is maar ik acht de kans klein dat zij aambeien tot speerpunt (Spertipunt?) van haar verkiezingsprogramma zal maken – al weet je het maar nooit. Zo iemand roept dat er naar het volk geluisterd moet worden en dat zal ze ook doen (als ze maar zo vaak mogelijk op tv kan zijn).


10-04-08. De acteur Dennis Weaver overleed twee jaar geleden, er is dus geen speciale aanleiding om hem hier nu ter sprake te brengen. Hij had een kleine maar fantastische rol in de film Touch of Evil, van Orson Welles. Een jonge Steven Spielberg castte hem in Duel, waarin Weaver als automobilist belaagd wordt door een vrachtwagenchauffeur die hem van de weg probeert te rijden: de hele film lang. Het bekendst werd Weaver in de rol van sheriff Sam McCloud uit Taos (New Mexico) die in New York gestationeerd wordt en daar volgens zijn eigen methodes de misdaad bestrijdt. (De serie is afgeleid van de Clint Eastwoodfilm Coogan’s Bluff). Gistermiddag een McCloud op SBS6. Ze houden zich daar strikt aan de begintijden: toen McLeod’s Daughters (geen familie) aan de beurt waren werd McCloud hup midden in een scène weggedrukt.


11-04-08. Een dag die oorspronkelijk gereserveerd was voor klussen gevuld met achterstallig dvd-kijken: BBC-adaptaties van romans van Anne en Charlotte Brontë en Jane Austen. Daar hoeft niemand jaloers op te zijn want ik had er bijna dertien uur werk aan en er belandden drie zakdoeken in de wasmand. Ik zag achtereenvolgens: The Tenant of Wildfell Hall, Jane Eyre, Sense and Sensibility, Persuasion en Northanger Abbey. De tv-series uit de jaren tachtig ogen minder sprankelend dan die uit de jaren negentig maar alom wordt er voortreffelijk geacteerd. Timothy Dalton doet het geweldig in Jane Eyre. Als Mr Rochester krijgt hij het zwaarder te verduren dan een paar jaar later als James Bond: hand eraf, oog eruit, andere oog blind. Gelukkig komt het met het blinde oog weer helemaal goed als hij samen met Jane Eyre een kindje heeft voortgebracht.


12-04-08. Ook de tweede dag achterstallig dvd-kijken was aardig gevuld. Het begon met een dubbele dosis Pride and Prejudice: eerst de BBC-versie, daarna de slechts twee uur durende film uit 2005 (de BBC nam driemaal zo lang de tijd om het verhaal te vertellen). Vergelijken is moeilijk. De BBC had een betere Mrs Bennet en betere slijmerd Mr Collins en het valt niet mee Colin Firth als Mr Darcey voorbij te streven. In de film weet Donald Sutherland niet alleen ironie aan Mr Bennet te geven, hij weet (vooral aan het slot) ook te ontroeren. De zusjes Bennet waren in de film aanmerkelijk jonger dan bij de BBC, dat paste beter bij hun rollen. Na al die pracht had ik nog vijf uur Vanity Fair te gaan: magnifieke productie en muziek en de mooiste markante koppen sinds Fellini.


13-04-08. De derde dvd-dag in successie begon met Mansfield Park. Mooie rol van Angela Pleasance als de vrolijk simpele Lady Bertram en Fanny Price fantastisch vertolkt door Sylvestra Le Trouzel (wat wil je, met zo’n naam). Het was een BBC-productie uit de jaren tachtig, de laatste, Emma, stamde uit 1972 maar de beeldkwaliteit was niet minder. Emma Woodhouse ziet haar plannen om mensen bij elkaar te brengen en uit elkaar te houden mislukken en heeft bij al haar ge- en ontkoppel niet in de gaten dat Mr Knightley haar op het oog heeft. De show wordt gestolen door de manisch panische oude Mr Woodhouse: ‘Emma, lief kind. Je gaat toch niet wandelen in deze tijd van het jaar?’ (Dit alles was nog geen tien uur kijken, daarom aansluitend de film David Copperfield en twee afleveringen van Charmed gezien.)


14-04-08. Het is ophef van een tijdje geleden die alweer vergeten is. Zo gaat het tegenwoordig met ophef. Het land is korte tijd (ophef duurt steeds korter) in alle staten, de mensen hebben weer iets om zich druk over te maken. Het ging ditmaal om een dame die het zwembad uitgestuurd was wegens het dragen van kleding. Een badpak en een badmuts zijn ingeburgerd, lichaamsbedekking die daar stilistisch van afwijkt brengt wenkbrauwen aan het fronsen. De lollig genaamde boerkini haalde het Journaal, geïnterviewde zwembadgasten beschouwden die als het begin van islamitische overheersing en zo. Zag de afgelopen dagen een BBC-verfilming van Northanger Abbey. Daarin gingen dames groepsgewijs in een badhuis te water. Hoeden op en jurken aan en daaronder meerdere lagen ondergoed, er viel geen tepel te ontwaren (ik lette er speciaal op). Kortom: andere tijden, andere zeden.


15-04-08. Je hebt soms pas in de gaten dat je wat bijzonders voor elkaar gekregen hebt als derden paf van je staan. Vroeger liep ik jaarlijks een marathon. Wekelijks legde ik een wat langere afstand hollend af, totdat ik moeiteloos twee uur lang op de been bleef. Als ik dat eenmaal onder de knie had kreeg ik de meer dan drie uur die de 42 kilometer me kostten ook wel voor elkaar. Sommigen die van al dat trainen niet gehoord hadden stonden versteld van mijn prestatie, zelf vond ik die niet zo bijzonder. Als je maar afdoende trainde. Gisterochtend zei ik tegen een verbijsterde collega dat ik met het oog op Jane Austen, William Makepeace Thackeray en Anne en Charlotte Brontë in drie dagen tijd te bed negenendertig uur dvd had liggen kijken. Gewoon een kwestie van trainen.


16-04-08. Vermoedelijk in 2003 (zie het amusante ‘Avonturen met Anthos’) werden de resterende exemplaren van Zoute griotten vernietigd en raakte het boek onverkrijgbaar. Ik was verrast toen ik op een Vlaams weblog een recente recensie (27 maart) ontdekte van André Oyen, die spreekt van een ‘gepekelde liefdeskomedie’: ‘Dit debuut van Martin de Jong heeft me beurtelings ontroerd en doen schaterlachen. Zoute griotten is trouwens ook een zéér doordacht boek, met ijzersterke personages, een goede verhaalstructuur. De auteur verstaat de kunst om slapstick aan ernst te koppelen. Hij doet het niet zo provocerend als Anton Grunberg maar wel op een verfijnde manier die ik best kan appreciëren en die tevens voor mij iets vrij unieks heeft. Het is een boek dat ik al mijn vrienden die zich nog jong “voelen” cadeau zou willen doen!’ Dat zal helaas niet gaan.


17-04-08. Het goede nieuws van gisteren was dat de ANWB automobilisten adviseert om voluit op dieren in te rijden. Overstekend wild is daarmee vogelvrij verklaard en dat werd tijd ook. Sinds jaar en dag zijn dieren de natuurlijke vijand van de weggebruiker. Denk maar aan Lucky Luke: in de aan hem gewijde strip zie je koeien op de rails liggen waar de stoomtrein voor moet stilhouden, een onverteerbare zaak. Ook kan een boswandeling een hel zijn voor de wandelaar die blootstaat aan onophoudelijke vogelgeluiden en die bovendien op zijn hoofd gekakt kan worden. Kortom: nuttig geadviseerd van de ANWB, al handelde ik jaren geleden al zo. Zag een keer een aantal kuikens blindelings de weg oversteken. Abrupt op de rem gaan staan? Leek me niet wenselijk de achterligger wegens een paar kuikens door de voorruit te laten vliegen.


18-04-08. Zeer lang geleden ging ik naar een vertoning van de film 2001: A Space Odyssey. Die voltrok zich in een niet al te grote bioscoop in Zoetermeer. Toen het licht uitgegaan was werd er op het doek een tekst geprojecteerd waarin verzocht werd niet te roken. Het verzoek werd in vier talen gedaan. Hieruit sprak een aandoenlijk optimisme: men hield er rekening mee dat er niet alleen figuren zoals ik vanuit Den Haag naar deze bioscoop trokken maar dat men dat ook vanuit Engeland, Duitsland en Frankrijk deed – om nog maar te zwijgen van andere landen waar respectievelijk Engels, Duits en Frans gesproken werd. Ik moest daaraan denken toen ik gisteren in de Loosduinse Krant las over een Haags informatienummer dat men in den vreemde kon bellen. Zou de Loosduinse Krant ook in den vreemde gelezen worden?


19-04-08. Over acteren gesproken: de Britse acteur Bernard Hepton doet het voortreffelijk als Sir Thomas Bertram in de BBC-verfilming van Mansfield Park (1983). Een paar dagen geleden zag ik hem in Bleak House (1985) en daarin speelt hij even voortreffelijk Krook, iemand uit de onderste laag van de samenleving met een platte tongval. Mijn dvd-kijken betreft momenteel Dickens, ook daar heeft de BBC moois van gemaakt. Een aantal romans van Dickens staat hier nog ongelezen in de kast maar die heb ik inmiddels tot leven zien komen. Bleak House zag ik twee keer: een versie uit 1985 en een uit 2005. In de eerste speelt Diana Rigg de rol van Lady Deadlock, in de tweede doet Gillian Anderson dat. Zij laat zien dat ze meer in haar mars heeft dan in The X-Files ‘Mulder, where are you?’ roepen.


20-04-08. In 1982 maakte de BBC van twee boeken van Anthony Trollope (The Warden en Barchester Towers) een miniserie, The Barchester Chronicles, verkrijgbaar op dvd. Volgens de hoestekst (waar hij ‘Alain’ genoemd wordt) betekende de rol van Obadiah Slope de grote doorbraak voor Alan Rickman. Hij oogt stukken jonger dan de Snape die hij in Harry Potter neerzet maar ook hier is hij verre van een gezellig tiep. In Keeping up Appearances heeft Clive Swift het als Richard niet makkelijk met Hyacinth maar bij Trollope treft hij als Bishop Proudie een wederhelft die pas echt feeksig is. En dan zijn er nog prachtrollen van Nigel Hawthorne (Yes Minister) – beurtelings sympathiek en onsympathiek – en vooral Donald Pleasance, als warden die cello speelt en op momenten van stress met zijn linkerhand denkbeeldige snaren beroert en met zijn rechter strijkbewegingen maakt.


21-04-08. Het leukste aan een nieuw apparaat is de gebruiksaanwijzing. Om de een of andere reden is die altijd meertalig (in dit geval in maar liefst 23 talen) en om dezelfde of een andere een of andere reden krijgen ze het voor elkaar lachwekkende mededelingen te doen. ‘De eerste keren dat u uw strijkijzer gebruikt, kan er een beetje rook en een onschadelijke geur vrijkomen.’ Behoedzaam twee T-shirts en een shirt gestreken en daarbij geen rook gezien of onschadelijke geur geroken. Wat een machine! Ook in het ouderlijk huis behoorde een strijkijzer tot de inventaris. Als je wilde weten of er gestreken kon worden spuugde je erop. Siste het dan was het oké. Maar hier gaat er een lampje branden als je ’m aanzet. Als het lampje uitgaat kan je beginnen met strijken! Het werd een waar strijkfestijn.


22-04-08. Vorig jaar kende ik een apart iemand die via een weblog al haar gemoedstoestanden wereldkundig maakte en zulks onder haar volledige naam. Toen ze melding maakte van een nieuwe betrekking, dacht ik: zo leren haar collega’s haar meteen goed kennen. Een eigen collega voert als weblognaam slechts haar voornaam maar doet er diverse afbeeldingen van zichzelf bij. Ze bericht over een onderhoud met de directeur, die zeer over haar te spreken is. Ook onthult ze de inventaris van haar tas: ze heeft altijd extra ondergoed bij zich, want je weet maar nooit. Tevens worden haar gynaecologische omstandigheden gepresenteerd: ze is permanent voorzien van een maandvoorraad aan Tampax, maandverbanden, inlegkruizen en wat er allemaal nog meer komt kijken bij de hygiënische verzorging van de derde oksel. Je krijgt de indruk dat ze dagelijks een hutkoffer naar kantoor zeult.


23-04-08. In de nacht van maandag op dinsdag werd ik wakker uit een droom die te ver voert om hier samen te vatten en die toen ik weer sliep gevolgd werd door een andere droom die me is bijgebleven. Hij werd vermoedelijk aangewakkerd door de dreigende opknapping van keukens, badkamers en toiletten die de huisbaas in petto heeft voor het woonblok waar ik in resideer. Dat gaat gepaard met waarschijnlijk onbeschrijflijk gehak (er zal sprake zijn van de eliminatie van tegels die tot op heden onlosmakelijk met de muur en de vloer verbonden zijn). In mijn droom kwam daar nog bij dat men besloten had aan de wanden van mijn woonkamer tegels aan te brengen, en in het kader daarvan zouden alle planken met alle boeken even verwijderd moeten worden. Zo’n droom kan toch maar beter bedrog zijn.


24-04-08. Logeerkat Loekie heeft het pand na vijf dagen vrijwillig verlaten. Dat is wel eens anders geweest: enkele vorige keren dat hij hier onderdak had genoten en bazin Esther hem weer kwam ophalen was hij snel de trap op gevlogen en had zich onder het bed verschanst en was zij onverrichter zake weer vertrokken. Hij is bij haar een buitenkat die er dagelijks op uit trekt, bij mij een binnenkat. Hier ligt hij beneden op een stoel of boven op de tv. In eigen huis is hij gewend laat te ontbijten, als logé zit hij als poes Duimpie me om zes uur wekt al klaar bij het voerbakje. Soms zoekt hij toenadering tot poes Gregor, die dan naar hem blaast – niet omdat ze lesbisch is (ze blaast ook naar Duimpie) maar omdat ze zeer aan haar privacy hecht.


25-04-08. Over mij zal niet in de krant geschreven worden dat mijn Porsche in beslag genomen is nadat ik er met 240 kilometer per uur mee over verkeersdrempels ben gevlogen – mede omdat ik niet in het bezit ben van een Porsche. Onderweg van Den Haag naar snelweg rijd ik over een weg waar je tachtig mag en daar houd ik mij aan. Op het laatste stuk van die weg mag je maar vijftig. Ik kreeg er twee keer een bon omdat ik zestig gereden had, sindsdien rijd ik er angstvallig vijftig, voorbij gezoefd door weggebruikers die dat niet doen, met vaak aan de achterbumper een vrachtwagen die door me heen wil. Kies daarom soms een andere route, binnendoor. Maar ook daar is het oppassen geblazen, wat ik op 26 maart niet deed: reed er zestig. Boete 27 euro.


26-04-08. Door de onkunde van de postbezorger moest ik een week geleden à tien cent per minuut bij de VARA om een nieuw exemplaar van het magazine verzoeken. Gisteren arriveerde er uit Vlaanderen een envelop waar ik geen smet aan kon ontdekken. Desondanks was er een plastic zak omheen gedaan waarop stond: ‘Tijdens de verwerking van de briefwisseling gebeurt het soms dat een zending per ongeluk wordt beschadigd. Dit is toevallig het geval geweest met de inhoud van deze omslag. Beste klant, in naam van De Post druk ik mijn spijt uit voor de onaangenaamheden die dit voorval zouden kunnen veroorzaakt hebben. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen, De Postmeester.’ Met daaronder een mogelijkheid tot heradressering: ‘Adres bestemmeling (enkel over te brengen indien onleesbaar op de ingevoegde envelop.’ Is het denkbaar dat TNT Post zich zo hoffelijk zou verontschuldigen?


27-04-08. Camiel Eurlings verschijnt altijd glunderend op tv, alsof hij permanent lol in het leven heeft maar als man met de hamer keek hij in het Journaal op het bezorgde af ernstig. Het ging dan ook om een zaak van leven of dood. We moeten allemaal een hamer bij ons hebben als we in de auto stappen, anders lopen we het risico te verdrinken als we in de plomp belanden. In mijn tijd waren automobilisten die een hamer binnen handbereik hadden afkomstig uit een volkse laag van de samenleving: ze hadden die hamer nodig om een verschil van mening met een andere weggebruiker te beslechten. Tegenwoordig heb je veiligheidshamers die eruitzien alsof je er geen deuk in een pakje boter mee slaat maar je kunt er wel je raam mee inrammen als je onderwater bent geraakt. Zeggen ze.


28-04-08. Volgens de jongste peiling wordt Circus Verdonk de tweede partij van Nederland – daar zal ze trots op zijn. Zolang Wilders de aandacht op zichzelf weet te vestigen zal ook hij het goed doen en zo raakt de weg vrij voor het kabinet Verdonk-Wilders, waarin gevochten zal worden om de portefeuille Vreemdelingenzaken. Maar het is te vroeg voor het schrikbeeld van malloten aan de macht. Er wordt bij zo’n peiling altijd gevraagd op welke partij men zou stemmen ‘als er nu verkiezingen zouden worden gehouden’. Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, zou er campagne gevoerd worden door alle partijen en was er in de media niet alleen wegens de waan van de dag aandacht voor Circus Verdonk of Circus Wilders, dan werden we ook getrakteerd op acts van Circus Balkenende, Circus Bos, Circus Rutte en de rest.


29-04-08. Bij de post zat van de week een krantje dat Politiepost genaamd is. Het is een huis aan huis verspreide uitgave met voorop prominent de tekst ‘Gepakt dankzij uw sms’je’ en daarbij afgebeeld een jongeman die door een lachende agent in de achtergreep genomen is en die door een lachende agente wordt aangezien. Ze zijn met z’n drieën ook op pagina twee te zien, alwaar in kleine letters tussen haakjes: ‘foto’s zijn in scène gezet.’ Als ze toch aan het ensceneren waren hadden ze net zo goed een jongeman van Nederlandse komaf als arrestant kunnen tonen maar kennelijk vindt men dat vooroordelen bevestigd moeten worden. Binnenin heeft Politiepost een overzicht van buurtinitiatieven. Dat van Loosduinen heet ‘Altus Global Alliance’ en heeft als belangrijkste doel: ‘de kloof tussen bevolking en politie te verkleinen’. Iedereen arresteren, zou ik zeggen.


30-04-08. Niet de gehoopte twee briefjes van tien kwamen er uit de geldautomaat maar een briefje van twintig. Dat moest natuurlijk gewisseld worden want met een briefje van twintig kan je op de braderie geen zaken doen. Een feest van herkenning als ik straks over de Loosduinse braderie wandel. Dezelfde troep als vorig jaar, afkomstig van andere aanbieders. (Veel mensen kopen zich wegens de lage prijzen helemaal suf aan wat ze eigenlijk niet nodig hebben. Er zit maar een ding op: het jaar erop zelf een laken op de grond leggen om het allemaal weer kwijt te raken.) Ik dacht er een keer een ontdekking te hebben gedaan. Een paar euro voor de eerste druk van Een roos van vlees, die was voor mij. Thuisgekomen zag ik op internet dat deze Wolkers ook niet veel meer waard was.


01-05-08. Op Koninginnedag raken mensen uit hun doen. Al in het Journaal van halfnegen ging het mis: een naar Friesland afgereisde verslaggeefster had het over een prins die er wel of niet (ik luister maar half naar dat soort non-nieuws) bij zou zijn: ‘De prins is geopereerd aan een buikoperatie.’ Een latere nieuwslezers berichtte over de aankomst van de ‘koonklijke familie’ in Friesland. Hier in Loosduinen viel er veel regen op de braderie. Ik maakte een rondwandeling toen het nog droog was en blikte in een doos die Tarzanstrips bevatte. ‘Alleen Tarzan?’ vroeg ik. ‘Wat zoekt u?’ was de wedervraag van de handelaar. ‘Wie zegt dat ik wat zoek?’ zei ik. Daar had hij niet van terug, behalve hoofdschudden. Waar je ook keek: troep. Als ik zelf dat soort troep uitgestald had zou ik onmiddellijk hard weggerend zijn.


02-05-08. De onophoudelijke afwisseling van zon en neerslag maakt dat de natuur haar kans grijpt. De balkontuin staat sinds een aantal weken volop in bloei en het wachten is op de wespen die op al dat groen af zullen komen en het balkonzitten tot een niet ongevaarlijke bezigheid maken. Wat groeit er zoal in mijn balkontuin? Dat is een vraag die ik met geen mogelijkheid kan beantwoorden maar nog veel lastiger te beantwoorden is de vraag hoe al dat groeisel op het balkon terechtgekomen is. Want geplant heb ik niets, alles is spontaan op komen bloeien, tussen de tegels vandaan. Onder die tegels zit beton, en dat voedt minder goed dan tuinaarde, zou je zeggen. Ergens is er een tak omhoog geschoten, met blaadjes eraan en wie weet straks ook bloemetjes. Vandaag zont het, dat wordt water geven.


03-05-08. Verandering van spijs doet eten, verandering van schrijver doet lezen. De afgelopen dagen was ik ondergedompeld in het oeuvre van Jane Austen: las alle zes romans van de Oxford Illustrated Jane Austen. Had zin om het lezen van negentiende-eeuwse grote Britten te vervolgen, er was nog een aantal delen van de Oxford Illustrated Dickens ongelezen, zoals Bleak House. Het werd een ander boek dat ik recent geadapteerd had gezien: Vanity Fair, van William Makepeace Thackeray. De tweedelige uitgave die ik heb duurt 876 pagina’s. Een geweldig boek, maar na 300 pagina’s wilde ik even weg uit de traag lezende negentiende eeuw en switchte naar Hold Tight, de nieuwe Harlan Coben, een vanoudse pageturner. Had toen ik ging slapen nog maar zo’n twee uur lezen te gaan – en het duurde verdomme twee uur voordat ik in slaap viel.


04-05-08. Het is de bedoeling dat we de dingen die we al hebben nog een keer kopen: wat op lp stond kochten we op cd, de voorbespeelde videobanden werden dvd’s. Vervolgens dienden we de cd’s te vervangen door kwalitatief betere sacd’s en dvd’s door Blu-rays. In dat laatste ben ik tot nu toe niet getrapt, wel heb ik sommige dvd’s die ik al had opnieuw gekocht, omdat er een nieuwe editie op de markt was gekomen die de moeite waard was: James Bondtitels met audiocommentaar van Roger Moore, Stanley Kubrickfilms met een extra schijfje vol documentaires. Een ultieme versie op vele schijfjes van Ben-Hur en Twin Peaks. Dat is allemaal nog enigszins te verdedigen. Maar dit niet: gistermiddag ontdekte ik in een dvd-stapel Wuthering Heights. Die had ik onlangs zonder het te beseffen voor de tweede keer gekocht.


05-05-08. Omdat ik er niet aan dacht heb ik om acht uur de doden niet herdacht. Ik zat geconcentreerd aan de pc en maakte daarbij gelukkig geen oneerbiedige geluiden waarmee ik de gevallenen in plaats van ze te herdenken zou hebben geschoffeerd. (Stil ben je natuurlijk nooit helemaal, gedurende de twee minuten dat je geacht wordt stil te zijn, er ontsnapt je een kuchje of een nies en als het heel erg stil is hoor je jezelf ademhalen.) In sommige onder het christendom ressorterende gemeentes was de dodenherdenking een dag vervroegd omdat men er van mening was dat de twee minuten stilte de zondagsrust zouden verstoren. Vandaag moet er bevrijding gevierd worden en dat doe ik ook al niet: het is een gewone kantoordag – tenzij het door mijn onnozelheid niet tot me doorgedrongen is dat we vrij hebben.


06-05-08. Je bent van huis uit socialist of je bent het niet: J.J. Voskuil koos de Dag van de Arbeid om dood te gaan. Je moet niet te lang wachten als er een schrijver van formaat overlijdt. Was nog niet toegekomen aan Claus en nu moet Voskuil alweer herlezen worden. Heb hem jaren geleden telefonisch geïnterviewd. Belde op goed geluk een Voskuil die in het Amsterdamse telefoonboek stond. Dame nam op, ik zei: ‘Ik wist niet of dit het goede nummer was, maar ik hoor dat u Nicolien bent.’ De schrijver kwam aan het apparaat, een bijzondere man, met rare fobieën: hij durfde bijvoorbeeld een bibliotheek niet in te gaan, zich in zo’n gebouw tussen de mensen te begeven – terwijl hij er geen moeite mee had in het kader van een optreden tegenover een bescheiden menigte te staan.


07-05-08. In een aflevering van een tv-serie van een paar jaar geleden zie je mensen een destijds geavanceerde cell phone uit de binnenzak halen – een kleine koelkast vergeleken met wat er momenteel gangbaar is aan formaten mobiele telefoon. Ze zullen nog eens zo klein worden dat je een kaasprikker moet gebruiken om een nummer in te toetsen. Sms’en is dan niet meer te doen. Het is mogelijk van een mobiele telefoon naar een vaste te sms’en, de boodschap wordt dan voorgedragen. Ze hebben daar een machine voor in dienst die de ingetikte tekst monotoon opzegt, waardoor die soms totaal onbegrijpelijk is. Die van gistermiddag was me volkomen duidelijk. Er kwam een gesproken sms mijn oor binnen van een onbekende die vermoedelijk een verkeerd nummer getoetst had: ik moest hem onmiddellijk op kantoor bellen. Heb dat maar niet gedaan.


08-05-08. Soms hebben mensen hard voor een sportevenement getraind en dan hopen ze dat ze genoeg getraind hebben – ik heb sinds zondag niet meer hardgelopen en hoop dat dat genoeg niet-sporten was. Er moet vandaag weer bloed gedoneerd worden en intensief sporten heeft een ongunstige uitwerking op het hb-gehalte in het bloed. De vorige donatiepoging was vergeefs, ik kwam enige tienden aan hb tekort. Ditmaal ben ik wat rigoureuzer ijzerhoudend gaan consumeren dan een aantal maanden geleden: in een paar dagen tijd bijna een complete pot suikerstroop uitgesmeerd over vele bruine boterhammen die ook flink van ijzer voorzien waren. Ontbijtkoek. Rode wijn. Zilvervliesrijst. Babi pangang. Cornedbeef. Cranberry drink. Handjes amandelen. Nog meer stroop. Mocht blijken dat mijn hb-gehalte toch te laag is dan kan ik me troosten met de gedachte dat ik flink wat kilo’s aangekomen zal zijn.


09-05-08. Onderweg naar de bloedbank reed ik een eindje om, langs Oud Eik en Duinen. Er was niets te zien van de uitvaart van Voskuil. Mijn moeder, die nabij woont, laat zich zo’n buitenkans niet ontgaan en was met rollator en hond Hendrik derwaarts getrokken. Ze arriveerde te vroeg. Er was buiten de poorten geen bankje waar ze op kon gaan zitten en omdat ze verzuimd had haar portemonnee bij zich te steken kon ze ook niet op het terrasje van een nabije frietkraam neerstrijken. Ik bevond me intussen bij de bloedbank, waar je een legitimatie moet tonen. Ik stak mijn rijbewijs richting baliedame. Ze probeerde het uit mijn hand te trekken, wat ik natuurlijk niet toestond. Het prikken in de vinger leverde een hb-gehalte van 8.3 op, het afnemen van een buisje 8.4: er kon gedoneerd worden!


10-05-08. Voor de ware liefhebber van boeken gaat er niets boven een goed geoutilleerde boekhandel – maar bestellen via internet heeft ook wel wat. Ik had de Engelse vestiging van Amazon opdracht gegeven een drietal boeken bij me af te leveren. Omdat niet alles op voorraad was, het verschijnen van twee boeken was vertraagd, zou de verzending in etappes geschieden. Ik kreeg het bericht dat een boek verzonden was, een dag erna waren beide andere in aantocht, geschatte afleverdag respectievelijk 9 en 10 mei. Ik zette gisterochtend een ligstoel op het voorbalkon om lui te gaan liggen lezen en zag de TNT-bestelbus voorrijden: daar was de Jane Austenbiografie van Park Honan. Drie uur later: de koerier van Selekt Vracht reed voor met twee delen P.G. Wodehouse. En zojuist werd een nagekomen bestelling bezorgd: The Host, de nieuwe Stephenie Meyer.


11-05-08. Je krijgt er huidkanker van, rimpels, een zonnesteek, uitdrogingsverschijnselen – jawel, de weerman had het juichend over het zalig zonnige weer dat ons is toegevallen. Het valt onder zulke omstandigheden niet mee om in slaap te komen en je wordt bovendien vroeg wakker, ik maak het al een aantal dagen mee. Gisternacht een paar keer voortijdig wakker geworden, dat kwam er ook nog bij. Eenmaal uit een droom waarin werd vooruitgelopen op de verbouwing van keuken, badkamer en toilet die aanstaande is. In de droom stond ik in de keuken en zag over de galerij een aantal lieden met een raam passeren. Even later liepen ze niet meer over de galerij maar bevonden zich in mijn keuken, waar algauw een gat in de vloer ontstond. De werklieden droegen uiterst smerig schoeisel waarmee ze modder op het gangtapijt aanbrachten.


12-05-08. Hardlopen was gisteren vroeg op de ochtend goed te doen, de zon was nog niet op krachten. Ik ging kalm van start: stoep af, straat overgestoken en woonerf op. Ik keek daar om en niet waar ik liep en struikelde en landde op de stenen – met mijn rechterknie, beide handpalmen en rechterelleboog. Bij zoiets is het handig als je vakkundig kunt valbreken. Ik leerde dat toen ik als zesjarige aan judo deed maar heb het geleerde nadien nimmer in de praktijk gebracht, zodat ik mijn handpalmen en elleboog openhaalde. Omdat ik geen pijn had nog even doorgelopen, toen besloten wat aan het vrijgekomen bloed te gaan doen: onder de douche de wonden gewassen. Er was geen jodium of Betadine in huis, wel iets homeopathisch van de dierenarts. Ik had me het begin van Moederdag heel anders voorgesteld.


13-05-08. Wisselen was spannend, weet ik nog. Een tand, een kies kwam los te zitten en je tong ging tekeer tot het ding losliet – en na een tijdje was je van je melkgebit verlost. Zweedse broodjes zijn lekker maar hard. Harder dan de kies die ’m gemalen probeerde te krijgen. De betreffende kies is rudimentair en bestaat grotendeels uit vulsel, niet van echt te onderscheiden. De jongste vulling raakte ik na een paar weken alweer kwijt. Door de confrontatie met het Zweedse broodje heeft het kiesrestant slagzij gemaakt, kon hem bewegen als een losse melkkies. En op den duur kon ik hem zelfs lostrekken, heerlijk. Er bleef nog wat overeind staan: een schroefje dat het vulsel bijeen moest houden. Maar dat had ik er met een schaartje ook gauw uit. Benieuwd of er een nieuwe kies gaat groeien.


14-05-08. Een bezoek aan Albert Heijn kan je eigenlijk geen sentimental journey noemen, maar ik was in de buurt waar ik opgroeide bij een leverancier van kattenbaksteentjes en ik besloot meteen levensmiddelen in te slaan. (Ik kwam al in het gebouw toen er nog een bioscoop in gevestigd was, het Rembrandt Theater.) Ze stemmen hun assortiment af op de behoeften van de klanten en die hadden kennelijk geen behoefte aan rijstbuiltjes want die waren sinds enige tijd niet meer leverbaar. Met een slechts half afgewerkt boodschappenlijstje naar mijn reguliere Albert Heijn, waar een pinstoring aan de gang was. De bedrijfsleider, die ging glunderen van belangrijkheid, zei dat we alleen op de ‘klassieke’ wijze konden betalen. (Hij bedoelde contant.) De pinautomaat voorbij de kassa’s deed het, dus daar werd de rij lang. Prettig, zulk oponthoud, als het tropisch is.


15-05-08. Het is een lange reis, van middelbare school naar middelbare leeftijd. Leuk van Hyves is dat je maar een naam hoeft in te tikken of je krijgt iemand uit het verleden in beeld. Daar had je haar op een foto. Ze zat op een stoel in de tuin en ik had zicht op haar benen. In onze tijd waren die benen zeer bewonderenswaardig geweest – dat konden wij weten want de mode was mini. Ze fietste in dezelfde richting naar huis als ik, die soms achter haar reed, hopend op een los van het zadel geraakt wapperend rokje. Al die jaren later waren de benen het aanzien veel minder waard en zijzelf zal in haar huidige staat niet gauw in mijn dromen opduiken, zeker niet mijn dagdromen. Ook ontluisterend: ze houdt tegenwoordig van Frans Bauer en Marco Borsato.


16-05-08. Een brief met non-nieuws en nog slecht Nederlands op de koop toe. Casema gaat samen met twee andere instituten en heet voortaan Ziggo. So what? dacht ik dan ook, toen ik de desbetreffende mededeling van algemeen directeur Bernard Dijkhuizen gelezen had. ‘Als abonnee van Casema willen wij u nu alvast persoonlijk informeren’ – daar staat dat een abonnee van Casema mij gaat informeren. Enfin. Vanaf vandaag andere adressen, bla bla bla. Adresgegevens staan op ‘het handige bijgevoegde stickervel’. ‘Plak de stickers op een voor u praktische plek, bijvoorbeeld in uw agenda, op de PC of in de meterkast. Zo weet u altijd hoe en waar u Ziggo kunt vinden.’ Blij toe dat ik elders een telefoonaansluiting heb: bij Ziggo spreken ze niet van ‘Telefonie’ maar van ‘Telefonie Z1’. Ben te oud om zulke aardverschuivende veranderingen aan te kunnen.


17-05-08. Dat was nog eens timing: op de dag dat de Journaals openden met de rare arrestatie van de cartoonist Gregorius Nekschot was een aflevering van Het uur van de wolf gewijd aan diens collega Bernhard Holtrop. Die kon en kan er ook wat van: het VARA TV Magazine vulde een pagina met een portretje van de als Willem tekenende Holtrop. Ter illustratie was er een spotprent uit 1968 van wijlen koningin Juliana, die was afgebeeld als een raamhoer met een prijskaartje van 5.200.000 gulden, zijnde het destijdse jaarinkomen van het staatshoofd. Het Journaal toonde een paar knap getekende cartoons van Nekschot waar ik me niet gekwetst door voelde. Zeer bedenkelijk, iemand oppakken wegens kwetsing. Hoe meet je gekwetstheid? Er voelt zich altijd wel iemand ergens gekwetst door en dus zou op elke artistieke uiting arrestatie kunnen volgen.


18-05-08. Het kan nooit kwaad om een tijdje niet naar een tekst te kijken: als je er dan weer naar kijkt sta je er fris tegenover en vallen je feilen op die je eerder niet opgevallen waren. Ik had het manuscript van Literaire giller begin februari voltooid en er pas twee maanden later weer een beetje naar gekeken – een beetje, want het ernaar kijken betrof het in de eigen print overnemen van de correcties en opmerkingen die Tieka in haar exemplaar had aangebracht. Dat waren er maar liefst tegen de dertig. Gisteren bestudeerde ik het hele manuscript nog een keer kritisch en bracht daarbij ongeveer honderdtien verbeteringen aan: allemaal stilistische, de tikfouten waren door Tieka al opgespoord. Belangrijker dan het aanbrengen van die bijna honderdveertig verbeteringen in het bestand was dat het manuscript als zodanig me nog beviel.


19-05-08. Was er in maanden niet op geattendeerd dat er een uitvaart op komst is – zeker als het zulk zomers weer is denk je er niet dagelijks aan dat alles wat je doet je naar de ondergang voert. Maar daar bevatte de brievenbox ineens weer een brochure met informatie over de CUVO-uitvaartpolis. ‘Leef met een zorg minder’ staat er voorop en of die ene zorg minder nog niet genoeg reden tot vreugde is wordt er ook nog een dolgelukkig gezinnetje afgebeeld: lachende jonge moeder, lachende jonge vader, drie lachende jonge kinderen. Ze gaan op den duur allemaal dood, maar dankzij de CUVO-uitvaartpolis wordt hun pret niet gedrukt. ‘We worden allemaal het liefst 100 jaar,’ gaat het op pagina 2 verder. Wie dat wil weet niets van het leven van een honderdjarige. Dan nog liever meteen de kist in.


20-05-08. Gaap. Gisteren weer aangehouden door de politie, het wordt saai. De enige variatie zit ’m in het soort agent. Was al eens tot stilstand gesommeerd door een wandelend duo en door een zich per surveillancewagen verplaatsend tweetal, ditmaal was het bereden politie. Een ruiter tuurde omlaag terwijl ik via het neergedraaide raam tegen hem opzag. Wat deed ik in de Grote Marktstraat? Ik kwam uit de garage gereden, legde ik uit. En met inwendig dolle pret toonde ik het geprinte schrijven van de gemeente. Een brief die ik desgevraagd aan de politie moet laten zien, het bewijs dat ik gerechtigd ben mij met mijn automobiel in de Grote Marktstraat te bevinden: omdat de Wagenstraat en de Gedempte Burgwal in zandbakken zijn veranderd is er geen andere mogelijkheid om in/uit de parkeergarage van de Achter Raamstraat te komen.


21-05-08. Voor het naar de ondergang leiden van je huisraad hoef je geen sterke jongens langs te laten komen: met katten kom je ook een heel eind. Wijlen kat Paling had bij leven en welzijn de gewoonte zijn nagels in het behang te zetten. Poes Duimpie is minder destructief aangelegd, zij scherpt haar nagels keurig aan de deurmat, waar dan ook niet veel van over is. Poes Gregor leeft zich graag uit op de vloerbedekking die de binnentrap bedekt: die was tot voor kort onverslijtbaar. In een eerder stadium richtte Gregor zich op de bank, die zij ietwat vilde en vervolgens van de vulling begon te ontdoen – dit alles uiteraard als ik uit de buurt was. Gisterochtend zelf de huisraadafbraak een boost gegeven door een kop Senseo om te stoten en geheel in de bank te laten lopen.


22-05-08. Als kinderen hielden we van variatie, dus volgde op de knikkertijd een toltijd en daarna was het tijd om te gaan touwtjespringen. Dat laatste kon ik niet goed, zodat ik het niet tot bokser schopte. Momenteel is het uitvaarttijd: alweer een attendering op de sterfelijkheid in de brievenbox. ‘Je staat er niet altijd bij stil’ staat erboven – prettig, zo’n aansporing er weer eens bij stil te staan. Een firma biedt voor 3495 euro een compleet verzorgde uitvaart aan. Ik ben nog nooit begraven of gecremeerd en weet dus niet of dat een gunstige prijs is. Dinsdagavond kwam buurvriendin Esther vertellen dat ze voor 5000 euro een vier jaar oude Suzuki Alto gekocht had. Dat is beduidend meer dan zo’n uitvaart kost maar als het goed is heb je van een vier jaar oude Suzuki Alto langer plezier.


23-05-08. De kogel is door de kerk en gaat vervolgens door mijn huis – als met die kogel tenminste een sloperskogel bedoeld wordt. (Mijn huis raakt niet ten prooi aan een sloperskogel, ik bedoel het figuurlijk gesproken – spreken in beeldspraak geeft vaak spraakverwarring.) Er lag een bericht van de verhuurder in de brievenbox: vanaf 30 juni wordt er werk gemaakt van de renovatie: keukenblok eruit, keukentegels eruit, badkamertegels (inclusief vloertegels) eruit, wc-tegels eruit, wc-pot eruit. Twee weken voordat de brekerij van start gaat krijg ik te horen wanneer ik aan de beurt ben, zodat ik maatregelen kan nemen: alles uit de keuken halen (koelkast! gasfornuis!), alles uit de badkamer halen (wasmachine! wasdroger!), alles uit de wc halen (wc-borstel!) Ze gaan gedurende acht werkdagen tekeer, vanaf ’s ochtends zeven uur. Als alles opgeknapt is ben ik zelf waarschijnlijk helemaal afgeknapt.


24-05-08. Omroepen hadden vroeger de onbegrijpelijke gewoonte om uitgezonden programma’s te wissen. Tegenwoordig gaat men zorgvuldiger om met wat er opgenomen is en dat geldt ook voor bewaarde oude opnames. De afgelopen dagen zeer genoten van The Prisoner (1967-1968) die dankzij de digitale oplapping oogt of er gisteren gefilmd is. Een uitzonderlijke serie, bedacht door hoofdrolspeler Patrick McGoohan, die haar tijd zo ver vooruit was dat ze vandaag de concurrentie met bijvoorbeeld Lost zou aankunnen. De dvd-box (hier niet verkrijgbaar, uit Engeland laten overkomen) bevat een boek van 288 pagina’s en bij de vele extra’s een documentaire van anderhalf uur. Zag daarin Peter Wyngarde terug, 74 jaar oud. Had indertijd als Jason King een uitbundig kapsel, een snor van jewelste en bakkenbaarden die zijn hoofd twee keer zo breed maakten. Nu: een grijs ringbaardje en verder volledig kaal.


25-05-08. Het is al kwalijk genoeg dat er in het Journaal buitensporig veel aandacht is voor sport, nu beginnen ook nog de randverschijnselen aan bod te komen. Philip Freriks is zeer bedreven in het zich verspreken, hij weet bovendien grollen in zijn teksten te verwerken. Zo ging het gisteravond over de Oranjekoorts die nog niet veel voorstelt en die hij dan ook ‘een lichte verhoging’ noemde. Ondanks dat er nog geen sprake was van een epidemie slaagde men erin een Oranje gekleurde straat in beeld te krijgen alsook enkele malloten die hun woningen die kleur hadden gegeven. Balkenende hoeft zich er geen zorgen over te maken dat de mensen negatief tegen de dingen aankijken: laat alle mesjokkenen hun huis en zichzelf oranje schilderen, geef ze een toeter om op te blazen en ze kunnen hun geluk niet op.


26-05-08. Over burengerucht gesproken. Sinds vorige week bekend werd dat de renovatie van het huizenblok aanstaande is, is er een geruchtenstroom op gang gekomen. Ik sprak een buurvrouw en die hoorde van een andere buurvrouw, die iemand kent die bij de verhuurder werkt, dat het pimpen van de huizen bedoeld is om ze in waarde te laten stijgen, zodat ze over tien jaar meer opbrengen als ze verkocht worden aan de gemeente, die ze vervolgens zal slopen. Dat is een grote opluchting: als dat waar is kan ik mijn huis helemaal uitwonen, het is niet meer nodig het in de oorspronkelijke staat op te leveren als ik verhuis. Voor de rest niets dan mogelijk leed: stel je voor dat het water gedurende meerdere dagen wordt afgesloten, dat je dagenlang niet onder de douche of naar de wc kunt.


27-05-08. Het valt niet mee om van je geld af te komen. Oké, de 963 euro’s die de fiscus van me wil hebben waren snel op een overschrijvingskaart ingevuld. Maar waar laat ik de munten? Groot en klein vielen bij de euro snel af: haast nergens worden biljetten van 100 of 250 euro geaccepteerd, bijna geen winkel heeft munten van 1 en 2 cent in de kassa. Ik heb nog twee rollen met elk 50 maal 2 cent. Die van 1 cent raakte ik kwijt bij toiletbezoek in Vroom en Dreesmann, waar de juffrouw van de retirade uit haar vel sprong toen ik 25 muntjes op haar schoteltje deponeerde. De rollen van 2 cent wilde ik inzetten bij het verzenden van een manuscript, maar de man van het postagentschap zei afwerend dat hij niet van het postkantoor was.


28-05-08. Mijn opa was geen liefhebber van televisie: wat had je daar nou aan, bewegende poppetjes? Toen de kleuren-tv in opkomst was en reclamemakers de aandacht vestigden op de verhoging van het kijkgenot die deze apparaten bij het volgen van voetbalwedstrijden bewerkstelligden, vond mijn vader dat het veel te druk was, voetbal in kleur. Maar het zwart-wittoestel begaf het en er kwam een kleuren-tv en de voetbalwedstrijden leidden in huiselijke kring niet tot overbelasting van het gezichtsvermogen. Nog altijd wordt er een verband gelegd tussen voortgeschreden techniek en het plezier dat er te beleven zou zijn aan het zien van voetbal. Teletekst meldde dat mensen een maandinkomen in een plasma-tv steken, om zo optimaal mogelijk van de wedstrijden te kunnen genieten. (Dat gaat gepaard met de aanschaf van een bierpomp, die al de kijkvoordelen weer teniet zal doen.)


29-05-08. Een scooter zou misschien uitkomst brengen: het wordt met de dag ingewikkelder en ondoenlijker om in Den Haag van A naar B te komen, laat staan van C naar D. Tot maandag ben ik gerechtigd met mijn auto over de Grote Marktstraat te scheuren, een gebied dat normaliter is gereserveerd voor hulpdiensten, voetgangers, fietsers en ik geloof ook scooters, maar dat tijdelijk tevens toegankelijk is voor particuliere motorvoertuigen met meer dan twee wielen (mijn Peugeot heeft er vier). De zijstratige zandmassa’s zijn nog lang niet met asfalt bedekt, benieuwd hoe de situatie maandag is. Intussen is de Oude Haagweg deels afgesloten wegens het aanleggen van kuilen. Moest gisterochtend omrijden via de Laan van Meerdervoort en dacht te kunnen sluipen over de Mient, maar kwam daar voor een wegversperring te staan. (De Oude Haagweg blijft zes weken onbegaanbaar.)


30-05-08. Tegenwoordig gooi ik reclame van dealers ongelezen weg. Dat is wel eens anders geweest. Ik was een jaar of twaalf en vulde bonnen in die ik naar een antwoordnummer stuurde, waarna er een dikke envelop arriveerde vol bijvoorbeeld folders van duurdere types Mercedes Benz. Mijn vader werd een keer gebeld door een dealer, die informeerde of hij zin had in een proefrit met zo’n dure Mercedes. Mijn vader had al een oude Wartburg (1964). Dat was er een met stuurschakeling die reed op mengsmering (olie bij de benzine) omdat de motor tweetakt was. Als je harder dan tachtig reed kon je vanwege de herrie geen gesprek voeren. Het was met die auto mogelijk terug te schakelen zonder te ontkoppelen: toen we hem naar de sloop reden probeerde m’n vader of opschakelen ook zonder ontkoppelen ging. Het ging.


31-05-08. Meer dan tien uur bezig geweest met het turen op de tekst van de Gids Boek en Jeugd 4-12, die over een paar maanden zal verschijnen. Had al snel in de gaten dat het een aardige klus zou worden: deed een uur over de eerste zeventien pagina’s. Het was monnikenwerk en dat is iets waar ik op den duur lol in krijg. Ooit kreeg ik een Engelstalige tekst te corrigeren die gescand was. De gescande tekst had ik niet op papier ontvangen maar stond op het scherm. Het scannen stelde in die tijd kwalitatief niet veel voor. De letter l kon erdoor in het cijfer 1 veranderen, een m was soms een n, en stond daar nou een e of was het een c? Een normaal mens zou wanhopig worden, ik genoot van het speuren naar fouten.


01-06-08. Zag de afgelopen dagen een aantal afleveringen van The Saint, uit 1962. Daarin paffen Roger Moore en zijn mede- en tegenspelers er flink op los. Om niet te detoneren stak ik af en toe een sigaar op. Ik onderbrak het kijken en het roken om kennis te nemen van het RTL Nieuws. Daarin een item waaruit bleek hoeveel er in 46 jaar veranderd is: op 1 juli gaat het rookverbod in de horeca in en velen die een drankschenkerij drijven zijn daar niet op voorbereid. Als mensen niet kunnen roken, drinken ze meer. Let op, dat zal op termijn leiden tot een drankverbod in de horeca. Wat het rookverbod aangaat werd er alvast gewaarschuwd voor de overlast van rokers die dan maar buiten de kroeg zullen gaan roken. Zouden ze daarbij meer rook uitstoten dan passerende auto’s?


02-06-08. Ik liet een keer in de sigarenwinkel het net gekochte doosje Hajenius Panatella uit mijn handen vallen. Ik wist dat de vijf sigaren verloren waren en ook dat de verkoper daar achter mijn rug pret om moest hebben. Een sigaar moet ongeschonden zijn, een gaatje erin en hij is onrookbaar. Haalde een tijdje terug bij een benzinestation een doosje Oud Kampen Amadeus. Thuis ontdekte ik dat drie van de vijf lek waren. Ben niet iemand die dan terugkeert en met zijn vuist of iets anders op de balie slaat (zeker niet met iets anders). Kocht er zaterdagavond Amadeus en Delicatesse, die bij inspectie ongeschonden waren. De kassabon gaf slechts de 4,80 van de Amadeus aan – maar na aanvankelijk inwendig juichen (ha, de miskoop van de vorige keer goedgemaakt!) zag ik eronder het gepinde bedrag van 12,80 staan.


03-06-08. In een aflevering van The Saint uit 1962 loopt Roger Moore in een zwembroek die tot boven de navel reikt – het modebeeld wat badkleding aangaat is sindsdien zeer veranderd. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat de navelbedekkende zwembroek binnenkort een rentree zal maken, andere soorten kleding kennen een kringloop. Zo mailde dierbare vriendin Tieka dat ze een mooie nieuwe broek met wijde pijpen had gekocht. In mijn jonge jaren waren zulke flairs ook aan de orde van de dag. Ik bezat onder meer een wit exemplaar dat tot aan de knie zeer strak zat en daaronder uitwaaierde tot 27,5 cm, waardoor mijn schoenen aan het zicht onttrokken werden. Ik droeg als zestienjarige ook glimmende shirts, zodat mijn zevenjarige zusje een popster in me zag. Ben benieuwd of na de wijde pijpen ook de glimmende shirts zullen terugkomen.


04-06-08. Vorig jaar vergaarde ik zoveel mogelijk exemplaren van het erbarmelijk belabberde geschenkboekje omdat daarin een kortingsbon van de NS zat. Deze Maand van het Spannende Boek is het anders geregeld: je krijgt zo’n kortingsbon in de bibliotheek, bij lening van een spannend boek. Dat ging maandag zomaar niet. Op de romanafdeling van de Bibliotheek Den Haag met een spannend boek naar de balie. Dame aldaar wist van niets. Bij de benedense uitbalie waren ze beter geïnformeerd: de eerste kortingsbon. Op naar vestiging Loosduinen en de informatiebalie voor een kortingsbon. ‘Leent u een boek?’ ‘Een spannend boek!’ ‘O, dat maakt niet uit.’ Tweede kortingsbon! Gisteren weer naar de Centrale. Dame aan de uitleenbalie gaf me twee kortingsbonnen! ‘U bent te aardig.’ ‘In je eentje op reis is niet leuk.’ ‘O, u wilt mee!’ En toen weer naar Loosduinen.


05-06-08. Soms heb je zin in amusement en dan lees je een brief van de Postbank. Gisteren kwam er weer een van drs. V.P. van den Boogert MBA, een oude bekende voor regelmatige lezers van deze rubriek. Hij is nog altijd doctorandus, zeker geen tijd om aan zijn dissertatie te werken. Moet de hele dag brieven schrijven! Hij herinnerde eraan dat mijn overschrijvingskaarten bijna op zijn. ‘In het verleden ontving u dan automatisch een nieuw boekje.’ Dat zal dan wel niet meer zo zijn. V.P. wil weten of ik een nieuw boekje wil ontvangen: dat kost namelijk 5 euro. Behalve voor wie zoals ik een Betaal- of Royaalpakket heeft. Dan is het gratis. Als ik een nieuw boekje met overschrijvingskaarten wil ontvangen, dan hoef ik niets te doen. Dat ontvang ik dus automatisch. Net als in het verleden.


06-06-08. Voetbal is niet alleen oorlog, het is ook handel. We moeten naar de supermarkt om bij de kassa oranjekleurige hebbedingetjes te ontvangen. Bij Blokker en andere winkelketens kunnen we terecht voor oranjekleurige lakens en oranje toeters om op te blazen. Het macaberste tot nu toe kreeg ik gisteren in de bus: een wedstrijdschema van alle deelnemende landen. Erboven staat: ‘Volg het EK met NIVO’ – en NIVO is van de uitvaartverzekering, zoals achterop uitgelegd wordt. Ik zie voor me hoe dat zal gaan. Man krijgt na gemiste penalty hartstilstand. Vrouw: ‘Gauw, gauw, de kalender! Daar staat het nummer van NIVO op!’ Commotie in huis. Vrouw belt NIVO. Medeweker NIVO: ‘Mevrouw, kijkt u eens op onze kalender. Wat dacht u van vrijdag de crematie?’ Vrouw: ‘Nee, cremeren op vrijdag komt niet goed uit, dan is er ’s avonds Nederland-Frankrijk.’


07-06-08. Balkenende bij Bush – hij deed me denken aan de boerenknecht die aan de burgemeester het eerste kievitsei mag aanbieden. Boerenknecht praat onverstaanbaar in voornamelijk medeklinkers, burgemeester hoort hem minzaam glimlachend aan. Balkenende praat al niet prettig Nederlands, zijn Engels is helemaal rampzalig. Bush kent Balkenende nauwelijks. Bij een vorige gelegenheid verwelkomde hij de hoge gast uit Nederland met: ‘Hello, friend,’ ditmaal zei hij na diens dankwoorden: ‘Thank you, sir.’ Om een goed beeld van de verhoudingen te krijgen moet je eens op een wereldbol de afmetingen van Nederland en de Verenigde Staten vergelijken. De premier had de president geadviseerd de gevangenis op Cuba te sluiten. Het was een ‘openhartig’ gesprek geweest. (Een ‘frank discussion’, zou Bush het genoemd hebben.) Teletekst maakte geen melding van de sluiting van de gevangenis. Misschien is Bush het openhartige gesprek alweer vergeten.


08-06-08. Over Oranjegevoel gesproken – hoe zouden de Oranjeklanten zich voelen? 30 april was als elk jaar een mogelijkheid om hossend de verbondenheid met het Koningshuis te kanaliseren, vijf weken later twee slagen in het gezicht. Eerst HP/De Tijd met een aardig verhaal over Juliana, die op geheel eigen wijze uiting gaf aan haar excentriciteit door geen spier te vertrekken als haar hondje in bijzijn van ministers op het tapijt kakte. Daags nadien de onthulling in NOVA over haar mindere helft, die een erfenis van minder dan een ton wist op te krikken tot een miljoen. Daar zou ik graag van meepraten: familie van vaderskant behoort tot de erfgenamen van rederes Neeltje Pater, over wier erfenis al honderden jaren gebakkeleid wordt. Het schijnt om enige miljarden te gaan, vele families maken aanspraak. Ik zal de regering maar eens inschakelen.


09-06-08. Een paar dagen geleden landde er een bericht van Vera in mijn mailbox, dat aldus begon: ‘Rot toch op man! Jij weet echt geen ene zak van mij!’ Wat ze me voor de voeten wierp was zeker waar: ik wist inderdaad geen ene zak van haar. Ik had zelfs nog nooit van haar gehoord. Verder lezende zag ik dat ze zich niet tot mij richtte maar tot een ander die geen ene zak van haar wist: het betrof een maandenlange correspondentie tussen hen, beginnend met een bericht waarin ze hem verzocht haar mail te checken en om dat makkelijker te maken haar wachtwoord noemde. Ik mailde terug dat ze dat wachtwoord moest wijzigen, stel je voor dat ook anderen het ontvangen hadden. Dat was inderdaad het geval: de via Hyves verstuurde mail was naar 600 mailboxen gegaan.


10-06-08. De telefoon gaat vooral als ik boven ben (de telefoon staat beneden). Een paar dagen geleden nam ik op en hoorde een man zeggen: ‘Met ... van Nuon.’ Colportage! Ik verbrak zonder enig woord de verbinding. De volgende dag, ik was boven aan het werk, ’s ochtends de telefoon. Een dame: ‘Met ... van Nuon’ – opnieuw onmiddellijk opgehangen. Ze probeerde het seconden later nog een keer, met hetzelfde resultaat. Ik was ’s middags op pad en zag bij terugkeer aan de nummerherkenner dat er iemand gebeld had, een onbekend nummer, ‘out of area’. Hm, waarschijnlijk weer Nuon. ’s Avonds moest ik de binnentrap opnieuw afdalen. ‘Hallo?’ ‘Met .... van Nuon.’ Vroeger kon je de hoorn op de haak gooien, bij moderne telefoons alleen een knopje indrukken. Dat bevredigt niet, dus ik riep: ‘Sodeflikker op met dat Nuon!’


11-06-08. Beter kan je het als schrijver niet hebben: een aanbeveling van een collega op je boek. Zo zegt Michael Palin over A Liar’s Autobiography van mede-Python Graham Chapman: ‘It wil be so staggeringly popular that Graham may very likely be made Pope.’ Soms maakt de hoffelijkheid een roekeloze indruk: op de pocket Pig Island van Mo Hayder staat een enthousiasmerende quote van Karin Slaughter: ‘The most terrifying thriller you’ll read all year’ – niet zo snugger opgemerkt van iemand die zelf elk jaar een thriller op de markt brengt. Bij de bieb leende ik de dvd Dark Water, door de Volkskrant een ‘nagelbijter’ genoemd. Ik wachtte tot het donker was om de engheid te maximaliseren maar ik zat tijdens het kijken geen moment in angst. Vrouw loopt continu over verlaten galerijen maar ze komt er geen chainsawzwaaier tegen.


12-06-08. Er kwamen bij de Consumentenbond in een dag tijd 2500 klachten binnen over Ziggo. Nog veel meer mensen moeten klachten hebben want niet iedereen zal weten dat de Consumentenbond een oproep heeft gedaan om klachten in te dienen. Het leuke van zoiets is dat er enorme bedragen worden uitgetrokken om dat bedrijf op een positieve manier onder de aandacht te brengen en dat al die moeite met een enkel persbericht van de Consumentenbond teniet is gedaan. Ik heb hun juichende reclame hier nog liggen – Casema wordt Ziggo! staat erboven. Dat is niet zomaar een aankondiging, dat is vanwege het uitroepteken een juichkreet die misplaatst gebleken is. Net zo misplaatst als: ‘Doen zich toch problemen voor, dan vertrouwen we op uw begrip. Wij doen er in dat geval alles aan om het zo snel mogelijk op te lossen.’


13-06-08. Koken is een lastig karwei waar veel mensen op den duur aan bezwijken. Omdat de medische wetenschap voortschrijdt en meer en meer voorheen dodelijke kwalen weet te genezen, zou het me niet verbazen als op den duur ‘geen zin in koken’ doodsoorzaak nummer een wordt. Soms valt er aan koken niet te ontkomen en dan doe ik aldus: een builtje zilvervliesrijst plus een blikje goulash of gehaktballetjes in satésaus plus een hoeveelheid ijsbergsla extra. Het bereiden duurt tien minuten maar dan heb je ook wat. Gistermiddag vulde ik een pan met water en haalde de ijsbergsla uit de koelkast – en ontdekte dat ik geen goulash of gehaktballetjes in satésaus had. Het werd daarom de magnetron: een maaltijd Hollandse hachee met rode kool en aardappelpuree. En daaroverheen de ijsbergsla. Vanavond een maaltijd bladspinazie uit de magnetron. Met ijsbergsla.


14-06-08. Het zijn 493 pagina’s maar het zijn grote letters en het verhaal heeft vaart, dus ik had Pig Island van Mo Hayder snel uit: ’s morgens begonnen, aan het begin van de avond klaar. Het werd tijd ook, de Maand van het Spannende Boek is al een halve maand aan de gang en ik was tot nu toe vooral bezig met het lenen van spannende boeken bij de bieb om zoveel mogelijk NS-kortingskaarten te vergaren – geleende boeken bracht ik de volgende dag ongelezen terug. Is het inderdaad ‘the most terrifying thriller you’ll read all year,’ zoals Karin Slaughter aanprijst? Dat kan ik pas zeggen als ik Dark Horse en The Alibi Man (Tami Hoag) gelezen heb, The Poe Shadow en The Dante Club (Matthew Pearl) en De Chinees (Henning Mankell). De maand duurt nog maar twee weken!


15-06-08. Gewoon een zondagskind was kennelijk niet ongewoon genoeg: ik werd bovendien op Vaderdag geboren. Ook mijn vijftigste valt op vaderdag. Ik herinner me dat mijn elfde verjaardag op die dag viel en dat ik dacht dat het een elfjarige cyclus was maar dat was niet zo. Hoe zou het voor mijn vader geweest zijn om op Vaderdag vader te worden? Ik kan het hem niet meer vragen, mijn vijfentwintigste verjaardag was de laatste die hij levend meemaakte, vijf maanden later stokte zijn hart en hield hij op met leven, zesenvijftig jaar oud. Ouderdom komt met gebreken maar ik werd vanmorgen fitter wakker dan op mijn veertigste verjaardag het geval was. De dag voor die dag had ik in Leiden een marathon gelopen. Zo meteen ga ik hardlopen – maar geen marathon, dat soort uitsloverij is voor de jeugd.


16-06-08. Het komt bijna zo zelden voor als het voorbijkomen van de komeet van Halley. Ik was op Vaderdag geboren en vierde ook mijn elfde verjaardag op die dag. Dacht toen dat het een elfjaarlijkse cyclus was maar dat was als gemeld niet zo. Ontving gisteren van Esther een schoenendoos ten geschenke die geen schoenen bevatte maar behalve een luxueus brok chocola acht blikjes bier van acht verschillende merken, bedoeld om door het vergelijken van de bieren mijn smaak te verfijnen. Dat was lief maar ook een onmogelijke opgaaf: als je vijftig geworden bent stellen reuk- en smaakvermogen niets meer voor. (Hoge tonen dito: luidsprekers die de 20.000 hertz halen zijn aan mij niet meer besteed.) Ik kan rode wijn nog wel van witte onderscheiden (niet alleen door de kleur), tussen soorten rode wijn proef ik nauwelijks verschil.


17-06-08. Als je te horen krijgt dat je twee jaar langer te leven hebt is dat goed nieuws, als je hoort dat je twee jaar langer moet werken is dat even slikken. Ik heb collega’s uitgezwaaid die op hun zevenenvijftigste vervroegd uittraden en dus toen al op hun luie reet konden gaan zitten, als ik voordien niet bezwijk zal ik tot mijn zevenenzestigste in het harnas moeten blijven. Er is iets voor te zeggen. Vroeger waren mensen op hun vijfenzestigste stokoud, morgen wordt Paul McCartney zesenzestig, ik zag hem onlangs nog uiterst vitaal op het podium staan. Maar niet in alle beroepen blijf je kwiek: mensen van boven de vijfenzestig moet je geen straten laten maken. Op kantoor kun je als vijfenzestigplusser waarschijnlijk wel blijven rondsloffen – maar of er veel werk uit je handen komt valt te betwijfelen.


18-06-08. Al aan de hand van een vingerafdruk bij Albert Heijn betaald? Ik heb te veel historisch besef om aan zoiets te beginnen. In de film Diamonds are Forever (1971) bezoekt James Bond een Amsterdams grachtenpand en doet zich bij de daar wonende Tiffany Case als diamantsmokkelaar voor. Zij vertrouwt hem niet onmiddellijk en controleert de vingerafdruk die Bond op een glas heeft achtergelaten. Dat ziet er zorgwekkend uit voor Bond, ware het niet dat Q Bond heeft voorzien van een afneembare valse vingerafdruk, zodat hij Tiffany’s vertrouwen wint en later in de film bij haar in bed belandt (Bond, niet Q). Het is dus niet alleen mogelijk om met een gefingeerde vingerafdruk bij Albert Heijn levensmiddelen af te rekenen, je moet er ook op bedacht zijn dat onverlaten zich meester maken van de vingerafdrukken die je achterlaat.


19-06-08. Tegen de natuur leg je het af, dus als er tussen de tegels op mijn voorbalkon spontaan dingen ontspruiten bemoei ik me er maar niet mee. Er ontstonden bloemen en ook iets takkigs waar groene bladeren uit kwamen en dat oprees tot boven de balkonrand. Mijn zus was van mening dat het een esdoorn in wording was en sprak een waarschuwing uit. De wortels hadden de tegels al opzij geschoven en zouden het beton kunnen doen rotten – zelf zag ik het balkon al van mijn huis lazeren. En dus de verwoester met wortel en tak losgetrokken. Ik wachtte tot het donker was, zeulde de boom door woonkamer en gang, opende de voordeur en zeilde ’m de donkere diepte in richting het groen op de begane grond. Als de esdoorn er wortel schiet gaan de benedenburen wat beleven!


20-06-08. Het leed is een paar weken uitgesteld en dus nog lang niet geleden. De vernietigende renovatie die ik ga meemaken (keuken, badkamer en toilet worden ontmanteld) gaat eerst in een ander woonblok gebeuren. Ik vernam dat van een voorlichtingsdame die wekelijks in een modelwoning spreekuur houdt. Ze kondigde meteen ook aan dat er in september schilderwerk gaat plaatsvinden: een uitstekende manier om van mijn resterende vakantiedagen verlost te worden. Volgend jaar gaat dan nog alles in de steigers en wordt de gevel gezandstraald. Een rumoerige bedoening, zodat ze er ongetwijfeld om zeven uur ’s morgens mee beginnen. Een paniekerige buurvrouw kwam ook op het spreekuur en verliet dat volkomen overstuur. In de modelwoning was nog geen modelkeuken te bezichtigen! Nu wist ze nog steeds niet hoe de kleuren die ze besteld had in het echt oogden! Prozac!


21-06-08. Had De Chinees van Henning Mankell uit en ging donderdag verder met Dark Horse van Tami Hoag. Meende dat ik door het boek (557 pagina’s) heen zou racen maar er waren onderbrekingen en om middernacht had ik nog een lange leesweg te gaan. Ik was fit, het verhaal was spannend, ik hoefde er niet vroeg uit: ik las door. Zo tegen halfdrie de trap af voor een kop koffie en tevreden uit het raam gezien dat heel Loosduinen sliep. Om halfvier had ik de thriller uit en kon ik me bij de rest van Loosduinen aansluiten. Maar dan. Uur later wakker geworden uit droom, uur later nog een keer en ook nog door de zich roerende natuur (zingende vogels) gewekt. Stond gisteren te laat op, zodat het met The Alibi Man van Tami Hoag weer nachtwerk werd.


22-06-08. En het bleef nog lang rustig op straat (afgezien van het halve minuutje vuurwerk dat uit frustratie afgestoken werd). Had me ingesteld op een avond van lezen met hindernissen: de concentratie om de zoveel tijd kwijtraken door het rumoer dat zou volgen op een Nederlandse treffer. Dat rumoer klonk maar een keer. Er was in de buurt geen openbare uitzending van de wedstrijd, een raadsel hoe ze het klaarspeelden seconden na een doelpunt met toeters op straat te staan. Misschien was het een kwestie van het raam openschuiven en naar buiten blazen. Hoe moet het verder met al die in oranje gehulde figuren die zich voorgenomen hadden tot na de finale op een toeter te blazen en op en neer te springen? Het is een eind rijden, terug naar Nederland. Zeker als je de pest in hebt.


23-06-08. Het is als de bejaarde schaatser Ard Schenk die na veertig jaar besluit nog een keer mee te doen met de Olympische Spelen. De kritiek op Ik Jan Cremer : Derde Boek was niet mals en het zal niet meevallen daar nog een bestseller van te maken, laat staan een onverbiddelijke. Er was ook waardering, bijvoorbeeld voor de inderdaad fraaie eerste zin: ‘Ik schreef een boek, en zou met dat boek wereldberoemd worden.’ Herlas gisteren het stuk over Cremer dat Willem Frederik Hermans opnam in Klaas kwam niet. Hij bespreekt Cremers Logboek en heeft waardering voor de schrijfstijl van Jan: ‘Cremer is een heel opmerkelijk stilist, hij vergist zich nooit in zijn beeldspraak.’ Hermans citeert het essay De Jan Cremer Mythe (1972), waarvan de eerste zin luidt: ‘Ik schreef een boek, en werd met dat boek wereldberoemd.’


24-06-08. Seks is een heel gedoe maar een makkie vergeleken bij schrijven erover. Als je de puberteit ontwassen bent lees je een beschrijving van gekrik niet meer met rode oren en soms schiet je erbij de lach, wat de bedoeling van de auteur niet geweest kan zijn. In zijn derde Ik schrijft Jan Cremer: ‘Kreunend en gillend zocht ze haar hoogtepunt.’ De dame was kennelijk buiten zinnen geraakt omdat ze dat hoogtepunt nergens kon vinden. En even verderop: ‘Ze vlijde zich achterover op mijn rode bank en tastte voorzichtig met de namaakpik haar robuuste schaamlippen af op zoek naar de opening. Toen ze het gat eenmaal gevonden had was er geen houden meer aan.’ In de eerste zin is dat ‘voorzichtig’ potsierlijk, in de tweede prikkelt het ‘eenmaal gevonden’ de lachspieren: alsof er een enorme zoektocht ondernomen werd.


25-06-08. Achilles had zijn hiel, ik heb mijn grote teen (de linker) en de nagel die erop groeit. Mijn eerste halve marathon liep ik op kort tevoren aanschafte Nikes die in de winkel als gegoten zaten. Maar tijdens het rennen van een grote afstand zet de voet uit: bij het bereiken van de finish voelden mijn voeten niet meer zo prettig aan. De nagel van de grote teen (de linker) werd blauw en toen bruin en viel er toen af. Er zat gelukkig een reservenagel onder. Zaterdag ontsealde ik een zespak bier en legde de blikjes in de koelkast. Bij vijf daarvan lukte dat, het zesde liet ik uit mijn hand vallen, het viel op de al zo geplaagde ongesokte teen (de linker). Een blikje Dommelsch. Drommelsch! Ik was te verbouwereerd om te vloeken of au te roepen.


26-06-08. In Dr. No treft James Bond in bed een ongunstige spin aan. Het zweet gutst terwijl hij uit bed weet te komen en het dier onschadelijk maakt. Zoiets had ik gisternacht ook. Je ligt te lezen, het is donker, het raam staat open en al wat vliegt wordt aangetrokken door het licht van de bedrandspot. Zo ook die mot (als het dat was). Heb lang geleden in de badkamer een hagedis aangetroffen, ontsnapt bij een benedenbuur, dus je zou denken: ach, een mot. Maar ik schoot panisch overeind en voelde de hartslag pas afnemen toen ik hem doodgemept had. In Dr. No hakt Bond met een schoen in op de al dode spin, ik deed hetzelfde met een krant ten opzichte van de uiteengevallen mot. Bond ging aansluitend in de badkamer braken, ik gewoon verder met lezen.


27-06-08. Het zal je werk maar zijn, lukraak mensen opbellen op een tijdstip dat het ze niet schikt over een onderwerp dat ze niet interesseert. Je kunt ze herkennen aan de nummerherkenner, die het nummer van de beller niet herkent. Ik neem op met ‘Hallo?’, de beller noemt zijn/haar naam plus het bedrijf en dan druk ik op de knop die de verbinding verbreekt. Woensdagavond trof ik een hardleerse jongedame. Ik zei ‘Hallo?’, zij noemde haar naam en firma en ik verbrak de verbinding. Twee seconden later was ze er weer. ‘Waarom hing je op?’ Ze had het nog niet gezegd of ik had alweer opgehangen. Seconden nadien probeerde ze het opnieuw: ‘Waarom hing je op?’ Ik zei niet waarom maar deed het opnieuw. Toen gaf ze het op. (Vraag me af of het wel een colportrice was.)


28-06-08. Er wordt veel energie verspild aan zinloos geklets. Het ergst van Nelson Mandela’s verjaardagsfeest waren de sprekers die elkaar in hun loftuitingen probeerden te overtreffen. (Hij was onder meer de grootste man die ooit op aarde heeft rondgelopen.) En dan de Nederlandse commentatoren, die onnutte informatie verstrekten en als het zo uitkwam gewoon door het begin van een act heen lulden. Schakelde na afloop van de spetterende set van Queen (en Paul Rodgers) over naar de BBC voor drie uur Glastonbury – en daar had je alweer twee van die commentaar leverende types die niks zinnigs te melden hadden! En dan ook nog van The Fratellis niet meer dan het feestnummer Chelsey Dagger in beeld brengen! Momenteel zijn de Kings of Leon al twintig minuten aan de gang, dus als het zo doorgaat wordt het een geweldige kijknacht.


29-06-08. Vroeger hoorde je er niet over als een bekend persoon zichzelf aan het ondermijnen was met drank en middelen. Als het onverhoopt uitlekte was het gebruikelijk om zulk gedrag als tragisch en treurig te beschouwen. Er kwam een periode dat overmatig gebruikers het de pers zelf maar lieten weten als ze voor een ontgifting een kliniek bezochten. Tegenwoordig is dat geen nieuws meer en wordt er uitgezien naar het moment waarop het bekende persoon ten onder gaat. De afgelopen dagen kreeg Amy Winehouse dat te verduren: voordat ze achtereenvolgens op het feestje van Nelson Mandela en op Glastonbury het toneel betrad hoorde je de commentatoren kwijlend speculeren: zou ze komen opdagen? Op tijd? Of toch een overdosis? Amy kwam en zong. Haar mededelingen tussen de nummers door waren niet altijd coherent – maar ze was er en zong.


30-06-08. Er komen in oktober pas werkers om onder meer de keuken te lijf te gaan, maar ik ben alvast begonnen. De luxaflex hing daar al veertien jaar, ik dacht: weg ermee. Kon de schroeven waarmee destijds bevestigd was niet onmiddellijk vinden, maar dat was bij met geweld lostrekken niet van belang. Het houtwerk rond de ramen geschuurd, geplamuurd en gegrond – dat kan ik dan nog wel. Ik had een jaar of vijf geleden een nieuwe voordeur gekregen (niet voor mijn verjaardag) en daarvan moest de binnenzijde nog geschilderd worden – kon in een moeite door. Weet je wat: de keukendeur aan de voor- en achterkant ook maar doen. En de deur van de meterkast. En die van de gangkast. Gistermiddag zat er overal olijfgroene zijdeglans op. Vandaag ga ik vermoedelijk dingen met de gangmuur en het plafond doen.


01-07-08. Op de kleuterschool beleefde ik veel plezier aan postkantoortje spelen, dus toen ik hoorde dat de postkantoren gesloten gaan worden, vond ik dat erg zielig voor al die mensen die hun brood verdienen met postkantoortje spelen. En dan de dienstverlening waaraan een einde kwam! Maar dat viel mee: ik kan post aanbieden bij een Brunafiliaal en daar sta ik minder lang in de rij dan soms in een postkantoor. Gisteren kocht ik bij zo’n postkantoor een kaartje voor het North Sea Jazz Festival, ook bood ik een envelop ter verzending aan. De balieman zei dat er twee postzegels van 44 op moesten: ik kon een postzegelsetje kopen. Ik zei dat er bij het postagentschap voor me gefrankeerd werd. ‘Wij zijn geen postagentschap.’ Dienstverlening? Op zaterdag kan ik op het postkantoor tot halftwee terecht, bij Bruna tot halfzes.


02-07-08. Gaat er wel eens wat mis als je aan het schilderen bent? Ja, hoor. Maandagavond was ik met het gangplafond bezig en liet de kwast vallen, die vol op mijn linkerwang terechtkwam. Gisteravond waren de ongedekte gangplekken aan de beurt, zoals het gebied om de lamp, die ietsje van het plafond hangt. Kon er met een dunne kwast net onder, maar niet helemaal. Besloot de lamp los te schroeven. Dat moest mogelijk zijn, want er zat een schroefje in. Na twee wentelingen viel de schroef eruit en bungelde de lamp aan draden. Vijf minuten zoeken naar gevallen schroef, kwartier peinzen over het opnieuw bevestigen. (Eigenlijk had de stroom uit gemoeten, maar er stond een cd op.) Kreeg de schroef er na veel vloeken en puffen in – het was bijna dertig graden maar de gevoelstemperatuur lag stukken hoger.


03-07-08. Bij boekhandel Selexyz Verwijs rekende ik twee boeken af (nieuwe Karin Slaughter, nieuwe Mo Hayder). Op die van Slaughter zat een sticker: 5 euro korting. De knaap aan de kassa, vermoedelijk een vakantiekracht, had die sticker niet in de gaten en sloeg de volle mep aan, zodat ik hem op de sticker attendeerde. Hm, 5 euro in mindering brengen: daar had de knaap veel tijd en zelfs een collega voor nodig. (Het verwerken van de boekenbon ging snel.) Met mijn aankopen wilde ik de winkel verlaten maar er ging een alarm af: de beveiliging zat er nog op. Terug naar de knaap. ‘Er gaat niet veel goed, vandaag,’ zei ik en moest dat twee keer herhalen voordat hij het verstond. En toen begon hij luide weerwoord te geven, zelfs toen ik weer bij de uitgang beland was!


04-07-08. In je eigen huis vind je blindelings de weg maar door het geklus van de laatste dagen word ik soms op het verkeerde been gezet. Zo staat er boven aan de binnentrap tijdelijk een rek met acht paar schoenen: daar moet ik overheen stappen. Toen ik met het trapleer afdaalde raakte ik in levensgevaarlijke aanraking met de strijkplank die beneden geparkeerd stond. Voorts de gebruikelijke blamages, zoals met een blote voet op het deksel van een pot verf gaan staan (de kant met verf eraan). Het oogt overigens apart: het bubbelgumrood aan gangmuren en -plafond, het appelgroen aan keukenmuren en -plafond. En niet te geloven maar waar: mijn gezonde verstand blijft vooralsnog de overhand houden: toen ik gisteravond met een blikje verf en een blikje bier de trap opging nam ik een slok uit het blikje bier.


05-07-08. Het klussen viel gisteren tussen wal en schip omdat mijn energie een andere richting had gekozen. Had in de BBC-uitzendingen over Glastonbury een paar bands gezien waarvan de muziek me zeer beviel en dus naar Delft gefietst, waar een paar cd-zaken zitten die het belabberde aanbod van ketens als Free Record Shop en Van Leest verre overtreffen. The Raconteurs, The Zutons, The Fratellis ingeslagen en weer naar Den Haag gefietst. Had in een stevig tempo gereden, zodat ik maar een rustmoment inlaste. Het werd kortom pas avond voordat ik een blik verf opentrok (had eerder met veel meer animo een blikje bier opengetrokken) en er wat in rondroerde. Nadat ik de deur van de koelkast een tweede laag paars (grape) had gegeven was de puf op: de zon op het raam maakte van de keuken een broeikas.


06-07-08. Wat begon als het schilderen van de keuken en de binnenkant van de voordeur dreigt te ontaarden in een totale verkleuring van het huisinwendige. Op keuken en voordeur volgden gangdeuren, -muren en plafond, daarna werd er verf aangebracht op de deuren boven, en gisteren kwamen daar in twee etappes de deuren van de kasten in de slaapkamer bij. Had eerder al besloten dat de wc lichtblauw (blue loo) wordt en dat gebeurt straks. Maar als ik eenmaal denkend ben blijven ook de gekste ideeën niet uit. Het jongste op dat gebied behelst het blauw schilderen van het gehele slaapvertrek, wat een gigantisch verschuiven van meubilair ten gevolge zal hebben. Daar komt nog bij dat ik vanavond weer naar school moet: in mijn voormalige schoolgebouw is nu een restaurant gevestigd waar mijn zus haar verjaardag en afstuderen viert.


07-07-08. Deze plek zou gevuld kunnen worden met een verslag van de verjaarsbijeenkomst bij mijn gisteren jarige zus, die ontaardde in een etentje voor zeven volwassenen, vier kinderen en een hond in het restaurant dat gevestigd is in de school die ik dertig jaar geleden na het bemachtigen van een diploma verliet. (Ik vertelde de disgenoten dat ik destijds als redacteur van de schoolkrant wc-papier langs de gevel uitrolde.) Of dit zou een impressie kunnen zijn van de schilderwerkzaamheden, die vandaag een kritieke fase ingaan: de schildering van het slaapvertrek, inclusief de gedeeltelijke ontruiming daarvan. Maar niets van dit al want ik typ dit provisorisch in de bibliotheek omdat mijn pc er geen zin meer in had en zich heeft laten overbrengen naar de reparateur. Hoop de dienstverlening en berichtgeving binnenkort op de oude voet voort te zetten!


08-07-08. Voordat je een computer kunt transporteren moet je een groot aantal snoeren uitpluggen. (Ik heb op die snoeren nummertjes geplakt om te weten waar ze weer in moeten.) Sjouwde het zware apparaat om tien uur het huis uit, de trap af en de auto in. De vriendelijke dame aan de balie vroeg bij het invullen van de reparatiebon mijn adres en postcode en onderbrak me na vijf cijfers omdat ik mijn telefoonnummer aan het opzeggen was: dat kwam pas na mijn postcode aan bod. Was het druk? Er waren vijf apparaten voor me. O jee, ik had mijn pc hard nodig. Ze zou ‘spoed’ op de bon zetten. Om vier uur was hij gerepareerd: de aan- en uitknop was door mijn keiharde middelvinger inwendig afgebroken. Vaak weet je niet eens dat je je eigen kracht niet kent.


09-07-08. Soms moet je rigoureus dingen wegmieteren, ook als ze nog werkzaam zijn. Tijdens het witten (als je iets blauw verven tenminste witten kunt noemen) van het slaapvertrek zag ik op een kast de 386-pc met toebehoren liggen, die daar al jaren overbodig verbleef. Want ik had zo’n elf jaar geleden de pc gekocht waarop deze tekst tot stand komt, het apparaat op de kast stamde uit 1990. Had ’m een paar jaar geleden ontstoft toen de huidige pc naar de dokter was en ik verwerkte er een dag of wat teksten via WP 4.1 op. Het toestel herbergt een primitieve versie van Windows, zeg maar Windows met glas in lood. Voordat ik de configuratie over drie vuilniszakken verdeelde de harde schijf geformatteerd: heb ik altijd al eens willen doen. (De eveneens aangetroffen platenspeler uit 1972 bewaar ik.)


10-07-08. Een kassameisje in de supermarkt geeft soms te veel geld terug en dan geef ik het te vele terug – zij wordt er tenslotte op afgerekend als de kas(sa) niet klopt. Het is wat anders als je te maken hebt met een landelijke multinational en bovendien de onjuiste transactie geen kwestie is van een kasverschil maar een verkeerde aanslag: dan klopt de kas(sa) namelijk. Bij de HEMA, waar verf in de aanbieding is, vroeg ik of de 15% korting die gold verrekend was. Dat kon het kassameisje niet zien, na raadpleging van een collega paste ze achteraf korting toe en daar maakte ze 50% van. Gisteren betaalde ik veel te weinig voor een cd die 15 euro kostte en me na verwerking van 10% korting op 6,75 kwam te staan: er was niet 15 euro maar 7,50 aangeslagen.


11-07-08. Het einde van het schilderen komt in zicht en het zal tijd worden ook. Veertien jaar geleden was het schilderen van het slaapvertrek ook al een vrij heidens karwei omdat een schuine bruine kurkwand wit moest worden (daar gingen vele lagen muurverf overheen). Ditmaal moest ik de inboedel grotendeels opzijschuiven, wat nogal een gedoe was. De zware en onhandelbare matras (160 x 200 cm) rechtop tegen een deur gezet en het bed verder ontmanteld tot het op z’n kant gezet kon worden. En toen maar schilderen, waarbij ik vrij snel in een vlaag van gecombineerde onoplettendheid en nonchalance de verfemmer omstootte: geweldige poel van azuurblauwe verf op het tapijt (gelukkig onder het bed). Toen ik me op weg haastte naar reinigingsmiddelen moest ik me langs de matras wringen, waar poes Duimpie (21) net verticaal tegenop geklommen was.


12-07-08. Er zijn boeken die je niet leest maar zo nu en dan genietend doorbladert. Zo’n boek is 1001 films : de meest spraakmakende films aller tijden, wat een minder geslaagde titel is dan de oorspronkelijke: 1001 Movies you must See before you Die. Er zijn meer rare dingen aan de hand met de vertaling. Tijdens het genietend doorbladeren kwam ik hier en daar bedenkelijke vertaalblunders tegen. Zo wordt in het stuk over Dr. Strangelove gesproken over de ‘dementerende dr. Strangelove’ – oorspronkelijk zal er ‘demented’ gestaan hebben, wat heel wat anders is en beter vertaald had kunnen worden met ‘waanzinnige’. Een andere topfilm: Touch of Evil (1958). Daarvan verscheen in 1998 een gerestaureerde versie: ‘de aftiteling loopt nu niet meer over de beroemde openingsscène heen’ – weet de vertaler niet dat de aftiteling per definitie aan het eind zit?


13-07-08. Het klussen is geklaard – nou ja, dat denk je dan. De laatste ongedekte plekjes muur gedekt met azuur, waarvan dan een druppeltje lekt op een deur die grape is, waarna je als het azuur opgedroogd is wat extra grape over het gelekte azuur moet aanbrengen. En dan de keuken, waar ik een druppeltje azuur gelekt had op de koelkastdeur die ook grape geworden was. Dat kon ik wel wegpoetsen, het azuur was nog nat. Maar het gaf een vlek en die probeerde ik te maskeren met een vleugje grape en toen dat opgedroogd was zag je duidelijk kleurverschil, zodat de hele koelkastdeur straks over moet. Voor de rest is het een verademing: alle tijdelijk verplaatste spullen teruggeplaatst, niet meer je nek breken over verplaatste spullen waarvan je in het donker vergeten was dat je ze verplaatst had.


14-07-08. Voor zover ik voor eigen parochie preek is het vloeken in de kerk maar ik moet zeggen: Ahoy heeft wel wat, als locatie voor het North Sea Jazz Festival. Neem alleen de toiletten al: voor een euro mag je daar onbeperkt gebruik van maken, je krijgt een stempeltje op je hand. Zag tussen kwart over vier en middernacht complete sets van: Zappa plays Zappa, C-Mon & Kipsky, The Mars Volta en Mark Ronson and the Version Players – een feestelijke afsluiter waarbij er op en neer gesprongen mocht worden. Voorts stukjes set gezien van Joe Jackson, STriCat en Maceo Parker. Bijna overal kon ik vrijwel vooraan staan, de zalen waren duidelijk aangegeven, de meeste acts begonnen keurig op tijd – kortom: het is niet zo rampzalig als gedacht wordt dat het North Sea Jazz Festival in Rotterdam is ondergebracht.


15-07-08. Dan de minpunten. Voordat Zappa plays Zappa van start ging kwam er een malloot het podium op die wilde weten of we happy waren. Make some noise! (Want het moet in het Engels). De malloot zou in struif gedrenkt het podium verlaten hebben als de bezoekers eieren bij zich gehad hadden. Een vraag. Stel, je spreekt niet goed Engels, je hebt geen kaas gegeten van interviewen, wat doe je dan? Als je Rick de Leeuw bent mag je op North Sea Jazz voor de camera’s van Bol.com artiesten interviewen. Ik zag hem aan het stuntelen met Mark Ronson, die (Engelse opvoeding) bewonderenswaardig kalm bleef. Er werd een vraag gehakkeld, er kwam een antwoord. Rick wachtte op meer, dat niet kwam, zodat ze elkaar secondenlang aanstaarden. Vreemd: gisteren had het interview de site van Bol.com nog niet gehaald.


16-07-08. Wetenschappers beweren dat mens en dier voor tachtig procent uit water bestaan. Dat is natuurlijk onzin maar momenteel heb ik te maken met mens en dier die door vocht in de versukkeling zijn geraakt. Mijn moeder ligt al bijna een week in het ziekenhuis, waar vocht achter haar longen vandaan gehaald wordt en men haar hart ongestoord probeert te laten slaan. Gistermiddag was ik met poes Gregor bij de dierenarts omdat zij al een paar dagen (voor zover ik het in de gaten kon hebben) het eten en drinken liet staan. Dat had geresulteerd in enige uitdroging en daarom kreeg zij per infuus onderhuids een vochtige fysiologische zoutoplossing toegediend. Ook nam de dierenarts wat bloed af (dat kostte maar
20 euro). Onderzoeking daarvan bracht aan het licht dat haar nieren het niet goed doen. Verder nauwelijks klachten.


17-07-08. Het bezoek aan mijn ziekenhuizende moeder begint routine te worden maar je mag natuurlijk nooit blind op je routine varen. Ik kwam gistermiddag haar kamer binnen en trof daar een gezellig gezelschap van buitenlandse komaf aan. Ze zaten om het bed van mijn moeder, waar iemand anders in lag. ‘Waar is mijn moeder?’ vroeg ik bezorgd. Mijn moeder was naar huis. Gisteren al? Wat raar. Toen begon er een vermoeden bij me op te komen. Was dit wel kamer 49? Nee, dat was het niet. In verderoppe kamer 49 lag nog steeds mijn moeder. Er zou vandaag door de medische staf beraadslaagd worden over haar ontslag, het ziet ernaar uit dat dat morgen aan de orde zal zijn. Mijn moeder zette het niet onmiddellijk op een juichen. Hier wordt elke dag het beddengoed verschoond, luidde haar tegenargument.


18-07-08. Ben zelf inmiddels ook toegetreden tot de ziekenboeg: een stevige verkoudheid in combinatie met koorts. Dat is natuurlijk verwaarloosbaar bij de toestand van poes Gregor. Haar nieren functioneren nog maar voor dertig procent, zo bleek. Dat komt niet meer goed, mogelijk kan voorkomen worden dat de functies verder uitvallen. Er kunnen diverse stadia van aftakeling aan de orde komen maar wie weet loopt het los. Mijn moeder loopt sinds vandaag ook weer los: het ziekenhuis heeft haar niet meer nodig. Zij deelde de kamer met een oude dame die bedreven was in het laten van luide scheten. ‘Het lijkt wel een vulkaan,’ merkte mijn moeder op. Ondanks de grieperigheid bij IKEA een ladenblokje gekocht, het monteren leverde me slechts een enkele pleister op, Esther slaagde erin bij de montage een blikje bier over het tapijt te stoten.


19-07-08. Het weerbeeld sluit aardig aan op mijn gezondheidstoestand, het lijkt in niets op zomer. Ik had een jasje aan, een paar dagen geleden. Op de fiets in twee T-shirts, wat eigenlijk te fris was, in de auto met een jasje aan, wat dan weer te warm was. Voor je er erg in hebt heeft de grieperigheid je te pakken gekregen. Gelukkig gebeurde dat vorige week niet: het North Sea Jazz Festival was topsport waarbij ik in topconditie moest zijn. Dit is mijn derde dag van gammelheid. Gisteren ondanks die gammelheid naar IKEA gereden en het bankje gekocht dat de door poes Gregor aan flarden gekrabde bank moet vervangen. Met haar zag ik het somber in: ze leek de eet- en drinklust weer kwijtgeraakt te zijn maar ze begon gisteravond weer te drinken en deed dat zojuist opnieuw.


20-07-08. Als koper van de eerste druk van Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel – de verzamelde correspondentie tussen Willem Frederik Hermans en Gerard Reve – was ik benieuwd naar wat het Hermans Magazine over deze uitgave te melden had. Dit omdat ik in de NRC had gelezen dat uitgever De Bezige Bij weer eens flodderwerk had afgeleverd. De publicatie bleek een haastklus te zijn, het boek moest en zou voor de Boekenweek verschijnen. En wat dat ‘verzamelde’ betreft: het verzamelen ging door tot vlak voor verschijning. Een week voordien kwamen er vijftien Hermansbrieven boven water die erin moesten. Enfin, altijd leuk om gekanker op een uitgever te lezen. Elders in het magazine wordt opgemerkt dat Hermans in Au pair niet handvaten schrijft maar handvatten. Natuurlijk deed hij dat, het meervoud van handvat is handvatten en niet handvaten.


21-07-08. Als je wilt meedoen met ontwikkelingen ben je duurder uit dan degenen die een afwachtende houding aannemen. Toen ik in 2002 de op dvd verschenen James Bondfilms kocht kostten die meer dan dertig euro per stuk. Tegenwoordig koop je voor dat bedrag zes films. In eigen land zijn volop voordelige dvd’s te krijgen maar het loont de moeite te kijken op bijvoorbeeld de site van Amazon in Engeland (waar ze net als hier regio 2 voeren). Soms verschijnen er luxueuze uitgaven waar geen stormloop op komt en die daarom verramsjt worden. Zo vond ik bij Amazon een honderd pond afgeprijsde box met 21 films van Cary Grant, waar ik maar 51 euro voor hoefde te betalen (inclusief de bezorgkosten). En ook de eveneens honderd pond afgeprijsde Ultimate Hammer Collection: 21 films voor 44 euro. Hartverwarmende Hammer horror!


22-07-08. Er is een tweezitsbank in aantocht. Dat betekent dat de huidige bank ruim baan moet maken en daarom dienen er lieden die in het grofvuil emplooi hebben ontboden te worden. Van de gemeente Den Haag heb ik een huisvuilkalender ontvangen met daarop desbetreffende informatie. Ik kan via het internet een afspraak maken (leek me een methode waarbij er geheid van alles misgaat) of de Grofvuiltelefoon bellen. (‘Wat doet je vader?’ ‘Hij werkt bij de Grofvuiltelefoon.’) Kreeg een dame die zich onverstaanbaar voorstelde. Vrijdag wordt er opgehaald, dat kan vanaf 07.00 uur zijn. ‘Ik dacht dat je tot 07.45 uur spullen buiten kon zetten.’ ‘Dat geldt voor huisvuil.’ ‘Er staat in de Huisvuilkalender toch echt: voor 07.45 uur.’ Ik lees de passage geduldig voor aan de dame. ‘Meneer, dat proberen we er al zo lang uit te krijgen.’


23-07-08. Je las vroeger in de krant wel over een oud vrouwtje dat haar messen had toevertrouwd aan de scharensliep en daarvoor een rekening van 1200 gulden of zo’n astronomisch bedrag gepresenteerd kreeg. In de moderne tijd zijn er nog altijd boeven van het kaliber Snuf en Snuitje onder ons, bijvoorbeeld op het gebied van e-mailoplichting. Zo kreeg ik gisteren mail van de Postbank die zo overduidelijk niet van de Postbank afkomstig was dat ik het spel uit plaatsvervangende schaamte bijna meespeelde. Dit schreef de ‘Postbank’: ‘Sinds 20 07 2009 Postbank internet bankieren dienst is verplicht voor alle klanten. De nieuwe login-procedure zal uw creditcardnummer en de pin en het is verplicht voor alle Postbank-klanten.’ Dat was al tamelijk aandoenlijk en daar kwam nog deze vertederende ondertekening achteraan: ‘Dank u voor het gebruik van Postbank.nl! Het team Postbank.nl!’


24-07-08. Een gruwelijk begin van de dag, juist nu er het uiterste van mijn krachten en zelfbeheersing gevraagd gaat worden. Ik was druk aan het dromen en toen klonk daar een helse zoem doorheen: de bel. Dan moet je de droom van je afschudden en zonder slaperig neer de storten de binnentrap af om een pakje in ontvangst te nemen. Het pakje opgeborgen en volledig bij bewustzijn gekomen. Koffiegedronken en me gaan instellen op alles wat er vanmiddag gevraagd zou worden van mijn krachten en zelfbeheersing. Op het gebied van krachten heb ik het dan over het vanavond na tien uur solo het huis en het portiek afdragen van een afgeschreven bank, de zelfbeheersing betreft het monteren van de nieuwe bank, die vanmiddag tussen 12.43 en 15.43 uur wordt afgeleverd door minimaal twee sjouwers van Transport Service Nederland.


25-07-08. Een tweezitsbank waar je met z’n drieën comfortabel op kunt zitten is een gevaarte. Tilde ’m op z’n zij en manoeuvreerde er toen schuifsgewijs mee door de kamer. De deuropening gaf wat gezucht, maar eenmaal in de gang was het een makkie: voordeur open, galerij op en boven aan het portiek geparkeerd tot de afdaling na tien uur ’s avonds. ’s Middags kwam het nieuwe spul, een bank en drie dvd-rekken. Die laatste eerst maar gaan monteren en dat lukte me nog ook, zelfs bij het ontbreken van een schroef in een van de pakketten. Had de rekken overeind staan en ging ze vullen. Maar ik werkte daarbij van boven naar beneden en toen ik halverwege was tuimelde het gevaarte naar voren: dvd’s en tussenschotten op mijn hoofd gekregen. En dat dan even later nog een keer.


26-07-08. Er bestaat een verband tussen het weer en de activiteiten die ik op het gebied van klussen ontplooi. Ga maar na: ik stond op een trap, kwastte het plafond en het was bloedheet. Na het schilderen begon er een frisse periode, waar pas een einde aan kwam op de dag dat ik een IKEA-bankje in elkaar ging zetten. Ik had daarbij gerekend op assistentie van buurvriendin Esther maar die reageerde niet op mijn aan- of opbellen. Zou ik het wagen solo aan de gang te gaan? Ik verwijderde de verpakking en bekeek de onderdelen: dat waren er maar vier. De pootjes eronder geschroefd, zijkanten verbonden met achterkant. Op de getekende gebruiksaanwijzing werd het werk gedaan door twee mannetjes. Ik was maar een mannetje alleen maar ik stond mijn mannetje. Binnen een uur zat ik op het bankje.


27-07-08. Het Engels heeft er een uitdrukking voor: Things that go bump in the night. Vannacht ging het bij mij met groot geraas tekeer. Had een aantal Hammerfilms gezien, misschien had dat ermee te maken. Ik had van de week eigenhandig een drietal dvd-rekken gemonteerd en die stonden naast het nachtkastje in het gelid. Ze waren gemonteerd – op een facetje na: ik had ze niet aan de muur bevestigd. Als je er recht voor staat valt je niets op maar als je in bed ligt ogen de dvd-rekken als torentjes van Pisa. Ze hellen voorover, zolang je er maar niet aan morrelt blijven ze wel staan. Dacht ik. Vannacht om kwart over twee ging het bump in the night en tuimelde een van de rekken voorover, daarbij de inhoud van dvd’s en houten schotjes over de vloer strooiend.


28-07-08. Toen zaterdagnacht in mijn slaapkamer omstreeks 01.45 uur het 2 meter 10 hoge dvd-rek als vanzelf omlazerde had ik niet onmiddellijk zin om de boel op te ruimen: dat kwam er zondagochtend pas van. Het viel mee, er was slechts een enkele dvd-doos gekwetst geraakt en hoewel de neerstorting zeer nabij de voer- en drinkbakjes plaatsvond, raakte geen der katten geblesseerd. De stellage die ommieterde bevatte onder meer films uit de Hammer Studios en dat zette me aan het denken. Want ik had zaterdag drie Dracula’s gezien: Taste the Blood of Dracula, Dracula has risen from the Grave en Scars of Dracula. Aan het begin van elk was Dracula vanuit zijn dode poedervorm via de tussenfase skelet weer vlees en vooral bloed geworden. Kon het zijn dat er ook in mijn dvd-rek vampierleven aan het ontstaan was?


29-07-08. Op 14 september staat Hot Talk (Radio West, 21.00 – 23.00 uur) voor de achtste keer geheel in het teken van Buisdorp. Dat duurt nog even maar ik begin er vast over omdat de eerste versie van het script klaar is. Het telt op dit moment 9987 woorden en als het alleen om gesproken woord zou gaan zou ik weten of dat precies genoeg, te weinig of te veel tekst is. Maar de sketches en voordrachten worden afgewisseld met muziek en tezamen moeten die tweemaal een uur vullen. De muziek is al getimed, de teksten zijn dat nog niet. Wat de muziek betreft is er veel eigentijds fraais: Beirut, Kings of Leon, The Zutons, Editors en Mark Ronson. Er zullen ook oudgedienden te horen zijn (zoals Pearl Jam, Kate Bush, Duke Ellington en Frank Zappa). Nadere informatie volgt.


30-07-08. Er zijn mensen die dol zijn op het huidige weerbeeld. Die hebben dan zeker airco in de slaapkamer en vallen in slaap zonder uren puffend wakker te liggen. Je kunt de ramen wagenwijd openzetten maar met de eventuele verkoelende wind komen ook kuddes muggen en wespen op bezoek. Had eergisteren een autoreis naar de gemeente Olst, die op dat moment in de buurt van Deventer lag. Onderweg zelf niet zo’n last gehad van de hitte, The Zutons en The Raconteurs konden er niet tegen. Had hun muzikale werken op geluidscassettes opgenomen en die draaide ik op een fors volume. Na een kwartier of drie legden The Raconteurs verhit het loodje en verviel in het produceren van vervormde geluiden: het bandje was zeer heet geworden. Misschien wordt het tijd voor een cd-speler of zo’n iPodding in de auto.


31-07-08. Op den duur worden in het leven de rollen omgedraaid en nemen kinderen ten opzichte van de ouders een opvoedende taak op zich. Na een week ziekenhuis waarin er vocht achter haar longen vandaan gedreven werd en mijn moeder zo nu en dan beademd werd, was het duidelijk dat er een einde moest komen aan een tijdperk van vijfenzestig jaar roken. En dus nam ik voor ze thuiskwam de resterende pakjes sigaretten in beslag om aan iemand te geven die er beter tegen kan. Maar mijn moeder kocht nieuwe voorraad en mijn zus sprak haar daarover uiterst streng toe. Toen ik haar onlangs opzocht lag er een peuk in de asbak. ‘Die is van gisteren,’ luidde de uitvlucht. Het zoutarme dieet moet ook nog doordringen want ze kocht kroepoek, kaaskoekjes en dineerde met patat en een kroket.


01-08-08. Het timen van de sketches in de eerste versie van het script werd wat gehinderd door de hoestbuien die optraden maar ik kreeg toch een globaal beeld. Voor de komende aan Buisdorp gewijde uitzending van Hot Talk was er bijna genoeg materiaal. In het tweede uur kon ik op lengte komen door wat dialoog toe te voegen en enkele inleidende teksten op te rekken. In het eerste uur was ruimte voor een extra sketch, dus ik schreef er een waarin met promotor Jaap Hik het komende festivalseizoen besproken wordt, met onder meer aandacht voor de Week van de Hysterie. En er was in dat eerste uur nog plek voor meer muziek, en dat werd een kort nummer van The Kooks. In de loop van de dag ga ik de tweede versie van het script timen, hopelijk hoestvrij.


02-08-08. Het hoesten was nog niet helemaal van de baan toen ik gisterochtend de teksten van Hot Talk 8 hardop voordroeg maar het was minder hinderlijk dan de dag ervoor en bovendien was dit de tweede versie van het script, waaruit een aantal slordigheden uit de eerste niet meer voorkwam. Er zijn verhalen, de rest bestaat uit inleidingen en dialogen en die laatste zijn wat eigenaardig om in je eentje te doen. Ik gebruik voor de diverse personages maar gewoon mijn eigen stem, Hans maakt er op 14 september virtuoos verschillende stemmen van. Bij sommige figuren kan ik het niet laten een andere stem uit te proberen, bijvoorbeeld in het geval van Eppie, die niet goed bij zijn hoofd is: dat praat lekker. En bij professor Bomba, het grote Afrikaanse medium. Maar zoals Hans kan ik het niet.


03-08-08. Deze tekst is net als die van gisteren een soort flessenpost. Er is weer pc-malleur aan de orde. Ik kan internetten maar als ik de pagina van Web-log.nl oproep die ik nodig heb om teksten online te krijgen verschijnt er een waarschuwing in beeld en als ik die wegklik nog een en dan wordt de internetverbinding verbroken. Bij herstarten gebeurt hetzelfde – en alleen als ik Web-log.nl opzoek. Dat is een reden om de pc weer eens te laten opnemen maar daar heb ik momenteel geen tijd voor: ik ben bezig aan een (korte) puberroman waar ik al een tijdje aantekeningen voor maak en ideeën voor laat opkomen. Schreef op 19 juni een beginnetje van ruim 564 woorden, ging op 1 augustus verder en het zijn nu 11.922 woorden. Daar moet het bloggen dan maar even onder lijden.


04-08-08. Als ik eenmaal bezig ben kan het als de brandweer gaan maar ik stond er gisteravond toch wel van te kijken hoe snel het gegaan was. Op 19 juni had ik een beginnetje van 564 woorden geschreven, daarna was het een kwestie van ideeën laten opkomen en af en toe een inval noteren. Afgelopen vrijdag waren er voldoende ideeën opgekomen en invallen genoteerd en ging ik aan de gang. Niet zoals meestal eerst met de vulpen maar meteen op de pc. Het schrijven aan de kleine puberroman ging zo vlot dat ik er na een uur en tien minuten de rem maar op gooide – kalm aan een beetje. Maar het begin was symptomatisch: steeds als ik ervoor ging zitten vlotte het schrijven razendsnel en gisteravond kwart voor elf had ik een voorlopige eerste versie af, 20.639 woorden.


05-08-08. Ik weet niet of er op dat gebied een spreekwoord bestaat maar als het schrijven van een eerste versie zeer vlot gaat, kan je er donder op zeggen dat er veel tijd in het verbeteren gaat zitten. Tot nu toe (vandaag komt daar verandering in) zag ik de tekst nergens anders dan op het beeldscherm en dan heb je niet het overzicht dat je hebt wanneer de tekst zich op papier bevindt. Bovendien was ik kris-kras gegaan: niet de hoofdstukken geschreven in de volgorde waarin ze in het boek horen maar lukraak dan weer dit hoofdstuk en dan weer dat. Gisteren voor het eerst het hele tekstbestand gelezen en gaandeweg verbeteringen aangebracht, geschrapt en aangevuld. De teller staat nu op 21.504 woorden. Ben benieuwd hoe ze me bevallen als ik ze vandaag of morgen van papier lees.


06-08-08. Het schrijven van de tekst voor deze rubriek is de laatste dagen een zenuwslopende aangelegenheid. Woorden kom ik gelukkig niet tekort, het is een kwestie van hardware (of de software van de hardware of hoe noem je dat) die een barricade opwerpt. Ik ga naar de pagina van Web-log.nl waar ik de tekst kan onlinen maar voordat ik heb kunnen inloggen verschijnt er een waarschuwing in beeld, ik heb iets ongeldigs gedaan (of de pc heeft uit mijn naam iets ongeldigs gedaan) en als ik die waarschuwing wegklik komt er een tweede waarschuwing en daarmee verdwijnt heel de internetverbinding. Alleen bij de Web-log.nl-pagina. Na een dag of twee begon ik me er bijna bij neer te leggen maar maandagochtend kwam er geen waarschuwing. Gisteren weer wel. Een dergelijke gang van zaken sloopt de zenuwen. Vooral de mijne.


07-08-08. De hoop van zegen begint te vervliegen. Ik dacht even: hij doet het weer, de pc heeft zichzelf gerepareerd. Maar de Web-log.nl-portal liet me zojuist weer niet toe. Dit was vanuit huis niet online te krijgen en ik moest het dan ook via een omweg voor elkaar brengen. Intussen werd het gisteravond weer twee en een half uur naar de print turen en twee uur bezig zijn met het in het bestand verwerken van de vele verbeteringen. Ik doe zoiets altijd maar meteen want ik weet uit ervaring dat ik na verloop van tijd mijn handschrift minder goed kan lezen – zeg maar gewoon als het op handschrift aankomt is er aan mij een dokter verloren gegaan. Hoe dan ook, de derde versie van de korte puberroman is geprint en wordt vandaag aan een zeer kritische bestudering onderworpen.


08-08-08. Je zit te turen op een tekst en haalt er vele fouten uit, dat is prettig. Vandaag wordt de vijfde versie van het manuscript geprint en alle vorige wemelen van de verbeteringen. Je vraagt je af waarom er in de eerste versie zoveel fouten zaten – de tekst zou onleesbaar zijn als je aan de correcties daarin de correcties die je in latere versies aanbracht toevoegde. En dan ga je slapen en dan word je wakker en bij het wakker worden weet je dat er in het manuscript iets niet klopt. Lianne (hoofdpersoon, vertelster) is verliefd op Frank en ze zitten bij elkaar in de klas en ze zijn zestien. Maar Lianne en Tirra zijn een paar jaar geleden blijven zitten. Hoe kan Frank dan even oud zijn? Ik heb hem maar in een eerdere klas laten zitten.


09-08-08. Bij de Postbank worden er ongetwijfeld vermogens aan uitgegeven: communicatie met de klant. Dus post van de Postbank moet je drie keer lezen voordat de onduidelijkheden helder geworden zijn. Kreeg begin juni een brief: mijn overschrijvingskaarten waren bijna op. Vroeger kreeg je automatische nieuwe, nu niet meer. Ze kosten geld. Behalve als je een Betaalpakket hebt. Of voor 1941 geboren bent (echt waar). Of afschriften in braille krijgt. Of et cetera. Als ik geen overschrijvingskaarten wilde moest ik de bijgevoegde bon invullen. Als ik ze wel wilde hoefde ik niets te doen. Wat een omslachtige manier om me te laten weten dat ik niets hoef te doen! Maar die kaarten waren er twee maanden later nog steeds niet. Opgebeld. ‘We sturen automatisch nieuwe als u er nog maar vier heeft.’ Had dat niet in die brief gekund?


10-08-08. En je blijft maar pietepeuteren: het lezen van het manuscript gaat niet zonder het onderweg aanbrengen van correcties. De onderhavige print is de zesde versie en die heb ik eergisteren en gisteren gelezen en beide keren liep dat uit op verbeteren. Omdat ik de verbeteringen meteen na het lezen aanbracht, gebruikte ik bij de tweede lezing een rode fineliner in plaats van een blauwe. En vanmorgen kwamen daar nog een paar door een zwarte fineliner veroorzaakte verbeteringen bij want ik had gisteravond weer eens wat ideeën gekregen. Morgen zal ik voor een zevende print zorgen omdat de zesde door de veelkleurige verbeteringen niet prettig leesbaar meer is. Het is mijn bedoeling dat Tieka donderdag ter gelegenheid van haar vijfentwintigste verjaardag een exemplaar van het manuscript in de bus krijgt: dat zal zo ongeveer de achtste versie zijn.


11-08-08. De club is weer compleet: logeerkat Loekie is hier voor een paar dagen onder de pannen. Wonderlijk hoe zo’n beest zich in een kennelijk allerminst vreemd huis meteen op z’n gemakt voelt en met Duimpie een begroetende herenigingssnuffel uitwisselt. Ze zijn de oude bedelstrategie nog niet vergeten en zitten naast elkaar in de houding bij de voerbakjes, zo van: we zijn er klaar voor, er kan opgediend worden. En vlug een beetje. Zaterdagavond begon Duimpie de bakkes van Loekie te likken en hield toen haar koppetje voor het zijne want nu was hij aan de beurt voor een tegenprestatie maar hij hield het bij een pesterige pets met zijn linkervoorpoot. Poes Gregor, de nierpatiënte met zeventig procent nieruitval, moet van Loekie al even weinig hebben als van Duimpie maar wandelt toch onverstoorbaar langs hem naar de kattenbak.


12-08-08. Ze had in het ziekenhuis een tijdje zuurstof toegediend gekregen en een verstandig mens besluit dan na vijfenzestig jaar paffen met roken te stoppen. Zo niet mijn moeder, die stiekem doorgaat: mijn zus ging zondag haar woonkamer stofzuigen, mijn moeder ging wel even naar de keuken – een asbakje achter haar rug verborgen. Haar ongehoorzaamheid beperkt zich niet tot het binnengebeuren: bij haar voor de deur is een voetbalveldje, eromheen staan bankjes. Maar er staan ook borden ‘verboden voor honden’. Ze zat van de week op zo’n bankje, hond Hendrik en rollator nabij. Langskomende agent zei dat hij haar kon bekeuren, maar deed het gelukkig niet. We overwegen de pers in te schakelen: schande dat mensen als mijn moeder die hun leven lang hard gerookt hebben, ik bedoel gewerkt, niet met hun hond op een bankje kunnen zitten!


13-08-08. Heb gisteren de achtste print twee keer gelezen en beide keren bracht ik verbeteringen aan. Ook van fouten die ik de zeven voorafgaande keren niet in de gaten had gehad. Zoals ‘nonachlant’ wat ‘nonchalant’ had moeten zijn en ‘als je eermee klaar ben’ in plaats van ‘als je ermee klaar bent’. Het is erger als zulke fouten in een boek belanden. Wat dat betreft was het hoofdschudden bij het doorbladeren van een boekje over Jan Cremer dat ik ter bespreking had ontvangen. Joost Zwagerman weet niet dat het ‘handvatten’ is en niet ‘handvaten’ en bij Ex Ex Uitgevers werkt niemand die het wel weet, dus er staat ‘handvaten’. Tot twee keer toe zag ik Gabriel Garcia Marquez staan en niet Gabriel García Márquez – als het doorbladeren dat aan het licht brengt wordt het lezen helemaal een foutenfeest!


14-08-08. ‘Ik wil niet!’ zei mijn moeder tegen mijn zus toen ze gisteren in de wachtkamer van de oorarts zaten. Mooi zo, dacht mijn zus want net als ik was zij in haar vroege jeugd meegesleept naar zo’n wachtkamer omdat wij allebei mankementen aan onze oren hadden. Dat is niet prettig als je pril bent maar voor een bejaarde was het dus kennelijk ook geen feest. Mijn moeder was aan een gehoorapparaat toe, we hadden haar eindelijk (door hard tegen haar te schreeuwen) ervan weten te overtuigen dat ze dat was. De arts was het met ons eens: doordat het gehoor achteruitgegaan was hoorde mijn moeder het suizen. ‘Ik moet suiker hebben,’ zei ze dan ook. Nee, hij zei suizen, riep mijn zus. Mijn moeder wilde er niet aan, ze moest suiker hebben. ‘Suizen!’ herhaalde mijn zus orkanisch.


15-08-08. Soms kun je je gevoel voor humor niet voor je houden, dus toen de beambte van het koeriersdepot voordat hij het pakje afstond vroeg: ‘Heeft u een ID?’ zei ik: ‘Ik heb de hele dag ideeën!’ Het moedergedoe van woensdag bleef niet beperkt tot spraakverwarring rond het gehoor: mijn zus bracht haar thuis en mijn moeder nam daar haar hartpilletjes in. ‘Dat hoor je ’s morgens toch te doen?’ zei mijn zus. Toen pas raadpleegde mijn moeder het schrift waarin ze het slikken van medicijnen administreerde. Verdomd, ze had het ’s morgens al gedaan. Die pilletjes dienden om de frequentie van de hartslag omlaag te brengen. Kon zo’n dubbele dosis geen kwaad? De apotheker raadde mijn zus aan de cardioloog te bellen. Die adviseerde om het uur de hartslag te meten. Zo werd het een lange dag.


16-08-08. Had gisteren last van dagverdwazing: een groot deel van de dag had ik het idee dat het zaterdag was. Misschien kwam het doordat er geen verplichtingen op mijn programma stonden. Het huis verlaten om in de bibliotheek de dagelijkse tekst online te zetten (want in de thuissituatie lukt het nog steeds niet om toegang te krijgen tot de portal van Web-log.nl) en voor de rest alleen gelezen: eerst Breaking Dawn van Stephenie Meyer, waar ik donderdagavond in begonnen was, aansluitend The Treatment van Mo Hayder, waarin ik tot pagina 200 vorderde. En daarbij had ik dus het idee dat het zaterdag was. Mailde daarover aan een bevriende vriendin en je zou denken dat de zaterdag daarmee wel uit mijn hoofd was, maar ’s avonds uitte ik inwendig mijn bevreemding over binnengekomen zakelijke mail. Zakelijke mail op zaterdag?


17-08-08. Als je een groot deel van de vrijdag hebt doorgebracht in de waan dat het zaterdag was, is het een opluchting om op zaterdag tot de ontdekking te komen dat er vaker vergissingen gemaakt worden in dat genre. Ik had The Treatment uitgelezen en ging verder in Ritual van Mo Hayder. Achterop stond: ‘Just after lunch on a Tuesday in April, nine feet underwater, police diver Flea Marley closes her gloved fingers around a human hand.’ De eerste zin van hoofdstuk 1: ‘Just after lunch on a Tuesday in May...’ Beide Hayders waren spannende verstrooiing maar ook niet meer dan dat. Achter op het boek juichkreten van collega’s: ‘Terrifying’ (Karin Slaughter), ‘Stunning’ (Tess Gerritsen), ‘Haunting’ (Michael Connelly), ‘Disturbing’ (Harlan Coben). Dat betekent dat Mo Hayder bij het volgende boek van die schrijvers iets aardigs terug moet zeggen.


18-08-08. Het ziet ernaar uit dat het beroep van leraar aan status gaat winnen. Een paar dagen geleden berichtte Teletekst over een gunstige ontwikkeling in het Amerikaanse onderwijswezen: in een stad (of staat) mogen leerkrachten voortaan gewapend voor de klas staan. Dat zal ze leren, de scholieren die gewapend met een pompgeweer de school binnengaan om een verbroken verkering van zich af te schieten. Ze denken ongestoord om zich heen te kunnen maaien maar worden opgewacht door een team van gewapende leraren: het wilde westen zoals het wilde westen ooit bedoeld was. Leerlingen krijgen weer ontzag voor de leerkracht als deze voorzien is van een vuurwapen. Het is het perfecte middel om de orde te handhaven en de kinderen bij de les te houden. Zit een leerling te slapen in plaats van op te letten? Een waarschuwingsschot volstaat.


19-08-08. Afgelopen donderdag reisde ik in het diepste geheim naar Amsterdam om bij een jarige bevriende vriendin stiekem de tiende versie van de puberroman in de bus te doen – en natuurlijk een echt cadeautje. Na terugkeer in de bewoonde Haagse wereld las ik die tiende versie nog een keer, om te lezen wat zij binnenkort zou lezen. Stom, er zaten nog een paar slordigheden in en bovendien bracht ik hier en daar een verbetering aan. De volgende dag las ik het manuscript nog een keer en jawel, nieuwe verbeteringen, die ik aanbracht in een andere kleur. Zaterdagavond had de bevriende vriendin, die niet de eerste de beste is, de tiende versie gelezen en was gelukkig niet alleen complimenteus maar had ook een paar bedenkingen waar ik zelf nog niet aan gedacht had. Ging meteen de tekst te lijf.


20-08-08. Nederlandstalige liederen staan in sommige kringen (waar ik me niet in begeef) in hoog aanzien. In de puberroman waarvan ik gisteren de twaalfde versie tot stand kreeg figureert de smartlappenzanger Buisdorspe Bennie. Voor de aardigheid wat liedteksten gemaakt, zoals Vader zit weer in de bak (‘Vader zit weer in de ba-hak, hij is weer opgepa-hakt, zo dronken als een la-hap, de achtste keer is da-hat, het is ook altijd wa-hat, hij slaat ons elke da-hag, zo dronken als een la-hap’) en Wat ben je toch een pokkenwijf (‘Wat heb jij mij aangedaan, mijn hele leven naar de maan, hoe kan ik nou nog verder gaan, had ik jou toen maar niet zien staan. Je was mijn wilde tijdverdrijf, de polonaise aan mijn lijf, maar het werd daarna gekijf, wat ben je toch een pokkenwijf’). Een makkie, Nederlandstalig.


21-08-08. Ze maakten spraak, lang geleden. Willem Frederik Hermans kwam voor de rechter omdat hij met een passage in Ik heb altijd gelijk het katholieke volksdeel beledigd zou hebben. Remco Campert waagde het in een gedicht het woord ‘naaien’ te verwerken en dat was niet geschikt voor voordracht voor de televisie. Jan Wolkers schreef over seks toen er nog nauwelijks aan gedaan werd. De tijden zijn veranderd, merk je tot je schrik als je op Literatuurplein speurt naar uitgaven die er op komst zijn. Volgende week verschijnt van Jan Wolkers de postume uitgave Het was wel een heel lief varkentje. Voor 12 februari 2009 staat op het programma een postume Willem Frederik Hermans: De geur van pasgestoomde dekens : de poezenverhalen. Diezelfde dag komt er ook van Remco Campert een ogenschijnlijk onschadelijk boek uit: Dagboek van een poes.


22-08-08. Voor de aardigheid reken ik soms om: 9,95 euro is 21,93 gulden. Een heel bedrag, maar daar krijg je dan ook wat voor: In de koffer met Jan Cremer. Het boekje verscheen ter gelegenheid van het verschijnen van Ik Jan 3. Ik hoefde er geen 9.95 euro voor te betalen: ik kreeg het ter bespreking. Je vraagt je wel eens af of het beroep van corrector nog bestaat – ik vroeg het me bij het lezen van dit boekje af. Guus Bauer schrijft: ‘Daarna verteld hij’ – als het aan mij gelegen had zou de d door een t vervangen zijn. Ook elders doet men maar wat. Eerder memoreerde ik Joost Zwagersmans ‘handvaten’ al en het accentloze ‘Gabriel Garcia Marquez’. In de ene bijdrage seks, in de andere sex. Titels van televisieprogramma’s dan weer cursief dan weer niet. Schande!


23-08-08. Hoefde er vanmorgen niet vroeg uit en dat was prettig. Want als je de nieuwe Paul Auster gekocht hebt wil je die meteen uitlezen ook en dat was om halfeen voor elkaar, waarna er volop uitgeslapen kon worden. Maar terwijl de zon in opkomst was (wel achter de wolken, het goot) werd ik door rumoer gewekt. Een beetje rumoer kan ik wel hebben maar dit rumoer was wat aan de gortige kant. Uit het dakraam gekeken: een ladderwagen van de brandweer, een politiewagen en daar kwam nog een politiewagen voorrijden en even later met sirene een tweede ladderwagen. Had zeven jaar geleden mogen meemaken dat er in het huis schuin onder het mijne brand woedde, zou er weer zoiets loos zijn? Na verloop van tijd gingen politie en brandweer heen, nog geen idee wat er gaande was.


24-08-08. Toen ik de deur uitging om te gaan hardlopen rook ik de rooklucht, die vooral in het portiek heerste. Bij mijn vertrek naderde een belendende buurvrouw, die door alle sirenes en zwaailichten heen geslapen had. Zo niet een andere buurvrouw: zij had tijdens de operatie een brandweerman gesproken. Er was een melding van rooklucht geweest en nu waren ze op het dak aan het snuffelen aan alle dingen (weet niet hoe die dingen heten) waar het ventilatiekanaal op uitkomt. Toen ik ’s middags de deur uitging zat de belendende buurvrouw voor de deur in de zon met naast zich haar vriend. Die vriend was voor dag en dauw naar zijn werk gegaan en had rook geroken en 1-1-2 gebeld, waarna er massaal uitgerukt werd. Het was kortsluiting of iets dergelijks in de meterkast van het portiek geweest.


25-08-08. Wanneer hoor je nog iemand beknopt zijn of haar mening ergens over geven? Daarvoor moet je bij mijn moeder zijn. ‘Godverjume, dat is niks voor mij,’ zei ze toen ik informeerde hoe het eerste bezoek van de thuishulp haar bevallen was. Er was iemand over haar vloer geweest om te stofzuigen en andere huishoudelijke arbeid te verrichten. Mijn moeder vond het geen feest om een vreemde over de vloer te hebben, hopelijk went het. Toen ik opbelde vroeg ik of de schoonmaakploeg geweest was maar de toestand van haar oren is dusdanig dat een dergelijke grol in het water valt. Binnenkort wordt er een gehoorapparaat bij haar aangelegd en dat lucht ons nabestaanden op, dan maken we hopelijk niet meer mee dat ze door de telefoon schreeuwt: ‘De telefoon doet het niet!’ (Terugschreeuwen heeft dan geen zin.)


26-08-08. In de puberroman (waarvan ik gisteren de vijftiende versie printte) heb ik de ouders van Lianne een Volvo gegeven: een voor haar dodelijk saaie auto waarin niet harder dan honderd gereden wordt en die honderd jaar meegaat. Een Volvo is voor oudere mensen. Maar zondag bereikte ik per fiets een benzinestation en daar was net een Volvo 1800 afgemeerd om met benzine gevuld te worden. (Dat het een 1800 was weet ik doordat ik het op internet opzocht: ik ben geen kenner van autotypes en vertel wel eens dat ik in een Peugeot 106 rijd omdat ik dan vergeten ben dat het een Peugeot 103 is – of andersom, daar kan ik nu niet opkomen.) Een glimmend grijsblauwe Volvo waar Simon Templar (the Saint) in reed. ‘Ik dacht dat Roger Moore zou uitstappen!’ zei ik tegen de eigenaar.


27-08-08. De oorarts adviseerde een gehoorapparaat te nemen en over zo’n advies hoef je niet lang na te denken. De cardioloog vond dat een nieuwe hartklep een goed idee was en mijn moeder, die hem ondanks dat ze nog geen gehoorapparaat heeft goed verstond, zette het niet op een juichen. Voorlopig duwt ze bij het uitlaten van hond Hendrik nog met flinke vaart de rollator voor zich uit en van kortademigheid is geen sprake. Ze heeft last van broze botten en je zou zeggen dat de schaar daar als door boter doorheen gaat maar is het openkippen van de borstkas wel verstandig? Daar komt langdurig revalideren bij kijken. Om nog maar te zwijgen van de narcose, waar Gerard Reve en Juliana indertijd niet zonder schade uit ontwaakten. Daar moeten we nog maar eens over denken. Eerst een gehoorapparaat!


28-08-08. Vanaf zondag nog twee weken slapen en dan zitten we weer in de ether: twee uur lang rechtstreeks gesproken woord en gedraaide muziek op Radio West. De afgelopen tijd hield ik me daar niet zo mee bezig, de derde versie van het draaiboek/script is klaar, ik zal er hooguit een schoonheidsfoutje uit moeten verwijderen, een enkele nagekomen inval moeten toevoegen. Kompaan Hannesz, die alle stemmen behalve de mijne voor zijn rekening neemt (en bovendien zal gaan zingen, ondersteund door zijn eigen gitaarspel en de klanken van bassist Jannesz), stelde voor volgende week vrijdag een eerste repetitie te houden. Kortom: het is de achtste keer en routine geworden, het voorbereiden van zo’n uitzending. Maar vannacht had ik een gezellige droom waarin het script onleesbaar vol met aantekeningen was geraakt en ik er geloof ik nog alleen voorstond ook.


29-08-08. De wekker hoefde vanmorgen niet af te lopen maar toen ik ging slapen kon ik me niet voorstellen dat ik veel later dan halfacht wakker zou worden. In de nabijheid zijn er werkers aan de gang: keukens, badkamers en toiletten worden gerenoveerd. Daarbij inbegrepen is het weghakken van de tegels die er aan de wanden vastzitten alsook de tegels op de badkamervloer. De werkers waren gisterochtend in een van de lager gelegen panden aan de gang en dat ging gepaard met een hoop lawaai. Omdat zij het werk ’s middags om vier uur al neerleggen beginnen ze ’s morgens om zeven uur. Ik heb het vermoeden dat de gang van zaken aldus is: om zeven uur maken ze om te beginnen zoveel mogelijk herrie, als heel Loosduinen dan rechtop in bed zit gaan ze anderhalf uur koffiedrinken.


30-08-08. Het lezen van een deel in de reeks Agatha Christie Facsimile Edition is om drie redenen leuk: de gebonden uitgaven hebben een prettig formaat (19 x 12 cm), het omslag en de tekst zijn scans van de eerste druk (dus je leest het boek zoals het op de markt gebracht werd) en het zijn spannende boeken. Van gisteravond tot een eind in de nacht las ik The Secret Adversary, uit 1922: haar tweede detective na The Mysterious Affair at Styles, de eerste met het speurdersduo Tommy en Tuppence. Goede dialogen, dito plotwendingen. Achterin en op het stofomslag worden thrillers van collega’s aangeprezen, zoals The Hand in the Dark van Arthur J. Reeves. Literair zal deze thriller niet zijn maar hij wordt wel aangeprezen met een quote uit het Times Literary Supplement: ‘another of his first-class mystery yarns.’


31-08-08. Omdat ik de smaak te pakken gekregen had las ik gisteren opnieuw een Agatha Christie, The Murder on the Links, haar derde. Karin Slaughter, Harlan Coben en Mo Hayder zijn bedreven in verrassende plotwendingen, Agatha Christie was dat in 1923 ook al. Zo’n Facsimile Edition maakt dat je kunt controleren of er in vijfentachtig jaar veel veranderd is aan het Engels. Een zo oude Nederlandse roman bevat niet het Nederlands zoals we het tegenwoordig lezen en schrijven, het Engels van destijds is het Engels zoals het nog steeds is. Slechts een enkele keer kom je een eigenaardigheid tegen: cinema werd geschreven als kinema. Opvallend is de veranderde manier van zetten – niet alleen de techniek, ook de manier waarop met vraag-, uitroep- en aanhalingstekens omgegaan werd. Die stonden niet tegen het woord aan, er zat een spatie tussen.


01-09-08. De Postbank is altijd een bron van pret. Kreeg laatst een afschrift van mijn uitgaven via de creditcard. Daarbij de post: rente 0,45. Wat hadden die 45 cent te betekenen? Een hartelijke dame aan de lijn. Dat is de rente die u na een aankoop betaalt. Dat heb ik nog nooit gedaan. Even zien – inderdaad, omdat u altijd voor de negende aflost, wordt er geen rente in rekening gebracht. Ditmaal had ik dat de veertiende pas gedaan. Maar met reden: ik had geen afschrift ontvangen en belde op en kreeg een voorgeprogrammeerde boodschap: verzending afschriften week vertraagd. Postbank blijft in gebreke en ik moet 45 cent betalen? U kunt ook op internet kijken. Ik heb geen internet! U kunt een klacht indienen. Geweldig: Postbankmedewerker buigt zich straks à 50 euro per uur over kwestie van 45 cent.


02-09-08. Er wordt me vaak gevraagd: ‘Martin, waarom ga jij de politiek niet in? Het land heeft je nodig!’ Dat is ook zo. Maar als ik een politieke functie zou aanvaarden zou ik mijn hele hebben en houden openbaar moeten maken en allerlei beschamende dingen over mijn verleden moeten vertellen – zouden er dan nog mensen zijn die een stem op mij uitbrengen? Ik was een jaar of tien en kocht met de even oude T.R. een doosje lucifers. Met die lucifers staken we dingen in brand. Omstreeks die tijd ook samen met H.B. sigaretten van zijn moeder gejat en gerookt. Drie jaar voordien was er gedoe over de partnerkeuze van Beatrix: een Duitser, twintig jaar na de oorlog. Bij ons in de straat waren er oudere jongens die verbeten ‘Weg met Claus!’ zongen. En ik (zeven) zong mee!


03-09-08. Chu Chan komt uit Noord Korea maar verblijft momenteel in Vietnam. Hij (of zij) is het geboorteland ontvlucht en wordt dan ook door Noord Korea als een veiligheidsrisico beschouwd. Chan heeft aardig wat van de wereld gezien en wil er nog veel meer van zien en daarom kreeg ik een mail met het verzoek of ik eens wilde kijken of er hier mogelijkheden zijn om geld te investeren. Want Chan heeft op diverse plekken wat middelen ondergebracht. Als ik wat interessants gevonden heb kan ik het laten weten. Dat is voor mij erg lucratief want ik mag dan namens Chan gaan investeren. Ik volg de beurs niet nauwgezet maar ik weet toevallig dat er in Buisdorp voor investeerders volop kansen liggen. Op 14 september komt dat toevallig ter sprake in Hot Talk. Benieuwd of Chu Chan luistert.


04-09-08. Als ik ’s morgens de parkeergarage verlaat moet ik om te beginnen achteruit het vak uit, dan vooruit voorbij het hek: achtereenvolgens achteruit en eerste versnelling. Toen ik na heksluiting weer instapte merkte ik dat de eerste versnelling niet toegankelijk was. Geen nood, in z’n twee kan je ook wegrijden. Na een eindje wilde ik doorstoten naar de derde, ook die deed het niet. Daarom van twee naar vier en bij snelheid minderen van vier naar twee. Een kilometer of wat verderop hield versnelling nummer vier er eveneens mee op. Bij een stoplicht controleerde ik hoe het met de achteruit zat: slecht. Ik kon alleen vooruit en alleen in de tweede versnelling. Op kantoor de parkeergarage in – maar hoe kwam ik achteruit in het vak? Een auto in de versnelling duwt lastig. Medewerker beveiliging maar laten duwen.


05-09-08. Had in de tweede versnelling de garage van kantoor weten te bereiken – was er ook een weg terug? De beveiliger had de auto terwijl ik me om het sturen bekommerde achteruit een parkeervak ingeduwd. Eruit, in z’n twee, was in theorie een makkie, ware het niet dat er in de praktijk een helling genomen moest worden. Een flinke dot gas kan wonderen doen en daar ging ik de helling op en de garage uit. Alsof ik in een automaat reed: niet schakelen maar gewoon in de tweede versnelling. Bij de dealer vertelde ik over de uitval van versnellingen een, drie, vier en achteruit, ik zou erover gebeld worden. Het viel mee: er diende een onderdeeltje vervangen te worden van minder dan twintig euro. Een meevaller – ware het niet dat er nog arbeidsloon bijkwam. Totale grap: 187,53 euro.


06-09-08. De eerste repetitie verliep naar wens. Het team is een duo: Esther en bassist Jan zijn ditmaal niet van de partij, Hans en ik nemen volgende week zondag de uitzending samen voor onze rekening. Dat is voor mij makkelijker dan voor hem: ik hoef alleen mijn presentatorstem in te zetten, Hans heeft vele rollen en dat vergt dus vele verschillende stemmen. Bovendien is voordracht voor mij makkelijker omdat ik de teksten geschreven heb. Bij de eerste doorloop ging het vooral om het timen van de sketches. Maakte daarbij een optelfout waardoor ik dacht dat er in het tweede uur extra tekst nodig was maar dat is niet het geval. In twee gevallen, als Hans het Afrikaanse medium professor Bomba en als hij Eppie doet, schoot ik enorm in de lach. Dat mag op de radio niet gebeuren.


07-09-08. Gisteravond twee uur op het draaiboek/script getuurd en een paar toevoegingen gedaan alsook hier en daar een paar regels geschrapt. Had de teksten twee keer solo hardop voorgedragen en getimed, toen zat het snor. Tijdens de repetitie met Hans, afgelopen vrijdag, kon er nauwkeuriger getimed worden. Ik ontdekte daardoor dat we in het tweede uur mogelijk een minuutje tijd over hadden, dus ik overwoog de dialogen hier en daar wat op te rekken. Maar toen ik nog eens naar mijn optelling keek bleek dat ik een telfout gemaakt had en zo werd het een kwestie van hier en daar inkorten. We besluiten met een prachtige zeven minuten durende kamermuziekcompositie van Frank Zappa waar ik zoveel mogelijk van wil laten horen, daarom het nummer van Editors maar voortijdig laten wegdraaien door de technicus. Nog een week te gaan!


08-09-08. Vrijdag bij de repetitie speelde Hans het klaar me in de lach te laten schieten, als het Afrikaanse medium Professor Bomba en als Eppie, die niet goed bij zijn hoofd is. Moet zien dat ik de lachspieren zondag tijdens de uitzending in bedwang heb – hoewel, het is misschien wel aardig om verschrikkelijk in de lach te schieten. Zolang het maar niet gemaakt is. Herinner me een documentaire waarin Frans van Dusschoten vertelde dat André van Duin hem aan het lachen bracht. Vervolgens een fragment van een sketch waarbij Van Dusschoten op het gênante af deed of hij zijn lachen niet kon inhouden. Herinner me ook een zwart-witte registratie van een Toon Hermans One Man Show waarbij Toons drummer het te kwaad kreeg. Wat zat die man krampachtig te doen of hij niet meer bijkwam van het lachen!


09-09-08. Door naar Radio West te luisteren kon ik voorkomen dat ik daar zondag als mosterd na de maaltijd kom. Had supervisor Paul Waayers aan de telefoon gehad, die wilde weten of het volgende week doorgaat. Het gesprek kwam op een jingle van Radio West, waarin een dameskoortje zingt dat deze zender ‘altijd dichterbij’ is. Ik zei tegen Paul dat zoiets taalkundig omstreden was: je bent hetzij ‘altijd dicht bij’ iets of iemand, het zij kom je ‘steeds dichterbij’. Wat is nou ‘altijd dichterbij’? Ha, zei Paul, daar had hij nog niet aan gedacht, dat was ik natuurlijk weer. Moest ik in de uitzending maar een grap over maken! ’s Avonds luisterde ik naar Hot Talk, aan het begin van het tweede uur, na de jingle, zei Paul dat die taalkundig niet juist was, ‘bedenk ik me nu’.


10-09-08. Ik laat altijd alles maar doen, dan ben ik per saldo voordeliger uit dan wanneer ik het zelf doe. Goed, je betaalt arbeidsloon maar als het een beetje misgaat hoef je dat zelf niet te betalen. Reed ooit ergens tegenaan, waardoor het glas van een koplamp een barst opliep. Glas van de koplamp moest vervangen worden, ik reed naar de dealer voor een nieuw koplampglas. Het werd geleverd in een doos. Thuisgekomen wilde ik controleren of ik wel het goede glas gekocht had en opende de doos. Maar de doos was al open, aan de andere kant: het koplampglas viel aan scherven. Gisteren begaf een lampje het. Reed naar de dealer en vroeg of men er een nieuw in wilde zetten. Ze rekenden 75 euro per uur, wat als dat de minimumrijs was? Het viel mee: 9,50.


11-09-08. Het is verfrissend als een grote dode van zijn voetstuk wordt geduwd. Al is het alleen maar om de blinde bewonderaars de ogen te openen voor diens menselijke proporties. In Vrij Nederland doet Dick Matena via mondelinge toelichting op zijn correspondentie met Marten Toonder een boekje open over wijlen de meesterstripmaker. In zijn laatste jaren verscheen deze nogal eens in treurige toestand op de buis – wat voor een deel komedie spelen was waarmee hij de aandacht trok van bewonderende vrouwen en die aandacht liet hij zich graag aanleunen. Een minder vrolijke anekdote: Toonder zou bevreesd geraakt zijn dat men hem wilde vergiftigen. Toen ik hem in het Rosa Spier Huis opzocht had ik hazelnootgebakjes van Maison Kelder bij me (niet de minste) maar die werden niet gegeten. Misschien had hij het idee dat ik hem wilde vergiftigen.


12-09-08. Er is niet zozeer sprake van zenuwen voor de rechtstreekse uitzending (zondagavond vanaf 21.00 uur op Radio West) als wel van ongeduld – ook geen prettig gevoel. Nog twee hele dagen en een groot deel van de derde dag wachten tot het zover is. Het draaiboek/script is klaar (zesde versie) en de tweede repetitie was gistermiddag een geslaagde. Voor mij was het een makkie, ik hoefde alleen maar de teksten die ik zelf geschreven had voor te dragen en had daarbij genoeg aan mijn eigen stem. Handlanger in de radio-onderneming Hans stond voor een zwaardere taak: ik had voor hem tien rollen geschreven en dat zijn dan tien verschillende stemmen, plus nog de stem van Koos Speenhoff als hij die zingend vertolkt. Het geheel is nu wel naar mijn zin: luister zelf eventueel maar via de website Westonline.


13-09-08. De voorbereiding voor de uitzending van morgenavond is in volle gang. Gisteren een groot deel van de tijd gedood met achterstallig dvd-kijken. Planet Terror was me bij lening bij de bibliotheek zo goed bevallen dat ik de film kocht, samen met Death Proof, eveneens een ode aan het Grindhousegenre. Kurt Russell is daarin als Stuntman Mike een geweldige Enge Man en Rose McGowan is altijd een feest om te zien: als heks in Charmed, met een houten been in Planet Terror en hier met een blonde pruik. Tegen het eind van Death Proof probeert Stuntman Mike met zijn death proof auto een auto van de weg te duwen waarop een stuntvrouw voor de kick op de motorkap ligt. Dat gaat kilometers vol spanning door. Ik dacht: als ze gewoon op de rem trappen is het gevaar geweken.


14-09-08. Het is momenteel nog vroeg in de ochtend, de zon schijnt al magnifiek. Ik stel me zo voor dat men de dag buiten doorbrengt met zonnig nazomeren en dan na zonsondergang afstemt op Radio West om van 21.00 tot 23.00 naar Hot Talk te luisteren. Ik geloof dat we de luisteraars gaan verwennen. De muziek alleen al: Beirut, Kings of Leon, The Kooks, Igor Stravinsky, Duke Ellington, The Who, The Zutons, Editors, Mark Ronson, Frank Zappa en nog meer moois. En dan de gasten: Piet Kip, Jaap Hik, Roeland Middelie, Cornelius Zwartgal, Koos Speenhoff, mr. Wijnand Dommes de Gil, professor Bomba, dokter Mentaal, Ben Rauwpens, Eppie en burgemeester Noten. We gaan het onder meer hebben over de Week van de Hysterie, het Homo Home voor bejaarde homo’s, de Buisdorpse Zoogdierenbescherming en postume lichaamsverzorging – luisteren kan via www.westonline.nl.


15-09-08. Veel warmer kan een bad niet zijn: je staat in de studio van Radio West te praten met de technicus, aan wie je uitlegt wat je twee uur lang gaat doen. Dan komt er een andere technicus langs en die kent je nog van een uitzending die je bijna twee jaar geleden met hem aan de knoppen maakte en vraagt of je nu weer zoiets gaat doen en zegt dan dat hij thuis zal gaan luisteren want hij had het de vorige keer zo geweldig leuk gevonden. De twee uur rechtstreekse radio vlogen helaas weer om. Hans was zoals altijd in vorm, ik sprak naar vermogen mijn teksten uit (inclusief het geknor van een biggetje) en de technicus startte op het juiste moment de juiste muziek. Het was, kortom, weer een feestje dat te snel voorbij was.


16-09-08. Ik had nog een paar kortingsbonnen liggen en besloot de reis naar Rotterdam per trein te ondernemen: met de auto naar station Moerwijk en vervolgens voor 4,20 heen en weer over het spoor. Bij boekhandel Donner kocht ik A Darker Domain, de nieuwe Val McDermid, bij Clockhouse een gavig shirt. En toen weer terug. Er stond op het perronbord dat de intercity naar Amsterdam vertraagd was. De trein die afmeerde ging zonder dat het op een bord aangegeven stond naar Moerwijk, uiterst verwarrend. Er werd een blinde naar binnen geholpen. (Zo iemand heet tegenwoordig geloof ik ‘visueel gehandicapte’, of, nog eufemistischer, ‘visueel beperkte’.) De blinde vroeg of de trein ook te Den Haag NOI stopte. ‘Nee,’ zei een jongedame. De blinde op de tast de trein weer uit. Maar de trein stopte wel op Den Haag NOI!


17-09-08. Omdat ik wel wat beters te doen had heb ik de troonrede niet gevolgd. Ik ben dan ook onkundig van de afzichtelijke hoofdbedekking die er gedragen werd en ook van wat me te wachten staat. Ga ik er volgend jaar op vooruit of achteruit? En zal het een procent zijn of twee? Het zijn zulke onbeduidende percentages dat ik me er op voorhand maar niet druk om maak: veertig procent erbij of eraf, dat hakt erin. Volgend jaar geen no-claimkorting van de zorgverzekeraar, dat is minus 255 euro. Maar daar staat mogelijk een meevaller tegenover. Een paar dagen geleden voldeed ik een boete van 180 euro die ik gekregen had omdat een wetsdienaar zich niet kon vinden in mijn rijgedrag. Als ik volgend jaar geen boete van 180 euro krijg ga ik er 180 euro op vooruit!


18-09-08. Ik was met een blikje bier aan het afbouwen van een welbestede dag waarop ik zo weinig mogelijk had uitgevoerd, dat kan je aan mij wel overlaten, en toen belde mijn zus op met het verzoek onze moeder naar de EHBO te vergezellen wegens een oorbloeding die niet wilde ophouden – zelf moest ze naar haar les hocus pocus pilates. Wachten, wachten, bij de EHBO. Er was een dame op pad die koffie verstrekte, daar was ik omdat het wachten nog lang zou kunnen duren wel aan toe. Ze schonk een plastic bekertje vol en zette dat omdat het zo heet was in een tweede bekertje en reikte mij de koffie aan, waarbij er wat van die hete koffie op mijn hand lekte. Theatraal riep ik: ‘Au! Help! EHBO! Een brandwond!’ Wat een uitbundige pret had de koffiedame.


19-09-08. Het avondbezoek aan de EHBO was natuurlijk nog maar het begin. (De arts was een erg leuke jongedame, van wie ik ’s nachts meteen al droomde.) Gisterochtend diende mijn moeder door de KNO-arts het oorverband te laten verwijderen. Die KNO-arts was ook een leuke jongedame maar ze zal me waarschijnlijk niet tot in droomland door het hoofd gaan. Ze haalde een enorm lint van gaas uit het oor, het leek wel een goochelaar die aan elkaar geknoopte sjaals tevoorschijn trok. Mijn moeder is al doof en daar komt bij dat ze niet altijd aandachtig luistert, dus er was zo goed als geen verband tussen de vragen die de arts stelde en de antwoorden die ze kreeg. Ze stelde de vragen toen maar aan mij, mijn moeder ging intussen onverminderd door met het geven van haar eigen antwoorden.


20-09-08. De verbouwing nadert: een paar dagen geleden was er een bijeenkomst voor de pluk buren die binnenkort aan de beurt is. De verbouwers gaan de tegels uit de vloer van de badkamer beuken en verwijderen daarna een deel van de vloer eronder. Het kabaal van dien moet ook in de belendende percelen en het onderliggende perceel goed hoorbaar zijn. We kregen bij de voorlichting een domper te verduren: Haag Wonen kondigt in de brochure aan dat van de muur verwijderde zaken weer bevestigd zullen worden maar dat doen ze bij nader inzien toch maar niet: te veel werk. Toen ik de volgende dag een buurvrouw sprak bij wie al gerenoveerd is kwam de aap uit de mouw. De verbouwers hadden bij het boren van een gaatje een tegel beschadigd: ze hebben liever dat wij die zelf beschadigen.


21-09-08. Wachtkamers heten niet voor niets wachtkamers. Van de week zat ik in zo’n wachtkamer te wachten totdat er een dokter opdook om zich te ontfermen over de oorbloeding die bij mijn moeder aan de orde was. Ik doodde het wachten met het inzien van tijdschriften die er lagen. In een ervan stond een boeiend artikel over het vrouwelijk lichaam, waarbij vrouwen aan het woord kwamen die aan de hand van een afbeelding van hun naakte lichaam een oordeel over dat naakte lichaam gaven. Ook werd vermeld de uitkomst van een onderzoek naar borsten en daaruit kwam naar voren dat in de provincie Overijssel de grootste borsten van ons land kunnen worden aangetroffen. Nog onbegrijpelijker was een artikel in National Geographic over de zoektocht naar de higgs boson, die licht kan werpen op de omstandigheden van de oerknal.


22-09-08. Er klonk bonk. Ik keek om: er lag een piepjong vogeltje op het balkon, door gebrek aan vliegervaring in volle vaart tegen het raam geknald. Er zou toch niet iets gebroken zijn, of inwendig letsel aan de hand? Toen ik naderde was er wat paniekfladdering van de vleugels, die het gelukkig dus deden. Ik aaide voorzichtig, dat mocht. Snel schoteltje water gehaald, hoewel ik niet wist of het vogeltje daar behoefte aan had. Hem/haar opgetild en op schoot genomen, wat ook al mocht. En zo zat ik met een vogeltje op schoot, geen idee wat het was. Zou ik hem/haar adopteren? Door de kamer laten vliegen? Vogeltje zat vriendelijk naar me te kijken en hipte na een tijdje op mijn schouder en bleef daar ook naar me zitten te kijken en vloog toen de nabije boom in.


23-09-08. Binnenkort verschijnt er eindelijk weer een cd van hem (in Amerika in oktober, in Europa in november) en let maar op, dan is Tom Jones (68) weer hot. De afgelopen weken genoot ik van twee drie-dvd-sets met afleveringen van de ABC-tv-serie This is Tom Jones (1969-1971). Voor liefhebbers van (pop)muziek om van te watertanden. Tom zingt duetten met Janis Joplin (Raise your hand), een jonge Joe Cocker (Delta Lady), Little Richard, Jerry Lee Lewis, Johnny Cash en Blood, Sweat & Tears, hij ontvangt voorts gasten als Burt Bacharach, Tony Bennett, The Who, Mary Hopkin, The Moody Blues, Stevie Wonder, Bob Hope, Richard Pryor en Sammy Davis Jr (wiens Mr. Bojangles Tom voortreffelijk zingt terwijl Sammy danst). YouTube heeft een prachtige clip van het ingetogen, melancholieke 24 hours, van de nieuwe cd: bijna veertig jaar na de tv-shows.


24-09-08. Als ’s avonds de telefoon gaat en de nummerherkenner herkent het nummer niet dan is het meestal iemand van een callcenter. Vergeefs, want voordat de beller zich goed en wel voorgesteld heeft heb ik de verbinding al verbroken. Gisteravond was het niet een callcenter maar een bejaarde buurman. Hij bevond zich in zijn slaapvertrek, ingeklemd tussen bed en stoel: hij was omgevallen en kon niet meer overeind komen. Hij had een hulpdienst gebeld, wilde ik het in de gaten houden? Ha, daar had je ze al. Ik opende de voordeur en zag maar liefst vier agenten in de regen staan. De omgevallen buurman had voorgesteld dat ze het keukenraam zouden intikken maar er gaat niets boven het inbeuken van de voordeur. Een miskleun die de deurpost verpulverde, toen een rake uithaal en wham, de voordeur vloog open.


25-09-08. De voordeur van de omgevallen buurman was ingebeukt, de agenten gingen het pand in en ik weer aan het werk. Maar niet voor lang: er werd aangebeld, ik deed open en trof twee agenten aan. Ze hadden de omgevallen buurman overeind getild en een verpleger van een ambulance had zich over hem ontfermd. Ik kon ook nog wat uitrichten want ze hadden een reservesleutel voor me. Het slot was tijdens het inbeuken intact gebleven en de sleutel bruikbaar. Het zou een uitkomst zijn als ik de deur kon openen wanneer de buurman weer omviel, dan hoefde de deur niet ingebeukt te worden. Daar zat wat in. Ik pakte de sleutel aan maar dat ging zomaar niet. Een van de agenten wilde van alles van me weten: mijn naam, mijn huisnummer, mijn postcode, mijn telefoonnummer en mijn geboortedatum.


26-09-08. 2006 telde 365 dagen, 2007 ook, het schrikkeljaar 2008 is gevorderd tot dag 270. 365 + 365 + 270 = 1000, dus dit is het duizendste dagelijkse stukje tekst dat onder het motto Sabbatical in Progress geschreven wordt. Die benaming was aanvankelijk op z’n plaats omdat ik de bedoeling had dagelijks 150 woorden te wijden aan de vorderingen bij het schrijven van een manuscript dat Sabbatical heette. Ik schreef niet dagelijks aan Sabbatical, maar wilde toch dagelijks die 150 woorden online zetten, en zo kregen ook andere onderwerpen dan het schrijven soms ruimte. Elk stukje begon met: ‘Een dagelijkse Real Life Blog over het schrijven van de roman Sabbatical’, ik voegde daar dus (inclusief datum) 138 woorden aan toe. Sinds de introzin er niet meer boven staat telt elk stukje exact 138 woorden. Hulde aan de jubilaris!


27-09-08. Soms denk je alles gunstig gepland te hebben maar dan krijg je een ingeving die alles weer aan duigen gooit. Morgenavond ga ik met een bevriende vriendin naar de film. Dat gebeurt in Amsterdam, de voorstelling begint om kwart over negen. Duurt dus tot zo halftwaalf, inclusief aansluitend wat drinken wordt het ondoenlijk een terugtrein te nemen en in Den Haag op een tramloos station aan te komen. Het wordt dus de auto: de garage is de hele nacht toegankelijk. Ook iets om rekening mee te houden: laat slapen en vroeg opstaan is geen gelukkige combinatie en daarom werk ik maandag maar thuis. Een planning waar geen speld tussen te krijgen is. Maar toen bedacht ik ineens: bij de buren begint maandag de verbouwing. Vanaf zeven uur gehak in de badkamervloer waar niet doorheen te slapen valt!


28-09-08. Vanavond gaan we Brideshead Revisited zien. Ik ben een wat ouder gediende dan Tieka en heb de tv-serie nog meegemaakt, met een geweldige Jeremy Irons en nog veel meer geweldige geweldenaars. Die duurt tien uur – benieuwd of ze het verhaal in een film van twee uur hebben kunnen proppen. Heb de tv-serie op dvd en merkte bij het zien daarvan hoe traag het soms was. Als mijn toenmalige dvd-speler op dubbele snelheid afspeelde bleef de ondertiteling zichtbaar en trage passages bleven zelfs dan traag. Had tegen Tieka gezegd dat ik om in het verhaal te komen die tv-serie nog even ging zien maar daar kwam natuurlijk niets van terecht. Evenmin als van het herlezen van het boek, wat helemaal geen herlezen zou zijn geweest maar voor de eerste keer lezen. Aan sommige boeken kom je nooit toe.


29-09-08. Schuin tegenover Tuschinski zit een Italiaan en daar zaten we: bevriende vriendin Tieka die verkoudheidsverschijnselen probeerde te onderdrukken en ik. Het voedsel dat we voorgeschoteld kregen was warm, het bord buitengemeen heet – er zit momenteel dan ook een blaar op mijn linkerwijsvinger. Een eigenaardig eethuis. De ober passeerde enige keren ons tafeltje zonder te vragen of het smaakte, een afruimer nam de borden in zonder te vragen of het gesmaakt had en toen ik koffie wilde bestellen zei de afruimer dat ik een collega moest hebben. Dat was de oorspronkelijke ober, die niet reageerde op wenken. Bevriende vriendin wilde espresso, Martin cappuccino. Ik riep tegen passerende ober dat ik koffie wilde bestellen. Serveerde hij twee gewone koffie! (Als je tegen die ober zegt dat je ijs wilt bestellen heb je kans dat hij je willekeurig ijs voorzet.)


30-09-08. Als schrijver heb je soms geen idee van de kwaliteit van je werk. Daarom is het prettig om feedback te krijgen. Die kreeg ik afgelopen zaterdag van een volslagen onbekende. Dat maakte het helemaal mooi: vrienden en bekenden kunnen weinig anders dan een schrijver bejubelen. Maar een vreemde! Ene Vicky Schaffer mailde me: ‘Hello there Friend, Your new book has brought a lot of excitement to our editorial staff. It’s certainly this year’s best in its genre. You seem to never going to quit surprising us. We have made a contract with you and guarantee that the first edition will total at least 10 million copies. Enclosed is the approved and edited copy of your amazing book. Thank you for this paragon of beauty. Please get in touch with us at your earliest convenience. Good-bye for now.’


01-10-08. Broer Adriaan zei gisteravond vanuit Spanje in de uitzending van Shownieuws dat er geen DNA-test gedaan moet worden maar een B&A-test. Lezers van ongeveer mijn intellectuele kaliber zullen zich afvragen waar dit over gaat, de verstandelijk minder ontwikkelden wisten onmiddellijk dat hier de gevatte broer van clown Bassie aan het woord was. Ik bezocht een keer in Diligentia een voorstelling van een matig cabaretduo (in de pauze vertrokken) en de lolbroeken zongen een variant op het bekende clownslied: ‘Adriaan is acrobaat, Bassie spuit ze vol met zaad.’ Het is aardig om te zien hoezeer zoiets de gemoederen bezighoudt terwijl de wereldeconomie op instorten staat. Een man van 73 die zich voortplant is eerder vertoond: Pablo Picasso, Charlie Chaplin – waarmee ik niet wil beweren dat de clown Bassie in dit rijtje thuishoort. Nee, Bassie is een autonoom verschijnsel.


02-10-08. De veerboot vertrok om halfeen van Harlingen en ik ging krankzinnig vroeg van huis: vijf over negen. Nou ja, dan kon ik voor de afvaart naar Terschelling nog een uurtje Harlingen gaan bekijken. Ha! In de buurt van Schiphol belandde ik in een file die neerkwam op gedurende twaalf kilometer stapvoets rijden. Het duurde meer dan een uur voordat ik enigszins op gang kwam en dat ging gepaard met verschrikkelijke visioenen. Ik zou de boot missen. De volgende moeten nemen. Die ging om halfdrie. En kwam om halfvijf aan. En dan zou de vergeefs in de bibliotheek op mij wachtende teamleider de boot van halfvijf naar het vasteland genomen hebben zonder dat ik haar had kunnen interviewen. Maar voorbij Amsterdam kon ik tot aan Harlingen 120 rijden, en tien minuten voor vertrek was ik op de boot.


03-10-08. Soms doen mensen werk waar ze helemaal niet geschikt voor zijn. Op 10 maart 1998 overleed de acteur Lloyd Bridges, vader van Jeff en Beau Bridges. Het middagjournaal was in handen van Marga van Praag, die zei dat Lloyd ‘Bridge’ overleden was. Er kwam een filmpje: Lloyd Bridges dit, Lloyd Bridges dat. Toen Marga van Praag weer om te zeggen hoe oud Lloyd ‘Bridge’ geworden was. Je hebt ook onkundige vertalers, zag ik weer eens bij de ondertiteling van een dvd van The League of Gentlemen. In een van de extra’s voerde iemand het woord die Donald Pleasance, Edgar Allan Poe, Battle with a Severed Hand en Jack Palance noemde. De vertaler, iemand met even weinig algemene ontwikkeling als Marga van Praag, maakte daarvan: Donald Pleasant, Edgar Allen Poe, Battle with a Sabbat Hand en Jack Polans.


04-10-08. Het is vandaag geloof ik dierendag en dat kan kloppen want sinds gisteren is kat Loekie te gast. Poes Gregor vindt dat niet iets om opgewonden van te raken, poes Duimpie is zeer ingenomen met het weerzien. Na het openen van de tralies van de draagbak rende Loekie meteen de binnentrap op. Duimpie is min of meer volkomen doof en lag bij de aankomst van haar makker op bed te slapen en had hem niet in de gaten. Maar toen ik haar optilde en voor Loekie neerplantte trad het herkenningsritueel in werking: aan elkaar snuffelen en elkaars snuit likken. Loekie was meer dan een halfjaar niet in huis geweest maar meteen weer ingeburgerd. Als hij het idee heeft dat ik naar boven ga vliegt hij de trap op en gaat bij het voerbakje in de houding zitten.


05-10-08. Als de omstandigheden er niet naar waren zou het zorgwekkend zijn dat ik momenteel in mijn eigen huis de weg wat kwijt ben. Het houdt verband met de aanstaande renovatie (over vier dagen) en de voorbereidingen die daarmee gepaard gaan. Zo was mijn zus gisteren overgekomen om te assisteren bij een viertal verplaatsingen. De koelkast, het gasfornuis, de wasmachine en de wasdroger dienden verwijderd te worden uit respectievelijk de keuken, de keuken, de badkamer en de badkamer en gestationeerd in respectievelijk de woonkamer, de woonkamer, de slaapkamer en de slaapkamer. En dus liep ik gisteravond vergeefs naar de keuken om een blikje bier uit de koelkast te halen. Mijn zus hield zich naast het sjouwen ook bezig met het onderdeel elektriciteit: er dienden snoeren losgekoppeld te worden. Zoiets vind ik zelfs eng als de stroom uitgeschakeld is.


06-10-08. Er was de nodige afleiding maar ik kwam ook gisteren toe aan opruiming. In de keuken de kastjes even van de muur gehaald. Dat wil zeggen: het was niet bepaald een makkie. Het waren drie kastjes die je opwaarts moest duwen en het eerste kastje gaf niet mee. Ik zette flink wat kracht en dan legt zo’n kastje het natuurlijk af. Vervolgens kastje twee en dat bleek onlosmakelijk verbonden te zijn met kastje drie, tezamen hadden ze een breedte van een meter twintig. Als je zelf een meter eenenzeventig lang bent kom je een paar decimeter tekort om comfortabel beide uiteinden van de dubbele kast omhoog te duwen. Maar ik ken mijn kracht en de kast nu ook want die delfde het onderspit: gezucht en gesteun mijnerzijds was afdoende om via een krachtsexplosie het karwei te klaren.


07-10-08. Begin het idee te krijgen dat ik het voor elkaar krijg: voor donderdag alles wat ingepakt moet worden in te pakken. Eergisteren had ik boven op planken uitgestalde cd’s naar beneden gedragen, dat was meer dan twintig keer binnentrap op en af. Vervolgens de planken in de wc boekenvrij gemaakt en gisteren de boven uitgestalde boeken, videobanden en dvd’s laten schuilgaan achter verknipte vuilniszakken. In een later stadium ondergaan de tv, het stereotorentje, de dvd-speler en de videorecorder hetzelfde lot. Op de vloer heb ik kranten gelegd, eroverheen afdekzeil en daar komt dan nog de afdekking van de werkers op te liggen. En dan kan donderdag het breekspektakel beginnen, volgende week vrijdag moet het klaar zijn. Komend jaar volgt de vervanging van de ramen en kozijnen voor en achter – ik kan alles net zo goed ingepakt laten.


08-10-08. Er komen hier figuren over de vloer die respect hebben voor het boekenbezit dat de muren aan het zicht onttrekt. Er zijn er ook (en die komen er niet meer in) die zich afvragen of ik wel goed wijs ben, al die boeken. Tegen de laatste categorie trok ik achter hun rug al een lange neus, binnenkort trek ik recht in hun gezicht een lange neus. Zij hebben niet geïnvesteerd in een huisbibliotheek maar hebben hun geld op de bank gezet of (nog erger) belegd. En zij zullen na de aanstaande instorting van de economie lelijk op hun neus kijken. Erg, hè? Al dat opgepotte geld ineens foetsie. Nee, dan ik, met mijn boeken. Een enorm gevoel van triomf mijnerzijds maar nu nog niet want ik ben momenteel wegens de verbouwing met stapels boeken aan het sjouwen.


09-10-08. Mijn liggende gelden heb ik op drie rekeningen staan: een girorekening van de Postbank, een plusrekening aldaar en een dingesrekening bij Roparco. Veel is het niet maar het gaat erom dat het drie rekeningen zijn. Mochten Postbank en Roparco omvallen, dan krijg ik van Bos per rekening 100.000 euro uitgekeerd. Aanzienlijk meer dan er momenteel op die rekeningen staat, dat is mooi meegenomen. Alleen: hoe gaat het als alle banken omvallen? Hoe krijg ik die drie ton dan in handen? Bos kan het niet overmaken naar een rekening, want als alle banken omgevallen zijn, zijn er ook geen rekeningen meer. Moet ik dan mijn drie ton in contanten laten uitbetalen? Met zoveel geld ga ik liever niet over straat. Enfin, ik lul maar een eind raak omdat ik uit mijn doen ben omdat de verbouwing vandaag begint.


10-10-08. Nog wat meegemaakt? Om zes uur de binnentrap afgedaald en de deur van de woonkamer geopend en daar drie vredig slapende huisdieren aangetroffen: logeerkat Loekie en eigen poezen Gregor en Duimpie, op een plek waar zij nooit eerder in deze samenstelling de nacht hadden doorgebracht. Om tien over zeven een drietal werkers binnengelaten die zonder plichtplegingen keuken, toilet en badkamer te lijf gingen en in een moordend tempo alles wat zij daar aantroffen het huis uit werkten: kastjes, wc-pot, muurtegels, vloertegels. Toen dat gedaan was gingen ze met luidruchtige boormachines aan de gang, de katten wisten niet wat ze hoorden. Om de zinnen te verzetten een halfuurtje op de fiets gezeten en een aardig tempo ontwikkeld. Dat ging goed totdat een voorligger die ik wilde inhalen naar links zwenkte: geremd, onderuitgegaan, elleboog ontveld. Verder bijna niets meegemaakt.


11-10-08. Het is goed te doen: leven tussen het puin. Je hoeft je bezittingen niet over je huis te verdelen, je kunt ook alles in de woonkamer onderbrengen. De cabine buiten die ik kan gebruiken is voorzien van toilet en douche en je kunt er zelfs een was draaien. Nou ja, de bijbehorende droger staat nog ingepakt naast de wasmachine en die wasmachine is nog niet aangesloten maar verder maakt het een uiterst luxueuze indruk, de cabine. Ging er gisteravond voor het eerst douchen. Omdat meerdere personen ervan gebruikmaken moet je uitkijken voor voetschimmel, waarschuwde mijn zus. Toen ik de cabine wilde binnengaan kwam buur Mylène uit de hare. Ik bracht de voetschimmel ter sprake. ‘Heb je geen slippers?’ vroeg ze. En ze gaf me haar nog nalekkende slippers in bruikleen. Als zij nu maar geen voetschimmel heeft.


12-10-08. Wat kamperen is heb ik nooit aan den lijve ondervonden maar het moet zoiets zijn als ik nu meemaak. Ik slaap nog gewoon in een bed maar mijn bezittingen zijn geconcentreerd in een enkele ruimte: de woonkamer. Die is aanmerkelijk groter dan een tent, dus de vergelijking met kamperen slaat waarschijnlijk nergens op. Het is misschien zoiets als de vakantie doorbrengen in een ‘huisje’ – dat heb ik op jeugdige leeftijd, toen ik nog onder ouderlijk gezag stond, wel eens moeten doen. Het huisje was niet veel groter dan de woonkamer, douchen diende je ergens buiten het huisje in een keet te doen. Precies wat ik nu doe. De keet die ik daarvoor gebruik is vele malen luxueuzer dan de destijdse douchekeet. En als je de keet verlaat sta je midden in een woonwijk, dat heeft wel wat.


13-10-08. De kredietcrisis interesseert me niet alleen niet omdat zij mij niet interesseert maar vooral ook omdat ik iets aan mijn hoofd heb waar mijn hoofd van omloopt: de verbouwing. Wat er bij een verbouwing allemaal mis kan gaan, het is beangstigend gewoon. Ik raak dingen kwijt en kan ze dan ook nog eens niet vinden. Wat wil je, als er aan je woonkamer een gasfornuis en een koelkast zijn toegevoegd alsook vele dozen met spullen die voorheen in keukenkasten waren ondergebracht. Ging zaterdag hardlopen en koos de waskeet daarbij als vertrekpunt. Die betreden hebbend ontdekte ik dat beide New Balance N77 schoenen nog thuis lagen. In de overvolle woonkamer staat het Senseoapparaat wankel op de vensterbank. Eerder al eens een gebruikte pad gebruikt, gisteren vergeten er een kopje onder te zetten. De verbouwing duurt nog vijf dagen.


14-10-08. ‘Waar gewerkt wordt vallen spaanders,’ aldus de legger van de vloer in de badkamer – bij een renovatie krijg je er gratis wijsheden bij. Ik heb inmiddels drie dagen werkers over de vloer gehad en het valt me alleszins mee: ik heb nog geen ruwe taal hoeven uit te slaan om bij hen de smaak te vallen en er hebben zich nog geen calamiteiten of andere ongunstigheden voorgedaan. Vrijdag was er een piefje in de keuken bezig en hij had in de vensterbank een radio gezet waar bonkmuziek uit kwam. Gisteren hadden de leggers van de badkamervloer een radio bij zich die was afgestemd op een zender die de Kaiser Chiefs liet horen. Dat was dik in orde – maar toen ik ’s middags weer eens ging kijken werd het verschrikkelijke UB40 aangekondigd. Dat was nou zo’n gevallen spaander.


15-10-08. Waar gewerkt wordt vallen niet alleen spaanders, er vallen ook gewonden. Al vroeg in de ochtend moest ik twee pleisters uitreiken aan een werker die een vinger had opengehaald aan de tegels waar hij mee bezig was. Later op de dag kwam het bericht door dat de in een ander pand werkzame Maurice tijdens zijn bezigheden twee vingers gebroken had. ‘Ik hoor dat Maurice twee vingers gebroken heeft,’ zei ik tegen de werker die ik aan twee pleisters geholpen had. ‘Misschien wel drie,’ zei deze. Nog weer later keerde Maurice terug, twee vingers die nog ongebroken waren in het verband. In het ziekenhuis had men hem een tetanusinjectie aangeboden maar die had hij dapper afgeslagen. Als hij vandaag in hondsdolle toestand op het werk komt heb je kans dat er behalve spaanders en gewonden ook doden vallen.


16-10-08. Wat iets oplevert interesseert me nooit zo maar vanmiddag wordt mijn huis opgeleverd en dat is natuurlijk wel iets. Keuken, toilet en badkamer hebben een extreme make-over ondergaan. Zoiets als bij iemands gerimpelde kop niet gewoon de plooien gladstrijken maar hup rigoureus een geheel nieuwe kop op de schouders plaatsen. Omstreeks acht uur vanmorgen gaat boormeester Lima in de badkamer een aantal zaken aan de muur bevestigen en gaat Tattoo Boy aldaar de tegels nog een keer behoedzaam te lijf en dan moet het karwei vanmiddag geklaard zijn. Wat vervolgens volgt is voor zover ik het kan overzien nog niet te overzien want dan gaat het opruimen van start en dat neem ik persoonlijk voor mijn rekening. Het afdekken van de inboedel was een vrij hels karwei, het verwijderen van de afdekking wordt een nog helser aangelegenheid.


17-10-08. Heb vele dagen van stofruiming voor de boeg en dat is prettig: zo blijft de renovatie van keuken, badkamer en toilet in mijn gedachten. Het waren zes dagen van om zeven uur ’s morgens klaarstaan om de werkers binnen te laten en hen tot vier uur hun gang laten gaan. Ze hebben de aftocht geblazen: de loodgietgiganten Jan en Dave, de soulmen van de loodgieterij. Maurice met zijn twee in verband geraakte vingers omdat hij zich overgaf aan werkzaamheden die zijn capaciteiten te boven gingen. Dikke Dennis, die net zo makkelijk een vloer met tegels vult als gaten in de muur boort. Lima, de grootmeester van het timmerwerk, onvermoeibaar en onophoudelijk gaten borend en dan nog twee uur in de file staan omdat hij in Rotterdam woont. Gelukkig blijven ze nog weken in de buurt herrie maken.


18-10-08. Het opruimen van het gerenoveerde huis wordt een hele operatie. Ik denk daarbij eerder in termen van dagen dan van uren. Dat komt doordat het vooral een kwestie van hersenwerk zal worden. Alle kwetsbare zaken zijn afgedekt met verknipte vuilniszakken die aan elkaar geplakt zitten. Een leek zou zeggen: dan trek je die vuilniszakken los en gooit ze weg. Maar die vuilniszakken zijn overdekt met neergedwarreld gruis dat bij het minste of geringste weer gaat stuiven en wanneer ze van hun afdekkende missie ontheven zijn, raakt wat ze afdekten alsnog met stof overdekt. Om diezelfde reden heeft stofzuigen voorlopig nog geen zin en het afnemen van ondergestofte deuren en kozijnen evenmin. Het zal vermoedelijk uitdraaien op een dag of wat diep nadenken, aantekeningen maken, Wikipedia raadplegen, bij de buren gaan vragen en in de troep blijven zitten.


19-10-08. Van het opruimen is natuurlijk nog niet veel terechtgekomen. Wat kranten opgeraapt en wasmachine en wasdroger teruggeplaatst in de badkamer. Mijn zus, die hielp ze naar de slaapkamer te dragen, zit nog op IJsland en daarom een buur te hulp geroepen. Had hem geassisteerd bij het terugplaatsen van zijn wasmachine, zoiets schept een band en verplichtingen. We zijn beiden wel bij machte zelfstandig een wasmachine te verplaatsen maar de renovateurs hebben een drempel opgeworpen in de vorm van een dorpel, vanwege de opgehoogde badkamervloer. De buur is behalve sjouwer ook een volleerd geleerde: hij heeft ambachtsschool en hts gevolgd en ik kon het aansluiten van de machines dus wel aan hem toevertrouwen. Hij had een gouden tip: draai de kraan dicht als je de wasmachine niet gebruikt. Als daarin wat kapotgaat kan de boel onstuitbaar gaan overstromen.


20-10-08. Verbouwen verbroedert – dat geldt niet alleen voor de buren, ook voor de huisdieren. Had sinds het begin van de verbouwing, vandaag elf dagen geleden, de poezen Gregor en Duimpie in de wanordelijk geworden woonkamer ondergebracht, waar dan nog logeerkat Loekie aan toegevoegd werd. Loekie en Duimpie zijn hartsvrienden, Gregor is niemands vriendin: ze kan het zelfs niet goed met Duimpie vinden. Geen der katten vond het bezwaarlijk in een kamer opgesloten te zitten. Ielige Duimpie (21 jaar) dronk op de salontafel water, dikke Loekie speelde vanaf de grond met haar staart. Duimpie draaide zich om, er werd wat geschijnbokst en toen sprong Duimpie boven op hem. Terwijl ik dit schrijf ligt Gregor in een hoek van de bank, Loekie er recht boven op de leuning. De eveneens slapende Duimpie bevindt zich op de monitor van de pc.


21-10-08. Er liep volop volk in de Spuistraat en dat was niet ongebruikelijk. Wel ongebruikelijk was het daar rondlopen van een kat. Hij was zo te zien de weg kwijt en ik ben dan iemand die zich ermee gaat bemoeien. De kat betrad een schoenwinkel (nee, het was niet de gelaarsde kat), waar hij zich liet optillen. Kon men hem opsluiten en de dierenambulance bellen? Nee, dat kon niet. Ik ben dan iemand die de kat op de arm neemt en naar zijn nabije kantoor draagt. Bij de dierenambulance kwam de kat bekend voor. Blauw halsbandje? Dan hoorde hij bij een restaurant in de Passage. Ik bij het restaurant informeren, eigenares dolblij: het was haar kat. Terug naar kantoor, kat opgehaald en naar restaurant gedragen. Dolblije eigenares: ‘De volgende keer krijg je een kop koffie of wat lekkers!’


22-10-08. De verbouwing is voorbij maar de overlast nog niet: ze zijn momenteel een etage lager aan de gang en als er geboord wordt is daar geen ontkomen aan. Had gistermiddag mijn uit IJsland weergekeerde zus aan de lijn en na een minuut of wat werd er beneden een boormachine in werking gesteld. Ik ging met de telefoon naar boven maar daar was het net zo’n herrie. Momenteel (tegen halfnegen) zijn ze flink aan het hameren. Ben overigens eindelijk verdergegaan met opruimen. Had in het weekend al een stuk of acht vuilniszakken gevuld met op de grond gelegen hebbende kranten en met het afdekplastic dat daar weer overheen had gelegen. Gisteravond de vuilniszakken die de tv bedekten voorzichtig verwijderd, waarbij enige stofstuiving niet te voorkomen was. Vandaag worden koelkast en gasfornuis geretourneerd naar waar ze thuishoren: de keuken.


23-10-08. Het ziet ernaar uit dat het opruimen meer tijd in beslag zal nemen dan het renoveren. Doe op dat gebied niet veel meer dan incidentele dingen, zoals het met een natte doek afnemen van deuren die onder een bedenkelijke laag stof zijn geraakt. De keukendeur die tijdelijk in de woonkamer in de scharnieren hing uit de scharnieren getild en in de keuken weer in de scharnieren gehangen. Als het gaat om pure kracht ben ik overal inzetbaar. Zo hoefde mijn zus maar een beetje te helpen toen koelkast en gasfornuis naar de keuken gedragen moesten worden. Daarna was er een karweitje aan de orde waarbij ik me maar afzijdig hield: het aanbrengen van afdeksel op de ramen in de keuken, opdat over de galerij passerenden geen zicht meer hebben op wat ik eventueel aan het koken ben.


24-10-08. Hoe speelde hij het toch klaar, dag in, dag uit rare figuren tegen te komen en die in een Kronkel te vereeuwigen? Carmiggelt liep dag in, dag uit door Amsterdam, dat hielp natuurlijk. Gistermiddag trof ik bij thuiskomst een briefje van de koerier aan: hij was vergeefs aan de deur geweest. Ik reed naar het depot om het pakje op te halen. In het depot stond een bureau, aan weerszijden ervan zat een man. De ene, Carmiggelt zou hem als ‘morsig’ kenschetsen, was aan het foeteren op een pastoor. ‘De preek begint om zeven uur en om halfacht sta je weer op straat. Hij slaat hele stukken over!’ Was er na afloop geen gelegenheid tot het stellen van vragen? vroeg ik. ‘Nee. Die andere pastoor preekt van zeven tot kwart voor acht, acht uur. Zoals het hoort.’


25-10-08. Mijn moeder was bedreven in stenografie maar zoiets is niet erfelijk en omdat ik me er niet in bekwaamde beheers ik geen steno. Jarenlang trachtte ik bij korte telefonische interviews het door de geïnterviewde gesprokene op te schrijven en dat leidde er vaak toe dat ik nadat ik opgehangen had mijn handschrift niet kon lezen. Later zette ik een recordertje naast de speaker van de telefoon: wat was dat een verademing. Bij reportages ging het dito, hoefde na thuiskomst de microcassette maar af te luisteren en de tekst te typen (wat trouwens een hels karwei was). Toen het recordertje het begaf kocht ik een digitale voicerecorder, een wonder van techniek, vond ik. Totdat ik gistermiddag een telefonisch interviewtje wilde opnemen en per abuis de deleteknop ingedrukt hield en veertig minuten onuitgewerkt interview van de vorige dag wiste.


26-10-08. Het zou zaterdag zeer zonnig worden en dat werd het ook. De dag begon mijnerzijds bewegend met een fietsreis naar Delft. Aanvankelijk tegen de frisheid handschoenen aan, die konden na een paar kilometer uit. Prijsvergelijkend rondkijken loont: vond in Delft een winkel waar de twee-cd-editie van Dylans nieuwste Tell Tale Signs vijf euro goedkoper was dan elders en die vijf euro winst besteedde ik meteen aan de cd Final Straw van Snow Patrol. Na de anderhalf uur fietsen een pauze afgekondigd en daarna op bezoek gegaan bij buurvriendin Esther, die ook radiokompaan Hannesz op de koffie kreeg. Het was nog altijd zeer zonnig, een strandwandeling een goed idee. Vanwege de nadering van de wintertijd werden de laatste strandtenten ontmanteld. Maar het weer was er niet naar, je kon zonder jas strandwandelen. Geen moment aan de kredietcrisis gedacht.


27-10-08. De klok op zondag een uur vooruit is geen dikke pret als op maandag de wekker afloopt, de klok een uur achteruit is ook ongunstig. In theorie kan je op zondagochtend een uur langer slapen maar als er geen werk aan je winkel is ga je eruit als je uitgeslapen bent, niet als de klok een bepaalde tijd toont. De hele dag had ik het idee dat het een uur later was. ’s Avonds kreeg ik slaap maar het was te vroeg om te gaan slapen: dat mocht over een uur pas. Het was in theorie prettig dat de wekker vanmorgen een uur later afliep dan een week geleden het geval was, maar de katten hadden geen benul van de wintertijd dus die kwamen me wekken op het moment dat ik nog een uur slaap tegoed had.


28-10-08. Het team dat de renovatie verzorgt mag zich niet te veel bemoeien met de combiketel. Ze laten de radiator die vervangen wordt leeglopen, ze vullen de nieuwe radiator, voor de rest ligt het beheer van de combiketel bij een andere firma. Die moet bij elke gerenoveerde woning opdraven omdat er wat misgegaan is. Bij mij zou er gisteren na drieën iemand komen. De monteur was er om kwart voor vijf, hij ging eerst bij een buur binnen, waar hij een uur werk had. Bij mij was hij in tien minuten klaar – het deugde niet, wat de renovateurs gedaan hadden. Ik wilde me niet in dat debat mengen: het ging mij erom dat ik onder de douche warm water had. Vannacht gedroomd dat er meerdere monteurs aan te pas moesten komen, waarbij ook nog diverse kasten bijna omvielen.


29-10-08. Wat een moedergedoe. Eergisteren kwam mijn moeder tijdens het uitlaten van hond Hendrik op straat ten val en raakte daarbij vermoedelijk met haar gezicht de rollator. Ze speelde het klaar niet alleen een hand en haar mond te verwonden, maar ook beide ogen en het gebied eromheen. Dat zag er een uur na het incident niet prettig uit en een uur of vijf nadien zelfs angstaanjagend. Toen ik haar gisteren naar de huisarts vergezelde trok zij naast mij in de auto zittend veel bekijks. Wat wil je: een geheel dicht oog, dat net als het andere oog zwart omlijst was als een Zorromasker. De assistente verving het verband. Mijn moeder wilde de dokter spreken en ging resoluut op diens spreekkamer af. Ze had haar gehoorapparaat niet in, dus de ontzette assistente moest schreeuwen: ‘Betty, dat mag niet!’


30-10-08. Morgen is het Halloween, mijn moeder is er klaar voor. Iemand verkleed als Sarah Palin tegenkomen lijkt me geen lolletje maar het is niets vergeleken bij de aanblik die mijn onverklede moeder momenteel biedt. Ze heeft weer zicht uit het oog dat gisteren nog achter een lugubere zwelling verborgen zat, de bloeduitstorting heeft zich echter verder over het hoofd verspreid. Ter verlichting van de oogzwelling had de huisarts zalf voorgeschreven. Mijn moeder had begrepen dat ze druppels zou krijgen. Toen mijn zus de zalf wilde toedienen kreeg ze te maken met een heftig protest. Ze gelastte mijn moeder haar gehoorapparaat in te doen, anders zou het een heilloze wederzijdse schreeuwpartij worden. Het aardige van die zalf is dat de patiënt na aanbrenging een minuut het oog gesloten moet houden – dat zou ook voor de mond moeten gelden.


31-10-08. Halloween – ik verwacht geen kinderen met trick or treat, maar een cv-monteur voor trick or treatment. Inderdaad, nog altijd problematiek op het gebied van warm water. Sinds de cv-monteur hier afgelopen maandag werkzaam was is de situatie verslechterd. Eerst was het zo dat het warme water als ik onder de douche stond na een minuut koud werd, sinds dinsdag komt er geen warm water meer uit de douchekop. En ook niet uit de kraan van de wastafel. Of die in de keuken. Het water wordt pas warm als ik de thermostaat van de verwarming hoog zet. Buurmeisje Chantal is zelfs van die buitenkans verstoken: bij haar doet de verwarming het niet. Een oudere buurvrouw onthulde dat haar douchewater koud werd toen zij zich helemaal ingezeept had. Maar daar denk ik liever niet aan. Zelfs niet met Halloween.


01-11-08. De monteur zou na twaalven komen en hij was er al om kwart over vier. Het eerste wat zo iemand doet is afgeven op voorgangers die zich met de combiketel bemoeid hebben. Die konden er niets van. Aanvankelijk dacht ook hij dat de nieuwe douchekop ongeschikt was voor de oude combiketel, toch installeerde hij een nieuwe ‘driewegklep’ – wat dat ook mag zijn. Toen op naar de bejaarde buurman die de trap niet af kan en de monteur boven opwachtte. (We konden bij hem naar binnen omdat ik een sleutel heb.) Daar was het nog gortiger want als de monteur de kraan warmer draaide werd het water kouder en het omgekeerde bleek zich ook voor te doen. Zonder iets te hebben kunnen uitrichten vertrok hij, de buurman moest wel een handtekening zetten. ‘Wie zegt dat ik dat kan?’


02-11-08. De hele maand oktober geen boek gelezen, zo bar was het in juli ook al geweest. Weet niet meer wat toen het excuus was, voor wat oktober betreft hou ik het maar op de verbouwing. Die is inmiddels alweer twee weken achter de rug maar ik kom nauwelijks tot iets. Zo is een deel van de slaapkamer nog ingepakt met stukgeknipte en aan elkaar geplakte vuilniszakken. Dit vanwege de dorpel die er bij de badkamer moet worden aangebracht en die in bestelling is. Ze gaan die dorpel op maat zagen en als ze dat in mijn slaapkamer doen raakt alles weer onder het stof, vandaar die nog altijd aanwezige afdekkende vuilniszakken. Dvd-kijken lukt me aardig, zag in drie dagen tijd tien films. Heb nog vijf onbeluisterde nieuwe cd’s liggen – maar daar is het vandaag te zonnig voor.


03-11-08. Op 13 november 1959, toen Elvis in Duitsland zijn dienstplicht vervulde, verscheen zijn elpee Elvis’ Gold Records Vol. 2, met als fraaie ondertitel: ‘50,000,000 Elvis Fans Can’t Be Wrong’. Een halve eeuw later en ik krijg reclame in de mailbox van een firma die trots meldt: ‘Met meer dan 15 miljoen klanten kan het niet mis zijn!’ Op de een of andere manier is dat een aanbeveling die het minder goed doet. Het is sowieso een rare reclame: ‘Gefeliciteerd! Martin, u bent geselecteerd om 1 gratis wandkalender te ontvangen.’ Zo’n ding krijg ik bij de afhaalchinees ook (die van dit jaar hangt nog steeds niet aan de wand). Maar er is meer, ik ontvang tevens ‘1 gratis bureau kalender’ – daar trappen we niet in, want er komen blijkens de kleine letters nog btw, verwerkings- en verzendkosten bij.


04-11-08. Zelf weet ik als bijna geen ander dat ik tot alles in staat ben, gisteren ontdekte ik dat ik dat helaas overal kan zijn, niet alleen in huiselijke kring. Ik was bij buurvriendin Esther over de vloer. Ze vertelde dat ze over chocomel beschikte. Ik dacht: ha, daar doe ik een mok van in de magnetron! Haar magnetron was een nieuwe, het snoer was iets te kort om de stekker in het stopcontact te kunnen steken. Geen probleem, ik zette de magnetron wel even op het aanrecht, dan lukte het. Of het zou lukken deed niet meer ter zake want bij het op het aanrecht zetten viel in de magnetron de mok chocomel om. Terwijl Esther in de woonkamer was en het niet merkte als een bezetene bezig geweest om alle chocomel uit de magnetron te deppen.


05-11-08. ‘Amerika staat op de drempel van misschien wel een zwarte president,’ aldus een taalkundig verwarde commentator gisteravond in het Journaal van acht uur. Het is of de kredietcrisis er niet meer toe doet. Het presidentschap is in Amerika vooral een pr-functie en uit dat oogpunt is het jammer dat het McCain niet werd – vanwege zijn running (en hunting) mate Sarah Palin. Zij deed in haar domheid sterk denken aan een eerdere republikeinse kandidaat: Dan Quayle. Die voerde campagne op een basisschool waar een studentje het woord ‘potato’ op het bord schreef. Quale zette daar in zijn onkunde een ‘e’ achter. Maar niemand zal ooit George Walker Bush evenaren. Met zijn mallotige uitspraken en verbijsterende versprekingen (‘Bushisms’) werd jarenlang een scheurkalender gevuld. Bij Obama heb je in elk geval het idee dat hij zelf weet wat hij zegt.


06-11-08. De renovatie werd hier een paar weken geleden beëindigd en met de nazorg is het (als er geen rare dingen gebeuren) vandaag gedaan. Wat nog ontbrak was een dorpel bij de ingang van de douche: in de douche was een nieuwe vloer gelegd en die was aanmerkelijk hoger dan de vorige. Er diende daarom een elf centimeter hoge dorpel te worden aangebracht en die was niet op voorraad: kwam gisteren pas aan en werd toen meteen door Tattoo Boy geplaatst. Hij had er niet enorm veel werk aan en gaf mij zowaar inspraak om niet te zeggen medezeggenschap. Er moest tussen dorpel en tapijt een randje kit aangebracht worden. Waar gaf ik de voorkeur aan, aan zwart of wit? ‘Zwart is troep. Dan wordt het een klerezooi.’ Ik dacht even na en zei: ‘Doe dan maar grijs.’


07-11-08. Het via de televisie volgen van een serie is geen genoegen: je hebt het vignet van de uitzender in beeld, plus soms ook nog eens allerlei teksten, de aflevering wordt onderbroken voor reclame en je moet een week op het vervolg wachten. (Om nog maar te zwijgen van het kwijtraken van de draad.) Nee, dan dvd. Keek eergisteren van ’s middags tot ’s nachts naar het vierde seizoen Lost, veertien afleveringen achter elkaar. Gisteren lag de dvd-box nog nabij de tv. Toen Tattoo Boy bij de dorpel een nagekomen laagje zwarte kit had aangebracht zag hij de box liggen. Ook hij bleek een Lostliefhebber te zijn en had het vierde seizoen een halfjaar geleden al gezien op (uiteraard) illegale dvd. Hij was benieuwd wat die zwarte rook op het eiland betekende. Ik waar het eiland gebleven was.


08-11-08. De tegelzetter heeft zijn werk gedaan, de ophanger van de keukenkastjes ook, de heren van het aanbrengen van de douchekop en -slang eveneens en dat geldt tevens voor alle anderen die in welke hoedanigheid dan ook betrokken waren bij het renoveren van keuken, badkamer en toilet. Gisteren kwam er een meteropnemer aan de deur. ‘Ik neem de meter toch altijd op?’ zei ik. ‘Een keer in de drie jaar doen we het zelf,’ zei de meteropnemer. De buur naast me deed ook open. In het blok waar verbouwd wordt hebben de mensen het niet over het weer maar over het warme water. ‘Heb je warm water?’ vroeg ik. ‘Alleen als ik de verwarming aanzet,’ zei de buur. De bejaarde buurman sprak ons toe door het open bovenraam. ‘Er komt bij mij geen warm water uit de douche.’


09-11-08. Als het weer zou gebeuren zou ik erop voorbereid zijn, had ik me voorgenomen. Maar het gebeurde weer en weer tastte ik in het duister. De vorige keer was ik vruchteloos op zoek geweest naar kaarsen die zich in een keukenkast moesten bevinden maar die ik er op de tast met geen mogelijkheid kon vinden. De recente renovatie was een goede aanleiding om orde op zaken te stellen: nieuwe keukenkastjes, een nieuwe indeling. De kaarsen zette ik in het onderste kastje op de bovenste plank. Of was het de onderste? Toen ik gisteren de stekker in het stopcontact stak viel de stroom uit en nadat ik een paar minuten vergeefs in het duister in het kastje getast had stak ik maar weer een lucifer aan en zette bij het licht daarvan in de meterkast de aardlekschakelaar om.


10-11-08. Voor poezen die het niet goed met elkaar kunnen vinden gaan Duimpie en Gregor erg goed met elkaar om. Toen ik Gregor uit het asiel verloste was niet duidelijk hoe ze zich tot andere katten verhield. Het duurde zowat een jaar voordat ze enigszins ingeburgerd was en in die tijd vond er geen verbroedering met Duimpie plaats. Ze zijn niet dol op elkaar geworden maar geen van beide is agressief. Sinds een tijdje kiest Gregor het dekbed van mijn bed als haar slaapplaats. Duimpie pleegt eronder te verblijven. Gisteren zag ik hoe zoiets zich voltrekt. Gregor sliep op het dekbed, Duimpie kroop een eindje verderop eronder en ging daarbij als een mol te werk. Toen zij ter hoogte van Gregor was gekomen duwde ze die omhoog. Gregor keek verbaasd naar het onder haar in beweging zijnde dekbed.


11-11-08. Uit oogpunt van de in ons land gewaarborgde scheiding van kerk en staat zou zo’n figuur helemaal niet in de regering horen te zitten, laat staan de gelegenheid mogen krijgen zijn malle opvattingen te ventileren. Daar staat tegenover dat André Rouvoet enorme amusementswaarde heeft. Hij ziet een documentaire en weet niet wat hij ziet. Hier is sprake van onthutsende ontucht, losbandigheid en zedenloosheid. Zomaar even seks in nota bene een schuurtje waarbij er geen enkel respect voor het meisje is, dat is toch ongehoord – al doet het een beetje denken aan Lot die voor iets dergelijks zijn eigen dochters uitleende. Je krijgt soms het idee dat Rouvoet en zijn geestverwanten seks het liefst helemaal zouden verbieden maar het vreemde is dat velen van hen gezinnen hebben met vijf of meer kinderen, dus zelf krikken ze zich wezenloos.


12-11-08. Soms lees ik een lang geleden geschreven en gepubliceerde tekst waar ik nauwelijks een herinnering aan heb. Heb ik dat geschreven? Kennelijk. Op 15 oktober stuurde Stichting Lira me een envelop die ik van de week maar eens van binnen bekeek. Ging over vergoeding van leenrecht met betrekking tot multimediale producten. Ik zou het multimediale product Help, mijn kind leert lezen! voor een deel op mijn naam hebben. Het zei me niets. Zouden ze me verward hebben met de fotograaf Martin de Jong? Keek voor de zekerheid op de aan mij gewijde pagina op Literatuurplein, en verdomd: ik bleek te maken te hebben met die multimediale productie, die in 1999 bij Zwijsen verschenen is. Vond nergens op internet nadere informatie over het product, zelfs niet op de website van Zwijsen. De leenrechtvergoeding zal waarschijnlijk niet enorm zijn.


13-11-08. Een mindervalide bejaarde buur is afkerig van lawaai. Toen de renovatie van keuken et cetera aan de orde begon te komen besloot hij uit te wijken naar een bejaardenhuis: niet voor de duur van de renovatie (die een dag of acht was) maar voor zes weken. Hij schuifelde bij vertrek over de galerij. ‘Straks heeft u een nieuwe keuken!’ zei ik opbeurend. ‘Ik heb liever een nieuw been.’ Na zes weken keerde hij weer en werd thuis de trap op geholpen. Zijn huis was gerenoveerd maar binnen gehoorsafstand ging het renoveren elders verder. Hij probeerde zich daarvoor af te sluiten door oordoppen in te doen en zijn hoofd met meerdere sjaals te omwikkelen. ‘Ik lijk wel een kannibaal.’ Het bejaardenhuis was hem niet bevallen, getuige zijn raad: ‘Zorg maar dat je dood bent voordat je oud bent.’


14-11-08. Nadat het binnen een week drie keer gebeurd was dat in het hele huis de stroom uitviel op het moment dat ik de stekker in het stopcontact stopte, begon ik te beseffen dat er mogelijk wat mankeerde aan het koffiezetapparaat. Het werd tijd het malafide geworden ding weg te gooien en een nieuw te kopen. Met dat soort apparaten is het als met waspoeder en tandpasta: de goedkoopste zijn net zo goed. En dus werd het er een van 14,95 euro. Het leukste aan een nieuw apparaat is de gebruiksaanwijzing, vanwege het inventief vertaalde onderdeel Nederlands. ‘Giet geen water in de tanks eenmaal het toestel is ingeschakeld.’ ‘Zorg ervoor dat u zich niet verbrand aan de stoom.’ ‘[u dient] altijd een basis aan voorzorgsmaatregelen te volgen om het risico op brand, elektrocutie en/of persoonlijke letsels te verminderen.’


15-11-08. Het is tamelijk verademend dat het vandaag zaterdag is. Niet omdat het zaterdag is maar omdat het een dag is waarop de werkers niet werken. Het maakte niet gek veel uit of ze in mijn huis aan het boren en hakken waren of in een naburige woning: herrie is herrie en beton is een magnifieke geleider van herrie. Het was misschien niet zo snugger om vrij te nemen in een week dat er werkers actief waren maar ik had nu eenmaal vrij genomen. Werd op de ochtend van elke vrije dag om kwart over acht wakker van het geluid dat werd veroorzaakt door een in werking gestelde boormachine. Behalve gisteren. Toen waren het een paar ferme hamerslagen die het werk deden. Maar vandaag niets van dit alles: zonder ongewenste wekkingen kunnen uitslapen. (Sodemieters, halfelf, nog niets gedaan!)


16-11-08. In de politiek gaat het erom dat je de pers haalt en Wouter Bos beleefde de afgelopen maanden een Gouden Eeuw. Enkele duizenden miljoenen euro’s zette hij in om de kredietcrisis te bestrijden. Dat is voor collega’s in de coalitie natuurlijk niet leuk. Waar bleef de ChristenUnie? De normen en waarden vallen onder Balkenende, daarom trok een getergde André Rouvoet van leer tegen de bedorven zeden van jongeren, een onderwerp dat al een jaar of vijftig actueel is. Momenteel is Bos weer volop in beeld maar hij moet concurreren met de heengezonden Ella Vogelaar. In de oppositie ging Bos gekleed zonder das, sinds hij minister is draagt hij die zelfs in bed. En zijn haar wordt steeds korter en grijzer. Dan Ella. Bij NOVA zat ze er kleurrijk bij, met haar rode haar en haar rode laarsjes.


17-11-08. Het is niet alleen leuk en (soms) spannend, het is ook een ode aan de Britse excentriciteit. Sinds kort zijn hier eindelijk het derde en vierde seizoen van De wrekers (The Avengers) op dvd verkrijgbaar. Het derde is het laatste waarin Honor Blackman (als Catherine Gale) meedoet. Zij wordt opgevolgd door Diana Rigg (als Emma Peel) en daarmee komt de serie goed op stoom. In een aflevering uit het vierde seizoen (Too many Christmas Trees) krijgt John Steed een kerstkaart van Cathy Gale. Hij vraagt zich af wat ze in Fort Knox doet. Daar zit ze omdat Honor Blackman in Goldfinger een Bond girl speelt: Pussy Galore. Vervolgens wordt Diana Rigg in On Her Majesty’s Secret Service niet alleen een Bond girl, Tracy, maar ook een Bond wife. (Bond getrouwd kan natuurlijk niet, zodat Blofeld haar doodschiet.)


18-11-08. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat men aardappels schilde (liefst dun). Aansluitend werden die aardappels ‘opgezet’ – niet zoals overleden huisdieren maar in een pan water. Dat soort primitiviteit bestaat niet meer, dankzij de magnetron. Daarin kun je allerlei voorgeprogrammeerde maaltijden consumabel maken, van boerenkool tot en met zogenoemde ‘stoommaaltijden’. Het is toch nog aardig wat werk want soms duurt het wel zeven minuten voordat je je bord kunt vullen. Onlangs werd ik door het lezen van een test in de Consumentengids op het spoor gezet van ‘maaltijdsalades’. Ik had die wel eens in het schap zien liggen maar was er niet toe gekomen ze te kopen. Van de week kwam het ervan en het is een verademing: geen wachttijd, meteen eten. Ben wel een halfuur bezig met het verorberen, daar moet nog wat op gevonden worden.


19-11-08. Ziekte verbroedert, lijkt het wel. Het is vier maanden geleden dat de dierenarts liet weten dat de nieren van poes Gregor voor zeventig procent niet meer functioneerden. Hij schreef pillen en voer voor, de pillen kreeg ik er niet in, het voer lustte ze niet. Merk niet gek veel aan haar kwaal – die uitval is natuurlijk niet van het ene op het andere moment opgetreden. De laatste tijd ligt ze graag op bed, liefst op het dekbed. Poes Duimpie is daar eveneens een liefhebster van en als ze tijdens mijn lezen of dvd-kijken op schoot ligt is dat bij Gregor in de buurt. Nog niet zo lang geleden haalde Gregor flink naar Duimpie uit. Maar toen ik Duimpie van de week naast haar legde bleef ze daar liggen – gisteren lagen ze zelfs tegen elkaar aan te slapen.


20-11-08. Waar ben ik aan begonnen. De bejaarde buurman meldde een tijdje geleden dat hij in contact was getreden met een zorgverlenend instituut. Ze zouden hem een apparaat om zijn nek hangen waar een knop aan zat en als hij dan in geval van nood op die knop drukte trad er een machinerie in werking die ervoor zou zorgen dat zijn nood gelenigd werd. Mocht hij mij als contactpersoon opgeven? Wel ja. En dus kreeg ik gisteren een brief in de bus waarin stond dat ik was opgegeven als ‘mantelzorger’. ‘In een noodsituatie stemt u er mee in, om opgeroepen te worden door de alarmcentrale van Meavita Thuiszorg Den Haag om naar de woning van de abonnee te gaan en daar hulp te bieden.’ En als ik dan slaap? Of slaperig de trap aflazer en een poot breek?


21-11-08. Er kwam gisteren een kaart van de dierenarts, die schreef: ‘Oproep voor Gregor, Duimpie. Wij nodigen u uit voor de halfjaarlijkse gezondheidscontrole en indien nodig de vaccinatie. Omstreeks: 23-dec-2008.’ Voor Gregor zal dat te laat zijn, omdat het ernaar uitziet dat ze de dood nabij is. Vier maanden geleden bedroeg de uitval van haar nieren zeventig procent. Die uitval is niet te repareren en het zal er sindsdien niet beter op geworden zijn. Momenteel is haar activiteit aan het afnemen. Ze ligt opgerold op mijn bed te slapen, staat af en toe op en gaat dan de trap af en gammelt de woonkamer in, waar ze op tafel springt en water drinkt. Plasjes worden bij de voordeur gedaan, tot voor kort op een krant: eergisteren plaste ze tot twee keer toe in bed. Er zullen tranen komen.


22-11-08. Gregor en Duimpie mochten elkaar niet maar verdroegen elkaar, zolang ze elkaar niet te na kwamen: dan gingen de tanden bloot en werd er geblazen. Duimpie was niet agressief, Gregor is het niet meer. Dat was een van de dingen die opvielen: ze lag op bed en Duimpie liep zomaar langs haar heen, een keer zelfs over haar heen. En ik trof ze van de week tegen elkaar liggend aan. Het was gisteren een somber stemmend gedoe met Gregor – wanneer weet je dat het moment gekomen is om haar te laten inslapen? Als ik er niet was plaste ze in bed maar toen ik er wel was, was ze zo uitgekiend dat ze onder het bed kroop en het op een daar liggende krant deed. Toen ik vanmorgen wakker werd lag ze opgerold naast me te slapen.


23-11-08. De kaars is aan het uitgaan maar neemt daar wel de tijd voor. Sinds gisteravond komt poes Gregor niet meer van haar plaats, ze ligt op bed en slaapt diep. Ze was de nacht ervoor nog onder het bed verdwenen om daar stiekem een plasje te doen en deed er gistermiddag stiekem een in bed, toen ik even de deur uit was. Aan het begin van de avond was ik beneden aan het werk en hoorde het vertrouwde geluid van haar pootjes die in aanraking kwamen met een kartonnen doos in de kast, waar ze vaak op klauterde. Maar nu lukte het klauteren niet meer en lag ze teruggevallen op de grond. Ik tilde haar op en hield haar tegen me aan, daar hield ze vroeger niet van maar nu legde ze haar hoofd in mijn nek.


24-11-08. Het was zaterdagavond een vertrouwd geluid: poes Gregor die in de gangkast op dozen klauterde om op de combiketel te gaan liggen. Maar de sprong mislukte, ze viel terug. Ik tilde haar op, ze legde haar hoofd op mijn schouder – en dat voor een poes die er niet van hield opgetild te worden. ’s Nachts hoorde ik haar klagerig miauwen – nee, dat was niet goed. Toen het gistermiddag weer gebeurde terwijl ze vergeefs probeerde overeind te komen moest ik haar doodvonnis tekenen. Ik maakte een afspraak met de dierenarts, kon haar nog anderhalf uur knuffelen. Ze lag als een vaatdoek op mijn borst, haar vacht vochtig van mijn tranen. De dierenarts gaf een prik die haar dieper in slaap bracht, toen de dodelijke prik, in haar hart. De ademhaling ging sneller, stokte. En dat was dan dat.


25-11-08. Ik reed met Gregor naar de fabriekswijk waar het crematorium gevestigd was. Het werd er een mal gedoe. Ik belandde in een rouwkamer waar ik haar in een enorme mand mocht leggen en afscheid kon nemen. Maar ik had al afscheid genomen toen ze nog leefde. Ik kuste haar vaarwel en begaf me naar een dame die de indruk wekte dat ze totaal maar dan ook totaal mesjokke was. Ze wilde weten of Gregor al lang dood was. ‘Wat denkt u?’ ‘Er zijn mensen die hun dode dier een dag in huis houden. Dat kan toch? Ja, toch?’ Wanneer moest Gregor gecremeerd worden? Wat kon mij dat nou schelen. ‘Sommige mensen willen dat weten, ja toch?’ En toen ik vertrok: ‘Ga nog maar even afscheid nemen.’ ‘Dat heb ik al gedaan.’ ‘Joh, ga nog even gedag zeggen!’


26-11-08. Had maandagavond nog een beduidende huilbui wegens de zondag ingeslapen poes Gregor – dat ze er niet meer is verteert moeilijk. Ik dacht gisteren: laat ik mezelf vermannen en vluchten in een creatieve uitlaatklep: op 28 december kunnen we op Radio West weer twee uur lang onze gang gaan met sketches (en muziek uit eigen cd-kast). Hannesz zal weer vele stemmen voor zijn rekening nemen, ik ga de muziek uitkiezen en de teksten schrijven. Zo gedacht, zo van plan te gaan doen. Maar toen belde Paul Waayers op. Per 1 januari komt er wegens de ondermaatse luisterdichtheid een einde aan Hot Talk. De laatste uitzending is op 28 december en die wil hij uiteraard zelf vullen en dus gaan de twee uur Buisdorp niet door en blijven we steken bij acht rechtstreekse uitzendingen, zestien uur tamelijk ongehoorde radiogekkigheid.


27-11-08. Zo’n telefoontje over het ten onder gaan van Hot Talk en daarmee onze geplande uitzending op 28 december komt natuurlijk op het moment dat je van plan bent er eens goed voor te gaan zitten. Al enige tijd zijn er ideeën voor sketches in opkomst en het is verleidelijk om gewoon maar een script te gaan schrijven. Had al wat muziek geselecteerd: Dance to the Drummer Again van Cassandra Wilson, het waanzinnige Bim Bam Baby van Frank Sinatra, iets van Kings of Leon, The White Stripes, The Millionaire Waltz van Queen, een nummer van de nieuwe Tom Jones. En ook een mooi nummer van Hooverphonic, omdat daags na de uitzending zangeres Geike Arnaert de band verlaat. Maar omdat Hot Talk Radio West verlaat gaat dat allemaal niet door. (Ik ga dat script denk ik toch maar schrijven.)


28-11-08. Thanksgiving doorbrengen in de nabijheid van een dierbare bevriende vriendin, wat wil je nog meer. We spraken af in Fame, waar ik voortijdig arriveerde om het aanbod te kunnen bekijken. Informeerde of ze weer een muntjesactie hadden. Die hadden ze, ik kreeg drie muntjes aangereikt. Met Tieka naar Stevens voor cappuccino, bij het Compagnietheater de kaartjes voor Freek de Jonge opgehaald, bij Kantjil een tafel gereserveerd en toen naar het American Book Center. Twintig procent korting en ook nog een voucher van vijf euro, dat betekende dat ik maar veertien euro hoefde te betalen voor een gebonden biografie van Graham Chapman plus twee titels van Kelley Armstrong (waaronder Industrial Magic). Bij Waterstone’s twee titels van Lynsay Sands gekocht (waaronder The Accidental Vampire), toen waren we wel toe aan een stevig maal, dus streken we neer bij Kantjil.


29-11-08. Er kwam een brief van het crematorium, gericht aan ‘Fam. De Jong’ – ze denken zeker dat mijn hele familie bij me inwoont. (De mesjokke dame die ik er trof had het raar gevonden dat Gregor een vrouwtje was en geen mannetje.) Enfin. ‘Hiermee bevestigen wij U de ontvangst van Uw overleden Kat “GREGOR”, welke U bij ons heeft gebracht.” Let maar op, mensen die niet kunnen schrijven en plechtig willen doen schrijven in plaats van gewoon ‘die’ altijd ‘welke’. ‘Wij hebben voor de crematie van “GREGOR” zorg gedragen. De as van “GREGOR” wordt door ons verstrooid over zee.’ Dat zal nog een hele uitzoekerij geweest zijn: Gregor ging in groepsverband de oven in, probeer de as van al die gecremeerde dieren maar eens te scheiden. En hoe zou die uitstrooiing boven zee te werk gaan? Per helikopter?


30-11-08. De bedoeling was dat ik dit weekend flink werk zou gaan maken van het maken van een uitzending, die van 28 december. Muziek uitzoeken (gedeeltelijk al gedaan), ideeën voor sketches uitwerken. Maar omdat Hot Talk per 1 januari van de zender gaat zal de laatste aflevering niet twee uur lang in het teken staan van Buisdorp. Moest daarom andere bezigheden zien te bedenken. Vrijdag was dat geen probleem, ik zag van ’s middags tot in de nacht twaalf afleveringen van het vierde seizoen Desperate Housewives en gisterochtend de laatste vijf. Vervolgens twee afleveringen van De lachende scheerkwast bekeken, waarna ik het op een lezen zette. Het werd boekhoppen: na een paar pagina’s opgehouden in The Dark Volume (G.W. Dahlquist), waarna zo’n veertig pagina’s A Quick Bite (Lynsay Sands) en toen de biografie van Graham Chapman helemaal gelezen.


01-12-08. Blijkens een opgave van Lira is Zoute griotten het afgelopen jaar door de bibliotheken 481 keer uitgeleend, en daarmee is het totale aantal sinds het verschijnen in 2001 gekomen op zo’n 5000. Dat is natuurlijk kassa: er wordt binnenkort dan ook 39 euro uitgekeerd, wat overeenkomt met het bedrag dat ik afgelopen donderdag in Amsterdam bij Kantjil mocht afrekenen. En daar komt misschien nog wat bij: ik kreeg ook een opgaaf van ‘multimediale producten’, ik zou betrokkenheid hebben bij het multimediale product Help, mijn kind leert lezen!. Op de pagina van Literatuurplein die gewijd is aan mijn uitingen is dat product inderdaad met mij in verband gebracht. Als het terecht was zou ik nog eens 56 euro tegemoet kunnen zien maar waarschijnlijk is er een andere Martin de Jong in omloop die dat niet prettig zou vinden.


02-12-08. Ziezo, met slechts drie mailtjes mijn naam gezuiverd. Ik ontdekte dat het multimediale product Help, mijn kind leert lezen! ooit bij Zwijsen was verschenen. Mail 1 ging dus derwaarts. Kon men nagaan of ik er iets mee te maken had gehad? Ik kreeg antwoord van de ‘adviseur rechten’. Er bleek bij Zwijsen een Martin de Jong werkzaam geweest te zijn, die het op zijn geweten had. Mail 2 was voor Stichting Lira. Ik liet weten dat ze hun geld maar moesten overmaken naar iemand anders die Martin de Jong heette. Mail 3 richtte ik aan de beheerder van Literatuurplein, daar stond op mijn auteurspagina dat ik verantwoordelijk was voor de cd-rom. Binnen een halfuur antwoord: er was een nieuwe Martin de Jong aangemaakt, er waren er nu drie. Want er is ook een fotograaf die zo heet.


03-12-08. Paul Waayers probeert hemel en aarde (en Pauw & Witteman) te bewegen om zijn programma van de ondergang te redden en ook de beide andere programma’s van Radio West die op de nominatie staan om per 1 januari opgeheven te worden: Stork on Air en Jazz op West. Hij stuurde daartoe een mail naar onder meer genoemde Pauw & Witteman, EénVandaag, diverse dagbladen en personen en instellingen om voor elkaar te krijgen dat die in actie komen. Het zou inderdaad zeer te betreuren zijn als deze de programma’s zouden verdwijnen, vooral als ze vervangen werden door non-stop muziek. Hotel California kennen we nou wel. De kwestie kwam vannacht in een droom aan bod. Ik was in de laatste uitzending present en zat daar een sketch te schrijven op een defecte schrijfmachine, wat het allemaal nog erger maakte.


04-12-08. Soms is het een bevriende vriendin die iets aanraadt en word je een van de gretige lezers van de boeken van Stephenie Meyer: Twilight, New Moon, Eclipse en Breaking Dawn. Soms ook kom je zelf een serie tegen, zoals die van Kim Harrison, die de titels van de boeken over Rachel Morgan (de Hollowsreeks) ontleent aan films van Clint Eastwood (For a Few Demons More – The Good, the Bad and the Undead). Kwam onlangs een andere serie op het spoor van iemand die leuke dingen doet met filmtitels, Lynsay Sands (Single White Vampire, Bite me if you Can): de Argeneau Vampirereeks. Momenteel hebben de boeken van Kelley Armstrong mijn aandacht. Verslond eergisteren The Summoning en nader momenteel de ontknoping van Bitten, deel een van de Otherworldreeks waarvan er al negen verschenen zijn. Dus geen tijd voor Sinterklaas.


05-12-08. De sneeuw was nat en mijn kleding werd het ook, vooral broek en schoenen. Ik zat op de fiets en dacht aan mijn fietsen van weleer. Het was de tijd dat fietsen roestten en dat je tegen heug en meug met een in Brasso gedoopte oude sok de velgen aan het poetsen was, een hels karwei, vooral tussen de spaken. De fiets die ik misschien al tien jaar heb, heb ik nog nooit gereinigd. Vroeger vulde ik twee emmers met water als ik de auto ging wassen, tegenwoordig kan ik ’m na vijf keer tanken gratis de wasstraat in rijden en nog altijd vertoont de bijna twaalf jaar oude Peugeot geen roest. We krijgen het steeds beter, waar moet je nog over klagen? Het nieuws van Omroep West had een minutenlang item over twee uur stroomuitval. Rampzalig!


06-12-08. Het ziet ernaar uit dat het twee met lezen gevulde dagen worden en dat komt me geweldig uit. Had op Thanksgiving in Amsterdam op goed geluk twee titels van Kelley Armstrong gekocht, Dime Store Magic en Industrial Magic, deel drie en vier van de Otherworldcyclus, waarvan er al negen verschenen zijn. Deel een en twee hadden Waterstone’s en American Book Center niet, het Haagse ABC-filiaal bezat ze evenmin. Daarom bij Amazon.co.uk die delen besteld, alsook vijf en zes, ze arriveerden afgelopen woensdag. En zo lagen er zes stevige pockets opgstapeld, tezamen 2861 pagina’s. Voordat ik me in de Otherworld begaf las ik van Kelley Armstrong The Summoning, inmiddels heb ik de eerste twee delen en 980 pagina’s gelezen. Deel zeven en acht zijn onderweg. (Ik wilde alleen maar zeggen dat het boeken betreft die ik nogal verslind.)


07-12-08. Het is prettig om in korte tijd allerlei soorten weer mee te maken en er niets mee te maken te hebben. Gisteren momenten van droogte afgewisseld met fikse neerslag, momenteel zonnigheid alom. Bij het te bed liggen lezen van spannende boeken heb ik het liefst onweer, voor de rest maakt het me niet uit. Ben aardig aan het vorderen in de reeks Women of the Otherworld van Kelley Armstrong: Bitten, Stolen en Dime Store Magic gelezen, plus de eerste veertien pagina’s van Industrial Magic, dat ik vandaag wel uit krijg. Daarna volgen Haunted, Broken, No Humans Involved en Personal Demon en als ik dat allemaal gehad heb zal er wel weer een volgend deel naderen. Kortom: als ze me wegens de kredietcrisis met behoud van boeken van mijn functie ontheffen zal ik me wel weten te redden.


08-12-08. Had gedacht dat het sinterklaasfeest dit jaar beperkt zou blijven tot het op tv zien van een luguber ogende 98-jarige die nog altijd voor zwarte Piet speelt maar mijn zus bleek Sinterklaas tegengekomen te zijn en die had haar iets voor me aangereikt. De dvd Frost Nixon Watergate, interviews die David Frost gewezen president Richard Milhous Nixon afnam. Dat was destijds watertand-tv, net als de Watergateverhoren: sindsdien wordt elke affaire een ‘gate’ genoemd. De dvd herinnerde me aan enkele ongelezen boeken in de kast: Abuse of Power (636 pagina’s getranscribeerde Nixon Tapes), One of Us (686 pagina’s Nixonbiografie) en The Haldeman Diaries (826 pagina’s bijna dagelijkse aantekeningen van Nixons stafchef). De namen kwamen weer boven: John Ehrlichman, Henry Kissinger, Spiro Agnew, John Mitchell, Bebe Rebozo, Carl Bernstein, Bob Woodward. Dat wordt gretig kijken, dat wordt gretig lezen.


09-12-08. Er zijn mensen die eind november al kerstkaarten verzenden. Dat is om degenen aan wie ze de kaarten sturen de gelegenheid te geven bijtijds een kaart terug te zenden. Als ik zo gek zou zijn daaraan te beginnen zou ik bij het Kaartenhuis de meest oubollige e-card kiezen. Het kan ook op de traditionele manier, zo begreep ik uit een onlangse TNT-brochure. Die heeft een voorwoord van postbode Gerard uit Oldenzaal, die het eind van het jaar voor hem en zijn collega’s als een ‘spannende tijd’ omschrijft. Vanwege al die extra post die verwerkt en rondgebracht moet worden. ‘Maar we doen dat elk jaar weer met plezier, want met kerstkaarten laten mensen elkaar weten dat ze aan elkaar denken.’ Wat een gelul. Het volstaat toch aan iemand te denken? Dat hoef je toch niet te laten weten!


10-12-08. Krijg nou wat – ik bedoel dat ik het kreeg, een mail die aldus begon: ‘Voor Martin is dit een verrassing, anderen weten ervan.’ Afzender was Hans, een klasgenoot van de lagere school die doende is een reünie op poten te zetten. De verrassing was dat ik deel uitmaak van het organisatiecomité. Het bijgevoegde document doet suggesties voor de opzet van de reünie en noemt drie klasgenoten die er niet bij zullen zijn: Yvonne, Frans en Loes, zij zijn niet meer in leven. Zocht een klassenfoto van de zesde klas op: Yvonne schoot me toen pas te binnen, Frans herinnerde ik me meteen al, met Loes doorliep ik ook de middelbare school. Op de foto stond het schoolhoofd, een oom van Loes, die dat jaar zou overlijden. Het zijn geen zaken die je naar een reünie doen uitzien.


11-12-08. In de Tweede Kamer werd gedebatteerd over de kredietcrisis. Dat is natuurlijk erg interessant voor wie daarin geïnteresseerd is – persoonlijk had ik het te druk met genieten van een triomfje. Ik had een tekst geredigeerd, de opdrachtgeefster was nadat ik die had ingediend gaan twijfelen. Er stond ergens ‘0,12 seconde’, moest dat niet ‘seconden’ zijn? Bij de uitgeverij konden ze er niet uit komen. Ik mailde terug dat het inderdaad ‘seconden’ hoorde te zijn – met excuses voor het over het hoofd zien van de fout. De opdrachtgeefster liet het er niet bij zitten: ze won advies in bij een Henri die wel eens een taalcursus had gegeven en er verstand van had. Henri vond dat het ‘seconde’ moest zijn. Ik schakelde Onze Taal in en kreeg gelijk. De ontmaskerde ‘deskundige’ Henri putte zich uit in terechte verontschuldigingen.


12-12-08. Soms lees je een bericht in de krant en dan heb je geen idee wat er bedoeld wordt. Ik las ergens over een wetsvoorstel om het bezoeken van illegale hoeren strafbaar te stellen. Dat is uiteraard iets wat toegejuicht moet worden – al zet ik een vraagteken bij de pakkans want het lijkt me dat overtreders van zo’n wet alleen op heterdaad betrapt kunnen worden en dat zal niet meevallen. Maar dan die illegale hoer. Wordt er bedoeld een hoer die illegaal in ons land verblijft? Of iemand die ongediplomeerd de hoer speelt? Wanneer de politie erin slaagt een overtreder in de boeien te slaan (als die al niet uit hoofde van zijn seksuele voorkeur in de boeien geslagen is) dan betekent dat twee vliegen in een klap want dan wordt die illegale hoer natuurlijk ook meteen gearresteerd.


13-12-08. Het succes van de euro is wijd en zijd bekend. Aanvankelijk leek alles goedkoper te zijn geworden: de guldenprijs werd gedeeld door 2,20371 maar tegenwoordig kost een cappuccino die 2 gulden 30 kostte 2 euro 30. En dan al die nieuwe munten en biljetten. Daar werd iedereen zo snel zo gek van dat de muntjes van 1 en 2 cent van het toneel verdwenen en de winkels weer op 5 cent afrondden. Biljetten van 500 en 250 euro worden door veel winkeliers niet geaccepteerd, wegens angst voor vervalsing. Als je met 50 euro betaalt dan wordt vaak gecontroleerd of het biljet wel echt is. Gelukkig wordt het pinnen aangemoedigd en kun je in de supermarkt zelfs een rol drop met je pinpas betalen. Geweldig, zo’n laag bedrag kunnen pinnen – als tenminste je pas dan niet geskimd wordt.


14-12-08. Het begint een decembertraditie te worden: Fame, Waterstone’s, American Book Center, Kantjil en dan Freek in het Compagnietheater. En bij Freek op de tweede rij zitten. Hij bracht voor de pauze een sportconference vol slapstick (want wie Freek en sport zegt komt vanzelf bij Erica Terpstra terecht). Wegens het totaal negeren van sport op tv had ik meestentijds geen benul over wie het ging maar slapstick is slapstick dus dat maakte niet uit. In de pauze was er een changement en toen we weer in de zaal zaten verschenen er op den duur zeven muzikanten op het podium: gitaar, bas, drums, keyboards, cello en tweemaal viool, plus een zangeres. Het ging van start met Freek op gitaar: hij heeft sinds een halfjaar les en kan Apache van The Shadows spelen als Hank B. Marvin. Min of meer.


15-12-08. Het salaris dat deze maand op mijn rekening wordt bijgeschreven is hetzelfde salaris dat een halfjaar geleden werd overgemaakt en in de winkels liggen dezelfde producten als er toen lagen dus het raadselt dat mensen van slag raken wegens de kredietcrisis. Toch schijnen ze het te doen want een geleerde verklaarde op tv dat de middenstand goede kerstzaken tegemoet kan zien omdat de mensen tijdens de kerstdagen de zorgen over de kredietcrisis willen vergeten. Dat zijn dan waarschijnlijk mensen die een heel jaar naar die kerstdagen toeleven en die sowieso niet helemaal lekker zijn: ze denken zeker dat het maar twee dagen per jaar toegestaan is om met familieleden een zware maaltijd te verorberen. (Er is trouwens ook een niet te verwaarlozen groep mensen die niet alleen de kredietcrisis probeert te vergeten, maar ook kerstmis an sich.)


16-12-08. Het gebeurt de laatste tijd dat de telefoon twee keer overgaat, dan stilte. Daarom KPN gebeld. Ik kreeg verbinding met een man die naar mijn postcode en huisnummer vroeg, waarna ik uitleg gaf, waarna hij vroeg naar mijn postcode en huisnummer. ‘Dat heb ik net gegeven!’ Hij zou doorverbinden naar de klantenservice en verbrak de verbinding. Nog een keer gebeld, nu kreeg ik via de klantenservice een dame. ‘U bent al eerder doorverbonden met de klantenservice,’ zei ze toen ik me voorgesteld had. ‘Daarbij werd de verbinding verbroken.’ ‘Dan ga ik u nog een keer doorverbinden met de klantenservice.’ ‘Daar kom ik net vandaan.’ ‘Voor een klachtenformulier moet u bij de klantenservice zijn. Ik ga doorverbinden, het duurt ongeveer drie minuten.’ ‘Het doorverbinden?’ ‘Nee, voordat u daar geholpen wordt.’ ‘Dan bel ik een andere keer wel terug.’


17-12-08. Mijn doorrookte trui moest in de was en mijn keel was branderig maar het had veel erger gekund. Het was een ‘daar gaan we weer’-belevenis. Ditmaal was er niet zoals in 2001 een ontploffing van de woning schuin beneden me aan de orde, evenmin als langs het voorbalkon ophoog reikende vlammen maar het gebeurde wel weer dat ik rook rook. Het betrof de woning aan de andere kant schuin beneden me. Daar had Chantal een pannetje olie op het vuur gezet en daar was de vlam in geslagen. Blussen met water hielp niet. Buur Elmo had de brandhaard ijlings met natte handdoeken afgedekt en moest toen wegens de rookontwikkeling wijken. Toen gooide ik er maar een tijdje water op, zodat de grootscheeps uitgerukte brandweer de uitgerolde brandslangen weer kon oprollen. Aansluitend een sketch voor Hot Talk geschreven.


18-12-08. Ik had een paar maanden geleden Paul Waayers gemeld dat we graag op 28 december Hot Talk zouden vullen met twee uur Buisdorp. Dat vond Paul een geweldig idee, het stond genoteerd. Maar op 25 november belde hij op en zei dat de hoogste heren van Omroep West besloten hadden per 1 januari zijn programma te staken, evenals Stork on Air en Jazz op West. En omdat op 28 december de laatste uitzending zou zijn, wilde hij die niet afstaan aan Buisdorp. Hannesz en ik waren zeer welkom om dan aanwezig te zijn en geïnterviewd te worden. We konden ook een sketch doen en die voltooide ik maandagavond. Belde Paul gisteren op en zijn nieuws was ditmaal dat Hot Talk verhuist naar Den Haag FM – en dus kunnen we volgend jaar gewoon weer uitzendingen vullen met Buisdorp.


19-12-08. Dat mensen speelfilms op dvd zien heeft een groot nadeel: als ze naar de bioscoop gaan gedragen ze zich daar of ze thuis zijn. Ik zag onlangs bij Pathé de nieuwe Woody Allen gevolgd door de nieuwe Clint Eastwood. Het kijkplezier werd bij Changeling ondermijnd door twee dikkerds achter me die niet tot na de voorstelling konden wachten met zich dikker eten. Er verdween van alles in de broodmolen en dat ging gepaard met krakend opengetrokken plastic zakken en gegraai in op de vloer staande tassen. En dan de dames schuin voor me. Die kletsten door het begin van de film want daarin zat geen dialoog dus het kon niet interessant zijn. Gedurende de film bleef er incidentele uitwisseling van woorden, zodat ik na afloop wilde vragen: ‘Hadden jullie tijdens het praten geen last van de film?’


20-12-08. Alweer was men erin geslaagd nog waardelozer troep in het kerstpakket te stoppen dan het jaar ervoor. Ditmaal was er ingekocht bij Fair Trade en dat betekende dat er uitheemse gerechten geleverd waren die je nog zelf moet klaarmaken ook. Het enige wat ik kon gebruiken was een zakje cashewnoten. En dan waren er vier rijstkommetjes die van pas komen want poes Duimpie is aan een nieuw voerbakje toe. Al snel begon de ruilhandel, een interne variant op fair trade. Devika en Mariëtte zaten te azen op mijn placemats. En wat kreeg ik daar dan voor terug? ‘Cashewnoten,’ zeiden beiden. Devika wilde de rijstbakjes ook wel hebben maar ze had niets om te ruilen. (Zelfs het niet onaardige been dat ze onder haar rok vandaan haalde bracht me niet op andere gedachten: de rijstkommetjes zijn voor Duimpie.)


21-12-08. Het inlopen van de leesachterstand wordt een verloren race. Las de afgelopen weken zo’n 3800 pagina’s in de reeks Women of the Otherworld van Kelley Armstrong, de acht boeken had ik snel na aanschaf gelezen. Deze maand kwamen er ook twee titels bij in de Argeneaureeks van Lynsay Sands en Gentse lente van A.F.TH. van der Heijden, plus de eerste twee delen van het verzameld werk van Karel van het Reve. Die zijn nog niet aan de beurt, want rond kerst moet de Millennium Trilogie van Stieg Larsson even gelezen worden. Daarna misschien Mrs Dalloway van Virginia Woolf, naar aanleiding van het zien van de film The Hours. Momenteel zijn het bij de bibliotheek geleende boeken die er verslonden worden: de geweldige jeugdserie CHERUB, van Robert Muchamore. Een bof dat het nieuwe deel Hermans weer uitgesteld werd.


22-12-08. Om te lezen is Dickens al geen lichte kost. Lang geleden zag ik in een boekwinkel in de Papestraat een doos liggen die The Oxford Illustrated Dickens bevatte: 22 gebonden delen. De doos moest meen ik omstreeks 360 gulden kosten. Een hoop geld maar ik was nog jong. Ik ging naar huis om de auto op te halen, die ik nabij de Papestraat, in de Prinsestraat, parkeerde. Wat was het sjouwen met die complete Dickens een puffende onderneming! Terwijl het verzameld werk van geleerde broer Karel in fraaie delen begint te verschijnen, is dat van volksschrijver Gerard Reve bij De Slegte beland. Een editie in paperback van zijn verzameld werk kost er 14,99 euro. Dat is iets voor een bevriende vriendin die studerende is, dacht ik. En dus draag ik volgende week vier kilo Reve naar Amsterdam.


23-12-08. Zou het lonen om biljetten van tien euro te vervalsen? Ik herinner me een sketch van de Mounties waarin Piet Bambergen voor valsemunter speelde. Het namaken van een biljet van tien gulden kostte bij hem iets van twaalf gulden, ook de andere valse biljetten waren duurder dan echte – behalve een biljet van dertig gulden. Ging gistermiddag voor Duimpie en logeerkat Loekie voedsel inslaan. Loekie vreet zich helemaal klem als hij de kans krijgt, Duimpie moet aansterken: je voelt haar skelet als je haar aait. De schade bedroeg vier euro en vijf cent. Ik betaalde met een biljet van tien euro, dat niet zomaar geaccepteerd werd: de verkoopster stopte het in een apparaat om de echtheid te controleren. Ze gaf me onder meer een biljet van vijf euro terug. Ik zei: ‘Controleert u alleen het geld dat binnenkomt?’


24-12-08. De vreetdagen staan voor de deur en dan zit er voor de meeste mensen niets anders op: naar de supermarkt en het winkelwagentje tot aan de rand vullen met goederen die gegarandeerd het cholesterolgehalte tot levensbedreigende hoogte opjagen. Ik was gistermiddag in zo’n supermarkt, op een tijdstip dat vele anderen er ook waren. Er was een pad waar twee wagentjes in theorie langs elkaar heen kunnen maar in de praktijk gebeurde dat niet omdat mensen halt hielden en overmand door het vetmakende aanbod een schap inspecteerden. Als de boel in beweging kwam ging het sjoksgewijs. Aan de kassa: ‘Wilt u zegels?’ ‘Nee.’ ‘Mag ik ze dan?’ zei een begerige totebel achter me. Ik kreeg de bon en de zegels aangereikt, stopte beide in m’n broekzak, de totebel probeerde wanhopig roepend de zegels van me los te krijgen.


25-12-08. Op tv werd er een uitzending van Netwerk aangekondigd en die bevatte een item over mensen die het zo verschrikkelijk vinden om de kerst solo door te brengen. Dat moeten mensen zijn die niet van lezen houden want wat mij betreft mag kerst een wekelijks evenement zijn. Ik begon dinsdagavond in Mannen die niet van vrouwen houden, het eerste deel van de Millennium Trilogie van Stieg Larsson, die overleed voordat de boeken verschenen. Hij doet niet onder voor Maj Sjöwall & Per Wahlöö en Henning Mankell, het is meer dan alleen maar spannend. De boeken zijn van het formaat baksteen en respectievelijk 560, 568 en 651 pagina’s. Toen ik gistermiddag het eerste deel uit had ging ik verder in De vrouw die met vuur speelde. Hoop dat ik het uit krijg voordat ik naar een kerstdiner moet.


26-12-08. Een aanbeveling die waarschijnlijk aan dovemansoren zal zijn: vanavond op Nederland 2: De laatste lach, de voorstelling die Freek vorig jaar speelde. Niet de slapstick van de sporconference De limiet die vorige week te zien was maar tragikomisch solotoneel. De massa kijkt natuurlijk liever naar Youp, die zich tot Freek verhoudt als Lee Towers tot Frank Sinatra. Geen wonder dat Youp een grotere aanhang heeft: in Nederland is Lee Towers populairder dan Frank Sinatra. Ik zag Sinatra plus Liza Minnelli en Sammy Davis jr optreden in de RAI, een extra concert na een optreden in Ahoy. Ahoy was uitverkocht geweest, de RAI niet – en dat terwijl Lee Towers de ene na de andere avond Ahoy vulde. Zo vult Youp met gemak Carré avond aan avond, en staat Freek in het Compagnietheater. Kwantiteit zegt gelukkig niets over kwaliteit.


27-12-08. Het zijn van die dagen dat je bijna niet meer weet welke dag het is. Gisteren schijnt het vrijdag geweest te zijn, dus is het vandaag de dag voor zondag: de dag van de laatste Hot Talk op Radio West. En daar hebben wij een aandeeltje in. Rond het middaguur (van deze zaterdag) komt kompaan Hannesz langs voor de repetitie van een afscheidssketch die ik geschreven heb. Als we twee uur de tijd hebben smeer ik de vele stemmen die hij in zich heeft over meerdere sketches uit, nu heb ik er een aantal samengebald: vader Balthazar (de Bisschop van Buisdorp), de amuseur Arie Wietzen, het Afrikaanse medium professor Bomba, Eppie en burgemeester Onno Noten, dit alles ingeleid met een nummer van Howlin’ Wolf (Goin’ down Slow) vertolkt door Tom Jones en Jeff Beck, dus me dunkt.


28-12-08. Een bijdrage leveren aan een radioprogramma is topsport. Zoals het er nu naar uitziet doen we vanavond bij Radio West niet meer dan een sketch van een minuut of dertien (Hans zal daarnaast een aantal liederen vertolken) maar we kwamen gisteren toch bijeen voor een repetitie die meteen een generale was. Daar moet niet te licht over gedacht worden: het was een samenscholing die van 15.00 tot 17.00 uur duurde. Van die twee uur werden zo’n dertien minuten gebruikt voor het oplezen van de tekst, de rest werd gevuld met slap geouwehoer, het beluisteren van muziek die ik gedraaid probeer te krijgen (Tom Jones & Jeff Beck, Queen, Kings of Leon, Dizzy Man’s Band en Slade) en het bezichtigen van de sportconference van Freek, die Hans nog moest zien. Luister vanavond zelf van 21.00-23.00 uur via Westonline.


29-12-08. De laatste keer Hot Talk op Radio West was voor ons ook een first. Voor het eerst hadden we bij de sketches die we deden levend publiek. Er zaten zo’n dertig toehoorders in de studio bijeen, onder wie de gerenommeerde Cees Grimbergen en een overlevende van de Livin’ Blues, die fraai een stukje In A Sentimental Mood saxofoneerde. Onze bijdrage behelsde twee sketches, de eerste was een reprise van een dialoog via de telefoon uit een eerdere Hot Talk die we vulden. Daarbij zat Hans in een andere studio via de telefoon tegen me te schreeuwen. Ik had een koptelefoon op en kon geen reacties van het publiek horen. Dat gebeurde ook niet bij sketch twee in het tweede uur, waarin Hans een vijftal stemmen uit zijn stembanden toverde. Maar het applaus na afloop was duidelijk hoorbaar!


30-12-08. Kan je terugkijken op een goed jaar als een van je katten is overleden en de andere (bijna 22 jaar) gammel is? Per saldo was 2008 geen ongunstig jaar: aan het begin ervan de roman Literaire giller geschreven, in de zomer de puberroman De mooiste dag tot nu toe, weer twee uur Hot Talk kunnen maken – helaas was het voor wat Radio West betreft de laatste keer en moet er nog op gestudeerd worden of we bij Den Haag FM terechtkunnen. Zeer veel boeken gelezen, zeer veel dvd’s gezien, meer dan 500 mailtjes uitgewisseld met bevriende vriendin Tieka, het ook dit jaar voor elkaar gekregen elke dag voor deze plek een tekstje van exact 138 woorden (inclusief de datum aan het begin) te schrijven en ook nog eens zeer vaak hardgelopen. Maar ja, poes Gregor ging dood.


31-12-08. Het is om meerdere redenen verstandig om geen vuurwerk te kopen: het kost geld, bij het onzorgvuldig afsteken kan er oogletsel optreden of kunnen er lichaamsdelen loslaten en je hebt net zoveel lol van de ontploffingen die anderen voor elkaar krijgen als van ontploffingen waar je zelf de veroorzaker van bent. En bovendien: elk jaar opnieuw dat vuurwerk, we weten het nou zo langzamerhand wel, hè? Je steekt het lontje aan en na verloop van tijd hoor je een knal, gaap gaap, je steekt een ander lontje aan en er schiet een vuurpijl de lucht in die daar allerlei kleurige verschijnselen bewerkstelligt, gaap gaap en nog een keer gaap. Op de middelbare school zat een jongen die een oog en een stuk hand kwijtraakte door vuurwerk. Later ging hij helemaal dood. (Niet door vuurwerk, door de onderwereld.)


© Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.