berichten uit buisdorp
Vergezeld door een journalist van het Buisdorps Nieuwsblad, arriveerden Klaroen, Boraal en Hengelaar bij het Academisch Ziekenhuis aan de Heelpragt. De campagneleider legde aan de journalist uit dat de lijsttrekker het voornemen had de medische misstanden die in Buisdorp heersten aan het licht te brengen en uit de weg te ruimen. Hij wilde dit doen door in het Academisch Ziekenhuis recupererende patiënten van mens tot mens een hart onder de riem te steken, en door met het verplegend personeel van gedachten te wisselen over de calamitaire bezuinigingsplannen die het Volksdemocratisch Landsbelang voor de zorgsector op stapel had staan.
Het besluit tot dit onderdeel van de verkiezingscampagne was inderhaast genomen; de adviseurs van Roelof Klaroen waren bevreesd geraakt dat Wijnand Dommes de Gil hen voor zou zijn. De VDL-aanvoerder leidde zijn eigen campagne, en hij deed dit voortvarend en met verve. Zo had hij onlangs op een ochtend een bezoek gebracht aan de vrijwillige brandweer, die hem een helm op het hoofd zette en hem met loeiende sirene in een ladderwagen volgas door Buisdorp reed. ’s Middags had Dommes de Gil zich, gehuld in een authentiek controleursuniform (inclusief pet, kaartkniptang en wapenstok) beziggehouden met het openbaar vervoer, en in lijn 3 de plaatsbewijzen van de reizigers gecontroleerd. Hierbij had hij enkele zwartrijders, onder het beding dat zij op 31 maart VDL zouden stemmen, oogluikend laten ontsnappen. En ’s avonds had hij zich naar een kickboksschool begeven, waar hij voor de aardigheid en voor de fotograaf een grimmig gezicht trok en zijn gebokshandschoende rechtervuist tegen de vierkante kin van een op borgtocht vrijgelaten penose vechtmachine drukte.
Voordat Dommes de Gil het in zijn hoofd zou halen zich gekleed in een witte jas en met de arm om de schouder van de geneesheer-directeur te laten fotograferen, was de afvaardiging van de Partij van de Waarheid naar het Academisch Ziekenhuis getogen. Men had besloten het ziekenhuis niet van tevoren over het bezoek in te lichten.
‘Dan wordt er onmiddellijk aan een goedkope publiciteitsstunt gedacht, en die laten we liever aan het VDL over,’ sprak Boraal. ‘Lijsttrekker slaat slaatje uit ziekenleed, u kent dat wel.’
‘Man hou op,’ beaamde de journalist.
Klaroen, die voorop moest lopen, maakte aanstalten zich bij de receptie te melden, zoals het blauwe bord bezoekers gebood te doen, maar Hengelaar wist hem daar nog juist op tijd van te weerhouden.
‘Hold it, meneer Klaroen. We hadden afgesproken dat we het incognito zouden houden. Ik weet precies hoe dat gaat. Als u bekendmaakt wie u bent sturen ze voor je eerste hulp kunt zeggen de geneesheer-directeur op ons af. Die gasten staan altijd te popelen om in de krant te komen. En omdat ze zich niet kunnen vinden in het Demologisch Manifest, stemmen ze nog VDL ook!’
‘Zo is dat,’ zei Boraal. ‘Bovendien krijgen we dan alleen zieken te zien die al bijna beter zijn. Een poliklinisch poliepje of een goedaardig gezwelletje. Waar blijf je dan met je misstanden? Nee, het is bezoekuur, geen mens die ons wat kan maken als we gewoon op de bonnefooi een paar zieke kiezers gaan opbeuren.’
Hij wendde zich tot de journalist.
‘Het moet dus informeel blijven, begrijpt u? Zo af en toe een ongedwongen foto, dat is wat mij betreft in orde. Maar liever geen breeduit geposeer. Dan is het net of we het bezoek in scčne hebben gezet.’
‘En dat hebt u niet,’ stelde de journalist vast.
Boraal gaf geen antwoord. Ze waren in een van de liften gestapt. Toen deze op de vierde etage stopte, stapten ze uit en betraden de eerste de beste zaal.
‘Ik zie nergens gips,’ zei Klaroen, terwijl hij met zijn ene oog onzeker rondkeek.
De anderen konden evenmin gips ontwaren; er bevond zich op de zes bedden tellende zaal een aantal bejaarden, van wie er niet een in het verband zat of aan het infuus lag.
‘Zo, kom jij eindelijk je moedertje opzoeken, knul?’
Hengelaar keek geschrokken om. Een verrimpeld oud vrouwtje met een scheef dichtgeknoopt vest aan was achter hem binnengekomen en had hem aan zijn dure colbertje getrokken. Boraal zag meteen dat ze verkeerd zaten.
‘O o, afdeling dementie. Foute boel, meneer Klaroen. Doorlopen naar hiernaast s.v.p., anders voorzie ik grote problemen.’
De lijsttrekker staarde ademloos naar de oude dame, en was niet bij machte in beweging te komen. Ook herprofileringsdeskundige Hengelaar leek aan de grond genageld.
‘Vanmiddag ga ik lekker limonade drinken bij mijn moeder,’ sprak de hoogbejaarde stralend. Ze had geen bovengebit in, en er liep een draadje speeksel van haar bovenlip naar haar onderlip. Het viel niet meteen uit te maken of zij van huis uit de PvdW dan wel het VDL aanhing.
‘O, wat leuk,’ zei Hengelaar, en hees zijn broek een decimeter op.
‘Wil je soms een snoepje, vent?’
‘Eh...’
‘Schiet op, Hengelaar,’ fluisterde Boraal. ‘Sta dat ouwe mirakel niet op te vrijen. Poppetje gezien, kastje dicht. Straks staan jullie nog samen in de krant. Adviseur PvdW in conclaaf met demente doelgroep.’ Hij had bemerkt dat de journalist zijn fototoestel in gereedheid aan het brengen was.
‘Kijk eens wat ik voor je bewaard heb!’ riep het oudje stralend, en haalde, terwijl de temporary resident consultant een waas van glazigheid over zich kreeg, vanonder haar scheef dichtgeknoopte vest een bovengebit te voorschijn.
Hengelaar staarde met een aan hypnose grenzende intensiteit naar de onreine mondprothese.
‘Ha ha ha! Mevrouw kan goochelen!’ riep Boraal geforceerd opgewekt. ‘Werkelijk heel aardig gedaan! Toch maar even wachten met foto’s maken, we moeten helaas aan de privacy van de patiënt denken! Dat is zoals u weet een van de kernpunten van het Demologisch Manifest! Wat er ook gebeurt, de privacy van de patiënt mag niet geschonden worden. De PvdW is daar jammer genoeg onverbiddelijk in!’
Hij trok de journalist bij zijn jas achter zich aan, en begaf zich met grote stappen naar de belendende zaal. Het was een nagenoeg verlaten recreatieruimte. Er zat een oude man aan een tafeltje. Hij had een schipperspet op en rookte een pijpje.
‘In godsnaam hier dan maar,’ zei Boraal. ‘Meneer de fotograaf! We maken even een vrijblijvend politiek babbeltje met opa hier! Als hij geen bezwaar maakt kunt u wat mij betreft vrijuit fotograferen. Zo te zien hebben we te maken met een zeeman in ruste, en dat komt goed uit, want de PvdW heeft zoals u weet altijd op de bres gestaan voor de maritieme belangen van onze jongens op zee. Meneer Klaroen, komt u er ook fijn even bij? Fijn.’
De lijsttrekker ging gehoorzaam tegenover de bejaarde zitten om diens opvatting te vernemen over de opname van de euthanasiepil of –hamer in het ziekenfondspakket, maar de oude gunde hem het woord niet.
‘Ahoy, landrot, geef me de vijf!’ Hij stak zijn hand uit, die Klaroen na enig aarzelen schudde. De zieke bleek in een gastvrije bui.
‘Zal ik een oorlam laten aanrukken?’
‘Eh, nee... Eh... ik was gekomen om d-d-de...’ hakkelde Klaroen. ‘Een informeel gesprek over de opname van het pakket. De ziekenfondspil.’
‘Bah!’ sprak de oude, en maakte een wegwerpgebaar. ‘Zal ik jou eens wat vertellen, makker? Er is storm op komst! M’n eksteroog steekt al! Vannacht gaat deze ouwe schuit naar de kelder! Ik voel het aan m’n water!’
Hij keek Klaroen scherp aan, en bestudeerde diens ooglap nadenkend.
‘Wacht eens eventjes... Wacht eens eventjes... Ik heb jou door, meester! Ja ja! Jij bent kapitein Haak!’ Hij priemde een beschuldigende vinger in Klaroens richting, en riep tegen Hengelaar: ‘Grijp ’m dan, Peter Pan! Blijf daar niet als een uitgezakte zoutzak staan! We gaan die schuimer samen mores leren! We zullen ’m kielhalen en aan de haaien voeren! Alle hens aan dek! Vliegt de blauwvoet, storm op zee! Zuster! De po!’
Klaroen was akelig bleek geworden en als gestoken opgesprongen. De journalist kon het niet over zijn hart verkrijgen op de dementerende zeeman in te zoomen, en borg zijn toestel weg.
‘Meneer Klaroen,’ zei Boraal toen ze even later met z’n allen veilig in de lift stonden, ‘ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik geloof dat we maar beter met een paar gebroken benen kunnen gaan praten.’
© Copyright Martin de Jong, Den Haag. Alle rechten voorbehouden.